(Nog net) Purperen Heide

Na een bijzonder vermoeiende werkweek ben ik vandaag nog eens op stap geweest met moeder. In Lier gaan eten en winkelen en dan, bij 30°C, een wandelingetje gaan maken over de Kesselse Heide. Die stond eigenlijk al eerder op de planning is toen volledig uitgeregend.

Op sommige plekken was het echt nog al purper wat de klok sloeg maar op andere plekken was het beste er toch al af.

Maar, ondanks de hitte, was het toch een leuke wandeling.

Vakantietraining

Nog 20 dagen en dan kunnen we eindelijk aan onze zomervakantie beginnen!

Gisteren hebben we al eens een dagje getest. Dat hadden we wel verdiend vonden we na alweer een druk weekend. Zaterdag weer enkele uren in de tuin gewerkt en zondag naar Domein Puyenbroeck geweest voor het Joris Familiefeest. De nazaten van Vava en Moemoe Joris, de vader en moeder van mijn moeder dus. Met 70 aanwezigen (niet iedereen kon komen) was het best druk.

Om voor onze vakantie te oefenen trokken we gisteren naar Villers-la-Ville. Voor mij iets dat al lang op mijn bucketlist stond, voor Conny een aangenaam weerzien want zij was daar eerder dit jaar al geweest tijdens het fietsweekend met haar vriendinnen.

De abdij van Villers werd in 1146 gesticht, als dochterabdij van Clairvaux, door een groepje monniken in opdracht van Sint-Bernardus. De grond werd geschonken door drie plaatselijke landheren (Judith van Marbais, Anselm van Huneffe en Engelbert van Schoten), maar de eerste monniken moesten tot tweemaal toe verhuizen vooraleer zij een geschikte plek vonden die beantwoordde aan de behoeften van de gemeenschap. Er werd uiteindelijk gekozen voor een locatie aan de waterloop de Thyle. De bouw van de abdij vond plaats omstreeks 1190-1267. Vooral abt Charles de Seyne (1197-1209) geldt als groot bouwheer. De stichting van de abdij werd bekrachtigd door paus Eugenius III (zelf een leerling van Bernardus) en de Luikse prins-bisschop Hendrik II van Leyen. De abdij lag in het grensgebied van het graafschap Namen en het hertogdom Brabant, maar vanaf 1209 verkoos de gemeenschap uitdrukkelijk om tot de Brabantse invloedssfeer te behoren, een keuze die de hertogen met allerlei weldaden beloonden. De abt van Villers zetelde ambtshalve in de Staten van Brabant.

De abdij beleefde vooral in de 13de eeuw een bloeiperiode, toen de gemeenschap 100 monniken en 300 lekenbroeders telde. De religieuze ijver was groot, de ascese was streng en de abdij telde verschillende mystici. Zij verwierf uitgestrekte landeigendommen (op het einde van de 13de eeuw in totaal 10.000 ha., verspreid over de huidige provincies Antwerpen tot Namen) en stichtte op haar beurt de abdij van Grandpré (1231) en de Sint-Bernardusabdij te Vremde (1236), die later naar Hemiksem (1243 – Sint-Bernardusabdij) verhuisde, alsmede een aantal begijnhoven en nonnenkloosters, waarvan de abten de geestelijke leiders werden.

Toen Frankrijk in 1794 tijdens de Eerste Coalitieoorlog de Zuidelijke Nederlanden binnenviel, koos de abt de zijde van de keizer. Dat was het begin van het einde: op 11 december 1796 werden de kloosterlingen door Franse troepen verdreven. De eigendommen werden openbaar verkocht, en het terrein van de abdij zelf kwam in handen van een zekere La Terrade, een handelaar in bouwmaterialen, die de gebouwen stelselmatig sloopte en het “gerecycleerde” materiaal verkocht. In 1820 werd het terrein opgekocht door Charles-Lambert Huart, die in 1851 de toelating gaf om de spoorlijn Charleroi-Leuven dwars door zijn eigendom te laten aanleggen, wat hem een royale vergoeding opleverde. Wat er overbleef van de gebouwen werd verwaarloosd; de tijd en de elementen deden de rest. In 1893 kwam het terrein uiteindelijk in handen van de Belgische Staat, die sindsdien grootscheepse herstellingswerken liet aanvatten om de ruïne voor verdere aftakeling te behoeden. (Bron : Wikipedia)

Een geslaagde training voor een vakantie die niet snel genoeg kan komen … Nog 20 keer slapen!

