De Geuzen

Een tijdje geleden zag ik toevallig een bericht passeren dat de Standaard Uitgeverij via Ulule een crowdfunding actie was opgestart.

Doel van de crowdfunding ? 750 mensen vinden die bereid waren om de heruitgave van De Geuzen te financieren.

De Geuzen is de laatste stripreeks gemaakt door Willy Vandersteen. Ze liep van 1985 tot 1990 en was Vandersteens laatste serie. Hij liet uitdrukkelijk vastleggen dat niemand anders de reeks na zijn dood mocht voortzetten.

De strip speelt zich af in de zestiende eeuw tijdens de Spaanse overheersing in de Lage Landen. Willem van Oranje leidt de geuzen en Filips II van Spanje stuurt de hertog van Alva om de opstandelingen te onderdrukken.

De Geuzen haalde veel van haar inspiratie uit Tijl Uilenspiegel, een boek waar Vandersteen al eerder een stripreeks (ook genaamd Tijl Uilenspiegel) rond maakte. Zo kunnen Hannes, Veerle en Tamme gezien worden als Tijl Uilenspiegel, Nele en Lamme Goedzak. Boelkins naam doet ook sterk denken aan Soetkin, de moeder van Tijl. De naam Soetkin wordt verder in het vijfde album als naam van een ander personage gebruikt.

Na een aantal albums veranderde de strip van karakter: de op tv-series geïnspireerde personages Johan Rattenbol en Alexis Kollenbie verdwijnen na deel 3 uit de serie, evenals de Spaanse generaal Sangria de Pajella. De grootste verandering vindt plaats vanaf deel 5, waarin de tekenstijl realistischer wordt, de kaders groter, en de karakters Dostranamus, Alwina, Knullus, Carolus en Boelkin uit het verhaal verdwijnen. Bovendien blijkt Veerle plotseling een uitstekend boogschutter te zijn en wordt een nieuw personage geïntroduceerd: de geheimzinnige kluizenaar Maldor.

Aan het eind van de eerste vijf albums werd een ets van Pieter Bruegel de Oude gereproduceerd. (Bron : Wikipedia)

Uiteinderlijk waren er op 19 april wel 809 geïnteresseerden die samen 925 sets bestelden. Actie geslaagd dus na lang wachten werden de 10 albums in hun collectors-box vandaag geleverd. Een mooie aanvulling aan mijn Stripcollectie. Ze zullen mooi staan naast de hardcoverversie van de “Blauwe Reeks” van Suske en Wiske, wat mij betreft het beste dat hij ooit gemaakt heeft.

Een beetje terug als vroeger

Gisteren alweer een paar uur onkruid gewied in de tuin en wel in die mate dat we daarna geen zin meer hadden om nog te gaan fietsen of te gaan wandelen.

Dat zou trouwens toch weer te druk zijn geweest want ’s avonds hadden we ook nog plannen. Voor het eerst sinds we Het Zesde Metaal hadden gezien op 6 maart 2019 zouden we nog eens naar een concert gaan. 

Op festivals zoals Alcatraz of Sjock zul je ons nog niet direct zien en voor zalen zoals het Sportpaleis, de Lotto Arena of de AB … daar zijn we ook nog niet klaar voor.

Maar voor de openluchtarena die CC De Zwanenberg had gebouwd op de Cultuurplaats in Heist-op-den-Berg die kon ons wel bekoren. Lekker knusjes op banken die gemaakt waren van paletten, niet teveel volk en drank die tot aan je plaats werd gebracht. Prima georganiseerd.

En als je dan 75 minuten wordt entertained door Tom en Kato, a.k.a. The Starlings dan heb je een perfecte avond. Het deed alvast deugd.

Vandaag hebben we het ook rustig aan gedaan. De fietsen van stal gehaald en een mooi fietstochtje in de buurt gedaan. De wind liet zich stevig voelen maar dat hield de temperatuur dan weer onder contole.

De dag werd bijna perfect afgesloten toen er tijdens het avondeten op het terras een buizerd besloot om achteraan in de tuin even te rusten op een takje. Dat vond ik wel een sympathiek gebaar 😉

Zoerselbos en het Boshuisje

Deze week trok ik met mijn moeder naar Zoersel voor onze vrijdagse wandeling.

