Alsberg en Walenbos

Na onze glibberpartij van gisteren leek het er op dat we vandaag iets minder zouden schuiven. 

Vandaag zouden we de Alsberg en omgeving verkennen. We zouden de Alsbergwandeling doen maar dan wel met een kleine uitbreiding zodat we een paar kilometer meer op de teller zouden hebben.

Het begin, de beklimming naar de Vlooybergtoren , was wel een beetje schuiven maar dat viel best mee. De zwevende trap is gemaakt uit roestvrij Cortenstaal, met een kleur die verwijst naar het ijzerzandsteenerfgoed. Hij is ruim 20 m lang en 11 m hoog. De uitkijktrap staat op één van de hoogst gelegen locaties, ongeveer 80 m, van het Hageland. Bij helder weer kan je vanop de toren in het westen de koeltorens van Electrabel zien in Vilvoorde en de schachten van de Limburgse koolmijnen in het oosten. Vandaag waren we al blij dat we de kerk van Tielt-Winge zagen 😉.

Daarna gingen we door de velden naar het Walenbos. Met 500 ha is dit natuurreservaat is een relatief jong reservaat, het gebied was tot het midden van de jaren 70 volledig eigendom van een groot aantal privé-eigenaars. Het grootste stuk van het Walenbos wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos. Het bos herbergt het grootste elzenbroekbos van Vlaanderen. De naam van het bos zou verwijzen naar de zompige, natte ondergrond van het gebied en dus niet naar onze landgenoten van onder de taalgrens.

Zompig was het er zeker wel. Niet zo erg als gisteren maar soms voelde ik me wel Kevin Van der Perren.

Ondanks het grijze weer was het wel een heel mooie wandeling. Het grijze weer zorgde voor een speciale sfeer. We hebben trouwens ook veel maretakkenbollen gezien. Veel culturen kenden de maretak magische krachten toe. Iedereen kent wel “kiss beneath the mistletoe”. In de Keltische en Germaanse cultuur was de maretak zelfs een heilige plant. Groeide de maretak op een heilige eik dan werd dit gezien als een geschenk van God. En wat misschien nog belangrijker is … het is één van de ingrediënten die Panoramix gebruikt om de toverdrank van dat ene kleine Gallische dorp te maken.

De wandeling via knooppunten: 206 – 204 – 203 – 202 – 201 – 244 – 243 – 23 – 24 – 25 – 26 – 206

Silsombos

Eén van de voordelen van mijn weekends in Peulis door te brengen is dat je heel dicht bij Vlaams-Brabant zit. En dat je in Vlaams-Brabant kunt gaan wandelen op plekken die vanuit Vorselaar veel moeilijker bereikbaar zijn.

Zo trokken we vandaag naar het Silsombos.

Het Silsombos is een naar Vlaamse normen relatief groot natuur- en bosgebied (tussen 50 en 100 ha) in de Belgische gemeenten Kortenberg (Erps-Kwerps) en Kampenhout (Nederokkerzeel). Het Silsombos vormt het westelijke deel van een groot boscomplex dat zich ook uitstrekt over het grondgebied van de gemeente Herent. Het Silsombos is bekend voor zijn bosorchissen, maar daar hebben we in dit seizoen uiteraard weinig van gezien.

Het gebied straalt een mysterieus gevoel uit. Wandel maar eens door de Silsommoerassen en bossen in de sluier van ochtendlijke nevel, de avondschemer met een kreet van wateral of steenuil, het geblaf van een ree of vos op de achtergrond… en dan duikt tijdens de wandeling het beeld van de zwarte madam op. Tijd voor legenden en verhalen. De zwarte madam is een O.L.Vrouwbeeld op een hoge stenen sokkel, gelegen op de grens met Nederokkerzeel en Erps-Kwerps. Er bestaan diverse legenden omtrent dit beeld. Zo bestaat er het verhaal dat op deze plaats rond middernacht stemmen hoorbaar waren. Deze lokten de bezoekers de Molenbeek in, waar ze verdronken. Later richtten de eigenaars van het kasteel Balkemolen hier een Mariabeeld op.

Vandaag was het er bijzonder modderig en glibberig. Soms leken we meer aan ballet of kunstschaatsen te doen dan aan wandelen.

Na bijna anderhalf uur glijden stonden we terug aan de auto met 5,4 km op de teller.

