Zellaer

Na twee gevulde weekends (dagje in de tuin werken, dagje bekomen van een dagje in de tuin werken, dagje jaarlijkse reünie met de schoolvriendinnen van Conny en een dagje fietsen) ben ik vandaag nog eens op stap geweest met moeder.

Bij dergelijke temperaturen leek het me een goed idee om ergens in de schaduw te gaan wandelen en het Domein Zellaer in Bonheiden leek me perfect. Ik ben er al tientallen keren gepasseerd en ook al vaak iets gaan drinken in de zomerbar maar door het domein zelf wandelen had ik nog niet gedaan.

De geschiedenis van Kasteeldomein Zellaer gaat wellicht minstens terug tot de 13e eeuw. Toen stond er een waterslot op de plek waar het huidige kasteel nu staan. De eerste bewoner was naar alle waarschijnlijkheid Arnold van Zellaer, een welgesteld kanunnik van Sint-Rombouts. Het domein is sindsdien altijd een gegeerde woonplaats in de rand van Mechelen geweest. Er hebben meerdere hoge geestelijken gewoond, verschillende burgemeesters van Mechelen, een burgemeester van Bonheiden, welgestelde zakenlui, enkele graven en een baron.

Het huidige kasteel is een neo-gotisch waterslot dat gebouwd werd rond 1885. De buitengevel vertoont een robuust uiterlijk met een ophaalbrug, een Donjon, kantelen en schietgaten. De gevelsteen is Gobertange zandsteen die afkomstig is van de afbraak van de stadsomwalling van Vilvoorde. Het interieur van het kasteel vertoont heel wat goed bewaarde elementen die eerder in Renaissance stijl werden uitgevoerd, met prachtig houtsnijwerk en beschilderingen. De structurele elementen zoals de trappen en plafonds werden vaak uitgewerkt in een combinatie van gegoten staal en hout, kenmerkend voor de periode waarin het kasteel gebouwd werd (industriële revolutie).

Het 18,5 hectare grote kasteelpark omvat nog heel wat historische elementen zoals een grachtenstructuur, vijver en dreven die centraal samenkomen in een ster. Heel wat van deze structuren dateren minstens uit de 18e eeuw, gezien ze al zichtbaar zijn op de kaarten van de Ferraris (1771-1778)

In 2017 heeft de gemeente Bonheiden het kasteeldomein gedeeltelijk aangekocht. De vzw Foyer De Charité Bonheiden, een lekengemeenschap van de Katholieke kerk en de toenmalige eigenaar van het domein, bleef ook gedeelde eigenaar van het domein. Kempens Landschap heeft het volledige kasteeldomein in erfpacht genomen voor een periode van 54 jaar.

Je kan het domein zelf verkennen of een wandeling uitstippelen via virtuele wandelknooppunten op Wandelknooppunt.be

Saint Helier

De weersvoorspellingen voor vandaag waren dus slecht, heel slecht. Het zou heel de dag regenen en de wind zou tot windkracht 5 halen.

Daarom hadden we besloten om te voet naar het centrum van Saint Helier te gaan. En toen we vertrokken regende het inderdaad maar heel lang duurde dat niet. Het is quasi heel de dag droog gebleven. Nu ja, klagen doen we daar niet over.

De gemeente “Saint Helier” is genoemd naar Hélier (of Helerius), een 6de-eeuwse ascetische heremiet geboren te Tongeren. Zijn sterfjaar is 555 na Christus. Op zijn naamdag (16 juli) vindt een jaarlijkse processie plaats, waarin inwoners van Saint Helier en oecumenische deelnemers meelopen. Het doel van de processie is de voormalige hermitage van Sint-Helier of Sint-Helerius. Hij leefde op Jersey en stond daar bekend als de kluizenaar die de eilanders waarschuwde voor aanvallen vanaf zee. In Normandië en Engeland is hij bekend om zijn genezende gaven.