Vertrekpunt was het Boshuisje. Wat nu een Café/Restaurant is was vroeger een boswachterswoning, gebouwd kort na 1800. Kort na de Eerste Wereldoorlog werd het bekend als het huisje van de Loteling die daar zijn verhaal zou verteld hebben aan Hendrik Conscience. Of die Loteling echt heeft bestaan weet men niet maar het is wel zeker dat Conscience zijn verhaal in het Boshuisje situeerde.

Het Zoerselbos is een 400ha groot natuur- en bosgebied dat zich uitstrekt over Zoersel en Halle. Ei zo na was het gebied, zoals zovele gebieden in de omgeving, verkaveld maar de Vrienden van het Zoerselbos hebben dit kunnen tegenhouden. De vereniging werd door een aantal enthousiastelingen op 16 juni 1972 gesticht. De eerste taak van de vereniging was de redding van het toen erg bedreigde Zoerselbos.

Ook overvloedige betreding, al dan niet door gemotoriseerd verkeer, vormden een niet te onderschatten dreiging.

Er werd daarom gestreefd naar de bescherming van het toen nog 400 hectaren grote Zoerselbos.

Na een lange, en soms harde, strijd werd dit doel bereikt, met als kroon op het werk de definitieve bescherming als landschap in 1985. (bron: website Zoerselbos.be)

Het was er in ieder geval heel rustig wandelen. De wandeling werd afgerond met een smakelijke hap op het terras van het Boshuisje.

Plassen in Varkensjut

Na een dagje winkelen en tuinieren gisteren zouden we vandaag een fietstochtje maken van zo’n 40 km.

Wat ons tegenhield was de windkracht 4 tot 5 die werd voorspeld. Niet echt aangenaam fietsweer.

Dan maar de wandelschoenen bovengehaald. Inspiratie haalden we uit een boekje met daarin 29 wandellussen in het Pallieterland en de Netevallei (Lier, Putte, Heist-op-den-Berg, Berlaar en Nijlen). Het boekje is bijna  jaar oud maar dat mag geen probleem zijn. We kozen voor het Jutse Plassenpad in Koningshooikt.

Koningshooikt ontstond op 1 januari 1822 toen de gemeente Koningsbossen (ook wel Konings, Koningsbos of ‘s-Herenbos genoemd) samengevoegd werd met de gehuchten Hooikt en Hazendonk, die beide van Berlaar werden afgescheiden. Ook kleine gedeelten van Onze-Lieve-Vrouw-Waver en Duffel werden bij de nieuwe gemeente gevoegd. Later dat jaar werd nog een gedeelte van Lier bij Koningshooikt gevoegd. De huidige dorpskern is de vroegere dorpskern van het voormalig Berlaarse gehucht Hooikt. (Bron : Wikipedia)

Tegenwoordig worden de inwoners van “Jut” varkenskoppen genoemd (omdat ze jaarlijks varkenskoppen verkopen ter ere van Sint-Antonius, patroonheilige van de gemeente). Vroeger waren ze bekend als houtrovers. Bronnen vermelden dat de inwoners het eikenhout kwamen stelen uit de bossen van de koning. Eik heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Hooikt (Hoijckt). De dorpsnaam zou dan ook kunnen zijn afgeleid van “oyckt” wat “eik” zou betekenen (Bron: brochure Rivierenland)

Het was trouwens te merken dat ze volgend jaar hun tweehonderdjarig bestaan vieren. Her en der zijn voortuintjes versierd met varkentjes in alle maten en gewichten.

Ondanks de soms felle regenbuien werd het een heel mooie wandeling, vooral het stuk rond de Jutse Plassen. Veel watervogels waaronder een mooie witte reiger, ook geregeld libellen (die zich niet graag laten fotograferen) maar dus ook wel regen. Dat gaf me wel de gelegenheid om het “regenjasje” van mijn Canon eens uit te proberen en dat werkt vrij aardig.

Prinsenpark in Retie

Voor mijn vrijdagse uitstap met moeder koos ik vandaag voor Retie.

In de 12e eeuw behoorde Retie tot het Land van Geel. Toen Geel rond 1230 werd bevoorrecht met de rechten van Stad en Vrijheid, werd een schepenbank in het leven geroepen om in te staan voor het bestuur. Wellicht was er ook een afgevaardigde van Retie die zetelde in de raad, om de belangen van het dorp te verdedigen. Vanaf 1332 bezat Retie een eigen schepenbank, die vergaderde onder de takken van de lindeboom, die thans nog op het marktplein staat.

