Radio in de mist

Zo’n midweekje vliegt toch wel voorbij hè?

Zeker wanneer het maar tot donderdag duurt. Meestal blijven we tot vrijdag maar omdat we tickets hadden voor de try-out van het nieuwe theaterprogramma van Jasper Steverlinck zijn we deze keer maar 4 dagen weggeweest.

Het was de bedoeling om op die laatste dag, op weg naar huis, een tussenstop te maken in ’s Hertogenbosch. Dat is sowieso een gezellige stad om te vertoeven maar er loopt tegenwoordig ook een tentoonstelling omtrent de familie Breughel.

Dat plan hebben we woensdagavond echter laten varen want het eerst mogelijke tijdslot was om 13u15. Dat had gekund maar dan zou het weer stressen worden om ’s avonds naar Jasper te kunnen gaan.

Als alternatief kozen we dan maar voor Radio Kootwijk dat vlakbij  Hoenderloo ligt.

Radio Kootwijk is een voormalig zenderpark op de Veluwe, ten westen van de plaats Apeldoorn, dat in de eerste helft van de 20ste eeuw een belangrijke communicatieverbinding vormde tussen Nederland en zijn toenmalige koloniën, met name Nederlands-Indië. Het werd gebouwd vanaf 1918. Ook werden er voor werknemers woningen gebouwd, die samen het gelijknamige dorp gingen vormen.

In 1917 stonden er al tijdelijke zend- en ontvangststations voor draadloze telegrafie op de lange golf op de hoogvlakte Malabar nabij Bandoeng op het Nederlands-Indische eiland Java, voor contact met het moederland. Er moest ook nog een tegenhanger in Nederland worden gebouwd. Na bestudering van verschillende locaties viel de keuze op een stuk Veluwe, een dunbevolkte landstreek. In de beginjaren werd de zender nog “Radio Hoog Buurlo” genoemd, naar het meest nabijgelegen gehucht. Ook werd zowel voor het dorp bij de zender als voor de zender zelf de naam “Radio Assel” gebruikt, eveneens naar een dichtbijgelegen plaats.

In 1923 begon het Staatsbedrijf der Posterijen en Telegrafie (P&T), voorloper van de P.T.T., met draadloze transoceanische telegrafie via de lange golf. Op 7 januari 1929 werd op het hoofdkantoor van de toenmalige P&T in Den Haag de radiotelefoondienst officieel geopend voor het publiek door koningin-moeder Emma. Na deze gebeurtenis werden de woorden “Hallo Bandoeng, hier Den Haag” legendarisch.

In maart 1980 werd de laatste en grootste zendmast (212 m hoog) neergehaald. In 1999 verloor het park elke zendfunctie. In 2001 werd alle zenderapparatuur uit de gebouwen gehaald, waarna het terrein in 2004 door de Dienst Landelijk Gebied (DLG) in opdracht van de Nederlandse Staat werd aangekocht van KPN (de opvolger van de PTT). Ongeveer 400 van de aangekochte 450 hectare werd direct overgedragen aan Staatsbosbeheer, de eigenaar van het terrein vóór 1918. Vijftig hectare met daarop ongeveer 15 heel diverse gebouwen bleef in eigendom van DLG. Deze ging op zoek naar een nieuwe eigenaar/exploitant voor de gebouwen.

Het hoofdgebouw van het voormalig zenderpark, Gebouw A, is een rijksmonument. Het gebouw in art-deco-stijl door architect Julius Luthmann ontworpen, met sculpturen van beeldhouwer Hendrik van den Eijnde, is een mengvorm van de Berlijnse en de Amsterdamse School.

Het diende als decor voor de Amerikaanse film Mindhunters (uitgebracht 2004), de Nederlandse film Ver van familie (opnames in 2007) en de 42e editie van Kinderen voor Kinderen. Ook figureerde het als snoepfabriek in de jeugdfilm Mega Mindy en de Snoepbaron. Daarnaast werden er diverse videoclips opgenomen, waaronder Sorry van Kensington, Kijk omhoog van Nick & Simon en Onderweg naar later van Suzan & Freek. Meer recent werd het nog gebruikt als Kazerne Zuidpoort in Arcadia. Het gebouw dient vooral als locatie voor evenementen.