De wandeling : vertrek Lelieboomgaardenstraat 60 in Kortenberg

Knooppunten : 86 – 108 – 109 – 87 – 88 – 89 – 85

Heggekapel

Op vrijdag durf ik al wel eens “op uitstap” gaan met mijn moeder. Aanvankelijk zouden we vandaag gaan wandelen onze gratis treinrit van december opgebruiken en naar Bokrijk gaan wandelen maar de weersvoorspellingen waren begin deze week niet al te best zodat we dat plan al hadden laten vallen.

We zijn dan maar een knooppuntenwandeling in Poederlee gaan doen. Daarvoor reden we naar de Heggekapel.

De Kapel van het Eerwaardig Heilig Sacrament of Heggekapel is het oudste gebouw in de gemeente Lille waar Poederlee deel van is. . Ze werd in opdracht van Jan van Vriesele, heer van Poederlee, gebouwd in 1442 om het grote mirakel dat hier plaats vond nooit te vergeten.

In januari 1412 werd uit de kerk van Wechelderzande een kelk met vijf gewijde hosties gestolen. De dief van de kelk verdwaalde in de omgeving van de ‘Hegge’ bij zijn terugkeer naar de herberg in Herentals waar hij verbleef. Volgens de misdadiger lag dit aan de gewijde hosties. Hij verstopte ze in een konijnenpijp en vond even later zijn weg terug. In de herberg wachtte de schout hem echter op en bij het doorzoeken van zijn kleren vond hij de kelk. De dief bekende zijn misdaad en verklaarde vijf gewijde hosties verborgen te hebben op een ongewijde plaats. Na acht dagen werden de hosties ongeschonden teruggevonden. De dief werd terechtgesteld. Zijn rechterhand werd met een bijl afgehouwen en verbrand, waarna de ongelukkige werd opgeknoopt.

Het werd een mooie wandeling en na afloop hadden we 5 km op de teller.

Weerdse Kronkelpad

Na een zware werkweek voor ons beiden trokken Conny en ik vandaag naar Weerde om de Weerdse Kronkelpad wandeling te doen.

Deze 8 km lange wandeling begint aan de kerk van Weerde. Al snel zit je aan de Weerdse visvijver waar tal van watervogels te bewonderen zijn. Zoals zovele vijvers is deze vijver ontstaan door de zandwinning die nodig was voor de aanleg van de E19. Tijdens de wandeling hoor je deze autostrade enigszins maar niet zo erg dat het storend is.

De spoorlijn Antwerpen-Mechelen-Brussel stoort trouwens evenmin.

Naar het einde toe, aan de oevers van de Zenne, zie je dan een ruïne. Deze ruïne, midden een zee van groen, is van de sluistoren, in 1914 stuk geschoten en nooit meer heropgebouwd. De watermolen bleef gespaard, maar had, door de vervuiling van de Zenne, geen enkel nut meer.

De zoveelste mooie wandeling die we kunnen toevoegen aan ons palmares. En dat ze deugd gedaan heeft.

Cassenbroek en Estloopbeemden

Gisteren was een belangrijke dag voor mij. Sinds gisteren ben ik immers multifocaal. Bij mijn jaarlijkse controle bij de oogarts in september (in het kader van het Diabetes Zorgtraject) stelde de oogarts voor om over te schakelen naar een multifocale bril zodat ik niet steeds mijn bril moet afzetten wanneer ik even op de wandelgps of mijn telefoon wil kijken.

Nu, anderhalve dag later, gaat het al wel beter maar gisteren deed het toch heel vreemd aan hoor. Ik veronderstel dat het de komende dagen almaar beter wordt.

Ik kan in ieder geval mijn wandelgps probleemloos lezen met bril op. Dat heb ik vandaag uitgeprobeerd. Via Wandelknooppunt Pro hadden we een wandeling uitgestippeld met vertrek op het Stationsplein van Rijmenam.

Dat is een echte meevaller geworden. We passeerden immers de natuurgebieden Cassenbroek en Estloopbeemden. Het blijft toch verrassend hoe mooi het dichtbij huis kan zijn. Deze wandeling is er in ieder geval eentje die we nog gaan herhalen maar dan in een ander seizoen.

Brugge die scone (maar lege)

Wat doe je wanneer je een vrije dag hebt en je moeder heeft deze maand haar gratis Corona-treinticket nog niet opgebruikt?

