Zoals gebruikelijk op zaterdag weer een paar uur in de tuin gewerkt maar op zondag was er gelukkig weer tijd voor een andere vorm van ontspanning.
Vandaag was dat Open Monumentendag. Het was twijfelen of we naar Lier of naar Mechelen zouden trekken maar uiteindelijk kozen we voor Mechelen dat net iets dichter bij Peulis ligt.
We begonnen met De Zegel. Dit gebouw uit 1836 werd eerst gebruikt als fabriek, daarna gekocht door de NMBS om te gebruiken als centraal magazijn om uiteindelijk in 1868 door de Posterijen te worden gekocht en te worden gebruikt als postzegeldrukkerij.
Vanaf 1993 stond het leeg en begon het verval tot het in 2022 werd gekocht en de nieuwe eigenaars onmiddellijk aan de slag gingen om het op te kuisen. We hebben het toen ook bezocht en meer dan een ruïne was het eigenlijk niet. Ondertussen hebben ze heel hard gewerkt. We mochten er ook nog genieten van een leuk Cello-concert.
Via de Brusselse Poort ging het dan verder naar de Haverwerf waar Sint Jozef, De Duivels en Het Paradijs konden worden bezocht. Dat viel me persoonlijk een beetje tegen omdat het van binnen veel te modern leek. Het contrast met de oude buitengevels was te groot.
Na een lunch op de IJzerleen fietsten we verder naar de Predikherenkerk. Het klooster en de kerk werden gebouwd in de 17de eeuw. In 1796 werd het gesloten om vanaf 1814 dienst te doen als krijgsarsenaal. Het behield zijn militaire functie tot 1977. In 2010 besloot de Stad Mechelen om te beginnen met de restauratie. Nadat in 2018 de bibliotheek werd geopend is nu ook de kerk omgevormd naar een podiumzaal.
Onze laatste stop werd de meest interessante : de stedelijke begraafplaats van Mechelen. Op zich vind ik het altijd interessant om op oude kerkhoven rond te wandelen maar de uitleg van de gids over symboliek op het kerkhof maakt het eens zo interessant.
Na het mega-drukke weekend van vorige week hebben we het dit afgelopen weekend iets rustiger aan gedaan.
Zaterdag het overgrote deel van de dag weer op mijn knieën gezeten om de zoveelste veldslag tegen het onkruid te beginnen. Dat lukt dan wel maar je weet dat de oorlog winnen nooit zal lukken.
Ook op zondag hebben we het rustig aan gedaan. Een knooppuntentochtje naar Heist-op-den-Berg was genoeg.
Het was mooi en rustig fietsen, zelfs bij die warme temperatuur. In Heist-op-den-Berg even van het parcours afgeweken om iets te gaan drinken in De Kosmonaut.
Echt fotogeniek kon de tocht niet worden genoemd. Ik had wel het geluk dat de torenvolk die ik onderweg zag lang genoeg bleef zitten voor een paar mooie foto’s.
Helaas kon ik niet altijd een foto nemen van de oldtimers die in de buurt een rondrit hadden.
Er was een tijd dat we thuis verjaardagen nog vierden en dat we zelfs nog elk jaar verjaardagsgeschenken kochten.
Maar als je op een gegeven moment gewoon cadeaubonnen uitwisselt dan is het tijd om daarmee te stoppen.
Afgelopen weekend hebben we echter een uitzondering gemaakt. Moeder had vorige week immers de gezegende leeftijd van 90 jaar bereikt en dat kon toch niet zomaar passeren?
Als het aan haar had gelegen misschien wel maar het lag niet aan haar, het lag aan ons 😉.
Zaaltje gehuurd, barbecue geregeld, neven en nichten uitgenodigd. Vorige vrijdag inkopen gaan doen, zaterdag heeft Conny dan de voor- en nagerechtjes gemaakt terwijl ik het gevecht aanging met het gras buiten. Op zondag een paar uurtjes voor het begin van het feest naar de zaal gereden om alles te versieren en net voor de eerste gasten arriveerden waren we daarmee klaar.
