Lierse Polders en Begijnhof

Na een voormiddagje onkruid wieden in de motregen was er deze namiddag gelukkig nog wat tijd voor een wandeling.

We wilden het niet te ver gaan zoeken en dan is Lier altijd een optie. Ik liep er, toen de dieren nog konden spreken, 6 jaar school en “woonde” gedurende die periode ook in het Internaat in de Berlarij. Later kwam ik er bijna wekelijks om met loopbuddy Sally een halfuurtje te gaan joggen. Helaas kan dat om verschillende redenen niet meer. Maar ik kom nog altijd graag terug in Lier.

Vertrekken deden we op de parking van CC De Mol. Deze keer kozen we niet het jaagpad richting Anderstad maar staken we de brug over en wandelden we naar de Lierse Polders. Via de Netedijk tot aan het Hof van Ringen, het optrekje van Dries van Noten.

Vandaar ging het terug naar het centrum van Lier waar nog eens door het Begijnhof wandelden.

Het begijnhof van Lier is een van de drie oudste van Brabant en ontstond, vermoedelijk, in de eerste helft van de 13e eeuw. Oorspronkelijk woonden de begijnen niet in, wat wij nu als, een begijnhof, maar vormden ze op een aantal plaatsen verspreid een vrije gemeenschap waar zij in onthouding en in een armoedig bestaan leefden. Hun vrije deed werd besteed aan gebed en meditatie. De grote doorbraak van het ontstaan van de begijnhoven kwam na de kruistochten, midden 13de eeuw, waardoor vele vrouwen uiteindelijk samen gingen wonen. In Lier gingen rond 1258 spontaan een aantal ongehuwde vrouwen buiten de eerste omwalling samenwonen in de buurt van het huidige begijnhof, waar zich toen een jachtslot van de hertog van Brabant bevond. Rond 1200 zouden hier reeds drie zusters een aantal gebouwen gelegen in het huidige begijnhof hebben afgestaan om er een woonplaats voor geestelijke dochters te stichten. Deze stichting kreeg een gebouw van Aleidis, de echtgenote van Hendrik III, gelegen aan de reeds bestaand gebouwen. Zo groeide het Lierse begijnhof. In 1258 werd het begijnhof verheven tot een autonome parochie onder bescherming van Aleidis, gemalin van Hendrik III. Zo kregen de begijnen de toelating om over een eigen kerk en pastoor te beschikken. In 1274 nam hertog Jan I het Liers begijnhof onder zijn bescherming. Die later verder werd gezet door Hertog Jan II en Filips de Goede. Tussen 1389 en 1430 werd het begijnhof geïntegreerd binnen de muren van de stad. Het begijnhof werd door de eeuwen heen geplaagd door verschillende branden en plunderingen.

Het begijnhof ontstond in de 13e eeuw, maar de meeste huizen dateren uit de 17e en het begin van de 18e eeuw. In de jaren negentig werden grote delen gerestaureerd. Zo werd de oostelijke “grachtkant” volledig vernieuwd, inbegrepen het interieur van de huisjes. Ze hebben hun voorgevel richting begijnhof, terwijl hun achtergevel (die grenst aan de Kleine Nete) volledig vensterloos is.

Het huidige begijnhof is ongeveer 2 hectare groot. De laatste begijn, zuster Agnes, vertrok er in 1984 op 85-jarige leeftijd en overleed in 1994. (Bron : Wikipedia)

De weergoden waren ons alvast goed gezind want op weg naar huis begon het opnieuw te regenen. Morgen terug gaan werken na een weekje vakantie en zelfs nog eens naar kantoor (voor de tweede keer dit jaar).

Zegbroek – Tremelo

Na een dagje met vooral praktische zaken was het vandaag weer tijd voor een wandeling.

Wandelknooppunten.be gaf als optie de Zegbroekwandeling in Tremelo.

