Rommel

Vandaag nog eens iets gedaan dat ik in maanden niet meer gedaan heb … een rommelmarkt bezocht. Een goeie ouderwetse rommelmarkt.

Ik ben er zelfs met de fiets naartoe gereden want het was een openluchtrommelmarkt in Grobbendonk.

Gelukkig was er niet al teveel volk want ik weet niet of ik me anders op mijn gemak zou voelen. Maar dat lukte dus wel.

Het was zelfs een succesvolle rommelmarkt. Ik ben thuisgekomen met 5 cd’s en 15 stripverhalen in mijn rugzak en ik was nog geen 25 euro kwijt. De stripverhalen komen uit een reeks die ik (tot nu toe) niet volg maar voor 1 euro per stuk kon ik ze echt niet laten liggen. Op stripbeurzen wordt het moeilijker en moeilijker om koopjes te doen. Op “gewone” rommelmarkten lukt dat nog wel .

Na de middag dan nog een wandeling gedaan met mijn moeder. En daarbij heb ik een paadje genomen dat ik nog nooit eerder had bewandeld. Je zou denken dat je na 18 maanden Covid-wandelen wel elk hoekje in de buurt hebt gezien maar neen hoor, er zijn nog onbekende plekjes.

Naar de Westhoek

De “vraalie” zijn nog altijd op fietsweekend en zo was ik voor het eerst in maanden niet in Peulis op een zaterdag.

En wat doe je dan? Je vertrekt ’s morgens, vrij vroeg trouwens, samen met je moeder naar Ieper om eens een bezoekje te brengen aan je broer annex zoon die daar al geruime tijd woont.

Hij had voor ons twee wandelingen op het programma staan. Een korte wandeling rond de Verdronken Weide en een iets langere wandeling aan de Palingbeek.

Tussen de twee wandelingen zouden we dan een hapje eten in de Brasserie van het Provinciaal Domein Palingbeek.

De Verdronken Weide is een natuurgebied dat wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos en het meet iets meer dan 40 ha.

Van 1992-1996 werd dit gebied ingericht als waterbergingsgebied. Vooral het water van de Bollaertbeek wordt er gebufferd. Ook wordt dit water gebruikt voor de productie van drinkwater.

In het gebied bevindt zich een diepe plas, aan de oever waarvan zich vele oeverplanten bevinden. Ook zijn er graslanden met wisselende waterstanden, waar moeraszuring, zilverschoon, veerdelig tandzaad, fraai duizendguldenkruid en platte rus aangetroffen worden.

In het gebied komen meer dan 160 vogelsoorten voor. zeldzame soorten zijn onder meer: zomertaling, slobeend, kleine plevier, kluut, rietzanger, waterral en blauwborst.

Een deel van het gebied wordt begraasd door runderen. (Bron : Wikipedia)

We hebben niet alle 160 vogelsoorten gezien maar het was wel een mooi wandelingetje.

Daarna ging het met de auto verder naar de Palingbeek.

Eerst gingen we dus een hapje eten in de Brasserie. Nu ja … “hapje” … zeg maar hele hap. We moesten redelijk lang wachten op het eten maar het was wel superlekker en de porties waren bijzonder groot.

Tijdens het eten vielen er al wel enkele regenbuien. Dat in combinatie met een darmprobleem hebben ervoor gezorgd dat we onze vroegtijdig hebben moeten afbreken. Geen probleem, dat geeft ons een reden om nog eens terug te gaan.

Ook tijdens de rit naar huis kregen we nog een aantal fikse regenbuien op ons dak.

Onderstaande foto’s zijn dus enkel van de Verdronken Weide.

Kruiskensberg

De vriendin is op fietsweekend met de jeugdvriendinnen en ik ga voor een keertje dus eens niet naar Peulis dit weekend.

Zoals gewoonlijk op vrijdag, tenminste toch de afgelopen weken, ben ik vandaag met moeder op excursie getrokken. Een “langere” wandeling en daarna ergens gaan eten.

Vandaag koos ik voor Kruiskensberg in Bevel als vertrekpunt. Ik wilde eerst naar ’t Schipke aan de Nete gaan maar dan zit je voor een wandeling al snel aan 8 km of meer en dat is net iets te ver voor mijn zevenentachtigjarige moeder.

