Wateroverlast

In tegenstelling tot gisteren was er vandaag geen mist en leek het aangenaam wandelweer te worden.

Ik had op de Wandelknooppunt.be een mooie wandeling gevonden die vertrekt aan de kerk van Rotselaar Heikant (Schoolstraat 58). En een kerk betekent ook vaak een parking, perfect om te starten dus.

De knooppunten : 613 – 612 – 608 – 609 – 610 – 611 – 614 – 615 – 619 – 613

De wandeling begon mooi. Via het Meer van Rotselaar waren we al snel aan de Toren Ter Heiden. Dat is een donjon die in het midden van de 14e eeuw werd gebouwd door ridder Gerard Vander Heiden, een leenman van de heer van Rotselaar en drossaard van Brabant.

De toren telt 5 verdiepingen en is gebouwd op een grondplan in de vorm van een Grieks kruis.

Naast de toren herinnert de schoorsteen aan brouwerij “De Toren”. Tussen 1870 en 1939 werd daar door de familie Smedts bier gebrouwen met klinkende namen als Faro, Dik-Kop, Wit-kop en Dubbel Diesters.

Even verder, ter hoogte van knooppunt 610 kwamen we het eerste probleem tegen : een bord dat waarschuwde voor “wateroverlast”. En inderdaad, de ruim 250 meter tot aan knooppunt 611 was volledig overspoeld met water en ijs. Geen padje ernaast te zien. Dan maar een omweg gezocht.

Even verderop toen we terug op het pad zaten opnieuw zo’n bord. Maar daar zag het pad er wel toegankelijk uit. Helaas, 500 meter verder veranderde het wandelpad in een beek van ruim 3 meter breed en wie weet hoe diep het zou zijn.

Teruggekeerd op onze stappen en terug langs de grote baan verder gewandeld. Nog één poging gedaan om terug naar het wandelpad te gaan maar zonder succes. Ook daar stond minstens 30 cm water op het pad en leek er nergens een omweg te zien.

Dan maar terug naar de auto waar we uiteindelijk toch ruim 6 km op de teller hadden. We gaan de wandeling nog eens opnieuw moeten doen wanneer het wat droger is. En misschien zien we dan het ijsvogeltje dat we vandaag gezien hebben opnieuw. En hopelijk ben ik dan wel op tijd om een fotootje te nemen.

De geplande wandeling

De uiteindelijke wandeling:

Enkele foto’s:

Nieuw jaar

Het is voorbij … mijn minst favoriete week van het jaar.

Kerstmis gaat nog, zelfs al ben ik deze keer op tram 6 gestapt en hebben ze huisnummer 60 op mijn deur gezet. Als kind vond ik het wel erger. Als je op Kerstdag verjaart dan kan je dus nooit een verjaardagsfeestje voor je vriendjes geven op je verjaardag zelf. Dat moest altijd de dag erna. En je kreeg ook maar één cadeau, weliswaar een “groot” cadeau maar het was maar één keer op een jaar.

Maar “oud en nieuw” vind ik dus de meest overroepen feestdag van het jaar. Ik moet er echt niks van hebben. Veel dronken mensen, veel ongevallen met vuurwerk en het is niet dat het werk dat er op oudjaar ligt op twee januari ineens afgewerkt is. En dan die eerste en tweede werkweek … beste wensen hier, beste wensen daar … laat me gerust, ik wil werken 😊😊

Afin, ondertussen hebben we lokaal enkele wandelingetjes gemaakt. Gewoon om even buiten te zijn, soms met fotocamera, soms niet. Dit zijn de foto’s van vandaag. Onderweg een Grote Lijster gespot en ook het Tomorrowlandvliegtuig van Brussels Airlines zien overvliegen.

Kröller-Müller

Drie dagen zijn zo voorbij en voor onze laatste dag kozen we voor het Nationaal Park De Hoge Veluwe en meer bepaald het Kröller-Müller museum.

De auto lieten we achter op de parking aan de ingang in Otterlo om daar één van de witte fietsen te nemen en naar het museum te fietsen.

