Hof van Busleyden

Na een uitgebreid ontbijt, ter gelegenheid van de verjaardag van “plusdochter” Laura, bij Anna Mit in Heist op de Berg zijn we op de eerste dag van onze zomervakantie naar Mechelen gereden.

Op het programma stond een bezoekje aan het Hof van Busleyden.

De Luxemburgse geleerde Busleyden was onder Filips de Schone lid en rekwestmeester geworden van de Grote Raad van Mechelen (1504), waar zich ook het hof van aartshertogin Margaretha bevond. In datzelfde jaar werd hij priester en kanunnik van Sint-Rombouts. Hij nam deel aan de hoge politiek en diplomatie, en ontpopte zich tot een humanist en mecenas. Aan de Katholieke Universiteit Leuven stichtte hij het Collegium Trilingue, kweekplaats van nieuw leven in wetenschap en kunst.

Vanaf 1503 liet hij met stedelijke subsidies een riante residentie bouwen in Mechelen (bewoonbaar in 1507 maar nog niet af in 1516). Het gebouw, in een overgangsstijl van late gotiek naar vroege renaissance, werd voltooid door architect Rombout II Keldermans. Waarschijnlijk maakte zijn vader Antoon de eerste plannen. Busleyden had het gebouw verkregen uit de nalatenschap van zijn broer Frans, die het zelf gekocht had van Joos Vranx (1496). Hij voegde er een aanpalend stuk grond aan toe, gekocht van Jan van Ophem (1506). De palazzo van Busleyden werd al snel beroemd vanwege de banketten die hij er hield. Adriaan Boeyens was er te gast, lang voor hij paus werd. Ook bevriende intellectuelen als Erasmus, Cuthbert Tunstall en Thomas Morus kwamen over de vloer. De laatste begon er te schrijven aan zijn Utopia en liet ook een hymne na over de magnifieke residentie, waarin hij zong dat “enkel de hand van Daedalus” verantwoordelijk kon zijn voor zo’n oordeelkundig gebouwd huis.

Na de dood van Busleyden verkochten zijn erfgenamen het paleis in 1518 aan Jacqueline de Boulogne, weduwe van Jean le Sauvage. Het hof kwam in 1589 in het bezit van Karel III van Croÿ (een van zijn titels, hertog van Aarschot, leidde tot de alternatieve naam Hof van Aarschot). Al in 1608 nam de familie van Varick-de Rovelasca het paleis over, maar ook dit was van korte duur. Het werd in 1619 verworven door Wenzel Coeberger om er een van zijn Bergen van Barmhartigheid onder te brengen. Dit pandjeshuis bevond zich langs de huidige Frederik de Merodestraat en bleef functioneren tot 1914.

In dat jaar brandde het gebouw af na de hevige beschietingen op Mechelen (Duitse in augustus en Belgische in september). Daken, toren, glasramen en muurschilderingen op de eerste verdieping waren vernield en enkel de muren stonden nog overeind. De heropbouw verliep van 1930 tot 1938 onder leiding van A. Winner. Hij bleef vrij getrouw aan het origineel, behalve de toevoeging van een torenspits. Voortaan kreeg het gebouw een museale functie: het Stedelijk Museum Hof van Busleyden (ingehuldigd door koning Leopold III op 31 juli 1938). Sinds 2010 werd het museum gerestaureerd en uitgebreid en ondertussen is het terug open voor het publiek.(Bron : Wikipedia)

Het is zeker een bezoek waard. Heel interessant en bovendien bijzonder goed georganiseerd, zeker in deze Coronatijden.

Een goede opwarmer voor onze “echte” vakantie die morgen begint in Bergen, hoofdstad van Henegouwen. Daarna zullen we een hele week die provincie bezoeken vanuit ons basecamp in het Landal park Lac de l’Eau d’Heure.

