Rustig aan

Het waren de afgelopen drie dagen al behoorlijk gevulde dagen voor een zesentachtigjarige dame en daarom deden we het vandaag iets rustiger

We waren al vroeg op pad omdat het deze namiddag ongetwijfeld te warm zou zijn. Om 9u verlieten we het hotel en stapten we steil omhoog richting het centrum. Al bij al ging dat vrij vlot. Daarna was het uiteraard wel steil naar beneden maar toen hadden we al wel asfalt onder de schoenen.

Het centrum was vrijwel verlaten. Onderweg kwamen we weer het standbeeld van de Pogge van Schaarbeek tegen. Gisteren zijn we daar even naar een uitkijkpuntje gekropen. Vandaag heb ik de moeite genomen om even op te zoeken wie die Pogge wel was.

De  “Pogge” heeft namelijk echt bestaan. Zijn echte naam was Pierre De Cruyer (1821-1890).Hij was van bescheiden komaf en ging op zijn 21ste bij het leger. Erg veel enthousiasme legde hij er niet aan de dag; hij blonk vooral uit door zijn absenteïsme en het verzetten van grote hoeveelheden alcohol …

Op zijn 34ste trouwde hij met Anne-Catherine Crabs, een meisje van Diegem, in de Sint-Servaaskerk van Schaarbeek. Ze hadden 5 kinderen van wie er 4 op jonge leeftijd stierven. Alleen de tweede, ook Pierre genoemd, overleefde. Pierre De Cruyer werkte als landbouwer (vandaar zijn uniform: blauw overhemd, rode sjaal, zwarte broek en een pet uit zwarte zijde) en als arbeider in de gasfabriek. Met zijn ezel begeleidde hij geregeld de Schaarbeekse groentekwekers op hun tocht naar de hoofdstad.

In 1883 verloor Pogge zijn vrouw en werd hij een vaste klant van de lokale estaminets. Hij sloeg er het ene na het andere glas Geuze of Faro achterover, in het gezelschap van zijn trouwe vriend Jean Parici. De Schaarbekenaren raakten verknocht aan deze eerlijke, loyale en sympathieke figuur, en kwamen over alles zijn mening vragen. Daarop begon Pogge zijn oordeel systematisch te verkondigen met de dooddoener: “Alles is just.”

In 1875 besloot een groep vrolijke kompanen om als eerbetoon aan Pogge een vereniging op te richten, genaamd “de Pogge Vrienden”. De vereniging kwam bijeen in café “De Drie Koningen” en begon met het organiseren van een kermis ter ere van Pogge (“Pogge Kermis”). Deze kermis werd tot in 1990 elk jaar halverwege september gehouden. Bij die gelegenheid werd het standbeeld van de kleine Pogge door de straten van de wijk gedragen.

Het standbeeld in Houffalize bevindt zich aan het begin van de rue de Schaerbeek en is het werk van beeldhouwer Louis Van Custem. Het stadje in de Ardennen kreeg het beeld cadeau bij de verzustering op 17 augustus 1952.

De namiddag hebben we gevuld met een spelletje Mini-golf en wat lanterfanten. Dat mag ook wel eens.

Orval en Houffalize

Twee plaatsen moeten we bezoeken tijdens onze midweek want daar had ik al tickets voor gekocht.

Vandaag was de eerste plaats aan de beurt namelijk de abdij van Orval.

Al in 1070 vestigden zich Italiaanse monniken in Orval. In 1132 werden de Kartuizermonniken “vervangen” door Cisterciënzers. Rond 1252 werd de abdij volledig vernieuwd. De heropbouw duurde zo’n 100 jaar. In 1637 werd ze opnieuw vernietigd tijdens de verschillende oorlogen die Frankrijk had met zijn naburige regio’s.

In 1739 werd de abdij definitief verwoest.

In 1926 is dan begonnen met de bouw van een nieuwe abdij als “onderafdeling” van La Grande Trappe. De kaasmakerij en bierbrouwerij werden in de jaren ’30 opgericht om centjes binnen te brengen.

Aan de abdij van Orval is de legende verbonden van gravin Mathilde van Toscane. Deze zou omstreeks 1076[1] gerust hebben bij de bron in het dal. Terwijl zij met haar handen door het water gleed, verloor ze haar ring (niet trouwring!), en ze smeekte en bad tot God om hulp. Na haar gebeden keerde ze terug naar de bron. Een forel kwam boven met haar ring in de bek. Daarop riep zij uit: “Dit is werkelijk een gouden dal!” (Latijn: aurea vallis, vandaar Orval).

