Zevenhuizerplas en Bentwoud (en nog altijd veel wind)

Nieuwe dag, nieuwe fietsroute maar wel met de ons bekende windkracht 4 tot 5.

Die windkracht hadden we tegen bij het vertrek en dat zou zo’n 20 km blijven duren. Prettig fietsen is dat niet echt maar het zou nog minder prettig zijn zonder elektrische ondersteuning πŸ˜‰.

In Oud Verlaat, waar we een koffiepauze namen, veranderde het eindelijk. We volgden vanaf dan de Rotte die ons naar de Zevenhuizerplas leidde.

De Zevenhuizerplas is in de jaren zeventig aangelegd en werd opgeleverd in 1978. Het zand dat er oorspronkelijk lag, is gebruikt bij bouwprojecten in de omgeving, zoals voor het opspuiten van grond voor de bouw van de Rotterdamse wijk Zevenkamp. Vervolgens is de directe omgeving ingericht als recreatiegebied, er zijn wegen, fietspaden en twee stranden aangelegd. In de Zevenhuizerplas is een gebied afgezet voor baders zodat deze niet gehinderd worden door watersporters. Deze kunnen hier windsurfen, kanoΓ«n, zeilen, duiken en roeien.

Na een smakelijke lunch fietsten we verder naar Bentwoud. Het Bentwoud is een nieuw natuur- en recreatiegebied in de Randstad, tussen Zoetermeer en Boskoop. Het mag dan een jong bos zijn, in 2016 is de inrichting van het natuurgebied afgerond, het is al een flink bos. De afgelopen jaren zijn er 2,5 miljoen bomen en struiken geplant en is 80 kilometer aan wandel- en fietspaden aangelegd. En toch heb je er de ruimte: het Bentwoud is met ruim 800 hectare het grootste aaneengesloten bosgebied in de Randstad. 

Na ruim 50 km waren we best blij dat we ons konden neerploffen in onze zetel. Het was soms weer vechten tegen de wind maar we zijn wel weer droog gebleven en het was alweer een mooie fietstocht.

Knooppunten 21 – 45 – 44 – 43 – 28 – 12 – 25 – 24 – 03 – 91 – 92 – 93 – 94 – 95 – 36 – 28 – 06 – 07 – 53 – 54 – 55 – 51 – 61 – 11 – 98 – 05 – 97 – 96 – 16 – 22 – 95 – 21

Windkracht 10 (of toch bijna)

Dag 2 van de vakantie begon met bezoekers op het terras. Dat heb je natuurlijk in een bungalowpark dat omgeven is door het water. Best vriendelijke bezoekers hoor maar ze durven al wel eens wat achterlaten πŸ˜‰.

We vertrokken vandaag door de Reeuwijkse Plassen. De Reeuwijkse Plassen zijn dertien plassen tussen Bodegraven en Gouda, ten oosten van het dorp Reeuwijk. Ze zijn van elkaar gescheiden door smalle weggetjes. De plassen hebben allemaal een rechthoekige vorm, waarin de vroegere verkaveling van de veengronden uit de tijd van de ‘Grote Ontginning’ nog valt te herkennen. De totale oppervlakte is circa 735 hectare. Op de Broekvelden/Vettenbroek na zijn de plassen in de 18e eeuw ontstaan door turfwinning. Vanuit het lintdorp Sluipwijk werd het veen tot ver onder het grondwaterpeil weggebaggerd, om te worden gedroogd tot turf die werd opgestookt door de pottenbakkerijen en bierbrouwerijen van Gouda. In de 19e eeuw ontstonden plannen om de plassen in te polderen, maar daar is het nooit van gekomen. Op 20 juli 1930 werd door Provinciale Staten van Zuid-Holland definitief tegen inpoldering beslist. Broekvelden/Vettenbroek is in de jaren zeventig van de 20e eeuw ontstaan als zandwinningsput voor de aanleg van de A12 en de wijk Bloemendaal in Gouda.