Het is een heel leuke dag geworden waar moeder echt wel van genoten heeft. Veel straffe verhalen en anekdotes van vroeger. Heel plezant maar voor ons wel heel erg vermoeiend.
Op maandag een extra snipperdag nemen was dan ook een heel goed idee geweest. Lekker uitslapen en na het (late) ontbijt nog een fietstochtje gemaakt. We vertrokken richting Duffel om daar de Nete te volgen richting het Zennegat. Dan ging het verder via de Dijle naar de Mechelse binnenstad.
Onze honger stillen deden we deze keer bij Otomat aan de Vismarkt. In Mechelen zelf verloren we de knooppunten uit het oog maar het was daar dan ook behoorlijk druk met de opkuis en afbraak van Maanrock.
Aan het Kasteel van Zellaer een laatste tussenstop gemaakt. Na twee drukke dagen deed die extra dag ook extra deugd.
De fietstocht : Vertrek aan het Kasteel van Zellaer. Knooppunten 44 – 12 – 43 – 91 – 56 – 55 – 51 – – 52 – 94 – 97 – 57 – 64 – 46 – 44.
15 augustus staat de laatste jaren traditioneel voor een fietstochtje naar Boortmeerbeek voor een bezoekje aan één van de grootste (openlucht) rommelmarkten die ik ken. En elk jaar “scoor” ik daar wel iets . Deze keer waren het een aantal stripverhalen maar vooral twee boeken om toe te voegen aan mijn collectie “BRT-jeugdserie-boeken” uit de jaren ’60 en ’70. En dan nog wel van de reeks die mij als jonge knaap milieubewust heeft gemaakt : De Kat.
Vrijdag en zaterdag werd er dan weer het nodige maai- en snoeiwerk in de tuin gedaan maar er was ook nog de tijd voor een korte fietstocht naar Brasserie Gusting o de grens van Grootlo en Keerbergen. Ons eerste idee was om richting Mechelen en het Zennegat te fietsen maar we hadden schrik dat het daar te druk zou zijn. Wij hebben alvast een rustige tocht gehad en onderweg nog wat kunnen genieten van de paarse heide.
En zondag zijn we even terug naar Vorselaar gereden. Moeder werd gisteren 90 jaar en dat zijn we zondag al gaan vieren met een dankmis en een verjaardagsetentje.
Tussen de twee in zijn we 8 km gaan wandelen. Ik had gehoopt op een paar foto’s van een ijsvogeltje of een ree maar het is helaas niet gelukt. Nochtans was mijn broer mee en die ziet altijd en overal ijsvogeltjes en/of reeën maar deze keer dus niet.
Ook volgend weekend zal druk worden want dan vieren we de verjaardag van ons moeder nog eens met de neven en nichten en Conny en ik vormen samen het feestcomité. Dat betekent dus hapjes en dessertjes maken, zaal versieren enzovoort enzovoort …
Ligt het aan mij of vliegt de tijd echt zo snel voorbij?
De ene dag post je iets, je knijpt even de ogen dicht en we zitten al bijna twee weken verder.
Het bezoekje aan het Kasteel van Zellaer heeft trouwens nog naweeën gehad. Op weg naar huis zag ik een papieren zakdoekje onder de ruitenwisser zitten. Ik had het bijna achteloos weggegooid tot ik zag dat er iets stond opgeschreven. Blijkbaar had een BMW-rijder mijn wagen geraakt bij het uitrijden van zijn parkeerplaats en was hij of zij gewoon doorgereden. Een attente bezoeker had de reflex gehad om de nummerplaat op te schrijven en had dit dus gemeld via een papieren zakdoekje.
Berichtje aan de leasingmaatschappij, bezoekje aan de politie, afspraak met de hersteller … en dat alles voor nauwelijks zichtbare schade.
