Wadelincourt en Beloeil

Dag 2 in Henegouwen en onmiddellijk de dag met de langste wandeling : ruim 14,50 km van Wadelincourt naar het Kasteel van Beloeil en terug … wandeling 10 uit de Lannoo gids “Wandelen in Henegouwen”.

Het vertrekpunt Wadelincourt lag wel iets verder van Froidchapel dan we dachten maar we hebben toch tijd genoeg dus geen probleem.

De auto lieten we achter aan de kerk van Saint-Vendégésile, een bedevaartkerk te ere van de heilige Charalampus, een Griekse heilige die in de vroege middeleeuwen de marteldood stierf en wiens hulp wordt ingeroepen voor veeziekten. De kerk bezit enkele relieken van de heilige die op enkele plaatsen in Henegouwen worden vereerd.

Via een smalle veldweg ging het richting Beloeil. Daar hebben we een “ommetje” van 2 km gemaakt zodat we onze sandwiches konden opeten met het kasteel, de grote vijver en het beeld van Neptunus (althans de achterkant) als uitzicht. Er zijn slechtere plekken om te lunchen. Het kasteel bezoeken hebben we niet gedaan.

De terugweg ging via Quevaucamps, ooit het centrum van het breigoed met ruim 150 fabrieken en 1.500 tewerkgestelden. Nu resten er nog slechts twee textielbedrijven.

Toen we terug aan de auto waren stonden er 14,5 km op de teller en was het te voelen dat het alweer een tijdje geleden was dat we nog eens zo’n afstand hadden gedaan. 

Morgen doen we het iets rustiger aan 😉

De stad van Elio

We hebben er lang op moeten wachten maar vandaag is het dan zover … onze vakantie.

Aanvankelijk zouden we naar de Vulkaneiffel gaan maar dat hebben we, uiteraard omwille van de Corona, omgeboekt naar Henegouwen. Onze uitvalsbasis is het Landal Bungalowpark aan het Lac d’Eau d’Heure.

Op onze eerste dag hebben we een stop gemaakt in Mons, hoofdstad van Henegouwen. Onder Boudewijn IV (1120-1171) werd begonnen met de bouw van een omwalling rond de burcht van de Graven van Bergen en kan men spreken van een stad. Gravin Margaretha II van Vlaanderen stichtte in 1248 een begijnhof, en de toename van de bevolking maakte rond 1290 de aanleg van een tweede, grotere stadsmuur noodzakelijk. Deze stadsmuur was ongeveer 4,5 km lang en had zes poorten. In 1295 werd Bergen de hoofdplaats van het graafschap Henegouwen. De lakennijverheid legde de basis van een economische bloei, die pas zou eindigen in de 16e eeuw, met de godsdiensttroebelen.

Ook Vincent van Gogh heeft hier een tijdje gewoond, dat heeft Conny ervaren toen ze hier is geweest in 2015 toen Mons de culturele hoofdstad van Europa was en het ook 125 jaar geleden was dat Van Gogh overleden was. Meer dan 2.000.000 bezoekers kwamen er toen. Het “kunstwerk” van Arne Quinze dateert ook van die periode.

Mons is uiteraard ook de stad van Elio Di Rupo.

Nu is het een mooie stad ook al zijn er, net als in elke stad ook minder fraaie stadsgezichten. We overwegen om nog eens terug te komen voor een weekendje of zo. Vér is het niet, nauwelijks een uurtje rijden vanuit Peulis.

Ondertussen zijn we gesetteld in onze bungalow en kunnen we beginnen aan een vakantie waarin vooral zal worden gewandeld maar waarbij we ook een stadsbezoekje niet uit de weg zullen gaan.

Hof van Busleyden

Na een uitgebreid ontbijt, ter gelegenheid van de verjaardag van “plusdochter” Laura, bij Anna Mit in Heist op de Berg zijn we op de eerste dag van onze zomervakantie naar Mechelen gereden.

Op het programma stond een bezoekje aan het Hof van Busleyden.

