Langs de spoorlijn en brouwerijen

Het is niet omdat er hier niet wordt geblogd dat er niet wordt gefietst of gewandeld hoor. Maar soms heb je zo van die fietstochtjes die minder fotogeniek zijn of die we al meerdere keren hebben gedaan en dan is het soms moeilijk om de inspiratie te vinden voor een blogpost.

Afgelopen vrijdag echter zijn we nog eens “op verplaatsing” gaan fietsen. We reden daarvoor naar het station van Opwijk. Dat was de startplaats van de Pasar-fietstocht “Volg de spoorlijn … langs brouwerijen”.

Na een tiental kilometer langs de spoorweg en door Opstal bereikten we het Buggenhoutbos. In de 12de eeuw maakte dit bos deel uit van een gigantisch woud genaamd “Beuckenhoudt”. Daar heeft de gemeente Buggenhout haar naam aan te danken. Er staat vooral wintereik in het bos. Nergens in Vlaanderen vind je meer wintereiken.

Even verder zijn we niet van onze route afgeweken om het drie-provinciënpunt in Lippelo te bezoeken. Dat hadden we al eerder te voet gedaan en zo indrukwekkend is dat nu ook weer niet.

In Breendonk passeerden we de Brouwerij Duvel.

Brouwerij Duvel Moortgat is opgericht in 1871 door Jan Leonardus Moortgat. Albert Moortgat nam in 1914 op vierentwintigjarige leeftijd de brouwerij over van zijn overleden broer Jozef Moortgat (1872-1914). Hij lanceerde Victory Ale in 1917.

In de jaren ’30 van de 20e eeuw lanceerde hij de pils Bel Pils.

In 1926 werd Victory Ale tot Duvel omgedoopt “omdat er een duvel in zit”. Na de Tweede Wereldoorlog werd Vedett ontwikkeld, een bier dat in 2003 opnieuw werd gelanceerd. In 1963 begon Duvel Moortgat een lijn abdijbieren onder licentie van de Benedictijnermonniken van Maredsous.

Volgens Patrick Nefors, historicus van het Nationaal Gedenkteken van Breendonk en auteur van Breendonk 1940-1945, had Albert Moortgat nazi-sympathieën, was hij lid van de collaboratiebeweging De Vlag en adverteerde hij in Volk en staat, het blad van de collaboratiepartij VNV (Vlaams-Nationalistisch Verbond). Zijn slogan was ‘Eén volk! Eén staat! Eén bier: Moortgats bier!’.

In de jaren 50 van de 20e eeuw nam Albrecht Moortgat (4 september 1931) de brouwerij over van zijn vader Albert Moortgat. Het was Albrecht, ook wel Bert genoemd, die ervoor zorgde dat de lokale brouwerij nationaal bekend raakte. In 1994 trok hij zich volledig terug uit de brouwerij. Hij overleed 26 april 2011 op 79-jarige leeftijd en had drie dochters waarvan geen van hen actief is in de brouwerij.

In de jaren ’60 van de 20e eeuw begon Duvel Moortgat in bulk geïmporteerde Tuborg van de Deense Brouwerij Carlsberg te bottelen en te verdelen; de samenwerking zou meer dan dertig jaar standhouden.

Verder op de route passeerden we Steenhuffel … thuishaven van de Palm Brouwerij.

De geschiedenis van Palm begint in 1597 met de akte van verkoop van een hofstee. De archieven van de gemeente Steenhuffel vermelden: ene hofstede, gelegen tegenover de Kercke, geheeten Den Hoorn, langs de baene van Aelst naar Mechelen.

Pas in 1747 starten de eerste ‘officiële’ tekenen van brouwactiviteit te Steenhuffel. Een akte van volkstelling onder het ancien régime geeft een opsomming van handelaars en neringdoeners waaronder de afspanningen ‘De Oude Croon’, ‘Het Hoefijzer’ en ‘De Drij Coninghen’. Tevens worden twee brouwerijen ‘De Hoorn’ en ‘De Valck’ vermeld. Brouwerij De Hoorn, eigendom van Jean-Baptiste De Mesmaecker, zal ten slotte in 1929 uitgroeien tot de speciaalbierbrouwerij Palm.