Het museum is vernoemd naar Helene Kröller-Müller die een groot deel van de collectie bijeenbracht, daarbij geadviseerd door kunstpedagoog H.P. Bremmer. Het werd in 1939, enige jaren na de stichting van het Nationale Park, officieel geopend als rijksmuseum. Nadat het rijk had besloten het museum, net als alle andere rijksmusea, te verzelfstandigen en de naam Rijksmuseum Kröller-Müller verviel, werd de statutaire naam van het museum Stichting Kröller-Müller Museum.

Helene Kröller-Müller had sinds haar eerste aankoop in 1908 van het schilderij Hij komt van ver van Paul Gabriël, een schilderijverzameling opgebouwd, die in tegenstelling tot verzamelingen van haar tijdgenoten, moderne werken betrof.

Aanvankelijk werd haar kunstverzameling ondergebracht in een deel van het hoofdkantoor van de firma W.H. Müller & Co. aan het Lange Voorhout 3, totdat Kröller het pand ernaast, Lange Voorhout 1, speciaal in 1913 voor de verzameling had aangekocht. Kröller-Müller richtte speciale ruimten in voor de werken van Van Gogh, voor schilders uit het pointillisme, zoals Georges Seurat, Théo van Rysselberghe en Paul Signac, en een voor Odilon Redon. Werken van Piet Mondriaan, Bart van der Leck en Juan Gris werden op de tweede etage tentoongesteld. Door nieuwe aankopen veranderde de opstelling regelmatig. Samen met Bremmer organiseerde zij tentoonstellingen die door het publiek mochten worden bezocht, tegen schriftelijke aanvraag van een bewijs van toegang. Bremmer schreef hierbij de catalogi, terwijl Kröller-Müller lezingen hield.

Uiteindelijk werd de collectie schilderijen en beelden ondergebracht in het nieuwe, nog steeds bedoeld als overgangsmuseum, Rijksmuseum Kröller-Müller op het landgoed ‘De Hooge Veluwe’ in Otterlo. Het gebouw werd ontworpen door de Belgische architect Henry Van de Velde. Minister Slotemaker de Bruine opende het museum op 13 juli 1938. De eerste directeur van het museum was van 1938 tot 1939 Helene Kröller-Müller. (Bron: Wikipedia)

Het is wel jammer dat je zowel voor het museum als voor het park apart tickets moet kopen. Combi-tickets zijn niet mogelijk. Als je enkel voor het museum gaat dan wordt het wel redelijk duur, vooral op een miezerige dag als vandaag die niet uitnodigt om verder in het park te fietsen of te wandelen.

Hanzestad Hattem

Na het uitgebreide ontbijt in Hotel Vierhouten (bij Bas en Valerie) vertrokken we deze voormiddag naar Hattem. Het was koud en vrij mistig en de GPS had er duidelijk last van maar we zijn er zonder problemen geraakt.

Hattem wordt omstreeks 800 voor het eerst in de geschiedschrijving genoemd. In de Codex Laureshamensis (het overzicht van bezittingen van de abdij Lorsch) wordt de nederzetting Hat-Heim genoemd, waar twee hoeven zouden staan die de abdij als gift had ontvangen.

Ondanks deze vroege vermelding was er in die tijd nog geen kerk of kapel in Hattem. In 1176 werd Hattem een zelfstandig kerspel. De kapel van 17,5 meter lang en 9,5 meter breed stond niet op de plek van het huidige centrum van Hattem, maar op de Gaedsbergh (Godsberg).

Hattem kreeg zijn stadsrechten in 1299 van graaf Reinoud I van Gelre en is een Hanze- en vestingstad. Op dat moment wordt er een versterkte stad gesticht op de noordrand van de Veluwe. Het stadsplan van Hattem getuigt van een belangrijke rol van de huidige kerk.

