Elfstedentocht Rustdag

Onze roadbook gaf voor vandaag als opties een bezoekje aan de Waddeneilandjes Vlieland of Terschelling.

Wij gaven echter de voorkeur aan het ontdekken van Franeker.

Franeker staat bekend als academische stad. In de 16de eeuw werd er een universiteit opgericht met de studierichtingen theologie, rechten, medicijnen, klassieke talen, wijsbegeerte en wis- en natuurkunde. Het was na Leiden de tweede universiteit in Nederland. Napoleon heeft ze in 1811 gesloten.

Franeker heeft ook 2 kleine maar heel interessante museums.

Het eerste is het Martena museum. Het museum is gevestigd in de Martenastins, een stins die in 1498 in opdracht van de Friese edelman Hessel van Martena (ca. 1460-1517) is gebouwd. Het herbergt de historische collectie van de stad Franeker, de collectie over de voormalige Universiteit van Franeker en bezit ook de grootste collectie over en van de wetenschapper Anna Maria van Schurman. Zij was de eerste vrouwelijke universiteitsstudente in Nederland. In haar vroege jeugd woonde zij samen met haar familie in de Martenastins.

Van Schurman sloot zich in 1669 aan bij de door Jean de Labadie (1610-1674) gestichte mystieke sekte van labadisten en vertrok naar Amsterdam. Die kennen we omdat we eerder deze week nog in Wieuwerd waren en daar de mummies zagen.

Het tweede museum is het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium. Eise Eisinga was, net als zijn vader, een wolkammer. Maar hij had een grote interesse in wiskunde en wetenschap.

Toen zich in 1774 een conjunctie van de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter zou voordoen, gaf dominee Eelko Alta uit Bozum anoniem een boekje uit, Philosophische bedenkingen over de conjuctie van de planeten Jupiter (enz.). In dat boek voorspelde hij dat deze hemellichamen op 8 mei 1774 op elkaar zouden botsen. De aarde zou hierdoor uit haar baan worden geslingerd en zou in de zon verbranden. Door deze voorspelling ontstond onrust in Friesland.

Bij Eisinga ontstond idee om een bewegend schaalmodel van het zonnestelsel te bouwen in zijn woonkamer. Het raderwerk hing hij op aan de zoldering en werkte hij weg achter het blauwgeschilderde ‘hemelplein’ waarin de planeten draaien. Boven de bedstee stond het slingeruurwerk dat met een regulateur de omlooptijden regelde van de op dat moment bekende planeten: Mercurius, Venus, de aarde, Mars, Jupiter en Saturnus. De planeten hingen als bollen in de kamer en waren aan de ‘zonzijde’ goudkleurig beschilderd. De aarde was voorzien van een cirkelende maan.

In het plafond en de wand boven de bedstee was een aantal wijzerplaten en een planisfeer aangebracht. Hierop is onder meer informatie af te lezen over de maan, zoals de schijngestalten, de op- en ondergang en de stand van de maan. Van de zon worden de momenten van zonsopkomst en ondergang getoond. Ook toont het de tekens van de dierenriem, de dag van de week en het jaar volgens de Christelijke jaartelling.

En dat ding werkt ondertussen dus nog altijd. Heel erg indrukwekkend.

En zo zit onze “rustdag” er dus ook op. Nu ja, “rusten” … we hebben toch ruim 8 km gestapt vandaag. Het is hier behoorlijk warm maar het Friese windje zorgt wel voor verfrissing.

Elfstedentocht Etappe 4

Voor we vandaag aan onze vierde etappe begonnen lieten we de fietsen nog even staan bij Het Weeshuis, het hotel waar we de nacht hadden doorgebracht.

We hebben eerst nog een korte wandeling door Bolsward gemaakt. Dat zat er gisteren na de 65 km niet meer in.

Bolsward is ontstaan op een drietal terpen, waarvan in ieder geval de oudste (waar de Sint Maartenskerk op staat) dateert van voor het begin van de jaartelling.

Bolsward kreeg van Filips de Goede in 1455 stadsrechten mede dankzij de redenaar pater Brugman. Bolsward was een Hanzestad, maar was voor de afzet van de Friese zuivel aangewezen op de Hollandse steden. Zo kwam de stad tot welvaart. Het stadhuis van Bolsward, dat gebouwd werd rond 1615, is een teken van de bloei van de stad in de zeventiende eeuw. Het werd in 1765 vergroot en verfraaid in rococostijl. (bron: wikipedia)

De eerste 10 km van Bolsward naar Makkum waren lastig. Er was een stevige tegenwind en die kilometers van gisteren zaten ook nog in de benen. Het voordeel van de wind is dan wel dat het niet te warm wordt.