In 1908 trouwt Henriette De Mesmaecker, achterkleindochter van Jean-Baptiste De Mesmaecker met Arthur Van Roy die afstamt van Van Rhode. Deze Arthur Van Roy zal nieuwe impulsen geven aan de bierproductie. Tijdens de opkomst van de pilsbieren blijft hij vasthouden aan zijn traditioneel bier van hoge gisting waarmee hij prioriteit geeft aan de eigenheid van zijn streekbier, boven de eventuele groeikansen van pilsbier.

In de Eerste Wereldoorlog wordt de brouwerij totaal vernield. Arthur Van Roy bouwt ze opnieuw op en maakt ze groter. Hij gelooft dat hij met zijn bier van hoge gisting ook buiten de dorpsgrenzen succes kan boeken. In 1929 geeft hij ‘het bier van Steenhuffel’ de merknaam: ‘Speciale Palm’, Speciale verwijzend naar de bierstijl ‘Special Belge’ en Palm als teken van de overwinning van hoge gistingsbier op het steeds populairdere pils.

In Steenhuffel staat tegenwoordig een moderne brouwfabriek waarmee de groeiende markt voor speciaalbieren kan worden bediend.

In 1974 kwam Jan Toye, neef van Fred Van Roy, aan de leiding van het bedrijf. In 1975 wijzigde de naam van Brouwerij De Hoorn in Brouwerij Palm.

Sinds 1998 is brouwerij Palm ook eigenaar van brouwerij Rodenbach en sinds 2001 van Brouwerij De Gouden Boom.

Bijna terug in Opwijk passeerden we nog ’t Leireken bij Viljan in Steenhuffel waar we stopten voor de lunch.

Een heel leuke fietstocht.

Drache Nationale

Normaal gezien zouden we vandaag gaan fietsen de omgeving van Steenhuffel maar den drâche nationale nodigde niet echt uit om te gaan fietsen.

Dan maar even op de Wandelknooppunten-app gezocht naar een alternatief dat we te voet konden doen en na een beetje zoeken leek Dworp ons wel iets.

Dus de auto in en naar het oude gemeentehuis in Dworp waar de afgepijlde Dworpwandeling begint.

Het was een heel mooie wandeling door bossen en velden, langs boerderijen en holle wegen. Heel mooi maar ook best lastig. Stevige wandelschoenen zijn een must als je deze wandeling doet.

Onderweg naar Dworp hebben we nog flink wat regen gehad maar tijdens de wandeling zelf is er geen druppel gevallen (tenminste als je de druppels die van de bomen vielen niet meetelt 😉)

Meensel Kiezegem ’44

Onlangs zag ik toevallig iets passeren op Facebook dat mijn aandacht trok namelijk reclame voor een oorlogswandeling in Meensel Kiezegem, georganiseerd door Museum44.

Hoewel ik me de details niet meer volledig herinnerde wist ik nog wel dat het iets te maken had met de beste wielrenner ooit … Eddy Merckx.

Uitstekende gelegenheid dus om onze kennis van de vaderlandse geschiedenis te verbeteren en tegelijkertijd te wandelen in een mooie omgeving.

De hele wandeling draaide om een zwarte bladzijde in de geschiedenis die begon op 30 juli 1944.

Meensel-Kiezegem had niet veel te lijden gedurende de oorlog. Er was sinds de landing in Normandië wel meer spanning tussen “witten” en “zwarten”. Op zondag 30 juli reden er drie vreemde fietsers voorbij de dorpsplaats. Buiten het dorp kwamen zij Gaston Merckx , één van de leiders van de zwarte brigade, tegen met enkele hoeve knechten. Er ontwikkelde zich een discussie met als resultaat dat Gaston Merckx werd neergeschoten. De reactie hierop was buiten verhouding. Moeder Merckx eiste op de begrafenis van haar zoon honderd slachtoffers. Dramatisch was wel dat de daders niet van Meensel-Kiezegem waren.

Op 1 augustus hielden gemaskerden en geüniformeerden een eerste razzia: 3 mannen (August Craeninckx, Petrus Vander Meeren en Oscar Beddegenoodts) werden neergeschoten, vier vrouwen, tien mannen , een meisje en een jongetje werden opgepakt. Op 3 augustus werd dan op het kerkhof de eed gezworen Gaston Merckx te wreken.

Waar de razzia van 1 augustus op kleine schaal verliep was deze van 11 augustus strategisch voorbereid. Het bevelschrift werd door het “Sicherheitskorps” o.l.v. Robert Verbelen en Tony Van Dijck uitgevaardigd. Met vele vrachtwagens, Duitsers en collaborateurs werd het dorp omsingeld. Hoeve Schotsmans werd in brand gestoken omdat men vermoedde dat er een Canadese piloot verstopt zat en de boer kwam om in de vlammen.