De Luxemburgse geleerde Busleyden was onder Filips de Schone lid en rekwestmeester geworden van de Grote Raad van Mechelen (1504), waar zich ook het hof van aartshertogin Margaretha bevond. In datzelfde jaar werd hij priester en kanunnik van Sint-Rombouts. Hij nam deel aan de hoge politiek en diplomatie, en ontpopte zich tot een humanist en mecenas. Aan de Katholieke Universiteit Leuven stichtte hij het Collegium Trilingue, kweekplaats van nieuw leven in wetenschap en kunst.

Vanaf 1503 liet hij met stedelijke subsidies een riante residentie bouwen in Mechelen (bewoonbaar in 1507 maar nog niet af in 1516). Het gebouw, in een overgangsstijl van late gotiek naar vroege renaissance, werd voltooid door architect Rombout II Keldermans. Waarschijnlijk maakte zijn vader Antoon de eerste plannen. Busleyden had het gebouw verkregen uit de nalatenschap van zijn broer Frans, die het zelf gekocht had van Joos Vranx (1496). Hij voegde er een aanpalend stuk grond aan toe, gekocht van Jan van Ophem (1506). De palazzo van Busleyden werd al snel beroemd vanwege de banketten die hij er hield. Adriaan Boeyens was er te gast, lang voor hij paus werd. Ook bevriende intellectuelen als Erasmus, Cuthbert Tunstall en Thomas Morus kwamen over de vloer. De laatste begon er te schrijven aan zijn Utopia en liet ook een hymne na over de magnifieke residentie, waarin hij zong dat “enkel de hand van Daedalus” verantwoordelijk kon zijn voor zo’n oordeelkundig gebouwd huis.

Na de dood van Busleyden verkochten zijn erfgenamen het paleis in 1518 aan Jacqueline de Boulogne, weduwe van Jean le Sauvage. Het hof kwam in 1589 in het bezit van Karel III van Croÿ (een van zijn titels, hertog van Aarschot, leidde tot de alternatieve naam Hof van Aarschot). Al in 1608 nam de familie van Varick-de Rovelasca het paleis over, maar ook dit was van korte duur. Het werd in 1619 verworven door Wenzel Coeberger om er een van zijn Bergen van Barmhartigheid onder te brengen. Dit pandjeshuis bevond zich langs de huidige Frederik de Merodestraat en bleef functioneren tot 1914.

In dat jaar brandde het gebouw af na de hevige beschietingen op Mechelen (Duitse in augustus en Belgische in september). Daken, toren, glasramen en muurschilderingen op de eerste verdieping waren vernield en enkel de muren stonden nog overeind. De heropbouw verliep van 1930 tot 1938 onder leiding van A. Winner. Hij bleef vrij getrouw aan het origineel, behalve de toevoeging van een torenspits. Voortaan kreeg het gebouw een museale functie: het Stedelijk Museum Hof van Busleyden (ingehuldigd door koning Leopold III op 31 juli 1938). Sinds 2010 werd het museum gerestaureerd en uitgebreid en ondertussen is het terug open voor het publiek.(Bron : Wikipedia)

Het is zeker een bezoek waard. Heel interessant en bovendien bijzonder goed georganiseerd, zeker in deze Coronatijden.

Een goede opwarmer voor onze “echte” vakantie die morgen begint in Bergen, hoofdstad van Henegouwen. Daarna zullen we een hele week die provincie bezoeken vanuit ons basecamp in het Landal park Lac de l’Eau d’Heure.

Watertuinen

Hoewel moeder heel graag de busreis naar Ost Friesland in Duitsland had gemaakt denk ik dat onze midweek naar Houffalize een waardige vervanger is geweest.

Gisterenavond op de valreep nog een optreden van Sylviane & Dick meegepikt. Echt Coronaproof was de zaal niet maar ons tafeltje stond wel goed afgescheiden van de rest en bovendien was er weinig volk.

Vanochtend dan vrij vroeg de deuren van Vayamundo Houffalize achter ons gelaten en de terugreis naar huis aangevat.

Onderweg nog wel één tussenstop gemaakt namelijk in Annevoie. Vorig jaar ben ik daar met Conny de watertuinen gaan bezoeken en ik was ervan overtuigd dat moeder ze ook wel een bezoekje waard zou vinden.

Ik had gelijk (uiteraard 😉). Maar het is dan ook een bijzonder mooie tuin.

