Naar de zoo

Het einde van de vakantie nadert helaas weer met rasse schreden.

Na onze terugkomst uit Friesland zijn we de tuin in gedoken. De hagen moesten dringend worden gesnoeid en daar ben je toch al snel even mee bezig.

Woensdag namiddag zijn we een fietstochtje met lunch en een “pré-soldeke” gaan doen. En donderdag ben ik, in de gietende regen, wel naar mijn stripwinkel in Antwerpen geweest.

Gisteren was het wel volop ontspanning met een bezoekje aan de Zoo van Planckendael, uiteraard met de fiets. Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik die voor het laatst heb bezocht maar dat moet jaren geleden zijn.

ZOO Planckendael maakt deel uit van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA) waartoe onder meer ook ZOO Antwerpen en reservaat De Zegge in Geel behoren. Planckendael is een ‘landschapsdierentuin’ en volgt een continentale indeling met een gethematiseerde inrichting en een natuurlijk karakter. Een opvallend kenmerk van ZOO Planckendael zijn de open ruimten in het park: sommige delen van het domein blijven onaangeroerd, zodat men er het hele jaar door wilde bloemen en planten kan vinden.

Het domein was eigendom van de schilder Michiel Coxie, in de 16e eeuw, en van diens familie. Latere eigenaars verbeterden de afwatering door het graven van grachten en een vijver, want het laaggelegen domein was gevoelig voor overstromingen. Grote openbare werken amputeerden het domein aan drie zijden: de Leuvensesteenweg (1736), het graven van de Vaart (kanaal Mechelen-Leuven, 1750-1753) en de spoorweg (1926). Het huidige kasteel Planckendael werd gebouwd in opdracht van Hendrik Moons, in 1780. In 1813 werd het domein verworven door de adellijke familie van Langhendonck, die het goed uitbreidde met stallingen en dienstgebouwen (tweede helft 19de eeuw). In 1956 kocht de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA) het landgoed Planckendael aan. Het is pas in 1780 dat het landgoed voor het eerst onder de naam Planckendael in de archiefstukken voorkomt en het is in datzelfde jaar dat het kasteel aan de voormalige hoofdingang van het park gebouwd werd in sobere rococo-stijl.

In 1960 opende het park zijn deuren voor het publiek. Aanvankelijk werd het domein door de Antwerpse ZOO gebruikt als een soort “buitenverblijf” voor de dieren: om te herstellen, voor kweekprogramma’s of als er in Antwerpen wat ruimtegebrek was. De publieke belangstelling was aanvankelijk erg matig, en beperkte middelen maakten ook slechts een langzame uitbouw mogelijk.

In 1985 werd een herstructureringsplan opgemaakt waarbij het dierenpark verder uitgebouwd werd tot een jong, ruim en open wandelpark met grote dierenverblijven. Dit volwaardige, moderne dierenpark vormt een perfecte aanvulling bij de Antwerpse Zoo: de dierenverzamelingen vullen elkaar aan, zodat men beide parken kan bezoeken zonder de indruk te krijgen tweemaal hetzelfde te zien. Inmiddels wil het park graag een eigen complete dierencollectie hebben. (Bron : HetWikipedia)

Het was een leuke dag met bijzonder veel foto’s. Zelfs de aanwezigheid van bussen vol “joelende kinderen” was niet vervelend. We hadden ook het geluk dat alles al klaarstond voor Bricks Safari dat vandaag officieel opent.

We schrokken wel van de prijzen die je betaalt voor eten en drinken. Nu ja, drinken want we hadden (gelukkig?) onze eigen boterhammetjes bij.

Impressie van de dierentuin:

Impressie van Bricks Safari

De Waddenzee

Voor onze laatste dag in Friesland lieten we ons eens niet inspireren door www.friesland.nl maar stippelde ik zelf een fietsroute uit via de knooppunten (wat trouwens perfect lukt via www.fietsknooppunt.be).

Onze route begon in het centrum van het drie kilometer verder gelegen Anjum en zou ons naar de Waddenzee brengen.