Juist voor de bevrijding van de streek werden de meesten naar het concentratiekamp van Neuengamme gevoerd. De trieste balans van beide vergeldingsacties was verbijsterend, 4 mensen ter plekke vermoord, 63 inwoners stierven in concentratiekampen en 28 gijzelaars van wie 9 vrouwen en meisjes overleefden de tragedie. De zwaarste tol heeft dit kleine dorp moeten betalen zonder aanwijsbare reden. Daardoor wordt het ook vernoemd, samen met Oradour en Lidice, als één van zwaarst getroffen gemeenschappen in Europa tijdens WOII. (bron : Website N.C.P.G.R Meensel-Kiezegem ’44 vzw)

Ook zonder de historische informatie zou het een heel mooie wandeling zijn geweest maar die geschiedenis gaf het net dat extra tintje. Mooie uitzichten, wandelen door boomgaarden … echt genieten. Gelukkig waren we al om half negen ter plaatse, anders zou het wel eens te warm kunnen zijn geweest.

Trouwens, Gaston Merckx was een oom van Eddy Merckx. Het volledige gezin Merckx (vader, moeder en de broers van Gaston) is veroordeeld voor collaboratie.

De vader van Eddy daarentegen was arbeidsweigeraar. En de moeder van Eddy was koerier voor het verzet.

We gaan zeker nog eens terug. We hebben immers nog 2 tegoedbonnen voor het museum. Een impressie van de wandeling hieronder (het beeld van Eddy Merckx is van de hand van Luc De Blick)

Tuinen

Zo één keer per jaar, ergens in juli of augustus, trekt Conny er op uit met een aantal jeugdvriendinnen op fietsweekend.

Dat was dus afgelopen weekend. Ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om, samen met moeder, twee tuinen te bezoeken.

Afgelopen vrijdag was het de beurt aan de Plantentuin in Meise. Die had ik een tijdje geleden al samen met Conny bezocht. Deze keer heb ik wel een andere wandeling gekozen, een wandeling die, in tegenstelling tot vorige keer, wel door de serres ging.

Ook tante was mee en die heeft, net als moeder, wel genoten van het dagje Meise.

Zaterdag was een rustdag en gisteren ben ik dan, weer met moeder, naar het Arboretum van Wespelaar gereden.

Het Arboretum Wespelaar is een 20 ha groot arboretum Het vormt een uitbreiding van het Domein Herkenrode, dat net ten zuiden ervan ligt. Sinds 2011 is het arboretum op woensdag en zondag van 1 april tot 15 november open voor publiek.

De uitgebreide verzameling is bijeen gebracht door dendroloog Philippe de Spoelberch. De Stichting Arboretum Wespelaar is er in 2007 bij schenking eigenaar van geworden en zorgt voor verdere uitbreiding, onderhoud en openstelling.

De eerste aanplantingen in het arboretum dateren van 1985. Bij reizen en expedities naar alle windstreken werd veel wild plantenmateriaal ingezameld. De bomentuin kon daardoor uitgegroeien tot een plantencollectie van wereldformaat. Ze telt ongeveer 2200 verschillende soorten en variëteiten. Daarvan staat een aantal op de Internationale Rode Lijst van bedreigde soorten van de International Union for Conservation of Nature and Natural Resources (IUCNR). Door kwetsbare en bedreigde planten extra aandacht te geven in de collectie wil het arboretum bijdragen aan het behoud ervan.(bron : Wikipedia)

Wespelaar is niet zo groot als bijvoorbeeld Kalmthout maar het is er wel altijd mooi wandelen. Het arboretum voelt ook heel erg Engels aan. Misschien daarom dat ik er wel graag kom.

Plantentuin Meise:

Arboretum Wespelaar:

Muziek

Kijk je toevallig eens op de kalender en dan zie je dat het plots 8 juli is!

Is er dan niets gebeurd sinds 29 juni? Jawel hoor. Er is uiteraard nog gewerkt en er is naar muziek geluisterd en gekeken.

Het begon afgelopen zaterdag. De derde dag van Rock Werchter, de tweede dag van Na Fir Bolg en de eerste dag van Café Peulis dat voor de tweede keer werd georganiseerd door de Landelijke Gilde van Peulis (125 jaar jong dit jaar) in samenwerking met verschillende verenigingen.