Zoals vroeger …

Gisteren was nog eens een dag zoals we er vóór Corona zoveel hadden. In de namiddag trokken we naar Booischot waar het aan De Pallieterhoeve altijd leuk om wandelen is. We waren er dit jaar immers nog niet geweest en we moeten daar toch minstens één keer per jaar gaan wandelen.

Ook deze keer werden we niet teleurgesteld. We hebben zelfs een lus gedaan die we nog niet eerder hadden gewandeld. Na de wandeling een smakelijke Eskimo op het terras van de Pallieterhoeve en dan terug naar huis om ons klaar te maken voor een bezoekje aan CC De Zwanenberg in Heist op den Berg.

Jawel, een avondje in de schouwburg. Dat was geleden van 6 maart toen we naar het Zesde Metaal in Het Depot in Leuven zijn geweest. Het wordt waarschijnlijk ook het enige event dat ons gegund is dit jaar. Enkel Texas in het Kursaal van Oostende is nog niet verplaatst of geschrapt.

Maar terug naar gisteren. Op het programma … een lezing van Bart van Loo over de Bourgondiërs. Het boek staat, net als de Frankrijk Trilogie, al een tijdje op de e-Reader maar tot dusver is het er nog niet van gekomen om eraan te beginnen. Dat gaat nu ongetwijfeld snel veranderen. Want als het boek maar half zo boeiend is als zijn anderhalf durende uiteenzetting dan moet het een geweldig boek zijn. De man kan met ongelooflijk veel passie vertellen. Het zal wel raar zijn geweest met al die lege zetels en een publiek verborgen achter mondmaskers maar dat leek hem niet te deren.

Als je volgend jaar, wanneer hij met deze voorstelling op tournee vertrekt, de kans krijgt om te gaan zien … laat die kans niet schieten. Echt heel boeiend en je steekt er nog wat van op ook. Zo leer je waar het woord copain (maat) vandaan komt. Ik ga het niet vertellen hè, je moet maar gaan zien 😉.

Vandaag hebben we dan nog eens een wandelingetje door Peulis gemaakt (ook altijd de moeite waard) om dan even “op en af” naar Ieper te rijden om iemand naar een Coronaproof nazomerkamp te brengen. Ruim 300 km maar sinds ik mijn ritten laat analyseren door de WeCover app van mijn werkgever (de P&V groep) gaat dat heel rustig.

En zo is het weeral zondagavond. Nog 3 dagen werken en we kunnen (eindelijk) aan onze vakantie beginnen. Het wordt hoog tijd na een lange zomer werken.

Oostakker

Oostakker, niet enkel een straatnaam in Vorselaar maar ook een deelgemeente van Gent waar Tante Paula, mijn meter, jaren heeft gewoond. Het is ook de eerste tussenstop op de dagtrip die ik vandaag met moeder heb gemaakt.

Oostakker was ooit de oostelijke akker van de Sint-Baafsabdij. Nu is het vooral bekend van de Basiliek van Oostakker-Lourdes en het bijhorende bedevaartsoord. Dat bedevaartsoord kwam er op initiatief van Markiezin de Courtebourne-de Nédonchel die toen op het naburige kasteel Slotendries woonde.

In 1873 bouwde zij in haar tuin een grot ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes. Na de inzegening van het beeld aan de grot in 1873 vroegen omwonenden en bewoners van het Gentse om te mogen komen bidden aan de grot.

Een jaar later is Pieter De Rudder aan de grot op miraculeuze wijze genezen van een open beenbreuk. Door deze genezing ontstond er een grote toeloop van gelovigen. Om de bedevaarders te ontvangen bouwde men een kerk in neo-gotische stijl. Ze werd in 1877 ingezegend en in 1924 verheven tot basiliek.

De basiliek is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekte Ontvangenis, de naam waarmee Maria zich bekendmaakte aan Bernadette op 25 maart 1858. Door toedoen van onder andere Markiezin de Courtebourne, werd Oostakker-Lourdes ook de bakermat van een indrukwekkende onderwijscampus.

