Jaarovergang

De laatste week is traditioneel de week waarin je terugkijkt op het afgelopen jaar. Welke wandelingen heb je gedaan? Welke fietstochtjes heb je gemaakt? Zijn de vakanties meegevallen? Wat waren de beste concerten van het afgelopen jaar?

Op die laatste vraag is het antwoord dit jaar simpel. De Top5 (in willekeurige volgorde) waren Novastar (met Geike als voorprogramma), Sea Girls, Kaiser Chiefs, Saxon en het Zesde Metaal. Dat zijn trouwens de enige concerten die we gedaan hebben. Het laatste was op 6 maart, een week vóór de eerste Lockdown.

Die 60 dagen lockdown waren trouwens de lastigste 60 dagen ooit. Het weer was weliswaar aangenaam en ik heb, op mijn dagelijkse wandelingen met moeder, bekende plekjes en onbekende plekjes in de buurt leren kennen.

Maar 60 dagen niet naar Peulis mogen rijden, dat was toch wel heel lastig. In theorie had het misschien wel gekend maar dan loop je er de kantjes af en zo zijn wij niet.

Toen we het Valentijnsweekend gingen doorbrengen in de Moerse Hoeve was Covid-19 nog de ver van ons bed show. Dat was in juni tijdens onze fietsvakantie in Boekelo wel anders. Die vakantie was echter wel heel leuk, al hadden we liever niet door de haartjes van al die processierupsen gefietst.

De septembervakantie hadden we, ook al omwille van Covid-19 al omgeboekt van de Duitse Eiffel naar Henegouwen. Ook een heel leuke (en coronaproof) vakantie, lekker rustig in onze bungalow.

Wat valt er nog te zeggen over dit rare jaar? Dat ik sinds 15 maart slechts 8 dagen naar kantoor ben geweest, dat ik de rest van de tijd thuiswerk en dat ik me daar bijzonder prettig bij voel. Toch wel bijzonder voor iemand die thuiswerken altijd heeft afgestoten. Misschien helpt het ook wel dat ik sinds juli in een landingsbaanproject ben gestapt en nog maar 4/5 werk.

Wat er ook van zij … het jaar zit er bijna op. Hopelijk kunnen we in 2021 terug iets vrijer bewegen. Al heb ik in 2020 meer dan ooit bewogen. Mijn conditie is in jaren zo goed niet meer geweest, ik ben 10kg afgevallen en mijn suikerspiegel staat beter dan ooit.

Feestdagen, kapellen en trage wegen

De eerste fase van het eindejaar is voorbij … de Kerstdagen.

Een beetje anders dan anders dit jaar en we weten allemaal waarom. Donderdag mijn laatste dag verlof opgenomen om te koken. In de voormiddag thuis alvast één en ander bereid om op Kerstdag thuis op te eten.

Na de middag naar Peulis om daar te koken voor Kerstavond. Op het menu : tomatensoep met balletjes, kalkoengebraad met champignonsaus, “groentenkrans” (worteltjes, boontjes en spruitjes) en zelfgemaakte kroketjes (met de Millecroquetes). Enkel de gebakjes van het dessert waren niet zelfgemaakt.

Het werd een rustige Kerstavond, enkel de Zoommeeting met de rest van de schoonfamilie was iets drukker.

Kerstdag zelf ging het dan terug naar Vorselaar voor een gourmet, gevolgd door een Kerstornamentenwandeling en een Kerstbuche. Even dacht ik dat ik dit jaar zou ontsnappen aan mijn geboorteverhaal (dat heb je wanneer je op Kerstmis geboren wordt) maar neen hoor. Onderweg immers nog een nicht tegengekomen. Haar moeder was ook geboren op Kerstmis, net als “onze Rudy” en “onze Noël”. Ze was echter vergeten dat ik ook iemand van de club van 25/12 was en toen volgde het verhaal. Ik ken trouwens nog een achternicht, een collega, een ex-collega en wijlen mijn directie-attaché die ook hun verjaardag mochten vieren. Zo bijzonder is dat dus niet.

Na al die drukte was het gisteren tijd voor een rustmoment. We kozen deze keer voor Wiekevorst. In deze deelgemeente van Heist-op-den-Berg zijn we bizar genoeg nog nooit gaan wandelen.