Het Zegbroek maakt deel uit van het erkend landschap ‘Blaasberg’. Hier gebeurde de eerste aankopen door Natuurpunt Tremelo en het  eerste eigen erkende reservaat. Het is een vochtige, verveende, oude meander van de Demer, gelegen in de Demervallei op de grens met Keerbergen en begrensd door de Dijle en de Laak. Een belangrijk kenmerk van het Zegbroek is de zeer natte bodem. De grondwaterstand is er gedurende het ganse jaar hoog en bevindt zich tijdens de winter vaak boven het bodemoppervlak.

Het Zegbroek is een moeras- en veengebied met een variatie van biotopen gaande van graslanden over rietvelden tot trilveen en bos. Deze variatie maakt het tot een paradijs niet alleen van varens en zeggen, maar van heel veel plantensoorten. Er zijn hier meer dan 290 verschillende soorten planten, bomen en grassen.

Langs de oude loop liggen enkele turfputten. Daar kan je een vrij zeldzaam natuurverschijnsel waarnemen: trilveen. Plassen kunnen namelijk geleidelijk aan bedekt raken met een drijvend plantentapijt, ook wel drijftil genoemd. Naarmate zo’n drijftil omvangrijker en steviger wordt en zich aan de oevers vastzet, spreken we van een ‘trilveen’. Wie zich op zo’n trilveen waagt, waant zich op een waterbed. (Bron : Natuurpunt.be)

Het was een heel mooie wandeling en vandaag ook een heel rustige wandeling. Een aanrader voor natuurliefhebbers.

Damme

Nadat Oostende zich donderdagavond nog eens langs zijn mooiste kant had laten zien was het vrijdag helaas alweer de tijd om terug richting Kempen te rijden.

Stairway to heaven in Oostende

We maakten een eerste tussenstop in Damme.

Damme werd gesticht in 1180 en toen voor het eerst ook schriftelijk vermeld als Hendam. In 1217 werd dat Hondsdam. Vermoedelijk kwam het voorvoegsel af van Honte, een modderige zeearm. In de 14e eeuw ontwikkelde zich dan de legende dat er, alvorens de stad te kunnen stichten, eerst een duivelse hond moest worden verjaagd.

Vanaf midden 11e eeuw verzandde de waddenzee voor Brugge geleidelijk, maar in de eerste helft van de 12e eeuw kreeg Brugge nogmaals een directe verbinding met de Noordzee: overstromingen hadden een diepe en brede geul achtergelaten, het Zwin. Aan het Zwin ontstond de haven van Letterswerve (toltarief Diederik van Elzas circa 1160). Kort nadien lieten Brugge en graaf Filips van de Elzas het Zwin afdammen waar de getijdengeul onbevaarbaar werd voor de grotere schepen. Op de dam werden de goederen overgeladen op binnenschepen, die af en aan voeren naar Brugge via het Reiekanaal. Achter de dam ontstond een nieuwe woonkern: Damme (stadsrechten circa 1180). Damme behoorde hiermee tot de reeks van de havensteden die door de Vlaamse graven Diederik van de Elzas en Filips van de Elzas ter bevordering van het economische leven langs de Noordzeekust gesticht werden. Andere steden die tot deze reeks behoren zijn Grevelingen, Mardijk, Duinkerke, Nieuwpoort en Biervliet.

Omstreeks 1400 werd de stadsomwalling gemoderniseerd op last van Filips de Stoute. In 1446 werd het Nazarethklooster gesticht, een augustijnenklooster dat ondergeschikt was aan de Abdij van Zoetendale te Donk.

Het huwelijk tussen Karel de Stoute en Margaretha van York werd in 1468 hier voltrokken. Van 1464-1467 werd een nieuw stadhuis gebouwd. Ook het voorname huis De Grote Sterre dateert van die tijd. De bevolking nam nog toe, hoewel de economische activiteit stagneerde.

ijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) werd Damme tot een vestingstad uitgebouwd als Spaansgezinde tegenhanger van de vesting Sluis die in Staatse handen was. De vesting had een typisch stervormig grondplan gevormd door 7 bastions. Het was een belangrijke verdedigingsplaats met garnizoen tot de 19e eeuw.