De knooppunten: 46 – 45 – 04 – 44 – 35 – 34 – 33 – 28 – 18 – 19 – 26 – 27 – 29 – 32 – 40 – 39 – 38 – 42 – 47 – 46.

De Waddenzee vormt samen met de kwelders, de Noordzeekust, de bewoonde eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en de onbewoonde eilanden en zandplaten, zoals Richel, Griend en Rottumerplaat 1 geheel: het Waddengebied. De internationale Waddenzee loopt nog verder, via Duitsland naar Denemarken.

De Waddenzee staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst(externe link), is een Natura 2000-gebied en werd door het Nederlandse publiek uitgeroepen tot het mooiste natuurgebied in Nederland. Daarnaast dient de Waddenzee ook als scheepvaartroute en voor visserij.

Het wad is altijd in beweging. Enorme hoeveelheden water persen zich tweemaal per dag met eb en vloed door de zeegaten tussen de Waddeneilanden. Met het water verplaatsen zand en slib (sediment) zich en worden geulen, platen, kwelders en de eilandkusten gevormd.

Grote delen van de slib- en zandbanken vallen met laagwater droog. Deze droogvallende wadplaten zijn rijk aan bodemleven en vogels vinden er veel voedsel en kunnen er rusten. Bij hoogwater lopen veel wadplaten weer onder en zijn ze juist een voedselbodem- en opgroeiplek voor vissen, krabben en garnalen.

Onze tocht bracht ons langs vissersdorpjes zoals Moddergat en Wierum. Enkele monumenten herdenken stormen waarbij zo goed als de volledige vissersvloot verdwenen is. Als je dan die namen leest en telkens de zelfde achternamen ziet staan dan kan je je nauwelijks voorstellen hoe zwaar dat voor zo’n kleine gemeenschap moet zijn geweest.

Na zo’n 25 km ging het terug landinwaarts en fietsten we via Holwert, Hantum, Hantumerútbuorren, Nijewier, Metslawier terug naar Anjum en verder naar Landal Esonstad en het Lauwersmeer waar we afklokten op 50km.

Alweer een mooie fietstocht die onder een grijs wolkendek en quasi windstilte begon maar die in de zon en met een fikse tegenwind eindigde.

En daarmee zit onze week in Friesland er weeral op. Morgen naar huis om dan nog een paar dagen tot rust te komen in de tuin. Nu ja … rust ? Jawel, rust … hagen snoeien, onkruid wieden, gras afrijden …

De route:

De foto’s:

De Alde Feanen – Eernewoude

Voor de eerste keer deze vakantie zag de lucht grijs toen we opstonden. Gelukkig was dat maar tijdelijk want nog voor we goed en wel op weg waren brak de zon door de wolken.

We hebben de fietsen op de auto gezet en zijn zo’n 35 km verder gereden om daar een fietstocht te starten. Die vertrok immers in Eernewoude. Al onze fietstochten heb ik trouwens gevonden op www.friesland.nl, een onuitputtelijke bron van informatie.

De fietstocht begon wel een beetje in mineur. Bleek immers dat ik de batterij van mijn Canon in ons huisje had laten liggen. Ik heb me dus moeten behelpen met mijn Samsung Galaxy M20.

Nationaal Park De Alde Feanen (betekenis: “De Oude Venen”, Fries: Nasjonaal Park De Alde Feanen) is een nationaal park in de Nederlandse provincie Friesland, gelegen rondom het dorp Earnewâld. Het nationaal park heeft een oppervlakte van bijna 4.000 ha. Het is hiermee het grootste aaneengesloten natuurgebied op het vasteland van de provincie Friesland. Het is een “natuurgebied met een rijke historie, een gebied ook van internationale betekenis. Vergelijkbare gebieden zijn buiten Nederland niet veel te vinden.

De Alde Feanen bestaat uit een gevarieerd laagveenmoeras met meren, veenplassen, petgaten, trilvenen, veenmosrietlanden, blauwgraslanden, rietlanden, dotterbloemhooilanden en moerasbossen. Er komen meer dan 500 soorten hogere planten voor, waaronder verschillende soorten zeggen en orchideeën. Er broeden meer dan honderd verschillende soorten vogels. In de winter pleisteren in het gebied grote aantallen ganzen, eenden en steltlopers. In het vroege voorjaar kunnen enkele tienduizenden steltlopers zoals kemphaan, grutto en wulp doortrekken.

