Weerdse Kronkelpad

Na een zware werkweek voor ons beiden trokken Conny en ik vandaag naar Weerde om de Weerdse Kronkelpad wandeling te doen.

Deze 8 km lange wandeling begint aan de kerk van Weerde. Al snel zit je aan de Weerdse visvijver waar tal van watervogels te bewonderen zijn. Zoals zovele vijvers is deze vijver ontstaan door de zandwinning die nodig was voor de aanleg van de E19. Tijdens de wandeling hoor je deze autostrade enigszins maar niet zo erg dat het storend is.

De spoorlijn Antwerpen-Mechelen-Brussel stoort trouwens evenmin.

Naar het einde toe, aan de oevers van de Zenne, zie je dan een ruïne. Deze ruïne, midden een zee van groen, is van de sluistoren, in 1914 stuk geschoten en nooit meer heropgebouwd. De watermolen bleef gespaard, maar had, door de vervuiling van de Zenne, geen enkel nut meer.

De zoveelste mooie wandeling die we kunnen toevoegen aan ons palmares. En dat ze deugd gedaan heeft.

Cassenbroek en Estloopbeemden

Gisteren was een belangrijke dag voor mij. Sinds gisteren ben ik immers multifocaal. Bij mijn jaarlijkse controle bij de oogarts in september (in het kader van het Diabetes Zorgtraject) stelde de oogarts voor om over te schakelen naar een multifocale bril zodat ik niet steeds mijn bril moet afzetten wanneer ik even op de wandelgps of mijn telefoon wil kijken.

Nu, anderhalve dag later, gaat het al wel beter maar gisteren deed het toch heel vreemd aan hoor. Ik veronderstel dat het de komende dagen almaar beter wordt.

Ik kan in ieder geval mijn wandelgps probleemloos lezen met bril op. Dat heb ik vandaag uitgeprobeerd. Via Wandelknooppunt Pro hadden we een wandeling uitgestippeld met vertrek op het Stationsplein van Rijmenam.

Dat is een echte meevaller geworden. We passeerden immers de natuurgebieden Cassenbroek en Estloopbeemden. Het blijft toch verrassend hoe mooi het dichtbij huis kan zijn. Deze wandeling is er in ieder geval eentje die we nog gaan herhalen maar dan in een ander seizoen.

Brugge die scone (maar lege)

Wat doe je wanneer je een vrije dag hebt en je moeder heeft deze maand haar gratis Corona-treinticket nog niet opgebruikt?

Dan offer je die vrije dag op en neem je met je moeder mee op een dagje uit naar Brugge. En om het helemaal compleet te maken neem je tante van naast de deur ook maar mee 😉.

In Berchem was het even spannend of we onze aansluiting wel zouden halen. Mijn gezelschap is niet meer van de jongste dus even snel de trappen af en terug op was geen optie. Maar we hebben het wel gehaald en rond de middag zaten we onze boterhammetjes op te eten op vesten in de buurt van Hendrik Pickery.

Ik had een wandeling van een kleine 6 km uitgestippeld. Aan de Poertoren ging het linksaf via het Minnewater naar het Begijnhof. Het Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaerde is het enige nog bewaarde begijnhof in de stad Brugge. Er zijn geen begijnen meer, maar sinds 1927 woont er een kloostergemeenschap van benedictinessen, gesticht door kanunnik Rodolphe Hoornaert.

Door het Minnewaterpark gingen we terug naar de vesten en die bleven we volgen tot aan de Coupure. Onderweg passeerden we onder andere de Katelijnepoort, de Schietbaan en de Gentpoort.

Aan de Conzett Bridge sloegen we dus linksaf de Coupure op om verderop linksaf de Schaarstraat in te slaan. Door het Koningin Astridpark en de Freren Fonteinstraat bereikten we de Burg met het mooi stadhuis. Het was wel vreemd om hier bijna niemand te zien rondlopen. Normaal gezien krioelt het daar van de mensen. Nu was het extreem rustig.

Ook de Markt met het Belfort was akelig leeg. Via de Steenstraat en het Simon Stevinplein bereikten we de Mariastraat waar we een kort bezoekje brachten aan de Onze Lieve Vrouwekerk. De (praal) graven van Maria van Bourgondië en haar man Karel de Stoute hebben we niet bezocht. Ook de Madonna met Kind van Michelangelo hebben we deze keer niet gezien.

