Hanzestad Elburg

Na onze wandeldag van gisteren hadden we vandaag zin in iets anders.

Dat “anders” werd het Hanzestadje Elburg waar we al eerder op bezoek waren, ook met de fiets.

Maar dat was in het zomerseizoen en het contrast kon niet groter zijn dan nu. Op deze eerder frisse herfstdag was het er bijzonder rustig om niet te zeggen verlaten. Het komende weekend zal dat wel anders zijn want dan is het “winterfeest” en dat zou, volgens een lokale winkelier zo’n kleine 100.000 mensen aantrekken.

Maar nu was het er rustig maar niet minder mooi of pittoresk.

Ooit was Elburg een vissers- en handelsplaatsje dat rechtstreeks op de Zuiderzee uitkeek en bestond uit een lintbebouwing rondom de huidige Ellestraat en het verlengde daarvan. Elburg en haar vrijheid waren onderdeel van het oude Doornspijk. Een charter van graaf Floris V van Holland van 27 maart 1291 is de oudst bekende schriftelijke bron waarin voor het eerst over Elburg als stad wordt gesproken

Elburg was tot 1798 een van de vijf steden in het Kwartier van Veluwe die in hoge mate zelfbestuur hadden en vertegenwoordigers naar de Statenvergadering in Arnhem stuurden. In de Franse tijd werd het kerspel Elburg omgezet naar een gemeente. Een deel van Elburg is een beschermd stadsgezicht. Verder zijn er in Elburg enkele honderden rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en een aantal oorlogsmonumenten.

Miggelenberg en Spelderholt

Vandaag hebben we het niet ver gezocht. Dat moet ook niet wanneer het wandelknooppuntennetwerk op enkele meters van je deur passeert.

Ik had een route van om en bij 8 km uitgestippeld op het Landgoed Spelterholt (knooppunten 21 – 44 – 42 – 69 – 78 – 66 – 40 – 31 – 52 – 21).

Landgoed Spelderholt ligt tussen Hoenderloo en Beekbergen.

De eerste vermelding van het Spelderholt dateert uit 1730. Er wordt een boerderij ‘het Spelderholt’ aan de Speelweg genoemd. ‘Spel’ is waarschijnlijk een afkorting van het woord kerspel, maar het kan ook op de naalden van naaldbomen slaan. De toponiem ‘holt’ verwijst naar een bos dat timmerhout levert. In elk geval was het gebied een holt dat bij een kerspel hoorde.

Op latere kaarten is de naam Speldermark te vinden. De marke was een deel van het kerspel. De Speldermark is in 1870 ontbonden. Ook komt de naam Spelderveld voor. Samen met het Lierderveld vormde dit het gebied tussen Beekbergen, Hoenderloo en Loenen. Het lag aan de rand van een gebied dat in de volksmond al eeuwen “Het groote zand” heette, een met heide begroeide en door schapen begraasde heuvelachtige vlakte.

In 1905 werden de woeste gronden van Spelderholt aangekocht door jonkheer Louis Frederik Teixeira de Mattos om er een buitenverblijf te stichten. Hij liet de Nederlandsche Heidemaatschappij, waar hij een hoge functie bekleedde, de gronden ontginnen.  In 1921 stond Teixeira de Mattos het landgoed, op ongeveer 14 hectare na, af aan de Staat der Nederlanden.

De bossen van Spelderholt zijn aangelegd voor houtproductie. Ze vallen onder boswachterij Ugchelen-Hoenderloo van Staatsbosbeheer. Het beheer richt zich steeds meer op het in stand houden en vergroten van de natuurwaarden. Het is een Natura 2000-gebied. Door stroperij kwamen hier na 1945 nauwelijks meer edelherten voor. Ter instandhouding van de soort op de Veluwe werd het bos in 1956 onderdeel van een Staatswildreservaat. Er werden drinkplaatsen, voerplaatsen, wildakkers en graasweides aangelegd. De hertenpopulatie groeide weer en in 1988 konden verschillende rasters worden weggehaald. Aan de Ringakker, een oude wildakker in het centrum van het Spelderholt staat een wildkijkscherm dat in 2013 vernieuwd is.(bron : Wikipedia)

Jammer genoeg hebben we aan de Ringakker geen wild kunnen zien. Een paar hertjes, everzwijnen of zelfs een wolf waren welkom geweest.  We hebben het moeten doen met het “wild” dat zich op ons terras te goed deed aan nootjes en dergelijke.