Kasteel van Gaasbeek

Na enkele weken van nattigheid , die weliswaar nuttig waren want dat gaf ons de tijd om eens goed op te ruimen, kon ik vandaag nog eens op uitstap met moeder.

Ik koos voor het Kasteel van Gaasbeek en zijn Museumtuin.

Vermoedelijk liet Godfried van Leuven hier omstreeks 1240 een burcht bouwen ter verdediging van het hertogdom Brabant tegen het graafschap Henegouwen. Tijdens het ancien régime was dit het centrum van het Land van Gaasbeek.

In 1388 maakten de Brusselaars het kasteel met de grond gelijk. Daarmee namen ze wraak voor de moord op Everaard t’Serclaes door getrouwen van de kasteelheer, Sweder van Abcoude, die het kasteel nadien weer opbouwde.

Er verbleven een aantal belangrijke families uit de geschiedenis der Nederlanden, onder andere de Hornes en de Egmonts. De bekendste was graaf Lamoraal van Egmont, die het kasteel kocht in 1565, drie jaar voor zijn dramatische terechtstelling.

Op het einde van de 17de eeuw kwam het kasteel met aanhorigheden in handen van Louis Alexander Scockaert, baron van Gaasbeek en graaf van Tirimont. Eind 18de eeuw had de familie geen mannelijke nakomelingen meer en kwam het kasteel via huwelijken in handen van de Milanese patriciërsfamilie Arconati Visconti. Om die reden is het wapen van de Visconti’s, de biscione (een gekroonde azuren draak of slang die een man opslokt op zilver veld) nadrukkelijk aanwezig in de interieuraankleding van het kasteel zoals op houten lambriseringen en schouwmantels. De verticaal opgekrulde draak vindt men ook terug op het logo van het kasteel. Paul Arconati-Visconti bezat ook het Broodhuis op de Grote Markt. De laatste markiezin Arconati Visconti was de Française Marie Peyrat die het kasteel renoveerde en het zijn huidige uitzicht gaf. Ze stierf in 1923.

Zij schonk het domein in 1921 aan de Belgische Staat, die de gebouwen en het park in 1924 openstelde voor het publiek. Sinds 1980 is het een museum van de Vlaamse Gemeenschap.

Bij de hoofddreef van het domein ligt een terrastuin, omringd door een barokke omheiningsmuur (heringericht tot “levend museum” in 1996-1997). Deze tuin van 1,5 ha tegenover het kasteel biedt een overzicht van wat de Vlaamse hoveniers en fruittelers presteerden tussen 1860 en 1940, toen zij tot de wereldtop behoorden. Hij bevat fraai aangelegde en perfect onderhouden perken met groenten, bloemen, kruiden, bomen en heesters die rond 1900 in alle grote tuinen te vinden waren (waaronder onder meer vandaag grotendeels vergeten groenten). De museumtuin bestaat uit vier grote afdelingen: een siertuin met oranjerie, aangelegd in “Italiaanse” stijl; een moestuin; een fruittuin met bessen, klein fruit en noten, waarin zich ook de hydrangea-collectie bevindt; een boomgaard met een regionale collectie pruimenbomen. Het hoogtepunt is een verzameling lei-fruitbomen. Aan de tuin palen dienstgebouwen met een traditionele kern. (bron : Wikipedia)

Het kasteel en de tuinen zijn zeker een bezoek waard maar de binnenkant van het kasteel viel toch behoorlijk tegen. Nochtans is het recentelijk gerestaureerd en is het pas sinds dit jaar terug toegankelijk. Lag het aan de tijdelijke tentoonstelling of gewoon omdat het heel donker was binnen? Ik weet het niet maar het was geen 12 euro waard. De tuin daarentegen is zeker wel 7 euro waard.

Voor mij was het geen probleem want je mag met de Museumpas gratis binnen.

Extra snipperdag

Een extra dagje aan mijn verlengd weekend geknoopt.