Daarna ging het terug naar het station waar nog even moesten wachten op de trein naar Antwerpen. In Antwerpen hadden we quasi onmiddellijk aansluiting naar Herentals.

Het was een mooie dag een leuke wandeling. Jammer dat je nergens een koffietje of zo kan gaan drinken maar daar tegenover staat wel dat er veel minder volk rondloopt en je dus alles beter kan zien, tenminste van de buitenkant want de binnenkant zit er meestal niet in.

Het belangrijkste is echter dat mijn gezelschap een leuke dag heeft gehad. Veel activiteiten zijn er in deze tijden niet voor hen dus alles is meegenomen.

Door de abdijbossen in Westmalle

Vandaag alweer de laatste dag van onze “blijf-thuis-vakantie”. Wat een weekje aan de Reeuwijkse Plassen moest worden is een weekje Peulis geworden.

Maar verder was het een vakantie als alle anderen. Veel gewandeld, een beetje gefietst, een beetje gejogd en vooral … ontspannen.

Voor onze wandeling van vandaag trokken we naar de broeders van Westmalle. Onderweg maakten we een tussenstop in Kessel om mijn bestelling bij het Oudercomité van Basisschool De Ceder op te halen. Zo kreeg ik ook nog eens de kans om collega Leni “in het echt” te zien.

Daarna ging het dus verder naar Westmalle waar de auto achterlieten op de parking van Café Trappisten. Een parking die trouwens vrij goed gevuld was ook al was het café zelf gesloten. Wij volgden een knooppuntenwandeling uit ons Knooppunter.com boekje (99-01-58-59-97-89-36-35-33-34-37-38-39-32-30-99).

Wanneer je domein van de Trappisten betreedt via de sierlijke ingangspoort zie je onmiddellijk een kleine kapel. Dat is de Sint-Bernarduskapel. Deze kapel werd in 1947 opgericht om 14 Britse en Canadese soldaten die in de buurt sneuvelden tijdens de tweede wereldoorlog te gedenken. Maar ze werd ook opgericht als dank omdat de abdij ongeschonden de wereldoorlog was doorgekomen.

Even verder zie je de Abdij Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. De abdij is ontstaan in 1794 toen een groep monniken van de Abdij van La Trappe in Normandië op de vlucht gingen voor de Franse Revolutie. Ze kwamen terecht in een kleine boerderij, Nooitrust. Die deed tot 1836 dienst als klooster tot het de status van abdij kreeg. Daarna volgden vele uitbreidingen waaronder de brouwerij in 1933.

Daarna ging het verder naar de bossen waar we tussen knooppunten 97 en 89 het sanatoriumdomein Lizzy Marsily bereikten. Lizzy Marsily was de hoofdsecretaresse van de Nationale Bond voor Tuberculosebestrijding die in 1920 in een sanatorium stichtte. Het werd ingehuldigd door Koningin Elisabeth.

Onze sandwiches opeten deden we op de Drieboomkensberg. Daar is, in het midden van nergens, een bezinningsplekje gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-ter-Koorts. Dat staat er al sinds 1750. Het werd opgericht door een Engelse Officier die daar in 1746 zwaargewond werd en hoge koorts kreeg tijdens de oorlog tussen Fransen enerzijds en Oostenrijkers, Hollanders en Engelsen anderzijds. Als hij het zou overleven dan zou hij een kapel bouwen. Dat gebeurde dus. De kapel werd in 1800 vernietigd door een storm maar het beeld staat er dus nog altijd.

Na 10 km stonden we terug op de parking die nu nog voller was dan toen wij vertrokken. Een koffietje was welkom geweest maar ja … het zijn nu eenmaal andere tijden.

Parel van de Kempen

Westerlo … de Parel der Kempen.

Westerlo is een “Merodedorp”. Het adelijke geslacht de Merode is er al sinds de 14de eeuw nadrukkelijk aanwezig.

Wij kozen vandaag voor een wandeling uit de Knooppunter.com Wandelpocket Antwerpen van Lannoo. De wandeling met vertrek aan de Lambertuskerk zou ons via de knooppunten 130-18-19-13-12-14-183-10-9-8-7-340-3-4-5-6-20-16-130 doorheen de Netevallei en de Merodese bossen loodsen.

