Vakantie dicht bij huis

daasOnlangs was Herr Seele te gast in De Zomer van 2018 op Radio 1. Elke gast kiest daar een thema en dan mogen luisteraars liedjes voorstellen die bij dat thema passen. Het thema van Herr Seele was “vakantie dicht bij huis”.

En eigenlijk heeft hij gelijk. Waarom toch altijd duizenden kilometers vliegen of rijden terwijl het dichtbij huis vaak zo mooi is. Sinds ik regelmatig wandel moet ik vaststellen dat België inderdaad heel mooi is.

Vandaag kozen we trouwens wel voor heel dichtbij namelijk mijn eigenste Vorselaar. In 2017 werd de Lovenhoek wandeling verkozen tot mooiste wandeling van het jaar in de Provincie Antwerpen. Het werd dan ook hoog tijd om ze eens te doen.

Kort na de middag was Conny hier en vertrokken we richting Lovenhoek, amper 3 km van mijn deur. Het eerste deel van de wandeling was weliswaar mooi maar toch niet zo speciaal. Tot we op een gegeven moment rechts het bos in draaiden.

Over planken en smalle bruggetjes ging het verder het bos in. In deze tijd van droogte waren de planken misschien overbodig maar ik kan me wel indenken dat het er in een regenachtige periode totaal anders uitziet.

Het was in ieder geval een heel mooie wandeling die ik iedereen kan aanraden. Zelfs de temperatuur viel, dankzij een aangename bries en voldoende schaduw, viel mee vandaag.

Het enige dat een beetje tegenviel waren mijn vrienden de dazen. Die vinden mij om op te eten. En dat hebben ze zeker weer geprobeerd. Drie serieuze beten waren het resultaat, tot bloedens toe.

Kempen

De laatste twee dagen van mijn (korte) vakantie waren weer behoorlijk gevuld.

Gisteren begon met een bezoekje aan het AZ in Herentals. Niets ernstigs hoor, gewoon een MRI-scan laten nemen in de hoop zo uit te vinden waarom ik zo slecht hoor langs mijn rechterkant. Omdat ik nog een tegoedbon van 15 € voor Taverne Wolfstee in Herentals had leek het de prefecte aangelegenheid om aan het ziekenhuisbezoek een fikse wandeling te koppelen om de dag dan af te sluiten met een smakelijke hap.

Kort na 8 u stond Conny al voor de deur en even later vertrokken we naar de stad van Keizer Rik. Omstreeks half elf hadden we de wandelschoenen aangetrokken en vertrokken we richting Netepark waar onze knooppuntenwandeling begon.

Niet veel later stonden we aan de Toeristentoren, de houten toren midden op de Kempische Heuvelrug van waaruit je, bij helder weer, een mooi uitzicht hebt op de Kempen en naar verluid tot 30 km ver kunt zien. Of dat laatste helemaal klopt weet ik niet maar het uitzicht is er in ieder geval de moeite ook al gaat het beklimmen van dergelijke bouwwerken bij mij altijd gepaard met de nodige angsten vanwege mijn hoogtevrees. Eens ik boven ben is er geen enkel probleem maar het is het naar boven gaan en het afdalen dat niet altijd vlot.

De temperatuur viel al bij al nog mee omdat we vrij veel schaduw hadden en omdat er een aangename wind was. Minder aangenaam waren de insecten die mij zo’n lekker stuk vinden. Vooral dazen zijn grote fan van mij. En die bijten dan echt tot bloedens toe hè. Daarnaast vinden ook muggen mijn bloed best smakelijk.

Het zou niet zo erg zijn ware het niet dat Conny dus geen enkele beet heeft gehad.

Vandaag weer vroeg uit de veren om terug naar Ieper te rijden, weliswaar met een tussenstop in Harelbeke. Had ik dan vorige week niet alles gezien? Uiteraard niet maar ik ben vooral teruggereden omdat mijn moeder ook nog eens graag Ieper wilde zien (en onderweg nog even stoppen bij vrienden die ze in 10 jaar niet meer had gezien).

En zo eindigt mijn (korte) vakantie waar hij begonnen is … in de Kattenstad. Morgen terug aan het werk voor twee lange zomermaanden waarin ik zelf (op drie dagen na) geen vakantie heb en waarin ik alle collega’s op vakantie zie vertrekken (sommigen zelfs twee keer). Dat het maar rap september is.

Nostalgie

1958 … het jaar van de Expo, de wereldtentoonstelling op de Heizelvlakte in Brussel. 1958 is ook het jaar waarin mijn ouders zijn getrouwd. Zij zijn trouwens op huwelijksreis geweest naar die wereldtentoonstelling.

Een diamanten huwelijksverjaardag zit er helaas niet meer in maar het leek me toch een leuk idee om mijn moeder nog eens mee te nemen naar Brussel. Van de wereldtentoonstelling blijft er niet veel meer over. Het Amerikaans Theater bijvoorbeeld, de Dessert 58 chocolade en natuurlijk het Atomium.