Helaas moest Conny werken, anders had ze mee kunnen rijden naar de Kasteeltuinen van Arcen. Moeder bezoekt immers graag tuinen en die van Arcen is maar een dik uurtje rijden dus veel kan er niet mis gaan.

Behalve dan misschien het weer maar de weergoden waren ons goed gezind. Gedurende ons drie uur durend bezoekje heeft een geen druppel geregend. Op de terugweg naar huis heeft het pijpenstelen geregend.

Het complete landgoed Arcen telt circa 450 hectare en is, sinds de aanleg van de N271 in twee delen gesplitst. Aan de westzijde ligt het eigenlijke kasteel met kasteeltuinen, aan de oostzijde ligt het gebied Lingsfort. Het gehele landgoed is in 1976 aangekocht door de Stichting Het Limburgs Landschap, en halverwege de jaren tachtig werd het kasteel gerestaureerd.

Het huidige Kasteel Arcen stamt uit de zeventiende eeuw en is gebouwd in opdracht van de Hertog van Gelre. Het werd gebouwd op de restanten van het kasteel Het Nije Huis dat in het verleden verwoest werd. Oorspronkelijk stond er op een iets noordelijker gelegen locatie het eerste kasteel ‘Het Huys t’ Arssen’ uit 1275. Bij het kasteel bevinden zich rond een ruime kasteelhof nog het Koetshuys, de Oranjerie en een poortgebouw met diverse ruimtes. Op het kasteeleiland ligt een rododendrontuin. Het kasteel fungeert tegenwoordig vooral als expositieruimte, trouwlocatie en feestzaal.

Het koetshuis was van oudsher de stalling voor koetsen en landbouwwerktuigen. Later werd dit pand betrokken door de Zwitserse kunstschilder Friedrich Deusser en werd het zijn atelier. Dit is nog goed te zien aan het grote raam op de bovenverdieping. Ook zitten er in de gevel enkele ovale raampjes. Deze kleine ovaalvormige ramen werden in de 17e eeuw veel gebruikt en is daardoor karakteristiek voor de bouwperiode van dit gebouw. Door de gelijkenis met het oog van een koe worden ze Oeil-de boeuf genoemd. Tegenwoordig doet het koetshuis dienst als restaurant en ontvangstlocatie voor groepen die Kasteeltuinen Arcen bezoeken.

De kasteeltuinen bestrijken, binnen het totale landgoed, een oppervlakte van circa 32 hectare. Bij de aanleg van het park hield landschapsarchitect Niek Roozen rekening met de verschillende seizoenen, wat resulteerde in de aanleg van achttien verschillende tuinen onderverdeeld in twaalf thema’s. Zo is er een barok Rosarium, met 10 gethematiseerde rozenkamers, meer dan 8.000 rozen en een deels eeuwenoude berceau. De Water- en Beeldentuin omvat een jaarlijks wisselende beeldenexpositie en collectie aangeplante eiken. Het Lommerrijk (‘lommer’ betekent ‘schaduw’) bevat diverse boomsoorten en vaste planten zoals longkruid, astilbe, eendagslelies en bolgewassen. Ook stromen er verschillende beekjes en watervallen.

De Vallei bestaat uit een lint aan diverse tuinbelevingen; de Acertuin bevat een collectie Japanse esdoorns die gedurende de herfst vlammend rode kleuren en er is ook een Bamboebos en Oosterse Watertuin. Tot vorig jaar was er ook nog de ‘Casa Verde, een kas van 3200 vierkante meter met een mediterraan en tropisch klimaat maar die constructie was in dergelijke mate aangevreten door roest dat herstel niet meer mogelijk was. Nu is het een mediterrane tuin. (Bron : Wikipedia)

Fietsen, wandelen en smurfen

Het Nationale Feestdag weekend is een bijzonder actief weekend geworden.

Op de feestdag zelf zijn we met de fiets naar Leuven gereden. Daar was immers een “rommel- en brocantemarkt” op het Martelarenplein en een “boekenmarkt” in Museum M. De rommelmarkt viel niet tegen maar had gerust wat groter mogen zijn. Ik heb wel een paar CD’s voor een prikje kunnen kopen.

De boekenmarkt viel gewoon tegen. Maar die had dan weer wel als voordeel dat we gespaard bleven van de traditionele drache national. In Leuven heeft die wel maar een tiental minuutjes geduurd.