Op 26 april 2006 werd het gebied door toenmalig minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit officieel aangewezen als twintigste Nationaal Park van Nederland. (Bron : Wikipedia)

De tocht is zeker een aanrader. Je fietst langs het water, door weilanden en je neemt geregeld een pontje om de rivier over te steken. Er was vandaag wel gevoelig minder wind. Iets aangenamer fietsen dus maar ook iets warmer.

De route van vandaag (vertrek aan het Bezoekerscentrum, Koaidyk 8, 9264 TP Eernewoude): 16 – 38 – 39 – 40 – 41 – 37 – 36 – 35 – 33 – 32 – 31 – 30 – 45 – 29 – 28 – 20 – 21 – 22 – 92 – 92 – 42 – 63 – 44 – 48 – 49 – 12 – 06 – 14 – 16

De foto’s (die dus van iets mindere kwaliteit zijn dan gewoonlijk):

Ljouwert (Leeuwarden)

Na drie dagen fietsen waren we wel toe aan iets anders. Daarom trokken we vanochtend, met de auto, naar Leeuwarden. Aanvankelijk was het de bedoeling om daar een fietstocht te beginnen en dan nog “even” de stad te bezoeken maar gelukkig hebben we besloten om er een hele dag door te brengen.

Leeuwarden is de hoofdstad van Friesland en is één van de oudste steden van Nederland. De geschiedenis van Leeuwarden gaat terug tot in de Romeinse tijd. Toen woonden er al mensen op de plek waar nu de Oldehove staat. Leeuwarden is ontstaan op terpen die werden opgeworpen aan een inham van de Middelzee die in de 13e eeuw dichtslibde en werd ingepolderd. De riviertjes Ee, Vliet en Potmarge mondden bij deze terpen uit in zee.

De naam Leeuwarden duikt voor het eerst op in een schenkingsakte uit de 8e eeuw. In dit document van de abdij van Fulda spreekt men van villa Lintarwde.

In 1435, hetzelfde jaar dat Oldehove, Nijehove en Hoek samengevoegd werden tot één stad, Leeuwarden, kreeg Leeuwarden stadsrechten.

De vijftiende eeuw werd beheerst door de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. In het algemeen schaarden de steden en het platteland zich achter de Schieringers. Leeuwarden was het bolwerk van de Vetkopers. De partijstrijd leidde tot de bouw van nieuwe verdedigingswerken. Albrecht van Saksen had in 1498 negen weken nodig om Leeuwarden in te nemen, om het intern verdeelde Friesland te kunnen onderwerpen.

De zestiende en zeventiende eeuw vormden een gouden tijd voor Leeuwarden. Leeuwarden kreeg aanzien doordat het eeuwenlang de residentie werd van de Nassaus die vanaf 1584 stadhouder werden van de noordelijke provincies, tot zij in 1747 uit de stad vertrokken. De Nassaus woonden in het Stadhouderlijk Hof met hun hofhouding, nu functioneert het gebouw als hotel. In deze eeuwen kwam de stad ook tot grote bloei. Het aantal inwoners steeg van 5.000 rond het jaar 1500 tot 16.000 in 1650.

De Gouden Eeuw was ook een tijd waarin de adel op kwam in Leeuwarden. De Eewal, Grote Kerkstraat, Nieuwestad, Tweebaksmarkt en de Weaze waren destijds de deftigste straten van Leeuwarden. Hier woonden de rijke adellijke families zoals Van Martena, Van Aylva, Van Camstra en Van Burmania. Leeuwarden behoorde toen tot de tien aanzienlijkste steden van Nederland. Daarvan getuigen nu nog prachtige gebouwen als de Kanselarij (waar recht gesproken werd), het Stadhouderlijk Hof en de Waag (als centrum van de handel).(Bron : Wikipedia)

Wij kochten ons voor 2 euro bij het Visitor Center een kaartje met een 6km lange wandelroute doorheen de stad waarbij je de meeste bezienswaardigheden passeerde : Oldenhove ( de scheve toren van Leeuwarden), de Prinsentuin, het Stadhuis, het Stadhouderlijk Hof, de Waalse kerk, de Grote Kerk, het Stadsweeshuis, de St.Bonifatiuskerk, Centraal Apotheek, de Kanselarij, het Oude Postkantoor en nog veel meer mooie oude gebouwen.

