Modder, modder, modder

Na de kilometers van vrijdag dacht ik eerst om het zaterdag rustig aan te doen maar dat is toch even anders uitgedraaid.

In de voormiddag nog even “snel” een wandelingetje met moeder gedaan van zo’n 5 km gedaan. Na de middag naar Peulis gereden en daar ook nog een wandelingetje van ongeveer evenveel kilometers gedaan.

Ik was tijdens die namiddagwandeling wel bijna slachtoffer van Wereldoorlog II. Ik wou nog eens snel binnenkijken in één van de vele bunkers die er in en rond Peulis staan maar had de hoogte van het deurgat wat verkeerd ingeschat. Gevolg : pijnlijke kennismaking met het beton en omdat ik me rechthield aan de struik die naast het deurgat stond ook nog een paar doornen in mijn hand. Gelukkig verder geen schade, alleen wat gekraakte trots 😉.

Van de sneeuw die over het land is getrokken hebben we weer weinig gemerkt want die was toen we deze middag naar Holsbeek vertrokken nagenoeg volledig verdwenen.

In Holsbeek zouden we de Dutselhoekwandeling doen, een knooppuntenwandeling.

Deze wandeling zou ons via trage paadjes naar het Dunbergbroek brengen om dan later via de berg van het Chartreuzebos terug naar het centrum van Holsbeek brengen.

Nu weten we dat iets met “broek” meestal een “vochtige” wandeling is. Dat is geen probleem wanneer je goed uitgerust bent en stevige, waterdichte, Meindl’s aan de voeten hebt. Maar wat we vandaag hebben meegemaakt dat hebben we nog niet vaak gezien. Modder, modder en nog eens modder. Tot aan de enkels of dieper. Dan moet je ook nog over omgevallen boomstammen klauteren, één keer zelfs tussen de boomstam door. Toen we het bos uitwaren en terug vaste grond onder de voeten hadden, hadden we het wel gehad. Dat Chartreuzebos is meer dan waarschijnlijk heel mooi maar we wilden niet het risico lopen om in die omstandigheden ook nog eens een berg te moeten beklimmen of afdalen. We gaan wel eens terug wanneer het een paar weken niet heeft geregend. Dat bos loopt niet weg.

Alhoewel … dat dachten we van het onlangs ontdekte Kelderbos in Rijmenam ook. Maar wat blijkt? Natuurpunt is deze week begonnen met het rooien van het volledige bos. Jawel … het volledige bos verdwijnt. Waarom? Omdat ze er de heide die er 40 jaar geleden bestond terug aan te planten. Echt waar hè, ik verzin dat niet. Ik heb veel respect voor mensen die zich inzetten voor het behoud van natuur maar een bos waar veel mensen wandelen en verkoeling zoeken in de zomer gaan kappen om heide aan te planten? Ik begrijp het echt niet. En wat met al die dieren die nu hun habitat kwijt zijn? De vogels, de eekhoorntjes, de bosdieren? Ik mag maar hopen dat ze weten wat ze doen. De buurtbewoners en de burgemeester zijn alvast laaiend.

Traditionele wandeling

Het is een jaarlijkse traditie : de onderhoudsbeurtwandeling.

Elk jaar in januari rij ik met de auto van mijn moeder naar de garage voor zijn jaarlijkse onderhoudsbeurt. Tot vorig jaar was dat garage GVK in Sint-Antonius-Zoersel maar aangezien zij ermee opgehouden zijn ben ik vandaag naar Garage Ben Vercammen geweest. Ben is een ex-werknemer van GVK die enkele personeelsleden heeft overgenomen net als een klantendatabase (waaronder wij dus).

Terwijl zij sleutelen aan de auto ga ik dan een wandeling doen. Het knooppuntennetwerk Kempense Hoven is daarbij een grote hulp.

Ik had een wandeling van zo’n 13 km uitgestippeld naar het Zoersels Bos en het Boshuisje, je weet wel, daar waar de Loteling zijn verhaal vertelde aan Hendrik Conscience (althans, zo gaat de legende).

Zo’n ochtendwandeling in de winter heeft wel iets. De zonsopgang was dit jaar minder spectaculair maar de kleuren zijn ’s ochtends precies toch anders.