Tot het einde van de 18de eeuw bestond de stad voornamelijk uit een lint van huizen, winkels en pakhuizen dat zich uitstrekte langs de duinen naar beide kanten van de kerk van Saint Helier het naastgelegen marktplein (sinds 1751, Royal Square). La Cohue (een Noors woord voor gerechtsgebouw) stond aan één zijde van het plein, nu herbouwd als het Royal Court en het Staten gebouw. Het marktkruis in het midden van het plein werd tijdens de reformatie verwijderd. De ijzeren kooi waarin gevangenen werden bewaard is vervangen door een gevangenishuis aan de westkant van de stad. (bron : wikipedia)

Saint Helier is een gezellig winkelstadje met enkele musea, waaronder het Maritime Museum dat wij bezochten. Dit museum herbergt ook de “Occupation Tapistry Gallery”, een collectie van handgemaakte tapijten die de bezetting door de Duitsers in WWII weergeeft.

Ook aan te raden is een bezoekje aan de Central Market, een combinatie van de overdekte markt in Antwerpen en de Vleeshallen in Mechelen. De iets verderop gelegen Fish Market (Bereford Market) is minder spectaculair maar wij hebben er wel lekker gegeten in een restaurantje dat werd uitgebaat en veel bezocht door Portugezen.

Op de terugweg naar ons appartementje hebben we dan nog het nabijgelegen kerkhof met grafstenen uit de 18de en 19de eeuw bezocht.

Morgen gaan we terug fietsen (volgens de planning).

De wandeling

After Diner walk in Saint Malo

Na het avondeten hebben we gisteren nog een wandelingetje op de vestingmuren van de Intra Muros van Saint Malo gedaan.

De oudste nederzetting op het grondgebied van het huidige Saint-Malo was het Gallisch-Romeinse Alethum (Aleth), dat op het schiereiland Cité d’Aleth van het huidige stadsdeel Saint-Servan lag. In het midden van de 6e eeuw werd de Ierse monnik Machutus, Maclow of Maclou, later Malo tot bisschop van Aleth gekozen. Op het naburige rotseiland was er in de 6e eeuw een monnikengemeenschap onder leiding van Aaron.

Wegens de voortdurende invallen van de Noormannen, vluchtten de meeste inwoners van Aleth in de 9e eeuw naar het naburige rotseiland waar zich ook het graf van de bisschop, de Heilige Malo, bevond. Ze stichtten daar een nieuwe nederzetting. Aleth bleef weliswaar nog bewoond, maar in de 12e eeuw werd de nederzetting de zetel van de bisschop van Aleth, naar het rotseiland verplaatst, dat nu de naam Saint-Malo kreeg.

De ontdekking van Canada in 1534 door Jacques Cartier (1491-1557) gebeurde vanuit Saint-Malo. Deze ontdekking bracht veel voorspoed voor Saint-Malo, dat een bloeiende handel in beverpelzen zag ontstaan. In 1661 kwam hieraan een einde, toen de stad door een brand geheel werd verwoest. Om herhaling te voorkomen werd de stad onder Vauban volledig herbouwd in graniet. Vanaf de 16e eeuw deden de zeelieden van Saint-Malo aan zeeroverij en kaapvaart, die vooral en met veel succes op Engeland was gericht. Robert Surcouf (1773-1827) was de kaperkapitein bij uitstek voor Saint-Malo en voor de jonge Franse Republiek. Hij werd de eerste ereburger van zijn stad.

In de Tweede Wereldoorlog maakten Saint-Malo en Saint-Servan deel uit van het Duitse verdediging- en vestingsysteem dat zich van Cancale, aan de westkust van de baai van Mont Saint-Michel, tot aan de monding van de Frémur bij Saint-Briac-sur-Mer uitstrekte.

Na de landing van de geallieerden in Normandië op 6 juni 1944, werd het oude deel van Saint-Malo, de Intra-Muros, voor meer dan 80% verwoest. (Bron Wikipedia)

Verlengd Weekend

Het is weer voorbij gevlogen, dat verlengde weekend. Extra verlengd in mijn geval want afgelopen woensdag een extra snipperdagje genomen om met moeder naar Scherpenheuvel en naar het Arboretum van Wespelaar te gaan.

Dat arboretum is enkel open op woensdag en zondag dus zo vaak hebben we de kans niet om daar eens naartoe te rijden. Het was zeker de moeite waard maar het was ook vermoeiend. Een deel van het park is behoorlijk zompig en dus heel lastig om te stappen.