Uit dankbaarheid besloot ze op deze gezegende plaats een klooster te stichten. De bron heet tegenwoordig de Mathildebron. De plaatselijke traditie wil dat elk jong meisje dat een geldstuk in de bron werpt binnen het jaar zal trouwen. Ondanks dat het geen trouwring betrof die ze in de bron verloor.

De forel met de ring in de bek staat afgebeeld op het etiket van de flesjes, de glazen en reclamepanelen van het Orval-Trappistenbier.

Na een uurtje hadden we het daar echter wel gezien. Op de terugweg hebben we dan nog van de gelegenheid gebruik gemaakt om het centrum van Houffalize te bezoeken. Geen al te grote wandeling gemaakt maar wel eentje met voldoende trappen.

Malmedy & Mont Rigi

Dag 2 van de “midweek-met-moeder”.

Vandaag trokken we naar Malmedy, een gemeente die weliswaar tot de Oostkantons behoort maar niet tot de Duitstalige gemeenschap. Duitstaligen hebben er wel “faciliteiten”.

Ik had op internet een leuke stadswandeling gevonden en die hebben we ook gedaan maar dat ging niet zo vlot als gehoopt. De wandeling was immers niet afgepijld, niet overal hingen leesbare straatnaambordjes, de combinatie van aandampende bril (mondmaskers weet je wel), warm weer … afin … ik miste mijn co-pilote 😉

Na de wandeling in de stad reden we een tiental kilometer verder naar Mont Rigi. Een heuvel met een hoogte van 680 m in de Hoge Venen, gelegen tussen de Baraque Michel en Signaal de Botrange.  Daar wachtte een wandeling van ongeveer 3,5km op ons.

Al bij al hebben we volgens de FitBit ruim 8km gestapt vandaag, meer dan voldoende voor een iemand van 86 jaar 😉.

Morgen trekken we naar Orval.

Banneux & Coo

In 1933 verscheen Maria, die zich de Maagd van de Armen noemde, tot acht maal toe aan de twaalfjarige Mariette Beco. Ze deed dat in Banneux, een onooglijk dorpje bij Louvegné nabij Sprimont.

Haar verklaringen werden tussen 1935 en 1937 door een bisschoppelijke commissie onderzocht. Vanaf 1948 bouwde men aan een basiliek. Op 19 maart 1942 gaf bisschop Kerkhofs van Luik toestemming tot de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Banneux en op 22 augustus 1949 bevestigde hij het bovennatuurlijk karakter van de verschijningen, waarna in 1952 de erkenning door het Vaticaan volgde.

Banneux groeide uit tot een drukbezocht bedevaartsoord. Het wordt jaarlijks door zo’n 700.000 pelgrims bezocht.Er bevindt zich een bron, die door Maria aan Mariette getoond zou zijn, waaraan een geneeskrachtige werking wordt toegeschreven. In 1985 werd Banneux bezocht door Paus Johannes Paulus II. In juni 2005 werd er in de kapel brand gesticht en in april 2008 werden er acht metalen kruisen gestolen. In beide gevallen was er melding van een intense vislucht. In 2008 werd het 75-jarig jubileum gevierd.

Vandaag was er weinig volk. De reden lijkt me duidelijk te zijn. Wat wel opviel is dat iedereen een mondmasker droeg en 99% deed dat ook op een goeie manier.

Op weg naar ons hotel in Houffalize hebben we dan nog een tussenstop gemaakt aan de Cascade de Coo, ooit een klassieker die elke Vlaming wel  gedaan heeft. Tegenwoordig stelt dat al veel minder voor. Als je niet voor Plopsacoo komt dan ben je vrij wel rond. Bovendien stroomt er niet zoveel water meer onder de brug.

Ondertussen zijn we (moeder en ondergetekende) gesetteld in de Vayamundo van Houffalize. Klaar voor een midweekje Wallonië.

To Mask or not to Mask?

maskerGroene zones, oranje zones, groene zones … appelblauwzeegroene zones. Je kan het niet meer volgen want de kleuren wijzigen quasi om het uur.

Hoewel ik zelf in een zogezegd rode zone zit (met 3 besmettingen in één gezin op een totaal aantal inwoners van 7.861 zit je omgerekend aan 31 besmettingen op 100.000 inwoners en dat is dus rood) vertrek ik morgen toch naar een witte zone.

Deze keer echter zonder Conny ☹

Aanvankelijk zou ik immers mijn moeder vergezellen op een korte busvakantie naar Ost-Friesen (met OKRA!) maar die reis is ondertussen al een tijdje geschrapt. Als alternatief vertrekken we morgen voor enkele naar Houffalize.

