Vrieselhof

Afgelopen woensdag had ik een halve snipperdag met de bedoeling nog eens naar het Arboretum van Wespelaar te gaan maar het grillige weer liet dat niet toe.

Ook vandaag leek het niet te lukken maar na de middag klaarde het toch op en zat een wandeling er wel in.

Daarvoor trokken we naar Oelegem naar het Provinciaal Domein Vrieselhof.

De naam “Vrieselhof” gaat terug op Jan van Vriesele, een edelman uit Kontich die rond 1300 ongeveer 24 bunders grond kocht in Oelegem (ongeveer 32 ha).Hij gaf de grond als bruidsschat voor zijn dochter. Meer gegevens uit die tijd zijn niet bekend. In 1450 werd een belangrijke hoeve met heerlijke rechten vermeld op het domein, dat bossen, heide en moerasgebied omvatte. In 1457 was er sprake van een “ridderlijk hof, geheten ’t hof van Vriesele”. De eigenaar, Matheeus van Steenbergen, kreeg toen van Filips de Goede, de hertog van Bourgondië toestemming om aan zijn hof een laathof op te richten. Dit was een lagere rechtbank waar een meier kon oordelen over plaatselijke geschillen. In 1495 erfde Josine van Steenbergen het domein. Toen werden voor het eerst hofgrachten vermeld.

Vanaf 1509 hadden leden van de familie van Halmale het domein in bezit. De laatste telg, Alfons-Ignace van Halmale stierf kinderloos in 1788. Daarna kwam het kasteeldomein in handen van Charles-Ignace d’Oultremont en zijn vrouw Anne-Henriette de Neuf. Deze laatste had toch nog banden met de familie van Halmale: haar grootmoeder was Barbara Anna Philippa van Halmale (dochter van Alexander Jozef van Halmale, die eveneens burgemeester van Antwerpen was). Voor de nieuwe erfgenamen was het kasteel een buitenverblijf waar ze weinig verbleven.

In de 19e eeuw gebeurden er restauratiewerken aan het kasteel. Het nabijgelegen koetshuis met stalling dateert van 1877.

In 1910 werd graaf Louis de Brouchoven de Bergeyck eigenaar van het geheel. Hij liet het oude kasteel herbouwen in neo-Vlaamse-renaissancestijl met trapgevels, speklagen en hoektorens, maar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog lieten de Belgische troepen het kasteel om strategische redenen afbranden op 7 oktober 1914.[4] Tussen 1917 en 1919 werd het huidige kasteel herbouwd in dezelfde stijl als het pas recent gebouwde, verwoeste kasteel. In 1974 werd het kasteel en het bijhorende domein door de kleinkinderen van Louis de Brouchoven de Bergeyck verkocht aan de provincie Antwerpen. (Bron : Wikipedia)

Je kan er kiezen tussen drie wandelingen : een rode (1,5km), een blauwe (2km) en een zwarte (3km). Ik koos echter voor een knooppuntenwandeling die voor een deel overeenkomt met de zwarte (Knooppunten 71 – 20 – 72 – 6 – 5 – 8 – 71, vertrek aan de parking).

De wandeling:

De foto’s :

Lierse Vlaaikes

Na zaterdag van alweer hard werken in de tuin (weer een veldslag tegen het onkruid gewonnen maar het einde van de oorlog is nog niet in zicht 😉) haalden we vandaag de fietsen van stal voor wat ontspanning.

Ik had gezien dat er op de Grote Markt van Lier een Rommel- en Brocantemarkt werd georganiseerd. Bovendien was er vandaag ook de viering van het Lierse Vlaaike.

Het Liers vlaaike is een klein kruidig gebakje op basis van kandijsiroop en vier kruiden dat volgens een specifiek (geheim) recept gebakken wordt. In 1999 werd in de stad Lier de “Orde van het Liers vlaaike” opgericht, met als doelstelling het bewaren en bewaken van de kwaliteit van het Liers vlaaike, welke tevens het recept ervan bewaart. Op 25 januari 2007 werd het Liers vlaaike door het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing officieel erkend als Vlaams streekproduct. Op 9 december 2013 kreeg het Liers vlaaike van de Europese Commissie de status van beschermde geografische aanduiding.

En het is om de verjaardag van die Europese erkenning te vieren dat vandaag de Peter en Meter van het Vlaaike werden gehuldigd. De burgemeester werd Peter en Britt Fierens werd, als kleindochter van oud-bakker én voorzitter van de orde, meter van het Vlaaike. Er werden gratis Vlaaikes uitgedeeld.  Ik heb niet duren zeggen dat ik dat absoluut niet lust (maar ik heb er wel vriendelijk voor bedankt).

