Mosselen

Weet je wat het grote probleem is van een midweekvakantie? Dat het maar vijf dagen duurt. Vandaag was dus onze laatste dag in Zeeland.

In principe zouden we vandaag een fietstochtje maken van Yerseke naar Goes maar omdat er alweer windkracht 4 tot 5 stond hebben we ons beperkt tot een wandeling van een kleine 5 km in Yerseke.

Je hebt er een mooi uitzicht op de Oosterschelde en je ziet ook (een deel van) de vloot mosselboten en oesterboten maar verder is Yerseke eerlijk gezegd niet het meest aantrekkelijke dorpje om door te wandelen.

Yerseke is uiteraard vooral bekend voor zijn mosselen en oesters. Er staat ook de enige mosselveiling van Nederland. De meeste consumptiemosselen, ongeveer 65%, worden geëxporteerd naar België. Verder gaat 23% van de aanvoer naar Frankrijk en de rest blijft in Nederland of gaat naar andere landen.

Ook voor oesters is België de belangrijkste afzetmarkt met zo’n 50% van de uitgevoerde oesters.

Net voor we de terugreis begonnen zijn we uiteraard nog verse mosselen gaan kopen. Zo met de schep recht van de tank in de zak. Verser kan je ze niet vinden denk ik. En het waren ook wel de beste mosselen die ik dit seizoen al heb gegeten. Jammer dat je niet even op en af kunt naar Yerseke om mosselen te kopen.

Open Monumentendag

Zoals gebruikelijk op zaterdag weer een paar uur in de tuin gewerkt maar op zondag was er gelukkig weer tijd voor een andere vorm van ontspanning.

Vandaag was  dat Open Monumentendag. Het was twijfelen of we naar Lier of naar Mechelen zouden trekken maar uiteindelijk kozen we voor Mechelen dat net iets dichter bij Peulis ligt.

We begonnen met De Zegel. Dit gebouw uit 1836 werd eerst gebruikt als fabriek, daarna gekocht door de NMBS om te gebruiken als centraal magazijn om uiteindelijk in 1868 door de Posterijen te worden gekocht en te worden gebruikt als postzegeldrukkerij.

Vanaf 1993 stond het leeg en begon het verval tot het in 2022 werd gekocht en de nieuwe eigenaars onmiddellijk aan de slag gingen om het op te kuisen. We hebben het toen ook bezocht en meer dan een ruïne was het eigenlijk niet. Ondertussen hebben ze heel hard gewerkt. We mochten er ook nog genieten van een leuk Cello-concert.

Via de Brusselse Poort ging het dan verder naar de Haverwerf waar Sint Jozef, De Duivels en Het Paradijs konden worden bezocht. Dat viel me persoonlijk een beetje tegen omdat het van binnen veel te modern leek. Het contrast met de oude buitengevels was te groot.

Na een lunch op de IJzerleen fietsten we verder naar de Predikherenkerk. Het klooster en de kerk werden gebouwd in de 17de eeuw. In 1796 werd het gesloten om vanaf 1814 dienst te doen als krijgsarsenaal. Het behield zijn militaire functie tot 1977. In 2010 besloot de Stad Mechelen om te beginnen met de restauratie. Nadat in 2018 de bibliotheek werd geopend is nu ook de kerk omgevormd naar een podiumzaal.

Onze laatste stop werd de meest interessante : de stedelijke begraafplaats van Mechelen. Op zich vind ik het altijd interessant om op oude kerkhoven rond te wandelen maar de uitleg van de gids over symboliek op het kerkhof maakt het eens zo interessant.

Oost- of Westmalle?

Aanvankelijk stond er voor vandaag een bezoekje aan een tuinbeurs in Oostmalle op het programma maar omdat we daar twee uur te vroeg waren moesten we op zoek naar een alternatief.

Dat alternatief werd Westmalle en meer bepaald de trappistenabdij en het Trappistencafé.

Eerst een koffietje in het café en daarna een rondje rond de abdij.

Vlakbij het café staat een kapel die gewijd is aan Sint Bernardus. Die kapel werd in 1947 opgericht door de paters ter nagedachtenis van dertien gesneuvelde inzittenden van 2 bommenwerpers die in de oorlog zijn neergestort in de buurt van de abdij. Slechts één inzittende heeft het overleefd.