Even Apeldoorn bellen?

Met de drukke eindejaarsperiode voor de deur vonden we het we wel nuttig om er nog even tussenuit te knijpen om de batterijen een beetje op te laden.

We kozen voor de Veluwe en meer bepaald voor Landal Miggelenberg, een mooi in het bos gelegen park.

Maar vóór we ons settelden in ons huisje brachten we eerst een bezoekje aan het 12 kilometer verder gelegen Apeldoorn.

De geschiedenis van Apeldoorn gaat terug naar het jaar 792 toen het als “villa ut marca Appoldro” werd genoemd in een schenkingsakte.

Het is ontstaan aan de rand van het hoge middendeel van de Veluwe, een plaats die in de vroege middeleeuwen geschikt was voor landbouw. Het was een plaats waar de grond licht genoeg was om te bewerken en waar ook voldoende water aanwezig was. Het eerste deel van de naam is de vroegmiddeleeuwse vorm apa ‘water’, die ook voorkomt in o.a. Appen, Epe en Wilp. Apeldoorn ligt in een concentratie van apa-namen. Het tweede deel is ontstaan uit de vorm treo, ‘boom’. De oorspronkelijke betekenis van Apeldoorn en ook van o.a. Appeltern in de Betuwe en van Appeldorn in Westfalen, was ongeveer ‘bij een water staande bomen’.

In het begin en de eeuwen daarna was Apeldoorn een klein dorpje, dat bestond uit een paar huizen. Toen tegen het einde van de 16e eeuw de papierindustrie op gang kwam, groeide Apeldoorn snel. In 1684 kocht Willem III van Oranje het huis Het Loo en liet daarnaast Paleis Het Loo bouwen omdat Apeldoorn centraal in een jachtgebied lag. Daarna hebben meerdere leden van de koninklijke familie het paleis bewoond, tot het overlijden van koningin Wilhelmina. Ook Lodewijk Napoleon zou Paleis Het Loo als zomerresidentie gebruikt hebben. Paleis Het Loo is sinds 1984 een museum.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad gespaard voor grote oorlogsschade. Wel startten de deportaties van Joden er vroeger dan elders.

n 1942 had Seyss-Inquart uit veiligheidsoverwegingen besloten dat Apeldoorn het regeringscentrum moest worden en dat alle belangrijke diensten Den Haag zouden verlaten om in Apeldoorn of omgeving, zoals in Velp, Arnhem en Nijmegen, te worden gehuisvest. Bij een eventuele invasie vanuit zee zouden de diverse diensten dan nog tijd hebben zich terug te kunnen trekken naar het binnenland van Das Reich. Aanvankelijk werd dit plan door Himmler tegengehouden, maar in 1943 vertrokken toch de eerste diensten naar Apeldoorn, gevolgd in 1944 door meer diensten.

In april 1945, toen de Canadezen Apeldoorn tot aan het Apeldoorns Kanaal wisten te bevrijden, waren de Canadezen van plan de rest van Apeldoorn zwaar te beschieten. De Duitsers waren zich echter al aan het terugtrekken. Om burgerslachtoffers te voorkomen, staken twee verzetsstrijders ’s nachts het bewaakte Apeldoorns Kanaal over om de Canadezen hiervoor te waarschuwen. Daardoor kon de stad op 17 april gemakkelijk worden bevrijd door de 48th Highlanders of Canada.

In de jaren zestig vestigden zich rijksdiensten (Belastingdienst, Domeinen, Kadaster) in Apeldoorn en daarmee ook vele andere bedrijven. Het aantal inwoners groeide weer snel. Daartoe werden in de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw de wijken De Maten (30.000 inwoners) en Zevenhuizen (22.000 inwoners) gebouwd. Zevenhuizen bezit de eerste echte hoogbouwwoningen van Apeldoorn.

