Brugge die scone (maar lege)

Wat doe je wanneer je een vrije dag hebt en je moeder heeft deze maand haar gratis Corona-treinticket nog niet opgebruikt?

Dan offer je die vrije dag op en neem je met je moeder mee op een dagje uit naar Brugge. En om het helemaal compleet te maken neem je tante van naast de deur ook maar mee 😉.

In Berchem was het even spannend of we onze aansluiting wel zouden halen. Mijn gezelschap is niet meer van de jongste dus even snel de trappen af en terug op was geen optie. Maar we hebben het wel gehaald en rond de middag zaten we onze boterhammetjes op te eten op vesten in de buurt van Hendrik Pickery.

Ik had een wandeling van een kleine 6 km uitgestippeld. Aan de Poertoren ging het linksaf via het Minnewater naar het Begijnhof. Het Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaerde is het enige nog bewaarde begijnhof in de stad Brugge. Er zijn geen begijnen meer, maar sinds 1927 woont er een kloostergemeenschap van benedictinessen, gesticht door kanunnik Rodolphe Hoornaert.

Door het Minnewaterpark gingen we terug naar de vesten en die bleven we volgen tot aan de Coupure. Onderweg passeerden we onder andere de Katelijnepoort, de Schietbaan en de Gentpoort.

Aan de Conzett Bridge sloegen we dus linksaf de Coupure op om verderop linksaf de Schaarstraat in te slaan. Door het Koningin Astridpark en de Freren Fonteinstraat bereikten we de Burg met het mooi stadhuis. Het was wel vreemd om hier bijna niemand te zien rondlopen. Normaal gezien krioelt het daar van de mensen. Nu was het extreem rustig.

Ook de Markt met het Belfort was akelig leeg. Via de Steenstraat en het Simon Stevinplein bereikten we de Mariastraat waar we een kort bezoekje brachten aan de Onze Lieve Vrouwekerk. De (praal) graven van Maria van Bourgondië en haar man Karel de Stoute hebben we niet bezocht. Ook de Madonna met Kind van Michelangelo hebben we deze keer niet gezien.

Daarna ging het terug naar het station waar nog even moesten wachten op de trein naar Antwerpen. In Antwerpen hadden we quasi onmiddellijk aansluiting naar Herentals.

Het was een mooie dag een leuke wandeling. Jammer dat je nergens een koffietje of zo kan gaan drinken maar daar tegenover staat wel dat er veel minder volk rondloopt en je dus alles beter kan zien, tenminste van de buitenkant want de binnenkant zit er meestal niet in.

Het belangrijkste is echter dat mijn gezelschap een leuke dag heeft gehad. Veel activiteiten zijn er in deze tijden niet voor hen dus alles is meegenomen.

Door de abdijbossen in Westmalle

Vandaag alweer de laatste dag van onze “blijf-thuis-vakantie”. Wat een weekje aan de Reeuwijkse Plassen moest worden is een weekje Peulis geworden.

Maar verder was het een vakantie als alle anderen. Veel gewandeld, een beetje gefietst, een beetje gejogd en vooral … ontspannen.

Voor onze wandeling van vandaag trokken we naar de broeders van Westmalle. Onderweg maakten we een tussenstop in Kessel om mijn bestelling bij het Oudercomité van Basisschool De Ceder op te halen. Zo kreeg ik ook nog eens de kans om collega Leni “in het echt” te zien.

Daarna ging het dus verder naar Westmalle waar de auto achterlieten op de parking van Café Trappisten. Een parking die trouwens vrij goed gevuld was ook al was het café zelf gesloten. Wij volgden een knooppuntenwandeling uit ons Knooppunter.com boekje (99-01-58-59-97-89-36-35-33-34-37-38-39-32-30-99).

