Elfstedentocht Rustdag

Onze roadbook gaf voor vandaag als opties een bezoekje aan de Waddeneilandjes Vlieland of Terschelling.

Wij gaven echter de voorkeur aan het ontdekken van Franeker.

Franeker staat bekend als academische stad. In de 16de eeuw werd er een universiteit opgericht met de studierichtingen theologie, rechten, medicijnen, klassieke talen, wijsbegeerte en wis- en natuurkunde. Het was na Leiden de tweede universiteit in Nederland. Napoleon heeft ze in 1811 gesloten.

Franeker heeft ook 2 kleine maar heel interessante museums.

Het eerste is het Martena museum. Het museum is gevestigd in de Martenastins, een stins die in 1498 in opdracht van de Friese edelman Hessel van Martena (ca. 1460-1517) is gebouwd. Het herbergt de historische collectie van de stad Franeker, de collectie over de voormalige Universiteit van Franeker en bezit ook de grootste collectie over en van de wetenschapper Anna Maria van Schurman. Zij was de eerste vrouwelijke universiteitsstudente in Nederland. In haar vroege jeugd woonde zij samen met haar familie in de Martenastins.

Van Schurman sloot zich in 1669 aan bij de door Jean de Labadie (1610-1674) gestichte mystieke sekte van labadisten en vertrok naar Amsterdam. Die kennen we omdat we eerder deze week nog in Wieuwerd waren en daar de mummies zagen.

Het tweede museum is het Koninklijk Eise Eisinga Planetarium. Eise Eisinga was, net als zijn vader, een wolkammer. Maar hij had een grote interesse in wiskunde en wetenschap.

Toen zich in 1774 een conjunctie van de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter zou voordoen, gaf dominee Eelko Alta uit Bozum anoniem een boekje uit, Philosophische bedenkingen over de conjuctie van de planeten Jupiter (enz.). In dat boek voorspelde hij dat deze hemellichamen op 8 mei 1774 op elkaar zouden botsen. De aarde zou hierdoor uit haar baan worden geslingerd en zou in de zon verbranden. Door deze voorspelling ontstond onrust in Friesland.

Bij Eisinga ontstond idee om een bewegend schaalmodel van het zonnestelsel te bouwen in zijn woonkamer. Het raderwerk hing hij op aan de zoldering en werkte hij weg achter het blauwgeschilderde ‘hemelplein’ waarin de planeten draaien. Boven de bedstee stond het slingeruurwerk dat met een regulateur de omlooptijden regelde van de op dat moment bekende planeten: Mercurius, Venus, de aarde, Mars, Jupiter en Saturnus. De planeten hingen als bollen in de kamer en waren aan de ‘zonzijde’ goudkleurig beschilderd. De aarde was voorzien van een cirkelende maan.

In het plafond en de wand boven de bedstee was een aantal wijzerplaten en een planisfeer aangebracht. Hierop is onder meer informatie af te lezen over de maan, zoals de schijngestalten, de op- en ondergang en de stand van de maan. Van de zon worden de momenten van zonsopkomst en ondergang getoond. Ook toont het de tekens van de dierenriem, de dag van de week en het jaar volgens de Christelijke jaartelling.

En dat ding werkt ondertussen dus nog altijd. Heel erg indrukwekkend.

En zo zit onze “rustdag” er dus ook op. Nu ja, “rusten” … we hebben toch ruim 8 km gestapt vandaag. Het is hier behoorlijk warm maar het Friese windje zorgt wel voor verfrissing.

Elfstedentocht Etappe 4

Voor we vandaag aan onze vierde etappe begonnen lieten we de fietsen nog even staan bij Het Weeshuis, het hotel waar we de nacht hadden doorgebracht.

We hebben eerst nog een korte wandeling door Bolsward gemaakt. Dat zat er gisteren na de 65 km niet meer in.