Maar 6 km gaat nog perfect en de wandeling die ik had uitgestippeld was ongeveer 6km.

De auto liet ik achter op de parking van Kruiskensberg waar ook ons eerste knooppunt was, vlakbij de kruisweg.

Een oude tekst vertelt dat een erg zieke herder er omstreeks 1260 van een bron dronk en plots genezen was. Toen dat bekend raakte, werd er een houten kruis opgericht en de bedevaarders stroomden toe. In de 17de eeuw werden vijf putjes gegraven als symbool voor de vijf wonden van Christus. In de 19de eeuw werden deze putjes in steen gemetseld, werd er een kapel opgericht en schonk jonkheer Florent le Grelle, de kasteelheer van het Rameyenhof, een groot ijzeren kruis. De grote bedevaartsdag is Goede Vrijdag wanneer gelovigen nog steeds de kruisweg komen doen. Ook de natuurliefhebbers vinden hier wat ze zoeken: op het domein achter de kapel is een heideven gelegen en rondom het ven bevindt zich een uitgestrekte vochtige heide, afgewisseld met droge zandruggen. Het geheel is nu een gemeentelijk wandelbos met een oppervlakte van 10 ha. (Bron: Knooppunter.com)

Mijn wandeling zou me echter niet naar het wandelbos leiden maar wel naar de overkant. We staken de Kruiskensbaan over en gingen door het Domeinbos Cruysveld richting Bevel-Dorp. Na iets meer dan drie kilometer bereikten we de oever van de Nete die we ruim 1 km zouden volgen om daarna terug via het domeinbos naar de auto te stappen .

Ter hoogte van knooppunt 5 (het voorlaatste punt van onze wandeling) namen we wel de tijd om in Taverne Cruysberg iets te eten en te drinken.

(foto’s volgen later)

Heide (en muggen)

Er zijn zo van die plekken waarvan je zegt … hier moeten we eens terugkomen … in de herfst, in de lente, in de winter … of … wanneer de heide in bloei staat.

De Kesselse Heide is zo’n plek. Ik ben er al vaker geweest maar eigenlijk nog nooit wanneer de heide bloeit.

Gisteren is het wel zover gekomen. Voor de gelegenheid was de familie uit Gent (althans een gedeelte ervan) naar de Kempen gekomen om mee te genieten van de purperen pracht.

De Kesselse Heide is een provinciaal domein met landschappelijke waarde in Kessel, een deelgemeente van het Belgische Nijlen. Het domein heeft een oppervlakte van 43 ha. De Kesselse Heide is opgericht in 1976 en is sinds 1996 een beschermd landschap.

De Kesselse Heide maakte deel uit van de grote Kempense heidevlakten. Tijdens de laatste ijstijd – rond 70.000 à 10.000 voor Christus – werden de Kempen bedekt met hele pakken zand. Het fijne zand (löss) werd weggewaaid en vormde stuifduinen, waarvan er nog restanten liggen op het domein.[1] Het grovere dekzand bleef er lange tijd dor liggen. Na deze ijstijd – rond 10.000 à 3.800 voor Christus – werd het warmer en ontstonden eikenberkenbossen, met grove den en berk. Daarna begon de mens delen bos te kappen of afbranden voor landbouwgrond. Wanneer de grond uitgeput was, bleven open plekken schrale grond achter. Deze waren ideaal voor de heidegroei. Bovendien werden er schapen geteeld voor de lakennijverheid en deze hielpen mee de heidevlakte in stand te houden door jonge boomscheutjes af te grazen.

Tijdens de Franse Revolutie werd de Kesselse Heide verkocht en later herbebost met grove den, die kon gebruikt worden voor de mijnbouw.

Voor de Eerste Wereldoorlog werd de fortengordel rond Antwerpen afgewerkt. In 1912 was het Fort van Kessel klaar en in 1913 het Fort van Broechem. Om het zicht tussen deze forten vrij te houden, werden alle bomen gekapt. Op de Kesselse Heide bleef slechts één boom staan: deze gaf de grens aan tussen Kessel en Nijlen. De familie Pouppez-de-Kettenis, die eigenaar was van de Kesselse Heide, liet het domein herbebossen vanaf 1920. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de bomen opnieuw gekapt, deels door soldaten en deels door de bevolking als brandstof. Alleen dezelfde ene boom bleef weer staan, tot ook deze in 1943 verdween. Na de oorlog groeide het bos terug.

