Het heeft precies lang geduurd dit jaar maar eindelijk zijn we op vakantie vertrokken. De snipperdagen die we al opgenomen hebben dit jaar zijn allemaal opgegaan aan werken.
Maar vanochtend zijn we dan toch richting zuiden vertrokken. Eerste stopplaats is Saint Malo vanwaar we dan de oversteek maken naar Jersey.
De eerste dertig kilometer waren de lastigste. Bijna het volledige stuk van de Brusselse Ring dat we moesten doen hebben we in file gestaan. Eens die hindernis genomen ging het probleemloos verder over de Franse snelwegen. Af en toe eens moeten stoppen aan de péage en ook de nodige koffie- en rustpauzes genomen en rond 17u waren we in Saint Malo.
Hier laten we de auto op de parking staan en morgenvroeg nemen we dan met de fiets de ferry naar Saint Helier om een paar dagen het kanaaleiland te verkennen.
Broer is weer een paar maanden onderweg met de fiets en dan ga ik wel eens kijken of er post is.
Nu woont broer wel eindje weg van de Kempen namelijk in de Westhoek en meer bepaald in Ieper.
Da’s een eindje rijden en dan probeer je dat te combineren met iets anders. Vandaag was dat “iets anders” een bezoekje aan het Deutscher Soldatenfriedhof in Vladslo en Tyne Cot Cemetery in Passendale.
In Vladslo liggen 25.644 gesneuvelde soldaten waaronder ook Peter, de zoon van Käthe Kollwitz. Zij maakte de granieten beelden van het Treurend ouderpaar. Peter had vrijwillig dienst genomen als musketier en was op 23 oktober 1914 in het naburige Esen gesneuveld. Zijn graf ligt vlak voor het treurende ouderpaar. Het originele grafkruisje van Peter Kollwitz staat in het In Flanders Fields Museum.
In het beeldenpaar heeft Käthe Kollwitz een gebeiteld portret gemaakt van zichzelf en haar man Karl. De gescheiden beelden beleven hun verdriet elk voor zich. De knielende vader staart naar het graf van zijn zoon en heeft de armen voor de borst gekruist. De moeder is afgebeeld met gebogen hoofd en heeft haar hand in haar nek gelegd, alsof ze een kind wiegt. Er is geen spoor van trots over de gevallen held of dank voor het gebrachte offer. In hun rouw en gemis lijken de ouders zich vooral het verwijt te maken dat ze hun kind naar de oorlog hebben laten gaan. De nazi’s beschouwden de kunst van Käthe Kollwitz dan ook als “ontaard”.
Op Tyne Cot Cemetery vonden 20.326 soldaten hun laatste rustplaats. Er liggen meer gesneuvelden begraven dan op elke andere Britse militaire begraafplaats op het Europese vasteland.
Er liggen 8.963 Britten (waaronder 6.627 die niet geïdentificeerd konden worden), 1.369 Australiërs (waaronder 791 ongeïdentificeerde), 1.011 Canadezen (waaronder 560 niet-geïdentificeerde), 520 Nieuw-Zeelanders (waaronder 322 niet-geïdentificeerde), 90 Zuid-Afrikanen (waaronder 66 niet geïdentificeerde) en een geïdentificeerde en drie niet-geïdentificeerde Duitsers. Onder de geallieerde slachtoffers zijn ook een Zwitser, drie Japanners en zestien Amerikanen.
Druk, druk, druk en werk, werk, werk en regen, regen, regen en geen zin om te bloggen.
Dat is zowat de samenvatting van de afgelopen weken.
Het is dus niet zo dat we de afgelopen weken niets hebben gedaan, in tegendeel, maar eigenlijk niets dat de moeite waard is om over te schrijven.
Vandaag was het weer dan gelukkig nog wel eens deftig genoeg om een fietstochtje te maken. We kozen voor een tochtje via de Nete naar het Zennegat. Op de terugweg zouden we dan een stop maken in Mechelen want daar was het “Riddermarkt”.
Viel dat even tegen zeg. Het begon al bij de lunch. Een half uur moeten wachten op een zielige bagel met een verwaarloosbaar slaatje, dat had veel beter gekund. Niet dat de meisjes van slechte wil waren of zo. Ze deden echt wel hun best. Ik denk gewoon dat ze onvoldoende opleiding hadden gekregen en aan hun lot werden overgelaten door een ongeïnteresseerde eigenaar.