Dan ging het verder tot Woerden. Woerden stamt uit de Romeinse tijd, toen rond 41 n.Chr. het castellum Laurium op deze plek werd gesticht, op een natuurlijke hoogte. Dit castellum was een legerplaats langs de noordgrens van het Romeinse Rijk, die gevormd werd door de Rijn, tegenwoordig de Oude Rijn. Laurium is in gebruik geweest tot omstreeks 270. Er is een aantal Romeinse schepen in Woerden gevonden.

Van Woerden ging het verder naar Oudewater. Oudewater ontstond omstreeks 1100 in een meanderbocht waar de Lange Linschoten samenkomt met de Hollandse IJssel. De oorsprong van de naam Oudewater is niet bekend. Het meest waarschijnlijk is dat het een verbastering is van ‘oude (uiter)waarden’.

Oudewater was strategisch gelegen in het grensgebied van het Graafschap Holland en het Sticht Utrecht. De stad verkreeg van de 38e bisschop van Utrecht – Hendrik van Vianden – rond 1265 stadsrechten.[1] Dit maakte de stad een belangrijke grensvesting. Oudewater behoorde aanvankelijk tot het Sticht Utrecht. In 1280 verloor het Sticht de stad aan het graafschap Holland. Oudewater werd in 1401 belegerd tijdens de Arkelse Oorlogen. Pas bij de herziening van de provinciegrenzen in 1970 werd Oudewater na bijna 700 jaar weer onderdeel van Utrecht.

Wij hebben er lekker gegeten.

Ondertussen was de wind (windkracht 5!!!) niet langer onze bondgenoot maar een sterke tegenstander die we, dankzij de elektrische fiets, nog net de baas konden.

Het was de bedoeling om ook in Gouda nog wat rond te wandelen maar daar was het heel druk en waren de mooiste gebouwen verborgen achter kermisattracties. We zijn dan maar gewoon verder gefietst naar ons huisje.

Knooppunten 20-49-36-34-35-68-26-67-28-70-13-69-94-93-92-14-34-35-51-40-41-42-46-45-21-20

Madurodam en Scheveningen

Nu iedereen terug aan ’t werk is of terug naar ’t school is kunnen de sukkelaars die de hele zomer lang hebben gewerkt ook eens vakantie!

Vanochtend de auto ingeladen, de fietsen op de fietsendrager en vertrokken richting Zuid Holland, maar bepaald naar Scheveningen en Den Haag. De Antwerpse Ring ging uitzonderlijk vlot maar Rotterdam daarentegen was een file-hel. Gelukkig waren er vandaag geen betogers op de A12 naar Den Haag.

De auto lieten we achter op de parking aan Madurodam, onze eerste attractie van deze vakantie.

Madurodam werd bedacht door Bep Boon-van der Starp, met het in 1929 gestichte miniatuurstadje Bekonscot Model Village in het Britse Beaconsfield als voorbeeld. Zij was lid van de Raad van Bijstand van de Stichting Nederlands Studenten Sanatorium. Deze stichting stelde Nederlandse studenten die aan tuberculose leden in staat een kuur te ondergaan en te studeren. Door een miniatuurstadje te laten bouwen hoopte mevrouw Boon-van der Starp blijvend inkomsten voor de stichting te verwerven. In Madurodam leeft haar naam voort in een fictief dorpje met de naam Starpenheuvel.