Ook voor shoppers of voor Bougondiërs heeft Leeuwarden voldoende te bieden.

Kortom … een gezellige stad die gewoon vraagt om terug te komen.

Schiermonnikoog

Vandaag lieten we onze fietsen in de berging staan. Er stond wel een fietstochtje op het programma maar dat zouden we doen in Schiermonnikoog en op de veerboot die vertrekt vanuit Landal Esonstad mag je geen fietsen meenemen.

Op zich geen probleem want één van de hoofdactiviteiten op Schiermonnikoog is het verhuren van fietsen. Soepboer Fietsverhuur waar wij via de Landal Receptie twee e-bikes reserveerden heeft er een vierduizendtal staan. En dat is dan maar één van de vier verhuurbedrijven die er zijn.

Bon, wij dus het “marktplein” overgestoken en de boot naar de gemeente met de minste inwoners van Nederland. Op 31 januari van dit jaar waren er 982 inwoners.

Schiermonnikoog is vanuit het westen het vijfde bewoonde Waddeneiland. Het eiland wordt geprezen om zijn rust, die onder andere in stand wordt gehouden doordat bezoekers hun auto op de vaste wal in de haven van Lauwersoog moeten achterlaten.

In de middeleeuwen was Schiermonnikoog een uithof van het cisterciënzerklooster Claercamp uit Rinsumageest bij Dokkum, een van de kloosters in Friesland. De monniken van het klooster, die land indijkten, droegen grijze pijen. Zo ontstond de naam: schier betekent grijs, en oog betekent eiland (en is etymologisch hetzelfde als ei in eiland). De naam Schiermonnikoog wordt voor het eerst genoemd in 1440 in een akte (van Philips van Bourgondië). In 1580 werd Friesland protestants. Het klooster verloor alle bezittingen, en Schiermonnikoog werd onderdeel van het gewest Friesland.

Je kan er eindeloos wandelen (ook waddenlopen) maar wij kozen toch maar voor de fiets. Ik had de 18 km lange Trekvogelroute gevonden, een fietstocht die je langs enkele bezienswaardigheden voert zoals de Noordertoren, Bunker Wasserman en Begraafplaats Vredenhof.

Aanvankelijk werden aangespoelde drenkelingen op Schiermonnikoog begraven in de duinen. In de 19e eeuw werd dit verboden. In 1863 werden zeven bemanningsleden van een gestrand Zweeds schip begraven op de plek in de buurt van het latere Vredenhof. Ook later werd er nog een drenkeling in deze omgeving begraven. In 1917 namen enkele inwoners van Schiermonnikoog het initiatief voor de stichting van Vredenhof, een begraafplaats voor de aangespoelde drenkelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook drenkelingen uit de Tweede Wereldoorlog liggen hier begraven. Het is dan ook een Commonwealth War Graves kerkhof. We vermoeden dat onze buren hier in het park daar ook geweest zijn of er nog moeten komen. Onze buren zijn immers Westvlamingen van de Commonwealth War Graves Commission. Ze zijn hier met drie busjes.

Op de terugweg hadden we nog het geluk van een zeehond te spotten. Die lag rustig te genieten van de zon op een zandbankje.

Het was weer een heel leuke zij het ook wel vermoeiende dag. Het was niet eenvoudig om een kleine selectie van foto’s te maken.

Onze tocht:

Via schilderachtige dorpjes naar Dokkum

Tweede fietsdag en ook vandaag lieten we ons inspireren door www.friesland.nl. Op die website kan je tal van wandel- en fietsroutes terugvinden.