De parochie van Sint-Martinus werd vanaf 1264 bestuurd door de Witheren van Tongerlo. Zij stonden ook in voor de misvieringen en het innen van de tienden. Dit duurde tot 1819. De oude Sint-Martinuskerk stamde uit de 16e eeuw maar werd in 1871 afgebroken. Enkel een deel van de toren bleef behouden. De huidige kerk dateert van 1872.

Retie is het dorp van de Zeven Neten: de Looiendse Nete, de Kleine Nete, de Zwarte Nete, de Werbeekse Nete, de Plas Nete, de Witte Nete en het Nonnen Neetje. Samen met de Wamp vormen zij bovenlopen van de Kleine Nete en zij zijn bij de meest zuivere riviertjes van Vlaanderen. De naam “Retie”, is afgeleid van de Latijnse persoonsnaam Retus en duidt het gebied aan dat eertijds een bezit was van een zekere Retus. (Bron : Wikipedia)

In 1852 ontving het gemeentebestuur van Retie een brief van de heer Kinkin, beheerder van het privé-domein van Koning Leopold I. In die brief wordt verzocht om de aankoop van heidegronden in de Retiese Aart. In de Kempen noemde men de woest gronden die zich buiten de akkers van een dorp uitstrekten “de Aart”. Elk dorp bezat er wel één. Daar konden de inwoners het vee hoeden, heidmaaisel halen en turf steken.

Rond 1880 wordt te midden van het domein op de aart een “park” aangelegd. De beplantingen wijzen op de intentie om het uit te bouwen als landschapspark. Bijzondere parkbomen worden aangeplant, slingerende wegen verbinden een ringweg met een grote open plaats waar het koninklijk buitenverblijf zou verrijzen. De broer van broer van de latere Koning Albert I en zoon van Philippe, Graaf van Vlaanderen, zou er gaan wonen. Hij overlijdt echter op 22-jarige leeftijd en het gebouw komt er nooit. (Bron : infobord aan infocentrum Park)

Wat er nu wel is, is een bijzonder mooi provinciaal domein met bomen, stukken heide en vijvers. En vier heel mooi afgepijlde wandelingen waarvan wij de wandeling van 6 km kozen.

Na een lunch in Turnhout en een dessertje bij het IJssloeberke in Tielen was het alweer een zeer geslaagde vrijdaguitstap. Wel jammer dat de (duizenden?) muggen mij wel wisten te smaken.

Ooievaars

Er werd voor de namiddag regen voorspelt en het leek ons dan ook een goed idee om een voormiddagwandeling te doen.

Onze “klassieke” wandeling in Peulis is daar perfect voor geschikt.

Al snel kon ik een eerste foto van een ooievaar nemen. Nu zie je in de buurt van Planckendael wel meer ooievaars vliegen, ik vind het toch altijd bijzonder om ze te zien. Vooral als ze sierlijk op de thermiek naar boven klimmen of, zo heb ik vandaag gezien, naar beneden dalen.

Blij met mijn foto van mijn ooievaar ging de wandeling verder. Viel daar nu een druppel? Jawel hoor, het werden er zelfs meer. Daar had de buienradar niets van gezegd. En zagen we daar nu net geen drie ooievaars in de wei? Oh nee, het zijn er vier. Toch niet … vijf … zes … De ene na de andere ooievaar daalde af naar de wei. Op een gegeven moment telde ik er twintig.

Net nadat de foto’s werden genomen stopte het met regenen. Net lang genoeg om ons verder droog de wandeling te laten afmaken.

Door de wind, langs het water

Na een dag hard labeur gisteren was het vandaag tijd voor ontspanning.

We kozen nog eens voor de fiets. Onze bestemming voor vandaag was het Zennegat.

Het Zennegat is de plaats in Battel te Mechelen waar verschillende waterlopen samen lopen. De Zenne komt er samen met het Kanaal Leuven-Dijle (de Leuvense vaart) en stromen dan in de Dijle, die enkele honderden meters verder dan weer samenvloeit met de Nete om alzo de Rupel te vormen. Het stukje Dijle tussen het Zennegat en de monding in de Rupel wordt in de volksmond de Koestaart genoemd.