Op weg naar Vorselaar nog wat boodschappen gedaan en eens die uitgepakt waren ben ik … nog een wandeling gaan doen met moeder. Ja ik weet … maar zot zijn doet gelukkig geen zeer.

Uiteindelijk heb ik dus 19 km gewandeld vandaag. Als ik er de “gewone” stappen nog bij tel dan zegt mijn Fitbit dat ik 24 km gestapt heb.

Er was echter ook minder leuk nieuws vandaag. Terwijl ik aan het wandelen was is Vlekje, één van de twee katten van Conny ingeslapen. Je zag de laatste weken wel dat ze last van de ouderdom begon te krijgen. Maar voor een beestje van 19 jaar is dat vrij normaal. Je kan dat tenslotte vergelijken met een mens van ruim 90 jaar. De laatste dagen werd het echter elke dag erger. Het meisje zag enorm af, dat was duidelijk.

En ook al kende ik ze niet zo lang en heeft het een poosje geduurd eer ze me vertrouwde, ik zal ze toch ook enorm missen.

Sneeuw?

Gisteren waren we net op tijd binnen vóór de sneeuw. Toen het sneeuwtapijt er dan lag was het te donker om van te genieten en toen we vanochtend opstonden was het tapijt volledig verdwenen.

Vind ik dat erg? Niet echt. Sneeuw is mooi zolang hij naast de wegen valt en dat doet hij meestal niet.

We hebben vanochtend dan maar een sneeuwloze wandeling gemaakt. Geen sneeuw maar best wel een mooie wandeling met een klein maar mooi stukje doorheen een bos dat Conny onlangs tijdens een coronawandeling met een vriendin had ontdekt.

Verder was het zalig wandelweer in een lekker zonnetje. Goed voor 7 km.

Na de middag mijn tweede verblijf in Peulis dan verlaten om terug richting Vorselaar te rijden. Het weer was niet zo mooi meer maar toch nog met moeder naar de mooiste waterburcht van het land gewandeld … uiteraard is dat Kasteel De Borrekens met zijn prachtige dreven. Weer 4,5 km bij op de teller.

En zo eindig ik de dag met ruim 23.000 stappen op mijn Fitbit. Klaar voor een nieuwe werkweek.

Wijngaardberg Wezemaal

Met de voorspelde sneeuw in het achterhoofd kozen we vandaag voor een niet zo verre bestemming om te gaan wandelen.

De Wijngaardberg in Wezemaal leek ons perfect.

De Wijngaardberg is een van de laatste onaangetaste getuigenheuvels van het Hageland.

De heuvel is 72 m hoog en werd tijdens het Tertiair gevormd door de Diestiaanzee. Het ijzerzandsteen dat in de berg wordt aangetroffen vindt men terug in het onderste deel van de toren en de zijbeuken van de Sint-Martinuskerk in Wezemaal.

Tijdens de eerste helft van de 19e eeuw werd op de zuidelijke flank van de berg aan wijnbouw gedaan. De in 1995 geklasseerde wijngaardmuur moest de wijnranken beschermen tegen de noordenwind. Regen heeft gezorgd voor de vorming van holle wegen in de heuvelflanken.

In 1997 werd de vzw Steenen Muur gesticht als resultaat van een project waarbij de gemeente onder meer de wijnbouw op de berg nieuw leven wilde inblazen. Momenteel (2006) zijn er vijf soorten druiven aangeplant: Chardonnay, Bacchus, Sirius, Pinot gris en Pinot noir. Er is één wijngaard waar de druiven nog worden geteeld zoals tijdens de middeleeuwen. (Bron : Wikipedia)

Het was bijwijlen bitterkoud wegens de gure wind en het was vaak behoorlijk steil omhoog of steil omlaag op een glibberige ondergrond maar we hebben het al wel lastiger gehad.

Het was vooral een mooie en rustige wandeling. Zo eentje die je eigenlijk in elk seizoen eens zou moeten doen.

De wandelknooppunten: 6 – 604 – 62 – 63 – 65 – 74 – 64 – 61 – 605 – 6

Kelderbos

Lazy Sunday vandaag. Dat mag/moet ook wel eens.

