Het was weer een drukke week. Ook al omdat ik woensdagavond met mijn moeder naar CC ’t Schaliken in Herentals ben gegaan voor een concert van The Very Big Band met gast Jef Neve. Dat was eigenlijk een last minute beslissing want ik wist pas vorige week af van dit concert. Ik had eerlijk gezegd geen idee wat we mochten verwachten maar ik hou wel van big band muziek. Het gebeurt wel dat mijn thuiswerkdag wordt opgevrolijkt door Glenn Miller, Duke Ellington, Benny Goodman en anderen.
Ook zaterdag stond er muziek op het programma. Na een dagje hard werken in de tuin in Peulis trokken Conny en ik naar Vorselaar voor het jaarorkest van de Koninklijke Harmonie Verbroedering. 70 muzikanten op een podium met een energieke dirigent, dat stelt zelden teleur. Ook deze keer weer niet maar het duurde wel lang. Het was net middernacht gepasseerd toen we terug in Peulis waren.
Vandaag hebben we dan een bezoekje gebracht aan Provinciaal Domein De Averegten in Hallaar. Een geweldig park om te joggen maar wandelen kan natuurlijk ook. We hadden gehoopt om er lammetjes te zien maar die waren er nog niet. Er waren wel enkele piepjonge geitjes en die waren zeker even snoezig.
Na een zaterdag werken in de tuin was er op zondag tijd voor wat ontspanning (al is werken in de tuin op zich ook wel een vorm van ontspanning).
We namen de fiets om van Peulis naar de Jutse Plassen te fietsen.
De Jutse Plassen zijn een kunstmatig aangelegd waterbekken en retentiegebied in de Lierse deelgemeente Koningshooikt, via watergangen en sluizen aangesloten op de nabijgelegen Itterbeek. Het gebied is gelegen op de grens met de gemeente Putte, en beschermt de omliggende gemeenten tegen wateroverlast bij overvloedige regen.
Het is een provinciaal overstromingsgebied van ruim 11 hectare 30 are (113.000 m2) groot, dat 100.000 kubieke meter water kan opvangen. Het bestaat uit twee grote plassen en enkele kleinere amfibiepoelen. Ook een bos van 2,7 hectare behoort tot het overstromingsgebied. Dit loopt enkel uitzonderlijk onder water. Het gebied is afgezoomd met aarden dijkjes, en een wandelpad van 1,6 km. Het pad, met enkele rustbanken, is toegankelijk vanuit de Putsesteenweg, en sluit aan bij een ruimer netwerk van wandelpaden in de streek. In opdracht van het Regionaal Landschap Rivierenland werd op 17 juni 2023 een vogelkijkhut opengesteld.
De naam “Jutse Plassen” is afgeleid van “Jut”, een verkorte vorm van “Koningsjut”, de volkse benaming van Koningshooikt.
Na een wandelloos weekend vanwege werken in de tuin en familiale verplichtingen was er vandaag ruimte voor een uitstapje met moeder.
Het is altijd moeilijk om een bestemming te kiezen waar we een korte wandeling kunnen maken en we ook smakelijk kunnen eten.
Toen ik gisteren iets zag passeren in de krant over het Arboretum in Kalmthout waar niet alleen de kerselaars in bloei staan maar waar ook vele magnolia’s vroeger dan normaal beginnen open te komen, was de keuze rap gemaakt.
En wanneer we in Kalmthout zijn (we gaan toch wel een paar keer per jaar naar ginder) dan gaan we altijd eten in de Heihoeve, de buren van Hotel Jerom aan de ingang van de Kalmthoutse Heide.
Op de terugweg een ommetje via het IJssloeberke in Tielen en meer moet dat niet zijn.
De afgelopen week heb ik trouwens ook een bijzondere gast gehad in de boom waar ik op uitkijk tijdens het thuiswerk. In deze tijd is het er een drukte van jewelste met vogels die er een nest bouwen. Maar deze knaap kwam gewoon even langs.
Na een paar dagen klusjes uitvoeren kon er vandaag weer worden gewandeld.
Conny had op de Instagrampagina van Staycation een wandeling gevonden in Hingene: de Stiltewandeling van een dikke 6km.
Wij dus naar Hingene waar we de auto achterlieten aan het Provinciaal Domein waar ook het Kasteel d’Ursel zich bevindt.