Wij kozen vandaag voor Schilderachtige dorpjes en Elfstedenstad Dokkum, een tocht van 42 km (Knooppunten 13-48-49-82-11-73-01-30-79-29-32-40-39-38-42-43-47-46-13)

Dokkum is de meest noordelijk gelegen Elfstedenstad, ze ontstond nadat deze plek een bedevaartsoord werd na de moord op Bonifatius in 754.

Over de oorsprong van de naam Dokkum zijn verschillende verklaringen in omloop. Sommigen denken aan een combinatie en samentrekking van de Friese mansnaam ‘Docko’ die hier een erf of ‘heim/hiem’ zou hebben bezeten. Anderen associëren Dokkum met ‘Tockingen’, dat is een ‘nederzetting aan een tocht of stroom’. Schrijfwijzen voor de plaatsnaam waren onder meer ‘Dockinga’ en ‘Dockynchirica’. Sinds de middeleeuwen is in Dokkum een klooster waarin vanaf de 13e eeuw monniken van de Norbertijner orde zijn gevestigd. Olivier van Keulen predikte in 1214 in Dokkum de kruistocht, waaraan dan ook Dokkumers hebben meegedaan. Deze geschiedenis wordt door middel van een halve maan op het wapen van Dokkum in herinnering gebracht.

In 1298 kreeg Dokkum na Stavoren, Harlingen en IJlst als vierde stad van Friesland stadsrechten.

Dokkum is ook het “keerpunt” van de Elfstedentocht. De Elfstedentocht (Fries: Alvestêdetocht) wordt georganiseerd door de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, is vanouds de start- en aankomstplaats. De steden die worden aangedaan zijn Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en tot slot weer Leeuwarden.

Voor de rest was het vandaag genieten van de wijde landschappen en het water dat die landschappen doorklieft. 

Het was ook weer vechten tegen de wind (windkracht 4 !!!). Maar dankzij het motortje van Dhr Bosch was het doenbaar, zeker wanneer we even overschakelden van tour naar sport. Anders had ik het systeem moeten toepassen dat Jo Planckaert gebruikte in de bergritten van de Ronde van Frankrijk : fietsen met de remmen op om niet achteruit te bollen 😉.

De tocht:

De foto’s :

(Niet) Naar Pikhakendonk

Laatste dag van onze vakantie vóór we morgenvroeg terug naar de realiteit moeten en terug moeten gaan (thuis)werken.

We wilden het rustig aan doen maar toch ook een wandelingetje meepakken. Waarom dan niet voor de Pikhakendonkwandeling? Dan kunnen we vertrekken vanuit Rijmenam dat maar op een boogscheut van Peulis ligt. Bovendien is die maar een goeie 5 km lang.

Zo gezegd, zo gedaan maar we hadden ons toch beter moeten voorbereiden. De wagen lieten we achter in het centrum van Rijmenam om dan naar de brug over de Dijle te stappen en zo richting het vertrekpunt te wandelen.

Alleen … dat vertrekpunt leek maar niet te komen. We hadden al 2,6 km op de teller staan toen we toch een bordje leken te zien. Maar daar leek het bij te blijven, bij dat ene bordje.

Om niet het risico te lopen van opnieuw meer dan 10 km te doen hebben we er dan maar de Garmin GPS bijgenomen en een alternatieve route via het pittoreske Hever gezocht.

Uiteindelijk hadden we 8,70 km op de teller toen we terug aan de auto stonden.

Het was wel een heel mooie wandeling maar de Pikhakendonk zal voor een andere keer zijn.

De Luysen – Mariahof (Bree-Beek)

We hadden voor onze derde (en helaas ook laatste) dag kunnen kiezen voor één van de vele wandellussen van de Duinengordel.

Maar we kozen om een kwartiertje verder te rijden naar het natuurgebied De Luysen op de grens tussen Bocholt en Beek (Bree).

De Luysen is een natuurgebied dat bestaat uit een complex van visvijvers van 40 ha, en aansluitend een moerassig bosgebied. De vijvers worden gevoed door de Abeek. Het gebied is eigendom van Natuurpunt.