Wat wel enorm goed was meegevallen was de fietstocht zelf. Bijna 60 km maar het was best aangenaam weer en we hebben mooie zaken gezien.

Zaterdag was het dan tijd voor de volgende veldslag in de eeuwige oorlog tegen het onkruid. Bijna een hele dag op handen en voeten door het onkruid gewoeld maar het resultaat mag worden gezien. Deze veldslag weer gewonnen. Binnen een paar maanden is het waarschijnlijk re-match.

En vandaag waren de voorspellingen te grillig om ons aan een fietstocht te wagen dus trokken we de wandelschoenen nog eens aan. We trokken nog eens naar Itegem voor een wandeling die de afgelopen twee keer letterlijk in het water was gevallen … zo’n halve meter water ongeveer in de wei waar we de doorsteek naar de terugweg moesten maken.

Maar vandaag is het dan toch gelukt. Buiten wat motregen in het begin van de wandeling en wat zweet op het einde van de wandeling zijn we droog gebleven. We zijn onderweg wel smurfen tegengekomen en dat zie je ook niet elke dag 😉.

Knooppuntenwandeling : 50 – 19 – 98 – 99 – 17 – 53 – 51 – 52 – 49 – 50 (Itegem)

Ljouwert (Leeuwarden)

Na drie dagen fietsen waren we wel toe aan iets anders. Daarom trokken we vanochtend, met de auto, naar Leeuwarden. Aanvankelijk was het de bedoeling om daar een fietstocht te beginnen en dan nog “even” de stad te bezoeken maar gelukkig hebben we besloten om er een hele dag door te brengen.

Leeuwarden is de hoofdstad van Friesland en is één van de oudste steden van Nederland. De geschiedenis van Leeuwarden gaat terug tot in de Romeinse tijd. Toen woonden er al mensen op de plek waar nu de Oldehove staat. Leeuwarden is ontstaan op terpen die werden opgeworpen aan een inham van de Middelzee die in de 13e eeuw dichtslibde en werd ingepolderd. De riviertjes Ee, Vliet en Potmarge mondden bij deze terpen uit in zee.

De naam Leeuwarden duikt voor het eerst op in een schenkingsakte uit de 8e eeuw. In dit document van de abdij van Fulda spreekt men van villa Lintarwde.

In 1435, hetzelfde jaar dat Oldehove, Nijehove en Hoek samengevoegd werden tot één stad, Leeuwarden, kreeg Leeuwarden stadsrechten.

De vijftiende eeuw werd beheerst door de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. In het algemeen schaarden de steden en het platteland zich achter de Schieringers. Leeuwarden was het bolwerk van de Vetkopers. De partijstrijd leidde tot de bouw van nieuwe verdedigingswerken. Albrecht van Saksen had in 1498 negen weken nodig om Leeuwarden in te nemen, om het intern verdeelde Friesland te kunnen onderwerpen.

De zestiende en zeventiende eeuw vormden een gouden tijd voor Leeuwarden. Leeuwarden kreeg aanzien doordat het eeuwenlang de residentie werd van de Nassaus die vanaf 1584 stadhouder werden van de noordelijke provincies, tot zij in 1747 uit de stad vertrokken. De Nassaus woonden in het Stadhouderlijk Hof met hun hofhouding, nu functioneert het gebouw als hotel. In deze eeuwen kwam de stad ook tot grote bloei. Het aantal inwoners steeg van 5.000 rond het jaar 1500 tot 16.000 in 1650.

De Gouden Eeuw was ook een tijd waarin de adel op kwam in Leeuwarden. De Eewal, Grote Kerkstraat, Nieuwestad, Tweebaksmarkt en de Weaze waren destijds de deftigste straten van Leeuwarden. Hier woonden de rijke adellijke families zoals Van Martena, Van Aylva, Van Camstra en Van Burmania. Leeuwarden behoorde toen tot de tien aanzienlijkste steden van Nederland. Daarvan getuigen nu nog prachtige gebouwen als de Kanselarij (waar recht gesproken werd), het Stadhouderlijk Hof en de Waag (als centrum van de handel).(Bron : Wikipedia)

Wij kochten ons voor 2 euro bij het Visitor Center een kaartje met een 6km lange wandelroute doorheen de stad waarbij je de meeste bezienswaardigheden passeerde : Oldenhove ( de scheve toren van Leeuwarden), de Prinsentuin, het Stadhuis, het Stadhouderlijk Hof, de Waalse kerk, de Grote Kerk, het Stadsweeshuis, de St.Bonifatiuskerk, Centraal Apotheek, de Kanselarij, het Oude Postkantoor en nog veel meer mooie oude gebouwen.