Op de website van de gemeente vond ik een 6km lange tragewegenwandeling : Langs kapellen, weides en akkers.

Ideaal voor een (vrij gure maar droge) zaterdagnamiddag. Vertrekken deden we aan de kerk. Dan gaat het gedeeltelijk via knooppunten en verder moet je de kaart volgen. Ik had de wandeling snel op de wandelgps gezet.

Het was, ondanks de koude wind, wel genieten. Tussen de weides en akkers zag je hoegenaamd niemand. De kasseistroken voelden nostalgisch aan. Onderweg zagen we naast veel boomkapelletjes ook twee grote kapellen. De eerste is Klein Scherpenheuvel, een kopie van de basiliek van Scherpenheuvel daar gezet in 1842 nadat een koopman er miraculeus uit de handen van struikrovers werd gered.

De tweede kapel is de Krijserskapel. Die werd vroeger veel bezocht door moeders waarvan de baby’s overmatig huilden (“krijsten”).

Barebeekwandeling Hofstade

Zaterdag zijn we in Peulis gebleven om een wandeling te doen. Eigenlijk was het meer een verkenningstochtje. Nu het joggen steeds vlotter gaat (en ik hoop dat dat zo zal blijven) moet ik mijn “actieterrein” verleggen.

Het rondje dat ik tot nu toe liep volstaat eigenlijk niet meer. Maar nu heb ik wel een schitterend alternatief gevonden. De route die ik nu gevonden heb is sowieso 5 km lang maar kan vlotjes worden uitgebreid naar 6km, 7km, 8km … Dat laatste zal nog niet voor morgen zijn maar een beetje ambitie hebben mag hè 😉

Zondag hebben we dan een wandeling gekozen uit de verzameling wandelboekjes die we net bij de Vlaams-Brabantse toeristische dienst hebben gekocht, goed voor duizenden wandelkilometers, meestal via wandelknooppunten.

Wij kozen voor de Barebeek wandeling in Hofstade. Geen echte knooppuntenwandeling maar wel eentje met virtuele knooppunten. Die kan je uitstippelen op de website en zo op je wandelgps of in de knooppunten-app gebruiken.

Dat bleek echter niet echt nodig want de wandeling was volledig afgepijld met van die mooie zeshoekige bordjes. We hadden onze auto achtergelaten aan de kerk van Hofstade en zaten al snel op de route.

Het was zeker niet de mooiste wandeling die we al gedaan hebben maar op het einde hadden we toch 8,5 km op onze teller staan en er zijn slechtere manieren om een weekje vakantie af te sluiten.

Ondertussen ben ik trouwens al toe aan een nieuwe vakantie. Het lijkt elk jaar wel drukker en drukker te worden op ’t werk.

Bokrijk

Na onze enigszins teleurstellende dag van gisteren zouden moeder en ik vandaag gebruik maken van ons Corona-treinticketje om naar Bokrijk te gaan. Maar met een heenreis van 2 uur en een terugreis van minstens even lang en een grote waarschijnlijkheid dat we twee kilometer (enkel) naar de ingang zouden moeten wandelen deden ons besluiten om met de auto te rijden. Dan ben je daar op 45 minuten en sta je vlakbij de ingang.

Bokrijk is op dit moment gratis open voor iedereen en er is een uitgestippelde route die je moet volgen. Je kan wel geen enkel huis bezoeken en de horeca is ook gesloten. De bakkerij is wel open.

Het openluchtmuseum van Bokrijk werd op 12 april 1958 officieel geopend. Een honderdveertigtal gebouwen vormen de kern van de erfgoedcollectie. Naast deze gebouwen bestaat de collectie verder uit gereedschappen en alledaagse gebruiksvoorwerpen. In het totaal omvat dit 30 000 stukken kwetsbaar erfgoed en getuigen van het dagelijkse leven van de 17e eeuw tot 1950.