Even verder staat dan de abdij zelf.

De abdij van Westmalle, voluit de abdij van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart van Westmalle is een cisterciënzer klooster dat gesticht werd in 1794.

Tijdens de Franse Revolutie ontvluchtte een groep monniken het Normandische klooster La Trappe. Zij kwamen terecht in de Kempen waar ze een kleine boerderij, genaamd Nooit Rust, toegewezen kregen van de bisschop van Antwerpen. De hoeve deed tot 1836 dienst als klooster, waarna zij officieel een abdij werd en de nodige gebouwen werden opgericht (kerk, klooster, gastenkamers). Sindsdien is het complex nog verder uitgebreid met onder meer een nieuwe koeienstal en brouwerij, toegevoegd in de jaren 30 van de twintigste eeuw. De abdij wordt nog steeds regelmatig gemoderniseerd. Ze telde begin eenentwintigste eeuw 24 paters en broeders. De abdij voorziet in het onderhoud van haar leden door verschillende activiteiten: een boerderij, een kaasmakerij, een bierbrouwerij en het ontvangen van gasten. (bron: wikipedia)

In de stille Kempen …

… op de Purperen Heide

Nu echt stil was de Kempen vandaag niet want het was overal “pokkedruk” op de weg.

Maar de heide ziet wel behoorlijk Purper. Dat hebben we kunnen zien op de Kesselse Heide.

De Kesselse Heide is een provinciaal domein met landschappelijke waarde en heeft een oppervlakte van 43 ha. Het domein is opgericht in 1976 en is sinds 1996 een beschermd landschap.
 

Rommel, tuin, fietsen, wandelen en een verjaardag

Het was me weer een druk (verlengd) weekend.

15 augustus staat de laatste jaren traditioneel voor een fietstochtje naar Boortmeerbeek voor een bezoekje aan één van de grootste (openlucht) rommelmarkten die ik ken. En elk jaar “scoor” ik daar wel iets . Deze keer waren het een aantal stripverhalen maar vooral twee boeken om toe te voegen aan mijn collectie “BRT-jeugdserie-boeken” uit de jaren ’60 en ’70. En dan nog wel van de reeks die mij als jonge knaap milieubewust heeft gemaakt : De Kat.

Vrijdag en zaterdag werd er dan weer het nodige maai- en snoeiwerk in de tuin gedaan maar er was ook nog de tijd voor een korte fietstocht naar Brasserie Gusting o de grens van Grootlo en Keerbergen. Ons eerste idee was om richting Mechelen en het Zennegat te fietsen maar we hadden schrik dat het daar te druk zou zijn. Wij hebben alvast een rustige tocht gehad en onderweg nog wat kunnen genieten van de paarse heide.

De knooppunten: 1 – 74 – 66 – 67 – 82 – 24 – 64 – 69 – 68 – 90 – 84 – 4 – 3 – 2 – 26 – 1 (32km)

En zondag zijn we even terug naar Vorselaar gereden. Moeder werd gisteren 90 jaar en dat zijn we zondag al gaan vieren met een dankmis en een verjaardagsetentje.

Tussen de twee in zijn we 8 km gaan wandelen. Ik had gehoopt op een paar foto’s van een ijsvogeltje of een ree maar het is helaas niet gelukt. Nochtans was mijn broer mee en die ziet altijd en overal ijsvogeltjes en/of reeën maar deze keer dus niet.

Ook volgend weekend zal druk worden want dan vieren we de verjaardag van ons moeder nog eens met de neven en nichten en Conny en ik vormen samen het feestcomité. Dat betekent dus hapjes en dessertjes maken, zaal versieren enzovoort enzovoort …

Zellaer

Na twee gevulde weekends (dagje in de tuin werken, dagje bekomen van een dagje in de tuin werken, dagje jaarlijkse reünie met de schoolvriendinnen van Conny en een dagje fietsen) ben ik vandaag nog eens op stap geweest met moeder.