Maar dat betekent niet dat we de hele dag lui in de zetel hebben gehangen. Met zo’n stralend winterzonnetje moet je natuurlijk gaan wandelen.

We kozen deze keer weer wel voor een wandeling (heel) dichtbij. Vertrekken deden we namelijk van thuis uit.

Doel : de Krekelberg in Rijmenam.

Lange tijd maakte dit natuurgebied deel uit van de grote heide van Bonheiden. De Krekelbeek doorsneed de landduin en gaf het gebied een golvend uitzicht. Op oude kaarten vind je ook de naam Krekelberg terug. In de volksmond wordt het ook het Kelderbos genoemd.

De heide verdween door de aanplanting van naaldhout. Het bos is eigendom van het OCMW van Mechelen maar wordt sinds 2011 beheerd door Natuurpunt. (Bron : Infobord Natuurpunt).

Voor ons was het een bos dat zeker nog op meerdere bezoekjes mag rekenen. Vooral tijdens warme zomerdagen lijkt het een plek waar je verkoeling kan zoeken, en dat heel dichtbij huis.

Aert van Beethoven

Het is niet echt een nieuwjaarsvoornemen want we doen het al we enkele jaren maar het is wel de bedoeling om ook dit jaar veel te gaan wandelen.

Voor onze wandeling van vandaag hebben we ons laten leiden door www.wandelknooppunten.be, onze favoriete website. Je kan daar suggestieroutes bekijken. 

Wij kozen vandaag voor de Aert van Beethovenwandeling. Daarvoor moesten we naar Relst, een deelgemeente van Kampenhout en slechts op 20 minuutjes rijden van Peulis.

Aert van Beethoven is een voorvader van Ludwig van Beethoven, jawel de dove componist van de 5e symfonie (je weet wel … die van D-day) en van de 9e sympfonie (je weet wel … het Europees volkslied, die Ode an die Freude). Wel, Aert was de kleinzoon van Jan van Beethoven, de oudste bekende voorvader van Ludwig.

En Aert was boer en had landerijen in Kampenhout.  Het dorp telt enkele fraaie landerijen zoals het kasteel Ten Opstal en het kasteel Ter Loonst. Op de weide ten noorden van het kasteel Ter Loonst zou ooit de woning van Aert van Beethoven gestaan hebben. Waai uit langs het kanaal Leuven – Dijle, het tweede in België gegraven kanaal.

Het was een mooie wandeling met veel vergezichten en ondanks de nabijheid van de zeer drukke Leuvensesteenweg ook een heel rustige wandeling.

Voor de geïnteresseerden : Vertrek aan de kerk in Relst en volg de knooppunten: 122 – 113 – 114 – 115 – 118 – 119 – 121 – 122.

Nieuwjaar

Het is weer achter de rug … de jaarwisseling.

De meest overroepen feestdag van het jaar, een feestdag waar ik eigenlijk niets mee “heb”. Het is niet dat om klokslag twaalf alles op nul wordt gezet en we terug opnieuw beginnen hè? Maandag zal de (virtuele) berg werk op mijn bureau er niet kleiner op zijn geworden. Neen, het doet me echt niks.

Voor veel mensen zal het deze keer wel anders dan anders zijn geweest. Voor mij eigenlijk niet. Alhoewel, toch een beetje. Ik heb de jaarwisseling doorgebracht in mijn Vorselaarse bubbel, Conny in haar Peulisbubbel. Vorig jaar konden beide “bubbels” nog samen maar dat kon dit jaar dus niet.

Gisteren nog wel een laatste wandeling gedaan in Vorselaar. Daarbij viel het me op dat er terug veel paddenstoelen te zien zijn.

Na het “feestmaal” hebben we ons in de zetel gezet en de klok van twaalf afgewacht. Af en toe was het vechten om wakker te blijven maar we hebben het gehaald.

Vanochtend vroeg naar Peulis gereden om daar, na het ontbijt, het nieuwe jaar in te zetten met … een wandeling.

Niks beter dan een frisse neus halen. 6km stonden er op de teller toen we terug waren. Er zijn slechtere manieren om de dag te beginnen.

Feestdagen, kapellen en trage wegen

De eerste fase van het eindejaar is voorbij … de Kerstdagen.

