Barebeekwandeling Hofstade

Zaterdag zijn we in Peulis gebleven om een wandeling te doen. Eigenlijk was het meer een verkenningstochtje. Nu het joggen steeds vlotter gaat (en ik hoop dat dat zo zal blijven) moet ik mijn “actieterrein” verleggen.

Het rondje dat ik tot nu toe liep volstaat eigenlijk niet meer. Maar nu heb ik wel een schitterend alternatief gevonden. De route die ik nu gevonden heb is sowieso 5 km lang maar kan vlotjes worden uitgebreid naar 6km, 7km, 8km … Dat laatste zal nog niet voor morgen zijn maar een beetje ambitie hebben mag hè 😉

Zondag hebben we dan een wandeling gekozen uit de verzameling wandelboekjes die we net bij de Vlaams-Brabantse toeristische dienst hebben gekocht, goed voor duizenden wandelkilometers, meestal via wandelknooppunten.

Wij kozen voor de Barebeek wandeling in Hofstade. Geen echte knooppuntenwandeling maar wel eentje met virtuele knooppunten. Die kan je uitstippelen op de website en zo op je wandelgps of in de knooppunten-app gebruiken.

Dat bleek echter niet echt nodig want de wandeling was volledig afgepijld met van die mooie zeshoekige bordjes. We hadden onze auto achtergelaten aan de kerk van Hofstade en zaten al snel op de route.

Het was zeker niet de mooiste wandeling die we al gedaan hebben maar op het einde hadden we toch 8,5 km op onze teller staan en er zijn slechtere manieren om een weekje vakantie af te sluiten.

Ondertussen ben ik trouwens al toe aan een nieuwe vakantie. Het lijkt elk jaar wel drukker en drukker te worden op ’t werk.

Hondenweer

’t Is toch altijd behoorlijk afkicken hè, zo na een vakantie? Ook al vond deze vakantie plaats in mijn “tweede thuis”.

Maar we hebben wel ons best gedaan om er een echte vakantie van te maken.

Deze namiddag wilde ik dan nog gaan wandelen met mijn moeder om de week af te sluiten maar het was geen weer om een hond door te sturen en dus zeker geen moeder ;-).

Ik heb dan maar de loopschoenen aangetrokken om een rondje te lopen. Afgaande op de afgelopen week wilde ik proberen of een 5 km zou lukken.

Mijn Garmin had ik verstopt onder mijn regenjasje en ik heb er pas op gekeken toen ik voor de vijfde keer het getril van de kilometeraanduiding voelde.

Ik moet zeggen dat ik behoorlijk verbaasd was toen ik 32:35 zag staan. Da’s dus weer ruim 9 km/u en dat ik eerlijk gezegd niet verwacht. Maar ik was er wel heel blij mee.

Door de abdijbossen in Westmalle

Vandaag alweer de laatste dag van onze “blijf-thuis-vakantie”. Wat een weekje aan de Reeuwijkse Plassen moest worden is een weekje Peulis geworden.

Maar verder was het een vakantie als alle anderen. Veel gewandeld, een beetje gefietst, een beetje gejogd en vooral … ontspannen.

Voor onze wandeling van vandaag trokken we naar de broeders van Westmalle. Onderweg maakten we een tussenstop in Kessel om mijn bestelling bij het Oudercomité van Basisschool De Ceder op te halen. Zo kreeg ik ook nog eens de kans om collega Leni “in het echt” te zien.

Daarna ging het dus verder naar Westmalle waar de auto achterlieten op de parking van Café Trappisten. Een parking die trouwens vrij goed gevuld was ook al was het café zelf gesloten. Wij volgden een knooppuntenwandeling uit ons Knooppunter.com boekje (99-01-58-59-97-89-36-35-33-34-37-38-39-32-30-99).