De naam van het gebied is afkomstig van het luys-kruyd, en dit betrof dan riet, rietgras of lisdodde. De visvijvers van De Luysen en het nabijgelegen Mariahof, deels ook gebruikt als zwemvijver (De Luysen was een recreatie-oord), werden in 1996 aangekocht door Natuurpunt en heringericht. Sindsdien vormen ze, samen met het omringende moerasgebied, een belangrijk rustpunt voor watervogels. Er werden twee vogelkijkhutten ingericht.

Het Mariahof was van oorsprong een boerderij, gebouwd tussen 1800 en 1814. Later werd het een vakantieoord voor hengelaars. In 2005 werd de boerderij door de Belgische staat overgenomen.

Tot de broedvogels behoren snor, roerdomp, houtsnip en watersnip. De visarend en de grote zilverreiger overwinteren er. Ook de insectenwereld is rijk vertegenwoordigd, onder meer met vele soorten libellen. De grote oeverspin komt slechts op twee plaatsen in Vlaanderen voor, waaronder hier. Tot de zeldzame vlinders behoren: kleine parelmoervlinder, grote weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder.

Het gebied maakt deel uit van het Grenspark Kempen-Broek. Er zijn wandelingen uitgezet en men kan gebruikmaken van de vogelkijkhutten. Het gebied sluit aan op het Stramprooierbroek, de Stramprooierheide en de Sint-Maartensheide. Op de Abeek vindt men, in het westen van het gebied, de Voorste Luysmolen. (Bron : Wikipedia)

We hebben niet alle hierboven vermelde dieren gezien maar we hebben er toch wel voldoende gezien. We hebben zelfs een beer gezien (nu ja … we hebben “beer” gezien, die kwam uit een kar achter een traktor, hihi) We hebben zelfs even een “niet-essentiële” uitstap naar Nederland gedaan. Het was nog geen twee kilometer en meer dan 200 meter over de grens zijn we volgens mij niet geweest maar toch … 😉.

Van de drie wandelingen was deze wel de mooiste. Echt een aanrader wanneer je in de buurt bent.

Duinengordel Oudsberg

Voor onze tweede wandeling van deze driedaagse trokken we vanochtend, na een stevig ontbijt op onze kamer, naar het centrum van Gruitrode waar we onze auto achterlieten op het Phil Bosmansplein.

Phil Bosmans, de bezieler van de Bond zonder Naam, is immers in 1922 geboren in Gruitrode als kind van een kleine boer. Ik veronderstel dat iedereen wel eens een spreuk van Bosmans ergens heeft hangen gehad. Verbeter de wereld, begin bij jezelf is alvast één van de spreuken die veel twitteraars wel eens mogen toepassen 😉.

Voor onze wandeling zouden we vandaag, op aanraden van onze hoteleigenaar, de gele bordjes van de Duinengordel Oudsberg volgen. Deze wandeling zou ons op en over de Oudsberg voeren had hij ons verteld.

De Oudsberg (ook wel de Zandberg genoemd) staat bekend als de grootste en hoogste open stuifduin van Vlaanderen, gelegen in het Gruitroderbos in een duinengordel die zich vroeger uitstrekte van Hechtel tot Maaseik. Oudsberg maakt deel uit van het Nationaal Park Hoge Kempen.

De Oudsberg torent een 30-tal meter uit boven het Kempens Plateau. De Oudsberg is sinds 1998 erkend als Vlaams natuurreservaat en strekt zich uit op het grondgebied van gemeente Meeuwen-Gruitrode en geeft haar naam aan de fusiegemeente Oudsbergen. Tijdens de jongste ijstijd, het Weichselien, die ongeveer 11.000 jaar geleden ten einde kwam, kreeg het Kempens Plateau te maken met enorme zandverstuivingen, omdat er nog geen gesloten vegetatiedek was. Er vormden zich diepe leeggestoven laagten, waarin vennen ontstonden. Voorbeelden hiervan zijn de Ruiterskuilen, het Turfven, het Zwartven en het Broeksven. Hoge zandafzettingen staken als duinruggen boven het landschap uit. Door de opwarming van het klimaat ontwikkelden er zich stilaan berken- en eikenbossen.

In de Middeleeuwen verarmde de bodem van de Oudsberg door intensieve ontginning. Hierdoor kon alleen heide nog overleven. Plaatselijke overbegrazing van schapen zorgde opnieuw voor zandverstuiving, die het huidige duinlandschap boetseerde.