Toen zij de ouders van George Maduro ontmoette, schonken dezen het beginkapitaal voor het project. Sinds 1993 is in Madurodam een schaalmodel van het uit 1895 daterende geboortehuis van Maduro op CuraΓ§ao te zien nadat er van 1973 tot 1991 een schaalmodel van Willemstad heeft gestaan.[

George John Lionel Maduro was een CuraΓ§aose Nederlands student die zich tijdens de Meidagen van 1940 als officier der Nederlandse cavalerie onderscheidde in de Slag om de Residentie. Na de capitulatie sloot hij zich aan bij het verzet. Maduro werd geboren op CuraΓ§ao als enige zoon van de Sefardisch-Joodse Joshua Maduro en Rebecca Levy. In 1926 werd hij naar Den Haag gestuurd, waar hij naar de 5de en 6de klas van de lagere school ging en daarna naar het gymnasium. In 1934 ging hij in Leiden rechten studeren. Bij Koninklijk Besluit nummer 30 van 21 november 1939 werd Maduro benoemd tot reserve-tweede luitenant bij de Cavalerie.

Tijdens de meidagen van 1940 was hij in Den Haag gelegerd als reserveofficier bij de Huzaren. Onder zijn leiding werd de door de Duitsers bezette Villa Leeuwenbergh bij Leidschendam veroverd, en werden Duitse parachutisten krijgsgevangen gemaakt. Toen het Nederlandse leger had gecapituleerd, werd Maduro als krijgsgevangene opgesloten. Hij was even op vrije voeten, maar hij werd weer opgepakt en opgesloten in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel). Toen hij na een half jaar werd vrijgelaten, hadden de Duitsers voor Joden het dragen van de Jodenster verplicht gesteld. Maduro weigerde de Jodenster te dragen en dook onder bij onder meer jonkvrouw Christine Wttewaall van Stoetwegen.

n september 1943 vertrok hij met Oncko Wttewaall van Stoetwegen naar BelgiΓ« om vanuit daar naar Spanje te reizen. Onderweg werden zij verraden en hij werd opnieuw opgepakt, ditmaal door de Gestapo. In de gevangenis van SaarbrΓΌcken ondernam hij twee pogingen om te ontsnappen met Oncko. De eerste keer mislukte door het uitgraven van gevangenen. De tweede keer doordat ze bij de poort gepakt werden. Later werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Dachau. Vlak voor de bevrijding van het kamp door Amerikaanse troepen, overleed Maduro op 28-jarige leeftijd.

Na ons bezoek aan Madurodam haalden we de fietsen van de auto en vertrokken we voor een tochtje van zo’n 36 km doorheen het duinengebied naar Scheveningen. Een zeer mooie fietstocht met de nodige klimmetjes onderweg en ook een immer aanwezige stevige tot zeer stevige zuidwester.

We waren bijna terug aan de auto toen de hemelsluizen opengingen. Toen een passerende auto zag dat de achterkant van mijn benen nog droog was besloot de chauffeur even door de gigantische plas naast het fietspad te rijden zodat ook die achterkant goed nat was.

Ondertussen zitten we droog en wel in ons huisje in de Landal Reeuwijkse Plassen.

Balenberg

Het schooljaar is ondertussen begonnen en meestal betekent dat voor ons dat wij aan onze β€œzomervakantie” kunnen beginnen.

Dit jaar moeten we nog even langer aftellen want we zijn β€œlaat” deze keer. Nog anderhalve week en dan is het eindelijk aan ons. We zijn afgelopen zondag wel gaan oefenen voor onze fietsvakantie.

Onze keuze was gevallen voor de Balenbergroute. Deze route kent 2 vertrekplaatsen : het Sven Nys Cyclingcenter in Tremelo of het Belevingscenter Rock Werchter in … Werchter en volgt de knooppunten 52 – 61 – 70 – 68 – 69 – 58 – 25 – 71 – 67 – 66 – 62 – 17 – 92 – 11 – 52.

Wij zijn gewoon in Peulis vertrokken om dan in Rijmenam het jaagpad van de Dijle te volgen tot in Tremelo waar we aan punt 25 de route zijn beginnen volgen.

Het was druk onderweg maar het was wel aangenaam fietsen. Toen we terug in Peulis waren stonden er 66 km op de teller. Heel leuke training. Laat die vakantie maar komen!