Sinds eeuwen woonden hier enkele families, die van vader op zoon het beroep van bootsleper (jagen) uitoefenden. Deze beroepsactiviteit verdween er naarmate de vaartuigen gemotoriseerd werden. Het aantal huizen varieerde steeds rond de 20.

Het idyllische gehucht werd tijdens de 20e eeuw meer en meer een woonplaats voor kunstenaars, muzikanten en non-conformistische figuren. Sinds enkele jaren woont ook actrice en tv-presentatrice Tine Van den Brande er. De eveneens aan het Zennegat verblijvende jazz- en improvisatiemuzikant André Goudbeek maakte in 2005 een naar de plaats genoemde cd met bandoneon-improvisaties. Ook de non-conformistische Mechelse tekenaar en schilder Frans Croes woonde tot aan zijn dood in 2011 aan het Zennegat, en had er ook zijn atelier.(Bron: Wikipedia)

Zennegat is ook een jong natuurgebied. Sinds juni 2017 stroomt hier dagelijks op het ritme getij een beetje Dijlewater het gebied in en uit. Zo ontstaan er zeldzame slikken en schorren, een geschikt leefgebied voor vele soorten vissen en vogels.

Er stond wel behoorlijk veel wind maar ondanks het feit dat we veel water hebben gezien is het wel droog gebleven.

We hebben trouwens ook een bijzondere gast in de tuin : een wespenspin. Heel mooi maar ziet er wel een beetje angstaanjagend uit.

Weinig tijd (of goesting?)

Na ons uitstapje naar Sint-Pieters-Leeuw en Dworp was het op zondag tijd om wat te niksen en een fietstochtje te maken.

Om te niksen is de tuin van Conny perfect. Hij vraagt veel werk maar je hebt er ook veel plezier van. Annemie van De Vlindertuin had bij het ontwerp de opdracht gekregen om voldoende biodiversiteit te voorzien en daar is ze zeker in geslaagd.

Het is er een komen en gaan van vlinders, bijen en andere insecten in alle maten en gewichten. Uren kan je er naar kijken en duizenden foto’s kan je er nemen.

Om toch nog iets te doen zijn we ook gaan fietsen langs de Dijle (die toen bijzonder hoog stond).

Na het weekend terug naar Vorselaar met het plan om het volgende weekend (dat ondertussen vorig weekend is) een extra lang weekend naar Peulis te gaan. Ik zou dan ook op donderdag naar Antwerpen gaan werken in plaats van thuis.

Helaas kwam er op donderdag het bericht dat de plusdochter tijdens haar cursus in Dworp mogelijk contact had gehad met iemand die positief had getest op Covid-19. De organisatie nam het zekere voor het onzekere en vroeg aan iedereen om een sneltest te ondergaan, in quarantaine te gaan en op de 7de dag een PCR test te ondergaan.

We vonden het dan ook geen goed idee om met meer mensen dan nodig in huis te zijn en daarom reed ik maar terug naar Vorselaar.

Prettig is anders maar het pluspunt is wel dat ik thuis enkele klusjes heb kunnen afwerken.

Ondertussen zijn alle testen negatief gebleken dus het was niet nodig geweest maar we zijn toch blij dat we de juiste beslissing hebben genomen.

Zin om te bloggen was er echter niet.

En dat verlengd weekend in Peulis? Daar zijn we nu mee bezig 😉

Domweg vergeten

Het moet zijn dat ik al wat ouder word want ik durf tegenwoordig al eens iets vergeten.

Toen ik vorige zondag terug in Vorselaar was na mijn weekendje in Peulis moest ik vaststellen dat ik mijn fotocamera daar had achtergelaten.

En geen fotocamera betekent uiteraard ook geen foto’s om te bewerken en zonder foto’s om te bewerken heb ik ook weinig zin om een stukje te schrijven.

Ondertussen zijn de foto’s er wel en kan ik opnieuw een stukje schrijven.

Afgelopen zaterdag moest de plusdochter worden afgehaald in Dworp. Dat leek ons de perfecte gelegenheid om eens in het Pajottenland te gaan wandelen. Keuzemogelijkheden genoeg daar.

Wij kozen voor Sint-Pieters-Leeuw. Eerst een wandeling via het knooppuntennetwerk en dan een bezoekje aan het Domein Coloma en dat ook de Rozentuin Coloma omvat.