Ook voor shoppers of voor Bougondiërs heeft Leeuwarden voldoende te bieden.

Kortom … een gezellige stad die gewoon vraagt om terug te komen.

Schiermonnikoog

Vandaag lieten we onze fietsen in de berging staan. Er stond wel een fietstochtje op het programma maar dat zouden we doen in Schiermonnikoog en op de veerboot die vertrekt vanuit Landal Esonstad mag je geen fietsen meenemen.

Op zich geen probleem want één van de hoofdactiviteiten op Schiermonnikoog is het verhuren van fietsen. Soepboer Fietsverhuur waar wij via de Landal Receptie twee e-bikes reserveerden heeft er een vierduizendtal staan. En dat is dan maar één van de vier verhuurbedrijven die er zijn.

Bon, wij dus het “marktplein” overgestoken en de boot naar de gemeente met de minste inwoners van Nederland. Op 31 januari van dit jaar waren er 982 inwoners.

Schiermonnikoog is vanuit het westen het vijfde bewoonde Waddeneiland. Het eiland wordt geprezen om zijn rust, die onder andere in stand wordt gehouden doordat bezoekers hun auto op de vaste wal in de haven van Lauwersoog moeten achterlaten.

In de middeleeuwen was Schiermonnikoog een uithof van het cisterciënzerklooster Claercamp uit Rinsumageest bij Dokkum, een van de kloosters in Friesland. De monniken van het klooster, die land indijkten, droegen grijze pijen. Zo ontstond de naam: schier betekent grijs, en oog betekent eiland (en is etymologisch hetzelfde als ei in eiland). De naam Schiermonnikoog wordt voor het eerst genoemd in 1440 in een akte (van Philips van Bourgondië). In 1580 werd Friesland protestants. Het klooster verloor alle bezittingen, en Schiermonnikoog werd onderdeel van het gewest Friesland.

Je kan er eindeloos wandelen (ook waddenlopen) maar wij kozen toch maar voor de fiets. Ik had de 18 km lange Trekvogelroute gevonden, een fietstocht die je langs enkele bezienswaardigheden voert zoals de Noordertoren, Bunker Wasserman en Begraafplaats Vredenhof.

Aanvankelijk werden aangespoelde drenkelingen op Schiermonnikoog begraven in de duinen. In de 19e eeuw werd dit verboden. In 1863 werden zeven bemanningsleden van een gestrand Zweeds schip begraven op de plek in de buurt van het latere Vredenhof. Ook later werd er nog een drenkeling in deze omgeving begraven. In 1917 namen enkele inwoners van Schiermonnikoog het initiatief voor de stichting van Vredenhof, een begraafplaats voor de aangespoelde drenkelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook drenkelingen uit de Tweede Wereldoorlog liggen hier begraven. Het is dan ook een Commonwealth War Graves kerkhof. We vermoeden dat onze buren hier in het park daar ook geweest zijn of er nog moeten komen. Onze buren zijn immers Westvlamingen van de Commonwealth War Graves Commission. Ze zijn hier met drie busjes.

Op de terugweg hadden we nog het geluk van een zeehond te spotten. Die lag rustig te genieten van de zon op een zandbankje.

Het was weer een heel leuke zij het ook wel vermoeiende dag. Het was niet eenvoudig om een kleine selectie van foto’s te maken.

Onze tocht:

(Niet) Naar Pikhakendonk

Laatste dag van onze vakantie vóór we morgenvroeg terug naar de realiteit moeten en terug moeten gaan (thuis)werken.

We wilden het rustig aan doen maar toch ook een wandelingetje meepakken. Waarom dan niet voor de Pikhakendonkwandeling? Dan kunnen we vertrekken vanuit Rijmenam dat maar op een boogscheut van Peulis ligt. Bovendien is die maar een goeie 5 km lang.