Hertog Willem I van Gelre schonk in 1401 de Hoenwaard, waar de burgers die binnen de stadsmuren woonden hun vee mochten laten grazen en steenbakken. In 1404 werd het kasteel St. Lucia gebouwd. In de volksmond zou dit gebouw bekend worden als “de Dikke Tinne”. Deze naam dankt het kasteel aan de dikke muren, die de dikste van Nederland waren. In 1778 werd dit kasteel gesloopt, omdat de gemeente besloot om de stenen te verkopen.

In 1786 werden Hattem en Elburg bekend door een sterke patriottische beweging, onder leiding van de advocaat Herman Willem Daendels. Daar werden de prinsgezinde kandidaten voor de vroedschap niet geaccepteerd; de verkiezing werd als een interne zaak beschouwd. Binnen een maand hebben de troepen van stadhouder Willem V de opstand onderdrukt. (Bron Wikipedia)

Zoals we wel vaker doen zijn we bij de V.V.V. gaan informeren of er een stadswandeling was. Dan krijg je direct een mooi beeld van de stad.

Hattem is ook de plaats waar het Anton Pieck Museum is gevestigd. Pieck is vooral bekend voor het ontwerpen van de Efteling maar heeft veel meer dan dat gedaan. Zo heeft hij honderden boeken geïllustreerd waaronder ook de 10de druk van Pallieter van Felix Timmermans, die een goede vriend was van Pieck.

Hij heeft ook wondermooie olieverfschilderijen gemaakt. In de tweede wereldoorlog gebruikte hij zijn grafische talenten om papieren en stempels te vervalsen voor het verzet.

Paleis het Loo

Als een mens op een nieuwe tram stapt en een nieuwe voordeur krijgt en die beginnen allebei met een 6 dan krijgt een man al wel eens een speciaal geschenkje van zijn vriendin. En dat is deze keer een driedaagse in de Veluwe.

Op onze eerste dag, die heel mistig begon in België, was Apeldoorn en vooral Paleis het Loo, onze bestemming. Daar was de mist ondertussen verdwenen en had plaatsgemaakt voor een zalig winterzonnetje.

Paleis Het Loo is een paleis gelegen aan de rand van Apeldoorn. Het paleis werd tot 1975 door leden van de Koninklijke familie van Nederland bewoond. Sinds 1984 is het als Nationaal Museum Paleis het Loo opengesteld voor publiek en vinden er tentoonstellingen en evenementen plaats.

De naam ‘Loo’ betekent oorspronkelijk een op hogere zandgrond gelegen licht en mensvriendelijk bos met hoog, opgaand hout. Stadhouder Willem III, achterkleinzoon van Willem van Oranje, kocht in 1684 het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo aan, om ernaast een nieuw jachtverblijf op te trekken.

De stadsmeestertimmerman van Leiden, Jacobus Roman (1640-1716), die in 1689 hofarchitect zou worden, ontwierp een vierkant hoofdgebouw (corps de logis) in classicistische stijl, met aan weerszijden ervan zijvleugels. Hoofdgebouw en vleugels waren met elkaar verbonden via halfronde colonnades. Het interieurontwerp is goeddeels van Daniël Marot.

Nadat stadhouder Willem III koning van Engeland was geworden, liet hij het paleis van 1691 tot 1694 uitbreiden met vier paviljoens (een binnen- en een buitenpaviljoen aan weerszijden van het hoofdgebouw) die het hoofdgebouw met de zijvleugels verbonden. De colonnades werden verplaatst naar de nieuw aangelegde tuin. De paviljoens bevatten de koninklijke appartementen van stadhouder Willem III en Mary Stuart, evenals de eetzaal, paleiskapel en schilderijengalerij. Het interieur werd ontworpen door Daniël Marot. De plafondschilderingen zijn van de hand van Johannes Glauber en Gerard de Lairesse. Volgens Jan van Gool werkten Dirk Valkenburg en Dirk Dalens III rond 1700 aan de verfraaiing met vogel- of jachttaferelen.

Het paleis was de zomerresidentie van de Nederlandse stadhouders en koningen van 1686 tot 1975. Het werd voor het laatst bewoond door prinses Margriet en haar echtgenoot Pieter van Vollenhoven.