Een tweede tussenstop hebben we gemaakt in Provinciaal Domein Puyenbroeck. Ook daar is er een link met Tante Paula want het was daar dat haar 90ste en haar 95ste verjaardag werden gevierd.

Wij zijn er een wandeling rond de vijvers gaan doen. Het domein nodigt wel uit om grotere wandelingen te doen.

Het andere Keerbergen

Keerbergen. 

Tot vandaag was dat het dorp waar ik doorrijd wanneer ik van Peulis naar Leuven rij. Of het dorp met het meer dat je niet meer ziet vanwege al die villa’s.

Maar het is echt wel meer en dat hebben Conny en ik vandaag geleerd. Aan de grens met Tremelo en Grootlo kan je, aan de Gemeentelijke Basisschool Lozenhoek immers de Lozenhoekwandeling doen. Een 6km lange wandeling die je onder andere door het Natuurgebied Kruisheide leidt.

De wandeling is een aanrader. Vooral het heidegebied Kruisheide was een verrassing.  Bij purperen heide denk je waarschijnlijk onmiddellijk aan Kalmthout maar in Keerbergen kan je dat dus ook vinden. In de 18de eeuw was de helft van het grondgebied van Keerbergen nog bedekt met heide. Nu blijft het beperkt tot dit 5ha groot gebied dat in 1985 werd aangekocht door de gemeente en wordt beschermd door Natuurpunt.

Onderweg ook nog wat bijgeleerd.  Zo heb ik geleerd hoe de Eikengalwesp zijn eitjes legt. En ik  heb ook geleerd dat Mutara III die koning (ofte Mwami) van Rwanda was van 1931 tot 1959, de eerste Rwandese koning was die zich liet bekeren tot het Christendom. En dat hij een dreef heeft in Keerbergen, een dreef die de Rwandadreef verbindt met de Burundidreef.

Wij wandelen om te leren 😉.

Hittegolf

Na een ontspannende week in Houffalize en een ontspannend weekend in Peulis ben ik zowel afgelopen maandag als afgelopen dinsdag naar kantoor in Antwerpen geweest.

De eerste dag omdat ik mijn paswoord moest wijzigen. Ik had dat zo’n dikke twee weken geleden thuis gewijzigd maar blijkbaar was dat geen goed idee. De vrijdag vóór mijn vakantie liep mijn laptop constant vast.

Dus … naar kantoor, de laptop laten “overnemen” door de collega’s van de helpdesk en na een halfuurtje was alles in orde.

Ook dinsdag trok ik naar daar omdat ik toen mijn functionneringsgesprek had met mijn baas en dat doe je toch best face to face. Gelukkig heeft ze me een goed tussentijds rapport gegeven 😉

Met die hoge temperaturen was het niet echt een opoffering om op kantoor te zitten. Zeker niet wanneer je de auto in de ondergrondse garage mag zetten. 

Gisteren hebben we dan van (de enige echte) Moederdag gebruik gemaakt om de 86ste verjaardag van moeder te vieren. Dat deden we in de Schranshoeve in Vorselaar. Gekend omdat dit het geboortehuis van Kardinaal van Roey is geweest maar tegenwoordig bekend omdat je er zo superlekker kan eten. Het was nog altijd warm en er viel al eens een bui maar we zaten binnen en dan is dat niet erg 😉.

Vandaag stond er een (korte) fietstocht op het programma : de Belpop Bonanza #2820 fietstocht. Een tocht van 16 km in Bonheiden en Rijmenam met onderweg 10 plaatsen waar je door middel van een QR-code een leuk en interessant verhaal kan horen van de heren Jan Delvaux en Jimmy Dewit (a.k.a. DJ Bobby Ewing).