Vakantietraining

Nog 20 dagen en dan kunnen we eindelijk aan onze zomervakantie beginnen!

Gisteren hebben we al eens een dagje getest. Dat hadden we wel verdiend vonden we na alweer een druk weekend. Zaterdag weer enkele uren in de tuin gewerkt en zondag naar Domein Puyenbroeck geweest voor het Joris Familiefeest. De nazaten van Vava en Moemoe Joris, de vader en moeder van mijn moeder dus. Met 70 aanwezigen (niet iedereen kon komen) was het best druk.

Om voor onze vakantie te oefenen trokken we gisteren naar Villers-la-Ville. Voor mij iets dat al lang op mijn bucketlist stond, voor Conny een aangenaam weerzien want zij was daar eerder dit jaar al geweest tijdens het fietsweekend met haar vriendinnen.

De abdij van Villers werd in 1146 gesticht, als dochterabdij van Clairvaux, door een groepje monniken in opdracht van Sint-Bernardus. De grond werd geschonken door drie plaatselijke landheren (Judith van Marbais, Anselm van Huneffe en Engelbert van Schoten), maar de eerste monniken moesten tot tweemaal toe verhuizen vooraleer zij een geschikte plek vonden die beantwoordde aan de behoeften van de gemeenschap. Er werd uiteindelijk gekozen voor een locatie aan de waterloop de Thyle. De bouw van de abdij vond plaats omstreeks 1190-1267. Vooral abt Charles de Seyne (1197-1209) geldt als groot bouwheer. De stichting van de abdij werd bekrachtigd door paus Eugenius III (zelf een leerling van Bernardus) en de Luikse prins-bisschop Hendrik II van Leyen. De abdij lag in het grensgebied van het graafschap Namen en het hertogdom Brabant, maar vanaf 1209 verkoos de gemeenschap uitdrukkelijk om tot de Brabantse invloedssfeer te behoren, een keuze die de hertogen met allerlei weldaden beloonden. De abt van Villers zetelde ambtshalve in de Staten van Brabant.

De abdij beleefde vooral in de 13de eeuw een bloeiperiode, toen de gemeenschap 100 monniken en 300 lekenbroeders telde. De religieuze ijver was groot, de ascese was streng en de abdij telde verschillende mystici. Zij verwierf uitgestrekte landeigendommen (op het einde van de 13de eeuw in totaal 10.000 ha., verspreid over de huidige provincies Antwerpen tot Namen) en stichtte op haar beurt de abdij van GrandprΓ© (1231) en de Sint-Bernardusabdij te Vremde (1236), die later naar Hemiksem (1243 – Sint-Bernardusabdij) verhuisde, alsmede een aantal begijnhoven en nonnenkloosters, waarvan de abten de geestelijke leiders werden.

Toen Frankrijk in 1794 tijdens de Eerste Coalitieoorlog de Zuidelijke Nederlanden binnenviel, koos de abt de zijde van de keizer. Dat was het begin van het einde: op 11 december 1796 werden de kloosterlingen door Franse troepen verdreven. De eigendommen werden openbaar verkocht, en het terrein van de abdij zelf kwam in handen van een zekere La Terrade, een handelaar in bouwmaterialen, die de gebouwen stelselmatig sloopte en het “gerecycleerde” materiaal verkocht. In 1820 werd het terrein opgekocht door Charles-Lambert Huart, die in 1851 de toelating gaf om de spoorlijn Charleroi-Leuven dwars door zijn eigendom te laten aanleggen, wat hem een royale vergoeding opleverde. Wat er overbleef van de gebouwen werd verwaarloosd; de tijd en de elementen deden de rest. In 1893 kwam het terrein uiteindelijk in handen van de Belgische Staat, die sindsdien grootscheepse herstellingswerken liet aanvatten om de ruΓ―ne voor verdere aftakeling te behoeden. (Bron : Wikipedia)

Een geslaagde training voor een vakantie die niet snel genoeg kan komen … Nog 20 keer slapen!