Jozef Weyns was de bezieler en eerste conservator van het Openluchtmuseum Bokrijk. Weyns was academisch actief rond materiële volkscultuur en heemkunde. Vanwege zijn specialisatie werd hij door het Limburgse provinciebestuur aangetrokken om in 1953 te starten met de uitwerking van het openluchtmuseum. Er was toen reeds een bouwsel opgericht, een langgevelhoeve afkomstig uit Lummen. Deze Wellenshoeve is genoemd naar kunstschilder Charles Wellens, die de oprichting ervan begeleidde en enkele typische attributen toevoegde aan het oorspronkelijke gebouw.

Het openluchtmuseum telt 140 historische gebouwen. De kleinere constructies zoals bakovens of rennen voor pluimvee zijn dan niet meegerekend. Hoewel het oudste gebouw van 1507 dateert, bestaat de collectie hoofdzakelijk uit bouwwerken van de late 17e tot einde 19e eeuw. De nadruk ligt in het bijzonder op landbouwhoven en -schuren. Daarnaast zijn ook dagelijks belangrijke gebouwen voor het dorpsleven (smid, school, kerk, herberg en handwerkersgebouwen) in de collectie opgenomen. Ook is een straat met stadshuizen gerealiseerd.

Tijdens de vroege opbouw van het openluchtmuseum (1953-1958) werd gericht gezocht naar gebouwen van historisch bouwtechnische waarde of gebouwen met typische stijlkenmerken voor een specifieke regio. De meeste gebouwen verkeerden toen reeds in een vergaande staat van verval. Met het oog op latere reconstructie, werden deze vervallen gebouwen afgebroken. Dit verplaatsen was een tijdrovend proces waarbij men elk object nummerde, intekende in een inventaris en bouwplan en vervolgens nauwgezet heropbouwde. Alle gebouwen restaureerde men hierbij tot in hun meest oorspronkelijke kern.

Al komen de gebouwen uit verschillende streken in Vlaanderen, in Bokrijk zijn zij als representatieve dorpskernen samengebracht. Vlaamse dorpen veranderden niet fundamenteel tussen de late middeleeuwen en de Eerste Wereldoorlog. Het museum brengt een beeld van het dorpsleven tijdens de nieuwe tijd en de vroegmoderne tijd. Door de gewijzigde erfgoedwetgeving in België en Vlaanderen mogen gebouwen van historische waarde enkel nog ‘in situ’ geconserveerd worden. Gebouwen uit hun oorspronkelijke context halen en elders opbouwen, kan niet meer. Dit betekent dat de gebouwencollectie van het openluchtmuseum van Bokrijk niet meer aangroeit.(Bron: Wikipedia)

Het was zalig wandelweer en moeder heeft van de uitstap genoten.

Thuisgekomen heb ik nog snel de loopschoenen aangetrokken en ben nog “even” 6 km gaan joggen. Dat ging aan een tempo van 9 km/u best vlotjes.

Het Rivierenhof

Vandaag heb ik ruim 300 km met de auto gereden om te gaan wandelen in … het Rivierenhof in Deurne.

Bedoeling was evenwel om in Gistel aan de Abdij van De Genootschap van de Vrede te gaan wandelen. Moeder was daar lang geleden geweest met haar moeder en zussen (mijn moemoe en mijn tantes dus 😉) en ze wou dat nog wel eens terug zien.

Wij dus in de auto naar Gistel. Daar aangekomen bleek het toch net iets minder imposant te zijn dan vroeger. Bovendien was het er heel winderig en guur (ook al scheen de zon). Echt aangenaam wandelweer was het niet. Ik moet mijn broer die in West-Vlaanderen gaan geloven dat de wind ginder erger is dan hier 😉.

Tijdens het opeten van de boterhammetjes dan maar beslist om terug naar de Kempen te rijden maar wel een tussenstop te maken in Deurne. Het Rivierenhof staat immers ook al een tijdje op de lijst. Met Conny ben ik daar al wel vaker geweest, hetzij om te wandelen in afwachting van een concert hetzij om een concert in het OLT bij te wonen.