Eerder had de Nederlandse zanger Willy Derby een hit met het nummer “Hallo Bandoeng”. Deze titel is een verwijzing naar de bovengenoemde woorden waarmee koningin Emma de radiotelefoondienst met Nederlands-Indië opende.(Bron Wikipedia)

Het gebied is erg desolaat en de mist maakte het nog wat specialer. We hadden dus een goeie beslissing genomen.

En Jasper Steverlinck? Die was niet goed maar geweldig goed. Een heel intiem en ingetogen concert maar wat een stem. Ik denk niet dat er in België iemand is die een betere stem heeft. Ik heb ‘m al vaker gezien, zowel solo als met Arid en hij heeft mij nog geen enkele keer teleurgesteld.

En zo zag Radio Kootwijk er uit als Kazerne Zuidpoort in Arcadia

Hanzestad Elburg

Na onze wandeldag van gisteren hadden we vandaag zin in iets anders.

Dat “anders” werd het Hanzestadje Elburg waar we al eerder op bezoek waren, ook met de fiets.

Maar dat was in het zomerseizoen en het contrast kon niet groter zijn dan nu. Op deze eerder frisse herfstdag was het er bijzonder rustig om niet te zeggen verlaten. Het komende weekend zal dat wel anders zijn want dan is het “winterfeest” en dat zou, volgens een lokale winkelier zo’n kleine 100.000 mensen aantrekken.

Maar nu was het er rustig maar niet minder mooi of pittoresk.

Ooit was Elburg een vissers- en handelsplaatsje dat rechtstreeks op de Zuiderzee uitkeek en bestond uit een lintbebouwing rondom de huidige Ellestraat en het verlengde daarvan. Elburg en haar vrijheid waren onderdeel van het oude Doornspijk. Een charter van graaf Floris V van Holland van 27 maart 1291 is de oudst bekende schriftelijke bron waarin voor het eerst over Elburg als stad wordt gesproken

Elburg was tot 1798 een van de vijf steden in het Kwartier van Veluwe die in hoge mate zelfbestuur hadden en vertegenwoordigers naar de Statenvergadering in Arnhem stuurden. In de Franse tijd werd het kerspel Elburg omgezet naar een gemeente. Een deel van Elburg is een beschermd stadsgezicht. Verder zijn er in Elburg enkele honderden rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en een aantal oorlogsmonumenten.

Miggelenberg en Spelderholt

Vandaag hebben we het niet ver gezocht. Dat moet ook niet wanneer het wandelknooppuntennetwerk op enkele meters van je deur passeert.

Ik had een route van om en bij 8 km uitgestippeld op het Landgoed Spelterholt (knooppunten 21 – 44 – 42 – 69 – 78 – 66 – 40 – 31 – 52 – 21).

Landgoed Spelderholt ligt tussen Hoenderloo en Beekbergen.

De eerste vermelding van het Spelderholt dateert uit 1730. Er wordt een boerderij ‘het Spelderholt’ aan de Speelweg genoemd. ‘Spel’ is waarschijnlijk een afkorting van het woord kerspel, maar het kan ook op de naalden van naaldbomen slaan. De toponiem ‘holt’ verwijst naar een bos dat timmerhout levert. In elk geval was het gebied een holt dat bij een kerspel hoorde.

Op latere kaarten is de naam Speldermark te vinden. De marke was een deel van het kerspel. De Speldermark is in 1870 ontbonden. Ook komt de naam Spelderveld voor. Samen met het Lierderveld vormde dit het gebied tussen Beekbergen, Hoenderloo en Loenen. Het lag aan de rand van een gebied dat in de volksmond al eeuwen “Het groote zand” heette, een met heide begroeide en door schapen begraasde heuvelachtige vlakte.

In 1905 werden de woeste gronden van Spelderholt aangekocht door jonkheer Louis Frederik Teixeira de Mattos om er een buitenverblijf te stichten. Hij liet de Nederlandsche Heidemaatschappij, waar hij een hoge functie bekleedde, de gronden ontginnen.  In 1921 stond Teixeira de Mattos het landgoed, op ongeveer 14 hectare na, af aan de Staat der Nederlanden.

