Zellaer

Laatste dag van de Roze Mars, de wandelmaand ten voordele van Think Pink, dus moest er nog eens worden gewandeld.

Conny en ik kozen voor één van de wandelingen met vertrek aan de kerk van Bonheiden. Deze keer stond het Zellaerpad op het menu. Net als vorige keer toen we het Mispeldonkpad kozen hadden we weer problemen om op het juist pad te komen maar dat is ons uiteindelijk toch gelukt.

Het Zellaerpad passeert, uiteraard, het kasteel van Zellaer.

Het Kasteel van Zellaer ten noorden van het centrum van Bonheiden werd gebouwd tussen 1888 en 1892, in opdracht van baron Gustavius Eugenius Leo Maria Gislainus de Vrière. De plannen werden getekend door architect Heugenbaarts uit Mechelen.

Bij het optrekken van het gebouw werd gebruikgemaakt van witte zandsteen afkomstig van de afgebroken forten van Vilvoorde. De van Zellaer afhankelijke landbouwers moesten het vervoer ervan met paard en kar verrichten. De overlevering beweert dat het een verkleinde kopie zou zijn van een kasteel aan de Loire. Bewijzen hieromtrent zijn nog altijd niet opgedoken. Het neogotische kasteel is met een ringgracht omgeven en in het park liggen nog verschillende brede grachten. In het gebouw is thans een bezinningscentrum gevestigd.

Op het moment van de bouw stond er overigens al een kasteel op deze plek. Wellicht was Wouter Berthout, heer van Mechelen, de opdrachtgever en kanunnik Arnold van Zellaer de eerste eigenaar. Van dit oorspronkelijke bouwwerk bestaat nog een beschrijving die in de aankondiging van de openbare verkoop van 20 oktober 1836 vermeld werd:

“Een schoon ‘buytengoed’ genaemd zellaeren, behelzende een sterk en fraey kasteel aenmerkelijk door des zelfs gotisch architecture, afgesloten in schoone en vischrijke waters uytmakende een vierhoekig gebouw geflanqueert van vier torens in ’t midden van welke zich verheft eenen schoonen belverder, enz.”

Bij de afbraak van dit oude kasteel stootte men op zeer oude grondvesten. Deze waren gebouwd op in de grond geheide houten palen, die zelfs uit de 13de eeuw zouden kunnen stammen en dus een middeleeuws slot laten veronderstellen. (Bron : Wikipedia)

Zo kan ik de Roze Mars afsluiten met ruim 440.000 stappen, goed voor zo’n 360 km stappen. Hiermee val ik net buiten de top tien van de ruim 200 collega’s die meededen aan de mars. Nationaal gezien eindig ik vermoedelijk op plaats 570 van ruim 9.000 deelnemers.

Best jammer dat er geen bonusstappen werden uitgedeeld per paddenstoel die je onderweg hebt gezien. Ik zou gegarandeerd hebben gewonnen 😉

Stappen voor de Roze Mars

Een groot deel van mijn leven speelt zich al een jaar of 5 af in Peulis. En net als in Vorselaar is het ook in Peulis prettig wandelen.

Eén van die mooie plaatsen zijn de Peulisbossen. Over de herkomst van de naam Peulis doen trouwens verschillende versies de ronde. Sommigen beweren dat de naam een vervorming is van Poluus, de familienaam van een veertiende-eeuwse eigenaar. Anderen verklaren dan weer dat de naam Peulis komt van Pee Lens, die op het einde van de 19e eeuw op zijn grote boerderij in de Peulisstraat woonde. Dit laatste blijkt echter onwaarschijnlijk omdat de naam Peulis al meer dan 200 jaar vermeld staat op oude kaarten. Misschien moeten we de oorsprong vinden achter het Latijnse woord ‘Palus’, dat moeras, drasland betekent. De Peulisbossen liggen 6 meter boven de zeespiegel, dat is lager dan Putte en Onze-Lieve-Vrouw-Waver. In een natte winter is er altijd gevaar voor overstromingen. Vooral aan de Rehaegenbeek kan het erg nat zijn. Het Waverwoud strekte zich vroeger uit van Waals Waver tot in Lier. Hiervan is in Peulis niets meer overgebleven. De Peulisbossen zijn geen natuurlijke bossen, maar aangeplant voor houtproductie. Hout had in de middeleeuwen veel waarde, het moest dienen voor de bouw van schepen en bruggen. (bron : Natuurpunt).