De naam die ooit “’t Goed ter Rivieren” was, verwijst naar de aanwezigheid van de door het park meanderende rivier de Grote Schijn (dikwijls “het Groot Schijn” genoemd) en de vijvers die daardoor zijn ontstaan, alsmede naar de nabijgelegen Herentalse Vaart. Het domein werd in de 16e eeuw aangelegd als buitenverblijf. Van 1618 tot 1773 was het eigendom van de jezuïeten. Op het domein bevindt zich nog een gedenksteen hieraan uit 1735: de “jezuïetensteen”. Dit is een brokstuk van de vroegere Ignatiuskerk in Antwerpen (nu de St.-Carolus Borromeuskerk), die in 1718 door een bliksem werd getroffen en afbrandde. In 1773 werd de jezuïetenorde opgeheven.

In 1776 werd het domein openbaar verkocht en kwam het in handen van de bankier Jan Baptist Cogels die het oude kasteel van de Jezuïeten liet afbreken en vervangen door een toen modern kasteel. Twee jaar later, in 1778, kocht hij ook het kasteel Sterckshof, dat naast het domein lag. Nadien ging het domein over naar de zoon Albert Cogels en vervolgens naar diens zoon Georges Cogels. In 1889 werd het domein openbaar verkocht en toegewezen aan Louisa Bosschaert – Cogels.

In 1921 werd het domein onder impuls van provinciegriffier J. Schobbens gekocht door de Provincie Antwerpen, die het vanaf 1923 openstelde voor publiek. Als erkenning voor zijn inzet werd links naast de spiegelvijver voor kasteel Rivierenhof een borstbeeld van Schobbens geplaatst. (Bron: Wikipedia)

De auto achtergelaten aan de hoofdingang aan de Turnhoutsebaan en dan de rode paaltjes route gekozen. Die is 4 km lang en brengt je langs de mooiste plekjes van het park.

Ook deze wandeling is een aanrader. Ook hier was weer weinig volk en dan is het net iets aangenamer wandelen. Uiteindelijk stonden er ook vandaag 4,70 km op de teller.

Landschap De Liereman

Na enkele dagen in Peulis was het woensdag helaas weer de tijd om terug naar Vorselaar te rijden.

Moeder vindt dat uiteraard wel prettig want meestal betekent dat dat er voor haar enkele uitstapjes op het menu staan 😉

Zo kozen we woensdag voor De Liereman, het 4,39 km² grote natuurgebied gelegen op het grondgebied van Oud-Turnhout en Arendonk.

De Ferrariskaart toont aan dat het gebied van De Liereman in 1775 nog bijna onontgonnen was. Het gebied kenmerkte zich door de aanwezigheid van stuifduinen, vennen en moerassen, met in het noorden vooral een natte laagte. Verder waren er een aantal landbouwpercelen, weilanden en bossen. In de omgeving woonden veel heidelandbouwers. Deze lieten hun vee grazen in het domein. Er werd ook turf gestoken als brandstof.

Vanaf de 19e eeuw werd het gebied steeds meer opgesplitst en hetzij bebost, hetzij in cultuur gebracht. Landbouw nam toe, maar in de 20e eeuw werden er ook vakantiewoningen gebouwd. Het aandeel van open water verkleinde hiermee stelselmatig. De Liereman werd in 1940 beschermd als landschap en vanaf 1959 door de gemeente Oud-Turnhout in beheer gegeven van De Wielewaal en later Natuurpunt. De natuurvereniging begon vanaf 1987 met de grootschalige aankoop van delen van het gebied en met beheerswerken.

De Liereman en De Korhaan waren afzonderlijke natuurreservaten, tot ze in 2001 bij ministerieel besluit werden samengevoegd tot één geheel, onder de naam “Landschap De Liereman”. De oppervlakte van De Liereman bedroeg 167 ha en die van De Korhaan 11 ha. Tegelijk werden enkele uitbreidingen erkend, waardoor Landschap De Liereman op dat moment een oppervlakte van 245 ha besloeg. Later zou het gebied nog verder uitbreiden.

Eerder dit jaar werd het kerngebied (ongeveer 170 hectare) van het natuurgebied getroffen door een grote brand. Er werden een zeventigtal brandweerlieden en een blushelikopter ingezet om de brand te bestrijden. Ondanks de inspanningen van de brandweer brandde ongeveer 30 hectare waardevol veengebied af. Er waren vermoedens dat de brand aangestoken was. (Bron: Wikipedia)

Het was er aangenaam en verrassend rustig wandelen. De ondergrond was vaak modderig maar anderzijds was er weinig volk en dat maakte veel goed.