Bolsward is ontstaan op een drietal terpen, waarvan in ieder geval de oudste (waar de Sint Maartenskerk op staat) dateert van voor het begin van de jaartelling.

Bolsward kreeg van Filips de Goede in 1455 stadsrechten mede dankzij de redenaar pater Brugman. Bolsward was een Hanzestad, maar was voor de afzet van de Friese zuivel aangewezen op de Hollandse steden. Zo kwam de stad tot welvaart. Het stadhuis van Bolsward, dat gebouwd werd rond 1615, is een teken van de bloei van de stad in de zeventiende eeuw. Het werd in 1765 vergroot en verfraaid in rococostijl. (bron: wikipedia)

De eerste 10 km van Bolsward naar Makkum waren lastig. Er was een stevige tegenwind en die kilometers van gisteren zaten ook nog in de benen. Het voordeel van de wind is dan wel dat het niet te warm wordt.

Na 25 km was het tijd om in Kimswerd iets te gaan eten. Harlingen zou niet zo ver meer zijn maar Herberg De Groate Pier zag er heel leuk en gezellig uit.

Na 30 km kwamen we aan in Harlingen, ook één van de elfsteden.

De naam Harlingen is vermoedelijk afkomstig van de state Harlinga. In 1311 kwam “Harlingen” voor in Engelse havenregisters. In 1579 ondertekenden afgezanten van de stad de Unie van Utrecht en op 22 december 1634 ontving Harlingen zijn octrooi van de Staten van Friesland voor Groenlandsch- en Straat Daevids-visscherij. Nu is het vooral de vertrekplaats voor de veerdiensten naar Terschelling en Vlieland. Het is de geboorteplaats van Hotze Schul, één van de beste kaatsspelers van Europa. Hij is er overleden in 2005. In 2000 werd hij verkozen tot kaatser van de eeuw.

Elfstedentocht etappe 3

Vandaag stond de koniginnerit op het programma, van Wijckel naar Bolsward, goed voor bijna 65km. Als je dan in het routeboekje leest dat er een alternatieve route is wanneer er veel wind is dan ben je toch een beetje ongerust.

Er was uiteraard wind maar het zal maar een 2 Bft of zoiets geweest zijn. Die hadden we dan wel de eerste 30 km tegen maar gelukkig de laatste 35 km in de rug.

Na 15 km fietsen zaten we aan het IJsselmeer. Het IJsselmeer ontstond door het afsluiten van een deel van de Zuiderzee. De Afsluitdijk werd voltooid op 28 mei 1932 en de officiële naamsverandering van het afgesloten deel van de Zuiderzee vond plaats op 20 september 1932.

In Laaxum, het kleinste vissershaventje aan het IJsselmeer, wilden we een koffietje gaan drinken maar daarvoor waren we een uurtje te vroeg.

Dan maar verder fietsen naar Stavoren waar we wel iets vonden.

Stavoren is een voormalige Hanzestad en was tijdens de hoge middeleeuwen een belangrijke handelshaven. Een bekende sage is die van Het Vrouwtje van Stavoren. Daarin wordt een verklaring gegeven voor het verval van de handelspositie van de stad aan het einde van de middeleeuwen.

Ondanks haar enorme rijkdom was ze niet tevreden, ze wilde het kostbaarste bezit dat er te vinden was en stuurde een schipper eropuit om dat te halen. Deze kwam na lang zoeken thuis met een lading graan uit Danzig, dat hem waardevoller dan goud leek. Het vrouwtje zag het niet als het waardevolste dat er bestond. Woedend vroeg ze: “Aan welke zijde heb je het graan ontvangen?” “Aan stuurboordzijde.” “Gooi het dan aan bakboordzijde in zee!” Een voorbijganger die dat hoorde zei haar dat niet te doen; zou ze ooit zelf in de bedelstand vervallen, dan zou haar het graan wel goud toeschijnen. Hierop haalde zij de gouden ring van haar vinger en gooide hem met een grote boog in zee. Ze voegde hieraan toe: “Net zomin dat ik deze gouden ring ooit nog terug zal zien, zal ik in de bedelstand vervallen.” Op een dag kwam een van haar dienaren naar haar met een gevangen vis, met in de maag van die vis haar eigen gouden ring. Vanaf dat moment keerde haar lot. Ten slotte eindigde zij in grote armoede.