Gewoon even weg zijn. Bezoekjes aan Banneux, Orval, Malmedy en de Hoge Venen … Zelfs al moet het met mondmasker (onder de taalgrens hebben ze daar blijkbaar veel minder last van). Ik moet namelijk toegeven dat ik het dragen van een masker tijdens mijn dagelijkse wandeling hier in het bos niet echt als nuttig ervaar. Op een uurtje wandelen komen we vaak niemand tegen.

En de fietsers die we zien kunnen ook in drie categorieën worden ingedeeld: zij die geen mondmasker dragen (30%), zij die wel een mondmasker dragen (30%) en zij die een alternatief masker dragen zoals het keelmasker, het kinmasker, het baardmasker, het elleboogmasker, het polsmasker (40%).

Maar aangezien bij onze zuidelijke landgenoten meer ingeburgerd is zullen we zeker mee doen.

When in Rome …

 

Mechels Broek

Als we eerlijk zijn … het zat er al een tijdje aan te komen hè? De Coronamaatregelen worden terug strenger.

Voor mij maakt het niet veel uit. Mijn bubbel was klein en blijft even klein : 3 personen in Vorselaar en 4 personen in Peulis.

Als we gaan fietsen of wandelen dan vermijden we zoveel mogelijk drukke plaatsen. Terrassen doen we zelden of nooit aan. Die zitten immers steevast veel en veel te vol. Als je een doorsnee-terras bekijkt dan verbaast het helemaal niet dat het Coronavirus terug aan terrein wint. Dat ligt heus niet alleen aan bepaalde bevolkingsgroepen wiens sociaal leven veel groepsgerichter is dan dat van ons. Dat ligt ook aan de doorsnee Vlaming die, wanneer hij ook maar een kansje ziet, alles zal doen om de regeltjes maar NIET te moeten volgen.

Hoedanook, wij zijn gisteren naar Muizen gefietst om daar de Natuurpuntwandeling doorheen het Mechels Broek te doen. Enkele jaren terug was hadden we een wandeling met vertrek in Sint-Katelijne-Waver die ook die richting uit ging en tot nu toe is dat nog altijd één van de meest verrassende wandelingen die ik gemaakt heb.

Ook deze keer was het weer mooi. Alleen jammer dat die ene libelle niet stil wilde zitten 😉. De runderen, eenden, hazen en dergelijke deden dat wel.

Miss Marple

Jane Marple wordt, om de revalideren na een ziekte, door haar neef op vakantie gestuurd naar St. Honoré, een eiland in de Carribean.

In het hotel dat nog maar heel recent werd overgenomen door het jonge koppel Tim en Molly Kendal zijn uiteraard nog andere gasten. Het Amerikaanse koppel Greg en Lucky Dyson, het Britse koppel Edward en Evelyn Hillingdon, Señora de Caspearo, Dominee Prescotte en zijn zus, de rijke maar geheimzinnige Mr. Jason Rafiel en zijn secretaresse Esther Walters en zijn verpleger Jackson en ook nog Majoor Palgrave.

Deze laatste vertelt graag over de avonturen die hij heeft meegemaakt. Hij vertelt Miss Marple net een verhaal over een moordenaar maar op het moment dat hij de foto van die moordenaar uit zijn portefeuille wil halen verstart zijn blik en begint hij over een totaal ander verhaal.

Miss Marple staat er niet bij stil maar wanneer de majoor de volgende dag dood wordt teruggevonden begint ze toch te twijfelen. Overleden aan de gevolgen van hoge bloeddruk vermoedt men. Maar als even later ook het dienstmeisje Victoria wordt vermoord moet Miss Marple, daarbij geholpen door Mr. Rafiel alle zeilen bijzetten  om nog meerdere doden te voorkomen.

Miss Marple met vakantie (A Carribean Mystery) is één van de 66 detectiveromans van de hand van Agatha Christie. Ik kende het verhaal al als film met de geweldige Joan Hickson als Miss Marple en de even geweldige Donald Pleasance als Mr. Rafiel. Maar het boek had ik tot nu toe dus nog niet gelezen. Agatha heeft me niet in de steek gelaten. Heel ontspannende lectuur.

Soms is het boek beter dan de film, soms is het andersom maar hier zijn ze gelijk. Ook het volgende boek op de leeslijst is een Agatha Christie verhaal.

christie vakantie

Fietsknooppunten

Zolang ze de Coronamaatregelen niet verstrengen zullen we er maar van profiteren zeker?

Gisteren een mooie wandeling van 6km gemaakt in Vorselaar.