De bossen van Spelderholt zijn aangelegd voor houtproductie. Ze vallen onder boswachterij Ugchelen-Hoenderloo van Staatsbosbeheer. Het beheer richt zich steeds meer op het in stand houden en vergroten van de natuurwaarden. Het is een Natura 2000-gebied. Door stroperij kwamen hier na 1945 nauwelijks meer edelherten voor. Ter instandhouding van de soort op de Veluwe werd het bos in 1956 onderdeel van een Staatswildreservaat. Er werden drinkplaatsen, voerplaatsen, wildakkers en graasweides aangelegd. De hertenpopulatie groeide weer en in 1988 konden verschillende rasters worden weggehaald. Aan de Ringakker, een oude wildakker in het centrum van het Spelderholt staat een wildkijkscherm dat in 2013 vernieuwd is.(bron : Wikipedia)

Jammer genoeg hebben we aan de Ringakker geen wild kunnen zien. Een paar hertjes, everzwijnen of zelfs een wolf waren welkom geweest.  We hebben het moeten doen met het “wild” dat zich op ons terras te goed deed aan nootjes en dergelijke.

Even Apeldoorn bellen?

Met de drukke eindejaarsperiode voor de deur vonden we het we wel nuttig om er nog even tussenuit te knijpen om de batterijen een beetje op te laden.

We kozen voor de Veluwe en meer bepaald voor Landal Miggelenberg, een mooi in het bos gelegen park.

Maar vóór we ons settelden in ons huisje brachten we eerst een bezoekje aan het 12 kilometer verder gelegen Apeldoorn.

De geschiedenis van Apeldoorn gaat terug naar het jaar 792 toen het als “villa ut marca Appoldro” werd genoemd in een schenkingsakte.

Het is ontstaan aan de rand van het hoge middendeel van de Veluwe, een plaats die in de vroege middeleeuwen geschikt was voor landbouw. Het was een plaats waar de grond licht genoeg was om te bewerken en waar ook voldoende water aanwezig was. Het eerste deel van de naam is de vroegmiddeleeuwse vorm apa ‘water’, die ook voorkomt in o.a. Appen, Epe en Wilp. Apeldoorn ligt in een concentratie van apa-namen. Het tweede deel is ontstaan uit de vorm treo, ‘boom’. De oorspronkelijke betekenis van Apeldoorn en ook van o.a. Appeltern in de Betuwe en van Appeldorn in Westfalen, was ongeveer ‘bij een water staande bomen’.

In het begin en de eeuwen daarna was Apeldoorn een klein dorpje, dat bestond uit een paar huizen. Toen tegen het einde van de 16e eeuw de papierindustrie op gang kwam, groeide Apeldoorn snel. In 1684 kocht Willem III van Oranje het huis Het Loo en liet daarnaast Paleis Het Loo bouwen omdat Apeldoorn centraal in een jachtgebied lag. Daarna hebben meerdere leden van de koninklijke familie het paleis bewoond, tot het overlijden van koningin Wilhelmina. Ook Lodewijk Napoleon zou Paleis Het Loo als zomerresidentie gebruikt hebben. Paleis Het Loo is sinds 1984 een museum.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de stad gespaard voor grote oorlogsschade. Wel startten de deportaties van Joden er vroeger dan elders.

n 1942 had Seyss-Inquart uit veiligheidsoverwegingen besloten dat Apeldoorn het regeringscentrum moest worden en dat alle belangrijke diensten Den Haag zouden verlaten om in Apeldoorn of omgeving, zoals in Velp, Arnhem en Nijmegen, te worden gehuisvest. Bij een eventuele invasie vanuit zee zouden de diverse diensten dan nog tijd hebben zich terug te kunnen trekken naar het binnenland van Das Reich. Aanvankelijk werd dit plan door Himmler tegengehouden, maar in 1943 vertrokken toch de eerste diensten naar Apeldoorn, gevolgd in 1944 door meer diensten.