Al snel kwamen we aan de oevers van de Grote Nete die doorheen het landschap meandert. Naast de Nete ligt ook een grasveld met daarop een staande wip van 23 meter hoog, gelegen naast het lemen clubhuisje ’t Riet. De staande wip is een lork die werd geschonken door Prins de Merode.

Even verderop, ter hoogte van punt 13, kwamen we aan het trammetje. Dat is een oude verplaatsbare dam uit 1874. Bij droogte kon die dam het water laten afvloeien naar de omliggende velden. In 1999 werd de dam beschermd als industrieel erfgoed.

Daarna volgde het Kasteel de Merode. Het kasteel is gebouwd rond de middeleeuwse Donjon en is al sinds de bouw ervan in het bezit van de familie de Merode. Het domein wordt jaarlijks opengesteld voor het publiek tijdens de kasteelfeesten.

Via het natuurgebied de Kwarekken, een permanent moerasgebied, bereikten we de Beelse bossen. We hebben ons schoofzakske opgegeten aan de Sterdreven waar 8 dreven samenkomen in één punt. Dat is trouwens geen uitvinding van een tuinarchitect. Het bleek gewoon heel handig voor de adelijke jagers. Het wild werd in hun richting gejaagd en zij moesten gewoon wachten tot er een dier één van de acht dreven overstak.

Via het Boswachtershuisje dat tegenwoordig een jeugdherberg is bereikten we het kasteel van Gravin Jeanne de Merode. Afgewerkt in 1911 werd het tot 1944 bewoond door de Gravin. Tussen 1944 en 1972 deed het dienst als rusthuis voor priesters. In 1973 werd het gekocht door gemeente en ingericht als Gemeentehuis.

Na 8,6 km stonden we terug aan de auto. Alweer een heel mooie wandeling die we kunnen toevoegen aan de ellenlange lijst van mooie wandelingen.

Fietsknooppunten in de knoop

Omdat we ook wel eens graag iets anders doen dan wandelen kozen we vandaag voor de fiets.

Conny had een tochtje uitgestippeld dat ons naar Onze-Lieve-Vrouw-Waver en Koningshooikt zou brengen om dan via Beerzel en Putte terug naar Peulis te fietsen.

Het werd een moeizame start. Door werken in Waver moesten we een omleiding volgen maar helaas … ook op die omleiding waren er werken en enkel acrobaten met de fiets konden voorbij de bulldozer en kraan die in de weg stonden.

Uiteindelijk zijn we toch doorheen de werken geraakt maar de start had dus beter gekund. Ook in Waver zelf waren er nog even problemen omdat knooppunt 36 gewoon verdwenen was. Gelukkig is er dan de app die je kan helpen.

Verder was het een heel mooie fietstocht doorheen velden en serres. Af en toe vals tot gemeen plat, soms lekker bergaf maar het tweede deel vooral winderig. Op het einde toe was er ook nog verwarring over de te volgen route maar uiteindelijk waren we na 40 km fietsen terug thuis.

Na de fietstocht even gerust en toen heb ik de loopschoenen nog eens aangetrokken. Die hebben lang in de kast gestaan maar de laatste tijd worden ze meer en meer aangedaan en het gaat ook steeds beter. Vandaag zelfs een 4,5 km gelopen binnen het half uur. Dat was ook een tijdje geleden dat zoiets me nog lukte.

Meer dan een abdij, een uitgeverij en een lekdreef

Averbode. Wie kent Averbode niet? De Norbertijnerabdij, de lekdreef en de uitgeverij die me in mijn jeugd met Zonnekind, Zonnestraat, Zonneland en de Vlaamse Filmpjes zoveel leesplezier heeft gegeven.

In de onmiddellijke omgeving van de Abdij van Averbode, gesticht in 1134, was eeuwenlang nauwelijks bewoning. Pas in het laatste kwart van de 19e eeuw was er sprake van het gelijknamige gehucht, soms ook Everbode en Den Haak genoemd.

De oprichting van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart in 1877 bezorgde de abdij landelijke bekendheid als bedevaartsoord. Langs de voorheen vrijwel onbebouwde Westelsebaan verschenen café-restaurants, hotels, een souvenirwinkel en andere handelszaken. Vanaf 1900 werd de nieuwe wijk, die informeel Het Faubourg werd gedoopt, bediend door de stoomtram Zichem-Turnhout.