Dan offer je die vrije dag op en neem je met je moeder mee op een dagje uit naar Brugge. En om het helemaal compleet te maken neem je tante van naast de deur ook maar mee 😉.

In Berchem was het even spannend of we onze aansluiting wel zouden halen. Mijn gezelschap is niet meer van de jongste dus even snel de trappen af en terug op was geen optie. Maar we hebben het wel gehaald en rond de middag zaten we onze boterhammetjes op te eten op vesten in de buurt van Hendrik Pickery.

Ik had een wandeling van een kleine 6 km uitgestippeld. Aan de Poertoren ging het linksaf via het Minnewater naar het Begijnhof. Het Prinselijk Begijnhof Ten Wijngaerde is het enige nog bewaarde begijnhof in de stad Brugge. Er zijn geen begijnen meer, maar sinds 1927 woont er een kloostergemeenschap van benedictinessen, gesticht door kanunnik Rodolphe Hoornaert.

Door het Minnewaterpark gingen we terug naar de vesten en die bleven we volgen tot aan de Coupure. Onderweg passeerden we onder andere de Katelijnepoort, de Schietbaan en de Gentpoort.

Aan de Conzett Bridge sloegen we dus linksaf de Coupure op om verderop linksaf de Schaarstraat in te slaan. Door het Koningin Astridpark en de Freren Fonteinstraat bereikten we de Burg met het mooi stadhuis. Het was wel vreemd om hier bijna niemand te zien rondlopen. Normaal gezien krioelt het daar van de mensen. Nu was het extreem rustig.

Ook de Markt met het Belfort was akelig leeg. Via de Steenstraat en het Simon Stevinplein bereikten we de Mariastraat waar we een kort bezoekje brachten aan de Onze Lieve Vrouwekerk. De (praal) graven van Maria van Bourgondië en haar man Karel de Stoute hebben we niet bezocht. Ook de Madonna met Kind van Michelangelo hebben we deze keer niet gezien.

Daarna ging het terug naar het station waar nog even moesten wachten op de trein naar Antwerpen. In Antwerpen hadden we quasi onmiddellijk aansluiting naar Herentals.

Het was een mooie dag een leuke wandeling. Jammer dat je nergens een koffietje of zo kan gaan drinken maar daar tegenover staat wel dat er veel minder volk rondloopt en je dus alles beter kan zien, tenminste van de buitenkant want de binnenkant zit er meestal niet in.

Het belangrijkste is echter dat mijn gezelschap een leuke dag heeft gehad. Veel activiteiten zijn er in deze tijden niet voor hen dus alles is meegenomen.

Door de abdijbossen in Westmalle

Vandaag alweer de laatste dag van onze “blijf-thuis-vakantie”. Wat een weekje aan de Reeuwijkse Plassen moest worden is een weekje Peulis geworden.

Maar verder was het een vakantie als alle anderen. Veel gewandeld, een beetje gefietst, een beetje gejogd en vooral … ontspannen.

Voor onze wandeling van vandaag trokken we naar de broeders van Westmalle. Onderweg maakten we een tussenstop in Kessel om mijn bestelling bij het Oudercomité van Basisschool De Ceder op te halen. Zo kreeg ik ook nog eens de kans om collega Leni “in het echt” te zien.

Daarna ging het dus verder naar Westmalle waar de auto achterlieten op de parking van Café Trappisten. Een parking die trouwens vrij goed gevuld was ook al was het café zelf gesloten. Wij volgden een knooppuntenwandeling uit ons Knooppunter.com boekje (99-01-58-59-97-89-36-35-33-34-37-38-39-32-30-99).

Wanneer je domein van de Trappisten betreedt via de sierlijke ingangspoort zie je onmiddellijk een kleine kapel. Dat is de Sint-Bernarduskapel. Deze kapel werd in 1947 opgericht om 14 Britse en Canadese soldaten die in de buurt sneuvelden tijdens de tweede wereldoorlog te gedenken. Maar ze werd ook opgericht als dank omdat de abdij ongeschonden de wereldoorlog was doorgekomen.

Even verder zie je de Abdij Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart. De abdij is ontstaan in 1794 toen een groep monniken van de Abdij van La Trappe in Normandië op de vlucht gingen voor de Franse Revolutie. Ze kwamen terecht in een kleine boerderij, Nooitrust. Die deed tot 1836 dienst als klooster tot het de status van abdij kreeg. Daarna volgden vele uitbreidingen waaronder de brouwerij in 1933.