In april 1945, toen de Canadezen Apeldoorn tot aan het Apeldoorns Kanaal wisten te bevrijden, waren de Canadezen van plan de rest van Apeldoorn zwaar te beschieten. De Duitsers waren zich echter al aan het terugtrekken. Om burgerslachtoffers te voorkomen, staken twee verzetsstrijders ’s nachts het bewaakte Apeldoorns Kanaal over om de Canadezen hiervoor te waarschuwen. Daardoor kon de stad op 17 april gemakkelijk worden bevrijd door de 48th Highlanders of Canada.

In de jaren zestig vestigden zich rijksdiensten (Belastingdienst, Domeinen, Kadaster) in Apeldoorn en daarmee ook vele andere bedrijven. Het aantal inwoners groeide weer snel. Daartoe werden in de jaren 60 en 70 van de 20e eeuw de wijken De Maten (30.000 inwoners) en Zevenhuizen (22.000 inwoners) gebouwd. Zevenhuizen bezit de eerste echte hoogbouwwoningen van Apeldoorn.

Op 30 april 2009 werden op Koninginnedag, net tijdens de doortocht van de koninklijke autobus naar Paleis Het Loo, verscheidene toeschouwers aangereden door een auto. Als gevolg van deze aanslag, die vermoedelijk op de koninklijke familie was gericht, vielen acht doden en circa tien gewonden.(Bron: Wikipedia)

Het bezoek aan Apeldoorn was een beetje dubbel. Enerzijds staan er heel mooie huizen en is er veel te zien maar er is ook veel leegstand en we hebben toch ook enkele daklozen langs de vuilbakken zien schuimen om lege blikjes te verzamelen (die ze dan bijvoorbeeld bij de Albert Heijn gaan inruilen voor het statiegeld). Dus mooi maar ook triest. 

Ondertussen zitten we dus in ons huisje, klaar om een paar dagen de Veluwe te verkennen.

Plannen wijzigen

Alweer een goedgevulde week achter de rug, een week die niet volledig volgens plan is verlopen.

Afgelopen woensdag nam ik een snipperdag omdat ik naar het AZ Sint Jozef in Turnhout moest voor mijn jaarlijkse check up bij de oogarts. Dat is zo één van die zaken die je moet doen wanneer je in het Zorgtraject Diabetes zit. Gelukkig ging het daar vrij vlot en waren de resultaten positief. Nog altijd geen sporen van diabetische retinopathie te zien op mijn netvlies. En ik zie nog altijd even goed (of even slecht?) als vorig jaar.

Omdat ik toch een hele dag vakantie had was moeder meegereden. Het plan was om naar Meersel Dreef te rijden, daar een wandeling te doen en iets te eten in de brasserie. De weg naar Meersel Dreef was er echter een met veel hindernissen. En toen we uiteindelijk aankwamen was de brasserie gesloten. Geen koffie, geen lunch … Dan ook maar geen wandeling behalve een kort uitje doorheen het Mariapark.

Na deze wandeling terug naar Turnhout waar we iets zijn gaan eten en wat boodschappen hebben gedaan om, eens terug in Vorselaar, daar nog een wandeling van 3,5 km te doen.

Vrijdag stond er ook een uitstap gepland maar het weer was veel te slecht.

Zaterdag zouden Conny en ik aanvankelijk ook ergens gaan wandelen maar onze “achterban” deed ons onze plannen omgooien. Heel erg was dat niet want het was toch geen weer om te gaan wandelen.

Gisteren was het dat wel. Ik vorige week een wandeltip van Wandelknooppunt.be gezien op Facebook die me wel aansprak. Daarvoor moesten we naar Loonbeek, deelgemeente van Huldenberg. Niet zo ver rijden en het leek zeker de moeite waard.

Daar kan je de Margijswandeling doen (knooppunten: 216 – 219 – 223 – 222 – 221 – 104 – 103 – 102 – 212 – 213 – 214 – 215 – 216). Vertrekken deden we aan Kasteel Van der Vorst, Sint-Jansbergsteenweg 24 in 3040 Loonbeek. Daar is een parking op een paar 100 meter van knooppunt 216.

De wandeling begint met een fikse klim door het Margijsbos. Het gaat verder langs de Dijle naar het Natuurreservaat de Doode Beemde. Via de oevers van de Ijse gaat het dan terug naar de parking.