Zo gezegd, zo gedaan maar we hadden ons toch beter moeten voorbereiden. De wagen lieten we achter in het centrum van Rijmenam om dan naar de brug over de Dijle te stappen en zo richting het vertrekpunt te wandelen.

Alleen … dat vertrekpunt leek maar niet te komen. We hadden al 2,6 km op de teller staan toen we toch een bordje leken te zien. Maar daar leek het bij te blijven, bij dat ene bordje.

Om niet het risico te lopen van opnieuw meer dan 10 km te doen hebben we er dan maar de Garmin GPS bijgenomen en een alternatieve route via het pittoreske Hever gezocht.

Uiteindelijk hadden we 8,70 km op de teller toen we terug aan de auto stonden.

Het was wel een heel mooie wandeling maar de Pikhakendonk zal voor een andere keer zijn.

De Luysen – Mariahof (Bree-Beek)

We hadden voor onze derde (en helaas ook laatste) dag kunnen kiezen voor één van de vele wandellussen van de Duinengordel.

Maar we kozen om een kwartiertje verder te rijden naar het natuurgebied De Luysen op de grens tussen Bocholt en Beek (Bree).

De Luysen is een natuurgebied dat bestaat uit een complex van visvijvers van 40 ha, en aansluitend een moerassig bosgebied. De vijvers worden gevoed door de Abeek. Het gebied is eigendom van Natuurpunt.

De naam van het gebied is afkomstig van het luys-kruyd, en dit betrof dan riet, rietgras of lisdodde. De visvijvers van De Luysen en het nabijgelegen Mariahof, deels ook gebruikt als zwemvijver (De Luysen was een recreatie-oord), werden in 1996 aangekocht door Natuurpunt en heringericht. Sindsdien vormen ze, samen met het omringende moerasgebied, een belangrijk rustpunt voor watervogels. Er werden twee vogelkijkhutten ingericht.

Het Mariahof was van oorsprong een boerderij, gebouwd tussen 1800 en 1814. Later werd het een vakantieoord voor hengelaars. In 2005 werd de boerderij door de Belgische staat overgenomen.

Tot de broedvogels behoren snor, roerdomp, houtsnip en watersnip. De visarend en de grote zilverreiger overwinteren er. Ook de insectenwereld is rijk vertegenwoordigd, onder meer met vele soorten libellen. De grote oeverspin komt slechts op twee plaatsen in Vlaanderen voor, waaronder hier. Tot de zeldzame vlinders behoren: kleine parelmoervlinder, grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder.

Het gebied maakt deel uit van het Grenspark Kempen-Broek. Er zijn wandelingen uitgezet en men kan gebruikmaken van de vogelkijkhutten. Het gebied sluit aan op het Stramprooierbroek, de Stramprooierheide en de Sint-Maartensheide. Op de Abeek vindt men, in het westen van het gebied, de Voorste Luysmolen. (Bron : Wikipedia)

We hebben niet alle hierboven vermelde dieren gezien maar we hebben er toch wel voldoende gezien. We hebben zelfs een beer gezien (nu ja … we hebben “beer” gezien, die kwam uit een kar achter een traktor, hihi) We hebben zelfs even een “niet-essentiële” uitstap naar Nederland gedaan. Het was nog geen twee kilometer en meer dan 200 meter over de grens zijn we volgens mij niet geweest maar toch … 😉.

Van de drie wandelingen was deze wel de mooiste. Echt een aanrader wanneer je in de buurt bent.

Duinengordel Oudsberg

Voor onze tweede wandeling van deze driedaagse trokken we vanochtend, na een stevig ontbijt op onze kamer, naar het centrum van Gruitrode waar we onze auto achterlieten op het Phil Bosmansplein.

Phil Bosmans, de bezieler van de Bond zonder Naam, is immers in 1922 geboren in Gruitrode als kind van een kleine boer. Ik veronderstel dat iedereen wel eens een spreuk van Bosmans ergens heeft hangen gehad. Verbeter de wereld, begin bij jezelf is alvast één van de spreuken die veel twitteraars wel eens mogen toepassen 😉.

Voor onze wandeling zouden we vandaag, op aanraden van onze hoteleigenaar, de gele bordjes van de Duinengordel Oudsberg volgen. Deze wandeling zou ons op en over de Oudsberg voeren had hij ons verteld.