Na 25 km was het tijd om in Kimswerd iets te gaan eten. Harlingen zou niet zo ver meer zijn maar Herberg De Groate Pier zag er heel leuk en gezellig uit.

Na 30 km kwamen we aan in Harlingen, ook één van de elfsteden.

De naam Harlingen is vermoedelijk afkomstig van de state Harlinga. In 1311 kwam “Harlingen” voor in Engelse havenregisters. In 1579 ondertekenden afgezanten van de stad de Unie van Utrecht en op 22 december 1634 ontving Harlingen zijn octrooi van de Staten van Friesland voor Groenlandsch- en Straat Daevids-visscherij. Nu is het vooral de vertrekplaats voor de veerdiensten naar Terschelling en Vlieland. Het is de geboorteplaats van Hotze Schul, één van de beste kaatsspelers van Europa. Hij is er overleden in 2005. In 2000 werd hij verkozen tot kaatser van de eeuw.

Elfstedentocht etappe 3

Vandaag stond de koniginnerit op het programma, van Wijckel naar Bolsward, goed voor bijna 65km. Als je dan in het routeboekje leest dat er een alternatieve route is wanneer er veel wind is dan ben je toch een beetje ongerust.

Er was uiteraard wind maar het zal maar een 2 Bft of zoiets geweest zijn. Die hadden we dan wel de eerste 30 km tegen maar gelukkig de laatste 35 km in de rug.

Na 15 km fietsen zaten we aan het IJsselmeer. Het IJsselmeer ontstond door het afsluiten van een deel van de Zuiderzee. De Afsluitdijk werd voltooid op 28 mei 1932 en de officiële naamsverandering van het afgesloten deel van de Zuiderzee vond plaats op 20 september 1932.

In Laaxum, het kleinste vissershaventje aan het IJsselmeer, wilden we een koffietje gaan drinken maar daarvoor waren we een uurtje te vroeg.

Dan maar verder fietsen naar Stavoren waar we wel iets vonden.

Stavoren is een voormalige Hanzestad en was tijdens de hoge middeleeuwen een belangrijke handelshaven. Een bekende sage is die van Het Vrouwtje van Stavoren. Daarin wordt een verklaring gegeven voor het verval van de handelspositie van de stad aan het einde van de middeleeuwen.

Ondanks haar enorme rijkdom was ze niet tevreden, ze wilde het kostbaarste bezit dat er te vinden was en stuurde een schipper eropuit om dat te halen. Deze kwam na lang zoeken thuis met een lading graan uit Danzig, dat hem waardevoller dan goud leek. Het vrouwtje zag het niet als het waardevolste dat er bestond. Woedend vroeg ze: “Aan welke zijde heb je het graan ontvangen?” “Aan stuurboordzijde.” “Gooi het dan aan bakboordzijde in zee!” Een voorbijganger die dat hoorde zei haar dat niet te doen; zou ze ooit zelf in de bedelstand vervallen, dan zou haar het graan wel goud toeschijnen. Hierop haalde zij de gouden ring van haar vinger en gooide hem met een grote boog in zee. Ze voegde hieraan toe: “Net zomin dat ik deze gouden ring ooit nog terug zal zien, zal ik in de bedelstand vervallen.” Op een dag kwam een van haar dienaren naar haar met een gevangen vis, met in de maag van die vis haar eigen gouden ring. Vanaf dat moment keerde haar lot. Ten slotte eindigde zij in grote armoede.

Via Hindeloopen bereikten we Workum. Een heel gezellig hanzestadje.

Na 64 km bereikten we Bolsward waar we overnachten in Het Weeshuis. Alweer een toffe locatie maar ik was iets minder te spreken over de lunch. Het was voor iedereen dezelfde menu. Dat zijn we gewoon van Hotel Vierhouten in de Veluwe.

Maar hier stond op die menu: Linzensoep, Bulgur met kop, Griekse sla met Turkse Feta, een portie gestoofde groenten en Tsatsiki. Dat is dus echt niks voor mij.