Donderdag waren Conny en ik, volgens jaarlijkse traditie, klaar voor de wandel- en fietsdag van KWB Peulis. Groot was onze verbazing toen we voor een gesloten  deur stonden. Blijken die toch wel de dag te hebben verplaatst naar de zondag na Hemelvaart zeker in plaats van Hemelvaartdag zelf. 

We zijn dan maar naar Gestel gefietst om in de Klappeistaak lekker te gaan eten 😉. Een kleine 50km op de teller.

Vrijdag zijn we dan naar Vorselaar gereden om een vervroegde moederdag te vieren. De “echte” is wel pas op 15 augustus maar af en toen ben ik ook commercieel. Lekker gaan eten in De Comme in Oostmalle en mooi gewandeld in Vorselaar.

Zaterdag was het dan tijd om nog eens in de tuin te werken. Dat was ook hoog nodig.

Om het weekend af te sluiten zijn we vandaag terug naar de Parochiezaal van Peulis te fietsen. Deze keer waren we niet alleen. Het was aangenaam fietsen maar er stond toch meer wind dan verwacht. Ok deze keer was de tocht goed voor 50 km. 

Arboretum Wespelaar

Fietsen naar Gestel (knooppunten 1 – 37 36 – 35 – 49 – 72 – 72 – 28 – 16 – 32 – 52 – 18 – 17 – 2 – 26 – 1)

Fietsen KWB Peulis

Vrieselhof

Afgelopen woensdag had ik een halve snipperdag met de bedoeling nog eens naar het Arboretum van Wespelaar te gaan maar het grillige weer liet dat niet toe.

Ook vandaag leek het niet te lukken maar na de middag klaarde het toch op en zat een wandeling er wel in.

Daarvoor trokken we naar Oelegem naar het Provinciaal Domein Vrieselhof.

De naam “Vrieselhof” gaat terug op Jan van Vriesele, een edelman uit Kontich die rond 1300 ongeveer 24 bunders grond kocht in Oelegem (ongeveer 32 ha).Hij gaf de grond als bruidsschat voor zijn dochter. Meer gegevens uit die tijd zijn niet bekend. In 1450 werd een belangrijke hoeve met heerlijke rechten vermeld op het domein, dat bossen, heide en moerasgebied omvatte. In 1457 was er sprake van een “ridderlijk hof, geheten ’t hof van Vriesele”. De eigenaar, Matheeus van Steenbergen, kreeg toen van Filips de Goede, de hertog van Bourgondië toestemming om aan zijn hof een laathof op te richten. Dit was een lagere rechtbank waar een meier kon oordelen over plaatselijke geschillen. In 1495 erfde Josine van Steenbergen het domein. Toen werden voor het eerst hofgrachten vermeld.

Vanaf 1509 hadden leden van de familie van Halmale het domein in bezit. De laatste telg, Alfons-Ignace van Halmale stierf kinderloos in 1788. Daarna kwam het kasteeldomein in handen van Charles-Ignace d’Oultremont en zijn vrouw Anne-Henriette de Neuf. Deze laatste had toch nog banden met de familie van Halmale: haar grootmoeder was Barbara Anna Philippa van Halmale (dochter van Alexander Jozef van Halmale, die eveneens burgemeester van Antwerpen was). Voor de nieuwe erfgenamen was het kasteel een buitenverblijf waar ze weinig verbleven.

In de 19e eeuw gebeurden er restauratiewerken aan het kasteel. Het nabijgelegen koetshuis met stalling dateert van 1877.

In 1910 werd graaf Louis de Brouchoven de Bergeyck eigenaar van het geheel. Hij liet het oude kasteel herbouwen in neo-Vlaamse-renaissancestijl met trapgevels, speklagen en hoektorens, maar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog lieten de Belgische troepen het kasteel om strategische redenen afbranden op 7 oktober 1914.[4] Tussen 1917 en 1919 werd het huidige kasteel herbouwd in dezelfde stijl als het pas recent gebouwde, verwoeste kasteel. In 1974 werd het kasteel en het bijhorende domein door de kleinkinderen van Louis de Brouchoven de Bergeyck verkocht aan de provincie Antwerpen. (Bron : Wikipedia)

Je kan er kiezen tussen drie wandelingen : een rode (1,5km), een blauwe (2km) en een zwarte (3km). Ik koos echter voor een knooppuntenwandeling die voor een deel overeenkomt met de zwarte (Knooppunten 71 – 20 – 72 – 6 – 5 – 8 – 71, vertrek aan de parking).