Daarna ging het verder naar de bossen waar we tussen knooppunten 97 en 89 het sanatoriumdomein Lizzy Marsily bereikten. Lizzy Marsily was de hoofdsecretaresse van de Nationale Bond voor Tuberculosebestrijding die in 1920 in een sanatorium stichtte. Het werd ingehuldigd door Koningin Elisabeth.

Onze sandwiches opeten deden we op de Drieboomkensberg. Daar is, in het midden van nergens, een bezinningsplekje gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-ter-Koorts. Dat staat er al sinds 1750. Het werd opgericht door een Engelse Officier die daar in 1746 zwaargewond werd en hoge koorts kreeg tijdens de oorlog tussen Fransen enerzijds en Oostenrijkers, Hollanders en Engelsen anderzijds. Als hij het zou overleven dan zou hij een kapel bouwen. Dat gebeurde dus. De kapel werd in 1800 vernietigd door een storm maar het beeld staat er dus nog altijd.

Na 10 km stonden we terug op de parking die nu nog voller was dan toen wij vertrokken. Een koffietje was welkom geweest maar ja … het zijn nu eenmaal andere tijden.

Parel van de Kempen

Westerlo … de Parel der Kempen.

Westerlo is een “Merodedorp”. Het adelijke geslacht de Merode is er al sinds de 14de eeuw nadrukkelijk aanwezig.

Wij kozen vandaag voor een wandeling uit de Knooppunter.com Wandelpocket Antwerpen van Lannoo. De wandeling met vertrek aan de Lambertuskerk zou ons via de knooppunten 130-18-19-13-12-14-183-10-9-8-7-340-3-4-5-6-20-16-130 doorheen de Netevallei en de Merodese bossen loodsen.

Al snel kwamen we aan de oevers van de Grote Nete die doorheen het landschap meandert. Naast de Nete ligt ook een grasveld met daarop een staande wip van 23 meter hoog, gelegen naast het lemen clubhuisje ’t Riet. De staande wip is een lork die werd geschonken door Prins de Merode.

Even verderop, ter hoogte van punt 13, kwamen we aan het trammetje. Dat is een oude verplaatsbare dam uit 1874. Bij droogte kon die dam het water laten afvloeien naar de omliggende velden. In 1999 werd de dam beschermd als industrieel erfgoed.

Daarna volgde het Kasteel de Merode. Het kasteel is gebouwd rond de middeleeuwse Donjon en is al sinds de bouw ervan in het bezit van de familie de Merode. Het domein wordt jaarlijks opengesteld voor het publiek tijdens de kasteelfeesten.

Via het natuurgebied de Kwarekken, een permanent moerasgebied, bereikten we de Beelse bossen. We hebben ons schoofzakske opgegeten aan de Sterdreven waar 8 dreven samenkomen in één punt. Dat is trouwens geen uitvinding van een tuinarchitect. Het bleek gewoon heel handig voor de adelijke jagers. Het wild werd in hun richting gejaagd en zij moesten gewoon wachten tot er een dier één van de acht dreven overstak.

Via het Boswachtershuisje dat tegenwoordig een jeugdherberg is bereikten we het kasteel van Gravin Jeanne de Merode. Afgewerkt in 1911 werd het tot 1944 bewoond door de Gravin. Tussen 1944 en 1972 deed het dienst als rusthuis voor priesters. In 1973 werd het gekocht door gemeente en ingericht als Gemeentehuis.

Na 8,6 km stonden we terug aan de auto. Alweer een heel mooie wandeling die we kunnen toevoegen aan de ellenlange lijst van mooie wandelingen.

Meer dan een abdij, een uitgeverij en een lekdreef

Averbode. Wie kent Averbode niet? De Norbertijnerabdij, de lekdreef en de uitgeverij die me in mijn jeugd met Zonnekind, Zonnestraat, Zonneland en de Vlaamse Filmpjes zoveel leesplezier heeft gegeven.

In de onmiddellijke omgeving van de Abdij van Averbode, gesticht in 1134, was eeuwenlang nauwelijks bewoning. Pas in het laatste kwart van de 19e eeuw was er sprake van het gelijknamige gehucht, soms ook Everbode en Den Haak genoemd.