Wanneer je domein van de Trappisten betreedt via de sierlijke ingangspoort zie je onmiddellijk een kleine kapel. Dat is de Sint-Bernarduskapel. Deze kapel werd in 1947 opgericht om 14 Britse en Canadese soldaten die in de buurt sneuvelden tijdens de tweede wereldoorlog te gedenken. Maar ze werd ook opgericht als dank omdat de abdij ongeschonden de wereldoorlog was doorgekomen.

Even verder zie je de Abdij Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. De abdij is ontstaan in 1794 toen een groep monniken van de Abdij van La Trappe in Normandië op de vlucht gingen voor de Franse Revolutie. Ze kwamen terecht in een kleine boerderij, Nooitrust. Die deed tot 1836 dienst als klooster tot het de status van abdij kreeg. Daarna volgden vele uitbreidingen waaronder de brouwerij in 1933.

Daarna ging het verder naar de bossen waar we tussen knooppunten 97 en 89 het sanatoriumdomein Lizzy Marsily bereikten. Lizzy Marsily was de hoofdsecretaresse van de Nationale Bond voor Tuberculosebestrijding die in 1920 in een sanatorium stichtte. Het werd ingehuldigd door Koningin Elisabeth.

Onze sandwiches opeten deden we op de Drieboomkensberg. Daar is, in het midden van nergens, een bezinningsplekje gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-ter-Koorts. Dat staat er al sinds 1750. Het werd opgericht door een Engelse Officier die daar in 1746 zwaargewond werd en hoge koorts kreeg tijdens de oorlog tussen Fransen enerzijds en Oostenrijkers, Hollanders en Engelsen anderzijds. Als hij het zou overleven dan zou hij een kapel bouwen. Dat gebeurde dus. De kapel werd in 1800 vernietigd door een storm maar het beeld staat er dus nog altijd.

Na 10 km stonden we terug op de parking die nu nog voller was dan toen wij vertrokken. Een koffietje was welkom geweest maar ja … het zijn nu eenmaal andere tijden.

Parel van de Kempen

Westerlo … de Parel der Kempen.

Westerlo is een “Merodedorp”. Het adelijke geslacht de Merode is er al sinds de 14de eeuw nadrukkelijk aanwezig.

Wij kozen vandaag voor een wandeling uit de Knooppunter.com Wandelpocket Antwerpen van Lannoo. De wandeling met vertrek aan de Lambertuskerk zou ons via de knooppunten 130-18-19-13-12-14-183-10-9-8-7-340-3-4-5-6-20-16-130 doorheen de Netevallei en de Merodese bossen loodsen.

Al snel kwamen we aan de oevers van de Grote Nete die doorheen het landschap meandert. Naast de Nete ligt ook een grasveld met daarop een staande wip van 23 meter hoog, gelegen naast het lemen clubhuisje ’t Riet. De staande wip is een lork die werd geschonken door Prins de Merode.

Even verderop, ter hoogte van punt 13, kwamen we aan het trammetje. Dat is een oude verplaatsbare dam uit 1874. Bij droogte kon die dam het water laten afvloeien naar de omliggende velden. In 1999 werd de dam beschermd als industrieel erfgoed.

Daarna volgde het Kasteel de Merode. Het kasteel is gebouwd rond de middeleeuwse Donjon en is al sinds de bouw ervan in het bezit van de familie de Merode. Het domein wordt jaarlijks opengesteld voor het publiek tijdens de kasteelfeesten.

Via het natuurgebied de Kwarekken, een permanent moerasgebied, bereikten we de Beelse bossen. We hebben ons schoofzakske opgegeten aan de Sterdreven waar 8 dreven samenkomen in één punt. Dat is trouwens geen uitvinding van een tuinarchitect. Het bleek gewoon heel handig voor de adelijke jagers. Het wild werd in hun richting gejaagd en zij moesten gewoon wachten tot er een dier één van de acht dreven overstak.