Er zijn 7 wandelingen waaruit je kan kiezen, gaande van 1,60 km tot 17,20 km. Voor mijn 86-jarige moeder was het 4 km lange Echelkuilpad voldoende. Met het stukje van de parking naar het begin van de wandeling en terug was dat toch bijna 5km.

Schavaai

Als ik niet ergens had gelezen dat “schavaai” het dialectwoord voor takkenbos is en dat het tevens de naam is van een uitloper van het machtige Meerdaalwoud dan zou ik gedacht hebben dat het stond voor modder.

Vandaag was de Schavaaiwandeling met vertrek aan de Sint-Hilariuskerk in Bierbeek ons doel. Via een kronkelpad naast een zijbeek van de Molenbeek bereikten we een pad dat ons naar het Bordingenhof leidde. Deze vierkantshoeve werd al in 1389 vermeld.

Het ging verder omhoog naar de Sint-Bernarduskapel. Op weg daar naartoe moesten we wel even door de velden kruipen want het wandelpad stond gewoon volledig onder water.

Tussen akkers ging het verder naar het Mollendaalbos, een uitloper van het Meerdaalwoud en zo verder terug naar de kerk van Bierbeek waar we na bijna 8 km ons schoofzakske konden verorberen.

Eén constante was er gedurende de hele wandeling … modder. Dat maakt zo’n wandeling dan toch een beetje lastiger.

Mijn gloednieuwe Meindl’s hebben een perfecte doop gehad 😉.

De knooppunten: 77 – 78 – 79 – 75 – 74 – 73 – 72 – 71 – 70 – 7 (de kerk in Bierbeek ligt tussen knooppunten 7 en 77)

Historisch Herentals

Als Diabetespatiënt met een zorgtraject moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen om te bewijzen dat je echt wel je best doet om de ziekte zo goed mogelijk te bestrijden. Minstens 1 keer per jaar naar de Endocrinoloog, minstens één keer per jaar afspraak met de Diabetes-educator, geregeld op (bloed)controle bij de huisarts en natuurlijk ook je levensstijl aanpassen. Met veel bewegen heb ik geen moeite, het gewicht onder controle houden was moeilijker.

Daarom heb ik onlangs toch maar besloten om te rade te gaan bij een diëtiste en dat heeft geholpen. De afgelopen drie maanden zijn er verschillende kilo’s verdwenen. Niet door streng te diëten maar wel door anders te eten en vooral anders te snoepen.

Vandaag stond er weer een afspraak met de diëtiste op het programma en twee uur later een afspraak met de huisarts.

De tijd daartussen leek ons een perfecte gelegenheid om de historische stadswandeling van Herentals te doen.

Herentals is de historische hoofdstad van de Kempen. Al in 1150 werd de naam Herenthals vermeld. Het betekent “een heuvel waar hekelteer of haagbeuk groeit”. In 1209 kreeg de stad vrijheidsrechten. In de 14de eeuw verwierf de stad haar grootste welvaart toen de wol- en lakennijverheid een grote bloei kende.

De wandeling vertrekt op de Grote Markt en wordt aangegeven met koperen klinknagels op de grond.

Naast de Lakenhalle met de Belforttoren en het Boerenkrijgmonument zie je onderweg ook de Zandpoort, het Sint-Jozefscollege, de Sint-Waldetrudiskerk, de Bovenpoort, de Stadswallen, de vistrap, het Oude Gasthuis, Kasteel Le Paige, het Sint-Jozefsinstituut, het Begijnhof en de Infirmerie van het Augustijnenklooster. 

Een brochure kan je vinden op https://www.herentals.be/historische-stadswandeling.

De wandeling is 5 km lang.

En voor ik het vergeet … zowel de rapportcijfers van de diëtiste als van de huisarts waren bijzonder goed. Ik mag overgaan naar het volgende jaar 😉

Mechelen Muurt

De laatste vakantiedagen van het jaar worden deze week opgebruikt. Tijd genoeg om veel te bewegen dus.