Een beetje anders dan anders dit jaar en we weten allemaal waarom. Donderdag mijn laatste dag verlof opgenomen om te koken. In de voormiddag thuis alvast één en ander bereid om op Kerstdag thuis op te eten.

Na de middag naar Peulis om daar te koken voor Kerstavond. Op het menu : tomatensoep met balletjes, kalkoengebraad met champignonsaus, “groentenkrans” (worteltjes, boontjes en spruitjes) en zelfgemaakte kroketjes (met de Millecroquetes). Enkel de gebakjes van het dessert waren niet zelfgemaakt.

Het werd een rustige Kerstavond, enkel de Zoommeeting met de rest van de schoonfamilie was iets drukker.

Kerstdag zelf ging het dan terug naar Vorselaar voor een gourmet, gevolgd door een Kerstornamentenwandeling en een Kerstbuche. Even dacht ik dat ik dit jaar zou ontsnappen aan mijn geboorteverhaal (dat heb je wanneer je op Kerstmis geboren wordt) maar neen hoor. Onderweg immers nog een nicht tegengekomen. Haar moeder was ook geboren op Kerstmis, net als “onze Rudy” en “onze Noël”. Ze was echter vergeten dat ik ook iemand van de club van 25/12 was en toen volgde het verhaal. Ik ken trouwens nog een achternicht, een collega, een ex-collega en wijlen mijn directie-attaché die ook hun verjaardag mochten vieren. Zo bijzonder is dat dus niet.

Na al die drukte was het gisteren tijd voor een rustmoment. We kozen deze keer voor Wiekevorst. In deze deelgemeente van Heist-op-den-Berg zijn we bizar genoeg nog nooit gaan wandelen.

Op de website van de gemeente vond ik een 6km lange tragewegenwandeling : Langs kapellen, weides en akkers.

Ideaal voor een (vrij gure maar droge) zaterdagnamiddag. Vertrekken deden we aan de kerk. Dan gaat het gedeeltelijk via knooppunten en verder moet je de kaart volgen. Ik had de wandeling snel op de wandelgps gezet.

Het was, ondanks de koude wind, wel genieten. Tussen de weides en akkers zag je hoegenaamd niemand. De kasseistroken voelden nostalgisch aan. Onderweg zagen we naast veel boomkapelletjes ook twee grote kapellen. De eerste is Klein Scherpenheuvel, een kopie van de basiliek van Scherpenheuvel daar gezet in 1842 nadat een koopman er miraculeus uit de handen van struikrovers werd gered.

De tweede kapel is de Krijserskapel. Die werd vroeger veel bezocht door moeders waarvan de baby’s overmatig huilden (“krijsten”).

Barebeekwandeling Hofstade

Zaterdag zijn we in Peulis gebleven om een wandeling te doen. Eigenlijk was het meer een verkenningstochtje. Nu het joggen steeds vlotter gaat (en ik hoop dat dat zo zal blijven) moet ik mijn “actieterrein” verleggen.

Het rondje dat ik tot nu toe liep volstaat eigenlijk niet meer. Maar nu heb ik wel een schitterend alternatief gevonden. De route die ik nu gevonden heb is sowieso 5 km lang maar kan vlotjes worden uitgebreid naar 6km, 7km, 8km … Dat laatste zal nog niet voor morgen zijn maar een beetje ambitie hebben mag hè 😉

Zondag hebben we dan een wandeling gekozen uit de verzameling wandelboekjes die we net bij de Vlaams-Brabantse toeristische dienst hebben gekocht, goed voor duizenden wandelkilometers, meestal via wandelknooppunten.

Wij kozen voor de Barebeek wandeling in Hofstade. Geen echte knooppuntenwandeling maar wel eentje met virtuele knooppunten. Die kan je uitstippelen op de website en zo op je wandelgps of in de knooppunten-app gebruiken.

Dat bleek echter niet echt nodig want de wandeling was volledig afgepijld met van die mooie zeshoekige bordjes. We hadden onze auto achtergelaten aan de kerk van Hofstade en zaten al snel op de route.

Het was zeker niet de mooiste wandeling die we al gedaan hebben maar op het einde hadden we toch 8,5 km op onze teller staan en er zijn slechtere manieren om een weekje vakantie af te sluiten.