Elfstedentocht etappe 2

Voor onze tweede etappe vertrokken we via Sneek. Het was nog vroeg en er was weinig open. We passeerden wel de KING-fabriek, je weet wel, de lekkere pepermuntjes. Die ruik je trouwens al van ver.

Dan ging het verder naar Langweer waar we een drankpauze namen. We hadden dan ook al een oversteek met een pontje gehad. Toch zeker een dikke 50 meter.

In Sint Nicolaasga zagen we de Sint Nicolaaskerk, een katholieke kerk. Friesland is van oudsher protestant maar de adel was wel katholiek. Sint Nicolaasga is één van de vijf katholieke “enclaves” in Friesland.

Lunchen deden we in Sloten. Met zo’n 700 inwoners is Sloten de kleinste van de elf steden. Het ontstond in de 13de eeuw en heeft zijn historisch karakter goed weten te bewaren.

Voor een laatste drankpauze stopten we in Oudemirdum waar het terras vol zat met fietsers.

De laatste kilometers naar onze B&B gingen door de Boswachterij Gaasterland.

We eindigden met 60 kilometers op de teller.

Friesland Avondetappe 1

Zoals wel meer gebeurt bij een etappenkoers heb je soms ook een avondetappe.

Dat hebben wij gisteren ook gedaan door een kleine wandeling door IJlst te maken.

Ruim een eeuw lang was de fabriek Nooitgedagt de grootste werkgever van de stad. In 1865 begon Jan-Jarings Nooitgedagt in IJlst met het maken van schaatsen en schaven. Het Bedrijf groeide en het assortiment werd in de loop der tijd uitgebreid met houtbewerkingsgereedschappen en houten speelgoed. De fabriek nam een prominente plek in binnen de stad maar rond 1990 verhuisde de fabriek naar het industrieterrein. Delen van de oude fabriek zijn inmiddels gesloopt. Er staat nog één oud gebouw, het zogenoemde ‘giele stientsjes’-gebouw, de eerste Nooitgedagt-fabriek. Dit gebouw is gerenoveerd. Het laatst gebouwde authentieke fabrieksgebouw – het eerste in Nederland dat helemaal van beton werd vervaardigd – is medio oktober 2004 gesloopt.

Begin 21e eeuw hield de firma Nooitgedagt op te bestaan door een overname en een aantal jaren later gesloten. In het nieuwe gebouw werd een ander bedrijf gevestigd. Saillant detail is dat er zo’n tien jaar is gediscussieerd over het invullen van het oorspronkelijke fabrieksterrein. Al die tijd stond het gebouw er leeg en verpauperd bij.

Sinds oktober 2004 was er een discussie gaande over het behoud van de oude fabrieksschoorsteen. In 2007 werd de schoorsteen gerenoveerd, waarbij deze tot de oorspronkelijke hoogte is teruggebracht. Echter niet zoals vroeger gemetseld, maar in de vorm van een stalen skeletsel (kunstwerk).

Een deel van IJlst is een beschermd stadsgezicht, een van de beschermde stads- en dorpsgezichten in Friesland. Het is bekend om haar aan het water grenzende tuintjes, de “bleken” of “overtuinen” geheten. Deze liggen langs de rivier de Ee die de centrale as van de stad vormt en het karakter heeft van een gracht. De weg loopt hier pal langs de huizen en aan de overkant liggen de overtuinen die bij de huizen horen. Deze tuinen werden vroeger gebruikt om de was te bleken en zijn voor een deel nog steeds in particuliere handen. (Bron : Wikipedia)

Elfstedentocht Etappe 1

Gisteren hebben we de verplaatsing gemaakt van Peuis naar Leeuwarden. Een heel rustige rit trouwens.

En in Leeuwarden zijn we vanochtend, onder grijze wolken en een miezerig regentje, begonnen aan onze Elfstedentocht.

De Elfstedentocht (Fries: Alvestêdetocht) is een bijna 200 kilometer lange schaatstocht over natuurijs die wordt georganiseerd door de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Vanwege de afstand en vanwege het heroïsche karakter wordt de Elfstedentocht ook wel “De Tocht der Tochten” genoemd. Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, is vanouds de start- en aankomstplaats.

De Elfstedentocht werd voor het eerst (officieel) in 1909 gereden en wordt maximaal eenmaal per winter gehouden. In totaal is de tocht tot nu toe vijftien maal verreden. De meest recente tocht vond plaats in 1997. Er heeft nog nooit zo veel tijd tussen twee edities gezeten als nu. (bron: wikipedia)

Uiteraard gaan wij ‘m niet schaatsen maar fietsen en wij doen het in verschillende etappes.