Vóór we ons naar het ijzeratoom begaven hebben we eerst nog een bezoekje gebracht aan Mini Europe. Ik had een beetje schrik dat het er vervallen zou uitzien maar dat was helemaal niet het geval. De vrees bleek onterecht. Het viel heel goed mee. Op één of andere manier ben ik er wel een flink aantal foto’s kwijtgespeeld. Hoe het is gebeurd weet ik niet maar ze zijn weg. Vorig jaar heb ik dat ook eens gehad in Gent. Ik vermoed dat het iets te maken heeft met de touchscreen.

In het Atomium zelf probeerden ze nog om me op de foto laten gaan met Robbedoes maar aan zo’n dingen doe ik niet mee. Via de lift schoten we naar de bovenste bol waar we, in afwachting van een lunch in het restaurant, konden genieten van enkele prachtige vergezichten. Minder genieten was het van de rekening. 4 euro voor een tasje koffie, 5 euro voor ½ liter water. 36 euro voor een vol-au-vent, 26 euro voor een (weliswaar heel lekkere) risotto … Andere schotels gingen van de hand voor 50 tot 60 euro.

Met de lift ging het terug naar beneden om dan met roltrappen en vaste trappen naar de bollen te gaan waar enkele tentoonstellingen waren, o.a. 60 jaar Expo 58 of rond René Magritte. Best leuk maar “waaw” was het niet. Als we dit vergelijken met ons bezoekje aan de Kasteeltuinen van Arcen dan zijn onze noorderburen duidelijke winnaars.

Op terugweg naar huis nog een beetje meer nostalgisch gedaan en een tas koffie gaan drinken in Lier, de stad waar ik zes jaar school heb gelopen en op internaat heb gezeten en ook de stad waar de 2 tantes van mijn moeder jaren hebben gewoond.

Scherpenheuvel

Enkele jaren terug hebben we met de collega’s van IT eens een bedevaart naar Scherpenheuvel gemaakt omdat een migratie succesvol werd afgerond.

Vandaag ben ik nog eens terug gegaan. Niet met de collega’s maar wel met mijn moeder die daar in jaren niet meer was geweest en nog eens graag de basiliek en de kraampjes wilde zien.

De basiliek staat er nog steeds maar veel kraampjes waren er niet meer te zien. Veel bezoekers trouwens ook niet. De terugval van de Katholieke kerk was duidelijk zichtbaar. De gemiddelde leeftijd lag ook behoorlijk hoog.

Maar ja, er was er één blij dat ze nog eens in Scherpenheuvel was geweest.

Verschil

Lees vandaag een boek en lees datzelfde boek binnen drie maanden en op een paar details na die je de eerste keer hebt gemist is het hetzelfde boek. Bekijk vandaag een aflevering van F.C. De Kampioenen en bekijk binnen drie maanden een aflevering van F.C. De Kampioenen en het zal hetzelfde zijn (zelfs wanneer het een totaal andere aflevering is).

Bezoek echter vandaag een tuin en bezoek diezelfde tuin binnen drie maanden en het verschil kan niet groter zijn.

Tijdens onze Paasbreak hebben Conny en ik de Kasteeltuinen van Arcen bezocht. Het was toen net het openingsweekend en nagenoeg heel de tuin zag geel van de hyacinten. Sommige delen zagen er vrij troosteloos uit maar ja … het was nog vroeg op het jaar.

Vandaag ben terug naar de Kasteeltuinen geweest. Omdat ze in de zorgsector nu eenmaal minder verlof hebben dan in de verzekeringswereld (iederéén heeft minder verlof dan in de verzekeringswereld) heb ik de tuinen deze keer wel bezocht met mijn moeder en niet met Conny.

We hadden trouwens geluk want het vandaag de laatste dag van hun Rozenfestijn. Heel het kasteel was versierd met allerlei kunststukjes met rozen. Ook de rozen in de tuin zelf waren op hun mooist. De tuin was niet mooier of minder mooi dan met Pasen, hij was gewoon totaal anders. Zelfs de ooievaars (er waren toen twee koppeltjes aan ’t “flirten”) hadden er een nazaat bij.

Enfin … het was een heel leuke dag en mijn moeder heeft er echt van genoten. Dat we meer dan 5km hebben gewandeld kon haar op haar 84-jarige leeftijd niet deren.

Westhoek

Wat zijn de voordelen van een wereldkampioenschap voetbal waar de Rode Duivels aan meedoen? Jupiler verkoopt veel meer bier, elk café (met TV) zit vol tijdens de matchen en de warenhuizen verkopen veel meer snacks dan gewoonlijk.

Een ander voordeel is het feit dat plaatsen waar het anders wel eens druk zou kunnen zijn vaak compleet verlaten zijn. Twee jaar terug hebben we dat gemerkt toen we een wandeling van Lier naar Kessel maakten. 3 uur gewandeld en misschien 6 mensen tegengekomen.