Onderweg wel een beetje regen gehad maar verder was het een heel mooie wandeling, eentje om te bewaren. Wel jammer dat we onderweg niets zijn tegengekomen waar we een koffietje of zo konden drinken.

Liedjes

Ken je dat van die mooie liedjes? Die duren niet lang hè?

Wel, in ons geval dus twee weken. Na ons weekje fietsen in Zuid Holland als training voor het wereldkampioenschap windop fietsen, lag er nog een andere uitdaging voor ons klaar in Peulis.

Er was immers nog een berg werk te doen in de tuin zoals het maaien van enkele honderden vierkante meters gras, hoog gras dus. Een behoorlijke karwei, zeker voor het “kleine” bosmaaiertje op batterijen dat we zelf hebben.

Gelukkig kwam buurman Jean-Marc op de tweede dag “to the rescue”. Hij zag me sukkelen en stelde voor dat ik zijn quasi professionele bosmaaier zou gebruiken. De viertaktmotor was een stuk krachtiger zodat we op die tweede dag meer dan twee keer zo snel vooruit gingen. Zelfs zo snel dat ’s avonds alle gemaaide gras weg was.

Ook de andere dagen werden voornamelijk gevuld met tuinwerk al was er ook nog wel de tijd voor een fietstochtje, een rommelmarktje en een historische avondwandeling in Vorselaar.

En daarmee zit onze “zomervakantie” erop. Het was kort maar mooi.

Naar de Nieuwkoopse plassen

Gisteren kozen we opnieuw voor de fiets.

Ik had een route uitgestippeld naar de Nieuwkoopse plassen.

De Nieuwkoopse Plassen is een natuurgebied van 1400 ha groot in de Nederlandse provincie Zuid-Holland, bij de plaatsen Nieuwkoop, Noorden en De Meije. Daarvan is ruim 1000 ha eigendom van de Vereniging Natuurmonumenten. De plassen zijn vanaf de 16e eeuw ontstaan door vervening van het gebied

Van het lintdorp De Meije bij watertoren Het Potlood naar Nieuwkoop loopt een fietspad, het Meijepad, dwars door de Zuideinderplas, met in het midden een houten brug (kwakel) om scheepvaart van het ene deel naar het andere deel van de plas mogelijk te maken.

Naast plassen en de vaak grillige watergangen kent dit gebied vooral een grote oppervlakte aan rietvelden, die vooral het oosten van het gebied een merkwaardig weids en open karakter geven. De rietteelt gebruikt nog een flinke oppervlakte en biedt nog altijd veel werk aan mensen in en om Nieuwkoop en Noorden.

De wind was nog steeds heel erg voelbaar maar niet zo erg als de eerste dagen.

En zo zitten we ondertussen terug thuis in Peulis en draait de wasmachine op volle toeren. Het was een heel aangename vakantie in een bijzonder mooi gebied dat vraagt om opnieuw te worden bezocht. Ook het Landal park zelf was heel mooi al waren er toch enkele minpuntjes zoals die schattige eendjes die elke dag ons terras volkakten en toch ook wel de soms heel povere WIFI-verbinding.

De knooppunten van onze laatste fietstocht: 20-18-19-94-94-89-55-60-57-65-22-82-79-83-53-28-54-88-88-93-92-30-17-90-95-21-20

Gouda, stad van kaas en siroopwafels

We zouden vandaag opnieuw de fiets nemen maar de weersvoorspellingen waren niet echt gunstig te noemen. We zouden zo halverwege getrakteerd worden op fikse regen en niet zo even een bui maar toch ruim een uur stevige regen. 

De fietsen zijn dan ook in de berging blijven staan. De wagen bracht ons naar Gouda, de stad waar we al twee keer zijn doorgefietst maar die we nog niet hadden bezocht. En gelukkig hebben we dat wel gedaan want een bezoek aan Gouda is een aanrader.

Zoals wel vaker gaan we in een stad op zoek naar de Toeristische Dienst oftewel de VVV. Daar kochten we de gids voor de stadswandeling “Op pad in Historisch Gouda”, een 3,5 km lange wandeling die werd uitgestippeld en beschreven door het Goudse Gidsen Gilde. De stadsgidsen beschrijven er hun favoriete plekjes in Gouda.