Paleis Het Loo beschikt over een Hollands-classicistische tuin met Franse invloeden (een vakverdeling afgezet met Japanse hulsthagen). Het is een formele tuin in de stijl van de 17e-eeuwse barok, in navolging van de renaissancetuinen van André le Nôtre, zoals bij het kasteel van Versailles. Vanaf het balkon (op woensdag toegankelijk) is uitzicht op de tuin. De ene kant van de tuin is het spiegelbeeld van de andere. Er zijn meerdere fonteinen in de tuin van paleis Het Loo, met namen die verwijzen naar figuren uit de Romeinse en Griekse mythologie (zoals de Venus- en de Hercules-fontein). (Bron Wikipedia)

Het was niet ons eerste bezoek aan Paleis het Loo maar wel de eerste keer sinds de laatste restauratie en dus ook de eerste keer dat we via de nieuwe ontvangstruimte moesten binnengaan. Daar nog net de tentoonstellingg “Queens” van Andy Warhol te bekijken.

Ondertussen zitten we bij Bas en Valerie in Hotel Vierhouten waar het altijd aangenaam vertoeven is.

Haacht en het Kasteel van Roost

Het einde van de vakantie nadert met rasse schreden.

Nadat we gisteren een “dagje IKEA” hadden gedaan was er vandaag toch weer wat tijd om nog wat te gaan wandelen.

We kozen deze keer voor Haacht. In de Wandelknooppunten-app had ik een “winterwandeling” van een dikke 5 km gevonden. Geen knooppunten en even afgepijld maar wel een combinatie van knooppunten en van de Natuurleer-wandeling.

Maar voor dergelijke wandelingen kan je de app gebruiken en de navigatiemodus werkt perfect.

Vertrekken deden we op de Lombaarden-parking.

Niet lang daarna passeerden we de Heerlyckheid van Roost”.

Er werd in de 12e eeuw een burcht gebouwd in de Borgelham, wat een meander van de Dijle was. De meander verdween in de 13e eeuw. De burcht werd verlaten en vermoedelijk is het Kasteel van Roost begin 14e eeuw gebouwd met ijzerzandsteen dat van de oorspronkelijke burcht afkomstig was. Het betrof een klein waterkasteel binnen een ringmuur. Er werden nog andere gebouwen toegevoegd maar in 1489 werd het kasteel verwoest door de troepen van Albrecht van Saksen.

Hierna werd het kasteel herbouwd in witte Gobertangesteen en eveneens witte Diegemse steen.

In 1828 werd het kasteel afgebroken en in 1833 brandde het neerhof af. De buitenste slotgracht bleef over en deze werd in 1939 nog doorsneden door de antitankgracht.(bron : Wikipedia)

Nu is het een speelplein voor de kinderen.

Verder was het (alweer) een mooie maar soms heel drassige wandeling. Onze Meindl-schoenen hebben hun waarde nog maar eens bewezen. Nu ja, als je al meer dan 300 jaar schoenen maakt dan zal je wel kwaliteit brengen zeker?

De wandeling (terug te vinden op Wandelknooppunt.be)

Enkele foto’s:

Bos en Heide in Averbode

Nog steeds met vakantie. Gisteren een dagje Antwerpen gehad waar we vooral geshopt hebben. Er zijn ook foto’s genomen maar die volgen later wel.

Vandaag hebben we de wandelschoenen terug aangetrokken en zijn we naar Averbode gereden voor een wandeling door “bos en heide”.

De wandeling vertrekt aan knooppunt 100 dat net voor de ingang van de abdij ligt.

De Abdij van Averbode is een abdij van de premonstratenzers, die in 1134 werd gesticht door Arnold II, graaf van Loon. De nu verdwenen Sint-Michielsabdij in Antwerpen wordt als haar moederklooster beschouwd. Aan het hoofd van de gemeenschap staat een gemijterde abt.