De gemeente Kessel beheerde de Kesselse Heide vanaf 1972: de gemeente hield er toezicht en ruimde het domein op. Bij Koninklijk Besluit van 5 augustus 1976 werd het domein tot natuurgebied verklaard en in 1978 werd het gekocht door de provincie Antwerpen. In 1981 kocht de gemeente Nijlen het 7 ha grote natuurgebied “Hoogbos” aan en gaf dit in 2005 in beheer aan de provincie. Het Hoogbos ligt aan de overzijde van de Lindekensbaan, de straat waaraan de Kesselse Heide paalt. In 2010 werd de “Hoge Heide” aangekocht, een 9 ha groot natuurgebied naast het Hoogbos. (Bron : Wikipedia)

Het weer zat niet echt mee. Toen we vertrokken was het nog vrij mooi maar de laatste kilometer hebben we toch in de gietende regen moeten afleggen.

Verder was het echt wel mooi op de hei en door het slechte weer was er ook niet zoveel volk. Jammer genoeg konden we niet hetzelfde zeggen over de muggen. Die waren er in overvloed. Mijn armen en nek staan vol souvenirs.

Sonneschot

Voor een keertje nog eens een vrijdag in Peulis in plaats van in Vorselaar.

Nadat we de Citroën hadden binnengebracht voor een groot onderhoud gingen Conny en ik eerst ontbijten in Hotel Villa Monte in Heist op den Berg. Soms moet je de Bongobonnen die je krijgt ook eens opgebruiken hè?

Van Heist op den Berg ging het verder naar één van de parochies of gehuchten van Heist namelijk Zonderschot.

Zonderschot is als parochie eigenlijk ontstaan in 1942. Dat is te lezen in de verslagen van de Gemeenteraad :

Het college verleent gunstig advies op de vraag gedaan door Z.E. den Kard. Aartsbisschop van Mechelen aan den Heer Secretaris-Generaal van het Ministerie Van Justitie op 2 Februari 1942 opdat, onder de aanroeping van O.L.Vrouw, Koningin van den Vrede, de wijk “Zonderschot” alhier, zou opgericht worden tot Kapelanij afhangend van de St. Lambertuskerk.

Het beaamt ten volle de aangehaalde beweegredenen welke hierna volgen:

Het gehucht Zonderschot is een verwijderde uithoek van de gemeente Heist-op-den-Berg. De bevolking beweegt tusschen 560 en 600 inwoners, waarvan ongeveer een derde op afstand van 50 minuten van de parochiekerk woont, een derde op afstand van 40, en een derde op afstand van 30 minuten.

Er valt op te merken dat de parochiekerk St.Lambertus, waartoe Zonderschot behoort, op een hoogte gelegen is welke bedoelde parochianen nog moeten beklimmen, wanneer zij reeds een verren afstand hebben afgelegd. Voor bejaarde en zwakke menschen is zulks niet doenlijk.

Reeds in 1905, vroeg die bevolking door een gezamenlijk vertoogschrift de oprichting eener kapelanij aan.

In 1930 heeft het Gemeentebestuur van Heist-op-den-Berg in ’t centrum van Zonderschot, op aanvraag der inwoners eene Lagere Gemeenteschool gebouwd, die thans overbevolkt is.

De St.Lambertusparochie telt voor ’t ogenblik 5600 zielen en gaat met rassche schreden naar de 6000. Na de verhoopte oprichting van de kapelanij zullen de twee erkende plaatsen van onderpastoor volstrekt onmisbaar blijven voor de dagelijksche bediening dier zeer uitgestrekte buitenparochie.

Het College oordeelt dat deze oprichting onvermijdelijk en dringend noodzakelijk is. 

Om te vermijden dat een deel van de grote parochie Heist Sint-Lambertus zou verwaarloosd geraken daar die mensen zo ver van de kerk woonden, werd in 1940 besloten om een kapelanij op te richten op Zonderschot.