Rond het jaar 1000 was het gebied waar nu Gouda ligt drassig en bedekt met een moerasbos, met daarin kleine riviertjes, zoals de Gouwe. In de 11e en 12e eeuw begon men met het ontginnen van veen ten oosten en westen van de stad en langs de oevers van de Gouwe. In 1143 werd de naam Gouda voor het eerst vermeld in een oorkonde van de graaf van Holland.

In de 13e eeuw werd het riviertje de Gouwe door een kanaal verbonden met de Oude Rijn en de monding in de Hollandse IJssel werd uitgebreid tot een haven. Aan de rand van de stad verrees in de 14e eeuw het kasteel van Gouda, dat de haven moest beschermen. Door deze ontwikkelingen ontstond een vaarroute, die werd gebruikt voor handel tussen Vlaanderen en Frankrijk met Holland en het Oostzeegebied. In 1272 verleende Graaf Floris V stadsrechten aan Gouda, dat inmiddels een belangrijke plaats geworden was.

In 1361 en 1438 richtten stadsbranden grote schade aan in de stad. Zo zouden bij de stadsbrand van 1438 slechts vier huizen gespaard zijn gebleven. Na de verovering van Gouda door de Geuzen op 21 juni 1572 werd het kasteel van Gouda in 1577 gesloopt, om het zo niet in handen te laten vallen van de Spanjaarden bij een eventuele herovering. De definitieve afbraak van het kasteel werd pas in 1808 voltooid, toen de Chartertoren werd gesloopt. Nog voordat het kasteel volledig was gesloopt, verrees ter hoogte van de vroegere binnenplaats op de fundering van het kasteel een molen. Nadat deze molen in 1831 was afgebrand, werd deze een jaar later vervangen door de molen ’t Slot, die nog altijd overeind staat.

In het laatste kwart van de 16e eeuw had Gouda ernstige economische problemen. In de eerste helft van de 17e eeuw krabbelde de stad weer op en tussen 1665 en 1672 kende de stad zelfs een tijd van grote vooruitgang en bloei. Toen in het rampjaar 1672 echter de Hollandse Oorlog uitbrak kende de stad opnieuw een economische terugval. Hoewel de economie na 1700 nog eenmaal opveerde, zou de terugval uiteindelijk tot ver in de 19e eeuw duren. In 1673 werd Gouda voor de vierde en ergste maal getroffen door de pest. De epidemie kostte 2.995 mensen het leven, ongeveer 20% van de bevolking. Bovendien kreeg Gouda te maken met opstandige boeren uit de omgeving, die in juni 1672 het stadhuis 24 uur lang bezetten.

In de 19e eeuw werden de stadsmuren van Gouda gesloopt; de laatste stadspoort werd in 1854 afgebroken. In deze periode had Gouda ook te maken met cholera-epidemieën, de eerste uitbraak was in 1832 een feit. Onder andere dankzij het aanleggen van een riolering en een waterleidingnet wist men de ziekte aan het eind van de 19e eeuw terug te dringen.

Rond diezelfde tijd begon Gouda ook eindelijk te profiteren van het betere economische klimaat. Bedrijven als de Stearine Kaarsenfabriek en de Goudsche Machinale Garenspinnerij hadden hierin een belangrijk aandeel. In 1855 werd het station Gouda in gebruik genomen aan de nieuwe spoorlijn Utrecht – Rotterdam. Vijftien jaar later volgde ook de spoorverbinding met Den Haag.

In de Tweede Wereldoorlog was Gouda enige malen het doelwit van bombardementen door de geallieerden. Het station werd tot tweemaal toe getroffen tijdens bombardementen in november 1944. In het totaal vielen er bij de bombardementen in Gouda 45 doden. Van de Goudse Joden werden er 328 vermoord tijdens de bezetting, slechts 40 overleefden de Holocaust.