Toen we onze koffie aan ’t drinken waren op de Grote Markt werden we ook nog verblijdt op een doedelzakconcertje. 

Nog een kleine wandeling om op het Zimmerplein onze fiets te gaan halen en we konden vertrekken. Nog even spanning toen we daar zagen hoe de politie een vrij beschonken man in boeien wist te slagen. 

De fietstocht ging langs de Nete naar Berlaar en vandaar verder naar Putte en Peulis.

Een heel geslaagde dag dus zeker omdat ik op de Rommelmarkt zelf voor een prikje een paar Sjors & Sjimmie boeken heb kunnen kopen.

De fietstocht:

De foto’s

Domein de Renesse in Oostmalle

Het was weer een drukke werkweek, vooral dinsdag was met een twee uur durende rit naar huis bijzonder druk.

Het was dan ook fijn om vandaag niet te moeten werken. In de plaats daarvan ben ik nog eens op stap geweest met moeder. Vandaag kozen we voor Oostmalle waar we in het Domein de Renesse met zijn mooie kasteel eerst een wandeling zouden doen om daarna even verder in De Comme te gaan eten.

De oorspronkelijke burcht werd in de 15e eeuw gebouwd door Willem van Berchem. In 1542 werd deze burcht verwoest door Maarten van Rossum. Jan van Renesse bouwde enkele jaren later het huidige kasteel en de bijgebouwen. Bouwmeester was Hendrik Lambrechts. Heel wat belangrijke personen kwamen er op bezoek, zoals keizer Karel V, Willem de Zwijger en Margaretha van Parma.

De daaropvolgende eeuwen werd het kasteel meermaals geplunderd en gebruikt als verblijfplaats voor strijdende troepen. Ten slotte raakte het in verval. In 1793 werden het opperhof en de hoeve afgebroken.

In 1830 verdween de familie de Renesse uit het kasteel: graaf Clément de Renesse-Breidbach verkocht het geheel aan burggraaf Leonard du Bus de Gisignies. Deze liet de dienstgebouwen ombouwen tot een landhuis. Hij breidde het gehele domein ook uit en liet in het park een Engelse tuin aanleggen. Onder meer de mammoetbomen werden toen aangeplant. Zijn zoon Bernard Amé du Bus de Gisignies en kleinzoon Bernard du Bus de Gisignies beheerden het domein verder. Bernard du Bus de Gisignies werd burgemeester van Oostmalle. Zijn dochter Isabelle huwde in 1896 met graaf Maximilien de Renesse-Breidbach. Zo kwam het kasteel terug in handen van de familie de Renesse.

In 1920 werd het kasteel gerenoveerd in Vlaamse neorenaissancestijl. In 1941 werd een deel van de westelijke vleugel stuk gebombardeerd door de Britten. Dit deel werd niet gerestaureerd.

Later werd graaf Thierry de Renesse eveneens burgemeester van Oostmalle. Na zijn dood in 1973 begonnen onderhandelingen over de aankoop van het kasteel door de gemeente. In 1983 kocht de gemeente het kasteel en een deel van het domein. Het Vlaams Gewest kocht de resterende 33 hectare. In 1985 werd het beheer van het kasteel en het hele domein overgedragen aan de speciaal daarvoor opgerichte vereniging zonder winstoogmerk Domein de Renesse. Sinds 1982 is het kasteel beschermd als monument. (Bron : Wikipedia)

Na de wandeling was het wel even zoeken om een plaats te vinden waar we konden eten want behoorlijk wat zaken gesloten deze middag. Uiteindelijk zijn we bij de Koffie & Moor in Lille gestopt.

De wandeling:

De foto’s

Wind, omleidingen en wind

Het eerste “echte” lenteweekend en wat hebben wij op de eerste dag daarvan gedaan? Gewerkt. Hard gewerkt zelfs. Het terras was immers toe aan een grondige poetsbeurt na een lange donkere en natte winter.

Maar vandaag is er niet gewerkt. ’t Is te zeggen, niet in de tuin noch in of rond het huis. Op de fiets daarentegen wel. Werken om vooruit te geraken. Want er stond wind, bijwijlen zelfs heel veel wind.

Ik had een knooppuntentochtje uitgestippeld naar Provinciaal Domein De Averegten in Hallaar : 1 – 37 – 36 – 35 – 39 – 39 – 17 – 18 – 52 – 38 – 29 – 93 – 77 – 78 – 79 – 92 – 19 – 2 – 2 – 26 – 1 (46 km).