En zo zit onze korte vakantie er weeral op. Het was wel een vermoeiende vakantie voor moeder (ze wordt binnenkort tenslotte 86 jaar) maar ze heeft er wel van genoten en dat is wat telt, zeker in deze Coronatijden waarin de meeste van haar sociale activiteiten zijn weggevallen of op een heel laag pitje staan.

Zou ik nog teruggaan naar Vayamundo? Misschien wel maar zeker niet meer tijdens de zomervakantie. Tijdens die periode is het daar immers vooral gericht op jonge gezinnen met kinderen niet iets minder op de oudere generatie.

Vanaf maandag is het back to business en kan ik beginnen aftellen naar de volgende vakantie. In september trekken Conny en ik naar een bungalow in Froidchapelle. Aanvankelijk zouden we naar Duitsland gaan maar met al die Coronatoestanden hebben we het zekere voor het onzekere gekozen en die vakantie omgeboekt naar Wallonië. Nu maar hopen dat Corona weer geen roet in het eten gooit.

Rustig aan

Het waren de afgelopen drie dagen al behoorlijk gevulde dagen voor een zesentachtigjarige dame en daarom deden we het vandaag iets rustiger

We waren al vroeg op pad omdat het deze namiddag ongetwijfeld te warm zou zijn. Om 9u verlieten we het hotel en stapten we steil omhoog richting het centrum. Al bij al ging dat vrij vlot. Daarna was het uiteraard wel steil naar beneden maar toen hadden we al wel asfalt onder de schoenen.

Het centrum was vrijwel verlaten. Onderweg kwamen we weer het standbeeld van de Pogge van Schaarbeek tegen. Gisteren zijn we daar even naar een uitkijkpuntje gekropen. Vandaag heb ik de moeite genomen om even op te zoeken wie die Pogge wel was.

De  “Pogge” heeft namelijk echt bestaan. Zijn echte naam was Pierre De Cruyer (1821-1890).Hij was van bescheiden komaf en ging op zijn 21ste bij het leger. Erg veel enthousiasme legde hij er niet aan de dag; hij blonk vooral uit door zijn absenteïsme en het verzetten van grote hoeveelheden alcohol …

Op zijn 34ste trouwde hij met Anne-Catherine Crabs, een meisje van Diegem, in de Sint-Servaaskerk van Schaarbeek. Ze hadden 5 kinderen van wie er 4 op jonge leeftijd stierven. Alleen de tweede, ook Pierre genoemd, overleefde. Pierre De Cruyer werkte als landbouwer (vandaar zijn uniform: blauw overhemd, rode sjaal, zwarte broek en een pet uit zwarte zijde) en als arbeider in de gasfabriek. Met zijn ezel begeleidde hij geregeld de Schaarbeekse groentekwekers op hun tocht naar de hoofdstad.

In 1883 verloor Pogge zijn vrouw en werd hij een vaste klant van de lokale estaminets. Hij sloeg er het ene na het andere glas Geuze of Faro achterover, in het gezelschap van zijn trouwe vriend Jean Parici. De Schaarbekenaren raakten verknocht aan deze eerlijke, loyale en sympathieke figuur, en kwamen over alles zijn mening vragen. Daarop begon Pogge zijn oordeel systematisch te verkondigen met de dooddoener: “Alles is just.”

In 1875 besloot een groep vrolijke kompanen om als eerbetoon aan Pogge een vereniging op te richten, genaamd “de Pogge Vrienden”. De vereniging kwam bijeen in café “De Drie Koningen” en begon met het organiseren van een kermis ter ere van Pogge (“Pogge Kermis”). Deze kermis werd tot in 1990 elk jaar halverwege september gehouden. Bij die gelegenheid werd het standbeeld van de kleine Pogge door de straten van de wijk gedragen.

Het standbeeld in Houffalize bevindt zich aan het begin van de rue de Schaerbeek en is het werk van beeldhouwer Louis Van Custem. Het stadje in de Ardennen kreeg het beeld cadeau bij de verzustering op 17 augustus 1952.

De namiddag hebben we gevuld met een spelletje Mini-golf en wat lanterfanten. Dat mag ook wel eens.

Orval en Houffalize

Twee plaatsen moeten we bezoeken tijdens onze midweek want daar had ik al tickets voor gekocht.

Vandaag was de eerste plaats aan de beurt namelijk de abdij van Orval.

