Sandgreen Circular, Gatehouse of Fleet

002.jpgLichte paniek toen ik vanochtend mijn gordijnen opende. Mijn uitzicht was verdwenen onder een dikke laag mist.

Gelukkig was deze mist verdwenen toen ik aankwam in Cally Woods in Gatehouse of Fleet. Dit dorpje dankt zijn naam aan het Gait House dat aan de rivier Fleet stond. Dit huis was niet alleen een safe haven voor reizigers, het was ook een tolhuis voor de postkoetsservice die er passeerde.

Ik ging er vooral voor een wandeling die me door Cally Woods naar Sandgreen zou brengen (en uiteraard ook terug). De “heenreis” viel nog mee maar de “terugreis” viel wat tegen. Het merendeel ervan wandelde ik gewoon op de weg. Gelukkig gingen de laatste 3 kilometer terug door het bos.

Een bos waar trouwens één van de grootste kolonies van de rode eekhoorn huist. Op veel plaatsen in het Verenigd Koninkrijk is de rode eekhoorn nagenoeg uitgeroeid door zijn grijze neef. De grijze eekhoorn kan namelijk een pokkenvirus overbrengen waartegen de rode eekhoorn niet bestand is.

De kans dat ik één van deze schuchtere diertjes zou zien was klein maar met nog 100 meter te gaan zat er één op enkele meters van me tegen een boom. Net lang genoeg om een foto te nemen. Mooie afsluiter van de minst mooie wandeling tot nu toe.

 

001.JPG

026.JPG

042.JPG

089.JPG

meer foto’s op facebook: foto album facebook

 

Drumlanrig Castle & Burnmouth Bridge

Na de rustdag gisteren, stond er vandaag weer een wandeling op het programma. Dat het vandaag zonnig zou zijn wist ik gisteren al. De hemel zag immers vuurrood en zegt het Engelse spreekwoord niet “red sky at night … sailor’s delight” ?

Over de bergen hing wel een beetje mist vanochtend maar verder was het een helderblauwe hemel. Dat zou zo de rest van de dag blijven bij een warme 21°C.

Bestemming voor vandaag was Drumlanrig Castle. Niet om het kasteel zelf te bezoeken want dat was vandaag dicht maar wel om er te starten voor een wandeling die me langs de oevers van de Nith naar Burnmouth Bridge zou brengen en terug, samen goed voor 16 km.

Een heel mooie wandeling die me behoorlijk wat wildlife heeft laten zien: een bosmuis, een reiger, een eekhoorntje en meerdere roofvogels die hoog boven me lieten horen dat ze er waren. Helaas heb ik daar geen deftige foto’s van kunnen nemen.

Waar ik wel foto’s van heb genomen zijn de patrijzen waarvan ik er naar schatting 189 heb gezien. Het kunnen er ook 188 zijn geweest want ik denk dat ik die ene twee keer heb gezien. Zonder dollen, het waren er veel, heel veel en enkele keren hebben ze me bijna een hartaanval bezorgd. Die zitten dan in de struiken en vliegen plots met veel kabaal weg … schrikken hoor.

Na de wandeling toch nog even de kasteeltuinen gaan bekijken. Zoals meestal zijn dat tuinen die “af” zijn. Voor je het weet heb je daar trouwens ook 1,5km gewandeld. 

002.JPG

005.JPG

068.JPG

110.JPG

151.JPG

meer foto’s op facebook: fotoalbum Facebook

 

Overgangsrit

Na 4 vrij actieve dagen met in totaal 55 wandelkilometers in de benen moest ik vanochtend afscheid nemen van de Highlands. Het was met veel tegenzin. Ik was dus echt vergeten hoe mooi het daar wel is. Ik ga deze keer niet zolang wachten om terug te keren. En als het even kan dan ga ik opnieuw naar het Glenspean Lodge Hotel in Roybridge. Vanaf het moment dat ik me aanmeldde aan de receptie tot ik afscheid nam (en de rekening betaalde) voelde ik me er thuis. Heel vriendelijke mensen, prachtige “setting” en heerlijk eten. Kortom, een aanrader.