Via het Boswachtershuisje dat tegenwoordig een jeugdherberg is bereikten we het kasteel van Gravin Jeanne de Merode. Afgewerkt in 1911 werd het tot 1944 bewoond door de Gravin. Tussen 1944 en 1972 deed het dienst als rusthuis voor priesters. In 1973 werd het gekocht door gemeente en ingericht als Gemeentehuis.

Na 8,6 km stonden we terug aan de auto. Alweer een heel mooie wandeling die we kunnen toevoegen aan de ellenlange lijst van mooie wandelingen.

Meer dan een abdij, een uitgeverij en een lekdreef

Averbode. Wie kent Averbode niet? De Norbertijnerabdij, de lekdreef en de uitgeverij die me in mijn jeugd met Zonnekind, Zonnestraat, Zonneland en de Vlaamse Filmpjes zoveel leesplezier heeft gegeven.

In de onmiddellijke omgeving van de Abdij van Averbode, gesticht in 1134, was eeuwenlang nauwelijks bewoning. Pas in het laatste kwart van de 19e eeuw was er sprake van het gelijknamige gehucht, soms ook Everbode en Den Haak genoemd.

De oprichting van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart in 1877 bezorgde de abdij landelijke bekendheid als bedevaartsoord. Langs de voorheen vrijwel onbebouwde Westelsebaan verschenen café-restaurants, hotels, een souvenirwinkel en andere handelszaken. Vanaf 1900 werd de nieuwe wijk, die informeel Het Faubourg werd gedoopt, bediend door de stoomtram Zichem-Turnhout.

De komst van een drukkerij en uitgeverij, een nevenproduct van de Broederschap, zorgde ervoor dat het bevolkingsaantal rap zou aangroeien. Er kwamen scholen, coöperatieve bedrijven (melkerij, houtzagerij, stroomdistributie) en verenigingen, zoals de door Ernest Claes vereeuwigde fanfare De Sint-Jansvrienden. Langzamerhand rijpte het plan voor een onafhankelijke gemeente Averbode. Het zou tot 1928 duren vooraleer het gehucht zich losmaakte van de gemeenten Testelt en Zichem. (Bron: Wikipedia)

Maar Averbode is zoveel meer (al wist ik dat vóór vandaag ook niet).

Vorige maand deden we op het werk mee met de Roze Mars. Tijdens die maand hadden ze bij Wandelknooppunten voor elke provincie een Roze Mars Wandeling uitgestippeld. En vandaag kozen wij tijdens onze stay-at-home-vakantie voor Averbode.

We vreesden een beetje voor een drukte van jewelste maar dat viel bijzonder goed mee.

We vertrokken aan de abdij, gingen door een lege lekdreef en toen volgenden 9 zeer afwisselende kilometers met bijzonder veel afwisseling en vooral veel afwisselende Fauna en Flora.

Een bijzonder mooie maar soms toch ook wel heel zware wandeling.

De Peulte

Derde dag van mijn vakantie in Bungalowpark De Pieper in Peulis 😉

Na wat huiselijke klusjes in de voormiddag en een bezoekje aan de nabijgelegen Prik & Tik was het deze namiddag tijd voor de dagelijkse wandel- of fietstocht.

Vandaag kozen we weer voor de wandelschoenen. Voor het vertrek moesten we niet ver gaan, dat lag net voor de deur.

Bestemming voor vandaag waren de Peultenbossen.

‘De Peulte’ is een bos gelegen op de grens van Putte, Bonheiden en Sint-Katelijne-Waver. In de 16e eeuw maakte het al deel uit van het Grote Waverwoud, dat gans de streek tussen Lier, Heist-op-den-berg en Rijmenam bestreek. Keizer Karel V (1500-1560), die 15 jaar in Mechelen woonde bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk, had er zijn jachtgebied.

Tot voor tweehonderd jaar sprak men niet van ‘De Peulte” doch wel van de ‘Krankhoevebossen’. Die benaming en de naam van de Grote Krankhoeve aan de overkant van de Mechelbaan, gebouwd in 1712, verwijst waarschijnlijk naar een pesthuisje dat gebouwd werd nabij de Oude Putsebaan.