In de namiddag was er al ruimte voor een Free Podium maar wij gingen vooral voor de twee coverbands die later op het programma stonden. Eerst was het de beurt aan Debonair,  een groep uit Peulis met Patrick van Lefty Guitars als frontman.

We zagen ze al eens op de vorige editie van Café Peulis in 2019 en net als toen was het weer genieten. Een beetje throwback naar de jaren ’80 ook. Geen kapsones, geen streken, gewoon drie gasten die zich amuseren op het podium en goeie muziek brengen. Meer moet dat niet zijn.

Volgende groep op het programma was Joe Pilar. Dat de groepsnaam een verwijzing was naar een bepaald biermerk met oorsprong in Jupille werd me pas duidelijk toen ik hun spandoek op het podium zag hangen.

Ook hier weer goeie covers maar dan wel iets ruiger gebracht dan die van Debonair. Toen ze een cover van Belgian Asociality speelden kwam hun leadzanger, Mark Vosté, zelfs meezingen. Conny meende hem kort daarvoor al te hebben herkend maar was niet 100% zeker. Toen hij op het podium stapte waren alle twijfels weg.

Ook zondag stond in het teken van muziek. Deze keer trokken we naar Vorselaar voor de derde dag van Na Fir Bolg. Vroeger een vaste waarde voor mij en toen kon je me daar drie dagen na elkaar terug vinden. De laatste jaren was dat iets minder, deels omdat het programma me minder aansprak, deels omdat het me iets te druk werd (en ook wel omdat er veel te veel mensen naar daar gingen “voor de sfeer” in plaats van voor de muziek).

Afin, dit jaar gingen we dus wel omdat ze als topper op zondag niemand minder dan Amy McDonald hadden en laat me daar nu fan van zijn. Omdat in de late namiddag ook nog The Starlings kwamen optreden maakte mijn moeder, 88 jaar ondertussen, haar debuut op een festival. Het optreden was wel geslaagd maar de drukte op zo’n festivalterrein was minder leuk.

Het festival werd geopend door de Harmonie Verbroedering met gastzangeres Micheline van Hautem. Niet slecht maar de gastzangeres mocht iets minder aanwezig zijn geweest.

Op het kleinere podium mocht daarna lokaal “Nief Talent” Florentien een halfuurtje spelen in afwachting van #Like Me die het grote podium het beste van zich lieten horen. Wij hebben ons toen veilig ver weg van het podium gezet.

Om ervoor te zorgen dat moeder een goeie plaats had voor The Starlings hebben wij Floris & The Flames op het kleine podium aan ons voorbij laten gaan.

The Starlings zelf waren, net als vorige zomer in Heist op den Berg, weer goed. Het is vooral mooi om zien en horen hoe Tom en Kato elkaar zo mooi aanvullen.

Na The Starlings moeder terug naar huis gedaan en tegelijkertijd ook een paar boterhammen gegeten. We misten hierdoor wel Rick De Leeuw maar ja … Toen we terug op het terrein waren konden we nog wel genieten van Sioen die een Zuid-Afrikaanse set kwam spelen en quasi de volledige elpee Graceland van Paul Simon bracht, aangevulde met nummers van zijn eigen elpee uit 2007. Heel genietbaar concert was dat.

Om 22u was het dan tijd voor Amy McDonald. Hierover kan ik kort zijn : vierde keer dat ik haar zag en vierde keer dat het heel goed was.

Op Na Fir Bolg heb ik zelf geen foto’s genomen maar ik ben er een paar gaan pikken op de blog van mijn broer die wel drie dagen is geweest. Het blijft in de familie en dan mag dat hè 😉

Plantin en Moretus

De vakantie is pas drie dagen voorbij maar het lijkt een eeuwigheid.

Gelukkig hebben we nog herinneringen. Eén van die herinneringen moet ik nog delen: ons bezoek aan het Plantin-Moretusmuseum aan de Vrijdagdmarkt in Antwerpen.

In de zestiende eeuw bevond zich hier de boekdrukkerij Plantijn, die door Christoffel Plantijn werd gesticht. Na zijn dood werd de drukkerij overgenomen door zijn schoonzoon Jan I Moretus. De drukkerij werd de ontmoetingsplaats voor tal van geleerden en humanisten, zoals Justus Lipsius en Simon Stevin. In 1876 verkocht Edward Moretus (1804-1880) de drukkerij met volledige inboedel aan de stad Antwerpen en de Belgische staat. Een jaar later, in 1877, kon het publiek het woonhuis en de drukkerij bezoeken.