Uiteindelijk krijgt op 8 april 1954 de kapelanij van Zonderschot een upgrade tot Parochie door mijn dorpsgenoot Kardinaal van Roey.

De naam Zonderschot zou “een afgezonderde omheining voor het houden van vee” betekenen.

Het was geen uitonderlijk mooie wandeling maar zeker wel de moeite om te doen.

De Geuzen

Een tijdje geleden zag ik toevallig een bericht passeren dat de Standaard Uitgeverij via Ulule een crowdfunding actie was opgestart.

Doel van de crowdfunding ? 750 mensen vinden die bereid waren om de heruitgave van De Geuzen te financieren.

De Geuzen is de laatste stripreeks gemaakt door Willy Vandersteen. Ze liep van 1985 tot 1990 en was Vandersteens laatste serie. Hij liet uitdrukkelijk vastleggen dat niemand anders de reeks na zijn dood mocht voortzetten.

De strip speelt zich af in de zestiende eeuw tijdens de Spaanse overheersing in de Lage Landen. Willem van Oranje leidt de geuzen en Filips II van Spanje stuurt de hertog van Alva om de opstandelingen te onderdrukken.

De Geuzen haalde veel van haar inspiratie uit Tijl Uilenspiegel, een boek waar Vandersteen al eerder een stripreeks (ook genaamd Tijl Uilenspiegel) rond maakte. Zo kunnen Hannes, Veerle en Tamme gezien worden als Tijl Uilenspiegel, Nele en Lamme Goedzak. Boelkins naam doet ook sterk denken aan Soetkin, de moeder van Tijl. De naam Soetkin wordt verder in het vijfde album als naam van een ander personage gebruikt.

Na een aantal albums veranderde de strip van karakter: de op tv-series geïnspireerde personages Johan Rattenbol en Alexis Kollenbie verdwijnen na deel 3 uit de serie, evenals de Spaanse generaal Sangria de Pajella. De grootste verandering vindt plaats vanaf deel 5, waarin de tekenstijl realistischer wordt, de kaders groter, en de karakters Dostranamus, Alwina, Knullus, Carolus en Boelkin uit het verhaal verdwijnen. Bovendien blijkt Veerle plotseling een uitstekend boogschutter te zijn en wordt een nieuw personage geïntroduceerd: de geheimzinnige kluizenaar Maldor.

Aan het eind van de eerste vijf albums werd een ets van Pieter Bruegel de Oude gereproduceerd. (Bron : Wikipedia)

Uiteinderlijk waren er op 19 april wel 809 geïnteresseerden die samen 925 sets bestelden. Actie geslaagd dus na lang wachten werden de 10 albums in hun collectors-box vandaag geleverd. Een mooie aanvulling aan mijn Stripcollectie. Ze zullen mooi staan naast de hardcoverversie van de “Blauwe Reeks” van Suske en Wiske, wat mij betreft het beste dat hij ooit gemaakt heeft.

Een beetje terug als vroeger

Gisteren alweer een paar uur onkruid gewied in de tuin en wel in die mate dat we daarna geen zin meer hadden om nog te gaan fietsen of te gaan wandelen.

Dat zou trouwens toch weer te druk zijn geweest want ’s avonds hadden we ook nog plannen. Voor het eerst sinds we Het Zesde Metaal hadden gezien op 6 maart 2019 zouden we nog eens naar een concert gaan. 

Op festivals zoals Alcatraz of Sjock zul je ons nog niet direct zien en voor zalen zoals het Sportpaleis, de Lotto Arena of de AB … daar zijn we ook nog niet klaar voor.

Maar voor de openluchtarena die CC De Zwanenberg had gebouwd op de Cultuurplaats in Heist-op-den-Berg die kon ons wel bekoren. Lekker knusjes op banken die gemaakt waren van paletten, niet teveel volk en drank die tot aan je plaats werd gebracht. Prima georganiseerd.

En als je dan 75 minuten wordt entertained door Tom en Kato, a.k.a. The Starlings dan heb je een perfecte avond. Het deed alvast deugd.

Vandaag hebben we het ook rustig aan gedaan. De fietsen van stal gehaald en een mooi fietstochtje in de buurt gedaan. De wind liet zich stevig voelen maar dat hield de temperatuur dan weer onder contole.