De wandeling:

De foto’s :

Domein de Renesse in Oostmalle

Het was weer een drukke werkweek, vooral dinsdag was met een twee uur durende rit naar huis bijzonder druk.

Het was dan ook fijn om vandaag niet te moeten werken. In de plaats daarvan ben ik nog eens op stap geweest met moeder. Vandaag kozen we voor Oostmalle waar we in het Domein de Renesse met zijn mooie kasteel eerst een wandeling zouden doen om daarna even verder in De Comme te gaan eten.

De oorspronkelijke burcht werd in de 15e eeuw gebouwd door Willem van Berchem. In 1542 werd deze burcht verwoest door Maarten van Rossum. Jan van Renesse bouwde enkele jaren later het huidige kasteel en de bijgebouwen. Bouwmeester was Hendrik Lambrechts. Heel wat belangrijke personen kwamen er op bezoek, zoals keizer Karel V, Willem de Zwijger en Margaretha van Parma.

De daaropvolgende eeuwen werd het kasteel meermaals geplunderd en gebruikt als verblijfplaats voor strijdende troepen. Ten slotte raakte het in verval. In 1793 werden het opperhof en de hoeve afgebroken.

In 1830 verdween de familie de Renesse uit het kasteel: graaf Clément de Renesse-Breidbach verkocht het geheel aan burggraaf Leonard du Bus de Gisignies. Deze liet de dienstgebouwen ombouwen tot een landhuis. Hij breidde het gehele domein ook uit en liet in het park een Engelse tuin aanleggen. Onder meer de mammoetbomen werden toen aangeplant. Zijn zoon Bernard Amé du Bus de Gisignies en kleinzoon Bernard du Bus de Gisignies beheerden het domein verder. Bernard du Bus de Gisignies werd burgemeester van Oostmalle. Zijn dochter Isabelle huwde in 1896 met graaf Maximilien de Renesse-Breidbach. Zo kwam het kasteel terug in handen van de familie de Renesse.

In 1920 werd het kasteel gerenoveerd in Vlaamse neorenaissancestijl. In 1941 werd een deel van de westelijke vleugel stuk gebombardeerd door de Britten. Dit deel werd niet gerestaureerd.

Later werd graaf Thierry de Renesse eveneens burgemeester van Oostmalle. Na zijn dood in 1973 begonnen onderhandelingen over de aankoop van het kasteel door de gemeente. In 1983 kocht de gemeente het kasteel en een deel van het domein. Het Vlaams Gewest kocht de resterende 33 hectare. In 1985 werd het beheer van het kasteel en het hele domein overgedragen aan de speciaal daarvoor opgerichte vereniging zonder winstoogmerk Domein de Renesse. Sinds 1982 is het kasteel beschermd als monument. (Bron : Wikipedia)

Na de wandeling was het wel even zoeken om een plaats te vinden waar we konden eten want behoorlijk wat zaken gesloten deze middag. Uiteindelijk zijn we bij de Koffie & Moor in Lille gestopt.

De wandeling:

De foto’s

Als ik ooit eens vijf minuten tijd heb

Wat doe je op Paasmaandag na twee drukke dagen?

Het was onze bedoeling om zo weinig mogelijk te doen maar een WC-bril besliste er anders over. Die was immers aan vervanging toe en toen lazen we ergens dat zowel de Brico als de Fashion Store in Aarschot open waren.

Effe snel gekeken of er geen wandeling in de buurt was en ja hoor die was er ook : de Beeldenwandeling van zo’n 3,5 km lang.

Die wandeling brengt je langs verschillende beelden (vandaar de naam waarschijnlijk😉) en laat je tegelijkertijd kennis maken met Aarschot.

Eén van de beelden die je tegenkomt is een groep van 4 mannen : Albert Janssens, Victor van Beeck, Ferdinand Van de Ven en Roger Van de Ven. De namen zeggen je waarschijnlijk niets maar als je op YouTube eens “echo als ik ooit eens vijf minuten tijd heb” opzoekt dan gaat er waarschijnlijk wel een belletje rinkelen.