Extra snipperdag

Een extra dagje aan mijn verlengd weekend geknoopt.

Helaas moest Conny werken, anders had ze mee kunnen rijden naar de Kasteeltuinen van Arcen. Moeder bezoekt immers graag tuinen en die van Arcen is maar een dik uurtje rijden dus veel kan er niet mis gaan.

Behalve dan misschien het weer maar de weergoden waren ons goed gezind. Gedurende ons drie uur durend bezoekje heeft een geen druppel geregend. Op de terugweg naar huis heeft het pijpenstelen geregend.

Het complete landgoed Arcen telt circa 450 hectare en is, sinds de aanleg van de N271 in twee delen gesplitst. Aan de westzijde ligt het eigenlijke kasteel met kasteeltuinen, aan de oostzijde ligt het gebied Lingsfort. Het gehele landgoed is in 1976 aangekocht door de Stichting Het Limburgs Landschap, en halverwege de jaren tachtig werd het kasteel gerestaureerd.

Het huidige Kasteel Arcen stamt uit de zeventiende eeuw en is gebouwd in opdracht van de Hertog van Gelre. Het werd gebouwd op de restanten van het kasteel Het Nije Huis dat in het verleden verwoest werd. Oorspronkelijk stond er op een iets noordelijker gelegen locatie het eerste kasteel ‘Het Huys t’ Arssen’ uit 1275. Bij het kasteel bevinden zich rond een ruime kasteelhof nog het Koetshuys, de Oranjerie en een poortgebouw met diverse ruimtes. Op het kasteeleiland ligt een rododendrontuin. Het kasteel fungeert tegenwoordig vooral als expositieruimte, trouwlocatie en feestzaal.

Het koetshuis was van oudsher de stalling voor koetsen en landbouwwerktuigen. Later werd dit pand betrokken door de Zwitserse kunstschilder Friedrich Deusser en werd het zijn atelier. Dit is nog goed te zien aan het grote raam op de bovenverdieping. Ook zitten er in de gevel enkele ovale raampjes. Deze kleine ovaalvormige ramen werden in de 17e eeuw veel gebruikt en is daardoor karakteristiek voor de bouwperiode van dit gebouw. Door de gelijkenis met het oog van een koe worden ze Oeil-de boeuf genoemd. Tegenwoordig doet het koetshuis dienst als restaurant en ontvangstlocatie voor groepen die Kasteeltuinen Arcen bezoeken.

De kasteeltuinen bestrijken, binnen het totale landgoed, een oppervlakte van circa 32 hectare. Bij de aanleg van het park hield landschapsarchitect Niek Roozen rekening met de verschillende seizoenen, wat resulteerde in de aanleg van achttien verschillende tuinen onderverdeeld in twaalf thema’s. Zo is er een barok Rosarium, met 10 gethematiseerde rozenkamers, meer dan 8.000 rozen en een deels eeuwenoude berceau. De Water- en Beeldentuin omvat een jaarlijks wisselende beeldenexpositie en collectie aangeplante eiken. Het Lommerrijk (‘lommer’ betekent ‘schaduw’) bevat diverse boomsoorten en vaste planten zoals longkruid, astilbe, eendagslelies en bolgewassen. Ook stromen er verschillende beekjes en watervallen.

De Vallei bestaat uit een lint aan diverse tuinbelevingen; de Acertuin bevat een collectie Japanse esdoorns die gedurende de herfst vlammend rode kleuren en er is ook een Bamboebos en Oosterse Watertuin. Tot vorig jaar was er ook nog de ‘Casa Verde, een kas van 3200 vierkante meter met een mediterraan en tropisch klimaat maar die constructie was in dergelijke mate aangevreten door roest dat herstel niet meer mogelijk was. Nu is het een mediterrane tuin. (Bron : Wikipedia)

Back to reality

Het was vanmorgen behoorlijk lastig … de terugkeer naar de realiteit.