De komst van een drukkerij en uitgeverij, een nevenproduct van de Broederschap, zorgde ervoor dat het bevolkingsaantal rap zou aangroeien. Er kwamen scholen, coöperatieve bedrijven (melkerij, houtzagerij, stroomdistributie) en verenigingen, zoals de door Ernest Claes vereeuwigde fanfare De Sint-Jansvrienden. Langzamerhand rijpte het plan voor een onafhankelijke gemeente Averbode. Het zou tot 1928 duren vooraleer het gehucht zich losmaakte van de gemeenten Testelt en Zichem. (Bron: Wikipedia)

Maar Averbode is zoveel meer (al wist ik dat vóór vandaag ook niet).

Vorige maand deden we op het werk mee met de Roze Mars. Tijdens die maand hadden ze bij Wandelknooppunten voor elke provincie een Roze Mars Wandeling uitgestippeld. En vandaag kozen wij tijdens onze stay-at-home-vakantie voor Averbode.

We vreesden een beetje voor een drukte van jewelste maar dat viel bijzonder goed mee.

We vertrokken aan de abdij, gingen door een lege lekdreef en toen volgenden 9 zeer afwisselende kilometers met bijzonder veel afwisseling en vooral veel afwisselende Fauna en Flora.

Een bijzonder mooie maar soms toch ook wel heel zware wandeling.

De Peulte

Derde dag van mijn vakantie in Bungalowpark De Pieper in Peulis 😉

Na wat huiselijke klusjes in de voormiddag en een bezoekje aan de nabijgelegen Prik & Tik was het deze namiddag tijd voor de dagelijkse wandel- of fietstocht.

Vandaag kozen we weer voor de wandelschoenen. Voor het vertrek moesten we niet ver gaan, dat lag net voor de deur.

Bestemming voor vandaag waren de Peultenbossen.

‘De Peulte’ is een bos gelegen op de grens van Putte, Bonheiden en Sint-Katelijne-Waver. In de 16e eeuw maakte het al deel uit van het Grote Waverwoud, dat gans de streek tussen Lier, Heist-op-den-berg en Rijmenam bestreek. Keizer Karel V (1500-1560), die 15 jaar in Mechelen woonde bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk, had er zijn jachtgebied.

Tot voor tweehonderd jaar sprak men niet van ‘De Peulte” doch wel van de ‘Krankhoevebossen’. Die benaming en de naam van de Grote Krankhoeve aan de overkant van de Mechelbaan, gebouwd in 1712, verwijst waarschijnlijk naar een pesthuisje dat gebouwd werd nabij de Oude Putsebaan.

De zieken uit de stad werden er in de middeleeuwen afgezonderd in een hut in de bossen. Ze werden er, zonder enige vorm van opvang en verzorging, aan hun lot overgelaten.

Heel waarschijnlijk is het gebied in de middeleeuwen eigendom geweest van de ‘Heilige Geestestafels’ van een Mechelse parochie. Na de Franse Revolutie moesten die hun eigendom afstaan aan de Burelen van Weldadigheid (1793), voorlopers van het OCMW (1976). Vanuit de Krankhoeves werd dan eten geleverd aan de lokale ziekenhuizen. Het OCMW van Mechelen is momenteel nog steeds de eigenaar van het gebied.’De Peulte’ en de Grote Krankhoeve vormden destijds een economisch geheel, waarbij ‘De Peulte’ de functie had van productiebos voor de Grote Krankhoeve (hakhout). In 1825 werd de Grote Krankhoeve gescheiden van ‘De Peulte’ door de aanleg van de nieuwe baan Mechelen – Putte.