Via Hindeloopen bereikten we Workum. Een heel gezellig hanzestadje.

Na 64 km bereikten we Bolsward waar we overnachten in Het Weeshuis. Alweer een toffe locatie maar ik was iets minder te spreken over de lunch. Het was voor iedereen dezelfde menu. Dat zijn we gewoon van Hotel Vierhouten in de Veluwe.

Maar hier stond op die menu: Linzensoep, Bulgur met kop, Griekse sla met Turkse Feta, een portie gestoofde groenten en Tsatsiki. Dat is dus echt niks voor mij.

Elfstedentocht etappe 2

Voor onze tweede etappe vertrokken we via Sneek. Het was nog vroeg en er was weinig open. We passeerden wel de KING-fabriek, je weet wel, de lekkere pepermuntjes. Die ruik je trouwens al van ver.

Dan ging het verder naar Langweer waar we een drankpauze namen. We hadden dan ook al een oversteek met een pontje gehad. Toch zeker een dikke 50 meter.

In Sint Nicolaasga zagen we de Sint Nicolaaskerk, een katholieke kerk. Friesland is van oudsher protestant maar de adel was wel katholiek. Sint Nicolaasga is één van de vijf katholieke “enclaves” in Friesland.

Lunchen deden we in Sloten. Met zo’n 700 inwoners is Sloten de kleinste van de elf steden. Het ontstond in de 13de eeuw en heeft zijn historisch karakter goed weten te bewaren.

Voor een laatste drankpauze stopten we in Oudemirdum waar het terras vol zat met fietsers.

De laatste kilometers naar onze B&B gingen door de Boswachterij Gaasterland.

We eindigden met 60 kilometers op de teller.

Friesland Avondetappe 1

Zoals wel meer gebeurt bij een etappenkoers heb je soms ook een avondetappe.

Dat hebben wij gisteren ook gedaan door een kleine wandeling door IJlst te maken.

Ruim een eeuw lang was de fabriek Nooitgedagt de grootste werkgever van de stad. In 1865 begon Jan-Jarings Nooitgedagt in IJlst met het maken van schaatsen en schaven. Het Bedrijf groeide en het assortiment werd in de loop der tijd uitgebreid met houtbewerkingsgereedschappen en houten speelgoed. De fabriek nam een prominente plek in binnen de stad maar rond 1990 verhuisde de fabriek naar het industrieterrein. Delen van de oude fabriek zijn inmiddels gesloopt. Er staat nog één oud gebouw, het zogenoemde ‘giele stientsjes’-gebouw, de eerste Nooitgedagt-fabriek. Dit gebouw is gerenoveerd. Het laatst gebouwde authentieke fabrieksgebouw – het eerste in Nederland dat helemaal van beton werd vervaardigd – is medio oktober 2004 gesloopt.

Begin 21e eeuw hield de firma Nooitgedagt op te bestaan door een overname en een aantal jaren later gesloten. In het nieuwe gebouw werd een ander bedrijf gevestigd. Saillant detail is dat er zo’n tien jaar is gediscussieerd over het invullen van het oorspronkelijke fabrieksterrein. Al die tijd stond het gebouw er leeg en verpauperd bij.

Sinds oktober 2004 was er een discussie gaande over het behoud van de oude fabrieksschoorsteen. In 2007 werd de schoorsteen gerenoveerd, waarbij deze tot de oorspronkelijke hoogte is teruggebracht. Echter niet zoals vroeger gemetseld, maar in de vorm van een stalen skeletsel (kunstwerk).