Al in 1070 vestigden zich Italiaanse monniken in Orval. In 1132 werden de Kartuizermonniken “vervangen” door Cisterciënzers. Rond 1252 werd de abdij volledig vernieuwd. De heropbouw duurde zo’n 100 jaar. In 1637 werd ze opnieuw vernietigd tijdens de verschillende oorlogen die Frankrijk had met zijn naburige regio’s.

In 1739 werd de abdij definitief verwoest.

In 1926 is dan begonnen met de bouw van een nieuwe abdij als “onderafdeling” van La Grande Trappe. De kaasmakerij en bierbrouwerij werden in de jaren ’30 opgericht om centjes binnen te brengen.

Aan de abdij van Orval is de legende verbonden van gravin Mathilde van Toscane. Deze zou omstreeks 1076[1] gerust hebben bij de bron in het dal. Terwijl zij met haar handen door het water gleed, verloor ze haar ring (niet trouwring!), en ze smeekte en bad tot God om hulp. Na haar gebeden keerde ze terug naar de bron. Een forel kwam boven met haar ring in de bek. Daarop riep zij uit: “Dit is werkelijk een gouden dal!” (Latijn: aurea vallis, vandaar Orval).

Uit dankbaarheid besloot ze op deze gezegende plaats een klooster te stichten. De bron heet tegenwoordig de Mathildebron. De plaatselijke traditie wil dat elk jong meisje dat een geldstuk in de bron werpt binnen het jaar zal trouwen. Ondanks dat het geen trouwring betrof die ze in de bron verloor.

De forel met de ring in de bek staat afgebeeld op het etiket van de flesjes, de glazen en reclamepanelen van het Orval-Trappistenbier.

Na een uurtje hadden we het daar echter wel gezien. Op de terugweg hebben we dan nog van de gelegenheid gebruik gemaakt om het centrum van Houffalize te bezoeken. Geen al te grote wandeling gemaakt maar wel eentje met voldoende trappen.

Malmedy & Mont Rigi

Dag 2 van de “midweek-met-moeder”.

Vandaag trokken we naar Malmedy, een gemeente die weliswaar tot de Oostkantons behoort maar niet tot de Duitstalige gemeenschap. Duitstaligen hebben er wel “faciliteiten”.

Ik had op internet een leuke stadswandeling gevonden en die hebben we ook gedaan maar dat ging niet zo vlot als gehoopt. De wandeling was immers niet afgepijld, niet overal hingen leesbare straatnaambordjes, de combinatie van aandampende bril (mondmaskers weet je wel), warm weer … afin … ik miste mijn co-pilote 😉

Na de wandeling in de stad reden we een tiental kilometer verder naar Mont Rigi. Een heuvel met een hoogte van 680 m in de Hoge Venen, gelegen tussen de Baraque Michel en Signaal de Botrange.  Daar wachtte een wandeling van ongeveer 3,5km op ons.

Al bij al hebben we volgens de FitBit ruim 8km gestapt vandaag, meer dan voldoende voor een iemand van 86 jaar 😉.

Morgen trekken we naar Orval.

Banneux & Coo

In 1933 verscheen Maria, die zich de Maagd van de Armen noemde, tot acht maal toe aan de twaalfjarige Mariette Beco. Ze deed dat in Banneux, een onooglijk dorpje bij Louvegné nabij Sprimont.

Haar verklaringen werden tussen 1935 en 1937 door een bisschoppelijke commissie onderzocht. Vanaf 1948 bouwde men aan een basiliek. Op 19 maart 1942 gaf bisschop Kerkhofs van Luik toestemming tot de verering van Onze-Lieve-Vrouw van Banneux en op 22 augustus 1949 bevestigde hij het bovennatuurlijk karakter van de verschijningen, waarna in 1952 de erkenning door het Vaticaan volgde.

Banneux groeide uit tot een drukbezocht bedevaartsoord. Het wordt jaarlijks door zo’n 700.000 pelgrims bezocht.Er bevindt zich een bron, die door Maria aan Mariette getoond zou zijn, waaraan een geneeskrachtige werking wordt toegeschreven. In 1985 werd Banneux bezocht door Paus Johannes Paulus II. In juni 2005 werd er in de kapel brand gesticht en in april 2008 werden er acht metalen kruisen gestolen. In beide gevallen was er melding van een intense vislucht. In 2008 werd het 75-jarig jubileum gevierd.