Op 30 april 2009 werden op Koninginnedag, net tijdens de doortocht van de koninklijke autobus naar Paleis Het Loo, verscheidene toeschouwers aangereden door een auto. Als gevolg van deze aanslag, die vermoedelijk op de koninklijke familie was gericht, vielen acht doden en circa tien gewonden.(Bron: Wikipedia)

Het bezoek aan Apeldoorn was een beetje dubbel. Enerzijds staan er heel mooie huizen en is er veel te zien maar er is ook veel leegstand en we hebben toch ook enkele daklozen langs de vuilbakken zien schuimen om lege blikjes te verzamelen (die ze dan bijvoorbeeld bij de Albert Heijn gaan inruilen voor het statiegeld). Dus mooi maar ook triest. 

Ondertussen zitten we dus in ons huisje, klaar om een paar dagen de Veluwe te verkennen.

Nachtegalenpark Antwerpen

Gisteren was het weer geen weer om buiten te komen maar gelukkig was het dat vandaag wel. 

In de loop van de voormiddag trokken we naar Antwerpen om een wandeling te maken door het Nachtegalenpark, een park waar ik vroeger kilometers en kilometers heb gejogd.

Het Nachtegalenpark is de verzamelnaam voor de parken Vogelenzang (40ha), Den Brandt (21 ha) en het Middelheim (29 hectare). De parken waren vroeger privé-eigendom van rijke Antwerpse handelaars maar werden in 1910 aangekocht door het Antwerpse Stadsbestuur.

Park Den Brandt omvat twee totaal verschillende tuinstijlen. Het tuindeel vóór het kasteel bestaat uit een regelmatige Franse tuin. Het deel achter het kasteel is in Engelse landschapstijl. Slingerende wandelpaden brengen je langs zowel zonnige als schaduwrijke plekken.

Voor de opening van het park in 1911 liet de stad in het domein een reproductie van het standbeeld ‘David’ van Michelangelo plaatsen (aangekocht op de wereldtentoonstelling te Brussel in 1910). Voor het kasteel blijft het beeld ‘De dansende nimfen’ van Walter Schott (1861-1938), dat ook op de wereldtentoonstelling werd aangekocht, een favoriete plek als decor voor huwelijksreportages. Er is ook een kleine Engelse cottage in het park. Dit ‘peperkoekenhuisje’ werd louter als romantisch element in de tuin geplaatst.

De naam ‘Den brandt’ duidt vermoedelijk op een ‘afgebrande plek’, een vroegere ontginningsmethode, waarbij stukken hei en bos werden afgebrand en dan tot landbouwgrond werden omgevormd. 

Park Vogelenzang werd aangelegd in typische Engelse landschapstijl. Dit is vooral te merken aan de losse lijnvoering en een afwisseling tussen grasvelden, vijverpartijen en bosgedeelten. De vijver in park Vogelzang heeft de vorm van een walvis. Beuken- en eikendreven functioneren als wandelpromenades. 

De collectie van het Middelheimmuseum is goed voor zowat 400 kunstwerken. Ze wordt sinds meer dan 50 jaar opgebouwd, gaat van ca 1900 tot vandaag en brengt een mooi internationaal overzicht van moderne en hedendaagse kunst. Jaarlijks breidt de collectie uit. Er staan ongeveer 215 beelden opgesteld. Onder statige bomen, langs brede wandelpaden en op uitnodigende grasvelden ontmoet u grote namen als Auguste Rodin, Rik Wouters, Henry Moore, Juan Muñoz, Carl Andre, Panamarenko,  Franz West, Erwin Wurm en vele anderen.

Ondertussen zitten we terug thuis en is het weer geen weer om buiten te komen. We hebben geluk gehad deze ochtend.

Lieven, Arnoud en Jan

Het zijn weer drukke dagen tegenwoordig.

Afgelopen woensdag zijn we nog eens naar het Depot in Leuven geweest. Deze keer niet voor muziek maar wel voor een twee uur durend “klapke” van Lieven Scheire over Artificial Intelligence. We hadden hem al eens eerder over DNA horen praten en ook deze keer stelde hij niet teleur.

Scheire weet als geen ander een soms toch complexe materie duidelijk en onderhoudend uit te leggen. Mocht je nog de kans krijgen om naar zijn show te gaan … zeker doen. Al zal het wel moeilijk zijn want nagenoeg alles is uitverkocht.

Gisteren ben ik dan, op mijn “vrije vrijdag” gaan werken. Nu ja, niet echt werken maar het was wel werkgerelateerd. Elk jaar kiest onze werkgever immers een goed doel waar we geld voor inzamelen. Dat wordt dan gekoppeld aan een leuke namiddag. Er wordt dan wel van elke deelnemer verwacht dat er een bijdrage van minstens 10 euro wordt gestort.