En dan de “Riddermarkt met randanimatie” … Daar kunnen we ook heel kort over zijn. Dat stelde helemaal niets voor. Een paar kraampjes op de Markt, niet het vermelden waard, een troubadour, twee soldaten, een edelman en edelvrouw en een koppel dat er soms naast speelde op den Bruul.
Morgennamiddag trek ik terug naar Mechelen voor een teambuilding, hopelijk valt die beter mee. Dan gaan we Mechelen verkennen op een step.
Dat is trouwens het begin van de laatste week vóór we er even de blok op leggen om op vakantie te gaan. Het aftellen kan nu echt beginnen (al licht er voor ons beiden nog een stapel werk die weg moet).
Een impressie van de fietstocht: Knooppunten 44 – 12 – 43 – 91 – 56 – 55 – 51 – 52 – 94 – 97 – 57 – 64 – 46 (vertrek aan het Kasteel van Zellaer)
Alweer een verlengd weekend achter de rug en alweer was het vrij goed gevuld.
De wandeling die in afgelopen vrijdag in Gestel had gepland met moeder viel bijna letterlijk in het water. Toen we van het pittoreske dorpsplein van Gestel naar de Nete wilden stappen versperden plassen en modder ons de weg. Op mijn eentje had ik er misschien nog wel doorgesparteld maar iemand van bijna 90 doe je dat niet aan.
Vrijdagavond gingen Conny en ik, voor de voorlaatste keer dit seizoen naar CC De Zwanenberg in Heist op den Berg. Daar waren te gast bij Arnout van den Bossche die ons ruim anderhalf uur op zijn typische wijze slimmer heeft gemaakt met betrekking tot coaches. Toch straf hoe een man een hele zaal weet te boeien met een eenvoudige flipchart.
Zaterdag was het dan weer tijd voor een dagje tuinonderhoud. Ik schat dat we nog zo’n 32 zaterdagen werk hebben en dat we dan eindelijk kunnen beginnen aan een nieuw jaar.
Gisteren was er wel tijd voor ontspanning. Eerst met een bezoekje aan Leuven voor een 3x3x3 wandeling van Lots of Leuven. Zij organiseren elke 3de zaterdag van de maand om 3 u in de namiddag een wandeling van 3 kwartier omtrent een bepaald stuk van Leuven. Gisteren was dat de Bondgenotenlaan, vroeger gekend als de Stoosestroot. Heel leuk, heel onderhoudend en heel zeker voor herhaling vatbaar.
’s Avonds zijn we dan nog even naar Mechelen gereden. Ik was op zoek naar een locatie om iets te eten voor tijdens de teambuilding van mijn nieuw team en de Sava, een tapasbar op de markt zou volgens Conny heel geschikt zijn. Ik heb echter weinig tot geen ervaring met tapas dus zijn we dat eens gaan proberen. Ik ga het zeker voorstellen als optie.
Ook vandaag was er tijd voor ontspanning. De fietsen gingen op de fietsendrager om een kleine 20km van Peulis te gaan fietsen, meer bepaald naar Rumst. We hebben een Lannoo/knooppunter-gist “Fietsen langs het water” en nummer 04 uit dat boek stuurt je op verkenning door de Rupelregio.
De Rupel is een unieke rivier. Ze heeft geen bron maar ontstaat door de samenvloeiing van Nete en Dijle in Rumst. Nauwelijks 12 kilometer verder mondt ze uit in de Schelde. Je fietst dan ook bijna de volledige lengte van de Rupel.
Je passeert Terhagen, Boom, Hellegat en Niel om dan via de Schelde Hemiksem te bereiken. Onderweg zie je uiteraard veel water maar ook de teloorgegane industrie van onder andere Noevere.
In Hemiksem verlaat je het water om via Aartselaar, Boom en Reet terug naar Rumst te fietsen. Op dat deel passeer je ook Kasteel Cleydael.
Verkenning van de Rupelregio uit het Knooppunterboek “Fietsen langs het water in Vlaanderen” van uitgeverij Lannoo (of volg de knooppunten 50-26-28-29-34-30-70-32-17-18-25-24-23-22-50)
Het is weer voorbij gevlogen, dat verlengde weekend. Extra verlengd in mijn geval want afgelopen woensdag een extra snipperdagje genomen om met moeder naar Scherpenheuvel en naar het Arboretum van Wespelaar te gaan.
Dat arboretum is enkel open op woensdag en zondag dus zo vaak hebben we de kans niet om daar eens naartoe te rijden. Het was zeker de moeite waard maar het was ook vermoeiend. Een deel van het park is behoorlijk zompig en dus heel lastig om te stappen.