In 1940 werd met de demping van de Nieuwehaven een begin gemaakt met het dichten van de grachten in de binnenstad. Na de Tweede Wereldoorlog werden ook de Raam, het Nonnenwater, de Naaierstraat en de Achter de Vismarkt gedempt. Mede vanwege de protesten vanuit de burgerij en de veranderde inzichten bij stedenbouwkundigen werd echter niet verdergegaan met het dempen van de historisch waardevolle stadsgrachten. In 1977 verdween de wekelijkse varkensmarkt, de grootste in Nederland, uit de stad. De wekelijkse kaasmarkt op donderdag bleef alleen als toeristisch fenomeen gehandhaafd. (Bron : Wikipedia)

Uiteraard zijn we na onze wandeling nog wat kaas en siroopwafels gaan kopen, twee specialiteiten van de stad. Voor de andere specialiteiten zoals kaarsen en kleipijpen hadden we minder interesse 😉.

Uiteindelijk zijn we wel blij met die slechte weersvoorspellingen want anders hadden we deze leuke stad waarschijnlijk niet bezocht en dat zou zonde zijn geweest. Ik kan Gouda zeker aanraden (en als je het bezoekt, ga zeker langs bij de VVV).

Reeuwijkse Plassen, Oude Rijn en Bodegraven

Na onze citytrip van gisteren werden vandaag weer de fietsen uit de berging gehaald voor een iets minder lange fietstocht.

We vertrokken via Gouda (waar het iets rustiger was dan eerder deze week) om dan een stukje van de Reeuwijkse Plassen te doen dat we nog niet eerder bezochten.

Daarnaar ging het via de Oude Rijn naar Bodegraven waar we de tijd namen om te lunchen.

Er was al sprake van bewoning in de tijd van de Romeinen toen het aan de Noordgrens van het Romeinse Rijk lag.

Daarna bleef het lange tijd stil rondom Bodegraven. Volgens de overlevering zou op een inmiddels zoekgeraakte kaart uit 809 de heerlijkheid Bodelo worden vermeld. Zeker is dat rond het jaar 1050 er een kleine nederzetting was ontstaan, waarschijnlijk rond de huidige Dorpskerk.

In de 15e eeuw kreeg Bodegraven een belangrijke functie bij de waterbeheersing in de regio: in het centrum van het dorp werd de eerste sluis in de Rijn gebouwd. Sedertdien ontwikkelde Bodegraven zich economisch gunstig: het verkeer, dat in die tijd vooral over water ging, moest er stoppen en daar profiteerden de Bodegraafse handel en nijverheid van. In het begin van de 16e eeuw kreeg het dorp echter te maken met brandschatting en plundering. In 1507 en 1512 werd Bodegraven bezocht door Gelderse troepen onder Maarten van Rossum, die een rokende puinhoop achterlieten. De grootste rampen moesten echter nog komen.

1672 was ook voor Bodegraven een Rampjaar. De verdediging van Holland door de Prins van Oranje en zijn troepen werd geleid vanuit een schans tussen Bodegraven en de buurtschap Nieuwerbrug. De Franse vijand wist echter via een omweg, over het ijs door de Meije, Bodegraven van achteren te benaderen. Nadat zij bij Gouwsluis onder Alphen door de troepen van de Republiek verslagen werden, keerden de Fransen verbitterd terug naar Woerden, maar niet na in Zwammerdam en Bodegraven een waar bloedbad te hebben aangericht. Vrijwel het gehele dorp Bodegraven ging in de as.

Tot 1870 floreerde Bodegraven weer. Er brak in dat jaar in een bakkerij een brand uit, die een groot deel van het toenmalige stadje in de as legde. Toen de branden achter de rug waren bleken er 130 gezinnen dakloos te zijn geworden en meer dan 100 huizen afgebrand. Mede door een landelijke collecte kon Bodegraven relatief snel weer worden opgebouwd.