De naam ‘Peulte’ zou afkomstig zijn van een vervorming van ‘Poli’, een welgestelde familie die rond de jaren 1200 in Mechelen woonde en eigenaar was van het grootste deel van het huidige Peulis. Een andere verklaring verwijst naar het Latijnse woord ‘polus’ wat moeras betekent. De Peultenbossen zijn inderdaad een moerassig overblijfsel van wat ooit een uitgestrekt bosgebied is geweest. (Bron : Natuurpunt Afdeling De Putter)

Broekelei Keerbergen

Nadat we gisteren op de eerste dag van onze “vakantie-heel-dicht-bij-huis” hebben gevuld met het planten van 112 struikklimopplantjes hebben we er vandaag een “echte” vakantiedag van gemaakt.>

Om de stramme spieren een beetje te doen verdwijnen zijn we in de loop van de voormiddag naar Keerbergen getrokken. Daar vertrekt aan de kerk de Broekeleiwandeling, een wandeling van om en bij 6 km die grotendeels doorheen het natuurgebied Broekelei gaat. Je hoeft gewoon de knooppunten te volgen (P – 9 – 90 – 91 – 92 – 93 – 94 – 95 – 9 – P).

De Broekelei is een door de Dijle gevormde fossiele meander waar je kan genieten van een gevarieerd landschap met vijvers, zowel loof- als dennenbos, hooilanden afgezet met knotwilgenrijen en sloten.

Een heel mooie wandeling, zeker bij het zalige wandelweer dat we vandaag hadden.

Na een koffietje thuis hebben we dan nog korte wandeling in Peulis gemaakt. De Roze Mars mag dan al gedaan zijn … we blijven stappen.

Kolonie

Een dag vóór ik een weekje op vakantie ga (in Peulis) ben ik vandaag nog gaan genieten van de herfst in Wortel.

Wortel is gekend voor zijn landloperskolonie.

Die kolonie werd in 1822 gesticht door Johannes van den Bosch en zijn Maatschappij van Weldadigheid.

Nadat Van den Bosch zijn kolonies had opgezet in Drenthe kreeg hij de opdracht hetzelfde te doen in de Zuidelijke Nederlanden. Na een zoektocht vond hij een gebied van 516 hectare bij het dorpje Wortel. De gemeente daar was echter niet heel enthousiast over het plan van Johannes en keurde het pas goed na dwang door een koninklijk besluit. De kolonie bestond uit 130 kleine boerderijtjes en groeide al snel van de 151 kolonisten in 1822 tot 636 zeven jaar later. Het idee was hetzelfde als bij de koloniën in de noordelijke Nederlanden. Armoede zou moeten worden aangepakt door armen uit de stad naar de koloniën te sturen en hen daar, door het geven van een boerderijtje, echte boeren te maken. De stedelingen zelf voelden daar echter vaak weinig voor en door de slechte grond in Wortel en het gebrek aan begeleiding wilde de kolonie niet echt vlotten. Bovendien vond er in 1830 de Belgische revolutie plaats. Met deze Belgische onafhankelijkheid werd ook een einde gemaakt aan het Hollandse idee van de koloniën van weldadigheid. De boerderijtjes werden in brand gestoken en vele kolonisten sloten zich aan bij een van beide kanten van het conflict.

In de volgende jaren werd het gebied opgesplitst en verdeeld tussen de omliggende gemeenten. Pas in 1866 werd de kolonie weer relevant toen België een wet aannam tegen landloperij. Vier jaar later werd het gebied bij Wortel gekocht door de Belgische staat. In 1881 werden er witte gevangenisgebouwen voor landlopers gesplaatst, die er nog steeds staan. In 1929 werd de landloperskolonie in Wortel afgeschaft en kwamen de gebouwen leeg te staan. Zes jaar later werden de gebouwen gebruikt als psychiatrische inrichting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden deze mensen overgeplaatst[bron?] en in 1945 werden de gebouwen weer een inrichting voor landlopers. Pas in 1993 schafte België onder internationale druk haar wet tegen landloperij af. De landlopers in Wortel waren allemaal vrij om te gaan, maar een aantal besloot te blijven. Zo lang zelfs dat er in 2004 nog vier geïnterneerde landlopers over waren met een gemiddelde leeftijd van 64 jaar. Er zijn nu (2019) nog 2 oud-landlopers die een vleugel van een van de gebouwen bewonen. Het gebied is sinds 1999 een beschermd landschap en vrij te bewandelen, eventueel begeleid door natuurgidsen. (Bron : Wikipedia)

Het was een leuke dag met als enige minpuntje dat we achteraf geen koffietje konden drinken.

En vanaf morgen gaan we dus op vakantie in eigen huis. Veel wandelen, veel fietsen en wat klussen. Naar de Reeuwijkse Plassen, onze oorspronkelijke bestemming, zullen we later wel eens gaan.