Nadat het museum in 1944 zwaar beschadigd was door een Duitse V2-raket, werd het in 1951 heropend. In 2002 werd het museum genomineerd als UNESCO werelderfgoed en in 2005 effectief, als eerste museum ooit, op de lijst van werelderfgoed geplaatst, wegens de uitzonderlijk goed bewaarde historische drukkerij uit de zestiende eeuw.

Eind september 2016 heropende het museum na een grondige renovatie en met een nieuwbouw (met leeszaal en depot voor papieren erfgoed die uitkomt op de Heilige Geeststraat. De gevel van deze leeszaal verwijst naar een letterbak.

Het volledige huis is uitgerust met Vlaams meubilair en kunstvoorwerpen en veel houtsnijwerk bekleed met goudleer. De collectie heeft ook een paar interessante doeken van Rubens, die een huisvriend was. In het museum is een schat aan historische boeken en drukken bewaard gebleven. De collectie omvat ruim 30.000 boeken (incunabelen en postincunabelen), originele zetstaven voor notenbalken en muziek.

In de drukkerij staan een aantal authentieke houten drukpersen, waaronder enkele zeer oude Blaeu-drukpersen. Er is een gieterij voor loden drukletters, compleet met een unieke collectie handgietvormen. Daarnaast worden punches en matrijzen bewaard, die worden toegeschreven aan bijvoorbeeld Claude Garamond, Johan Van der Keere en andere beroemde lettersnijders uit de 17e en 18e eeuw. Deze zijn van uitzonderlijk belang als typografisch erfgoed.

Er worden verder ruim 600 historische manuscripten bewaard (o.a. de wereldberoemde Kronieken van Jean Froissart uit de 15de eeuw), enige cartografische wereldbollen naar het model van Gerardus Mercator en enkele atlassen (o.a. het Theatrum Orbis Terrarum van Ortelius).

Ook is vrijwel het complete archief en de boekhouding over de periode dat de drukkerij actief was, bewaard gebleven. Dit is een zeldzame en bijzondere bron van informatie over de sociale geschiedenis van de stad Antwerpen en over de werkomstandigheden van de arbeiders. In een bewaard gebleven arbeidsreglement werden de arbeidstijden beperkt: niet voor vier uur ’s nachts beginnen, en tot ten laatste elf uur ’s avonds. . Handzetters en drukkers stonden op stukloon, en maakten lange werkdagen om hun gezin te kunnen onderhouden. Toch werden drukkersknechten gewoonlijk beter betaald dan hun tijdgenoten. Bron : Wikipedia

Ik moet eerlijk toegeven, tot afgelopen vrijdag kende ik Plantijn en Moretus eigenlijk enkel van hun lei in Borgerhout waar ik, toen ik nog in het centrum van Antwerpen werkte, zo vaak heb staan aanschuiven met de auto.

Maar na dit bezoek ik dus veel slimmer geworden. De audioguide die je kan meenemen vertelt je alles wat je moet weten. Als je er nog niet bent geweest, bezoek het dan zeker eens. Het is absoluut de moeite waard.

Back to business

Het was vanmorgen best moeilijk … vroeg opstaan om te gaan werken.

Inderdaad … werken want de vakantie zit er nu echt wel op.

Hoe hebben we de laatste drie dagen nog doorgebracht?

Wel, vrijdag zijn naar Antwerpen getrokken. Ik had net vóór de vakantie een pakje aangekregen van Stripwinkel Beo. Dat was heel vriendelijk van hen maar ik had niets besteld. Het ging uiteraard om een vergissing en ik had dan ook onmiddellijk laten weten dat ik het pakje wel zou terugbrengen wanneer het paste. Vrijdag leek wel geschikt. Het was toch niet echt weer om te gaan fietsen.

Aangezien we toch in Antwerpen waren hebben we gezellig door de oude stad gekuierd  en zijn we ook naar het Plantin en Moretusmuseum geweest. Een aanrader voor wie er nog niet is geweest. Later meer daarover.

