KWB Keerbergen

Wat gaan die weekends toch altijd (te) snel voorbij hè? Zelfs wanneer ze drie dagen duren zoals bij mij het geval is.

Vanochtend, ondanks de tuinwerken van gisteren, zijn we opgestaan met redelijk weinig spierpijntjes. Dat was vorige week wel anders.

Onze wandeling vandaag bracht ons naar Keerbergen. Daar organiseert de plaatselijke KWB altijd hun jaarlijkse wandeling. Helaas kan deze om één of andere reden (iets met Covid of zoiets?) niet doorgaan.

De mannen van de KWB hadden hier wel een mooie oplossing. Met vertrek aan GC Den Bussel hadden ze drie wandellussen voorzien, 2 van telkens 7 km en 1 van 9 km. Ook een “kidswalk” kon je er doen.

Elke wandeling was perfect afgepijld. Wij kozen voor lus 2 omdat die langs de Dijle ging en we wandelen graag langs het water.

Keerbergen is voor ons geen onbekend terrein als het wandelen aankomt maar toch hebben we precies weer veel onbekende hoekjes van Keerbergen gezien. De pijltjes blijven hangen tot 6 maart dus waarschijnlijk gaan we volgend weekend ook nog een wandelingetje meepikken. We hebben ze in ieder geval gedownload van de website (https://www.kwbkeerbergen.be/events/wandeldag/) dus in het slechtste geval kan ik ze nog altijd “reproduceren” op mijn wandelgps.

Ontspannen

Hoe ontspan je jezelf na (alweer) een drukke en lastige werkweek?

Wandelen is uiteraard een prima manier om tot rust te komen. Maar ook tuinieren is dat sinds vorig jaar ook. Het lijkt een karwei … de dorre planten van vorig jaar verwijderen, onkruid wieden en nog eens wieden en nog eens wieden. Maar het heeft op ons wel een rustgevend effect. Enkele uurtjes werken in de tuin, zien dat onder die dorre plantenresten al “nieuw leven” komt piepen. Het is mooi.

Na dat tuinieren kan je dan ook altijd nog gaan wandelen. Dat deden wij vandaag ook. Nog even een uurtje wandelen in Peulis. Mijn nieuwe vriend, de buizerd, was er ook weer. Maar we hebben ook nieuw leven gezien. Zo van die schattige lammetjes (smelt smelt). Ik was ook nog net op tijd om de Bonte specht op de gevoelige plaat vast te leggen.

We zagen ook nog een rat de straat oversteken maar daarvoor was ik net te laat.

Close encounters of the wanted/unwanted kind

Na onze wandeldag in Zoutleeuw van vrijdag was het gisteren de hoogste tijd om eens een dagje in de tuin te werken. De lente is in zicht en er moet nog een hoop gebeuren om de tuin klaar te krijgen. Grassen moeten worden gesnoeid. Onkruid moet worden uitgedaan. Daar zijn we nog wel enkele weekends zoet mee.

Het is misschien een karwei voor velen, voor Conny en mezelf is het pure ontspanning na een drukke werkweek. Oké, de volgende dag voel je altijd wel weer een paar spiertjes waarvan je niet wist dat je ze had maar het blijft ontspannend. Zelfs het wassen van de auto’s, waarmee we onze “klusjesdag” hebben afgesloten was ontspannend. Niet gewandeld maar ’s avonds hadden we toch onze 10.000 stappen gehaald.

Vandaag zijn we de dag begonnen met een ochtendwandeling. Het was er het weer voor. We zouden vertrekken door het Peulisbos maar als de helft van het wandelpad onder water staat dan zit er niets anders op dan op je stappen terugkeren en een alternatief zoeken. Gelukkig kan je in Peulis heel mooie wandelingen maken.

We waren trouwens in mooi gezelschap. Gedurende een deel van de wandeling zagen we een zestal buizerds (denk ik toch) boven ons cirkelen. Zelfs met de 500 mm telelens leken ze ver weg maar het heeft toch wel een paar mooie foto’s opgeleverd. Het is er aan te merken dat de lente in aantocht is. De vogeltjes waren heel actief. En je wordt om de oren geslagen met krokussen.

Ook tijdens de wandeling in Vorselaar die ik deze namiddag nog maakt met mijn moeder had ik een “close encounter” maar daar was ik net te laat met de camera. Anders had ik hier ook een mooie foto van een eekhoorntje kunnen tonen.

Mijn derde “close encounter” van de dag was er eentje van de minder aangename soort. Op weg van Peulis naar Vorselaar zag ik in Bouwel iets naast de auto in de wei lopen. Voor ik door had dat het om een jonge ree ging had dat dier al besloten om de straat over te steken. Hij maakte een enorme sprong maar helaas was die niet hoog genoeg om mijn auto te missen. Resultaat : één geschrokken chauffeur, één geschrokken ree en één afgebroken spiegel. Het dier had zijn weg al verdergezet vóór ik mijn aanrijdingsformulier uit het handschoenkastje had gehaald 😊.

Al bij al lijkt de schade nog mee te vallen. Maar het is in ieder geval weer een hoop last.