En dat niet alleen omdat het de afgelopen nacht net iets te warm was om goed te kunnen slapen. Het was zelfs zo erg dat ik domweg mijn paswoord vergeten was en dat ik na vijf pogingen β€œlocked out” was. Op zich geen echt probleem want daar heb je de helpdesk voor, anderzijds wel een probleem omdat de helpdesk pas om half acht opent. Het uurtje extra dat ik wou meepikken door vroeg naar ’t werk te rijden was dus verloren.

We hebben onze vakantie gisteren afgesloten met een mooie fietstocht in het Rivierenland.

We vertrokken in het pittoreske Klein Willebroek. Vandaar ging het langs het Zeekanaal en de zeesluis van Wintam naar de Rupel. Daar namen we de veerpont van Wintam naar Schelle. In Niel stopten we voor een eerste drankpauze want het was behoorlijk warm.

Van Niel ging het dan terug naar het centrum van Schelle om via de oevers van de Schelde naar Hemiksem te fietsen. Door het Natuurgebied Het Cleydael ging het naar Aartselaar om dan via Boom terug in Klein Willebroek te eindigen waar we onze tocht afsloten met een zalige Eskimo Sinaas en een smakelijke Croque Monsieur.

Om onze vakantie β€œin stijl” af te sluiten trokken we ’s avonds nog naar Trattoria 2000 in Keerbergen. Een Italiaans restaurant waar je heel lekker kan eten maar toch was ik gisteren niet 100% tevreden. Was het omdat ik drie kwartier heb moeten wachten op de bruscetta? Ik bedoel maar … hoe lang kan het duren om 4 stukjes brood te roosteren en er wat tomaatjes op te leggen? Of was het omdat het hoofdgerecht nauwelijks 10 minuten na het hoofdgerecht werd gebracht? Of was het omdat de muziek plots 100 dB luider werd gezet? Ik weet het niet. Misschien was het gewoon de warmte die me even tot grumpy old man maakte πŸ˜‰

Voor de volledigheid de knooppunten : 38 – 11 – 35 – 20 – 31 – 34 – 90 – 18 – 91 – 30 – 85 – 70 – 84 – 32 – 17 – 16 – 07 – 23 – 24 – 25 – 29 – 28 – 38

Enkele sfeerbeelden

Naar de zoo

Het einde van de vakantie nadert helaas weer met rasse schreden.

Na onze terugkomst uit Friesland zijn we de tuin in gedoken. De hagen moesten dringend worden gesnoeid en daar ben je toch al snel even mee bezig.

Woensdag namiddag zijn we een fietstochtje met lunch en een β€œprΓ©-soldeke” gaan doen. En donderdag ben ik, in de gietende regen, wel naar mijn stripwinkel in Antwerpen geweest.

Gisteren was het wel volop ontspanning met een bezoekje aan de Zoo van Planckendael, uiteraard met de fiets. Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik die voor het laatst heb bezocht maar dat moet jaren geleden zijn.

ZOO Planckendael maakt deel uit van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA) waartoe onder meer ook ZOO Antwerpen en reservaat De Zegge in Geel behoren. Planckendael is een ‘landschapsdierentuin’ en volgt een continentale indeling met een gethematiseerde inrichting en een natuurlijk karakter. Een opvallend kenmerk van ZOO Planckendael zijn de open ruimten in het park: sommige delen van het domein blijven onaangeroerd, zodat men er het hele jaar door wilde bloemen en planten kan vinden.