Verder is het altijd prettig om door Antwerpen te lopen, zeker in de minder drukke buurten. Ik ben ook grote fan van de Mariabeelden waarvan er zo’n 160 te vinden zijn in de stad. ’s Middags hebben we gegeten bij de Bomma aan de Willem Ogierplaats (recht tegenover het Steen). Daar kan je lekker ouderwetse kost eten voor een schappelijke prijs. En er hangen trouwens honderden bomma’s aan de muur, allez, ’t is te zeggen, hun foto’s hè, niet lijfelijk. .

Zaterdag was het tijd om wat te gaan shoppen in Mechelen en ook gisteren zijn we nog naar Mechelen geweest om eens, met de fiets, door de Tangent te fietsen.

Er staat nog veel op de planning en het zal nog enkele jaren duren eer de werken afgerond zijn maar maar wat ze tot nu toe al gemaakt hebben is best indrukwekkend.

En ondertussen heb ik dus mijn eerste werkdag al achter de rug. Al bij al is die goed meegevallen.

Fietsen en tuinieren

Het lijkt alsof we gisteren pas zijn teruggekomen van onze midweek op de Veluwe maar neen hoor … de vakantie nadert stilaan al zijn einde ☹.

Vorige zaterdag zo goed als niks gedaan. Met 35°C was het ook geen weer om iets te doen. Zondag dan naar Domein Puyenbroeck in Wachtebeke waar neef Rudy een familiefeestje had georganiseerd voor de “neven en nichten”. Altijd prettig al ben ik eerlijk gezegd niet zo’n fan van zulke dingen.

Maandag was het snoeidag … de klimophaag had een snoeibeurt nodig en daar ben je wel een hele dag zoet mee. Dinsdag dan naar Heist op de Berg om het hoorapparaat binnen te doen voor een onderhoud. Daar hebben we dan een mooie fietstocht aan vast geknoopt via Hulshout en Beerzel zodat we op een kleine 60km uitkwamen.

Woensdag is er weer in de tuin gewerkt. Helaas is de overwinning op het onkruid nog niet in zicht maar we geven ons nog niet gewonnen 😉.

En vandaag vertrokken wel al vroeg richting Mechelen waar bij Beans aan de IJzerleen gingen ontbijten. Dan terug naar de Nekker waar mijn knooppuntentocht van zo’n 40 km begon. Via Muizen en Planckendael ging het naar Hofstade waar we langs het meer reden.

Via Weerde en het Kasteel van Rubens bereikten we Zemst waar in Café Belvedère een frisse cola dronken. Via Boortmeerbeek, Hever en Rijmenam kwamen we aan in Bonheiden waar we een bijzonder smakelijk broodje aten bij Croissy Van Bellinghen.

Thuisgekomen stonden er toch weer ruim 50km op te teller.

Een beetje in mineur

Gisteren werden de voor de vierde en laatste keer verwend door Bas en Valerie. Hotel Vierhouten is een “huiskamerhotel”.

Wat houdt dat in? ’s Morgens kan je in alle rust genieten van een ontbijtbuffet tussen 8u30 en 10u en ’s avonds wordt iedereen om 18u aan tafel verwacht voor een “verrassingsdriegangenmenu”. Iedereen krijgt dus hetzelfde voorgerecht, hetzelfde hoofdgerecht en hetzelfde nagerecht op hetzelfde uur.

Je weet nooit op voorhand wat je gaat krijgen maar het is nu de derde keer dat we er verblijven en we zijn nog nooit teleurgesteld. En er wordt wel rekening gehouden met persoonlijke wensen. Zo kreeg ik, als diabetespatiënt, altijd een aangepast dessert of kreeg Conny nooit rozijnen of pinda’s op haar bord. Met allergieën of dieetvoorschriften wordt dus zeker rekening gehouden.

Wil je ’s avonds nog iets drinken in de bar? Geen probleem, je bedient jezelf en je schrijft op welke drankjes je tijdens het verblijf hebt genomen. Gewoon een kwestie van vertrouwen.

Kortom, een ideale plaats om de Veluwe te verkennen.

Vandaag zouden we, op weg naar huis nog een tussenstop maken om nog een toertje te fietsen maar het is toch snel 220 km autorijden en met de voorspelde warmte van vandaag leek het ons beter om recht naar huis te rijden.

Dat ging goed tot we in de buurt van St. Job in ’t Goor kwamen waar er op de signalisatieborden verscheen dat er tot aan Antwerpen Noord ruim een uur mocht worden bijgeteld. Eén uur dus.