Het goede doel waren de mobiele schooltjes van Arnoud Raskin. Dat deed bij mij direct een belletjes rinkelen. Zo’n twintig jaar geleden was er op TV immers een programma Napels Zien waarin sommigen mensen met “een droom” werden gevolgd. Arnoud was één van hen ik was onmiddellijk door hem gecharmeerd.

Dit jaar ging alles door in het Provinciaal Domein Hofstade. Er waren verschillende activiteiten zoals een touwenparcours, een soort paintball met bogen, tafeltennis en ook wandelen. Avontuurlijk als ik ben koos ik uiteraard voor de wandeling van 8,5 km.

Een bijzonder mooie wandeling, zeker met de herfstkleuren. Gelukkig bleven we gespaard van regen.

Lang kon ik niet blijven want ’s avonds moesten we nog naar de Zwanenberg in Heist op den Berg voor een optreden van Jan de Smet en de Grote Luxe. Hij werd begeleid door Stoy Stoffelen (van de mythische Centimeters), Les Guitares Magiques (Raf Timmermans, Gijs Hollebosch, Mathias Moors) en The Bonnie Blues (Nele Paelinck, Laura vanden Heede, Juno Kerstens).

Jan is dit jaar tweemaal 35 jaar oud geworden en dat was een uitgelezen moment om terug te blikken op zijn carrière. Er kwam uiteraard werk van de Nieuwe Snaar aan bod maar ook andere nummers. Ook hier kan ik alleen maar zeggen dat, als je de kans krijgt om een show bij te wonen … twijfel niet.

Wakkerzeel

De winter komt eraan en begin december gaan we een midweekje wandelen in de Veluwe … hoogste tijd dus om wat meer te gaan wandelen.

Vandaag kozen we voor Wakkerzeel.

De oudste gekende vermelding van de plaats stamt uit 1157 en maakt gewag van Wackersele. Deze naam valt etymologisch te verklaren als het klein huisje van Walchari. Wakkerzeel was eeuwenlang een bedevaartsoord en is sinds 1577 een parochie. Bij de oprichting van de gemeenten in 1795 vormde Wakkerzeel samen met Werchter en Tremelo de gemeente Werchter. Bij de gemeentelijke herindeling van 1977 verhuisde het dorp van Werchter naar Haacht.

Het dorp was ooit genomineerd als “mooiste dorp van Vlaanderen”. De eerlijkheid gebied me wel te zeggen dat ze deze prijs nu niet meer zouden winnen al staan er nog wel enkele mooie gebouwen. De streek rond Wakkerzeel daarentegen is wel de moeite waard om te bezoeken.

Vooral vandaag me de “dramatische” wolken (waar af en toe een fikse bui uitviel).

De Knooppunten 523 – 522 – 534 – 524 – 521 – 520 – 55 – 56 – 57 – 637 – 636 – 523. Parkeren kan onder andere achter de kerk waar ook het vertrek van de wandeling is.

Plannen wijzigen

Alweer een goedgevulde week achter de rug, een week die niet volledig volgens plan is verlopen.

Afgelopen woensdag nam ik een snipperdag omdat ik naar het AZ Sint Jozef in Turnhout moest voor mijn jaarlijkse check up bij de oogarts. Dat is zo één van die zaken die je moet doen wanneer je in het Zorgtraject Diabetes zit. Gelukkig ging het daar vrij vlot en waren de resultaten positief. Nog altijd geen sporen van diabetische retinopathie te zien op mijn netvlies. En ik zie nog altijd even goed (of even slecht?) als vorig jaar.

Omdat ik toch een hele dag vakantie had was moeder meegereden. Het plan was om naar Meersel Dreef te rijden, daar een wandeling te doen en iets te eten in de brasserie. De weg naar Meersel Dreef was er echter een met veel hindernissen. En toen we uiteindelijk aankwamen was de brasserie gesloten. Geen koffie, geen lunch … Dan ook maar geen wandeling behalve een kort uitje doorheen het Mariapark.

Na deze wandeling terug naar Turnhout waar we iets zijn gaan eten en wat boodschappen hebben gedaan om, eens terug in Vorselaar, daar nog een wandeling van 3,5 km te doen.