Vandaag fietsten we een kleine 45 km van Leeuwarden naar IJlst.

Het is hier uiteraard heel mooi fietsen met vergezichten en charmante dorpjes. Helaas is er ook altijd de wind maar vandaag blies die voornamelijk uit de goede richting.

Onze eerste stop was in Mantgum dat een beschermd dorpsgezicht heeft met vele rentenierswoningen.

Tweede stop was de kerktoren van Schillaard, één van de oudst bewaard gebleven renaissance bouwwerken in Friesland. Daar staat ook een gedenkteken voor de bemanning van de Short Stirling EF 347. Op 2 maart 1943 werd die neergehaald door een Messerschmitt. De inzittenden overleefden het niet en werden daar begraven.

Onze laatste stop was in Wiuwert, meer bepaald de Mummiekelder.

In 1765 werden in een grafkelder van de kerk 11 kisten gevonden met daarin gemummificeerde lichamen. Ondertussen zijn er 7 verdwenen maar 4 kan je nog wel bekijken.

De grafkelder hoorde bij Thetinga State, ook bekend als Walta State, van de familie Walta. De mummies herinneren aan de rijke geschiedenis van de Walta’s en de Labadisten, een religieuze beweging geleid door Jean de Labadie in de 17e eeuw. De exacte reden waarom de lichamen zo goed bewaard zijn gebleven blijft een mysterie en is nog steeds onderwerp van wetenschappelijk onderzoek.

Middelburg en Veere

Onze tweede dag in Zeeland begon in Middelburg. Daar had ik een stadswandeling van een dikke 3 km uitgestippeld.

Middelburg is de hoofdstad van Zeeland en moet rond het midden van de 9e eeuw zijn ontstaan. Bij archeologische opgravingen van na de verwoesting van 1940, zijn gebruiksvoorwerpen uit die periode gevonden. Bij de plaats werd vermoedelijk eind 9e eeuw de middelste ringwalburg (of vluchtburg) op Walcheren aangelegd, die lag tussen de Duinburcht (Domburg) en de Zuidburcht (Souburg). Deze burcht was vermoedelijk als verdediging tegen de Vikingen bedoeld nadat zij na de mislukte strooptocht van Rodulf (873) van het eiland verjaagd waren.

Gedurende de Tweede Wereldoorlog heeft Zeeland zeer te lijden gehad door het oorlogsgeweld. Bij de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940 was de provincie niet inbegrepen omdat Franse en Engelse troepen als deel van een geallieerd plan er de strijd in Midden-Zeeland wilden voortzetten tegen de Duitse aanvaller. Om de Franse terugtocht vanaf de Sloedam naar Vlissingen te dekken werd Middelburg op 17 mei enkele keren door Frans mobiel zeegeschut vanaf Breskens beschoten. Omdat de meeste bewoners waren geëvacueerd en de Luchtbeschermingsdienst grotendeels was uitgeweken, ontbrak het aan mankracht om een beginnend brandje te blussen. Bij dit bombardement op Middelburg werd ongeveer een kwart van de binnenstad door brand verwoest, waarbij meer dan 600 panden verloren gingen, waaronder het stadhuis, het abdijcomplex, het Oost-Indisch Huis, een aantal voormalige pakhuizen van de VOC en vele beeldbepalende woonhuizen. (Bron Wikipedia)

Middelburg is trouwens ook de plaats waar in 168 de telescoop werd uitgevonden

Nu is het een gezellig stadje om door te wandelen, vooral de stillere straatjes. Het was er redelijk druk. Het is hier immers schoolvakantie.

Na de lunch zijn we even naar ons huisje teruggereden om wat te rusten. Aanvankelijk was het de bedoeling om in de namiddag Mini Mundi (het vroegere Miniatuur Walcheren) te bezoeken maar de recensies die ik kon terugvinden waren zo vernietigend dat ik dat maar niet gedaan hebben.

In de plaats daarvan reden we naar Veere.