Vandaag was er weinig volk. De reden lijkt me duidelijk te zijn. Wat wel opviel is dat iedereen een mondmasker droeg en 99% deed dat ook op een goeie manier.

Op weg naar ons hotel in Houffalize hebben we dan nog een tussenstop gemaakt aan de Cascade de Coo, ooit een klassieker die elke Vlaming wel  gedaan heeft. Tegenwoordig stelt dat al veel minder voor. Als je niet voor Plopsacoo komt dan ben je vrij wel rond. Bovendien stroomt er niet zoveel water meer onder de brug.

Ondertussen zijn we (moeder en ondergetekende) gesetteld in de Vayamundo van Houffalize. Klaar voor een midweekje Wallonië.

To Mask or not to Mask?

maskerGroene zones, oranje zones, groene zones … appelblauwzeegroene zones. Je kan het niet meer volgen want de kleuren wijzigen quasi om het uur.

Hoewel ik zelf in een zogezegd rode zone zit (met 3 besmettingen in één gezin op een totaal aantal inwoners van 7.861 zit je omgerekend aan 31 besmettingen op 100.000 inwoners en dat is dus rood) vertrek ik morgen toch naar een witte zone.

Deze keer echter zonder Conny ☹

Aanvankelijk zou ik immers mijn moeder vergezellen op een korte busvakantie naar Ost-Friesen (met OKRA!) maar die reis is ondertussen al een tijdje geschrapt. Als alternatief vertrekken we morgen voor enkele naar Houffalize.

Gewoon even weg zijn. Bezoekjes aan Banneux, Orval, Malmedy en de Hoge Venen … Zelfs al moet het met mondmasker (onder de taalgrens hebben ze daar blijkbaar veel minder last van). Ik moet namelijk toegeven dat ik het dragen van een masker tijdens mijn dagelijkse wandeling hier in het bos niet echt als nuttig ervaar. Op een uurtje wandelen komen we vaak niemand tegen.

En de fietsers die we zien kunnen ook in drie categorieën worden ingedeeld: zij die geen mondmasker dragen (30%), zij die wel een mondmasker dragen (30%) en zij die een alternatief masker dragen zoals het keelmasker, het kinmasker, het baardmasker, het elleboogmasker, het polsmasker (40%).

Maar aangezien bij onze zuidelijke landgenoten meer ingeburgerd is zullen we zeker mee doen.

When in Rome …

 

Jeuk

Wisten jullie dat er in de omgeving van Enschede zo’n 25.000 eiken staan?

Wij ook niet al hadden we wel gemerkt dat er behoorlijk wat eiken stonden.

Wisten jullie dat er in Enschede en omgeving vorig jaar een gigantische eikenprocessierupsenplaag was?

Wij ook niet maar ondertussen wel.

We hadden immers gemerkt dat zowel Conny als ik behoorlijk wat beten hadden op onze onderarmen en -benen.

Normaal gezien ben ik de verzamelaar van insectenbeten. Vooral muggen en dazen zijn grote fan van mij. Maar die waren deze keer niet de daders. Even dachten we aan zandvlooien of erger nog … bedwantsen. Maar dat kon eigenlijk niet want het waren enkel de lichaamsdelen die tijdens het fietsen onbedekt waren die geraakt waren.

Tot Conny plots een ingeving kreeg … als het nu eens de processierups was? En ja hoor, na een beetje onderzoek op internet zijn we 99,99% zeker dat we kennis hebben gemaakt met de haartjes van dit akelige beestje.

Alle symptomen zijn er. Bovendien lijkt het probleem zich dit jaar vooral te manifesteren in Hengelo en waar zijn wij donderdag gaan fietsen? Inderdaad … in Hengelo.

Maar de jeukerige naweeën wegen niet op tegen de geweldige vakantie de we hebben gehad. Vijf geweldige dagen in Overijssel, 200 km gefietst, veel zon, niet te heet, geen druppel regen gezien en elke dag lekker eten.

Jammer dat het voorbij is maar we kunnen er weer even tegenaan. Tot in september wanneer we naar de Vulkaaneiffel vertrekken. Het kriebelt alvast 😉

processierupsen