De zieken uit de stad werden er in de middeleeuwen afgezonderd in een hut in de bossen. Ze werden er, zonder enige vorm van opvang en verzorging, aan hun lot overgelaten.

Heel waarschijnlijk is het gebied in de middeleeuwen eigendom geweest van de ‘Heilige Geestestafels’ van een Mechelse parochie. Na de Franse Revolutie moesten die hun eigendom afstaan aan de Burelen van Weldadigheid (1793), voorlopers van het OCMW (1976). Vanuit de Krankhoeves werd dan eten geleverd aan de lokale ziekenhuizen. Het OCMW van Mechelen is momenteel nog steeds de eigenaar van het gebied.’De Peulte’ en de Grote Krankhoeve vormden destijds een economisch geheel, waarbij ‘De Peulte’ de functie had van productiebos voor de Grote Krankhoeve (hakhout). In 1825 werd de Grote Krankhoeve gescheiden van ‘De Peulte’ door de aanleg van de nieuwe baan Mechelen – Putte.

De naam ‘Peulte’ zou afkomstig zijn van een vervorming van ‘Poli’, een welgestelde familie die rond de jaren 1200 in Mechelen woonde en eigenaar was van het grootste deel van het huidige Peulis. Een andere verklaring verwijst naar het Latijnse woord ‘polus’ wat moeras betekent. De Peultenbossen zijn inderdaad een moerassig overblijfsel van wat ooit een uitgestrekt bosgebied is geweest. (Bron : Natuurpunt Afdeling De Putter)

Broekelei Keerbergen

Nadat we gisteren op de eerste dag van onze “vakantie-heel-dicht-bij-huis” hebben gevuld met het planten van 112 struikklimopplantjes hebben we er vandaag een “echte” vakantiedag van gemaakt.>

Om de stramme spieren een beetje te doen verdwijnen zijn we in de loop van de voormiddag naar Keerbergen getrokken. Daar vertrekt aan de kerk de Broekeleiwandeling, een wandeling van om en bij 6 km die grotendeels doorheen het natuurgebied Broekelei gaat. Je hoeft gewoon de knooppunten te volgen (P – 9 – 90 – 91 – 92 – 93 – 94 – 95 – 9 – P).

De Broekelei is een door de Dijle gevormde fossiele meander waar je kan genieten van een gevarieerd landschap met vijvers, zowel loof- als dennenbos, hooilanden afgezet met knotwilgenrijen en sloten.

Een heel mooie wandeling, zeker bij het zalige wandelweer dat we vandaag hadden.

Na een koffietje thuis hebben we dan nog korte wandeling in Peulis gemaakt. De Roze Mars mag dan al gedaan zijn … we blijven stappen.

Kolonie

Een dag vóór ik een weekje op vakantie ga (in Peulis) ben ik vandaag nog gaan genieten van de herfst in Wortel.

Wortel is gekend voor zijn landloperskolonie.

Die kolonie werd in 1822 gesticht door Johannes van den Bosch en zijn Maatschappij van Weldadigheid.

Nadat Van den Bosch zijn kolonies had opgezet in Drenthe kreeg hij de opdracht hetzelfde te doen in de Zuidelijke Nederlanden. Na een zoektocht vond hij een gebied van 516 hectare bij het dorpje Wortel. De gemeente daar was echter niet heel enthousiast over het plan van Johannes en keurde het pas goed na dwang door een koninklijk besluit. De kolonie bestond uit 130 kleine boerderijtjes en groeide al snel van de 151 kolonisten in 1822 tot 636 zeven jaar later. Het idee was hetzelfde als bij de koloniën in de noordelijke Nederlanden. Armoede zou moeten worden aangepakt door armen uit de stad naar de koloniën te sturen en hen daar, door het geven van een boerderijtje, echte boeren te maken. De stedelingen zelf voelden daar echter vaak weinig voor en door de slechte grond in Wortel en het gebrek aan begeleiding wilde de kolonie niet echt vlotten. Bovendien vond er in 1830 de Belgische revolutie plaats. Met deze Belgische onafhankelijkheid werd ook een einde gemaakt aan het Hollandse idee van de koloniën van weldadigheid. De boerderijtjes werden in brand gestoken en vele kolonisten sloten zich aan bij een van beide kanten van het conflict.