Vandaag zijn de landduinen nog steeds in volle evolutie. Het zand breidt zich uit terwijl de duintoppen wegstuiven. Ooit was de Oudsberg 95 meter hoog en behoorde daarmee tot de hoogste toppen van Limburg. Maar de laatste decennia kromp de heuvel zeker 7 meter. (Bron: Wikipedia)

Hoewel het vertrekpunt nauwelijks 3 km van dat van gisteren lag, leek het wel of we in een ander deel van het land aan ’t wandelen waren. Vooral de Oudsberg zelf is een aanrader, ook al is het daar door het mulle zand behoorlijk lastig om te wandelen.

Net voor we terug aan de auto waren zijn we nog een kijkje gaan nemen in de Commanderij van Gruitrode.

De Commanderij van Gruitrode, een waterburcht uit de 15de eeuw, kent een rijk en roemrucht verleden. De eerste nederzetting dateert van de periode 1000 – 1366 onder het graafschap van Loon. Hoewel de authenticiteit gedeeltelijk verloren is gegaan, vormt het complex samen met het beschermde neerhof nog steeds waardevol onroerend erfgoed.

De benaming ‘Commanderij’ komt van de voormalige bewoners van het kasteel: de commandeurs van de Duitse Orde. Zij bestuurden Gruitrode vanaf 1416 tot het einde van de 18de eeuw.

In 1416 kocht Iwan van Cortenbach, de landcommandeur van de Duitse Orde, het goed. Deze geestelijke ridderorde werd in 1190 in het Heilig Land tijdens de derde kruistocht gesticht. De ridders stonden in voor de verpleging van zieke en gewonde kruisvaarders en de militaire verdediging van de heroverde gebieden. Vanaf dan maakte de Commanderij deel uit van de twaalf commanderijen die gegroepeerd waren rond de hoofdcommanderij in Alden Biesen.

Het gebouw werd in 1485 verwoest als gevolg van een vete tussen twee families. Ter vervanging van de oorspronkelijke Commanderij, werd in de tweede helft van de 16e eeuw het huidige kasteel met pachthoeve in Maaslandse renaissancestijl gebouwd. Tot de Napoleontische tijd bleef het goed in het bezit van de Ridders van de Duitse Orde. Na 1815 ging de Commanderij steeds over in privé-eigendom.

De familie Van Megchelen kocht het kasteel uiteindelijk in 2003. Negen jaar later schonken ze het voor 99 jaar in erfpacht aan de gemeente Meeuwen-Gruitrode, nu Oudsbergen. Het kasteel krijgt een nieuwe toekomst als toegangspoort tot het natuurgebied Duinengordel. (Bron: website Gemeente Oudsbergen)

Duinengordel Solterheide

Vandaag dag 1 van onze (korte) vakantie in Oost-Limburg.

Na een rustige rit werden we vriendelijk ontvangen in Hotel Orshof, een Kempische boerderij, gelegen aan de rand van de Solterheide.

De parking van het hotel is ook een parking die kan worden gebruikt voor één van de wandellussen op en rond Solterheide.

De Solterheide is een gebied van 835 ha, dat gelegen is op het Kempens Plateau tussen Opitter en Neerglabbeek in de Belgische provincie Limburg. Het is onderdeel van de Duinengordel en daarmee ook onderdeel van het Nationaal Park Hoge Kempen.

Het gebied dat tussen 60 en 75 m hoogte is gelegen, bestaat vooral uit naaldbos, maar daarnaast zijn er ook akkers, houtwallen en kastanjelanen. Aan de oostkant wordt het gebied begrensd door een steilrand, die de overgang naar de Vlakte van Bocholt vormt. Aan de noord- en westrand vindt men de Itterbeek en de Baatsbeek. Aan de zuidwestzijde sluit de Solterheide aan op het Gruitroderbos.(bron : Wikipedia)

Een mooie en zeer rustige wandeling van ruim 10 km (al hadden wij er 12 op onze teller staan toen we terug aan de parking stonden.