Het domein was eigendom van de schilder Michiel Coxie, in de 16e eeuw, en van diens familie. Latere eigenaars verbeterden de afwatering door het graven van grachten en een vijver, want het laaggelegen domein was gevoelig voor overstromingen. Grote openbare werken amputeerden het domein aan drie zijden: de Leuvensesteenweg (1736), het graven van de Vaart (kanaal Mechelen-Leuven, 1750-1753) en de spoorweg (1926). Het huidige kasteel Planckendael werd gebouwd in opdracht van Hendrik Moons, in 1780. In 1813 werd het domein verworven door de adellijke familie van Langhendonck, die het goed uitbreidde met stallingen en dienstgebouwen (tweede helft 19de eeuw). In 1956 kocht de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA) het landgoed Planckendael aan. Het is pas in 1780 dat het landgoed voor het eerst onder de naam Planckendael in de archiefstukken voorkomt en het is in datzelfde jaar dat het kasteel aan de voormalige hoofdingang van het park gebouwd werd in sobere rococo-stijl.

In 1960 opende het park zijn deuren voor het publiek. Aanvankelijk werd het domein door de Antwerpse ZOO gebruikt als een soort “buitenverblijf” voor de dieren: om te herstellen, voor kweekprogramma’s of als er in Antwerpen wat ruimtegebrek was. De publieke belangstelling was aanvankelijk erg matig, en beperkte middelen maakten ook slechts een langzame uitbouw mogelijk.

In 1985 werd een herstructureringsplan opgemaakt waarbij het dierenpark verder uitgebouwd werd tot een jong, ruim en open wandelpark met grote dierenverblijven. Dit volwaardige, moderne dierenpark vormt een perfecte aanvulling bij de Antwerpse Zoo: de dierenverzamelingen vullen elkaar aan, zodat men beide parken kan bezoeken zonder de indruk te krijgen tweemaal hetzelfde te zien. Inmiddels wil het park graag een eigen complete dierencollectie hebben. (Bron : HetWikipedia)

Het was een leuke dag met bijzonder veel foto’s. Zelfs de aanwezigheid van bussen vol β€œjoelende kinderen” was niet vervelend. We hadden ook het geluk dat alles al klaarstond voor Bricks Safari dat vandaag officieel opent.

We schrokken wel van de prijzen die je betaalt voor eten en drinken. Nu ja, drinken want we hadden (gelukkig?) onze eigen boterhammetjes bij.

Impressie van de dierentuin:

Impressie van Bricks Safari

De Waddenzee

Voor onze laatste dag in Friesland lieten we ons eens niet inspireren door www.friesland.nl maar stippelde ik zelf een fietsroute uit via de knooppunten (wat trouwens perfect lukt via www.fietsknooppunt.be).

Onze route begon in het centrum van het drie kilometer verder gelegen Anjum en zou ons naar de Waddenzee brengen.

De knooppunten: 46 – 45 – 04 – 44 – 35 – 34 – 33 – 28 – 18 – 19 – 26 – 27 – 29 – 32 – 40 – 39 – 38 – 42 – 47 – 46.

De Waddenzee vormt samen met de kwelders, de Noordzeekust, de bewoonde eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en de onbewoonde eilanden en zandplaten, zoals Richel, Griend en Rottumerplaat 1 geheel: het Waddengebied. De internationale Waddenzee loopt nog verder, via Duitsland naar Denemarken.

De Waddenzee staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst(externe link), is een Natura 2000-gebied en werd door het Nederlandse publiek uitgeroepen tot het mooiste natuurgebied in Nederland. Daarnaast dient de Waddenzee ook als scheepvaartroute en voor visserij.

Het wad is altijd in beweging. Enorme hoeveelheden water persen zich tweemaal per dag met eb en vloed door de zeegaten tussen de Waddeneilanden. Met het water verplaatsen zand en slib (sediment) zich en worden geulen, platen, kwelders en de eilandkusten gevormd.

Grote delen van de slib- en zandbanken vallen met laagwater droog. Deze droogvallende wadplaten zijn rijk aan bodemleven en vogels vinden er veel voedsel en kunnen er rusten. Bij hoogwater lopen veel wadplaten weer onder en zijn ze juist een voedselbodem- en opgroeiplek voor vissen, krabben en garnalen.