In de volgende jaren werd het gebied opgesplitst en verdeeld tussen de omliggende gemeenten. Pas in 1866 werd de kolonie weer relevant toen België een wet aannam tegen landloperij. Vier jaar later werd het gebied bij Wortel gekocht door de Belgische staat. In 1881 werden er witte gevangenisgebouwen voor landlopers gesplaatst, die er nog steeds staan. In 1929 werd de landloperskolonie in Wortel afgeschaft en kwamen de gebouwen leeg te staan. Zes jaar later werden de gebouwen gebruikt als psychiatrische inrichting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden deze mensen overgeplaatst[bron?] en in 1945 werden de gebouwen weer een inrichting voor landlopers. Pas in 1993 schafte België onder internationale druk haar wet tegen landloperij af. De landlopers in Wortel waren allemaal vrij om te gaan, maar een aantal besloot te blijven. Zo lang zelfs dat er in 2004 nog vier geïnterneerde landlopers over waren met een gemiddelde leeftijd van 64 jaar. Er zijn nu (2019) nog 2 oud-landlopers die een vleugel van een van de gebouwen bewonen. Het gebied is sinds 1999 een beschermd landschap en vrij te bewandelen, eventueel begeleid door natuurgidsen. (Bron : Wikipedia)

Het was een leuke dag met als enige minpuntje dat we achteraf geen koffietje konden drinken.

En vanaf morgen gaan we dus op vakantie in eigen huis. Veel wandelen, veel fietsen en wat klussen. Naar de Reeuwijkse Plassen, onze oorspronkelijke bestemming, zullen we later wel eens gaan.

Zellaer

Laatste dag van de Roze Mars, de wandelmaand ten voordele van Think Pink, dus moest er nog eens worden gewandeld.

Conny en ik kozen voor één van de wandelingen met vertrek aan de kerk van Bonheiden. Deze keer stond het Zellaerpad op het menu. Net als vorige keer toen we het Mispeldonkpad kozen hadden we weer problemen om op het juist pad te komen maar dat is ons uiteindelijk toch gelukt.

Het Zellaerpad passeert, uiteraard, het kasteel van Zellaer.

Het Kasteel van Zellaer ten noorden van het centrum van Bonheiden werd gebouwd tussen 1888 en 1892, in opdracht van baron Gustavius Eugenius Leo Maria Gislainus de Vrière. De plannen werden getekend door architect Heugenbaarts uit Mechelen.

Bij het optrekken van het gebouw werd gebruikgemaakt van witte zandsteen afkomstig van de afgebroken forten van Vilvoorde. De van Zellaer afhankelijke landbouwers moesten het vervoer ervan met paard en kar verrichten. De overlevering beweert dat het een verkleinde kopie zou zijn van een kasteel aan de Loire. Bewijzen hieromtrent zijn nog altijd niet opgedoken. Het neogotische kasteel is met een ringgracht omgeven en in het park liggen nog verschillende brede grachten. In het gebouw is thans een bezinningscentrum gevestigd.

Op het moment van de bouw stond er overigens al een kasteel op deze plek. Wellicht was Wouter Berthout, heer van Mechelen, de opdrachtgever en kanunnik Arnold van Zellaer de eerste eigenaar. Van dit oorspronkelijke bouwwerk bestaat nog een beschrijving die in de aankondiging van de openbare verkoop van 20 oktober 1836 vermeld werd:

“Een schoon ‘buytengoed’ genaemd zellaeren, behelzende een sterk en fraey kasteel aenmerkelijk door des zelfs gotisch architecture, afgesloten in schoone en vischrijke waters uytmakende een vierhoekig gebouw geflanqueert van vier torens in ’t midden van welke zich verheft eenen schoonen belverder, enz.”