Vrijdag dan een korte wandeling gemaakt in het Beekpark in Nijlen en zaterdag een hele dag gevochten tegen een klimophaag en de duizenden insecten die niet zo blij waren met het feit dat ik er met de snoeischaar door ging.
Zondag was er dan tijd voor ontspanning, meer bepaald voor de Aarschotse Buitenband. Dat is een fietstocht in de ruime omgeving van Aarschot georganiseerd door zes lokale afdelingen van de Landelijke Gilden.
Wij kozen voor de 40 km met Werchter als vertrekpunt. De tocht ging via Betekom, Sint Pieters Rode, Holsbeek, Wezemaal, en Rotselaar terug naar Werchter.
Het was een mooie fietstocht al waren er wel enkele minpuntjes. De pijlen waren niet overal even goed aangebracht en voor sommige stukken was een mountainbike meer aangewezen geweest.
Een groot pluspunt was wel de rondleiding in de Watermolen van Rotselaar die nu is omgebouwd tot een woongemeenschap van 9 gezinnen. Malen doen ze er niet meer maar elektriciteit maken wel.
Ondertussen zijn we uiteraard terug aan ’t werken, deze week voor mij zelfs zoals vroeger … elke dag pendelen naar Antwerpen. Ik doe het dan wel met de auto vanuit Peulis en niet met de trein vanuit Herentals. Dat is immers veel ontspannender.
Het weekend was weer veel te kort maar toch goed gevuld.
Er is vooral veel gefietst.
Zaterdag zijn we in Gierle gaan fietsen. Mijn moeder gaat elke zaterdag met een vriendin kaarten in Gierle. Nu zitten ze wel met het probleem dat hun vaste chauffeur voor een paar weken onbeschikbaar is. En als dan ook nog eens de alternatieve chauffeur verstek moet geven wat moet je dan doen?
Dan koppel je het aangename aan het nuttige, zet je de fietsen op de fietsendrager en rij je van Peulis via Vorselaar naar Gierle en en ga de daar fietsen.
De auto lieten we achter aan de kerk in Gierle en al snel zaten we aan knooppunt 76 waar mijn tocht begon.
In Poederlee weken we even af van het parcours om te gaan eten in het Mollenhof. Vandaar ging het via de Vorselaarse gehuchten Vispluk en Heiken richting Herentals. Via Achterlee en Tielen stonden we na ruim 44 km terug aan het vertrekpunt in Gierle, net op tijd om het einde van de kaartprijskamp mee te maken.
Ook zondag werd er gefietst. Toen moesten we in Leuven een kat eten gaan geven.
Hiervoor hebben we ook een prachtige knooppuntenroute die hier en daar wel werd verstoord door rockfestivallen en werken. Het vertrek van de tocht is in Rijmenam aan knooppunt 73 (Brug over de Dijle).
In Werchter is het momenteel moeilijk fietsen. Er is uiteraard het festival maar er zijn ook de werken aan de Dijlebrug.
Gelukkig is er daar een prima omleiding voorzien. Een omleiding die quasi door de backstage van Rock Werchter gaat. En dat is echt indrukwekkend. Als je bijvoorbeeld die Barn ziet … dat hadden ze in mijnen tijd toch niet. Een “tentje” waar 20.000 festivalgangers een plaatsje kunnen vinden. Da’s bijna 3 keer de inwoners van Vorselaar!
De tocht ging verder via Wakkerzeel en het wondermooie Wijgmaalbroek maar even verder in Wilsele botsten we weer op werken, deze keer zonder omleiding. Daar besloten we de kortste weg naar Leuven te nemen en de knooppunten even te laten voor wat ze waren. Een paar boterhammetjes en kattenbrokjes later en een smakelijke koffie van de Madmum vertrokken we terug richting Peulis via het Kanaal Leuven-Dijle. Daar is het ook altijd mooi fietsen.