De dag werd bijna perfect afgesloten toen er tijdens het avondeten op het terras een buizerd besloot om achteraan in de tuin even te rusten op een takje. Dat vond ik wel een sympathiek gebaar 😉

Zoerselbos en het Boshuisje

Deze week trok ik met mijn moeder naar Zoersel voor onze vrijdagse wandeling.

Vertrekpunt was het Boshuisje. Wat nu een Café/Restaurant is was vroeger een boswachterswoning, gebouwd kort na 1800. Kort na de Eerste Wereldoorlog werd het bekend als het huisje van de Loteling die daar zijn verhaal zou verteld hebben aan Hendrik Conscience. Of die Loteling echt heeft bestaan weet men niet maar het is wel zeker dat Conscience zijn verhaal in het Boshuisje situeerde.

Het Zoerselbos is een 400ha groot natuur- en bosgebied dat zich uitstrekt over Zoersel en Halle. Ei zo na was het gebied, zoals zovele gebieden in de omgeving, verkaveld maar de Vrienden van het Zoerselbos hebben dit kunnen tegenhouden. De vereniging werd door een aantal enthousiastelingen op 16 juni 1972 gesticht. De eerste taak van de vereniging was de redding van het toen erg bedreigde Zoerselbos.

Ook overvloedige betreding, al dan niet door gemotoriseerd verkeer, vormden een niet te onderschatten dreiging.

Er werd daarom gestreefd naar de bescherming van het toen nog 400 hectaren grote Zoerselbos.

Na een lange, en soms harde, strijd werd dit doel bereikt, met als kroon op het werk de definitieve bescherming als landschap in 1985. (bron: website Zoerselbos.be)

Het was er in ieder geval heel rustig wandelen. De wandeling werd afgerond met een smakelijke hap op het terras van het Boshuisje.

Plassen in Varkensjut

Na een dagje winkelen en tuinieren gisteren zouden we vandaag een fietstochtje maken van zo’n 40 km.

Wat ons tegenhield was de windkracht 4 tot 5 die werd voorspeld. Niet echt aangenaam fietsweer.

Dan maar de wandelschoenen bovengehaald. Inspiratie haalden we uit een boekje met daarin 29 wandellussen in het Pallieterland en de Netevallei (Lier, Putte, Heist-op-den-Berg, Berlaar en Nijlen). Het boekje is bijna  jaar oud maar dat mag geen probleem zijn. We kozen voor het Jutse Plassenpad in Koningshooikt.

Koningshooikt ontstond op 1 januari 1822 toen de gemeente Koningsbossen (ook wel Konings, Koningsbos of ‘s-Herenbos genoemd) samengevoegd werd met de gehuchten Hooikt en Hazendonk, die beide van Berlaar werden afgescheiden. Ook kleine gedeelten van Onze-Lieve-Vrouw-Waver en Duffel werden bij de nieuwe gemeente gevoegd. Later dat jaar werd nog een gedeelte van Lier bij Koningshooikt gevoegd. De huidige dorpskern is de vroegere dorpskern van het voormalig Berlaarse gehucht Hooikt. (Bron : Wikipedia)

Tegenwoordig worden de inwoners van “Jut” varkenskoppen genoemd (omdat ze jaarlijks varkenskoppen verkopen ter ere van Sint-Antonius, patroonheilige van de gemeente). Vroeger waren ze bekend als houtrovers. Bronnen vermelden dat de inwoners het eikenhout kwamen stelen uit de bossen van de koning. Eik heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Hooikt (Hoijckt). De dorpsnaam zou dan ook kunnen zijn afgeleid van “oyckt” wat “eik” zou betekenen (Bron: brochure Rivierenland)

Het was trouwens te merken dat ze volgend jaar hun tweehonderdjarig bestaan vieren. Her en der zijn voortuintjes versierd met varkentjes in alle maten en gewichten.

Ondanks de soms felle regenbuien werd het een heel mooie wandeling, vooral het stuk rond de Jutse Plassen. Veel watervogels waaronder een mooie witte reiger, ook geregeld libellen (die zich niet graag laten fotograferen) maar dus ook wel regen. Dat gaf me wel de gelegenheid om het “regenjasje” van mijn Canon eens uit te proberen en dat werkt vrij aardig.