Wanneer je domein van de Trappisten betreedt via de sierlijke ingangspoort zie je onmiddellijk een kleine kapel. Dat is de Sint-Bernarduskapel. Deze kapel werd in 1947 opgericht om 14 Britse en Canadese soldaten die in de buurt sneuvelden tijdens de tweede wereldoorlog te gedenken. Maar ze werd ook opgericht als dank omdat de abdij ongeschonden de wereldoorlog was doorgekomen.

Even verder zie je de Abdij Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. De abdij is ontstaan in 1794 toen een groep monniken van de Abdij van La Trappe in Normandië op de vlucht gingen voor de Franse Revolutie. Ze kwamen terecht in een kleine boerderij, Nooitrust. Die deed tot 1836 dienst als klooster tot het de status van abdij kreeg. Daarna volgden vele uitbreidingen waaronder de brouwerij in 1933.

Daarna ging het verder naar de bossen waar we tussen knooppunten 97 en 89 het sanatoriumdomein Lizzy Marsily bereikten. Lizzy Marsily was de hoofdsecretaresse van de Nationale Bond voor Tuberculosebestrijding die in 1920 in een sanatorium stichtte. Het werd ingehuldigd door Koningin Elisabeth.

Onze sandwiches opeten deden we op de Drieboomkensberg. Daar is, in het midden van nergens, een bezinningsplekje gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-ter-Koorts. Dat staat er al sinds 1750. Het werd opgericht door een Engelse Officier die daar in 1746 zwaargewond werd en hoge koorts kreeg tijdens de oorlog tussen Fransen enerzijds en Oostenrijkers, Hollanders en Engelsen anderzijds. Als hij het zou overleven dan zou hij een kapel bouwen. Dat gebeurde dus. De kapel werd in 1800 vernietigd door een storm maar het beeld staat er dus nog altijd.

Na 10 km stonden we terug op de parking die nu nog voller was dan toen wij vertrokken. Een koffietje was welkom geweest maar ja … het zijn nu eenmaal andere tijden.

Ietsje rustiger

Zoals tijdens elke vakantie hebben we het vandaag een beetje rustiger gedaan.

Een beetje langer in bed gelegen, gaan winkelen, de “bungalow” gepoetst …

Oh ja, en ook naar de opticien om een nieuwe bril te gaan kopen. Multifocaal, verkleurend en met gepersonaliseerde glazen … Dat kost tegenwoordig ook stukken van mensen hoor. Hopelijk valt het mee want dit wordt mijn eerste multifocale bril.

Om toch maar aan mijn 10.000 stappen te komen ben ik wel nog eens gaan joggen. Weer mijn toertje van 4,5 km gelopen en weer had ik minder dan 30 minuten nodig. Als ik dat kan aanhouden de komende weken dan ga ik stilaan beginnen met het uitbreiden van mijn toertjes.

De Peulte

Derde dag van mijn vakantie in Bungalowpark De Pieper in Peulis 😉

Na wat huiselijke klusjes in de voormiddag en een bezoekje aan de nabijgelegen Prik & Tik was het deze namiddag tijd voor de dagelijkse wandel- of fietstocht.

Vandaag kozen we weer voor de wandelschoenen. Voor het vertrek moesten we niet ver gaan, dat lag net voor de deur.

Bestemming voor vandaag waren de Peultenbossen.

‘De Peulte’ is een bos gelegen op de grens van Putte, Bonheiden en Sint-Katelijne-Waver. In de 16e eeuw maakte het al deel uit van het Grote Waverwoud, dat gans de streek tussen Lier, Heist-op-den-berg en Rijmenam bestreek. Keizer Karel V (1500-1560), die 15 jaar in Mechelen woonde bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk, had er zijn jachtgebied.

Tot voor tweehonderd jaar sprak men niet van ‘De Peulte” doch wel van de ‘Krankhoevebossen’. Die benaming en de naam van de Grote Krankhoeve aan de overkant van de Mechelbaan, gebouwd in 1712, verwijst waarschijnlijk naar een pesthuisje dat gebouwd werd nabij de Oude Putsebaan.

De zieken uit de stad werden er in de middeleeuwen afgezonderd in een hut in de bossen. Ze werden er, zonder enige vorm van opvang en verzorging, aan hun lot overgelaten.