Het eerste stuk richting de Averegten was rustig fietsen. De weg mocht hier en daar wat beter zijn maar verder aangenaam fietsen. We kwamen onderweg wel twee omleidingen tegen, de eerste (tussen KP 17 en KP 52) heel duidelijk aangegeven met omleidingsbordjes. De tweede omleiding was niet aangegeven maar was ook maar een paar honderd meter omrijden.

In de Averegten was het behoorlijk druk, zeker aan Het Boshuis waar een een drankpauze namen. Ons geduld werd daar wel op de proef gesteld (en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik op dat gebied niet van de sterktste ben). Op één of andere manier slaagde de garçon erin om ons compleet te negeren. Andere tafels werden wel geholpen maar wij dus niet. Gelukkig was het niet echt persoonlijk want achter ons zaten nog twee mensen hopeloos te wachten om hun bestelling door te geven. We hebben uiteindelijk maar via de QR-code besteld en 5 minuten later stond ons drinken op tafel.

De terugweg was minder rustig. Het was sowieso drukker maar er was ook veel wind, heel veel wind. En dan lag “den Berg” van Heist en Beerzelberg nog op de route.

Afin, we waren content toen we na 46 km terug op ons proper terras konden gaan zitten.

De fietstocht:

En een paar foto’s:

Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb

Wat doe je op Paasmaandag na twee drukke dagen?

Het was onze bedoeling om zo weinig mogelijk te doen maar een WC-bril besliste er anders over. Die was immers aan vervanging toe en toen lazen we ergens dat zowel de Brico als de Fashion Store in Aarschot open waren.

Effe snel gekeken of er geen wandeling in de buurt was en ja hoor die was er ook : de Beeldenwandeling van zo’n 3,5 km lang.

Die wandeling brengt je langs verschillende beelden (vandaar de naam waarschijnlijk😉) en laat je tegelijkertijd kennis maken met Aarschot.

Eén van de beelden die je tegenkomt is een groep van 4 mannen : Albert Janssens, Victor van Beeck, Ferdinand Van de Ven en Roger Van de Ven. De namen zeggen je waarschijnlijk niets maar als je op YouTube eens “echo als ik ooit eens vijf minuten tijd heb” opzoekt dan gaat er waarschijnlijk wel een belletje rinkelen.

In dat filmpje van het BRT programma Echo (uit 1967?) zie je vier werklieden zich niet al te fel inspannen om een stukje straat open te breken. Deze vier werklieden hebben dus een standbeeld gekregen.

Verder passeert de wandeling de kerk, het kapucijnenklooster, het oude ziekenhuis dat nu onder andere de Bib, de toeristische dienst en het Cultuurcentrum huisvest, de stadsbrouwerij en dus ook verschillende standbeelden.

Het weer was ook heel aangenaam, dit in tegenstelling tot eerdere voorspellingen. Een heel geslaagde wandeling.

Oh ja, de WC-Bril is in orde gekomen en ook bij de Fashion Store heb ik enkele leuke items op de kop kunnen tikken 😉

Historisch Lier

De moeder van Conny werd afgelopen week 80 en dat verdiende wel iets meer dan de traditionele taart.

Daarom werd gisteren een dagje uit georganiseerd.

De dag begon in het pittoreske Gestel waar we konden genieten van een uitgebreid en lekker ontbijt in De Klappeistaak. Die naam verwijst naar het monument dat op het plein voor het koffiehuis staat. Voor de oudere generatie staat dit bekend als “De Klappeistaak”. Waarbij “klappei” babbelkous of kletskous betekent. Het woord “staak” bestaat eigenlijk niet maar vermoedelijk is dat afgeleid van “kaak” wat dan weer een oud woord is voor schandpaal.

Na een bezoekje aan het kerkje ging de uitstap verder naar Lier. Daar stond een historische  wandeling op het programma.  Deze wandeling vertrok aan het Stadhuis en bracht ons verder naar de Gevangenepoort, het Godshuis, het Begijnhof, het Zimmerplein met zijn bekende toren (waar we niet binnen zijn geweest en werd afgesloten aan de Vismarkt.