In dat filmpje van het BRT programma Echo (uit 1967?) zie je vier werklieden zich niet al te fel inspannen om een stukje straat open te breken. Deze vier werklieden hebben dus een standbeeld gekregen.

Verder passeert de wandeling de kerk, het kapucijnenklooster, het oude ziekenhuis dat nu onder andere de Bib, de toeristische dienst en het Cultuurcentrum huisvest, de stadsbrouwerij en dus ook verschillende standbeelden.

Het weer was ook heel aangenaam, dit in tegenstelling tot eerdere voorspellingen. Een heel geslaagde wandeling.

Oh ja, de WC-Bril is in orde gekomen en ook bij de Fashion Store heb ik enkele leuke items op de kop kunnen tikken 😉

Historisch Lier

De moeder van Conny werd afgelopen week 80 en dat verdiende wel iets meer dan de traditionele taart.

Daarom werd gisteren een dagje uit georganiseerd.

De dag begon in het pittoreske Gestel waar we konden genieten van een uitgebreid en lekker ontbijt in De Klappeistaak. Die naam verwijst naar het monument dat op het plein voor het koffiehuis staat. Voor de oudere generatie staat dit bekend als “De Klappeistaak”. Waarbij “klappei” babbelkous of kletskous betekent. Het woord “staak” bestaat eigenlijk niet maar vermoedelijk is dat afgeleid van “kaak” wat dan weer een oud woord is voor schandpaal.

Na een bezoekje aan het kerkje ging de uitstap verder naar Lier. Daar stond een historische  wandeling op het programma.  Deze wandeling vertrok aan het Stadhuis en bracht ons verder naar de Gevangenepoort, het Godshuis, het Begijnhof, het Zimmerplein met zijn bekende toren (waar we niet binnen zijn geweest en werd afgesloten aan de Vismarkt.

De bijzonder enthousiast gids wist ons te boeien met verhalen over het Vleeshuis dat zijn huidige middeleeuwse look pas gekregen heeft na de eerste Wereldoorlog , over Anneke Faes, een veertienjarig meisje uit Nijlen dat 8 maanden heeft opgesloten gezeten in de Gevangenepoort, over de Lierse Kant die je kan bewonderen in de kapel van het Godshuis en over Zuster Agnès, niet het restaurant maar wel het laatste Begijntje dat tot halfweg de jaren ’80 van de 20ste eeuw in het Begijnhof heeft gewoond.

Ook het huwelijk tussen Filips de Schone en Joanna van Castilië (waanzinnige Joanna), de ouders van de latere Keizer Karel V kwam ter sprake en uiteraard ook de legende van de Schapenkoppen, de bijnaam van de Lierenaars.

Volgens de legende is de naam schapenkoppen ontstaan in de 14de eeuw. Hertog Jan II, Hertog van Brabant en Limburg, wilde de Lierenaars bedanken voor hun bijdrage aan de strijd tegen de Mechelaars. Ze mochten kiezen uit twee beloningen voor de stad: een universiteit of een veemarkt.

De Lierenaars kozen voor het stapelrecht op vee. Een keuze die Lier geen windeieren legde, omdat er per regio maar één stad zo’n recht werd toegestaan. Prompt verhuisde de veemarkt die tot dan in Wespelaar was gevestigd op bevel van de Hertog naar Lier. Hertog Jan II zou daarbij al zuchtend gezegd hebben: “O, die schapenkoppen”.

De universiteit, de beloning die Lier links liet liggen, ging uiteindelijk naar Leuven. Hiermee kreeg Leuven in 1425 de eerste universiteit in de Lage Landen.

Een bezoekje aan Lier met een stadgids ? Ik kan het iedereen aanraden.

Rivierenhof

Het weekend werd vrijdagavond ingezet met Belpop Bonanza Superstar in CC De Zwanenberg. In deze voorstelling van bijna 2 uur wisten Jan Delvaux ons (alweer) te boeien met anekdotes en verhalen.