De oprichting van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart in 1877 bezorgde de abdij landelijke bekendheid als bedevaartsoord. Langs de voorheen vrijwel onbebouwde Westelsebaan verschenen café-restaurants, hotels, een souvenirwinkel en andere handelszaken. Vanaf 1900 werd de nieuwe wijk, die informeel Het Faubourg werd gedoopt, bediend door de stoomtram Zichem-Turnhout.

De komst van een drukkerij en uitgeverij, een nevenproduct van de Broederschap, zorgde ervoor dat het bevolkingsaantal rap zou aangroeien. Er kwamen scholen, coöperatieve bedrijven (melkerij, houtzagerij, stroomdistributie) en verenigingen, zoals de door Ernest Claes vereeuwigde fanfare De Sint-Jansvrienden. Langzamerhand rijpte het plan voor een onafhankelijke gemeente Averbode. Het zou tot 1928 duren vooraleer het gehucht zich losmaakte van de gemeenten Testelt en Zichem. (Bron: Wikipedia)

Maar Averbode is zoveel meer (al wist ik dat vóór vandaag ook niet).

Vorige maand deden we op het werk mee met de Roze Mars. Tijdens die maand hadden ze bij Wandelknooppunten voor elke provincie een Roze Mars Wandeling uitgestippeld. En vandaag kozen wij tijdens onze stay-at-home-vakantie voor Averbode.

We vreesden een beetje voor een drukte van jewelste maar dat viel bijzonder goed mee.

We vertrokken aan de abdij, gingen door een lege lekdreef en toen volgenden 9 zeer afwisselende kilometers met bijzonder veel afwisseling en vooral veel afwisselende Fauna en Flora.

Een bijzonder mooie maar soms toch ook wel heel zware wandeling.

De Peulte

Derde dag van mijn vakantie in Bungalowpark De Pieper in Peulis 😉

Na wat huiselijke klusjes in de voormiddag en een bezoekje aan de nabijgelegen Prik & Tik was het deze namiddag tijd voor de dagelijkse wandel- of fietstocht.

Vandaag kozen we weer voor de wandelschoenen. Voor het vertrek moesten we niet ver gaan, dat lag net voor de deur.

Bestemming voor vandaag waren de Peultenbossen.

‘De Peulte’ is een bos gelegen op de grens van Putte, Bonheiden en Sint-Katelijne-Waver. In de 16e eeuw maakte het al deel uit van het Grote Waverwoud, dat gans de streek tussen Lier, Heist-op-den-berg en Rijmenam bestreek. Keizer Karel V (1500-1560), die 15 jaar in Mechelen woonde bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk, had er zijn jachtgebied.

Tot voor tweehonderd jaar sprak men niet van ‘De Peulte” doch wel van de ‘Krankhoevebossen’. Die benaming en de naam van de Grote Krankhoeve aan de overkant van de Mechelbaan, gebouwd in 1712, verwijst waarschijnlijk naar een pesthuisje dat gebouwd werd nabij de Oude Putsebaan.

De zieken uit de stad werden er in de middeleeuwen afgezonderd in een hut in de bossen. Ze werden er, zonder enige vorm van opvang en verzorging, aan hun lot overgelaten.

Heel waarschijnlijk is het gebied in de middeleeuwen eigendom geweest van de ‘Heilige Geestestafels’ van een Mechelse parochie. Na de Franse Revolutie moesten die hun eigendom afstaan aan de Burelen van Weldadigheid (1793), voorlopers van het OCMW (1976). Vanuit de Krankhoeves werd dan eten geleverd aan de lokale ziekenhuizen. Het OCMW van Mechelen is momenteel nog steeds de eigenaar van het gebied.’De Peulte’ en de Grote Krankhoeve vormden destijds een economisch geheel, waarbij ‘De Peulte’ de functie had van productiebos voor de Grote Krankhoeve (hakhout). In 1825 werd de Grote Krankhoeve gescheiden van ‘De Peulte’ door de aanleg van de nieuwe baan Mechelen – Putte.

De naam ‘Peulte’ zou afkomstig zijn van een vervorming van ‘Poli’, een welgestelde familie die rond de jaren 1200 in Mechelen woonde en eigenaar was van het grootste deel van het huidige Peulis. Een andere verklaring verwijst naar het Latijnse woord ‘polus’ wat moeras betekent. De Peultenbossen zijn inderdaad een moerassig overblijfsel van wat ooit een uitgestrekt bosgebied is geweest. (Bron : Natuurpunt Afdeling De Putter)