De Oudsberg (ook wel de Zandberg genoemd) staat bekend als de grootste en hoogste open stuifduin van Vlaanderen, gelegen in het Gruitroderbos in een duinengordel die zich vroeger uitstrekte van Hechtel tot Maaseik. Oudsberg maakt deel uit van het Nationaal Park Hoge Kempen.

De Oudsberg torent een 30-tal meter uit boven het Kempens Plateau. De Oudsberg is sinds 1998 erkend als Vlaams natuurreservaat en strekt zich uit op het grondgebied van gemeente Meeuwen-Gruitrode en geeft haar naam aan de fusiegemeente Oudsbergen. Tijdens de jongste ijstijd, het Weichselien, die ongeveer 11.000 jaar geleden ten einde kwam, kreeg het Kempens Plateau te maken met enorme zandverstuivingen, omdat er nog geen gesloten vegetatiedek was. Er vormden zich diepe leeggestoven laagten, waarin vennen ontstonden. Voorbeelden hiervan zijn de Ruiterskuilen, het Turfven, het Zwartven en het Broeksven. Hoge zandafzettingen staken als duinruggen boven het landschap uit. Door de opwarming van het klimaat ontwikkelden er zich stilaan berken- en eikenbossen.

In de Middeleeuwen verarmde de bodem van de Oudsberg door intensieve ontginning. Hierdoor kon alleen heide nog overleven. Plaatselijke overbegrazing van schapen zorgde opnieuw voor zandverstuiving, die het huidige duinlandschap boetseerde.

Vandaag zijn de landduinen nog steeds in volle evolutie. Het zand breidt zich uit terwijl de duintoppen wegstuiven. Ooit was de Oudsberg 95 meter hoog en behoorde daarmee tot de hoogste toppen van Limburg. Maar de laatste decennia kromp de heuvel zeker 7 meter. (Bron: Wikipedia)

Hoewel het vertrekpunt nauwelijks 3 km van dat van gisteren lag, leek het wel of we in een ander deel van het land aan ’t wandelen waren. Vooral de Oudsberg zelf is een aanrader, ook al is het daar door het mulle zand behoorlijk lastig om te wandelen.

Net voor we terug aan de auto waren zijn we nog een kijkje gaan nemen in de Commanderij van Gruitrode.

De Commanderij van Gruitrode, een waterburcht uit de 15de eeuw, kent een rijk en roemrucht verleden. De eerste nederzetting dateert van de periode 1000 – 1366 onder het graafschap van Loon. Hoewel de authenticiteit gedeeltelijk verloren is gegaan, vormt het complex samen met het beschermde neerhof nog steeds waardevol onroerend erfgoed.

De benaming ‘Commanderij’ komt van de voormalige bewoners van het kasteel: de commandeurs van de Duitse Orde. Zij bestuurden Gruitrode vanaf 1416 tot het einde van de 18de eeuw.

In 1416 kocht Iwan van Cortenbach, de landcommandeur van de Duitse Orde, het goed. Deze geestelijke ridderorde werd in 1190 in het Heilig Land tijdens de derde kruistocht gesticht. De ridders stonden in voor de verpleging van zieke en gewonde kruisvaarders en de militaire verdediging van de heroverde gebieden. Vanaf dan maakte de Commanderij deel uit van de twaalf commanderijen die gegroepeerd waren rond de hoofdcommanderij in Alden Biesen.

Het gebouw werd in 1485 verwoest als gevolg van een vete tussen twee families. Ter vervanging van de oorspronkelijke Commanderij, werd in de tweede helft van de 16e eeuw het huidige kasteel met pachthoeve in Maaslandse renaissancestijl gebouwd. Tot de Napoleontische tijd bleef het goed in het bezit van de Ridders van de Duitse Orde. Na 1815 ging de Commanderij steeds over in privé-eigendom.

De familie Van Megchelen kocht het kasteel uiteindelijk in 2003. Negen jaar later schonken ze het voor 99 jaar in erfpacht aan de gemeente Meeuwen-Gruitrode, nu Oudsbergen. Het kasteel krijgt een nieuwe toekomst als toegangspoort tot het natuurgebied Duinengordel. (Bron: website Gemeente Oudsbergen)