Het kasteel was gedurende meer dan 350 jaar het zomerverblijf van de hertog van Ursel en zijn familie, naast hun hoofdresidentie in Brussel. Het omwald buitengoed in Hingene kwam in 1608 in het bezit van Conrad Schetz, naast het omwald goed reikte de gronden tot aan de boorden van de Schelde. Hij liet het landgoed verbouwen tot een groot zomerverblijf. In 1761-1765 liet diens achterkleinzoon, intussen hertog Karel van Ursel van het Huis Ursel, het kasteel verbouwen door Giovanni Niccolò Servandoni tot zijn huidige neoclassicistische vorm. Ook werd aan de Schelde een jachtpaviljoen gebouwd aan de dijk, en de tuinen aangelegd in Franse stijl, die later evolueerde tot een Engelse Landschapstuin en arboretum. (Bron : Wikipedia)
De wandeling zelf vertrekt aan Estaminet In d’Oude Poort en gaat richting de Schelde. Onderweg kom je een paar standbeelden tegen van de Zaaier en van Donatus Kwik (een figuur uit het boek “Het Goudland” van Conscience). Er is ook een herdenkingsoord aan Pastoor Huveneers, geestelijk leider van de Brigands in de Boerenkrijg.
Daarna loop je een tijdje over het jaagpad om dan door de Oudbroek- en Schellandpolder terug naar HIngene te stappen. Een rondje rond het kasteel brengt een kilometer extra op. Aan het kasteel kregen we ook nog een extraatje : enkele re-enacters waren op training.
Na een voormiddagje werken in de tuin was er gisterennamiddag nog tijd voor een fietstochtje. Niet te ver want we werden ’s avonds nog in CC Zwanenberg in Heist op den Berg verwacht.
We vertrokken aan knooppunt 1 in Peulis. Van daar ging het via Sportcentrum Berentrode in Bonheiden en achter het Ziekenhuis Imelda naar Cassenbroek.
Dit natuurgebied tussen Bonheiden en Rijmenam lag er bijzonder nat bij. Gelukkig hadden we voor de fiets gekozen want het wandelpad dat we daar al eens durven volgen leek volledig blank te staan.
In Rijmenam namen we het jaagpad langs de Dijle tot aan de Hansbrug in Haacht. Via Keerbergen ging het richting Grasheide om van daar naar Putte te fietsen en via de Schaapstraat (de tofste afdaling in de buurt) verder naar het startpunt. Er stonden bijna 35 km op de teller.
’s Avonds werden we dan in de Zwanenberg verwacht voor de theaterversie van de Volksjury. Voor hen die ze niet kennen, De Volksjury is een razendpopulaire podcast van Laura Scheerlinck en Silke Vandenbroeck die maandelijks 375.000 luisteraars heeft. Sinds 2017 vertellen de twee dames elke twee weken het waargebeurde verhaal van een moordzaak uit binnen- of buitenland.
Nu brengen hun podcast naar het theater met 23 shows waarin ze niet opgeloste zaken naar voor brengen. Ze hebben zelf zo hun theorieën over wat er kan gebeurd zijn maar ook het publiek mag eigen theorieën naar voor brengen. Uiteindelijk wordt er dan door middel van kaartjes gestemd over de oplossing.
Hoewel ik zeker niet tot het doelpubliek hoor (dat zijn blijkbaar vrouwen tussen de 18 en 35 en dus geen venten van tegen de 60) was het best aangenaam. De muziek stond weliswaar veel te luid, het dansnummertje met deelname van het publiek had geen greintje meerwaarde en ik ben sowieso geen fan van actieve deelname aan voorstellingen maar toch was het amusant. De VRT was er trouwens en ik ben zelfs een paar seconden in beeld geweest.
Wij hebben trouwens mogen helpen met het oplossen van het mysterie van de Marie Célèste.
Gisteren is er nog gewandeld. Vandaag vonden we het een goed idee om de fietsen al eens van stal te halen.
Het eerste fietstochtje van het jaar moest niet te ver gaan. Ik had een tochtje van zo’n 35 km uitgestippeld dat ons via het centrum van Mechelen richting Zennegat zou brengen. Terugkomen deden we langs het kanaal en den Battel om zo via het Mechels Broek naar Muizen te gaan. In den Batteliek aan kp 95 kan je iets eten en/of drinken in een bijzondere omgeving.
De knooppunten : 1 – 70 – 46 – 44 – 99 – 57 – 57 – 97 – (94) – 95 – 58 – 64 – 64 – 64 – 46 – 70 – 1 (aan knooppunt 97 fiets je rechtdoor richting 94 maar aan het Zennegat rij je niet over de brug maar blijf je het kanaal volgen zodat je automatisch aan kp 95 uitkomt. Een paar kilometer extra maar die zijn wel heel mooi).