In 1810 werd de Damse Vaart gegraven, onderdeel van een plan van Napoleon om de Noord-Franse havens door middel van een kanaal met Antwerpen te verbinden. Het tracé liep door het noordelijk deel van de stad, delen van deze stad verdwenen en het noordelijk deel werd afgesneden van het zuidelijk deel. Met het vrijkomende zand werden de Reie, de Lieve en wat er over was van het Zwin gedempt.

In de tweede helft van de 19e eeuw en vooral in de 20e eeuw kwam het toerisme op als bestaansbron. (Bron:Wikipedia)

Wij hebben er een wandeling van ongeveer 3,5 km gedaan. Net iets te ver om volledig droog te blijven maar echt nat zijn we dan ook weer niet geworden.

Na een tweede tussenstop in Gent, waar we bij de Gentse tak van onze familie werden verwelkomd met smakelijke koffie, thee en gebak ging het dan verder naar huis. De week is voorbij gevlogen en moeder heeft het erg naar haar zin gehad. Geslaagde vakantie dus.

Het Zwin

Gelukkig had ik vandaag niet teveel last van de Covid-prik van gisteren. Wel iets minder goed geslapen en een pijnlijke linkerarm maar verder valt best mee. Al lijkt het wel dat ik iets sneller vermoeid ben.

Maar dat alles stond onze dagtrip van vandaag niet in de weg : het Zwin. De weg ernaar toe was vrij hectisch omdat de kaarten van mijn GPS totaal niet overeenstemden met de werkelijkheid. Maar we zijn er geraakt.

Het Zwin Natuur Park (tot 2016 bekend als Provinciaal Natuurpark Zwin) is het belangrijkste natuurgebied op het Belgisch gedeelte van het Zwin, een oude zeearm van de Noordzee. Het gebied ligt in de gemeente Knokke-Heist en sluit aan op het Nederlandse deel van Het Zwin. Men vindt er veel zeevogels en duinkonijnen, alsook een grote verscheidenheid aan watervogels. Aan de binnendijkse kant is een broedstation van de ooievaar en een klein vogelpark, waar ook gestrande vogels die verzorgd worden aan het publiek worden getoond. Verder is er een restaurant en een souvenirwinkel.

Het Zwin werd in 1939 een beschermd landschap.Het werd in 1952 door graaf Léon Lippens tot eerste natuurreservaat in België uitgeroepen. Het gebied is Europees beschermd als onderdeel van Natura 2000-gebied.

In 2005 werd er reeds een principeakkoord getekend, waardoor tot 2006 het Zwin beheerd werd door de Compagnie “Het Zoute”. Hierna nam de Vlaamse Gemeenschap het 155 hectare grote natuurgebied over en stelde het zich tot doel de verzanding aan te pakken en het natuurreservaat uit te breiden door er delen van de Willem-Leopoldpolder aan toe te voegen.Het bijbehorende vogelpark werd overgenomen door de provincie West-Vlaanderen.

Sinds 4 februari 2019 is het Belgische deel van het Zwin 110 hectare groter geworden na het doorsteken van de internationale dijk, het Nederlandse deel werd 10 hectare groter.[3] Het volledige Zwin, langs beide kanten van de grens, is sindsdien 770 hectare groot. In maart 2019 is een fietspad in gebruik gesteld dat loopt van Knokke tot Cadzand, dwars door het Zwin.

Het Zwin grenst aan het 222 hectare grote natuurreservaat Zwinduinen en -polders. (Bron: Wikipedia)

Naar de Kempen of naar Nieuwpoort?

Terwijl ik naar de Kempen reed om mijn eerste covid-19-prik te halen werd mijn rol van gids overgenomen door broer Danny.

Hij kwam even over vanuit Ieper en reed met moeder naar Nieuwpoort.

Isera Portus, de eerste naam voor Nieuwpoort dook in 1150 in geschriften op. Later sprak men van Neo Portus en Novum Oppidum. Novus Portus (Nieuwpoort) is de benaming die het ten slotte haalde. Nieuwpoort (“de nieuwe haven”) is zo benoemd in tegenstelling met de oude haven, namelijk Lombardsijde (“waar de Lombarden, dat wil zeggen de inpandnemers, leven”), die reeds sinds voor 1115 aan de (huidige) overkant van de IJzer bestaat.