Veere begon in de 13e eeuw als havenplaats als het gehucht Kampvere of Ter Veere, gelegen in de parochie en het ambacht Zandijk. In 1318 bevonden zich reeds Italiaanse bankiers, Lombarden, in Veere, wat erop duidt dat er al handel werd gedreven.Veere scheidde zich vóór 1339 af van het ambacht Zandijk. In 1346 wordt Veere beschreven als ‘die veste ter Vere’, maar ook als dorp. Later, in de 15e eeuw wordt Veere stad genoemd, met het bijbehorende stadsrecht.In 1509 werd de stad door een stormvloed getroffen.

In de zestiende eeuw (tot 1560) was Veere de zetel van de Admiraliteit der Nederlanden. De Bourgondische heren van Veere bekleedden het ambt van admiraal. (bron : wikipedia)

Alweer een leuke dag gehad met dik 6 km wandelen.

Kruiningen en Domburg

Vóór we vanochtend richting Zeeland vertrokken ben ik nog even de naftbak gaan voldoen. Het waren maar 16 liter maar aan 0,50 euro verschil in vergelijking met Nederland heeft ons dat toch al zeker twee koffies opgeleverd 😉.

Na anderhalf cruisen over rustige landwegen kwamen we aan in Kruiningen voor onze eerste wandeling.

De plaats waar Kruiningen is ontstaan, behoorde tot een van de oorspronkelijke eilandjes die later Zuid-Beveland vormden. De omgeving werd bedijkt door monniken van de abdijen van Ten Duinen en Ter Doest.

Het dorp was in de 14e eeuw door een gracht omgeven. Naast de kerk stond sinds de 13e eeuw het kasteel van Kruiningen, gebouwd door de adellijke familie Van Kruiningen. Het kasteel was het bestuurlijk centrum van de heerlijkheid. In 1720/1721 liet de toenmalige eigenaar het kasteel afbreken. Aan de oostzijde van het dorp stond tevens het kasteel Voorhoute, dat in 1751 is afgebroken.

Kruiningen werd zwaar getroffen tijdens de watersnood van 1953: 62 inwoners kwamen om het leven en het gehele dorp kwam gedurende een half jaar onder de invloed van eb en vloed te staan.

De Johanneskerk is na een brand, waarbij de toren uit de 14e eeuw behouden bleef, herbouwd in de 15e en 16e eeuw. In de kerk staat de graftombe van Arnoud van Cruningen (overleden 1561), een heer uit het geslacht Van Kruiningen. (bron : Wikipedia)

Bijna was de vakantie daar trouwens al voorbij. Even niet opgelet en de voet omgeslagen aan de rand van de weg. Hoe ik trouwens rechtgebleven ben is me een raadsel. Nu is het vooral een zeurende pijn. Straks de Voltaren maar bovenhalen.

Na een smakelijke lunch in Brasserie Smits in Wemeldingen (een “twaalfuurtje” vlees en een “twaalfuurtje” vis) ging het verder naar Domburg, onze basis voor de komende dagen. Eerst een wandelingtje van een uurtje door het centrum en daarna naar de Landal Hof Domburg (vroeger een Roompotpark).

Domburg is de op twee na oudste badplaats van Nederland.

In de Romeinse tijd werd de Nehalennia-tempel gebouwd. Deze werd na de 7e eeuw bedolven onder duinzand om in de 17e eeuw weer aan de oppervlakte te komen. Door het verder afkalven van de kust kwam zij al spoedig onder water te liggen. Schippers beschouwden Nehalennia als beschermgodin en maakten, na de zeeën getrotseerd te hebben, een stenen gedenkschrift.

In de duinen ten noordoosten van Domburg lag in de vroege Middeleeuwen de handels- en havenplaats Walichrum (Walacria) die in de 8e eeuw een bloeiperiode moet hebben doorgemaakt. Dat wordt afgeleid uit de vele muntvondsten die in de loop der jaren op het strand zijn gedaan. De naam van deze plaats moet zijn samengevallen met de aanduiding van het eiland Walcheren. (Bron : Wikipedia)

De aankomst in het park verliep niet zo vlot. We waren er om half vier maar de sleutel op de smartphone werd pas om vier uur geactiveerd. Toen bleek dat er geen linnengoed was voorzien. In tegenstelling tot andere parken moet je dat hier blijkbaar op voorhand bestellen (en betalen). En om alles compleet te maken weigerde de laptop op de wifi te geraken.

Maar alles is ondertussen opgelost. Al bij al een leuke zij het ook een heel vermoeiende dag.

North West Walls

Een druk driedaags weekend achter de rug.