Heel waarschijnlijk is het gebied in de middeleeuwen eigendom geweest van de ‘Heilige Geestestafels’ van een Mechelse parochie. Na de Franse Revolutie moesten die hun eigendom afstaan aan de Burelen van Weldadigheid (1793), voorlopers van het OCMW (1976). Vanuit de Krankhoeves werd dan eten geleverd aan de lokale ziekenhuizen. Het OCMW van Mechelen is momenteel nog steeds de eigenaar van het gebied.’De Peulte’ en de Grote Krankhoeve vormden destijds een economisch geheel, waarbij ‘De Peulte’ de functie had van productiebos voor de Grote Krankhoeve (hakhout). In 1825 werd de Grote Krankhoeve gescheiden van ‘De Peulte’ door de aanleg van de nieuwe baan Mechelen – Putte.

De naam ‘Peulte’ zou afkomstig zijn van een vervorming van ‘Poli’, een welgestelde familie die rond de jaren 1200 in Mechelen woonde en eigenaar was van het grootste deel van het huidige Peulis. Een andere verklaring verwijst naar het Latijnse woord ‘polus’ wat moeras betekent. De Peultenbossen zijn inderdaad een moerassig overblijfsel van wat ooit een uitgestrekt bosgebied is geweest. (Bron : Natuurpunt Afdeling De Putter)

Ook mooi zonder hyacinten

Het is het cliché der clichés maar aan alle mooie liedjes komt echt wel een eind en dat geldt dus ook voor onze vakantie in Henegouwen. 

Aanvankelijk waren we van plan om onderweg van Froidchapelle naar Peulis een tussenstop te maken in Eigenbrakel en een bezoekje te brengen aan de Leeuw van Waterloo. Dat bleek met alle Coronatoestanden echter niet vanzelfsprekend.

Bovendien was het vandaag de laatste dag van de directeur van Conny en als we een beetje moeite deden dan was het een kleintje om nog een extra tussenstop te maken in Mechelen zodat ze nog afscheid kon nemen.

Daarom besloten we om op weg naar huis even halt te houden in Halle en een wandeling te doen in het Hallerbos. Iedereen kent dat waarschijnlijk van de jaarlijkse volksverhuizing in de lente om naar de tapijten van blauwe boshyacinten te gaan kijken. Maar het bos biedt zoveel meer. Je kan er 3 afgepijlde wandelingen doen waarvan de 7km lange Reebokwandeling de langste is. Uiteraard (😉) kozen wij voor die wandeling. Het bos heeft trouwens een link met Henegouwen. 

De oudste vermelding van het Hallerbos dateert uit 686. De (heilige) Waltrudis, uit het huis der Merovingers, bezat een landgoed op de plek waar nu de stad Halle ligt. Zij schonk dit landgoed in 686 aan het kapittel van de abdij van Bergen die zij in 661 had gesticht. Tot dat landgoed behoorde ook een uitgestrekt bos op de heuvels ten oosten van de stad. Door erfenissen kregen later achtereenvolgens de graven van Henegouwen, de hertogen van Bourgondië en de Habsburgse vorsten voogdijschap over Halle en omgeving. Omdat het zo afgelegen was, lieten de Henegouwse landheren reeds in 1228 het beheer over aan het kapittel van Brussel dat daarvoor 1/3 van de opbrengst kreeg.

In 1648 gaf koning Filips IV van Spanje de stad Halle samen het Hallerbos aan de hertog van Arenberg, als onderpand voor een lening. Toen de koning zijn schuld niet tijdig kon aflossen, verwierf de hertog in 1655 twee derden van het bos, gezamenlijk toen nog 900 bunders groot (d.i. ongeveer 1.125 ha). Het Sint-Waltrudiskapittel van Bergen bleef eigenaar van één derde.