Bij de afbraak van dit oude kasteel stootte men op zeer oude grondvesten. Deze waren gebouwd op in de grond geheide houten palen, die zelfs uit de 13de eeuw zouden kunnen stammen en dus een middeleeuws slot laten veronderstellen. (Bron : Wikipedia)

Zo kan ik de Roze Mars afsluiten met ruim 440.000 stappen, goed voor zo’n 360 km stappen. Hiermee val ik net buiten de top tien van de ruim 200 collega’s die meededen aan de mars. Nationaal gezien eindig ik vermoedelijk op plaats 570 van ruim 9.000 deelnemers.

Best jammer dat er geen bonusstappen werden uitgedeeld per paddenstoel die je onderweg hebt gezien. Ik zou gegarandeerd hebben gewonnen 😉

Stappen voor de Roze Mars

Een groot deel van mijn leven speelt zich al een jaar of 5 af in Peulis. En net als in Vorselaar is het ook in Peulis prettig wandelen.

Eén van die mooie plaatsen zijn de Peulisbossen. Over de herkomst van de naam Peulis doen trouwens verschillende versies de ronde. Sommigen beweren dat de naam een vervorming is van Poluus, de familienaam van een veertiende-eeuwse eigenaar. Anderen verklaren dan weer dat de naam Peulis komt van Pee Lens, die op het einde van de 19e eeuw op zijn grote boerderij in de Peulisstraat woonde. Dit laatste blijkt echter onwaarschijnlijk omdat de naam Peulis al meer dan 200 jaar vermeld staat op oude kaarten. Misschien moeten we de oorsprong vinden achter het Latijnse woord ‘Palus’, dat moeras, drasland betekent. De Peulisbossen liggen 6 meter boven de zeespiegel, dat is lager dan Putte en Onze-Lieve-Vrouw-Waver. In een natte winter is er altijd gevaar voor overstromingen. Vooral aan de Rehaegenbeek kan het erg nat zijn. Het Waverwoud strekte zich vroeger uit van Waals Waver tot in Lier. Hiervan is in Peulis niets meer overgebleven. De Peulisbossen zijn geen natuurlijke bossen, maar aangeplant voor houtproductie. Hout had in de middeleeuwen veel waarde, het moest dienen voor de bouw van schepen en bruggen. (bron : Natuurpunt).

Gisteren was het voor ons het vertrekpunt van onze wandeling.

Ook vandaag zijn we, ondanks de regen, gaan wandelen. Deze keer kozen we voor Wakkerzeel.

Wakkerzeel is een deelgemeente van de Belgische gemeente Haacht in de provincie Vlaams-Brabant. Landbouwkundig hoort het dorp tot de Brabantse Kempen. De oudste gekende vermelding van de plaats stamt uit 1157 en maakt gewag van Wackersele. Deze naam valt etymologisch te verklaren als het klein huisje van Walchari. Wakkerzeel was eeuwenlang een bedevaartsoord en is sinds 1577 een parochie. Bij de oprichting van de gemeenten in 1795 vormde Wakkerzeel samen met Werchter en Tremelo de gemeente Werchter. Bij de gemeentelijke herindeling van 1977 verhuisde het dorp van Werchter naar Haacht. De kasseistroken in het dorp en de omgeving karakteriseren er het landschap. Recent werden enkele van de landschapselementen langs de Dijle opgeofferd voor het busvervoer tijdens Rock Werchter. In het dorp zelf bevindt zich nog een strook kasseien. (Bron: Wikipedia). 