De bijzonder enthousiast gids wist ons te boeien met verhalen over het Vleeshuis dat zijn huidige middeleeuwse look pas gekregen heeft na de eerste Wereldoorlog , over Anneke Faes, een veertienjarig meisje uit Nijlen dat 8 maanden heeft opgesloten gezeten in de Gevangenepoort, over de Lierse Kant die je kan bewonderen in de kapel van het Godshuis en over Zuster Agnès, niet het restaurant maar wel het laatste Begijntje dat tot halfweg de jaren ’80 van de 20ste eeuw in het Begijnhof heeft gewoond.

Ook het huwelijk tussen Filips de Schone en Joanna van Castilië (waanzinnige Joanna), de ouders van de latere Keizer Karel V kwam ter sprake en uiteraard ook de legende van de Schapenkoppen, de bijnaam van de Lierenaars.

Volgens de legende is de naam schapenkoppen ontstaan in de 14de eeuw. Hertog Jan II, Hertog van Brabant en Limburg, wilde de Lierenaars bedanken voor hun bijdrage aan de strijd tegen de Mechelaars. Ze mochten kiezen uit twee beloningen voor de stad: een universiteit of een veemarkt.

De Lierenaars kozen voor het stapelrecht op vee. Een keuze die Lier geen windeieren legde, omdat er per regio maar één stad zo’n recht werd toegestaan. Prompt verhuisde de veemarkt die tot dan in Wespelaar was gevestigd op bevel van de Hertog naar Lier. Hertog Jan II zou daarbij al zuchtend gezegd hebben: “O, die schapenkoppen”.

De universiteit, de beloning die Lier links liet liggen, ging uiteindelijk naar Leuven. Hiermee kreeg Leuven in 1425 de eerste universiteit in de Lage Landen.

Een bezoekje aan Lier met een stadgids ? Ik kan het iedereen aanraden.

Rivierenhof

Het weekend werd vrijdagavond ingezet met Belpop Bonanza Superstar in CC De Zwanenberg. In deze voorstelling van bijna 2 uur wisten Jan Delvaux ons (alweer) te boeien met anekdotes en verhalen.

Zaterdag werd er zoals gewoonlijk flink in de tuin gewerkt om dan ’s avonds naar een fuif te gaan van een collega van Conny die, net als ik later dit jaar, overstappen op tram 6.

Vandaag ging het er iets rustiger aan toe.

Carine, ex-collega, ex-roparunner en al jaren vriendin, organiseerde met Fotoklub 72 hun jaarlijkse Foto- en Digisalon in het Districtshuis van Deurne. En laat dat Districtshuis nu net aan de ingang van het Rivierenhof liggen. Dan combineer je toch die twee zeker?

Het Rivierenhof is met zijn 132 ha het grootste park van de stad Antwerpen.

De naam die ooit “’t Goed ter Rivieren” was, verwijst naar de aanwezigheid van de door het park meanderende rivier de Grote Schijn (dikwijls “het Groot Schijn” genoemd) en de vijvers die daardoor zijn ontstaan, alsmede naar de nabijgelegen Herentalse Vaart.[1] Het domein werd in de 16e eeuw aangelegd als buitenverblijf. Van 1618 tot 1773 was het eigendom van de jezuïeten. Op het domein bevindt zich nog een gedenksteen hieraan uit 1735: de “jezuïetensteen”. Dit is een brokstuk van de vroegere Ignatiuskerk in Antwerpen (nu de St.-Carolus Borromeuskerk), die in 1718 door een bliksem werd getroffen en afbrandde. In 1773 werd de jezuïetenorde opgeheven.

In 1776 werd het domein openbaar verkocht en kwam het in handen van de bankier Jan Baptist Cogels die het oude kasteel van de Jezuïeten liet afbreken en vervangen door een toen modern kasteel. Twee jaar later, in 1778, kocht hij ook het kasteel Sterckshof, dat naast het domein lag. Nadien ging het domein over naar de zoon Albert Cogels en vervolgens naar diens zoon Georges Cogels. In 1889 werd het domein openbaar verkocht en toegewezen aan Louisa Bosschaert – Cogels.

In 1921 werd het domein onder impuls van provinciegriffier J. Schobbens gekocht door de Provincie Antwerpen, die het vanaf 1923 openstelde voor publiek. (Bron Wikipedia)

Het werd een mooie wandeling en ook de foto’s van de tentoonstelling mochten worden gezien. Al waren sommige foto’s naar mijn smaak net iets teveel bewerkt. Bijlichten, bijkleuren, bijsnijden … dat is geen probleem. Maar knippen en plakken en spiegelen en zo … dat hoeft voor mij niet.