Zaterdag werd er zoals gewoonlijk flink in de tuin gewerkt om dan ’s avonds naar een fuif te gaan van een collega van Conny die, net als ik later dit jaar, overstappen op tram 6.

Vandaag ging het er iets rustiger aan toe.

Carine, ex-collega, ex-roparunner en al jaren vriendin, organiseerde met Fotoklub 72 hun jaarlijkse Foto- en Digisalon in het Districtshuis van Deurne. En laat dat Districtshuis nu net aan de ingang van het Rivierenhof liggen. Dan combineer je toch die twee zeker?

Het Rivierenhof is met zijn 132 ha het grootste park van de stad Antwerpen.

De naam die ooit “’t Goed ter Rivieren” was, verwijst naar de aanwezigheid van de door het park meanderende rivier de Grote Schijn (dikwijls “het Groot Schijn” genoemd) en de vijvers die daardoor zijn ontstaan, alsmede naar de nabijgelegen Herentalse Vaart.[1] Het domein werd in de 16e eeuw aangelegd als buitenverblijf. Van 1618 tot 1773 was het eigendom van de jezuïeten. Op het domein bevindt zich nog een gedenksteen hieraan uit 1735: de “jezuïetensteen”. Dit is een brokstuk van de vroegere Ignatiuskerk in Antwerpen (nu de St.-Carolus Borromeuskerk), die in 1718 door een bliksem werd getroffen en afbrandde. In 1773 werd de jezuïetenorde opgeheven.

In 1776 werd het domein openbaar verkocht en kwam het in handen van de bankier Jan Baptist Cogels die het oude kasteel van de Jezuïeten liet afbreken en vervangen door een toen modern kasteel. Twee jaar later, in 1778, kocht hij ook het kasteel Sterckshof, dat naast het domein lag. Nadien ging het domein over naar de zoon Albert Cogels en vervolgens naar diens zoon Georges Cogels. In 1889 werd het domein openbaar verkocht en toegewezen aan Louisa Bosschaert – Cogels.

In 1921 werd het domein onder impuls van provinciegriffier J. Schobbens gekocht door de Provincie Antwerpen, die het vanaf 1923 openstelde voor publiek. (Bron Wikipedia)

Het werd een mooie wandeling en ook de foto’s van de tentoonstelling mochten worden gezien. Al waren sommige foto’s naar mijn smaak net iets teveel bewerkt. Bijlichten, bijkleuren, bijsnijden … dat is geen probleem. Maar knippen en plakken en spiegelen en zo … dat hoeft voor mij niet.

Park Vordenstein

De voorspellingen gaven aan dat het pas in de namiddag zou beginnen regenen. Daarom zijn we deze voormiddag naar Schoten gereden om te gaan wandelen. Enkele van moeders kaartvriendinnen hadden haar dat aangeraden en dan doen we dat hè.

We zouden de rode wandeling doen in het Vordensteinpark. 3,5 km kan moeder best nog wel af. Het bleken er achteraf zelfs 4,25 km te zijn.

Vordensteyn ontstond in de 14de eeuw na het samensmelten van twee leenhoven, het Hof van der Katen en het Hof van de Werve, respectievelijk afhangend van de heren van Schoten en de heerlijkheid van Villers. In 1552 was er voor de eerste maal sprake van een stenen huis. Het kasteel veranderde in de loop der tijden verscheidene malen van uitzicht en werd uiteindelijk in 1946 gesloopt. Het omringende park, de bijgebouwen en enkele vazen van de vroegere parterres zijn bewaard gebleven. Het bosgedeelte werd ontworpen in Franse barokstijl met rechte dreven en assen. Later werd een gedeelte heringericht volgens de Engelse landschapsstijl met afwisselend open grasvelden, vijvers en boomgroepen.

In het park bevindt zich ook de oranjerie, gebouwd rond 1800 in een neoclassicistische stijl. Deze oranjerie en de omringende tuinen hebben nu een educatieve functie waar de vzw Tuinpunt regelmatig tentoonstellingen, workshops en andere evenementen organiseert. De oranjerie is geklasseerd als beschermd erfgoed. (Bron : Wikipedia)

Bij nazicht bleek trouwens dat we daar ruim 3 jaar geleden ook al waren geweest.

Plattegrond van het park:

Foto’s van het park :