Nieuwpoort is vooral bekend door de Slag bij Nieuwpoort in 1600 tussen de Republiek en de Spaanse legers. In de 17e en 18e eeuw kregen de inwoners vijf keer met de Fransen te maken (1647, 1658, 1745, 1793 en 1794). In 1717 kwam Peter de Grote op bezoek. In de late 17e eeuw en eerste helft van de 18e eeuw was de stad een van de vestingsteden die deel uitmaakten van de Nederlandse vestingbarrière in de Zuidelijke Nederlanden.

In 1856 werden de beperkingen van Nieuwpoort als garnizoensstad opgeheven. Van 1861-1866 werden de vestingwerken gesloopt. Hierdoor kon Nieuwpoort zich uitbreiden en kwam ook het kusttoerisme op gang, waardoor Nieuwpoort-Bad ontstond.

Het kusttoerisme kwam goed op gang na de aanleg van de spoorverbinding die Nieuwpoort-Bad met Brussel verbond. Op 15 augustus 1869 stoomde de eerste trein het station binnen, met koning Leopold II als passagier aan boord.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bij de Slag om de IJzer raakte Nieuwpoort zwaar beschadigd. Het was een steunpunt voor de verdediging van het Belgisch leger dat zich kon handhaven na de inundatie van een gebied gelegen tussen de IJzer en de spoorwegbedding van de spoorweglijn Nieuwpoort-Diksmuide.

Een detachement van de Belgische genie, geholpen door schipper Hendrik Geeraert, opende in de nacht van 29 op 30 oktober 1914 de uitlaatsluizen van Veurne-Ambacht) en zette zo het terrein ten zuidwesten van de IJzer onder water.

Een eerste poging tot inunderen, op 26 oktober aan de kleine, Spaanse sluis op de Oude Veurnevaart (ook Oud-Veurnesas of Kattesas genoemd), onder leiding van geniekapitein Robert Thys en met de hulp van Karel Cogge, had niet de verhoopte resultaten opgeleverd. Na de Tweede Wereldoorlog werden de haven en het kusttoerisme te Nieuwpoort verder uitgebreid. (Bron: Wikipedia)

Ik ken Nieuwpoort vooral van mijn eerste soloreis ooit : met de twaalfjarigen en de CM naar Nieuwpoort voor een week.  Een hele belevenis hoor.

Jammer dat ik er niet bij kon zijn, alhoewel … ik ben vandaag niet nat geworden, zij wel. Maar ja, een vaccinatie tegen Covid-19 heeft voorrang.

Trouwens, wat ik gisteren dacht dat een oefening van het leger was bleek een echt drama te zijn. Ter hoogte van Thermae Palace is een man uit zee gered en in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht. De foto’s van Nieuwpoort zijn van gastfotograaf mijn broer.

Raversyde Atlantik Wall & Anno 1465

Dag 2 van onze midweek.

De dag goed begonnen met 5km joggen.

De auto bleef in de garage vandaag. Na een uitgebreid ontbijt namen we de tram naar het iets verderop gelegen Domein Raversijde. We hadden dat ook te voet kunnen doen maar 2,5km heen en nog eens evenveel terug en dan nog een paar uur rondlopen op het domein zou iets teveel zijn voor een zevenentachtigjarige.

De ATLANTIKWALL in Raversyde is een van de best bewaarde restanten van de Duitse verdedigingslinie, met meer dan zestig bunkers, open en ondergrondse gangen, observatieposten en geschutstellingen.

Batterij Aachen, een uniek bunkercomplex uit WO I, ligt in een glooiend duinengebied met uitzicht op zee. De batterij onderging een uitgebreide en grondige restauratie en herinrichting. Met beeld, animaties, (beton)maquettes en een 3D-reconstructie kom je meer te weten over de mysterieuze oorlog op zee en de kustverdediging. Er is ook een vleugje cultuur dat je kan meepikken met het Groen Geruite huis van kunstenares Lily Van der Stokker (Beaufort). Ze inspireerde zich op het artistieke verleden van prins Karel en de camouflagetechnieken op schepen. Ze wou een vleugje vrouwelijkheid brengen, in een voor haar, mannelijke site.