Gisteren was het voor ons het vertrekpunt van onze wandeling.

Ook vandaag zijn we, ondanks de regen, gaan wandelen. Deze keer kozen we voor Wakkerzeel.

Wakkerzeel is een deelgemeente van de Belgische gemeente Haacht in de provincie Vlaams-Brabant. Landbouwkundig hoort het dorp tot de Brabantse Kempen. De oudste gekende vermelding van de plaats stamt uit 1157 en maakt gewag van Wackersele. Deze naam valt etymologisch te verklaren als het klein huisje van Walchari. Wakkerzeel was eeuwenlang een bedevaartsoord en is sinds 1577 een parochie. Bij de oprichting van de gemeenten in 1795 vormde Wakkerzeel samen met Werchter en Tremelo de gemeente Werchter. Bij de gemeentelijke herindeling van 1977 verhuisde het dorp van Werchter naar Haacht. De kasseistroken in het dorp en de omgeving karakteriseren er het landschap. Recent werden enkele van de landschapselementen langs de Dijle opgeofferd voor het busvervoer tijdens Rock Werchter. In het dorp zelf bevindt zich nog een strook kasseien. (Bron: Wikipedia). 

Wij zouden er de Kunstdorpwandeling doen. Helaas was er van deze afgepijlde wandeling die we hadden teruggevonden in een wandelboekje geen spoor meer te vinden. Misschien hadden we een recenter boekje moeten nemen en geen boekje van 2006. We hebben dan maar de Wandelknooppunten-app geopend en een wandeling via de knooppunten geïmproviseerd.

Dat viel zeker niet tegen. Een heel mooie wandeling in een heel rustige buurt, eentje die voor herhaling vatbaar is.

En zo zit mijn wandeldriedaagse er op. Samen goed voor bijna 54.000 stappen. Met nog een week te gaan in de Roze Mars weer mooi gescoord.

28.500 redenen

28.500 mensen. Zoveel zijn er tussen 1942 en 1944 gedeporteerd vanuit de Kazerne Dossin in Mechelen. Achtentwintigduizend en vijfhonderd mensen.

Om u een beetje een idee te geven … dat is de volledige bevolking van mijn buurgemeente Herentals. Of die van Harelbeke. Of Nijvel. Of Vorselaar, Grobbendonk, Bouwel en Herenthout samen.

Weggevoerd naar kampen. Slechts 1.250 mensen hebben de beproeving overleefd.

Hun verhaal kan je volgen in het museum dat is gelegen tegenover de eigenlijke Dossin Kazerne (waar momenteel appartementen zijn gevestigd).

De Dossinkazerne was ideaal gelegen: centraal tussen Brussel en Antwerpen, de twee steden waar de meeste Joden woonden. Een goederenspoorweg naast de Dossinkazerne leidde de gevangenen ongezien naar de wagons. Het kamp stond onder de leiding van SS-Sturmbannführer Philipp Schmitt, ook verantwoordelijk voor het Fort van Breendonk. In 1943 nam Hans Johannes Gerhard Frank de functie over met een meer gematigde aanpak.

Aanvankelijk werden de Joden in de Dossinkazerne verzameld via een tewerkstellingsbevel. Enkele weken later ging men over op grootscheepse Jodenrazzia’s, in Antwerpen, Brussel, Luik en Charleroi. Bij hun aankomst in de Dossinkazerne werden Joden en zigeuners geregistreerd en werden hun namen op de deportatielijsten geschreven. Hun goederen werden geconfisqueerd door het Duitse leger. Tijdens hun verblijf liepen de Joden risico op mishandeling en vernederingen. Anderzijds lag een zwaar repressief regime niet voor de hand, omdat de indruk moest worden hooggehouden dat het verblijf zou uitlopen op verplichte tewerkstelling in het buitenland. Ook moesten opstanden worden vermeden. Onder Hans Johannes Gerhard Frank werd het regime daarom wat versoepeld. De werkdruk werd verlaagd en de slaapruimtes werden verwarmd. Intussen verbleven de gedetineerden ook steeds langer in de kazerne, omdat het alsmaar moeilijker werd om een konvooi met 1000 personen te vullen.