Vrijdag viel er echt niet te wandelen. In Vorselaar heeft het nagenoeg heel de dag geregend. Niet altijd even hard maar wel altijd te hard om te gaan wandelen.

Zaterdag dan voor een paar dagen naar Peulis getrokken. Wandelen hebben we niet gedaan maar ik heb wel mijn afstandsrecord joggen scherper gesteld. Er is een tijd geweest dat ik vrij vlot 20 km kon lopen maar dat is ondertussen 10 jaar geleden. Sinds kort gaat het joggen echter terug beter en beter en dat heb ik zaterdag dus gevierd met een 6km loop (aan een tempo van 9 km/u) en daar ben ik best wel blij mee.

Gisteren zijn Conny en ik dan naar Mechelen getrokken. Niet voor de koopzondag maar wel voor de StreetArt-wandeling in het kader van het project Mechelen Muurt. Op 10 plekken in de stad kan je een muurschildering bewonderen. Nu ja, eigenlijk op meerdere plekken hebben we gemerkt maar enkel die 10 muren doen mee aan het project.

De wandelroute op zich is niet zo lang maar wij hebben er dan nog enkele stukjes aan toegevoegd zodat er op het einde toch meer dan 7km op onze teller stonden.

Het is zeker een aanrader. Je komt op plekjes in Mechelen waar je anders misschien niet zou komen.

De 10 deelnemende muren:

  • Imagine van Samuel Vanderveken
  • Pelikaan van Dzia
  • Mechels fruit van KreaShit
  • Elsewhere van Strook
  • Floral Skullball van Mark Goss
  • The Freeway van Sam Scarpulla
  • Onderwaterhond van Smates
  • Alicia Duermevan Milu Correch
  • 1 Mijl onder zee van Shamisa Debroey
  • The Gift van Gijs Vanhee

Enkele andere schilderingen die we gevonden hebben:

De wandelroute:

Alsberg en Walenbos

Na onze glibberpartij van gisteren leek het er op dat we vandaag iets minder zouden schuiven. 

Vandaag zouden we de Alsberg en omgeving verkennen. We zouden de Alsbergwandeling doen maar dan wel met een kleine uitbreiding zodat we een paar kilometer meer op de teller zouden hebben.

Het begin, de beklimming naar de Vlooybergtoren , was wel een beetje schuiven maar dat viel best mee. De zwevende trap is gemaakt uit roestvrij Cortenstaal, met een kleur die verwijst naar het ijzerzandsteenerfgoed. Hij is ruim 20 m lang en 11 m hoog. De uitkijktrap staat op één van de hoogst gelegen locaties, ongeveer 80 m, van het Hageland. Bij helder weer kan je vanop de toren in het westen de koeltorens van Electrabel zien in Vilvoorde en de schachten van de Limburgse koolmijnen in het oosten. Vandaag waren we al blij dat we de kerk van Tielt-Winge zagen 😉.

Daarna gingen we door de velden naar het Walenbos. Met 500 ha is dit natuurreservaat is een relatief jong reservaat, het gebied was tot het midden van de jaren 70 volledig eigendom van een groot aantal privé-eigenaars. Het grootste stuk van het Walenbos wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het bos herbergt het grootste elzenbroekbos van Vlaanderen. De naam van het bos zou verwijzen naar de zompige, natte ondergrond van het gebied en dus niet naar onze landgenoten van onder de taalgrens.

Zompig was het er zeker wel. Niet zo erg als gisteren maar soms voelde ik me wel Kevin Van der Perren.

Ondanks het grijze weer was het wel een heel mooie wandeling. Het grijze weer zorgde voor een speciale sfeer. We hebben trouwens ook veel maretakkenbollen gezien. Veel culturen kenden de maretak magische krachten toe. Iedereen kent wel “kiss beneath the mistletoe”. In de Keltische en Germaanse cultuur was de maretak zelfs een heilige plant. Groeide de maretak op een heilige eik dan werd dit gezien als een geschenk van God. En wat misschien nog belangrijker is … het is één van de ingrediënten die Panoramix gebruikt om de toverdrank van dat ene kleine Gallische dorp te maken.

De wandeling via knooppunten: 206 – 204 – 203 – 202 – 201 – 244 – 243 – 23 – 24 – 25 – 26 – 206