Mooie liedjes duren niet lang en dat geldt dus ook voor vakanties.
Maar we hebben wel geprobeerd om er een leuk einde aan te breien.
Zo gingen we zaterdag naar Antwerpen naar het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen … het KMSKA. We waren te laat om de miljoenste bezoeker te zijn sinds de heropening maar dat kon de pret niet bederven.
Het moet geleden zijn van de middelbare school dat ik daar nog eens was geweest (en dat is dus héél lang geleden). Het is natuurlijk een heel indrukwekkend gebouw, zowel van binnen als van buiten. En ze hebben de indeling ook heel goed aangepakt. De klassieke meesters zoals Rubens en Van Dyck in een klassieke omgeving, de modernere meesters zoals Dali en Ensor in een moderne omgeving.
En gisteren hebben we de fietsen nog eens op de fietsendrager gezet om “op verplaatsing” te gaan fietsen. We kozen voor de Ter Heide fietstocht. Die vertrekt normaal gezien in Rotselaar maar wij kozen Tremelo als vertrekplaats.
Het werd een mooie fietstocht al was het er wel een met hindernissen. In Werchter was er al één en ander afgesloten (iets met een optreden of zo dat daar in de buurt door gaat???). De Dijlebrug was er nog niet open. Dat werd wel opgelost door een prima aangeduide omleiding.
Die omleiding bracht ons quasi achter de schermen van Rock Werchter wat best indrukwekkend was. Ook de vlucht van 18 ooievaars die we daar zagen was heel indrukwekkend.
In Wilsele was er ook een stuk afgesloten maar daar was geen omleiding voorzien en moesten we vertrouwen op de GPS.
Afin, het was een heel mooie fietstocht, zelfs met de probleempjes.
’s Avonds zijn we dan nog lekker gaan eten in Pizza Square in Rijmenam. Eenvoudig maar superlekker.
Ondertussen zijn we al even terug thuis maar het zijn vrij vermoeiende dagen geweest en dan is er de fut niet meer om nog te bloggen.
Maandag was het weer vroeg opstaan om op tijd aan de check in van de ferry te staan. De overtocht verliep weer rimpelloos. 70 km op twee uur, inclusief inchecken, uitchecken en grenscontroles.
Van de ferry ging het eerst naar de auto om de bagage te lossen. Gelukkig stond die er nog met alle wielen en met alle vensters nog intact 😉. Ik heb me daar wel een beetje zorgen over gemaakt.
Daarna even naar de Intra Muros om een hapje te eten en dan terug de fiets op om nog een klein uitstapje te doen.
Dat tochtje ging naar het Domain de la Briantais op een paar kilometer van het stadscentrum.
Het kasteel de la Briantais werd gebouwd in 1864, ter vervanging van een oud landhuis uit de XVIIᵉ eeuw dat toebehoorde aan bekende reders uit Malouin. De familie La Chambre werd eigenaar in 1888. Guy La Chambre, burgemeester van Saint-Malo tijdens de wederopbouw van la cité Corsaire na de Tweede Wereldoorlog, was de laatste bewoner.
Het kasteel, omringd door 27 hectare prachtig park dat in de 19ᵉ eeuw werd heringericht door de gebroeders Bülher, biedt een ononderbroken uitzicht over de monding van de Rance, de Tour Solidor en de baai van Saint-Malo en wordt omgeven door standbeelden en tuinhuizen die door de steegjes slingeren. Nu staat het kasteel helaas nog in de steigers voor een nieuwe restauratie.
Voor het laatste avondmaal heb ik me wel laten gaan. Ik koos voor een fruits de mer schotel : krab, langoustines, garnalen, wukkels en alikruikjes … zaaaaaalig lekker.
Dinsdag weer vroeg uit de veren want er stond nog een lange terugreis op het programma. Onderweg wel wat regen maar al bij al ging het heel vlot. Die regen was voor sommigen erger dan voor ons.