Wij zouden er de Kunstdorpwandeling doen. Helaas was er van deze afgepijlde wandeling die we hadden teruggevonden in een wandelboekje geen spoor meer te vinden. Misschien hadden we een recenter boekje moeten nemen en geen boekje van 2006. We hebben dan maar de Wandelknooppunten-app geopend en een wandeling via de knooppunten geïmproviseerd.

Dat viel zeker niet tegen. Een heel mooie wandeling in een heel rustige buurt, eentje die voor herhaling vatbaar is.

En zo zit mijn wandeldriedaagse er op. Samen goed voor bijna 54.000 stappen. Met nog een week te gaan in de Roze Mars weer mooi gescoord.

28.500 redenen

28.500 mensen. Zoveel zijn er tussen 1942 en 1944 gedeporteerd vanuit de Kazerne Dossin in Mechelen. Achtentwintigduizend en vijfhonderd mensen.

Om u een beetje een idee te geven … dat is de volledige bevolking van mijn buurgemeente Herentals. Of die van Harelbeke. Of Nijvel. Of Vorselaar, Grobbendonk, Bouwel en Herenthout samen.

Weggevoerd naar kampen. Slechts 1.250 mensen hebben de beproeving overleefd.

Hun verhaal kan je volgen in het museum dat is gelegen tegenover de eigenlijke Dossin Kazerne (waar momenteel appartementen zijn gevestigd).

De Dossinkazerne was ideaal gelegen: centraal tussen Brussel en Antwerpen, de twee steden waar de meeste Joden woonden. Een goederenspoorweg naast de Dossinkazerne leidde de gevangenen ongezien naar de wagons. Het kamp stond onder de leiding van SS-Sturmbannführer Philipp Schmitt, ook verantwoordelijk voor het Fort van Breendonk. In 1943 nam Hans Johannes Gerhard Frank de functie over met een meer gematigde aanpak.

Aanvankelijk werden de Joden in de Dossinkazerne verzameld via een tewerkstellingsbevel. Enkele weken later ging men over op grootscheepse Jodenrazzia’s, in Antwerpen, Brussel, Luik en Charleroi. Bij hun aankomst in de Dossinkazerne werden Joden en zigeuners geregistreerd en werden hun namen op de deportatielijsten geschreven. Hun goederen werden geconfisqueerd door het Duitse leger. Tijdens hun verblijf liepen de Joden risico op mishandeling en vernederingen. Anderzijds lag een zwaar repressief regime niet voor de hand, omdat de indruk moest worden hooggehouden dat het verblijf zou uitlopen op verplichte tewerkstelling in het buitenland. Ook moesten opstanden worden vermeden. Onder Hans Johannes Gerhard Frank werd het regime daarom wat versoepeld. De werkdruk werd verlaagd en de slaapruimtes werden verwarmd. Intussen verbleven de gedetineerden ook steeds langer in de kazerne, omdat het alsmaar moeilijker werd om een konvooi met 1000 personen te vullen.

De gedeporteerden werden in 28 transporten naar Auschwitz gebracht. Op 19 april 1943 werd transport XX door het Belgische verzet te Boortmeerbeek tegengehouden. Hierbij konden 232 gevangenen ontsnappen, waarvan er 119 nooit meer opgepakt werden. Dit was tevens het eerste transport waarbij Joden werden vervoerd in goederenwagons. De gevangenen, waaronder vrouwen en kleine kinderen, moesten tijdens de reis een aantal dagen rechtop blijven staan. (Bron: Wikipedia)

Voor mij was het vandaag de bestemming van de Corona-treinpas voor deze maand. Ik hoop dat meer mensen dat doen want als er een plaats is waar je de gevaren van extremisme kan zien dan is het daar wel . En dan bedoel ik alle vormen van extremisme … rechts, links, gelovig … het maakt niet uit.

De wandeling van het station naar de kazerne en terug was trouwens ook weer de moeite waard. Dat Dijlepad blijft een aanrader.