Daarom besloten Conny en ik van de tweede match van de Duivels gebruik te maken om de Westhoek eens te bezoeken. Het feit dat mijn broer momenteel ergens in de Schotse Highlands rondfietst hielp ook wel bij deze keuze. Zo konden we immers ook nog de kostprijs van een overnachting uitsparen.

Op weg naar Ieper stopten we eerst in Passendale om Tyne Cot Cemetery te bezoeken. De naam Tyne Cot(tage) werd door de 50th Northumbrian Division aan een schuurtje gegeven dat te midden van een vijftal Duitse betonnen bunkers stond, langs de weg van Broodseinde naar Passendale. Hiermee verwezen ze naar de huisjes (cottages) langs de Tyne, een rivier in Noord Engeland die door Northumberland loopt. (bron Wikipedia). In totaal liggen er 11.957 slachtoffers begraven waarvan 8.369 niet geïdentificeerde slachtoffers. Ik heb al behoorlijk wat oorlogskerkhoven bezocht maar dit is echt wel indrukwekkend.

Daarna ging het verder naar Ieper waar het behoorlijk druk was. Ik was immers vergeten dat het ook nog de Rally van Ieper was, een klassieker in de rallywereld. Nu heb ik wel “iets” met auto’s maar Conny eigenlijk totaal niet.

Even onze overnight bag naar onze studio gebracht, een paar boterhammetjes gegeten en op weg naar de Lakenhal voor de belangrijkste reden van ons bezoek aan de kattenstad … In Flander’s Fields. Ik heb het jaren geleden al wel eens bezocht maar dat was dus echt lang geleden.

Zoals verwacht was het er rustig … héél rustig. Dat gaf ons wel de tijd om alles goed te bekijken. Echt vrolijk kan je er niet van worden maar het is uiteraard wel uitermate interessant. En het zit bovendien heel goed ineen. Heel sterke filmpjes met sterke acteurs. We hebben er dan ook ruim twee uur rondgelopen.

Een korte wandeling (doorheen het rallygeweld) bracht ons naar de Menenpoort en de vestingwerken van meesterbouwer Vauban. Van de Menenpoort naar Lille Gate Cemetery om dan via de Rijselstraat terug naar de Markt te wandelen.

Ondertussen was het tijd om ons even te verfrissen en een hapje te gaan eten op de Grote Markt. De avond in Ieper werd afgesloten met de Last Post.

Na een welverdiende nachtrust en een smakelijk ontbijt (lekkere pistolets van Paris Croissant op de Grote Markt) lieten we Ieper achter ons en reden we richting Diksmuide met zijn IJzertoren. Het uitzicht alleen is al de moeite waard. De tentoonstelling op de weg naar beneden was soms wel interessant maar mag toch wel eens worden opgefrist worden. Wat ook een beetje stoort is het gevoel dat de slachtoffers van den grooten oorlog na 100 jaar nog altijd worden misbruikt voor politieke redenen.

Nadat we onze boterhammetjes hadden opgegeten hebben we nog een bezoekje gebracht aan het Duitse Kerkhof nabij Vladslo. Mensen vergeten immers vaak dat er aan het front ook veel Duitsers zijn gesneuveld. Dat waren ook vaak jonge jongens met een vader en een moeder. Die ouders treurden even hard om hun zoon als geallieerde ouders. Käthe Kollwitz is zo’n moeder. Zij ontwierp , ter nagedachtenis van haar zoon Peter, het beeldenpaar de Treurende Ouders dat in Vladslo staat. Schrijnend genoeg sneuvelde haar kleinzoon in de tweede wereldoorlog.

Het was een fijn weekendje weg maar toch ook wel een zwaar weekend op psychologisch vlak. Zoveel leed, zoveel slachtoffers en waarom ??? Het is vooral triest dat er na 100 jaar nog niets is veranderd :-(.

Verscholen dorp

Wat geldt voor mooie liedjes geldt helaas ook voor korte vakanties … voor je het weet zijn ze voorbij, zeker wanneer ze zo goed zijn als de vakantie de we net hebben gehad.

Vóór we terug naar België vertrokken hebben we nog wel een wandeling gemaakt. Een wandeling naar het Verscholen Dorp.

Het verscholen dorp verwijst naar het onderduikerskamp dat de naam “Pas Op Kamp” kreeg en waar van 1942 tot 1944 een honderdtal joden, piloten en verzetslui werden verborgen voor de Duitsers. Ze woonden in hutjes onder de grond maar hadden verder eigenlijk niets te kort.

Verzetsstrijders brachten, met gevaar voor eigen leven, eten en drinken. Later werd gewoon een waterpomp geïnstalleerd.

Toen het kamp bij toeval werd ontdekt door de Duitsers konden de meeste onderduikers vluchten. Acht mensen, waaronder een kind van 6, haalden het helaas niet en werden ter plekke gefusilleerd nadat ze hun eigen graf hebben gegraven.

En zo is het weeral voorbij. Maar geen nood. We tellen af naar de volgende vakantie die ons in September naar de streek van Shakespeare, Morse, Lewis en Barnaby zal brengen.