Batterij Saltzwedel-neu is een schoolvoorbeeld van de Atlantikwall. Door haar goede staat van conservatie kan zij gerekend worden onder de belangrijkste Europese Musea gespecialiseerd in militaire verdedigingswerken.

Het verdwenen middeleeuwse vissersdorp Walraversijde in ANNO 1465 is een van de belangrijkste archeologische sites in Vlaanderen.  Op de locatie van het middeleeuwse dorp werden drie vissershuisjes en een bak- en visrookhuis gereconstrueerd. alraversijde werd genoemd naar een zekere Walraf. Het dorp lag oorspronkelijk in het noordwesten van ANNO 1465, waar nu het strand is.

In januari 1394 trof een zware storm Walraversijde. Ook een deel van Oostende kwam onder water te staan. Hectaren land verdwenen onder het landinwaarts geblazen duinzand. Noodgedwongen verhuisden de inwoners naar meer landinwaarts gelegen gebieden. Het dorp werd achter de verstoven duinen heropgebouwd. Die duinen werden in 1399 verstevigd door de aanleg van een nieuwe dijk.

Morgen laat ik me even aflossen door mijn broer die vanuit Ieper even de verplaatsing naar Oostende maakt. Dat geeft mij de mogelijkheid om “even” naar de Kempen en terug te rijden om mijn eerste Covid-19 prik te gaan halen.

Veurne

Dag 1 van mijn “midweek aan zee met moeder”.

Ondanks de vele werken onderweg naar het westen en ondanks de soms heel felle regen onderweg zijn we heel vlot naar onze eerste bestemming gereden … Veurne.

Het gebied, waar de stad nu is opgetrokken, was vroeger een zoutwinningsgebied.

Veurne werd voor het eerst vermeld in 877 als Furnu en zou mogelijk zijn ontstaan rondom één der burchten die door de Graaf van Vlaanderen eind 9e eeuw tegen de invallen van de Vikingen werden opgericht. In de 10e eeuw vielen de Vikingen de stad daadwerkelijk aan, waarna de (ronde) burcht werd uitgebreid. De terp in het Sint-Walburgapark is nog een overblijfsel van deze burcht. Dit alles verklaart het cirkelvormige verloop van de straten.

Omstreeks 870 werden de relieken van Sint-Walburga naar Veurne overgebracht. Omstreeks 1100 schonk graaf Robrecht II van Jeruzalem bovendien een relikwie van het Heilig Kruis. Vanaf ongeveer 1060 was er daarnaast sprake van een handelsnederzetting ten oosten van de burcht. Ten zuiden hiervan, rond de thans verdwenen Sint-Denijskerk, ontwikkelde zich een ambachtscentrum. Via de Kolme of Bergenvaart was er een verbinding met het achterland, met name Sint-Winoksbergen.

In 1566 en 1578 werden kerken en kloosters verwoest door beeldenstormers. Vanaf 1586 kwam er een nieuwe opbloei, waarbij onder meer de Grote Markt met aanpalende gebouwen werd aangelegd. In 1621 werd de nieuwe Sint-Niklaasabdij gebouwd. Omstreeks 1644 kwam er door oorlogen en epidemieën een einde aan de welvaartsperiode. De versterking van de stad werd verbeterd en uitgebreid met ravelijnen en dergelijke. Uit deze tijd stamt ook de beroemde Boetprocessie.

Van 1668-1713 stond Veurne onder Franse bezetting. De middeleeuwse versterkingen werden afgebroken en in 1706 vervangen door nieuwe versterkingen, naar ontwerp van Vauban. Zodoende werd Veurne een van de versterkte steden in het Barrièretraktaat van 1715. Al deze versterkingen werden door keizer Jozef II in 1783 ontmanteld, nadat hij eenzijdig het Barrièretraktaat had opgezegd.