Vanochtend rond 10u30 vertrokken met de fiets in Peulis. We reden richting Bonheiden waar we aan Kasteel Zellaer inpikten op één van de tochten uit het Groot Fietsboek Vlaanderen van Knooppunter.com.

Daarin staan 50 fietsroutes die langs de tofste terrassen, al laten we die in deze tijden liever links liggen. We nemen onze drank zelf mee en eten onze boterhammetjes liever op waar het rustig is.

De fietstocht bracht ons via Sint-Katelijne-Waver en Koningshooikt naar Lier. Daar hadden we via het jaagpad langs de Nete naar Duffel moeten rijden maar aangezien ze dat hele stuk aan ’t heraanleggen zijn moesten we de minder leuke omleiding langs de N14 volgen.

Aan de fontein in Duffel hebben we dan ons lunchpakketje opgegeten om daarna onze route te vervolgen naar Ter Elst en Mechelen. Vandaar ging het via de langste fietsstraat van het land terug naar Peulis waar we konden nagenieten op een heel rustig terras in het gezelschap van tientallen vlinders en honderden bijtjes.

Amaai Amaai

Ik zeg wel eens tegen mensen die een bepaalde leeftijd bereikt hebben dat ze vanaf dat moment al eens amaai amaai moeten zeggen. In het begin is dat enkel bij het rechtstaan, later ook bij het gaan zitten en nog later gewoon bij alles wat ze doen.

Zowel Conny als ik zeggen vandaag amaai amaai bij alles wat we doen.

Nadat ik vrijdag mijn tweede “niet-te-werken-dag” had gehad (ik ga daar wel aan kunnen wennen aan die vrije vrijdag 😉) trok ik naar Peulis voor het weekend. De zaterdag hebben we gevuld met tuinwerk. Je kan niet geloven hoeveel onkruid er op één week tijd kan groeien.

Na de middag wilden we gaan fietsen maar lege batterijen deden ons besluiten om een “wandelingetje” te doen. Dat “wandelingetje” werd de Apolloniapad dat vertrekt aan de kerk in Peulis. Het was zalig wandelweer met een fantastisch wolkenspel. Even leek het alsof er regen uit die wolken zou vallen maar het bleef gelukkig beperkt tot enkele druppels.

Wat we wel vergeten waren was dat we de laatste weken vooral hebben gefietst.  Om dan ineens 11 km te wandelen was misschien geen goed idee.

De spiertjes lieten zich vanochtend dan ook wel voelen. Amaai, amaai …

Gelukkig voelden ze zich na een korte middagwandeling van zo’n 4 km al iets beter maar we zullen toch maar amaai amaai blijven zeggen 😉

Het blijft wel jammer dat foto’s nooit de werkelijke schoonheid van de natuur kunnen weergeven. Ze kunnen wel impressie geven maar daar blijft het wel bij.

 

 

De eerste …

firstdayBest wel een spannende dag gehad vandaag.

Vandaag ben ik immers, voor het eerst sinds 13 maart, nog eens naar het kantoor in Antwerpen geweest.

En ik moet toegeven, na drie en halve maand thuiswerk, was ik er toch niet helemaal gerust in.

De nadruk blijft bij ons op thuiswerk liggen maar het is wel de bedoeling dat we één dag per week naar kantoor komen. Ik koos voor de donderdag, al had ik best kunnen thuisblijven aangezien ik als diabetespatiënt  tot de risicogroep behoor.

Maar ik wilde nog wel eens collega’s in levende lijve zien en horen en niet via Skype of Microsoft Teams 😉.

De wekker dus maar een uurtje vroeger gezet en rond een uur of zes op de trein gestapt richting Antwerpen, met bedekte mond en neus. Na een wandeling van een klein halfuurtje (ik wist gelukkig de weg nog) aangekomen op kantoor. Gels hier, gels daar, enkel richting in de trappenhal, beperkt aantal medewerkers per keer in de lift, verplaatsingen van de ene verdieping naar de andere verdieping met mondmasker. Op de afdeling meer van hetzelfde.

Het deed enerzijds raar om terug mensen te zien maar het deed ook deugd.

Oké … onze beheerssystemen hebben er de hele dag uitgelegen maar dat was niet mijn schuld. Echt waar. Scouts honour 😊.

Voor ik het goed en wel besefte was het alweer tijd om naar huis te gaan … weer met de trein.

En ook morgen wordt het een “eerste dag”. Vanaf deze week werk ik immers nog maar 4/5 in het kader van een landingsbaan. Vrijdagen zijn in principe vanaf nu altijd vrije dagen.