Rond 10 uur was alles ingeladen en kon in vertrekken richting Dumfries & Galloway waar ik in het Dryfesdale Country House in Lockerbie de rest van mijn vakantie zal doorbrengen.

Een rustige rit van zo’n 340 km bij een zalig weertje. Lekker relaxen op de Schotse wegen. De rest van de dag is trouwens ook relaxen. In mijn heel ruime kamer, met terras en met een mooi panorama gaat dat zeker lukken. Als het eten hier maar half zo goed is als in de Highlands dan gaat het nog een heel aangename week worden.

 

003.JPG

007.JPG

012.JPG

 

Drumnadrochit

De vakantie is bijna half. Vandaag is mijn laatste dag in de Highlands.

Voor de derde dag op rij nam ik de A82 richting Inverness. Eergisteren stopte ik in Invergarry, gisteren reed ik het hele eind naar Inverness,vandaag stopte ik in Drumnadrochit.

Op het programma een 10 km lange wandeling die me doorheen het Cragmonie Woodland naar de Falls of Divach zou brengen. Het was de kortste wandeling tot nu toe maar wel de lastigste. Behoorlijk steile klimmetjes en afdalingen op een, vaak modderig en glibberig, smal bospaadje.

Eens ik het bos uit was ging de wandeling wel verder over een geasfalteerd weggetje maar dat was daarom niet minder steil. De enkele heel mooie panorama’s met zicht op Drumnadrochit en Loch Ness maakten alles goed.

Na het “verplichte” bezoek aan de Loch Ness Exhibition (waar ze bewijzen dat het monster van Loch Ness wetenschappelijk gezien niet kan bestaan maar waar ze ook afsluiten met de gedachte dat de wetenschap niet alles kan bewijzen) ben ik op de terugtocht nog even gestopt bij Castle Urquhart. Aan de ruïnes van wat eens een majestueus kasteel moet zijn geweest heb je schitterende zichten op Loch Ness.

Van het kasteel zelf blijft nagenoeg niets meer over. Ooit behoorde het tot de MacDonald Clan maar Koning James IV gaf het aan de Grant Clan. Dat konden de andere clans dan uiteraard weer niet laten gebeuren en op een gegeven moment hebben de Grants het gewoon opgeblazen.

Morgen laat ik de Highlands achter mij en maak ik van deze overbruggingsdag (die ook een beetje een rustdag is) gebruik om naar Lockerbie in Dumfries & Galloway te rijden. Daar staan ook nog enkele wandelingen op het programma.

 

010.JPG

033.JPG

096.JPG

meer foto’s op facebook: fotoalbum facebook

 

’t Is gebeurd

Zo zou Erik van Looy het zeggen tijdens de slimste mens. Maar het is dus inderdaad gebeurd. Ik heb regen gehad. Niet echt veel, een buitje van een tiental minuten, niet meer, maar toch een bui. Later op de dag, terug op weg naar het hotel is er nog wat bijgekomen maar dat heeft wel voor spectaculaire beelden gezorgd.

Maar ik moet beginnen bij het begin. Ik wist dat de kans op regen vandaag groot was. Daarom koos ik voor een regenvriendelijke wandeling en daarvoor moest ik naar Inverness, een goeie 90 km rijden. Een groot deel van die 90km had ik Loch Ness op mijn rechterkant. Dat is echter voor morgen.

Aangekomen in Inverness parkeerde ik me in de ondergrondse garage van het Eastgate Shoppingcenter. Altijd een belevenis wanneer je aan de linkerkant van je auto zit en de ticket automaat staat aan de rechterzijde.

De eerste paar kilometer van de wandeling vielen een beetje tegen. Een beetje armoedige buurt vond ik. Bovendien reed er vrij veel politie rond. De eerste keer kijk je niet op, de tweede keer voel je je wel veilig maar als ze een derde keer passeren aan wandeltempo begin je toch vragen te stellen. Die mannen zijn blijkbaar op zoek naar iets of iemand. En dat is niet iemand waarmee ze een pint willen gaan pakken maar eerder iemand die ze willen oppakken. En je loopt daar dan met je dure fotocamera in de hand.