In de beginjaren leefde de kloostergemeenschap van landbouw, waarbij de Norbertijnen hulp kregen van lekenbroeders. Oorspronkelijk was het een dubbelklooster. De zusters verhuisden aan het begin van de 13e eeuw naar een eigen klooster (Keizerbos). Die gemeenschap bleef tot 1796 bestaan.

n 1802 kocht medebroeder Ignatius Carleer de abdij terug en in 1803 werd de parochie Averbode opgericht, met de abdijkerk als parochiekerk en een medebroeder als pastoor. Vanaf 1826 verkocht Carleer verschillende materialen en kunstvoorwerpen uit de abdij. Na de onafhankelijkheid van België, met name in 1834, werd het kloosterleven in Averbode officieel hervat. Dat jaar stelde paus Gregorius XVI een apostolisch visitator aan voor de kloosterorden. Deze stelde als voorwaarde om de abdij opnieuw op te richten dat er zes kloosterlingen dienden te wonen, wat in Averbode het geval was.

In 1907 stichtten de norbertijnen van Averbode een coöperatieve zuivelonderneming en in 1911 een bank. Ze legden zich ook toe op drukkers- en uitgeversactiviteiten, een gevolg van de oprichting van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart in Averbode. Averbode’s weekblad, een tijdschrift uitgegeven door de paters norbertijnen, verscheen voor het eerst in 1907. Het aantal leden van de gemeenschap nam in die periode sterk toe. In 1920 werd onder impuls van pater Basiel Vanmaele de Eucharistische Kruistocht opgericht. Vanaf 1920 gaf de abdij een kindertijdschrift uit, Zonneland. In 1930 volgden de Vlaamse Filmpjes, waarin de jeugd kon kennismaken met de literatuur, en in 1958 ontstond Zonnekind. (Bron : Wikipedia)

Het was weer een heel mooie wandeling maar, zoals waarschijnlijk bij elke boswandeling tegenwoordig, waterdichte wandelschoenen waren geen overbodige luxe.

Knooppunten : 100 – 90 – 87 – 76 – 99 – 110 – 274 – 73 – 205 – 206 – 75 – 86 – 85 – 100

De wandeling is eigenlijk 5,5 km lang maar omdat wij geparkeerd stonden op parking 1 en we ook nog de abdij hebben bezocht stonden er 7,5 km op onze teller.

De wandeling

Enkele foto’s

Achter den berg

We zijn aan ons laatste weekje vakantie van dit jaar begonnen en dat hebben we gisteren ingezet met een bezoekje aan de stripbeurs in Heist-op-den-Berg, gevolgd door een bezoekje aan de zondagmarkt in Heist-op-den-Berg om daarna nog een wandelingetje door De Averegten in Hallaar te maken (deelgemeente van Heist-op-den-Berg).

Ook vandaag trokken we terug naar Heist-op-den-Berg maar dan voor een wandeling “Achter den Berg”.

Het was geen knooppuntenwandeling maar we hebben ze wel gevonden op de website van Wandelknooppunt (www.wandelknooppunt.be). Ik heb daar de route in .gpx-formaat gedownload en die vandaag dan gebruikt als navigatiemiddel.

Een heel mooie wandeling al was ze vandaag ook behoorlijk vermoeiend. Op sommige plaatsen stonden we tot aan onze enkels in het water, op andere plaatsten even diep in de modder. Dan ben je wel blij dat je enerzijds waterdichte wandelschoenen aanhebt en anderzijds propere schoenen in de auto hebt liggen.

De wandeling:

De foto’s :

Kruiskensberg en de Grote Nete

Afgelopen zondag hebben we van het prachtige weer nog eens de echte wandelschoenen aangedaan. Die bleken wel nodig want het was een vrij zompige wandeling.

Als vertrekpunt kozen we de parking van Café ’t Kruiske in Bevel, vlakbij Kruiskensberg.

Van de parking ging het naar knooppunt 2 aan het kapelletje van Kruiskensberg.

Het bedevaartsoord zou ontstaan zijn toen omstreeks 1260 een herder dronk van het water van een bron op deze heuvel en aldus van koorts genas. Hij zou dan een kruis hebben geplaatst bij de bron. In 1691 werd de bron vervangen door vijf waterputten. Deze symboliseren de vijf wonden van Christus.