Op 17 juli 1831 mocht Veurne als eerste Belgische stad de toekomstige vorst, Koning Leopold I, verwelkomen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was in de stad het hoofdkwartier van het Belgisch leger gevestigd. (Bron: Wikipedia)

Nu is Veurne een kleine provinciestad, met een centrumfunctie voor de Noordelijke Westhoek en de Westkustgemeenten. De twee kerken, Sint-Niklaaskerk en Sint-Walburgakerk zijn zeker een bezoekje waard. Ze liggen op de route van de afgepijlde stadswandeling van 4,6 km die wij gedaan hebben. En het is natuurlijk de geboortestad van Will Tura.

Ondertussen zitten we in ons appartementje van Vayamundo in Oostende, met uitzicht op zee.

Tussen de buien door

Gisteren hebben we het niet droog kunnen houden, vandaag net wel.

Maar … het was op het nippertje.

Deze voormiddag in Peulis een wandeling van 5km gemaakt. Na afloop van de wandeling nog een koffietje gedronken op het terras (niet dat van een café!). Die koffie was nog maar net op of het begon te regenen.

Ook toen we na de middag terug naar Vorselaar reden (waar ik alles in gereed moest brengen voor een vijfdaagse aan ’t Zeetje met moeder) viel de regen met bakken uit de lucht.

Terwijl Conny terug naar Peulis reed gaf de buienradar aan dat het een uurtje droog zou blijven. Dus terug de wandelschoenen aan en nog een korte wandeling van een kleine 4km gemaakt met moeder. En ja hoor … toen we onze straat indraaiden begon het te regenen. In het begin een beetje smosregen maar toen we goed binnen zaten gingen de hemelsluizen terug open.

Zoals gebruikelijk zijn er ook enkele foto’s gemaakt tijdens de wandelingen. Het is nog even zoeken naar de juiste instellingen van het nieuwe speelgoed maar sommige resultaten mogen er wel zijn.

Peulis:

Vorselaar:

Beemdenwandeling Betekom

Na een dagje onkruidwieden gisteren was er vandaag tijd voor een wandeling.

We trokken daarvoor naar Betekom.

Aan de kerk vertrokken we voor de Beemdenwandeling, althans voor een stuk ervan. Een deel van de wandeling loopt immers door het laaggelegen Vorsdonkbos. Laaggelegen betekent nat en als ze dan aanraden om laarzen mee te brengen dan passen we liever.

We zijn ondanks de verkorting van de wandeling toch een paar keren behoorlijk nat geworden. Vertrekken deden we in de gietende regen maar dat schrikt ons niet af. De buienradar gaf aan dat het niet zo lang meer zou duren. Ook onderweg kregen we nog enkele buien te verwerken maar een verzopen wandeling is het niet geworden.

Een mooie wandeling werd het wel. Perfecte gelegenheid om mijn nieuw speelgoed (Canon EOS 80D + Tamron 18-440mm zoomlens) uit te proberen. Het werd een geslaagde test, ook al blijft het moeilijk om vliegende dieren te fotograferen. Nu ja, foto’s maken van vogels is geen probleem, scherpe foto’s daarentegen … dat is wat moeilijker. In ieder geval is de nieuwe camera + lens een pak lichter dan de vorige en dat is ook leuk.

Wandeling : knooppunten 710 – 713 – 712 – 711 – 710, vertrek aan de kerk in Betekom, 8,7km.

Door de wind, door de regen …

Na een copieus FERM-ontbijt (die we eerst zelf hebben rondgebracht) leek het ons, gezien het warme weer, geen slecht idee om de fiets te nemen in plaats van de wandelschoenen aan te doen.

Snel een knoopputentochtje van een kleine 40 km uitgestippeld en de bandjes opgepompt. “Zullen we toch maar de regenjasjes meenemen?” vroeg Conny nog. “Mah nee” antwoordt de Kempische steenbok, “da’s toch niet nodig”.

Gelukkig gingen de jasjes wel mee want na zo’n dertig kilometer fietsen kregen we daar een bui van jewelste over ons heen. Zelfs met regenjasje waren we doornat. Maar die jasjes drogen snel op en  houden dan ook de wind tegen en dat scheelt toch een slok op de borrel.

We onthouden vooral dat onze tocht van 37 km zonder problemen ging en dat is goed nieuws in het vooruitzicht van onze fietsvakantie die we in juni hebben gepland .