Donderdag waren Conny en ik, volgens jaarlijkse traditie, klaar voor de wandel- en fietsdag van KWB Peulis. Groot was onze verbazing toen we voor een gesloten deur stonden. Blijken die toch wel de dag te hebben verplaatst naar de zondag na Hemelvaart zeker in plaats van Hemelvaartdag zelf.
We zijn dan maar naar Gestel gefietst om in de Klappeistaak lekker te gaan eten 😉. Een kleine 50km op de teller.
Vrijdag zijn we dan naar Vorselaar gereden om een vervroegde moederdag te vieren. De “echte” is wel pas op 15 augustus maar af en toen ben ik ook commercieel. Lekker gaan eten in De Comme in Oostmalle en mooi gewandeld in Vorselaar.
Zaterdag was het dan tijd om nog eens in de tuin te werken. Dat was ook hoog nodig.
Om het weekend af te sluiten zijn we vandaag terug naar de Parochiezaal van Peulis te fietsen. Deze keer waren we niet alleen. Het was aangenaam fietsen maar er stond toch meer wind dan verwacht. Ok deze keer was de tocht goed voor 50 km.
Vroeger zeiden ze bij ons in de Kempen wel eens dat Jezus “ne socialist” was want op 1 mei was het altijd goed weer en met Pasen dikwijls rotslecht.
Gisteren hadden ze in ieder geval gelijk. Het was zalig weer om de fietsen. Deze keer hadden we de fietsen even op de fietsendrager gezet om dan een tiental kilometer verder, in Haacht, te vertrekken voor een tochtje van zo’n 40 km.
Die 10 kilometer maakt wel veel verschil. Je zit immers direct in een andere omgeving. Bovendien kan je in Haacht de auto achterlaten op Parking De Lombaarden waar er altijd wel een plaatsje is.
We vertrokken richting Wespelaar om dan via Buken en Winksele naar Herent te fietsen waar het tijd was voor een koffiepauze.
Via het Kanaal Leuven-Dijle, waar de die mooie toren van Remy passeerden bereikten we Wijgmaal. Daar was het tijd om onze “bokes” op te eten.
Door het Wijgmaalbroek ging het naar Rotselaar en Wakkerzeel. Van daar was het dan niet ver meer naar Haacht.
De fietstocht afsluiten met een kopje koffie bleek niet zo eenvoudig. Het was er ook markt en alle terrasjes zaten afgeladen vol. Dan maar koffie uit een bekertje op een bankje. Maar het was wel heel lekkere koffie.
1 mei was trouwens ook een (laatste?) wisselpunt in mijn carrière. Bijna 20 jaar geleden maakte ik, na 20 jaar dossierbeheer te hebben gedaan, de overstap Process & Change Management Life, zeg maar de brug tussen IT en Afdeling Beheer. Met nog een paar jaar te gaan vond ik dat ik beter tot mijn recht zou komen bij Beheer en heb ik terug de overstap gemaakt. De cirkel is rond.
Toch wel een beetje een raar gevoel. Enerzijds voelt het aan als thuiskomen, anderzijds laat ik een mooie thuis achter.
In de praktijk verandert er niet veel. Ik ben gewoon van de warme kant van het verdiep verhuisd naar de koelere kant van het verdiep.
De fietstocht : knooppunten 83 – 29 – 27 – 28 – 97 – 87 – 88 – 95 – 38 – 93 – 31 – 35 – 30 – 72 – 26 – 99 – 23 – 83. Parking de Lombaarden ligt tussen knooppunt 83 en 29, vlakbij de route.
Afgelopen woensdag had ik een halve snipperdag met de bedoeling nog eens naar het Arboretum van Wespelaar te gaan maar het grillige weer liet dat niet toe.
Ook vandaag leek het niet te lukken maar na de middag klaarde het toch op en zat een wandeling er wel in.
Daarvoor trokken we naar Oelegem naar het Provinciaal Domein Vrieselhof.
De naam “Vrieselhof” gaat terug op Jan van Vriesele, een edelman uit Kontich die rond 1300 ongeveer 24 bunders grond kocht in Oelegem (ongeveer 32 ha).Hij gaf de grond als bruidsschat voor zijn dochter. Meer gegevens uit die tijd zijn niet bekend. In 1450 werd een belangrijke hoeve met heerlijke rechten vermeld op het domein, dat bossen, heide en moerasgebied omvatte. In 1457 was er sprake van een “ridderlijk hof, geheten ’t hof van Vriesele”. De eigenaar, Matheeus van Steenbergen, kreeg toen van Filips de Goede, de hertog van Bourgondië toestemming om aan zijn hof een laathof op te richten. Dit was een lagere rechtbank waar een meier kon oordelen over plaatselijke geschillen. In 1495 erfde Josine van Steenbergen het domein. Toen werden voor het eerst hofgrachten vermeld.