De gedeporteerden werden in 28 transporten naar Auschwitz gebracht. Op 19 april 1943 werd transport XX door het Belgische verzet te Boortmeerbeek tegengehouden. Hierbij konden 232 gevangenen ontsnappen, waarvan er 119 nooit meer opgepakt werden. Dit was tevens het eerste transport waarbij Joden werden vervoerd in goederenwagons. De gevangenen, waaronder vrouwen en kleine kinderen, moesten tijdens de reis een aantal dagen rechtop blijven staan. (Bron: Wikipedia)

Voor mij was het vandaag de bestemming van de Corona-treinpas voor deze maand. Ik hoop dat meer mensen dat doen want als er een plaats is waar je de gevaren van extremisme kan zien dan is het daar wel . En dan bedoel ik alle vormen van extremisme … rechts, links, gelovig … het maakt niet uit.

De wandeling van het station naar de kazerne en terug was trouwens ook weer de moeite waard. Dat Dijlepad blijft een aanrader.

Nooit te oud om te leren

De Averegten … Enkele jaren geleden één van mijn favoriete plekken om te joggen. Mooi looppad, nooit modder, afstanden goed aangegeven … kortom heel aangenaam om te lopen.

Uren en uren heb ik daar doorgebracht. Ook al wandelend kwam ik er al vaak. Dan zou je denken dat zo’n domein geen geheimen meer heeft. En toch …

We waren vanochtend al (heel) vroeg uit te veren (6u !!!) zodat we mee ontbijtdozen van Ferm konden vullen en ronddragen in en rond Peulis. Nadat we daarna zelf hadden ontbeten vertrokken we naar Itegem om nog eens een goeie ouderwetse knooppuntenwandeling langs de Nete te doen.

We hadden ook naar Kruiskensberg in Bevel kunnen rijden maar ik dacht dat het daar wel eens heel druk zou kunnen zijn.

Het werd dus Itegem met vertrek aan de Kerk. Via de Nete bereikten we Hallaar om even verder dan Domein De Averegten in te duiken.

Daar volgden we niet de looproute rondom het park maar wel er recht doorheen. En laat ons daar dan ineens een vijver ontdekken zeg. Een vijver! Al jaren kom ik daar maar nooit geweten dat er een vijver was.

Zo zie ja maar … nooit te oud om te leren.

P.S.: ook in De Averegten hadden ze paddenstoelen 😉

Nog meer paddenstoelen

De werkweek was kort maar superdruk.

Dan is het toch fijn dat je, zowel thuis in Vorselaar als thuis in Peulis mooie wandelvriendelijke natuur hebt waarin je tot rust kan komen.

En zoals in de vorige post al gezegd … natuur waarin je bijzonder veel paddenstoelen kan vinden. Van piepkleine paddenstoeltjes van nauwelijks enkele millimeters groot tot gigantische vliegenzwammen van 30cm hoog.

Elk nadeel heb z’n voordeel zei Johan Cruyff en het voordeel van Covid-19 die ons leven nu al ruim 7 maanden bijzonder impacteert is wel dat je de natuur in de nabije omgeving meer hebt leren appreciëren, althans voor mij is dat toch het geval.

Het probleem is wel dat je na de dagelijkse wandelingen telkens thuiskomt met enkele tientallen foto’s van paddenstoelen en dat je dan een selectie moet maken om bijvoorbeeld in een blogpost te stoppen.

Niet simpel hoor.

Maar meestal lukt het toch :

1 verjaardag, 3 wandelingen, 4 hertjes en miljoenen paddenstoelen

Afgelopen (verlengd) weekend stond vooral in het teken van de verjaardag van Conny en het bijbehorende (coronaproof) verjaardagsfeestje.

Tussen de voorbereidingen door hebben we toch nog de tijd gevonden om nog wat in de tuin te werken en om elke dag een uurtje te gaan wandelen.