Maar verder geen problemen, tenminste tot we op de Brusselse ring zaten. Voor de 5 km tussen de E40 en de E19 hebben we evenveel tijd nodig gehad als voor de overtocht van Jersey naar Frankrijk. Ruim een uur hebben we daar “gereden”.
En daarmee zit de reis er weeral op. Conclusies? Jersey is een heel mooi land maar als je gaat fietsen is een elektrische fiets geen slecht idee. De korte verplaatsing op de fiets in Frankrijk was niet echt aangenaam. Fietsen doen we toch liever bij onze noorderburen.
Oh ja, en als je nog 5 jaar oude ponden zou hebben … veel kan je daar niet meer mee doen. Behalve naar de bank of de post gaan en ze omwisselen.
Foto’s van de overtocht en van Parc de la Briantais
Het is weeral onze laatste dag op Jersey ☹. Morgen maken we opnieuw de oversteek naar het vasteland.
Onze fietstocht van vandaag zou ons naar het Noordwesten brengen, meer bepaald naar de restanten van Grosnez Castle.
Deze kasteelruïne werd gebouwd in de 14e eeuw .Philippe de Carteret verdedigde het tegen de Fransen toen zij tussen 1461 en 1467 de helft van Jersey in handen hadden, maar het is een ruïne sinds het midden van de 16e eeuw.
De uitzichten zijn er wel prachtig. Dat was ook onderweg het geval maar er is één nadeel aan mooie uitzichten … je moet ervoor meestal voor klimmen. En vandaag zijn we weer serieuze stijgers tegengekomen. Maar ja, dan gaat de fiets op sport of turbo en dat gaat dat zonder problemen.
Wat we ook heel veel gezien hebben vandaag zijn aardappelvelden. Zo ver je kon zien, aan beide kanten van de weg … patatten.
Niet zo maar een patat maar wel de Jersey Royal. Rond 1878 liet een boer uit Jersey, Hugh de la Haye, vrienden een grote aardappel zien die hij had gekocht. Hij had 15 ‘ogen’: punten waaruit nieuwe planten ontspruiten. Ze sneden deze aardappel in stukken en plantten die in een côtil (een steil aflopend veld) boven de vallei van Bellozanne. Eén plant produceerde niervormige aardappelen, met een papierdunne schil, die ze de Jersey Royal Fluke noemden. Dit werd later afgekort tot “Jersey Royal”.
De aardappelteelt is goed voor 70% van de totale groenteteelt in Jersey. 99% van de oogst wordt uitgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk.
Om onze dag af te sluiten zijn we nog even naar de zeedijk gereden om daar een ijsje te eten. Dat hebben we wel verdiend.
Veel zou er niet gefietst worden want op ons programma stonden twee zaken die vlakbij waren.
Onze eerste stop was Holgangsanlage 8 (Ho8), het voormalige ondergrondse Duitse Hospitaal, ondertussen beter bekend als de Jersey War Tunnels.
Jersey is van 1 juli 1940 tot 9 mei 1945 immers bezet geweest door de Duitsers. Churchill wilde het aanvankelijk wel beschermen maar zijn generaals hebben hem van het tegenovergestelde kunnen overtuigen.
Het complex is onder onmenselijke omstandigheden aangelegd door buitenlandse dwangarbeiders tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog onder leiding van de Organisation Todt. Vele dwangarbeiders stierven door honger, uitputting of vallend gesteente. Aan het eind van de oorlog was het gangenstelsel nog niet voltooid. Onder de slachtoffers ook 2 Belgen.
Het is indrukwekkend om te zien en zeker een bezoek waard. In de tunnels wordt ook een beeld geschetst van het leven onder Duitse bezetting. Zo moesten ze ineens hun klok een uur terugzetten en moesten ze ook rechts rijden.