Vanaf 1509 hadden leden van de familie van Halmale het domein in bezit. De laatste telg, Alfons-Ignace van Halmale stierf kinderloos in 1788. Daarna kwam het kasteeldomein in handen van Charles-Ignace d’Oultremont en zijn vrouw Anne-Henriette de Neuf. Deze laatste had toch nog banden met de familie van Halmale: haar grootmoeder was Barbara Anna Philippa van Halmale (dochter van Alexander Jozef van Halmale, die eveneens burgemeester van Antwerpen was). Voor de nieuwe erfgenamen was het kasteel een buitenverblijf waar ze weinig verbleven.
In de 19e eeuw gebeurden er restauratiewerken aan het kasteel. Het nabijgelegen koetshuis met stalling dateert van 1877.
In 1910 werd graaf Louis de Brouchoven de Bergeyck eigenaar van het geheel. Hij liet het oude kasteel herbouwen in neo-Vlaamse-renaissancestijl met trapgevels, speklagen en hoektorens, maar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog lieten de Belgische troepen het kasteel om strategische redenen afbranden op 7 oktober 1914.[4] Tussen 1917 en 1919 werd het huidige kasteel herbouwd in dezelfde stijl als het pas recent gebouwde, verwoeste kasteel. In 1974 werd het kasteel en het bijhorende domein door de kleinkinderen van Louis de Brouchoven de Bergeyck verkocht aan de provincie Antwerpen. (Bron : Wikipedia)
Je kan er kiezen tussen drie wandelingen : een rode (1,5km), een blauwe (2km) en een zwarte (3km). Ik koos echter voor een knooppuntenwandeling die voor een deel overeenkomt met de zwarte (Knooppunten 71 – 20 – 72 – 6 – 5 – 8 – 71, vertrek aan de parking).
Na zaterdag van alweer hard werken in de tuin (weer een veldslag tegen het onkruid gewonnen maar het einde van de oorlog is nog niet in zicht 😉) haalden we vandaag de fietsen van stal voor wat ontspanning.
Ik had gezien dat er op de Grote Markt van Lier een Rommel- en Brocantemarkt werd georganiseerd. Bovendien was er vandaag ook de viering van het Lierse Vlaaike.
Het Liers vlaaike is een klein kruidig gebakje op basis van kandijsiroop en vier kruiden dat volgens een specifiek (geheim) recept gebakken wordt. In 1999 werd in de stad Lier de “Orde van het Liers vlaaike” opgericht, met als doelstelling het bewaren en bewaken van de kwaliteit van het Liers vlaaike, welke tevens het recept ervan bewaart. Op 25 januari 2007 werd het Liers vlaaike door het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing officieel erkend als Vlaams streekproduct. Op 9 december 2013 kreeg het Liers vlaaike van de Europese Commissie de status van beschermde geografische aanduiding.
En het is om de verjaardag van die Europese erkenning te vieren dat vandaag de Peter en Meter van het Vlaaike werden gehuldigd. De burgemeester werd Peter en Britt Fierens werd, als kleindochter van oud-bakker én voorzitter van de orde, meter van het Vlaaike. Er werden gratis Vlaaikes uitgedeeld. Ik heb niet duren zeggen dat ik dat absoluut niet lust (maar ik heb er wel vriendelijk voor bedankt).
Toen we onze koffie aan ’t drinken waren op de Grote Markt werden we ook nog verblijdt op een doedelzakconcertje.
Nog een kleine wandeling om op het Zimmerplein onze fiets te gaan halen en we konden vertrekken. Nog even spanning toen we daar zagen hoe de politie een vrij beschonken man in boeien wist te slagen.
De fietstocht ging langs de Nete naar Berlaar en vandaar verder naar Putte en Peulis.
Een heel geslaagde dag dus zeker omdat ik op de Rommelmarkt zelf voor een prikje een paar Sjors & Sjimmie boeken heb kunnen kopen.
Het was weer een drukke werkweek, vooral dinsdag was met een twee uur durende rit naar huis bijzonder druk.
Het was dan ook fijn om vandaag niet te moeten werken. In de plaats daarvan ben ik nog eens op stap geweest met moeder. Vandaag kozen we voor Oostmalle waar we in het Domein de Renesse met zijn mooie kasteel eerst een wandeling zouden doen om daarna even verder in De Comme te gaan eten.