Na een periode van gemeenschappelijk beheer rezen er moeilijkheden tussen beide eigenaars. Om een einde te maken aan de eindeloze ruzies, besloten zij uit onverdeeldheid te treden, en daartoe lieten zij het bos in 1779 opmeten. Ze plaatsten 24 piramidevormige “meerstenen” of grenspalen met aan de ene kant het opschrift SW (“van Sint-Waltrudis”) en aan de andere kant AR (“voor Arenberg”). Daarvan staan er nog altijd negentien stuks op de oorspronkelijke scheidingslijn in het bos. Tezelfdertijd werd vastgesteld dat de totale oppervlakte van het bos op dat ogenblik reeds verminderd was tot 531 bunders (= 644 ha), wegens omvorming tot landbouwgrond.

Tijdens de Franse overheersing werd, als gevolg van de Revolutie, het kapittel van Bergen opgeheven, waardoor de Arenbergs ook in het bezit kwamen van het resterende derde deel. Als eigenaars van nog andere grote bosgebieden (onder meer Heverleebos en Meerdaalwoud) stimuleerden de hertogen een degelijk bosbeheer.

Gedurende de Eerste Wereldoorlog liet de Duitse bezetter alle grote bomen omhakken (onder meer voor hout in de loopgraven), zodat het Hallerbos vrijwel geruïneerd werd achtergelaten. Na de oorlog werd het domein onder sekwester geplaatst en in 1930 kwam het in het bezit van de Belgische Staat, bij wijze van oorlogsschadevergoeding. Het bos is ten slotte herbebost tussen de jaren 1930 en 1950, wat het relatief jeugdig aspect ervan verklaart.

Onteigeningen voor de aanleg van de E19-autosnelweg Brussel-Parijs in 1974 verminderden de oppervlakte van het Hallerbos nog eens met 25 ha. Als gevolg van de Belgische federalisatie werd het bosbeheer in 1983 opgesplitst tussen het Vlaamse (met 511 ha) en het Waalse Gewest (met 48 ha op het grondgebied van Woutersbrakel, gemeente Kasteelbrakel). ( Bron : Wikipedia)

Toen we terug aan onze auto stonden hadden we op de kop af 10 km gestapt. 10 behoorlijk pittige kilometers want er waren behoorlijk wat steile beklimmingen en afdalingen. Maar het waren ook 10 bijzonder mooie en vooral heel rustige kilometers.

Na enkele korte files op de Brusselse Ring waren we trouwens nog ruim op tijd in Mechelen voor het afscheid.

Het aftellen naar de volgende vakantie kan beginnen.

Stad van saxofoons, citadel en martelaren

Vandaag, op onze laatste volledige vakantiedag, een overstapje gemaakt naar buurprovincie Namen en meer bepaald naar Dinant.

Al in de oertijd was de omgeving van Dinant bewoond. Ook de Romeinen en de Kelten waren geen vreemden voor Dinant.

In de 11de eeuw ging Dinant behoren tot de Goede Steden van het prinsbisdom Luik, de tweede in belang. De stad stond bekend om zijn koperslagers, wat tot de belangrijkste beroepen van die tijd behoorde. Dinanderie was een begrip in Europa. zinkerts werd aangevoerd langs de Maas uit Kelmis en werd met koper verwerkt tot messing.

Na een opstand in het kader van de Luiks-Bourgondische Oorlogen lieten hertog Filips de Goede en zijn zoon Karel de Stoute in 1466 de stad plunderen en verwoesten. Karel de Stoute gaf het bevel om het gilde van koperslagers uit te roeien en ze daartoe twee aan twee geboeid in de Maas te werpen. 800 bewoners van de stad vonden daardoor de dood en de stad werd systematisch met de grond gelijkgemaakt. De koperslagers die aan de slachting wisten te ontkomen, verspreidden zich en brachten hun kennis naar andere steden. Pas na Karels dood in 1477 kon een begin worden gemaakt met de reconstructie. De stad kwam opnieuw tot bloei, zij het op een lager pitje.

In de 19e eeuw was dinanderie uit de mode geraakt. De economie heroriënteerde zich op leerlooien en het vervaardigen van speelkaarten, en ook de couques de Dinant verschenen in deze periode.