Gelukkig was ik daar snel door en vanaf dan was het eigenlijk de Ness en het Caledonian Canal volgen. Een rustige wandeling op jaagpaden en zonder enige moeilijkheden, al moet je wel enkele keren een sluis of een spoorweg oversteken. Na afloop had ik ruim 12km op de teller en stond ik terug aan het shopping center. Ik kon helaas niet aan de verleiding weerstaan om even HMV binnen te stappen en met een DVD-box (van Hi-De-Hi) buiten te komen.

De terugweg verliep niet zo vlot als de heenweg. Echt jammer want de A82 is echt een leuke baan om te doen. Veel bochten en licht op en neer maar heel overzichtelijk en, als je de ruimte krijgt, een plezier om te rijden.

Bijna terug aan het hotel toch even gestopt bij het Commando Memorial om enkele plaatjes van de omgeving te schieten. Schotland is op zijn best bij wisselvallig weer.

035.JPG

093.JPG

137.JPG

meer foto’s op facebook:

Normal
0
21

MicrosoftInternetExplorer4

/* Style Definitions */
table.MsoNormalTable
{mso-style-name:Standaardtabel;
mso-tstyle-rowband-size:0;
mso-tstyle-colband-size:0;
mso-style-noshow:yes;
mso-style-parent:””;
mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt;
mso-para-margin:0cm;
mso-para-margin-bottom:.0001pt;
mso-pagination:widow-orphan;
font-size:10.0pt;
font-family:”Times New Roman”;}

foto album facebook

Loch Oich

De wandeling voor vandaag had moeilijkheidsgraad 2 en – heel belangrijk – bog factor 1.

De start van de wandeling lag in Invergarry, een halfuurtje met de auto, en zou me rond Loch Oich brengen. Iedereen kent uiteraard Loch Ness maar er zijn een hele hoop andere Lochs die minder bekend maar daarom niet minder aandacht verdienen.

Ik parkeerde me op de kleine parking aan het piepkleine postkantoor van Invergarry. Na een dikke kilometer (voor mij waren het er dan al 2 want ik was even verkeerd gegaan) kwam ik op de Great Glen Way Invergarry Link route. Een vrij breed bospad bracht me een behoorlijk stuk hoger vanwaar ik een mooi zicht had op Loch Oich.

Eens terug beneden mocht ik even pauzeren. Er moesten namelijk enkele boten passeren en de draaibrug moest open. Even voorbij de brug ging het naar links en vanaf dan zou ik de oevers van Loch Oich volgen. Soms wandelend over de oude spoorlijn, dan weer iets lager op het paadje naast het meer. Heel gezellig wandelen en het weer zat ook weer mee. Wat ik niet gezien heb zijn andere mensen. Zalig die rust.

Aan het keerpunt, ter hoogte van de Oich Bridge, ging het terug het bos in. Een met momenten smal pad, heel goed bewandelbaar maar wel constant omhoog en omlaag. Dat eerste, daar heb ik geen problemen mee maar bergaf gaan is iets waar ik het lastiger mee heb.

Uiteindelijk stonden er 18,40 km op mijn teller. Iets meer dan voorzien maar ik heb er wel van genoten.

Terug in het hotel was het ook genieten van een warm bad, een warme choco en crunchy oat crummmbles (waarvan ik er elke dag 2 krijg bij mijn tea making facilities.

Morgen ga ik het toch iets rustiger doen denk ik. Vermoedelijk trek ik naar Inverness.

 

005.JPG

016.JPG

063.JPG

meer foto’s op facebook: foto album facebook

 

Glen Nevis

000.JPGOp de eerste “echte” dag van de vakantie stond een wandeling met vertrek aan het Glen Nevis Visitor Centre op het progamma: Glen Nevis en Polldubh Falls.

Volgens Walkhighlands een wandeling met moeilijkheidsgraad 2 en “bog factor” 3. Dat leek me beter dan de wandeling naar de top van Ben Nevis die moeilijkheidsgraad 4 meekreeg. Wat ik me bij die bog factor moest voorstellen wist ik niet maar dat zou later wel duidelijk worden. Het pad werd omschreven als “vrij goed te volgen maar ruw, geërodeerd en boggy op sommige plaatsen. Het is een beetje rotsachtig of modderig op enkele plaatsen. Sommige beekjes kunnen moeilijk of zelfs onmogelijk te overbruggen zijn.