Een deel van IJlst is een beschermd stadsgezicht, een van de beschermde stads- en dorpsgezichten in Friesland. Het is bekend om haar aan het water grenzende tuintjes, de “bleken” of “overtuinen” geheten. Deze liggen langs de rivier de Ee die de centrale as van de stad vormt en het karakter heeft van een gracht. De weg loopt hier pal langs de huizen en aan de overkant liggen de overtuinen die bij de huizen horen. Deze tuinen werden vroeger gebruikt om de was te bleken en zijn voor een deel nog steeds in particuliere handen. (Bron : Wikipedia)

Elfstedentocht Etappe 1

Gisteren hebben we de verplaatsing gemaakt van Peuis naar Leeuwarden. Een heel rustige rit trouwens.

En in Leeuwarden zijn we vanochtend, onder grijze wolken en een miezerig regentje, begonnen aan onze Elfstedentocht.

De Elfstedentocht (Fries: Alvestêdetocht) is een bijna 200 kilometer lange schaatstocht over natuurijs die wordt georganiseerd door de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Vanwege de afstand en vanwege het heroïsche karakter wordt de Elfstedentocht ook wel “De Tocht der Tochten” genoemd. Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, is vanouds de start- en aankomstplaats.

De Elfstedentocht werd voor het eerst (officieel) in 1909 gereden en wordt maximaal eenmaal per winter gehouden. In totaal is de tocht tot nu toe vijftien maal verreden. De meest recente tocht vond plaats in 1997. Er heeft nog nooit zo veel tijd tussen twee edities gezeten als nu. (bron: wikipedia)

Uiteraard gaan wij ‘m niet schaatsen maar fietsen en wij doen het in verschillende etappes.

Vandaag fietsten we een kleine 45 km van Leeuwarden naar IJlst.

Het is hier uiteraard heel mooi fietsen met vergezichten en charmante dorpjes. Helaas is er ook altijd de wind maar vandaag blies die voornamelijk uit de goede richting.

Onze eerste stop was in Mantgum dat een beschermd dorpsgezicht heeft met vele rentenierswoningen.

Tweede stop was de kerktoren van Schillaard, één van de oudst bewaard gebleven renaissance bouwwerken in Friesland. Daar staat ook een gedenkteken voor de bemanning van de Short Stirling EF 347. Op 2 maart 1943 werd die neergehaald door een Messerschmitt. De inzittenden overleefden het niet en werden daar begraven.

Onze laatste stop was in Wiuwert, meer bepaald de Mummiekelder.

In 1765 werden in een grafkelder van de kerk 11 kisten gevonden met daarin gemummificeerde lichamen. Ondertussen zijn er 7 verdwenen maar 4 kan je nog wel bekijken.

De grafkelder hoorde bij Thetinga State, ook bekend als Walta State, van de familie Walta. De mummies herinneren aan de rijke geschiedenis van de Walta’s en de Labadisten, een religieuze beweging geleid door Jean de Labadie in de 17e eeuw. De exacte reden waarom de lichamen zo goed bewaard zijn gebleven blijft een mysterie en is nog steeds onderwerp van wetenschappelijk onderzoek.

De Waddenzee

Voor onze laatste dag in Friesland lieten we ons eens niet inspireren door www.friesland.nl maar stippelde ik zelf een fietsroute uit via de knooppunten (wat trouwens perfect lukt via www.fietsknooppunt.be).

Onze route begon in het centrum van het drie kilometer verder gelegen Anjum en zou ons naar de Waddenzee brengen.

De knooppunten: 46 – 45 – 04 – 44 – 35 – 34 – 33 – 28 – 18 – 19 – 26 – 27 – 29 – 32 – 40 – 39 – 38 – 42 – 47 – 46.

De Waddenzee vormt samen met de kwelders, de Noordzeekust, de bewoonde eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en de onbewoonde eilanden en zandplaten, zoals Richel, Griend en Rottumerplaat 1 geheel: het Waddengebied. De internationale Waddenzee loopt nog verder, via Duitsland naar Denemarken.