Van 15 tot en met 22 augustus 1914 werd het naar het zuiden oprukkende Duitse leger bij Dinant gestuit door Franse troepen. De gevechten waren hevig – onder meer luitenant Charles de Gaulle werd gewond afgevoerd. Na het uitschakelen van de Franse weerstand executeerden de Duitsers op 23 augustus 1914 in totaal 674 inwoners van Dinant. Onder deze “franc-tireurs” waren 26 mannen tussen 65 en 75 jaar, 76 vrouwen, en 37 kinderen, met inbegrip van de drie weken oude Félix Fivet. Alice Colin schreef hierover het boek Le sac de Dinant en 1914. Dinant raakte voor 80% verwoest. Door deze wreedheden tegen haar burgerbevolking behoort Dinant tot de zeven Belgische martelaarsteden. (Bron : Wikipedia)

Dinant is ook de geboortestad van Adolphe Sax en dat ze daar trots op zijn (of … dat ze dat uitmelken?) is alom te zien. Alles staat in het teken van de saxofoon.

Ook Joachim Patinir (pionier van de landschapsschilderkunst) en Pater Pire (oprichter van Vredeseilanden en Nobelprijswinnaar) zijn geboren in Dinant.

En dan heb je nog de Citadel van Dinant die je kan bereiken via een télépherique of een trap met 408 treden. Wij hadden in de toeristische dienst echter een foldertje gehaald met daarop 3 stadswandelingen en de wandeling naar de Citadel bracht ons langs de achterkant binnen. Zowel de beklimming als de afdaling waren bijzonder steil maar gelukkig was het niet te warm.

Na de sur les coteaux wandeling hebben we nog de sur les quais wandeling gedaan en om af te sluiten de wandeling Vers Leffe, de abdij van de Norbertijnen, afgewerkt.

Uiteindelijk stonden er 11 km op de teller en konden we de terugreis naar onze bungalow aanvatten. Morgen moeten we helaas al terug naar huis.

Les Lacs de l’Eau d’Heure

De voorspelde hoge temperaturen en de vele klimmeters van gisteren in Thuin deden ons besluiten om het vandaag rustig aan te doen.

De auto mocht een dagje rusten. Onze wandeling voor vandaag vertrok immers aan de voordeur van onze bungalow.

Al vrij snel zaten we aan de oevers van het Lac de l’Eau d’Heure en dat meer zouden we blijven volgen tot aan de Barrage de la Plate Taille.

De Meren van de Eau d’Heure zijn kunstmatig aangelegde meren op het stroomverloop van de Eau d’Heure. Ze ontstonden in de jaren zeventig van de twintigste eeuw.

De meren met een gezamenlijke oppervlakte van 6,17 km² vormen het grootste watergebied in België. In totaal zijn er vijf meren met een gezamenlijke oeverlengte van 70 km.

Het gebied omvat de volgende meren, telkens met hun eigen stuwdam:

  • la Plate Taille
  • meer van Feronval
  • meer van de Eau d’Heure
  • meer van Ry Jaune
  • meer van Falemprise

In dit gebied is La Plate Taille met een oppervlakte van 3,74 km² het grootste meer van België. Bij maximale vulling van het meer kan de diepte 43 m bedragen aan de voet van de helling. Het water van het kunstmatig meer is vrij helder en vaak staat er wat stroming. Het meer herbergt een groot aantal vissen.(Bron: Wikipedia)

Het was onder de bomen naast het meer aangenaam wandelen. Het laatste stuk viel de schaduw echter weg en leek ik een beetje last te krijgen oververhitting. Dat deed ons besluiten om dezelfde weg terug te wandelen. We zouden eerst een andere route nemen maar de kans op schaduw leek ons daar te klein.

Terug aangekomen bij de bungalow hadden we bijna 9 km op de teller. Een goeie douche, een smakelijke hap en de rest van de namiddag genieten op ons schaduwrijk terras van een goed boek en uiteraard ook van de talloze vogeltjes op het grasveldje vóór (en soms zelfs op) ons terras.