Vrijdag stond er ook een uitstap gepland maar het weer was veel te slecht.

Zaterdag zouden Conny en ik aanvankelijk ook ergens gaan wandelen maar onze “achterban” deed ons onze plannen omgooien. Heel erg was dat niet want het was toch geen weer om te gaan wandelen.

Gisteren was het dat wel. Ik vorige week een wandeltip van Wandelknooppunt.be gezien op Facebook die me wel aansprak. Daarvoor moesten we naar Loonbeek, deelgemeente van Huldenberg. Niet zo ver rijden en het leek zeker de moeite waard.

Daar kan je de Margijswandeling doen (knooppunten: 216 – 219 – 223 – 222 – 221 – 104 – 103 – 102 – 212 – 213 – 214 – 215 – 216). Vertrekken deden we aan Kasteel Van der Vorst, Sint-Jansbergsteenweg 24 in 3040 Loonbeek. Daar is een parking op een paar 100 meter van knooppunt 216.

De wandeling begint met een fikse klim door het Margijsbos. Het gaat verder langs de Dijle naar het Natuurreservaat de Doode Beemde. Via de oevers van de Ijse gaat het dan terug naar de parking.

Onderweg wel een beetje regen gehad maar verder was het een heel mooie wandeling, eentje om te bewaren. Wel jammer dat we onderweg niets zijn tegengekomen waar we een koffietje of zo konden drinken.

Inhaalbeweging

Ondertussen zijn er alweer een aantal dagen gepasseerd sinds het laatste bericht.

Je zou dan misschien denken dat er dan niets vermeldenswaardig is gebeurd maar dat is niet het geval geweest hoor.

Er is voldoende gebeurd maar er is niet altijd de tijd of de goesting (of allebei) om even achter die laptop te kruipen en die foto’s te bewerken en/of een stukje te schrijven.

Zo hebben we afgelopen woensdag de verjaardag van Conny gevierd. Een smakelijk ontbijt bij Tante Trien in Heist op den Berg, schoenenshoppen bij Torfs in Temse, fietstochtje naar Battel met bezoekje aan de Batteliek … afin, een fijne dag.

En afgelopen vrijdag ben ik met moeder naar het Kasteel van Laarne gereden waar op dit moment Bloemenbanket loopt. We maakten van de gelegenheid gebruik om de Gentse kant van de familie nog eens te bezoeken. We zien elkaar niet zo vaak dus grijpen we elke gelegenheid aan om even bij elkaar binnen te springen.

Omstreeks 1200 werd er in Laarne een houten paalconstructie opgetrokken. Kort daarop hoogde men de grond op en kwam er een nieuwe, sterkere opbouw. Pas circa 1300 verrees het eerste stenen gebouwtje waaruit later het huidige poortgebouw ontstond. Daarna evolueerde de kasteelzone in minder dan anderhalve eeuw naar de huidige waterburcht. Na een restauratie in 1962 doet het dienst als museum bekend om zijn collectie van zilverwerk.

Het poortgebouw, de weermuur, de drie ronde torens en de donjon van Kasteel Laarne is opgetrokken uit Balegemse steen. De donjon was via de weermuur verbonden met de drie verdedigingstorens. Deze vallen op door de stenen torenspitsen.

De dakconstructie van de donjon stamt uit de tweede helft van de 17e eeuw. In de loop der tijd verdwenen de kantelen, de valbrug en valhekken. Een vaste brug met drie bogen en de loggia (het barok voorgebouw) stammen uit de 17e eeuw toen de hoofdingang naar het dorp werd verplaatst. Daarnaast werden de verbindingsmuren tussen de verdedigingstorens vervangen door woongedeelten. Die worden gekenmerkt door grote ramen met kruiskozijnen.(Bron: Wikipedia)

De tentoonstelling Bloemenbanket toont het werk van de floristen Tim Beyens, De Wolf, Owen Wim De Ruyver, Moniek Vandenberghe, Haruko Noda, Julie & Sarah Vanneste, Elena Werner, Chantal Van Damme, Nele Destoop, Kruiden Claus, Gentse Azalea & Dhaese Plants.