Maandag viel nog mee. Toen maakten we gebruik van een snipperdag om een bezoek te brengen aan Kunstuur in Mechelen : 1 uur, 27 kunstwerken, 27 verhalen. Echt wel een aanrader.
Dinsdag mocht ik dan nog eens op controle in het AZ Augustinus. Een halfuurtje in de MRI-scannner en een vijftal minuutjes bij de specialist om gelukkig te mogen vernemen dat mijn schwannoma Accoustica (het gezwelletje dat mijn gehoorzenuw aan de rechterkant volledig afknijpt) niet groter was geworden. Ik ga er niet beter van horen, dat ga ik langs rechts niet meer doen, maar zolang het ding niet groter wordt is er ook geen reden om te opereren.
Gisteren was er dan weer tijd voor ontspanning. We namen de auto naar Nijlen en lieten hem achter op de parking aan het zwembad. We wandelden door het Beekpark dat duidelijk te lijden had onder de zware regen. Het ene pad stond quasi volledig onder water. Op het einde van het park naar rechts de Katerstraat in om even verder links de Paashoekstraat in te wandelen. Die bleven we volgen tot we links de Laurys Gewatstraat in sloegen (volg de pijlen naar De Slappen Uier).
In plaats van rechtsaf naar de Slappen Uier te gaan gingen we rechtdoor naar de Netedijk. Die bleven we volgen tot we even voorbij het bruggetje over de Nete linksaf konden gaan richting waterzuiveringsstation (Heibloemstraat).
Zo kwamen we terug in de Katerstraat en via het Beekpark kwamen we terug aan de auto met ruim 5 km op te teller.
Een eerder korte wandeling maar wel quasi modderloos en dat is tegenwoordig ook al wat.
De dag werd afgesloten met een uurtje tuinwerk want daar moeten we stilaan ook wel aan beginnen.
De vrijdag was redelijk druk met een dagtrip naar Turnhout en Retie in gezelschap van moeder en tante en ’s avonds met Conny een bezoekje aan CC De Zwanenberg voor Smaak, een programma over verschillende smaken in combinatie met muziek met Jeroen De Pauw. Hierover later wel meer.
Omdat er morgen weer familiale verplichtingen en ook nog stripbeurs op het programma staan zijn we vandaag gaan wandelen. Uit de nieuwe Libelle-brochure “Wandelen in elk seizoen” kozen we een wandeling in Westerlo, Parel van de Kempen.
We lieten de auto achter aan de Toeristische Dienst, vlakbij de Sint Lambertuskerk. De wandeling vertrekt aan de kerk. Al snel zaten we aan Grote Nete die we een heel stuk zouden volgen.
We passeerden “het trammeke”. Het Trammeke aan de Lange Brug in het Riet is een oude mobiele dam die dienst deed als sluissysteem op de Grote Nete. Sinds 1999 is het als monument beschermd. Met het Trammeke kon men de velden bij droge periodes onder water zetten via een kanalensysteem. Tegelijkertijd kon ook met een duikersysteem de kasteelvijver gevuld en gespoeld worden.
Even verder zagen we aan de andere oever het Kasteel de Merode verschijnen. Dit was trouwens de eerste keer dat ik het zag zonder dat er een of ander event was.
Het kasteel kwam in 1484 in het bezit van de familie de Merode, die het nog steeds bewoont. De donjon van het kasteel werd door de heren van Wezemaal gebouwd. De juiste bouwdatum is onbekend, maar waarschijnlijk vond de bouw tijdens de tweede helft van de veertiende eeuw plaats. De massieve muren van de donjon hebben een dikte van 2,75 m.
De familie Merode is één van de 5 prinselijke families van de hoge Belgische adel. Zij verworven hun adellijke titel door een belangrijke rol te spelen in de geschiedenis van de Spaanse Nederlanden en tijdens de Belgische revolutie die tot het ontstaan van België leidde.
Na het oversteken van de grote steenweg kwamen we in het Kwarekken, een mooi natuurgebied waar de Nete doorheen meandert. Via de Asberg bereikten we het Gemeentehuis van Westerlo dat tot 1973 gekend was als het Nieuwe Kasteel of het Kasteel van Jeanne de Merode.