Bij dergelijke temperaturen leek het me een goed idee om ergens in de schaduw te gaan wandelen en het Domein Zellaer in Bonheiden leek me perfect. Ik ben er al tientallen keren gepasseerd en ook al vaak iets gaan drinken in de zomerbar maar door het domein zelf wandelen had ik nog niet gedaan.

De geschiedenis van Kasteeldomein Zellaer gaat wellicht minstens terug tot de 13e eeuw. Toen stond er een waterslot op de plek waar het huidige kasteel nu staan. De eerste bewoner was naar alle waarschijnlijkheid Arnold van Zellaer, een welgesteld kanunnik van Sint-Rombouts. Het domein is sindsdien altijd een gegeerde woonplaats in de rand van Mechelen geweest. Er hebben meerdere hoge geestelijken gewoond, verschillende burgemeesters van Mechelen, een burgemeester van Bonheiden, welgestelde zakenlui, enkele graven en een baron.

Het huidige kasteel is een neo-gotisch waterslot dat gebouwd werd rond 1885. De buitengevel vertoont een robuust uiterlijk met een ophaalbrug, een Donjon, kantelen en schietgaten. De gevelsteen is Gobertange zandsteen die afkomstig is van de afbraak van de stadsomwalling van Vilvoorde. Het interieur van het kasteel vertoont heel wat goed bewaarde elementen die eerder in Renaissance stijl werden uitgevoerd, met prachtig houtsnijwerk en beschilderingen. De structurele elementen zoals de trappen en plafonds werden vaak uitgewerkt in een combinatie van gegoten staal en hout, kenmerkend voor de periode waarin het kasteel gebouwd werd (industriële revolutie).

Het 18,5 hectare grote kasteelpark omvat nog heel wat historische elementen zoals een grachtenstructuur, vijver en dreven die centraal samenkomen in een ster. Heel wat van deze structuren dateren minstens uit de 18e eeuw, gezien ze al zichtbaar zijn op de kaarten van de Ferraris (1771-1778)

In 2017 heeft de gemeente Bonheiden het kasteeldomein gedeeltelijk aangekocht. De vzw Foyer De Charité Bonheiden, een lekengemeenschap van de Katholieke kerk en de toenmalige eigenaar van het domein, bleef ook gedeelde eigenaar van het domein. Kempens Landschap heeft het volledige kasteeldomein in erfpacht genomen voor een periode van 54 jaar.

Je kan het domein zelf verkennen of een wandeling uitstippelen via virtuele wandelknooppunten op Wandelknooppunt.be

Saint Helier

De weersvoorspellingen voor vandaag waren dus slecht, heel slecht. Het zou heel de dag regenen en de wind zou tot windkracht 5 halen.

Daarom hadden we besloten om te voet naar het centrum van Saint Helier te gaan. En toen we vertrokken regende het inderdaad maar heel lang duurde dat niet. Het is quasi heel de dag droog gebleven. Nu ja, klagen doen we daar niet over.

De gemeente “Saint Helier” is genoemd naar Hélier (of Helerius), een 6de-eeuwse ascetische heremiet geboren te Tongeren. Zijn sterfjaar is 555 na Christus. Op zijn naamdag (16 juli) vindt een jaarlijkse processie plaats, waarin inwoners van Saint Helier en oecumenische deelnemers meelopen. Het doel van de processie is de voormalige hermitage van Sint-Helier of Sint-Helerius. Hij leefde op Jersey en stond daar bekend als de kluizenaar die de eilanders waarschuwde voor aanvallen vanaf zee. In Normandië en Engeland is hij bekend om zijn genezende gaven.

Tot het einde van de 18de eeuw bestond de stad voornamelijk uit een lint van huizen, winkels en pakhuizen dat zich uitstrekte langs de duinen naar beide kanten van de kerk van Saint Helier het naastgelegen marktplein (sinds 1751, Royal Square). La Cohue (een Noors woord voor gerechtsgebouw) stond aan één zijde van het plein, nu herbouwd als het Royal Court en het Staten gebouw. Het marktkruis in het midden van het plein werd tijdens de reformatie verwijderd. De ijzeren kooi waarin gevangenen werden bewaard is vervangen door een gevangenishuis aan de westkant van de stad. (bron : wikipedia)

Saint Helier is een gezellig winkelstadje met enkele musea, waaronder het Maritime Museum dat wij bezochten. Dit museum herbergt ook de “Occupation Tapistry Gallery”, een collectie van handgemaakte tapijten die de bezetting door de Duitsers in WWII weergeeft.