Zoutleeuw

Nadat we vanochtend mijne Focus hadden achtergelaten bij mijn nieuwe garage (Ford Feyaerts in Haacht) met de auto van Conny verder gereden naar Zoutleeuw.

We hadden nog eens zin (en behoefte) aan een langere wandeling en Zoutleeuw leek ons wel wat. We kozen dus voor Wandeling 37 uit Lannoo’s Groot Wandelboek van Vlaanderen.

Parkeren deden we aan het Provinciaal Domein Het Vinne. Het Vinne is ontstaan rond een 4 meter diepe turfkuil. In 1841 werd begonnen met het droogleggen van deze kuil.  In 1844 werd ongeveer 100 hectare vrijgemaakt voor landbouw.  De nv Union Allumetières uit Geraardsbergen beboste het gebied met Canadapopulieren voor luciferproductie. De winstmarges waren echter teleurstellend en in 1974 werden de gronden aangekocht door de provincie Brabant. In 2004-2005 werd het Vinne omgebouwd tot het grootste “natuurlijke” binnenmeer van Vlaanderen.

Wij gingen echter de andere kant uit, richting het centrum van Zoutleeuw. Zoutleeuw was tussen de 13e en de 16e eeuw één van de grote handelscentra van het hertogdom Brabant. De Gete verbond de haven van Zoutleeuw met de “rest van de wereld”. Zo’n 400 schepen legden in de 14e eeuw jaarlijks aan in Zoutleeuw. Vooral graan, steenkool en wijn werden verscheept. Haring en zout werden in grote hoeveelheden aangevoerd. Mogelijk stamt de naam Zout-leeuw af van die aanvoer.

Nu is Zoutleeuw een heel aangenaam en pittoresk stadje. Zo’n stadje dat je nog wel eens wil bezoeken in de zomer of zo.

Via de velden en boomgaarden en omringd door sneeuwklokjes, kuierden we rustig verder om zo’n drieënhalf uur later terug aan onze auto staan.

Moe maar tevreden konden we de terugweg naar Peulis aanvatten. Onderweg nog gestopt aan de garage om de Focus terug af te halen.

Sneeuw

Het is nu bijna een jaar dat ik, op 8 dagen na, thuis werk. En dat bevalt me dus prima maar afgelopen week beviel het me net dat beetje meer.

Ik zie graag sneeuw maar enkel en alleen wanneer die naast de baan valt. En dat doet die meestal niet. Maar als je dan niet naar Antwerpen moet dan maakt dat minder uit hè.

En ’s avonds kon een wandeling toch nog wel. Tenminste als je een route kiest over sneeuwvrij gemaakte fietspaden. Gelukkig zijn ze daar in Vorselaar, met een paar duizend leerlingen die elke dag naar school komen (tenminste als ze mogen omwille van Covid-19), vrij goed in.

Ook het afgelopen weekend was het in Peulis ondanks de gure wind toch wel genieten van de wandelingen door het sneeuwlandschap. Bijna even hard genieten als van het voederplankje bij Conny in de tuin. Daar kan ik ook uren naar kijken. Koolmeesjes, pimpelmezen, vinken, een roodborstje … het is er soms heel erg druk.

Toch zal ik, net als de kat, blij zijn wanneer de sneeuw terug weg is. Ik zal dan wel naar mijn fotootjes kijken.

Vier seizoenen

Is het jullie de laatste jaren ook opgevallen dat de seizoenen lijken te verschuiven? De afgelopen dagen leken de vier seizoenen elkaar dan weer snel op te volgen.

Vrijdagnamiddag leek het lente toen ik, na een zenuwslopend maar succesvol bezoek aan de autokeuring met het 12 jaar oude dieseltje van ons moeder, nog een wandeling van zo’n 5 km met haar deed door Vorselaar voor ik de verplaatsing maakte naar Peulis. Heel aangenaam wandelweer was dat.

Gisteren was het dan weer miezerig herfstweer toen Conny en ik vertrokken vanop de parking van Kloosterheide op de grens van Lier en Kessel. We wilden absoluut een moddervrije wandeling en dan is het jaagpad tussen Kessel en Berlaar perfect. Het weer was dat niet. Het eerste uur hadden we toch vrij veel regen en een gure wind erbij. Maar de overstroomde weilanden en de duizenden (?) vogels maakten veel goed. De terugweg via de Bartstraat was gelukkiger iets droger (en zonder gure wind).

En onze ochtendwandeling van 5 km die we vandaag in Peulis maakten was dan weer winters wit en koud. Hoogtepunt van deze wandeling was de winterooievaar die we onderweg hebben gezien. Hoewel het merendeel van de ooievaars jaarlijks de trek naar het zuiden maken zijn er altijd exemplaren die de tocht niet aanvatten en gewoon hier blijven. Waarom ze dat doen blijkt niet duidelijk te zijn.

De ooievaar die wij hadden moet wel goeie sokken hebben gehad want bij -2°C in een plas water gaan staan … daar begin ik niet aan 😉

Dus lente, herfst en winter op drie dagen. En die zomer?

Tja, dat ben ik zelf hè … altijd het zonnetje in huis (hihi).