Park Vordenstein

De voorspellingen gaven aan dat het pas in de namiddag zou beginnen regenen. Daarom zijn we deze voormiddag naar Schoten gereden om te gaan wandelen. Enkele van moeders kaartvriendinnen hadden haar dat aangeraden en dan doen we dat hè.

We zouden de rode wandeling doen in het Vordensteinpark. 3,5 km kan moeder best nog wel af. Het bleken er achteraf zelfs 4,25 km te zijn.

Vordensteyn ontstond in de 14de eeuw na het samensmelten van twee leenhoven, het Hof van der Katen en het Hof van de Werve, respectievelijk afhangend van de heren van Schoten en de heerlijkheid van Villers. In 1552 was er voor de eerste maal sprake van een stenen huis. Het kasteel veranderde in de loop der tijden verscheidene malen van uitzicht en werd uiteindelijk in 1946 gesloopt. Het omringende park, de bijgebouwen en enkele vazen van de vroegere parterres zijn bewaard gebleven. Het bosgedeelte werd ontworpen in Franse barokstijl met rechte dreven en assen. Later werd een gedeelte heringericht volgens de Engelse landschapsstijl met afwisselend open grasvelden, vijvers en boomgroepen.

In het park bevindt zich ook de oranjerie, gebouwd rond 1800 in een neoclassicistische stijl. Deze oranjerie en de omringende tuinen hebben nu een educatieve functie waar de vzw Tuinpunt regelmatig tentoonstellingen, workshops en andere evenementen organiseert. De oranjerie is geklasseerd als beschermd erfgoed. (Bron : Wikipedia)

Bij nazicht bleek trouwens dat we daar ruim 3 jaar geleden ook al waren geweest.

Plattegrond van het park:

Foto’s van het park :

De Averegten

Het was weer een drukke week. Ook al omdat ik woensdagavond met mijn moeder naar CC ’t Schaliken in Herentals ben gegaan voor een concert van The Very Big Band met gast Jef Neve. Dat was eigenlijk een last minute beslissing want ik wist pas vorige week af van dit concert. Ik had eerlijk gezegd geen idee wat we mochten verwachten maar ik hou wel van big band muziek. Het gebeurt wel dat mijn thuiswerkdag wordt opgevrolijkt door Glenn Miller, Duke Ellington, Benny Goodman en anderen.

Ook zaterdag stond er muziek op het programma. Na een dagje hard werken in de tuin in Peulis trokken Conny en ik naar Vorselaar voor het jaarorkest van de Koninklijke Harmonie Verbroedering. 70 muzikanten op een podium met een energieke dirigent, dat stelt zelden teleur. Ook deze keer weer niet maar het duurde wel lang. Het was net middernacht gepasseerd toen we terug in Peulis waren.

Vandaag hebben we dan een bezoekje gebracht aan Provinciaal Domein De Averegten in Hallaar. Een geweldig park om te joggen maar wandelen kan natuurlijk ook. We hadden gehoopt om er lammetjes te zien maar die waren er nog niet. Er waren wel enkele piepjonge geitjes en die waren zeker even snoezig.

De Jutse Plassen

Na een zaterdag werken in de tuin was er op zondag tijd voor wat ontspanning (al is werken in de tuin op zich ook wel een vorm van ontspanning).

We namen de fiets om van Peulis naar de Jutse Plassen te fietsen.

De Jutse Plassen zijn een kunstmatig aangelegd waterbekken en retentiegebied in de Lierse deelgemeente Koningshooikt, via watergangen en sluizen aangesloten op de nabijgelegen Itterbeek. Het gebied is gelegen op de grens met de gemeente Putte, en beschermt de omliggende gemeenten tegen wateroverlast bij overvloedige regen.

Het is een provinciaal overstromingsgebied van ruim 11 hectare 30 are (113.000 m2) groot, dat 100.000 kubieke meter water kan opvangen. Het bestaat uit twee grote plassen en enkele kleinere amfibiepoelen. Ook een bos van 2,7 hectare behoort tot het overstromingsgebied. Dit loopt enkel uitzonderlijk onder water. Het gebied is afgezoomd met aarden dijkjes, en een wandelpad van 1,6 km. Het pad, met enkele rustbanken, is toegankelijk vanuit de Putsesteenweg, en sluit aan bij een ruimer netwerk van wandelpaden in de streek. In opdracht van het Regionaal Landschap Rivierenland werd op 17 juni 2023 een vogelkijkhut opengesteld.

De naam “Jutse Plassen” is afgeleid van “Jut”, een verkorte vorm van “Koningsjut”, de volkse benaming van Koningshooikt.