De oorspronkelijke burcht werd in de 15e eeuw gebouwd door Willem van Berchem. In 1542 werd deze burcht verwoest door Maarten van Rossum. Jan van Renesse bouwde enkele jaren later het huidige kasteel en de bijgebouwen. Bouwmeester was Hendrik Lambrechts. Heel wat belangrijke personen kwamen er op bezoek, zoals keizer Karel V, Willem de Zwijger en Margaretha van Parma.
De daaropvolgende eeuwen werd het kasteel meermaals geplunderd en gebruikt als verblijfplaats voor strijdende troepen. Ten slotte raakte het in verval. In 1793 werden het opperhof en de hoeve afgebroken.
In 1830 verdween de familie de Renesse uit het kasteel: graaf Clément de Renesse-Breidbach verkocht het geheel aan burggraaf Leonard du Bus de Gisignies. Deze liet de dienstgebouwen ombouwen tot een landhuis. Hij breidde het gehele domein ook uit en liet in het park een Engelse tuin aanleggen. Onder meer de mammoetbomen werden toen aangeplant. Zijn zoon Bernard Amé du Bus de Gisignies en kleinzoon Bernard du Bus de Gisignies beheerden het domein verder. Bernard du Bus de Gisignies werd burgemeester van Oostmalle. Zijn dochter Isabelle huwde in 1896 met graaf Maximilien de Renesse-Breidbach. Zo kwam het kasteel terug in handen van de familie de Renesse.
In 1920 werd het kasteel gerenoveerd in Vlaamse neorenaissancestijl. In 1941 werd een deel van de westelijke vleugel stuk gebombardeerd door de Britten. Dit deel werd niet gerestaureerd.
Later werd graaf Thierry de Renesse eveneens burgemeester van Oostmalle. Na zijn dood in 1973 begonnen onderhandelingen over de aankoop van het kasteel door de gemeente. In 1983 kocht de gemeente het kasteel en een deel van het domein. Het Vlaams Gewest kocht de resterende 33 hectare. In 1985 werd het beheer van het kasteel en het hele domein overgedragen aan de speciaal daarvoor opgerichte vereniging zonder winstoogmerk Domein de Renesse. Sinds 1982 is het kasteel beschermd als monument. (Bron : Wikipedia)
Na de wandeling was het wel even zoeken om een plaats te vinden waar we konden eten want behoorlijk wat zaken gesloten deze middag. Uiteindelijk zijn we bij de Koffie & Moor in Lille gestopt.
Het eerste “echte” lenteweekend en wat hebben wij op de eerste dag daarvan gedaan? Gewerkt. Hard gewerkt zelfs. Het terras was immers toe aan een grondige poetsbeurt na een lange donkere en natte winter.
Maar vandaag is er niet gewerkt. ’t Is te zeggen, niet in de tuin noch in of rond het huis. Op de fiets daarentegen wel. Werken om vooruit te geraken. Want er stond wind, bijwijlen zelfs heel veel wind.
Ik had een knooppuntentochtje uitgestippeld naar Provinciaal Domein De Averegten in Hallaar : 1 – 37 – 36 – 35 – 39 – 39 – 17 – 18 – 52 – 38 – 29 – 93 – 77 – 78 – 79 – 92 – 19 – 2 – 2 – 26 – 1 (46 km).
Het eerste stuk richting de Averegten was rustig fietsen. De weg mocht hier en daar wat beter zijn maar verder aangenaam fietsen. We kwamen onderweg wel twee omleidingen tegen, de eerste (tussen KP 17 en KP 52) heel duidelijk aangegeven met omleidingsbordjes. De tweede omleiding was niet aangegeven maar was ook maar een paar honderd meter omrijden.
In de Averegten was het behoorlijk druk, zeker aan Het Boshuis waar een een drankpauze namen. Ons geduld werd daar wel op de proef gesteld (en de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik op dat gebied niet van de sterktste ben). Op één of andere manier slaagde de garçon erin om ons compleet te negeren. Andere tafels werden wel geholpen maar wij dus niet. Gelukkig was het niet echt persoonlijk want achter ons zaten nog twee mensen hopeloos te wachten om hun bestelling door te geven. We hebben uiteindelijk maar via de QR-code besteld en 5 minuten later stond ons drinken op tafel.
De terugweg was minder rustig. Het was sowieso drukker maar er was ook veel wind, heel veel wind. En dan lag “den Berg” van Heist en Beerzelberg nog op de route.
Afin, we waren content toen we na 46 km terug op ons proper terras konden gaan zitten.