Net als in Vorselaar kan je ook in Peulis niet naast de paddenstoelen kijken. Paddenstoelen in alle maten en gewichten. Van piepklein tot bijzonder groot. Ook heb ik in Peulis de eerste vliegenzwam (de moeder aller paddenstoelen) gezien.

Ook gezien maar helaas niet op de gevoelige SD-kaart kunnen vastleggen : een familie hertjes (vader, moeder en twee kindjes). We zagen ze in de verte door de velden spurten maar voor we het goed en wel beseften waren ze verdwenen in het bos. Jammer … voor de lezers van deze blog. Niet voor ons want wij hebben ze wel gezien.

Thuisgekomen van het weekendje Peulis heb ik nog snel een korte wandeling gemaakt om nog wat meer foto’s van paddenstoelen te maken. En ook om nog wat stappen voor de Roze Mars te doen. We doen als bedrijf mee (de P&V Groep betaalt de deelname van al haar werknemers die daaraan deelnemen) en binnen het bedrijf kan je dan verschillende teams vormen.

Het doel van de Roze Mars is meer bewegen en tegelijkertijd geld inzamelen voor Pink Ribbon. Bijna 9.000 deelnemers doen dit jaar mee waarvan 209 bij ons op de maatschappij.

Naast dat goede doel is er toch een beetje een interne strijd om zo hoog mogelijk in de ranking te eindigen. Met 175.000 stappen sta ik momenteel op een mooie 7de plaats.

Jozef Weyns

Vraag aan iemand of ze weten wie Jozef Weyns was en de kans is klein dat ze hem kennen. In Beersel en Heist-op-den-Berg en verdere omgeving zal de naam wel een belletje doen rinkelen omdat ze er een Jozef Weynsschool, een Jozef Weynsstraat en een Jozef Weynspad is.

Maar wie is nu die Jozef Weyns?

Ik geef eerlijk toe… ik heb het ook moeten opzoeken op Wikipedia, ook al ben ik meerdere keren in zijn realisatie ben geweest.

Jozef Weyns studeerde af als onderwijzer aan de Normaalschool te Lier in 1932, waarna hij in 1935 aan de Rijksuniversiteit Gent het diploma van licentiaat in de Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde behaalde. In 1946 promoveerde hij als doctor in de kunstgeschiedenis met een proefschrift over de plastiek in het Midden-Kongogebied. Hij werkte nadien enkele jaren als wetenschappelijk medewerker aan het Museum voor Midden-Afrika in Tervuren en als attaché aan de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. In 1951 bouwde hij zijn landhuis Ter Speelbergen in Beerzel. In 1953 begon hij aan de bouw van het Openluchtmuseum te Bokrijk, waarvan hij tevens de eerste conservator was. In die hoedanigheid verwierf hij internationale bekendheid. Zijn deskundigheid culmineerde in 1974 in de postume verschijning van het vierdelige naslagwerk Volkshuisraad in Vlaanderen, gepubliceerd in eigen beheer.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog ging zijn aandacht meer en meer uit naar de materiële volkscultuur in Vlaanderen. Hij werd in 1941 lid van het pas gestichte Verbond voor Heemkunde en vanaf 1946 werd hij bestuurslid. Hij publiceerde talrijke bijdragen in het tijdschrift Ons Heem waarvan hij sinds 1947 eindredacteur was. Vanaf 1957 tot zijn overlijden was hij voorzitter van het Verbond voor Heemkunde, dat hij tot grote bloei bracht. Hij stelde onder andere de Landdagen in vanaf 1957, die een groot succes kenden. Naast zijn activiteiten voor het Verbond was hij voorzitter van de Heistse heemkundige kring Die Swane en had contacten met talrijke andere heemkringen en organisaties in heel Vlaanderen. (Bron: Wikipedia)

Conny en ik hebben deze namiddag het Jozef Weynspad gewandeld. Deze wandeling vertrekt in het centrum van Beerzel en passeert onder andere Ter Speelbergen en ook Beerzelberg dat met zijn 51,60 meter het hoogste punt van provincie Antwerpen is. Een mooie wandeling die ook nog eens dichtbij huis is. Dat we bijna uit onze jassen waaiden namen we er graag bij.