De huizen waar Jo Lemaire en Rita Deneve hebben gewoond, het huis waar Bea Van der Maat nog altijd woont, de Quest4 Studio’s van de zoon van Jaak van Assche en het huis van Pieter Verlinden. Van wie denkt u? Van Pieter Verlinden. De naam zegt u ongetwijfeld niks maar dat is de man die verantwoordelijk is voor de begintune van De Collega’s en van het wereldberoemde Echo-filmpje van die werkmannen in Aarschot waarbij de warme stem van Louis Neefs zingt “als ik ooit eens 5 minuten tijd heb” … een klassieker.

Helaas hebben we onze fietstocht vervroegd moeten afbreken omwille een lekke band. Alhoewel … helaas? De rest van de namiddag was het weer niet echt al te best te noemen hè? Op een gegeven moment dacht ik dat ik een kolonne dieren “twee aan twee” op weg naar de Ark zou zien.

Toch was het een leuke fietstocht al was er iets dat me danig op de zenuwen werkte en me een beetje grumpy maakte. Het parcours was immers niet afgepijld. Helemaal niks hè.  Je moet het zelf maar uitzoeken op basis van het plannetje dat je op de website van Belpop Bonanza kunt downloaden.

Ik had dat via wandelknooppunt-account wel omgezet naar een gpx-file maar door die verdomde warmte schakelde mijn smartphone zich constant uit om oververhitting te voorkomen.

We zijn dan ook een paar keer op onze stappen (of trappen?) moeten terugkeren om de juiste weg te vinden. Daar zou het Gemeentebestuur van Bonheiden toch iets aan moeten doen.

Watertuinen

Hoewel moeder heel graag de busreis naar Ost Friesland in Duitsland had gemaakt denk ik dat onze midweek naar Houffalize een waardige vervanger is geweest.

Gisterenavond op de valreep nog een optreden van Sylviane & Dick meegepikt. Echt Coronaproof was de zaal niet maar ons tafeltje stond wel goed afgescheiden van de rest en bovendien was er weinig volk.

Vanochtend dan vrij vroeg de deuren van Vayamundo Houffalize achter ons gelaten en de terugreis naar huis aangevat.

Onderweg nog wel één tussenstop gemaakt namelijk in Annevoie. Vorig jaar ben ik daar met Conny de watertuinen gaan bezoeken en ik was ervan overtuigd dat moeder ze ook wel een bezoekje waard zou vinden.

Ik had gelijk (uiteraard 😉). Maar het is dan ook een bijzonder mooie tuin.

En zo zit onze korte vakantie er weeral op. Het was wel een vermoeiende vakantie voor moeder (ze wordt binnenkort tenslotte 86 jaar) maar ze heeft er wel van genoten en dat is wat telt, zeker in deze Coronatijden waarin de meeste van haar sociale activiteiten zijn weggevallen of op een heel laag pitje staan.

Zou ik nog teruggaan naar Vayamundo? Misschien wel maar zeker niet meer tijdens de zomervakantie. Tijdens die periode is het daar immers vooral gericht op jonge gezinnen met kinderen niet iets minder op de oudere generatie.

Vanaf maandag is het back to business en kan ik beginnen aftellen naar de volgende vakantie. In september trekken Conny en ik naar een bungalow in Froidchapelle. Aanvankelijk zouden we naar Duitsland gaan maar met al die Coronatoestanden hebben we het zekere voor het onzekere gekozen en die vakantie omgeboekt naar Wallonië. Nu maar hopen dat Corona weer geen roet in het eten gooit.

Rustig aan

Het waren de afgelopen drie dagen al behoorlijk gevulde dagen voor een zesentachtigjarige dame en daarom deden we het vandaag iets rustiger

We waren al vroeg op pad omdat het deze namiddag ongetwijfeld te warm zou zijn. Om 9u verlieten we het hotel en stapten we steil omhoog richting het centrum. Al bij al ging dat vrij vlot. Daarna was het uiteraard wel steil naar beneden maar toen hadden we al wel asfalt onder de schoenen.