De bedevaart, die op Goede Vrijdag plaats vond, werd vergezeld van een jaarmarkt.

De huidige kapel werd in 1861 gebouwd, in 1864 volgde een ijzeren kruis en in 1895 werden een zevental kapelletjes bijgebouwd met elk twee kruiswegstaties.

In 1961 werd nog een natuurstenen piëta geplaatst, vervaardigd door Jos Jacobs.

Van KP 2 ging het door het bos verder naar KP 4. Aanvankelijk was het de bedoeling om via KP 99, 98 en 61 (aan ’t Schipke) naar KP 59 te wandelen maar dan mis je wel het mooi vlonderpad tussen knooppunten 4 en 59.

Dan volg je de Grote Nete tot aan KP 77. Ter hoogte van Bed & Breakfast Hullebrug heb je de keuze. Ofwel volg je de knooppunten ofwel steek je rechtover en wandel je op het verharde stuk naar KP77. Wij kozen voor deze laatste optie, dat was net iets aangenamer wandelen.

Via knooppunten 81, 78 en 5 bereik je terug de parking van ’t Kruiske.

De knooppunten zonder vlonderpad : 2 – 4 – 99 – 98 – 61 – 59 – 60 – 77 – 81 – 78 – 5 – 2

De knooppunten met vlonderpad: 2 – 4 – 59 – 60 – 77 – 81 – 78 – 5 – 2

Enkele foto’s

Heverlee War Cemetery (3 x 3)

De laatste dag van het weekje verlof werd besteed aan een bezoekje aan de Gentse tak van de familie. Dat deden we wel met de trein. Goedkoop is dat niet echt. Nu ja, mijn moeder moest als 65-plusser maar 8,30 euro betalen voor een retourticketje, ik moest 32,40 euro neertellen voor diezelfde reis.

Maar ja, het scheelt wel een pak stress op de autostrade en je kan rustig een boek lezen of zelfs een dutje doen.

Zaterdag hebben we dan wat IKEA-meubelen in elkaar gestoken (zonder ruziemaken !!!).

En vandaag trokken we naar Leuven voor de maandelijkse 3 x 3 wandeling van Lots of Leuven. Die vond deze keer niet plaats in Leuven zelf maar wel in Heverlee meer bepaald aan het Engels Kerkhof. Officieel is dat de Commonwealth War Graves Commission Heverlee War Cemetery.

Ze werd ontworpen door Philip Hepworth. Het terrein heeft een vierkantig grondplan met een oppervlakte van 6.950 m². De toegang bevindt zich in de noordwestelijke hoek van waaruit 5 gangpaden vertrekken waarlangs de graven in waaiervorm zijn aangelegd. Het Cross of Sacrifice staat aan het uiteinde van het centrale pad. De toegang wordt gevormd door een gebogen bakstenen muur met dubbel hek en een schuilhuisje aan beide zijden.

Er worden 30 doden uit de Eerste Wereldoorlog (waaronder 1 niet geïdentificeerde) en 988 uit de Tweede Wereldoorlog (waaronder 36 niet geïdentificeerde) herdacht. Er liggen 756 Britten, 157 Canadezen, 45 Australiërs, 17 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan, 1 Amerikaan en 11 Polen uit de Tweede Wereldoorlog begraven.

Er liggen ook nog 29 Britten en 1 Canadees uit de Eerste Wereldoorlog begraven.(Bron : Wikipedia)

We kregen er onder andere de verhalen te horen van Marie Rose die samen met enkele andere vrijwilligers van de Auxiliary Territorial Services in de buurt verongelukt zijn in 1945.

En het verhaal van de twintigjarige Leslie Manser die het Victoria Cross heeft gekregen alsook dat van Lord Frederick Cambridge, een familielid van de Britse koninklijke familie. Hij was de jongste zoon van Adolphus Cambridge, 1st Markies van Cambridge, voorheen de hertog van Teck, en een neef van koningin Mary en koning George V.

Van alle wandelingen die we al gedaan hebben was deze wel de interessantste.