Ondertussen ben ik trouwens al toe aan een nieuwe vakantie. Het lijkt elk jaar wel drukker en drukker te worden op ’t werk.

Bokrijk

Na onze enigszins teleurstellende dag van gisteren zouden moeder en ik vandaag gebruik maken van ons Corona-treinticketje om naar Bokrijk te gaan. Maar met een heenreis van 2 uur en een terugreis van minstens even lang en een grote waarschijnlijkheid dat we twee kilometer (enkel) naar de ingang zouden moeten wandelen deden ons besluiten om met de auto te rijden. Dan ben je daar op 45 minuten en sta je vlakbij de ingang.

Bokrijk is op dit moment gratis open voor iedereen en er is een uitgestippelde route die je moet volgen. Je kan wel geen enkel huis bezoeken en de horeca is ook gesloten. De bakkerij is wel open.

Het openluchtmuseum van Bokrijk werd op 12 april 1958 officieel geopend. Een honderdveertigtal gebouwen vormen de kern van de erfgoedcollectie. Naast deze gebouwen bestaat de collectie verder uit gereedschappen en alledaagse gebruiksvoorwerpen. In het totaal omvat dit 30 000 stukken kwetsbaar erfgoed en getuigen van het dagelijkse leven van de 17e eeuw tot 1950.

Jozef Weyns was de bezieler en eerste conservator van het Openluchtmuseum Bokrijk. Weyns was academisch actief rond materiële volkscultuur en heemkunde. Vanwege zijn specialisatie werd hij door het Limburgse provinciebestuur aangetrokken om in 1953 te starten met de uitwerking van het openluchtmuseum. Er was toen reeds een bouwsel opgericht, een langgevelhoeve afkomstig uit Lummen. Deze Wellenshoeve is genoemd naar kunstschilder Charles Wellens, die de oprichting ervan begeleidde en enkele typische attributen toevoegde aan het oorspronkelijke gebouw.

Het openluchtmuseum telt 140 historische gebouwen. De kleinere constructies zoals bakovens of rennen voor pluimvee zijn dan niet meegerekend. Hoewel het oudste gebouw van 1507 dateert, bestaat de collectie hoofdzakelijk uit bouwwerken van de late 17e tot einde 19e eeuw. De nadruk ligt in het bijzonder op landbouwhoven en -schuren. Daarnaast zijn ook dagelijks belangrijke gebouwen voor het dorpsleven (smid, school, kerk, herberg en handwerkersgebouwen) in de collectie opgenomen. Ook is een straat met stadshuizen gerealiseerd.

Tijdens de vroege opbouw van het openluchtmuseum (1953-1958) werd gericht gezocht naar gebouwen van historisch bouwtechnische waarde of gebouwen met typische stijlkenmerken voor een specifieke regio. De meeste gebouwen verkeerden toen reeds in een vergaande staat van verval. Met het oog op latere reconstructie, werden deze vervallen gebouwen afgebroken. Dit verplaatsen was een tijdrovend proces waarbij men elk object nummerde, intekende in een inventaris en bouwplan en vervolgens nauwgezet heropbouwde. Alle gebouwen restaureerde men hierbij tot in hun meest oorspronkelijke kern.

Al komen de gebouwen uit verschillende streken in Vlaanderen, in Bokrijk zijn zij als representatieve dorpskernen samengebracht. Vlaamse dorpen veranderden niet fundamenteel tussen de late middeleeuwen en de Eerste Wereldoorlog. Het museum brengt een beeld van het dorpsleven tijdens de nieuwe tijd en de vroegmoderne tijd. Door de gewijzigde erfgoedwetgeving in België en Vlaanderen mogen gebouwen van historische waarde enkel nog ‘in situ’ geconserveerd worden. Gebouwen uit hun oorspronkelijke context halen en elders opbouwen, kan niet meer. Dit betekent dat de gebouwencollectie van het openluchtmuseum van Bokrijk niet meer aangroeit.(Bron: Wikipedia)

Het was zalig wandelweer en moeder heeft van de uitstap genoten.

Thuisgekomen heb ik nog snel de loopschoenen aangetrokken en ben nog “even” 6 km gaan joggen. Dat ging aan een tempo van 9 km/u best vlotjes.