Vrijdag een paar uur in de tuin gewerkt en als “beloning” een fietstochtje van zo’n 25 km gemaakt met een tussenstop bij Monsieur Kaffee aan de kerk in Bonheiden. Zaaaalige cappuccino hebben ze daar.

Zaterdag was het geen weer om te gaan fietsen. Dat kwam eigenlijk goed uit. Dan kon ik me bezig houden met een namiddagje koken (een paar kilo stoofvlees voor in de diepvries) een smakelijke Tajine volgens het recept van Loïc Van Impe, die van Zot van Koken. Ik was daar ’s avonds wel vermoeider van dan verwacht.

Vandaag was het enkel ontspannen. Dat deden via een fietstochtje naar Werchter. Na de, quasi verplichtte, koffie aan de kerk ging het via het Festivalpark terug naar huis.

Ik had vorige week immers gezien dat de containers van de North West Walls er op dit moment bijzonder mooi uitzagen.

North West Walls, dat is permanent kunst in het Festivalpark in Werchter. In 2014 werd de eerste fase van de realisatie van het landschapspark opgestart. Het Festivalpark werd uitgebreid. Centraal in het bijgewonnen stuk festivalterrein, in het noordwesten gelegen, staat sindsdien het grootse kunstproject. North West Walls is een landschapsbaken dat elke dag van het jaar te bewonderen is.

Een installatie van permanente aard. En toch ook niet. Arne Quinze is curator van North West Walls. Onder zijn auspiciën brengt een selectie street-art kunstenaars de walls tot leven. Elk jaar opnieuw. Quinze bedacht ook de constructie voor North West Walls. Een ongewone, indrukwekkende constellatie van zeecontainers die het canvas voor de street-art kunstwerken vormt.(bron: website Werchterpark.be)

Verder gewoon dolce far niente gedaan. Dat mocht wel want vanaf morgen ga ik nog eens op midweek met moeder. Haar vroegere reisgenoten hebben helaas het tijdelijke voor het eeuwige gewisseld en daarom offer ik af en toe een paar dagen vakantie op om met haar ergens naartoe te gaan. Dit jaar wordt het Domburg in Zeeland. We hebben een gevuld programma met wandelingen, stadsbezoekjes en een boottocht. Hopelijk zit het weer wat mee.

Tuinwerk

In maart nemen we traditioneel een weekje verlof om in de tuin te werken. Alle winterresten verwijderen, hier en daar een beetje snoeien, zoveel mogelijk onkruid verwijderen en daar waar nodig wat nieuwe plantjes zetten die dan ook nog eens moeten worden gehaald uit één of ander tuincentrum.

Dat is dus een paar dagen hard maar wel ontspannend werken.

Er is gelukkig ook tijd om te gaan wandelen en fietsen.

Zo zijn we gisteren in Relst, deelgemeente van Kampenhout, het Prosper van Langendonckpad gaan wandelen. Een afgepijlde wandeling van zo’n 6 km die vertrekt aan de kerk van Relst.

Prosper Antoine Joseph Van Langendonck  was een Vlaams auteur die in 1893 samen met August Vermeylen, Emmanuel de Bom en Cyriel Buysse het literaire tijdschrift “Van Nu en Straks” oprichtte, het tijdschrift dat de Vlaamse literatuur vernieuwde.

Zijn opstel uit 1894 De herleving van de Vlaamse poëzij gold als manifest van de literaire vernieuwing. Binnen de redactie van het tijdschrift had hij als enige rooms-katholiek wel meer voeling met de traditionele stijl.

Hij vatte in Leuven de universitaire studies wijsbegeerte en letteren aan, maar kon die door familiale omstandigheden niet afmaken. Zijn vorming volstond wel om als ambtenaar te werken voor het ministerie van justitie. In 1899 kon hij, tot aan de Eerste Wereldoorlog aan de slag als vertaler bij de diensten van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Hij ondervond steeds meer last van een (erfelijke) schizofrenie en overleed in 1920 in een Brussels ziekenhuis.

Hij publiceerde een honderdtal verzen en sonnetten, meestal in Van Nu en Straks, maar ook in Dietsche Warande en Belfort.

Van Langendonck bracht veel van vakanties in Relst door.

De wandeling:

Enkele foto’s:

En vandaag zijn we de nieuwe knooppunten rond Mechelen gaan proberen. Dat ging vrij goed maar door wegwerkzaamheden en een koers in Bonheiden ging het terugkeren iets moeilijker.