De wandeling die we hadden uitgestippeld was bijzonder mooi. Een kleine 6 kilometer met start en aankomst in het Domein Coloma.

Het grootste gebouw van dit park is het kasteel van Coloma. Het werd reeds twee maal verbouwd.

Nadat het kasteel in de 16de eeuw dienst had als zetel van Leeuw, werd Charles-Vital de Coloma in het midden van de 18de eeuw eigenaar van het kasteel. Dit kwam door zijn huwelijk met barones Eugenia Roose. Hij liet het gebouw helemaal verbouwen van versterkte burcht naar een 18de-eeuws kasteel. Wat hij wel behield aan het kasteel was het water eromheen. Het kasteel en het gehele domein bleef in het bezit van deze familie tot de dood van gravin Antoinette, de kleindochter van Jean-Marie van der Dilft de Borghvliet.

De gemeente Sint-Pieters-Leeuw kocht het toen vervallen kasteel op. Het gemeentelijk cultureel centrum werd er na grondige restauratie gevestigd. De brugleuning van het kasteel werd gebouwd door de Belgische beeldhouwer Patrick Crombé.

Andere bouwwerken zijn de taverne “De Koetsier”, die in 1731 als koetshuis gebruikt werd, en het rozenmuseum (het vroeger tuinpaviljoen) met uitleg over de geschiedenis en de bouw van de roos.

De rozentuin van Coloma is de grootste van Europa. De tuin heeft een oppervlakte van 15 hectare. Er staan 3000 verschillende rozenvariëteiten uit 25 verschillende landen. De tuin wordt beheerd door Natuur en Bos van de Vlaamse Gemeenschap.

De zeven delen van de tuin zijn:

  • De rood-witte rozentuin
  • De Vlaamse rozentuin
  • De oude rozentuin
  • De internationale rozentuin
  • De stamrozentuin
  • De Japanse rozentuin
  • De Chinese rozentuin

(Bron: Wikipedia)

Hoewel er al veel rozenstruiken hun beste tijd hadden gehad, was de tuin zeker een bezoekje waard. In de rest van het domein is het trouwens ook fijn vertoeven.

Wat we afgelopen zondag gedaan hebben dat volgt later wel.

De wandeling in foto’s:

En een impressie van de rozentuin:

Postel

Voor de vrijdaguitstap kozen we vandaag voor Postel.

In de 12e eeuw was Postel in handen van ene Fastradus van Utwich, heer van Uitwijk in het land van Altena. Hij schonk rond 1134 een derde deel van zijn bezit in Postel aan de Abdij van Floreffe. Nog vóór 1145 schonk Fastradus een derde deel van zijn “predium” van Reusel aan dezelfde abdij. De norbertijnen, die naar Postel gestuurd werden moesten hier een kerk bouwen. Postel lag in de buurt van een kruispunt van verkeerswegen, die van west naar oost, van Breda naar Maastricht, en van noord naar zuid, van ‘s-Hertogenbosch naar Leuven, liepen en aan die plaats wel een bijzonder belang konden geven. In 1140 werd een eerste bidplaats geconsacreerd. Die bleek echter veel te klein en er werd overgegaan tot de bouw van een grotere, die in 1190 geconsacreerd is en nu nog steeds in gebruik is als de oudste nog in gebruik zijnde norbertijnenkerk.

De abdij leverde samen met de andere norbertijnenabdijen veel pastoors aan de parochies in de noordelijke Nederlanden, die zo voor het katholicisme behouden bleven. Men gewaagt er van “de witte linie” tegen het protestantisme.

Bij het einde van de Franse Revolutie arriveerden de Franse troepen in 1797 en de kloosterlingen werden verdreven, de abdij met haar goederen aangeslagen, verkocht, terwijl ook abdijgebouwen afgebroken werden.

Na een afwezigheid van 50 jaren konden de kloosterlingen terugkeren en aan de heropbouw beginnen. De restauratie heeft 150 jaar geduurd omdat de middelen daarvoor zeer karig waren. In 1943 werden de roodkoperen brouwketels verkocht wegens armoede.(Bron : Wikipedia)

Het was weer een zeer rustgevende wandeling die werd afgesloten met een smakelijke hap in Gasthof De Beiaard en met een portie abdijkaas en een abdijbrood onder de arm konden we terug naar huis.