Het centrum was vrijwel verlaten. Onderweg kwamen we weer het standbeeld van de Pogge van Schaarbeek tegen. Gisteren zijn we daar even naar een uitkijkpuntje gekropen. Vandaag heb ik de moeite genomen om even op te zoeken wie die Pogge wel was.

De  “Pogge” heeft namelijk echt bestaan. Zijn echte naam was Pierre De Cruyer (1821-1890).Hij was van bescheiden komaf en ging op zijn 21ste bij het leger. Erg veel enthousiasme legde hij er niet aan de dag; hij blonk vooral uit door zijn absenteïsme en het verzetten van grote hoeveelheden alcohol …

Op zijn 34ste trouwde hij met Anne-Catherine Crabs, een meisje van Diegem, in de Sint-Servaaskerk van Schaarbeek. Ze hadden 5 kinderen van wie er 4 op jonge leeftijd stierven. Alleen de tweede, ook Pierre genoemd, overleefde. Pierre De Cruyer werkte als landbouwer (vandaar zijn uniform: blauw overhemd, rode sjaal, zwarte broek en een pet uit zwarte zijde) en als arbeider in de gasfabriek. Met zijn ezel begeleidde hij geregeld de Schaarbeekse groentekwekers op hun tocht naar de hoofdstad.

In 1883 verloor Pogge zijn vrouw en werd hij een vaste klant van de lokale estaminets. Hij sloeg er het ene na het andere glas Geuze of Faro achterover, in het gezelschap van zijn trouwe vriend Jean Parici. De Schaarbekenaren raakten verknocht aan deze eerlijke, loyale en sympathieke figuur, en kwamen over alles zijn mening vragen. Daarop begon Pogge zijn oordeel systematisch te verkondigen met de dooddoener: “Alles is just.”

In 1875 besloot een groep vrolijke kompanen om als eerbetoon aan Pogge een vereniging op te richten, genaamd “de Pogge Vrienden”. De vereniging kwam bijeen in café “De Drie Koningen” en begon met het organiseren van een kermis ter ere van Pogge (“Pogge Kermis”). Deze kermis werd tot in 1990 elk jaar halverwege september gehouden. Bij die gelegenheid werd het standbeeld van de kleine Pogge door de straten van de wijk gedragen.

Het standbeeld in Houffalize bevindt zich aan het begin van de rue de Schaerbeek en is het werk van beeldhouwer Louis Van Custem. Het stadje in de Ardennen kreeg het beeld cadeau bij de verzustering op 17 augustus 1952.

De namiddag hebben we gevuld met een spelletje Mini-golf en wat lanterfanten. Dat mag ook wel eens.

Orval en Houffalize

Twee plaatsen moeten we bezoeken tijdens onze midweek want daar had ik al tickets voor gekocht.

Vandaag was de eerste plaats aan de beurt namelijk de abdij van Orval.

Al in 1070 vestigden zich Italiaanse monniken in Orval. In 1132 werden de Kartuizermonniken “vervangen” door Cisterciënzers. Rond 1252 werd de abdij volledig vernieuwd. De heropbouw duurde zo’n 100 jaar. In 1637 werd ze opnieuw vernietigd tijdens de verschillende oorlogen die Frankrijk had met zijn naburige regio’s.

In 1739 werd de abdij definitief verwoest.

In 1926 is dan begonnen met de bouw van een nieuwe abdij als “onderafdeling” van La Grande Trappe. De kaasmakerij en bierbrouwerij werden in de jaren ’30 opgericht om centjes binnen te brengen.

Aan de abdij van Orval is de legende verbonden van gravin Mathilde van Toscane. Deze zou omstreeks 1076[1] gerust hebben bij de bron in het dal. Terwijl zij met haar handen door het water gleed, verloor ze haar ring (niet trouwring!), en ze smeekte en bad tot God om hulp. Na haar gebeden keerde ze terug naar de bron. Een forel kwam boven met haar ring in de bek. Daarop riep zij uit: “Dit is werkelijk een gouden dal!” (Latijn: aurea vallis, vandaar Orval).