Thuin en de hangende tuinen

Er staan een hele hoop zaken op ons to-do-lijstje maar één ding moesten we absoluut zeker afvinken tijdens deze vakantie … een bezoekje aan Thuin en zijn hangende tuinen.

Thuin is een oude stad. Het wordt al in de negende eeuw vermeld onder de naam Tudinium Castellum en was eigendom van de Abdij van Lobbes.

In 888 ging Thuin samen met Lobbes deel uitmaken van het prinsbisdom Luik. De stad bereikte haar grootste bloeiperiode onder prins-bisschop Notger (10e – begin 11e eeuw), die haar snel van indrukwekkende vestingwerken voorzag, gezien haar strategische ligging aan de grens van zijn prinsbisdom. Sindsdien was Thuin de meest westelijke van de Goede Steden van het prinsbisdom Luik.

De Engelse industrieel Thomas Bonehill richtte begin 19e eeuw verschillende metaalfabrieken op in de bossen rond Thuin, waar historisch veel laagovens actief waren. Er was ook een kanonfabriek en een spoorontsluiting via het station Hourpes. De 19e eeuw kende grote spanningen tussen de laagstad, waar de arbeiders woonden, en de bovenstad van aristocraten, religieuzen en militairen. De arbeiders, die werkten in molens op de Biesmelle, in leerlooierijen en in de tabakskweek, werden denigrerend makas genoemd (smeedhamers). Zelf spraken ze over de hoogstedelingen als catulas (dieven).

De kanalisering van de Samber in 1829 zorgde voor tewerkstelling in de scheepsbouw. In Thuin waren niet minder dan vijf werven waar binnenschepen werden gebouwd. Ook de spoorwegen brachten welvaart. Thuin lag op de lijn Parijs-Brussel-Keulen en kreeg mondaine allures toen de gemeente eind 19e eeuw een casino opende. In het kielzog kwam ander vermaak, zoals luxewinkels, pedalo’s en een “strand”. Het casino werd in 1901 gesloten en in 2018 afgebroken. (Bron : Wikipedia)

Vandaag is het een stadje waar je heel mooi kan wandelen maar je mag niet vergeten stevige schoenen aan te doen. Er zijn meerdere stevige beklimmingen, vaak op moeilijk begaanbare kasseien.

Wij hadden bij het Toeristische Dienst een wandelkaart met 3 wandelingen gehaald, telkens vertrekkend aan het Belfort waar die dienst is gevestigd. Onderweg besloot ik om de hangende tuinenwandeling te combineren met de binnenvaartwandeling. Conny zal zeggen dat ik het weer beter wist en dat ik verkeerd ben gelopen maar dat moet je niet geloven hoor 😉.

Wat er ook van is … Thuin is zeker een bezoekje waard. Wij hebben het ons alvast niet beklaagd.

Balade du Grand Cerf

De 14,5 km van gisteren lieten zich nog goed voelen en aangezien ik noch Conny nog jongelingen van 20 jaar zijn (al ziet zij er natuurlijk wel zo uit 😉) mocht het vandaag wat rustiger aan.

We reden een kleine 8 kilometer van onze bungalow naar de Barrage de Féronval om daar de Balade du Grand Cerf te doen, een wandeling van een goeie 8 km.

Vertrekken deden we aan het Jetski-gedeelte van de meren. We waren trouwens al even onderweg toen we doorhadden dat we de wandeling in omgekeerde richting aan ’t doen waren maar op zich was dat geen probleem.

Het was een mooie, rustige wandeling, voornamelijk doorheen schaduwrijke bossen maar wel op een asfalten (fiets)pad.

Niet de meest fotogenieke wandeling ooit maar wel heel rustgevend. Net wat we nodig hadden na gisteren.

Ondertussen zitten we terug in onze bungalow te relaxen en te genieten van de vogeltjes op ons terras. Het is tenslotte zondag.