De Waddenzee staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst(externe link), is een Natura 2000-gebied en werd door het Nederlandse publiek uitgeroepen tot het mooiste natuurgebied in Nederland. Daarnaast dient de Waddenzee ook als scheepvaartroute en voor visserij.

Het wad is altijd in beweging. Enorme hoeveelheden water persen zich tweemaal per dag met eb en vloed door de zeegaten tussen de Waddeneilanden. Met het water verplaatsen zand en slib (sediment) zich en worden geulen, platen, kwelders en de eilandkusten gevormd.

Grote delen van de slib- en zandbanken vallen met laagwater droog. Deze droogvallende wadplaten zijn rijk aan bodemleven en vogels vinden er veel voedsel en kunnen er rusten. Bij hoogwater lopen veel wadplaten weer onder en zijn ze juist een voedselbodem- en opgroeiplek voor vissen, krabben en garnalen.

Onze tocht bracht ons langs vissersdorpjes zoals Moddergat en Wierum. Enkele monumenten herdenken stormen waarbij zo goed als de volledige vissersvloot verdwenen is. Als je dan die namen leest en telkens de zelfde achternamen ziet staan dan kan je je nauwelijks voorstellen hoe zwaar dat voor zo’n kleine gemeenschap moet zijn geweest.

Na zo’n 25 km ging het terug landinwaarts en fietsten we via Holwert, Hantum, Hantumerútbuorren, Nijewier, Metslawier terug naar Anjum en verder naar Landal Esonstad en het Lauwersmeer waar we afklokten op 50km.

Alweer een mooie fietstocht die onder een grijs wolkendek en quasi windstilte begon maar die in de zon en met een fikse tegenwind eindigde.

En daarmee zit onze week in Friesland er weeral op. Morgen naar huis om dan nog een paar dagen tot rust te komen in de tuin. Nu ja … rust ? Jawel, rust … hagen snoeien, onkruid wieden, gras afrijden …

De route:

De foto’s:

De Alde Feanen – Eernewoude

Voor de eerste keer deze vakantie zag de lucht grijs toen we opstonden. Gelukkig was dat maar tijdelijk want nog voor we goed en wel op weg waren brak de zon door de wolken.

We hebben de fietsen op de auto gezet en zijn zo’n 35 km verder gereden om daar een fietstocht te starten. Die vertrok immers in Eernewoude. Al onze fietstochten heb ik trouwens gevonden op www.friesland.nl, een onuitputtelijke bron van informatie.

De fietstocht begon wel een beetje in mineur. Bleek immers dat ik de batterij van mijn Canon in ons huisje had laten liggen. Ik heb me dus moeten behelpen met mijn Samsung Galaxy M20.

Nationaal Park De Alde Feanen (betekenis: “De Oude Venen”, Fries: Nasjonaal Park De Alde Feanen) is een nationaal park in de Nederlandse provincie Friesland, gelegen rondom het dorp Earnewâld. Het nationaal park heeft een oppervlakte van bijna 4.000 ha. Het is hiermee het grootste aaneengesloten natuurgebied op het vasteland van de provincie Friesland. Het is een “natuurgebied met een rijke historie, een gebied ook van internationale betekenis. Vergelijkbare gebieden zijn buiten Nederland niet veel te vinden.

De Alde Feanen bestaat uit een gevarieerd laagveenmoeras met meren, veenplassen, petgaten, trilvenen, veenmosrietlanden, blauwgraslanden, rietlanden, dotterbloemhooilanden en moerasbossen. Er komen meer dan 500 soorten hogere planten voor, waaronder verschillende soorten zeggen en orchideeën. Er broeden meer dan honderd verschillende soorten vogels. In de winter pleisteren in het gebied grote aantallen ganzen, eenden en steltlopers. In het vroege voorjaar kunnen enkele tienduizenden steltlopers zoals kemphaan, grutto en wulp doortrekken.