Ook aan te raden is een bezoekje aan de Central Market, een combinatie van de overdekte markt in Antwerpen en de Vleeshallen in Mechelen. De iets verderop gelegen Fish Market (Bereford Market) is minder spectaculair maar wij hebben er wel lekker gegeten in een restaurantje dat werd uitgebaat en veel bezocht door Portugezen.

Op de terugweg naar ons appartementje hebben we dan nog het nabijgelegen kerkhof met grafstenen uit de 18de en 19de eeuw bezocht.

Morgen gaan we terug fietsen (volgens de planning).

De wandeling

After Diner walk in Saint Malo

Na het avondeten hebben we gisteren nog een wandelingetje op de vestingmuren van de Intra Muros van Saint Malo gedaan.

De oudste nederzetting op het grondgebied van het huidige Saint-Malo was het Gallisch-Romeinse Alethum (Aleth), dat op het schiereiland Cité d’Aleth van het huidige stadsdeel Saint-Servan lag. In het midden van de 6e eeuw werd de Ierse monnik Machutus, Maclow of Maclou, later Malo tot bisschop van Aleth gekozen. Op het naburige rotseiland was er in de 6e eeuw een monnikengemeenschap onder leiding van Aaron.

Wegens de voortdurende invallen van de Noormannen, vluchtten de meeste inwoners van Aleth in de 9e eeuw naar het naburige rotseiland waar zich ook het graf van de bisschop, de Heilige Malo, bevond. Ze stichtten daar een nieuwe nederzetting. Aleth bleef weliswaar nog bewoond, maar in de 12e eeuw werd de nederzetting de zetel van de bisschop van Aleth, naar het rotseiland verplaatst, dat nu de naam Saint-Malo kreeg.

De ontdekking van Canada in 1534 door Jacques Cartier (1491-1557) gebeurde vanuit Saint-Malo. Deze ontdekking bracht veel voorspoed voor Saint-Malo, dat een bloeiende handel in beverpelzen zag ontstaan. In 1661 kwam hieraan een einde, toen de stad door een brand geheel werd verwoest. Om herhaling te voorkomen werd de stad onder Vauban volledig herbouwd in graniet. Vanaf de 16e eeuw deden de zeelieden van Saint-Malo aan zeeroverij en kaapvaart, die vooral en met veel succes op Engeland was gericht. Robert Surcouf (1773-1827) was de kaperkapitein bij uitstek voor Saint-Malo en voor de jonge Franse Republiek. Hij werd de eerste ereburger van zijn stad.

In de Tweede Wereldoorlog maakten Saint-Malo en Saint-Servan deel uit van het Duitse verdediging- en vestingsysteem dat zich van Cancale, aan de westkust van de baai van Mont Saint-Michel, tot aan de monding van de Frémur bij Saint-Briac-sur-Mer uitstrekte.

Na de landing van de geallieerden in Normandië op 6 juni 1944, werd het oude deel van Saint-Malo, de Intra-Muros, voor meer dan 80% verwoest. (Bron Wikipedia)

Verlengd Weekend

Het is weer voorbij gevlogen, dat verlengde weekend. Extra verlengd in mijn geval want afgelopen woensdag een extra snipperdagje genomen om met moeder naar Scherpenheuvel en naar het Arboretum van Wespelaar te gaan.

Dat arboretum is enkel open op woensdag en zondag dus zo vaak hebben we de kans niet om daar eens naartoe te rijden. Het was zeker de moeite waard maar het was ook vermoeiend. Een deel van het park is behoorlijk zompig en dus heel lastig om te stappen.

Donderdag waren Conny en ik, volgens jaarlijkse traditie, klaar voor de wandel- en fietsdag van KWB Peulis. Groot was onze verbazing toen we voor een gesloten  deur stonden. Blijken die toch wel de dag te hebben verplaatst naar de zondag na Hemelvaart zeker in plaats van Hemelvaartdag zelf. 