Zij werkten samen met Hannes Couvreur, Scheppersinstituut Wetteren o.l.v. Tom De Wilde, Tectura Melle o.l.v. Dominique Bauwens, PTI Kortrijk campus Wetenschap & Groen.

Het was zeker mooi en het bezoek meer dan waard maar je kan het niet vergelijken met de Floraliën van vroeger.

Moeder heeft er in ieder geval weer van genoten al heeft ze nog meer genoten van het bezoek aan haar drie Gentse neefjes.

Kessel-Lo

Na een bijzonder drukke eerste werkweek na de vakantie was het vandaag tijd om te ontspannen. Omdat Conny moest werken ging ik nog eens op stap met moeder.

We verplaatsten ons naar onbekend terrein namelijk het Provinciaal Domein Kessel-Lo. Daar zouden we de Loverarenbroekwandeling doen.

Ooit was het Lovenarenbroek een groot moerasgebied, in de vallei van de Dijle, dat zich uitstrekte van de 12de-eeuwse Leuvense ring tot aan de voet van de Kesselberg. Tegenwoordig is het een educatief natuurgebied in het provinciedomein Kessel-Lo, beheerd door Natuurpunt. Deze korte wandeling vertrekt in het provinciedomein en leidt je langs twee prachtige vijvers naar verdoken kleine wegjes tussen tuinen en huizen van Beneden-Kessel, om uiteindelijk uit te komen aan de abdij van Vlierbeek.

Op het einde van de wandeling brachten we ook een bezoekje aan de Abdij van Vlierbeek.

Daar werd in 1127 een priorij gesticht door de Benedictijnen van Affligem. Rond 1165 werd ze verheven tot abdij. Tijdens de Franse overheersing werd het klooster (net zoals alle andere kloosters) opgeheven. De monniken werden verdreven. De gebouwen en de inboedel werden verkocht. Toen in 1798 de Boerenkrijg uitbrak, opereerden de opstandelingen onder meer vanuit de abdij. Op 25 oktober 1798 trok de aanvoerder Corbeels met 3000 “brigands” van Diest naar Leuven en logeerde met zijn verzetsleger op de hoogte van Kessel en Linden. Op 1 december kwam het tot een treffen en men zegt dat de Fransen er 60 doden achter lieten.

De Leuvenaar Jan Antoon de Becker, broer van een der monniken, was de nieuwe eigenaar geworden. In 1801 keerden de abt en enkele monniken terug, maar tot een echte bloei van de abdij kwam het niet. In 1838 stierf de laatste monnik van Vlierbeek.

De abdij en het kerkhof zijn zeker een bezoek waard. Je kan er “In de Rozenkrans” ook nog iets eten of drinken.

Gouda, stad van kaas en siroopwafels

We zouden vandaag opnieuw de fiets nemen maar de weersvoorspellingen waren niet echt gunstig te noemen. We zouden zo halverwege getrakteerd worden op fikse regen en niet zo even een bui maar toch ruim een uur stevige regen. 

De fietsen zijn dan ook in de berging blijven staan. De wagen bracht ons naar Gouda, de stad waar we al twee keer zijn doorgefietst maar die we nog niet hadden bezocht. En gelukkig hebben we dat wel gedaan want een bezoek aan Gouda is een aanrader.

Zoals wel vaker gaan we in een stad op zoek naar de Toeristische Dienst oftewel de VVV. Daar kochten we de gids voor de stadswandeling “Op pad in Historisch Gouda”, een 3,5 km lange wandeling die werd uitgestippeld en beschreven door het Goudse Gidsen Gilde. De stadsgidsen beschrijven er hun favoriete plekjes in Gouda.

Rond het jaar 1000 was het gebied waar nu Gouda ligt drassig en bedekt met een moerasbos, met daarin kleine riviertjes, zoals de Gouwe. In de 11e en 12e eeuw begon men met het ontginnen van veen ten oosten en westen van de stad en langs de oevers van de Gouwe. In 1143 werd de naam Gouda voor het eerst vermeld in een oorkonde van de graaf van Holland.

In de 13e eeuw werd het riviertje de Gouwe door een kanaal verbonden met de Oude Rijn en de monding in de Hollandse IJssel werd uitgebreid tot een haven. Aan de rand van de stad verrees in de 14e eeuw het kasteel van Gouda, dat de haven moest beschermen. Door deze ontwikkelingen ontstond een vaarroute, die werd gebruikt voor handel tussen Vlaanderen en Frankrijk met Holland en het Oostzeegebied. In 1272 verleende Graaf Floris V stadsrechten aan Gouda, dat inmiddels een belangrijke plaats geworden was.