Ik was vergeten hoe de Britten met hun taal omgaan. Als zij zeggen “that’s not quite what he would have wanted” bedoelen ze eigenlijk “dat is een complete ramp”.

Tot aan het keerpunt, Polldubh Falls, heb ik van alles meegemaakt. Vrij veel modder, beekjes die soms droog konden worden overbrugd omdat er stenen lagen, andere waar de overzijde op geen enkele manier droog te bereiken was. Het meest geschrokken ben ik wel van de bogs. Op een gegeven moment zat ik tot aan mijn rechterknie in de grond. Het zag eruit als een nat stukje gras maar het was dus een put van een halve meter diep.

Ik moet Herr Meindl (de man die mijn wandelschoenen maakt) en de mensen van Karrimor (die mijn wandelbroek maken) bedanken want zonder hen zou het maar een natte bedoening zijn geweest. Ondanks al dat water waren mijn sokken nog kurkdroog toen ik na bijna 14 km terug aan mijn vertrekpunt was.

Vanochtend dacht ik nog om er na de middag een tweede, kortere, wandeling te doen maar dat heb ik maar gelaten. De wandeling was vermoeiender dan gedacht. De prachtige omgeving waarbij de toppen van de Highlands steeds wijzigen onder de voorbijtrekkende wolken maken echter alles goed.

Geslaagde dag dus.

 

010.JPG

035.JPG

047.JPG

meer foto’s op facebook: foto album facebook

 

Schotland (via Rotterdam)

042.JPGHet deed gisteren toch maar raar. De check-in bediende was even vriendelijk dan anders maar … ze sprak met een Nederlands accentje. Het was dan ook de eerste keer dat ik de overtocht naar Hull niet vanuit Zeebrugge maakte maar wel vanuit Rotterdam. Alhoewel, in 1989 ben ik ook vanuit Rotterdam vertrokken maar dat was nog met de bus dus die keer telt niet mee.

Waarom vertrekken bij onze noorderburen ? De belangrijkste reden is het feit dat je dan een uur vroeger kunt vertrekken vanuit Hull en met 650 kilometers voor de boeg is dat altijd meegenomen. En de tweede reden is jaloezie. Elke keer wanneer ik met de Pride of Bruges of de Pride of York aankwam in Hull zag ik daar die grote Pride of Rotterdam of Pride of Hull liggen. En ik wou daar ook wel eens de oversteek mee maken.

Buiten het feit dat de schepen op de lijn Rotterdam-Hull nieuwer zijn en moderner hoeft het eigenlijk niet voor mij. Het is er heel moeilijk om de weg te vinden en ik miste vooral mijn “rustige bar”. Maar het is natuurlijk wel meegenomen dat ik om 8u al op weg was naar Schotland terwijl de Belgische boot nog bezig was met aanleggen.

De rit naar Schotland is heel rustig verlopen. Na de ochtenddrukte in Hull nagenoeg geen verkeer gehad. Eens in Schotland aangekomen heb ik wel enkele buitjes gehad maar die zorgen er net voor dat het landschap zo mooi is. De combinatie van blauwe lucht, donkere wolken en witte schapenwolkjes, een beetje regen en een beetje zon: ongelooflijk mooi.

009.JPG

028.JPG

062.JPG

’t Is weer zover

Na twee zomermaanden waarin ik de meeste van mijn collega’s meerdere keren op vakantie heb zien vertrekken is het eindelijk aan mij.

Drie weken vakantie ! Ik was er echt aan toe.

Ik kijk dan ook enorm uit naar mijn verblijf bij de Schotten.

De vakantie werd in ieder geval met een pakje uit Engeland dat op me lag te wachten toen ik thuiskwam. In het pakje : 5 bijzonder schattige miniatuurautootjes uit Japan. Elk zo’n 4,5 cm lang. Definitief de kleinste modellen uit mijn collectie, 33 cm kleiner dan de Mack Truck van BUDDY L met zijn 37,5 cm.

 

cokejapan.jpg