Voor de Duitsers daar waren zijn er wel een 25.000 inwoners geëvacueerd naar (Noord) Engeland. Sommigen hebben zich op de kade nog bedacht. Engeland werd immers gebombardeerd en Jersey niet. Toen ze terug thuiskwamen van de haven moesten ze soms wel vaststellen dat hun huis volledig leeggeroofd was door “blijvers”.
Aan de inkom krijg je ook een paspoort mee. Ergens in de tunnel kan je dan terugvinden wie je bent en wat je gedaan hebt tijdens de oorlog.
Na de Jersey War Tunnels was het een korte tocht naar Elisabeth Castle.
Het kasteel ligt op een rotseiland in de baai van Saint Helier, L’Islet genoemd. Bij eb is het kasteel gemakkelijk via de zeebodem te bereiken. Daartoe is er zelfs een pad van 800 meter lang aangelegd. Bij vloed stroomt dit pad geheel onder. Het kasteel is dan alleen bereikbaar met een puddleduck, al varen die soms ook niet uit door de weerstomstandigheden.
Geschreven bronnen met informatie over deze plek bestaan sinds ongeveer 550. Vanaf deze datum tot 1550 was het een religieuze plaats die in verband wordt gebracht met de heilige Sint Helier. De religieuze functie verviel vanaf het moment dat Jersey protestant werd tijdens de reformatie.
Oorspronkelijk bestond het eiland waar het kasteel op ligt uit twee kleinere eilanden. Het verst van de kust lag de heremiet van Sint Helier. Dichterbij lag een klooster.
Vervolgens had het 400 jaar lang een militaire functie. Het andere belangrijke kasteel op Jersey, Mont Orgueil Castle, was verouderd omdat kanonnen een steeds groter bereik kregen. Er was een nieuw kasteel nodig, dat ver van alle opstelplaatsen van kanonnen moest komen te staan. Met de bouw werd begonnen tijdens de regering van koning Eduard VI van Engeland, toen als eerste een kanon-platform werd gebouwd. Zijn zuster, Elizabeth I van Engeland stuurde haar militaire ingenieur, Paul Ivy om het kasteel te ontwerpen en bouwen. Sir Walter Ralegh, gouverneur van Jersey, noemde het kasteel Fort Isabella Bellissima – de mooiste Elisabeth – naar deze koningin.
In de 16e en 17e eeuw groeide het kasteel. Bij het beleg van het kasteel in 1651 waren er meer dan 15 kanonnen. In 1783 waren er 84, waarvan de grootste 24-ponders waren. In 1804 waren er 62 kanonnen, waaronder 5 enorme 68-ponders.
De moeilijke bereikbaarheid van het kasteel (10 uur per etmaal is het pad naar het kasteel onder water) werd oorspronkelijk als een groot voordeel gezien. Toen de Fransen in 1781 echter tijdens de Slag om Jersey landden bij La Rocque en naar Saint Helier marcheerden konden ze de stad makkelijk innemen. De soldaten zaten immers vast op het kasteel. Om die reden werd daarna nog een extra fort op het vasteland gebouwd om Saint Helier te beschermen, Fort Regent.
In Elizabeth Castle was een garnizoen gelegerd tot 1923. Toen werd het verkocht aan de States of Jersey. Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog kreeg het kasteel zijn militaire functie kort terug. De toen gebouwde bunker is nog op het kasteel te zien. In deze periode diende het kasteel ook als strafkamp voor Russische slavenarbeiders die hadden geprobeerd te ontsnappen van de andere kampen op het eiland. (Bron : Wikipedia)
Ook dit bezoek was de moeite waard.
Alleen het weer was vandaag soms een beetje de spelbreker. Het ene moment was het zomer, dan een halfuurtje herfst, dan terug zomer …
Ook voor morgen ziet het er niet veelbelovend uit: regen (niet extreem veel maar wel heel de dag) en wind (windkracht 5). Dat wordt waarschijnlijk een dagje Saint Helier.