Uit dankbaarheid besloot ze op deze gezegende plaats een klooster te stichten. De bron heet tegenwoordig de Mathildebron. De plaatselijke traditie wil dat elk jong meisje dat een geldstuk in de bron werpt binnen het jaar zal trouwen. Ondanks dat het geen trouwring betrof die ze in de bron verloor.

De forel met de ring in de bek staat afgebeeld op het etiket van de flesjes, de glazen en reclamepanelen van het Orval-Trappistenbier.

Na een uurtje hadden we het daar echter wel gezien. Op de terugweg hebben we dan nog van de gelegenheid gebruik gemaakt om het centrum van Houffalize te bezoeken. Geen al te grote wandeling gemaakt maar wel eentje met voldoende trappen.

Malmedy & Mont Rigi

Dag 2 van de “midweek-met-moeder”.

Vandaag trokken we naar Malmedy, een gemeente die weliswaar tot de Oostkantons behoort maar niet tot de Duitstalige gemeenschap. Duitstaligen hebben er wel “faciliteiten”.

Ik had op internet een leuke stadswandeling gevonden en die hebben we ook gedaan maar dat ging niet zo vlot als gehoopt. De wandeling was immers niet afgepijld, niet overal hingen leesbare straatnaambordjes, de combinatie van aandampende bril (mondmaskers weet je wel), warm weer … afin … ik miste mijn co-pilote 😉

Na de wandeling in de stad reden we een tiental kilometer verder naar Mont Rigi. Een heuvel met een hoogte van 680 m in de Hoge Venen, gelegen tussen de Baraque Michel en Signaal de Botrange.  Daar wachtte een wandeling van ongeveer 3,5km op ons.

Al bij al hebben we volgens de FitBit ruim 8km gestapt vandaag, meer dan voldoende voor een iemand van 86 jaar 😉.

Morgen trekken we naar Orval.

Banneux & Coo

In 1933 verscheen Maria, die zich de Maagd van de Armen noemde, tot acht maal toe aan de twaalfjarige Mariette Beco. Ze deed dat in Banneux, een onooglijk dorpje bij Louvegné nabij Sprimont.

Haar verklaringen werden tussen 1935 en 1937 door een bisschoppelijke commissie onderzocht. Vanaf 1948 bouwde men aan een basiliek. Op 19 maart 1942 gaf bisschop Kerkhofs van Luik toestemming tot de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Banneux en op 22 augustus 1949 bevestigde hij het bovennatuurlijk karakter van de verschijningen, waarna in 1952 de erkenning door het Vaticaan volgde.

Banneux groeide uit tot een drukbezocht bedevaartsoord. Het wordt jaarlijks door zo’n 700.000 pelgrims bezocht.Er bevindt zich een bron, die door Maria aan Mariette getoond zou zijn, waaraan een geneeskrachtige werking wordt toegeschreven. In 1985 werd Banneux bezocht door Paus Johannes Paulus II. In juni 2005 werd er in de kapel brand gesticht en in april 2008 werden er acht metalen kruisen gestolen. In beide gevallen was er melding van een intense vislucht. In 2008 werd het 75-jarig jubileum gevierd.

Vandaag was er weinig volk. De reden lijkt me duidelijk te zijn. Wat wel opviel is dat iedereen een mondmasker droeg en 99% deed dat ook op een goeie manier.

Op weg naar ons hotel in Houffalize hebben we dan nog een tussenstop gemaakt aan de Cascade de Coo, ooit een klassieker die elke Vlaming wel  gedaan heeft. Tegenwoordig stelt dat al veel minder voor. Als je niet voor Plopsacoo komt dan ben je vrij wel rond. Bovendien stroomt er niet zoveel water meer onder de brug.

Ondertussen zijn we (moeder en ondergetekende) gesetteld in de Vayamundo van Houffalize. Klaar voor een midweekje Wallonië.