We zijn dan maar naar Gestel gefietst om in de Klappeistaak lekker te gaan eten 😉. Een kleine 50km op de teller.

Vrijdag zijn we dan naar Vorselaar gereden om een vervroegde moederdag te vieren. De “echte” is wel pas op 15 augustus maar af en toen ben ik ook commercieel. Lekker gaan eten in De Comme in Oostmalle en mooi gewandeld in Vorselaar.

Zaterdag was het dan tijd om nog eens in de tuin te werken. Dat was ook hoog nodig.

Om het weekend af te sluiten zijn we vandaag terug naar de Parochiezaal van Peulis te fietsen. Deze keer waren we niet alleen. Het was aangenaam fietsen maar er stond toch meer wind dan verwacht. Ok deze keer was de tocht goed voor 50 km. 

Arboretum Wespelaar

Fietsen naar Gestel (knooppunten 1 – 37 36 – 35 – 49 – 72 – 72 – 28 – 16 – 32 – 52 – 18 – 17 – 2 – 26 – 1)

Fietsen KWB Peulis

Vrieselhof

Afgelopen woensdag had ik een halve snipperdag met de bedoeling nog eens naar het Arboretum van Wespelaar te gaan maar het grillige weer liet dat niet toe.

Ook vandaag leek het niet te lukken maar na de middag klaarde het toch op en zat een wandeling er wel in.

Daarvoor trokken we naar Oelegem naar het Provinciaal Domein Vrieselhof.

De naam “Vrieselhof” gaat terug op Jan van Vriesele, een edelman uit Kontich die rond 1300 ongeveer 24 bunders grond kocht in Oelegem (ongeveer 32 ha).Hij gaf de grond als bruidsschat voor zijn dochter. Meer gegevens uit die tijd zijn niet bekend. In 1450 werd een belangrijke hoeve met heerlijke rechten vermeld op het domein, dat bossen, heide en moerasgebied omvatte. In 1457 was er sprake van een “ridderlijk hof, geheten ’t hof van Vriesele”. De eigenaar, Matheeus van Steenbergen, kreeg toen van Filips de Goede, de hertog van Bourgondië toestemming om aan zijn hof een laathof op te richten. Dit was een lagere rechtbank waar een meier kon oordelen over plaatselijke geschillen. In 1495 erfde Josine van Steenbergen het domein. Toen werden voor het eerst hofgrachten vermeld.

Vanaf 1509 hadden leden van de familie van Halmale het domein in bezit. De laatste telg, Alfons-Ignace van Halmale stierf kinderloos in 1788. Daarna kwam het kasteeldomein in handen van Charles-Ignace d’Oultremont en zijn vrouw Anne-Henriette de Neuf. Deze laatste had toch nog banden met de familie van Halmale: haar grootmoeder was Barbara Anna Philippa van Halmale (dochter van Alexander Jozef van Halmale, die eveneens burgemeester van Antwerpen was). Voor de nieuwe erfgenamen was het kasteel een buitenverblijf waar ze weinig verbleven.

In de 19e eeuw gebeurden er restauratiewerken aan het kasteel. Het nabijgelegen koetshuis met stalling dateert van 1877.

In 1910 werd graaf Louis de Brouchoven de Bergeyck eigenaar van het geheel. Hij liet het oude kasteel herbouwen in neo-Vlaamse-renaissancestijl met trapgevels, speklagen en hoektorens, maar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog lieten de Belgische troepen het kasteel om strategische redenen afbranden op 7 oktober 1914.[4] Tussen 1917 en 1919 werd het huidige kasteel herbouwd in dezelfde stijl als het pas recent gebouwde, verwoeste kasteel. In 1974 werd het kasteel en het bijhorende domein door de kleinkinderen van Louis de Brouchoven de Bergeyck verkocht aan de provincie Antwerpen. (Bron : Wikipedia)

Je kan er kiezen tussen drie wandelingen : een rode (1,5km), een blauwe (2km) en een zwarte (3km). Ik koos echter voor een knooppuntenwandeling die voor een deel overeenkomt met de zwarte (Knooppunten 71 – 20 – 72 – 6 – 5 – 8 – 71, vertrek aan de parking).

De wandeling:

De foto’s :