Bodegraven is een bekend centrum van de kaashandel, al is het aantal karakteristieke kaaspakhuizen er afgenomen en wordt de dinsdagse kaasmarkt er sinds 2001 niet meer gehouden. Behalve met kaas is Bodegraven ook verbonden met shampoo: in de jaren 40 richtte kapper André de Jong er de Andrélon-fabriek op. De fabriek is in 2005 gesloten. Ironisch genoeg werd André de Jong uitgerekend in dit jaar verkozen tot Grootste Bodegraver Aller Tijden, een door lokale omroep Studio 15 uitgeschreven verkiezing. (bronnen : Wikipedia en Website van Rijnstreek en Lopikerwaard)

Ik kende Bodegraven vooral van de Coca-Cola blikjes die er werden gemaakt. Toen ik nog blikjes verzamelden kwam ik de naam vaak tegen.

Knooppunten 21 – 45 – 44 – 43 – 42 – 41 – 40 – 51 – 35 – 50 – 47 – 48 – 49 – 36 – 32 – 38 – 52 – 31 – 33 – 94 – 94 – 19 – 18 – 20 – 21

(Nat) Den Haag

Er werd voor vandaag een hele dag regen gegeven en die voorspelling bleek ook te zijn uitgekomen. Geen weer om te fietsen dus maar wel weer om de trein te nemen van Gouda naar Den Haag.

In Den Haag aangekomen zijn we direct naar het Mauritshuis gegaan.

Het Mauritshuis, officieel Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis, werd gebouwd in opdracht van Johan Maurits van Nassau-Siegen, in die tijd officier in het Staatse leger, de latere gouverneur-generaal van Nederlands-Brazilië. Dit voormalig stadspaleis werd gebouwd tussen 1633 en 1644 en is ontworpen door Jacob van Campen en zijn assistent Pieter Post. Van Campen liet de bouw over aan Post. De bouw duurde onder meer zo lang omdat Johan Maurits in 1636 voor een periode van ruim zeven jaar naar Brazilië ging en er dus geen haast was. Een ander probleem was de brug, die op de plaats van het huidige gebouw zat. Deze mocht niet worden afgebroken voordat er een nieuwe brug was gebouwd met een nieuwe poort naar het Binnenhof, de huidige Mauritspoort.

Het pand werd door Johan Maurits gebouwd uit de opbrengsten van zijn inkomsten als gouverneur-generaal van Nederlands-Brazilië. Een belangrijke inkomstenbron voor de West-Indische Compagnie aldaar was de suikerriethandel, die door Johan Maurits gefaciliteerd en uitgebreid werd door een vaste slavenroute te bewerkstelligen tussen Afrika en de WIC-kolonie. Vanwege de lichtgekleurde gevelstenen en zijn feitelijke inkomsten via de suikerrietteelt werd het stadspaleis ook wel smalend het Suikerhuis genoemd. Er werd ook duidelijk aangegeven dat Maurits veel geld heeft verdiend aan de slavenhandel.

Tot de vaste collectie behoren Meisje met de parel en Gezicht op Delft van Johannes Vermeer, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’ van Jan Steen, De stier van Paulus Potter en De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt van Rijn. (bron : Wikipedia)

We wilden ook het Binnenhof bekijken maar dat is quasi volledig afgesloten wegens renovatie.

Na de lunch trokken we naar het Paleis Lange Voorhout. Dat was het winterpaleis van Koningin Emma en ook van Koningin Juliana. Sinds 1992 wordt het gebruikt als museum en vanaf 2002 is het gewijd aan M.C. Escher.

Maurits Cornelis Escher was een Nederlandse kunstenaar, die bekend is om zijn houtsneden, houtgravures en lithografieën, waarin hij vaak speelde met wiskundige principes.

Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende meetkundige patronen (vlakverdelingen) die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Enkele zeer bekende voorstellingen die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Penrose-trap. Pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw kreeg hij in bredere kring erkenning als kunstenaar, vooral in de VS. Kristallografen en wiskundigen ontdekten in zijn werk symmetrieën en thema’s uit hun vakgebieden. Eschers grafische werk wordt vanaf 1960 in wetenschappelijke (leer)boeken gebruikt. (bron : Wikipedia)

Ik ben een grote fan van zijn werk.

Om de dag af te sluiten bezochten we nog even de winkelstraten. Vooral de Bijenkorf is een bezoekje waard. Niet zozeer omwille van de producten maar wel omwille van de glasramen in de trappenhallen. Als je er bent, neem de roltrappen naar boven en ga met de gewone trap naar beneden.