Dan maar de afrit genomen en via een alternatieve route, met tussenstop bij de Trappisten in Westmalle om iets te eten, naar huis gereden.

Omstreeks 14u30, zo’n 5 uur na ons vertrek, kwamen we daar aan.

Korte maar zeer goede vakantie gehad en terugkeren naar Vierhouten doen we zeker. Wanneer weten we nog niet maar dat we het gaan doen, dat staat vast.

Hotel Vierhouten bij Bas en Valerie (www.hotelvierhouten.nl)

Paleis Het Loo

Wat gaat de tijd toch snel tijdens vakanties. Onze derde en laatste volledige dag in de Veluwe ☹.

Vandaag besloten we naar Apeldoorn te fietsen en Paleis Het Loo te bezoeken. Sinds kort is dat weer open voor bezoekers. Sinds 2018 waren immers enkel de tuinen te bezichtigen maar nu kan ook het paleis zelf weer worden bezocht.

Stadhouder Willem III, achterkleinzoon van Willem van Oranje, kocht in 1684 het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo aan, om ernaast een nieuw jachtverblijf op te trekken. Het terrein leent zich bijzonder goed voor een tuinaanleg met waterwerken, vanwege de natuurlijke wateraanvoer vanuit de heuvels. De stadsmeestertimmerman van Leiden, Jacobus Roman (1640-1716), die in 1689 hofarchitect zou worden, ontwierp een vierkant hoofdgebouw (corps de logis) in classicistische stijl, met aan weerszijden ervan zijvleugels. Hoofdgebouw en vleugels waren met elkaar verbonden via halfronde colonnades. Het interieurontwerp is goeddeels van Daniël Marot.

Nadat stadhouder Willem III koning van Engeland was geworden, liet hij het paleis van 1691 tot 1694 uitbreiden met vier paviljoens (een binnen- en een buitenpaviljoen aan weerszijden van het hoofdgebouw) die het hoofdgebouw met de zijvleugels verbonden. De colonnades werden verplaatst naar de nieuw aangelegde tuin. De paviljoens bevatten de koninklijke appartementen van stadhouder Willem III en Mary Stuart, evenals de eetzaal, paleiskapel en schilderijengalerij. Het interieur werd ontworpen door Daniël Marot. De plafondschilderingen zijn van de hand van Johannes Glauber en Gerard de Lairesse. Volgens Jan van Gool werkten Dirk Valkenburg en Dirk Dalens III rond 1700 aan de verfraaiing met vogel- of jachttaferelen.

Het paleis was de zomerresidentie van de Nederlandse stadhouders en koningen van 1686 tot 1975. Het werd voor het laatst bewoond door prinses Margriet en haar echtgenoot Pieter van Vollenhoven.

Van 1977 tot en met 1984 vond een ingrijpende restauratie plaats van het paleis en de tuinen. Het doel was om beide terug te brengen in de oorspronkelijke 17e-eeuwse staat. Daartoe werden enkele aanbouwen uit de 19e en 20e eeuw verwijderd, waaronder de grote eetzaal en de bad- en kleedkamers aan de tuinzijde van het hoofdgebouw. Verder werd het paleis ontdaan van de witte pleisterlaag, zodat de oorspronkelijke baksteen weer tevoorschijn kwam. Ook werd de in de 20e eeuw aangebrachte verdieping op het hoofdgebouw weggehaald. In het paleis werden plafond- en marmerschilderingen uit voorgaande perioden vrijgelegd en waar nodig geretoucheerd. Bij de inrichting werden de stadhouderlijke appartementen van Willem III en zijn echtgenote Mary II op hun oorspronkelijke plaats op de eerste verdieping teruggebracht.

Sinds 8 januari 2018 werd het paleis opnieuw gerenoveerd. Het betrof noodzakelijk onderhoud en uitbreiding van de bezoekersfaciliteiten. Hierbij is ervoor gekozen om waar dit maar mogelijk was alles in de originele staat terug te brengen, waaronder de vertrekken zoals die in gebruik waren door koningin Wilhelmina (het was haar woon- én werkpaleis) en door prins Bernhard, die ’s zomers, samen met zijn echtgenote, koningin Juliana, in Paleis het Loo verbleef. (Bron Wikipedia)

Ten opzichte van de afgelopen twee dagen was het parcours vandaag wel veel heuvelachtiger dan gisteren maar verder even mooi en afwisselend.