In 1361 en 1438 richtten stadsbranden grote schade aan in de stad. Zo zouden bij de stadsbrand van 1438 slechts vier huizen gespaard zijn gebleven. Na de verovering van Gouda door de Geuzen op 21 juni 1572 werd het kasteel van Gouda in 1577 gesloopt, om het zo niet in handen te laten vallen van de Spanjaarden bij een eventuele herovering. De definitieve afbraak van het kasteel werd pas in 1808 voltooid, toen de Chartertoren werd gesloopt. Nog voordat het kasteel volledig was gesloopt, verrees ter hoogte van de vroegere binnenplaats op de fundering van het kasteel een molen. Nadat deze molen in 1831 was afgebrand, werd deze een jaar later vervangen door de molen ’t Slot, die nog altijd overeind staat.

In het laatste kwart van de 16e eeuw had Gouda ernstige economische problemen. In de eerste helft van de 17e eeuw krabbelde de stad weer op en tussen 1665 en 1672 kende de stad zelfs een tijd van grote vooruitgang en bloei. Toen in het rampjaar 1672 echter de Hollandse Oorlog uitbrak kende de stad opnieuw een economische terugval. Hoewel de economie na 1700 nog eenmaal opveerde, zou de terugval uiteindelijk tot ver in de 19e eeuw duren. In 1673 werd Gouda voor de vierde en ergste maal getroffen door de pest. De epidemie kostte 2.995 mensen het leven, ongeveer 20% van de bevolking. Bovendien kreeg Gouda te maken met opstandige boeren uit de omgeving, die in juni 1672 het stadhuis 24 uur lang bezetten.

In de 19e eeuw werden de stadsmuren van Gouda gesloopt; de laatste stadspoort werd in 1854 afgebroken. In deze periode had Gouda ook te maken met cholera-epidemieën, de eerste uitbraak was in 1832 een feit. Onder andere dankzij het aanleggen van een riolering en een waterleidingnet wist men de ziekte aan het eind van de 19e eeuw terug te dringen.

Rond diezelfde tijd begon Gouda ook eindelijk te profiteren van het betere economische klimaat. Bedrijven als de Stearine Kaarsenfabriek en de Goudsche Machinale Garenspinnerij hadden hierin een belangrijk aandeel. In 1855 werd het station Gouda in gebruik genomen aan de nieuwe spoorlijn Utrecht – Rotterdam. Vijftien jaar later volgde ook de spoorverbinding met Den Haag.

In de Tweede Wereldoorlog was Gouda enige malen het doelwit van bombardementen door de geallieerden. Het station werd tot tweemaal toe getroffen tijdens bombardementen in november 1944. In het totaal vielen er bij de bombardementen in Gouda 45 doden. Van de Goudse Joden werden er 328 vermoord tijdens de bezetting, slechts 40 overleefden de Holocaust.

In 1940 werd met de demping van de Nieuwehaven een begin gemaakt met het dichten van de grachten in de binnenstad. Na de Tweede Wereldoorlog werden ook de Raam, het Nonnenwater, de Naaierstraat en de Achter de Vismarkt gedempt. Mede vanwege de protesten vanuit de burgerij en de veranderde inzichten bij stedenbouwkundigen werd echter niet verdergegaan met het dempen van de historisch waardevolle stadsgrachten. In 1977 verdween de wekelijkse varkensmarkt, de grootste in Nederland, uit de stad. De wekelijkse kaasmarkt op donderdag bleef alleen als toeristisch fenomeen gehandhaafd. (Bron : Wikipedia)

Uiteraard zijn we na onze wandeling nog wat kaas en siroopwafels gaan kopen, twee specialiteiten van de stad. Voor de andere specialiteiten zoals kaarsen en kleipijpen hadden we minder interesse 😉.

Uiteindelijk zijn we wel blij met die slechte weersvoorspellingen want anders hadden we deze leuke stad waarschijnlijk niet bezocht en dat zou zonde zijn geweest. Ik kan Gouda zeker aanraden (en als je het bezoekt, ga zeker langs bij de VVV).