Op 26 april 2006 werd het gebied door toenmalig minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit officieel aangewezen als twintigste Nationaal Park van Nederland. (Bron : Wikipedia)

De tocht is zeker een aanrader. Je fietst langs het water, door weilanden en je neemt geregeld een pontje om de rivier over te steken. Er was vandaag wel gevoelig minder wind. Iets aangenamer fietsen dus maar ook iets warmer.

De route van vandaag (vertrek aan het Bezoekerscentrum, Koaidyk 8, 9264 TP Eernewoude): 16 – 38 – 39 – 40 – 41 – 37 – 36 – 35 – 33 – 32 – 31 – 30 – 45 – 29 – 28 – 20 – 21 – 22 – 92 – 92 – 42 – 63 – 44 – 48 – 49 – 12 – 06 – 14 – 16

De foto’s (die dus van iets mindere kwaliteit zijn dan gewoonlijk):

Ljouwert (Leeuwarden)

Na drie dagen fietsen waren we wel toe aan iets anders. Daarom trokken we vanochtend, met de auto, naar Leeuwarden. Aanvankelijk was het de bedoeling om daar een fietstocht te beginnen en dan nog “even” de stad te bezoeken maar gelukkig hebben we besloten om er een hele dag door te brengen.

Leeuwarden is de hoofdstad van Friesland en is één van de oudste steden van Nederland. De geschiedenis van Leeuwarden gaat terug tot in de Romeinse tijd. Toen woonden er al mensen op de plek waar nu de Oldehove staat. Leeuwarden is ontstaan op terpen die werden opgeworpen aan een inham van de Middelzee die in de 13e eeuw dichtslibde en werd ingepolderd. De riviertjes Ee, Vliet en Potmarge mondden bij deze terpen uit in zee.

De naam Leeuwarden duikt voor het eerst op in een schenkingsakte uit de 8e eeuw. In dit document van de abdij van Fulda spreekt men van villa Lintarwde.

In 1435, hetzelfde jaar dat Oldehove, Nijehove en Hoek samengevoegd werden tot één stad, Leeuwarden, kreeg Leeuwarden stadsrechten.

De vijftiende eeuw werd beheerst door de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. In het algemeen schaarden de steden en het platteland zich achter de Schieringers. Leeuwarden was het bolwerk van de Vetkopers. De partijstrijd leidde tot de bouw van nieuwe verdedigingswerken. Albrecht van Saksen had in 1498 negen weken nodig om Leeuwarden in te nemen, om het intern verdeelde Friesland te kunnen onderwerpen.

De zestiende en zeventiende eeuw vormden een gouden tijd voor Leeuwarden. Leeuwarden kreeg aanzien doordat het eeuwenlang de residentie werd van de Nassaus die vanaf 1584 stadhouder werden van de noordelijke provincies, tot zij in 1747 uit de stad vertrokken. De Nassaus woonden in het Stadhouderlijk Hof met hun hofhouding, nu functioneert het gebouw als hotel. In deze eeuwen kwam de stad ook tot grote bloei. Het aantal inwoners steeg van 5.000 rond het jaar 1500 tot 16.000 in 1650.

De Gouden Eeuw was ook een tijd waarin de adel op kwam in Leeuwarden. De Eewal, Grote Kerkstraat, Nieuwestad, Tweebaksmarkt en de Weaze waren destijds de deftigste straten van Leeuwarden. Hier woonden de rijke adellijke families zoals Van Martena, Van Aylva, Van Camstra en Van Burmania. Leeuwarden behoorde toen tot de tien aanzienlijkste steden van Nederland. Daarvan getuigen nu nog prachtige gebouwen als de Kanselarij (waar recht gesproken werd), het Stadhouderlijk Hof en de Waag (als centrum van de handel).(Bron : Wikipedia)

Wij kochten ons voor 2 euro bij het Visitor Center een kaartje met een 6km lange wandelroute doorheen de stad waarbij je de meeste bezienswaardigheden passeerde : Oldenhove ( de scheve toren van Leeuwarden), de Prinsentuin, het Stadhuis, het Stadhouderlijk Hof, de Waalse kerk, de Grote Kerk, het Stadsweeshuis, de St.Bonifatiuskerk, Centraal Apotheek, de Kanselarij, het Oude Postkantoor en nog veel meer mooie oude gebouwen.