Het kasteel van gravin Jeanne de Merode of het Nieuw Kasteel in Westerlo werd gebouwd tussen 1909-1912 in neogotische stijl naar de plannen van architect Pierre Langerock. Het werd ontworpen als de woonplaats van één persoon: gravin Jeanne de Merode. Zij verbleef er met haar personeel van de lente tot de herfst. In de koude maanden woonde ze in Brussel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het kasteel door de Duitse bezetters opgeëist en moest de gravin het kasteel verlaten en terugkeren naar het oude familieslot. Na haar dood erfden de Zwartzusters-Augustinessen het kasteel. Zij baatten er met de hulp van het bisdom Antwerpen een tehuis voor bejaarde priesters uit. Nadien werd het aangekocht door de gemeente Westerlo en vanaf 1 juli 1973 diende het als gemeentehuis.
En zo kwamen we, na een tussenstop voor een heerlijke lunch terug aan de auto met 7 km op de teller.
Voor de vrijdagse uitstap met moeder (en vandaag ook tante) koos ik voor Turnhout en Retie.
Na de lunch in het bijzonder drukke Turnhout (gevolg van de afgesloten grensovergang op de E34)-reden we verder naar Retie.
Daar heb je in het Prinsenpark verschillende afgepijlde wandelingen. Wij kozen voor de blauwe wandeling van 3,10 km. Ik was wel mijn camera vergeten maar nu kon ik de kwaliteit van mijn nieuwe Samsung A34 eens proberen. En die valt best mee
Retiese Aart, Park van Retie, Prinsenpark… achter al deze benamingen schuilt een roemrijk verleden. Tot in de helft van de 19e eeuw bestond de Kempen vooral uit een onmetelijke heide. Deze woeste gronden, toen ‘De Aart’ genoemd, werden door de inwoners gebruikt om hun vee te hoeden. Ze gebruikten de heideplaggen als strooisellaag in de stallen en staken heizoden en turf als brandstof. Op een aantal panoramapunten kun je de uitgestrektheid van het gebied nog herkennen in het landschap.
Rond 1840 werd getracht de woeste gronden vruchtbaar te maken. De ‘Retiese Aart’ werd grotendeels verworven door Koning Leopold I. Later werd het domein door de Graaf van Vlaanderen aanzienlijk uitgebreid tot 4 550 hectaren. Een uitgebreid net van toevoergrachten werd aangelegd voor de bevloeiing van het park en de bevoorrading van de vijvers. Het park werd in 1972 eigendom van de provincie Antwerpen.
Het centrale deel van het domein met zijn kronkelige wegen en indrukwekkende bomen werd aangelegd met de bedoeling hier een kasteel te bouwen. Het kasteel is er echter nooit gekomen. De naam ‘Retiese Aart’ werd in die tijd meer en meer vervangen door ‘Park van Retie’.
Het park beschikt over enkele vijvers, die een unieke meerwaarde aan het domein geven. Deze worden door een grachtensysteem gevoed met kalkrijk water uit het Kempens kanaal. De waterstand wordt zo geregeld dat er tijdens de vogeltrekperioden hier en daar slikplaatsen ontstaan waar je talrijke vogels kan waarnemen. Naast deze vijvers zorgen de weiden aan de rand van het domein voor enkele mooie vergezichten. (Bron : Website Retie)
Na onze wandeling hebben we op weg naar huis nog een tussenstop gemaakt aan Wespedongen in Tielen voor een ijsje van de beste ijsboer in de omgeving : het IJssloeberke.
Omdat ik afgelopen zondag met moeder onze jaarlijkse afspraak had het Vlaams Muziek Theater (Gravin Maritza), was zaterdag de enige mogelijkheid om te gaan wandelen.
We zochten een wandeling die niet te ver weg was en al snel stootte ik op de Waterkantwandeling.
Deze wandeling van zo’n 7km vertrekt aan Domein Roosendael in Sint-Katelijne-Waver. Parkeren moesten we wel iets verder doen want aan Roosendael was geen enkel plekje vrij.
De wandeling vertrekt door het Pannevarenbos naar het Fort van Walem. Na het oversteken van de N1 gaat het verder naar de kleine vijver van de Put van Walem. In tegenstelling tot eerdere wandelingen in de buurt waarbij we tussen de vijver en de E19 wandelden ging de route nu langs de “binnenkant” van de vijver. Een bijzonder mooi stukje om door te wandelen.
Daarna ging het verder naar Nete en over de Brug van Walem terug naar Domein Roosendael waar we afklokten op 7,50 km.
Een heel mooie wandeling die voor herhaling vatbaar is.