Onze tocht bracht ons langs vissersdorpjes zoals Moddergat en Wierum. Enkele monumenten herdenken stormen waarbij zo goed als de volledige vissersvloot verdwenen is. Als je dan die namen leest en telkens de zelfde achternamen ziet staan dan kan je je nauwelijks voorstellen hoe zwaar dat voor zo’n kleine gemeenschap moet zijn geweest.

Na zo’n 25 km ging het terug landinwaarts en fietsten we via Holwert, Hantum, HantumerΓΊtbuorren, Nijewier, Metslawier terug naar Anjum en verder naar Landal Esonstad en het Lauwersmeer waar we afklokten op 50km.

Alweer een mooie fietstocht die onder een grijs wolkendek en quasi windstilte begon maar die in de zon en met een fikse tegenwind eindigde.

En daarmee zit onze week in Friesland er weeral op. Morgen naar huis om dan nog een paar dagen tot rust te komen in de tuin. Nu ja … rust ? Jawel, rust … hagen snoeien, onkruid wieden, gras afrijden …

De route:

De foto’s:

De Alde Feanen – Eernewoude

Voor de eerste keer deze vakantie zag de lucht grijs toen we opstonden. Gelukkig was dat maar tijdelijk want nog voor we goed en wel op weg waren brak de zon door de wolken.

We hebben de fietsen op de auto gezet en zijn zo’n 35 km verder gereden om daar een fietstocht te starten. Die vertrok immers in Eernewoude. Al onze fietstochten heb ik trouwens gevonden op www.friesland.nl, een onuitputtelijke bron van informatie.

De fietstocht begon wel een beetje in mineur. Bleek immers dat ik de batterij van mijn Canon in ons huisje had laten liggen. Ik heb me dus moeten behelpen met mijn Samsung Galaxy M20.

Nationaal Park De Alde Feanen (betekenis: “De Oude Venen”, Fries: Nasjonaal Park De Alde Feanen) is een nationaal park in de Nederlandse provincie Friesland, gelegen rondom het dorp EarnewΓ’ld. Het nationaal park heeft een oppervlakte van bijna 4.000 ha. Het is hiermee het grootste aaneengesloten natuurgebied op het vasteland van de provincie Friesland. Het is een β€œnatuurgebied met een rijke historie, een gebied ook van internationale betekenis. Vergelijkbare gebieden zijn buiten Nederland niet veel te vinden.

De Alde Feanen bestaat uit een gevarieerd laagveenmoeras met meren, veenplassen, petgaten, trilvenen, veenmosrietlanden, blauwgraslanden, rietlanden, dotterbloemhooilanden en moerasbossen. Er komen meer dan 500 soorten hogere planten voor, waaronder verschillende soorten zeggen en orchideeΓ«n. Er broeden meer dan honderd verschillende soorten vogels. In de winter pleisteren in het gebied grote aantallen ganzen, eenden en steltlopers. In het vroege voorjaar kunnen enkele tienduizenden steltlopers zoals kemphaan, grutto en wulp doortrekken.

Op 26 april 2006 werd het gebied door toenmalig minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit officieel aangewezen als twintigste Nationaal Park van Nederland. (Bron : Wikipedia)

De tocht is zeker een aanrader. Je fietst langs het water, door weilanden en je neemt geregeld een pontje om de rivier over te steken. Er was vandaag wel gevoelig minder wind. Iets aangenamer fietsen dus maar ook iets warmer.

De route van vandaag (vertrek aan het Bezoekerscentrum, Koaidyk 8, 9264 TP Eernewoude): 16 – 38 – 39 – 40 – 41 – 37 – 36 – 35 – 33 – 32 – 31 – 30 – 45 – 29 – 28 – 20 – 21 – 22 – 92 – 92 – 42 – 63 – 44 – 48 – 49 – 12 – 06 – 14 – 16

De foto’s (die dus van iets mindere kwaliteit zijn dan gewoonlijk):