Ook voor shoppers of voor Bougondiërs heeft Leeuwarden voldoende te bieden.

Kortom … een gezellige stad die gewoon vraagt om terug te komen.

Schiermonnikoog

Vandaag lieten we onze fietsen in de berging staan. Er stond wel een fietstochtje op het programma maar dat zouden we doen in Schiermonnikoog en op de veerboot die vertrekt vanuit Landal Esonstad mag je geen fietsen meenemen.

Op zich geen probleem want één van de hoofdactiviteiten op Schiermonnikoog is het verhuren van fietsen. Soepboer Fietsverhuur waar wij via de Landal Receptie twee e-bikes reserveerden heeft er een vierduizendtal staan. En dat is dan maar één van de vier verhuurbedrijven die er zijn.

Bon, wij dus het “marktplein” overgestoken en de boot naar de gemeente met de minste inwoners van Nederland. Op 31 januari van dit jaar waren er 982 inwoners.

Schiermonnikoog is vanuit het westen het vijfde bewoonde Waddeneiland. Het eiland wordt geprezen om zijn rust, die onder andere in stand wordt gehouden doordat bezoekers hun auto op de vaste wal in de haven van Lauwersoog moeten achterlaten.

In de middeleeuwen was Schiermonnikoog een uithof van het cisterciënzerklooster Claercamp uit Rinsumageest bij Dokkum, een van de kloosters in Friesland. De monniken van het klooster, die land indijkten, droegen grijze pijen. Zo ontstond de naam: schier betekent grijs, en oog betekent eiland (en is etymologisch hetzelfde als ei in eiland). De naam Schiermonnikoog wordt voor het eerst genoemd in 1440 in een akte (van Philips van Bourgondië). In 1580 werd Friesland protestants. Het klooster verloor alle bezittingen, en Schiermonnikoog werd onderdeel van het gewest Friesland.

Je kan er eindeloos wandelen (ook waddenlopen) maar wij kozen toch maar voor de fiets. Ik had de 18 km lange Trekvogelroute gevonden, een fietstocht die je langs enkele bezienswaardigheden voert zoals de Noordertoren, Bunker Wasserman en Begraafplaats Vredenhof.

Aanvankelijk werden aangespoelde drenkelingen op Schiermonnikoog begraven in de duinen. In de 19e eeuw werd dit verboden. In 1863 werden zeven bemanningsleden van een gestrand Zweeds schip begraven op de plek in de buurt van het latere Vredenhof. Ook later werd er nog een drenkeling in deze omgeving begraven. In 1917 namen enkele inwoners van Schiermonnikoog het initiatief voor de stichting van Vredenhof, een begraafplaats voor de aangespoelde drenkelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook drenkelingen uit de Tweede Wereldoorlog liggen hier begraven. Het is dan ook een Commonwealth War Graves kerkhof. We vermoeden dat onze buren hier in het park daar ook geweest zijn of er nog moeten komen. Onze buren zijn immers Westvlamingen van de Commonwealth War Graves Commission. Ze zijn hier met drie busjes.

Op de terugweg hadden we nog het geluk van een zeehond te spotten. Die lag rustig te genieten van de zon op een zandbankje.

Het was weer een heel leuke zij het ook wel vermoeiende dag. Het was niet eenvoudig om een kleine selectie van foto’s te maken.

Onze tocht: