Naar de Kempen of naar Nieuwpoort?

Terwijl ik naar de Kempen reed om mijn eerste covid-19-prik te halen werd mijn rol van gids overgenomen door broer Danny.

Hij kwam even over vanuit Ieper en reed met moeder naar Nieuwpoort.

Isera Portus, de eerste naam voor Nieuwpoort dook in 1150 in geschriften op. Later sprak men van Neo Portus en Novum Oppidum. Novus Portus (Nieuwpoort) is de benaming die het ten slotte haalde. Nieuwpoort (“de nieuwe haven”) is zo benoemd in tegenstelling met de oude haven, namelijk Lombardsijde (“waar de Lombarden, dat wil zeggen de inpandnemers, leven”), die reeds sinds voor 1115 aan de (huidige) overkant van de IJzer bestaat.

Nieuwpoort is vooral bekend door de Slag bij Nieuwpoort in 1600 tussen de Republiek en de Spaanse legers. In de 17e en 18e eeuw kregen de inwoners vijf keer met de Fransen te maken (1647, 1658, 1745, 1793 en 1794). In 1717 kwam Peter de Grote op bezoek. In de late 17e eeuw en eerste helft van de 18e eeuw was de stad een van de vestingsteden die deel uitmaakten van de Nederlandse vestingbarrière in de Zuidelijke Nederlanden.

In 1856 werden de beperkingen van Nieuwpoort als garnizoensstad opgeheven. Van 1861-1866 werden de vestingwerken gesloopt. Hierdoor kon Nieuwpoort zich uitbreiden en kwam ook het kusttoerisme op gang, waardoor Nieuwpoort-Bad ontstond.

Het kusttoerisme kwam goed op gang na de aanleg van de spoorverbinding die Nieuwpoort-Bad met Brussel verbond. Op 15 augustus 1869 stoomde de eerste trein het station binnen, met koning Leopold II als passagier aan boord.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bij de Slag om de IJzer raakte Nieuwpoort zwaar beschadigd. Het was een steunpunt voor de verdediging van het Belgisch leger dat zich kon handhaven na de inundatie van een gebied gelegen tussen de IJzer en de spoorwegbedding van de spoorweglijn Nieuwpoort-Diksmuide.

Een detachement van de Belgische genie, geholpen door schipper Hendrik Geeraert, opende in de nacht van 29 op 30 oktober 1914 de uitlaatsluizen van Veurne-Ambacht) en zette zo het terrein ten zuidwesten van de IJzer onder water.

Een eerste poging tot inunderen, op 26 oktober aan de kleine, Spaanse sluis op de Oude Veurnevaart (ook Oud-Veurnesas of Kattesas genoemd), onder leiding van geniekapitein Robert Thys en met de hulp van Karel Cogge, had niet de verhoopte resultaten opgeleverd. Na de Tweede Wereldoorlog werden de haven en het kusttoerisme te Nieuwpoort verder uitgebreid. (Bron: Wikipedia)

Ik ken Nieuwpoort vooral van mijn eerste soloreis ooit : met de twaalfjarigen en de CM naar Nieuwpoort voor een week.  Een hele belevenis hoor.

Jammer dat ik er niet bij kon zijn, alhoewel … ik ben vandaag niet nat geworden, zij wel. Maar ja, een vaccinatie tegen Covid-19 heeft voorrang.

Trouwens, wat ik gisteren dacht dat een oefening van het leger was bleek een echt drama te zijn. Ter hoogte van Thermae Palace is een man uit zee gered en in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht. De foto’s van Nieuwpoort zijn van gastfotograaf mijn broer.

Raversyde Atlantik Wall & Anno 1465

Dag 2 van onze midweek.

De dag goed begonnen met 5km joggen.

De auto bleef in de garage vandaag. Na een uitgebreid ontbijt namen we de tram naar het iets verderop gelegen Domein Raversijde. We hadden dat ook te voet kunnen doen maar 2,5km heen en nog eens evenveel terug en dan nog een paar uur rondlopen op het domein zou iets teveel zijn voor een zevenentachtigjarige.

De ATLANTIKWALL in Raversyde is een van de best bewaarde restanten van de Duitse verdedigingslinie, met meer dan zestig bunkers, open en ondergrondse gangen, observatieposten en geschutstellingen.

Batterij Aachen, een uniek bunkercomplex uit WO I, ligt in een glooiend duinengebied met uitzicht op zee. De batterij onderging een uitgebreide en grondige restauratie en herinrichting. Met beeld, animaties, (beton)maquettes en een 3D-reconstructie kom je meer te weten over de mysterieuze oorlog op zee en de kustverdediging. Er is ook een vleugje cultuur dat je kan meepikken met het Groen Geruite huis van kunstenares Lily Van der Stokker (Beaufort). Ze inspireerde zich op het artistieke verleden van prins Karel en de camouflagetechnieken op schepen. Ze wou een vleugje vrouwelijkheid brengen, in een voor haar, mannelijke site.

Batterij Saltzwedel-neu is een schoolvoorbeeld van de Atlantikwall. Door haar goede staat van conservatie kan zij gerekend worden onder de belangrijkste Europese Musea gespecialiseerd in militaire verdedigingswerken.

Het verdwenen middeleeuwse vissersdorp Walraversijde in ANNO 1465 is een van de belangrijkste archeologische sites in Vlaanderen.  Op de locatie van het middeleeuwse dorp werden drie vissershuisjes en een bak- en visrookhuis gereconstrueerd. alraversijde werd genoemd naar een zekere Walraf. Het dorp lag oorspronkelijk in het noordwesten van ANNO 1465, waar nu het strand is.

In januari 1394 trof een zware storm Walraversijde. Ook een deel van Oostende kwam onder water te staan. Hectaren land verdwenen onder het landinwaarts geblazen duinzand. Noodgedwongen verhuisden de inwoners naar meer landinwaarts gelegen gebieden. Het dorp werd achter de verstoven duinen heropgebouwd. Die duinen werden in 1399 verstevigd door de aanleg van een nieuwe dijk.

Morgen laat ik me even aflossen door mijn broer die vanuit Ieper even de verplaatsing naar Oostende maakt. Dat geeft mij de mogelijkheid om “even” naar de Kempen en terug te rijden om mijn eerste Covid-19 prik te gaan halen.

Veurne

Dag 1 van mijn “midweek aan zee met moeder”.

Ondanks de vele werken onderweg naar het westen en ondanks de soms heel felle regen onderweg zijn we heel vlot naar onze eerste bestemming gereden … Veurne.

Het gebied, waar de stad nu is opgetrokken, was vroeger een zoutwinningsgebied.

Veurne werd voor het eerst vermeld in 877 als Furnu en zou mogelijk zijn ontstaan rondom één der burchten die door de Graaf van Vlaanderen eind 9e eeuw tegen de invallen van de Vikingen werden opgericht. In de 10e eeuw vielen de Vikingen de stad daadwerkelijk aan, waarna de (ronde) burcht werd uitgebreid. De terp in het Sint-Walburgapark is nog een overblijfsel van deze burcht. Dit alles verklaart het cirkelvormige verloop van de straten.

Omstreeks 870 werden de relieken van Sint-Walburga naar Veurne overgebracht. Omstreeks 1100 schonk graaf Robrecht II van Jeruzalem bovendien een relikwie van het Heilig Kruis. Vanaf ongeveer 1060 was er daarnaast sprake van een handelsnederzetting ten oosten van de burcht. Ten zuiden hiervan, rond de thans verdwenen Sint-Denijskerk, ontwikkelde zich een ambachtscentrum. Via de Kolme of Bergenvaart was er een verbinding met het achterland, met name Sint-Winoksbergen.

In 1566 en 1578 werden kerken en kloosters verwoest door beeldenstormers. Vanaf 1586 kwam er een nieuwe opbloei, waarbij onder meer de Grote Markt met aanpalende gebouwen werd aangelegd. In 1621 werd de nieuwe Sint-Niklaasabdij gebouwd. Omstreeks 1644 kwam er door oorlogen en epidemieën een einde aan de welvaartsperiode. De versterking van de stad werd verbeterd en uitgebreid met ravelijnen en dergelijke. Uit deze tijd stamt ook de beroemde Boetprocessie.

Van 1668-1713 stond Veurne onder Franse bezetting. De middeleeuwse versterkingen werden afgebroken en in 1706 vervangen door nieuwe versterkingen, naar ontwerp van Vauban. Zodoende werd Veurne een van de versterkte steden in het Barrièretraktaat van 1715. Al deze versterkingen werden door keizer Jozef II in 1783 ontmanteld, nadat hij eenzijdig het Barrièretraktaat had opgezegd.

Op 17 juli 1831 mocht Veurne als eerste Belgische stad de toekomstige vorst, Koning Leopold I, verwelkomen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was in de stad het hoofdkwartier van het Belgisch leger gevestigd. (Bron: Wikipedia)

Nu is Veurne een kleine provinciestad, met een centrumfunctie voor de Noordelijke Westhoek en de Westkustgemeenten. De twee kerken, Sint-Niklaaskerk en Sint-Walburgakerk zijn zeker een bezoekje waard. Ze liggen op de route van de afgepijlde stadswandeling van 4,6 km die wij gedaan hebben. En het is natuurlijk de geboortestad van Will Tura.

Ondertussen zitten we in ons appartementje van Vayamundo in Oostende, met uitzicht op zee.

Tussen de buien door

Gisteren hebben we het niet droog kunnen houden, vandaag net wel.

Maar … het was op het nippertje.

Deze voormiddag in Peulis een wandeling van 5km gemaakt. Na afloop van de wandeling nog een koffietje gedronken op het terras (niet dat van een café!). Die koffie was nog maar net op of het begon te regenen.

Ook toen we na de middag terug naar Vorselaar reden (waar ik alles in gereed moest brengen voor een vijfdaagse aan ’t Zeetje met moeder) viel de regen met bakken uit de lucht.

Terwijl Conny terug naar Peulis reed gaf de buienradar aan dat het een uurtje droog zou blijven. Dus terug de wandelschoenen aan en nog een korte wandeling van een kleine 4km gemaakt met moeder. En ja hoor … toen we onze straat indraaiden begon het te regenen. In het begin een beetje smosregen maar toen we goed binnen zaten gingen de hemelsluizen terug open.

Zoals gebruikelijk zijn er ook enkele foto’s gemaakt tijdens de wandelingen. Het is nog even zoeken naar de juiste instellingen van het nieuwe speelgoed maar sommige resultaten mogen er wel zijn.

Peulis:

Vorselaar:

Beemdenwandeling Betekom

Na een dagje onkruidwieden gisteren was er vandaag tijd voor een wandeling.

We trokken daarvoor naar Betekom.

Aan de kerk vertrokken we voor de Beemdenwandeling, althans voor een stuk ervan. Een deel van de wandeling loopt immers door het laaggelegen Vorsdonkbos. Laaggelegen betekent nat en als ze dan aanraden om laarzen mee te brengen dan passen we liever.

We zijn ondanks de verkorting van de wandeling toch een paar keren behoorlijk nat geworden. Vertrekken deden we in de gietende regen maar dat schrikt ons niet af. De buienradar gaf aan dat het niet zo lang meer zou duren. Ook onderweg kregen we nog enkele buien te verwerken maar een verzopen wandeling is het niet geworden.

Een mooie wandeling werd het wel. Perfecte gelegenheid om mijn nieuw speelgoed (Canon EOS 80D + Tamron 18-440mm zoomlens) uit te proberen. Het werd een geslaagde test, ook al blijft het moeilijk om vliegende dieren te fotograferen. Nu ja, foto’s maken van vogels is geen probleem, scherpe foto’s daarentegen … dat is wat moeilijker. In ieder geval is de nieuwe camera + lens een pak lichter dan de vorige en dat is ook leuk.

Wandeling : knooppunten 710 – 713 – 712 – 711 – 710, vertrek aan de kerk in Betekom, 8,7km.

Door de wind, door de regen …

Na een copieus FERM-ontbijt (die we eerst zelf hebben rondgebracht) leek het ons, gezien het warme weer, geen slecht idee om de fiets te nemen in plaats van de wandelschoenen aan te doen.

Snel een knoopputentochtje van een kleine 40 km uitgestippeld en de bandjes opgepompt. “Zullen we toch maar de regenjasjes meenemen?” vroeg Conny nog. “Mah nee” antwoordt de Kempische steenbok, “da’s toch niet nodig”.

Gelukkig gingen de jasjes wel mee want na zo’n dertig kilometer fietsen kregen we daar een bui van jewelste over ons heen. Zelfs met regenjasje waren we doornat. Maar die jasjes drogen snel op en  houden dan ook de wind tegen en dat scheelt toch een slok op de borrel.

We onthouden vooral dat onze tocht van 37 km zonder problemen ging en dat is goed nieuws in het vooruitzicht van onze fietsvakantie die we in juni hebben gepland .

Het Waverwoud

Geen terrasjes voor ons vandaag. En dat zal zo nog wel even blijven denk ik.

Wel een wandeling.

Daarvoor trokken we deze keer naar Onze-Lieve-Vrouw-Waver. Bedoeling was om het Waverwoud, of wat ervan overblijft, te bezoeken.

In de vroege Middeleeuwen strekte het Waverwoud zich uit tussen Nete en Dijle. Het bestond uit venen, bossen en open, heideachtige stukken. Wat nu nog rest van het woud, ademt nog steeds de magie van weleer.

Het huidige Waverwoud, met een oppervlakte van 114 ha, werd in december 2014 erkend als natuurgebied. De natuurgebieden die onderdeel uitmaken van het Waverwoud zijn de Hondsbossen, de Gasthuisbossen, het Vossenbergbos, de Zuurbossen en de Brede Zeyp.

Het Waverwoud werd al op 12 september 1008 vermeld in een akte van Hendrik II, koning en later keizer van het Heilig Roomse Rijk. Volgens sommige geschriften besloeg dit bos het hele gebied tussen de Dijle, de Nete en de Grote Nete. In die tijd was de omgeving van Sint-Katelijne-Waver en Putte een woest gebied met ontoegankelijke moerassen en dichte bossen. In de tweede helft van de 13de eeuw waren er in de streek drie ʺWaverdorpenʺ terug te vinden: Onze-Lieve-Vrouw-Waver, Sint-Katelijne-Waver en Sint-Niklaas-Waver (tegenwoordig Putte).

Het bos bestaat voornamelijk uit statige eiken, slanke berken en warrige wilgen. In hun schaduw lokken lijsterbes en sporkehout vele insecten. Iets lager tooien meiklokjes, dalkruid en bosanemonen de lente met hun pracht. Mysterieuze varens, dood hout en lianen kamperfoelie geven het bos een echte oerwoudsfeer.

In de herfst en de winter valt de verscheidenheid aan paddenstoelen en mossen op. Roofvogels en spechten voelen er zich thuis. De open delen worden beheerst door pijpenstrootje en biezen. Tussen hun bulten bloeien tormentil, wederik en blauwe knoop. Melkeppe vormt een voedselbron voor koninginnenpages. In de wat voedselrijkere graslanden kleuren boterbloem, pinksterbloem en herfstleeuwentand het landschap.

De vele overgangen tussen bos en open gebieden zijn een paradijs voor plant en dier. Schermhavikskruid, echte guldenroede en grote muur vallen er op. Wilde mispel en appel vormen een bijzondere verschijning. Reeën vinden er voedsel en rust. Vlinders als blauwtjes, oranjetipje, zandoogjes, vuurvlinder, gele dikkopjes en eikepages fladderen vrolijk in het rond en vleermuizen jagen op muggen en sprinkhanen.(Bron : website Natuurpunt)

Wij beperkten ons vandaag tot het Vossenbergbos en de Gasthuisbossen. De rest is voor een andere keer. De terrasjes hebben we totaal niet gemist.

Kesselse Heide

Alweer een drukke werkweek achter de rug maar er was gelukkig ook goed nieuws. Zowel onze fietsvakantie in juni naar Kalmthout als onze wandelvakantie naar de Reeuwijkse Plassen in september zijn bevestigd .

Bovendien zijn mijn afspraken voor mijn eerste Corona-prik (19 mei) en mijn tweede Corona-prik (9 augustus) vastgelegd.

Voor die eerste prik moet ik wel de midweek in Oostende die ik met moeder heb gepland even onderbreken maar er zijn ergere zaken hè?

Op mijn vrije vrijdag zijn we even naar Kessel gereden om daar de rode wandeling te doen.

De Kesselse Heide maakte deel uit van de grote Kempense heidevlakten. Tijdens de laatste ijstijd – rond 70.000 à 10.000 voor Christus – werden de Kempen bedekt met hele pakken zand. Het fijne zand (löss) werd weggewaaid en vormde stuifduinen, waarvan er nog restanten liggen op het domein.[1] Het grovere dekzand bleef er lange tijd dor liggen. Na deze ijstijd – rond 10.000 à 3.800 voor Christus – werd het warmer en ontstonden eikenberkenbossen, met grove den en berk. Daarna begon de mens delen bos te kappen of afbranden voor landbouwgrond. Wanneer de grond uitgeput was, bleven open plekken schrale grond achter. Deze waren ideaal voor de heidegroei. Bovendien werden er schapen geteeld voor de lakennijverheid en deze hielpen mee de heidevlakte in stand te houden door jonge boomscheutjes af te grazen.

Tijdens de Franse Revolutie werd de Kesselse Heide verkocht en later herbebost met grove den, die kon gebruikt worden voor de mijnbouw.

Voor de Eerste Wereldoorlog werd de fortengordel rond Antwerpen afgewerkt. In 1912 was het Fort van Kessel klaar en in 1913 het Fort van Broechem. Om het zicht tussen deze forten vrij te houden, werden alle bomen gekapt. Op de Kesselse Heide bleef slechts één boom staan: deze gaf de grens aan tussen Kessel en Nijlen. De familie Pouppez-de-Kettenis, die eigenaar was van de Kesselse Heide, liet het domein herbebossen vanaf 1920. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de bomen opnieuw gekapt, deels door soldaten en deels door de bevolking als brandstof. Alleen dezelfde ene boom bleef weer staan, tot ook deze in 1943 verdween. Na de oorlog groeide het bos terug.

De gemeente Kessel beheerde de Kesselse Heide vanaf 1972: de gemeente hield er toezicht en ruimde het domein op. Bij Koninklijk Besluit van 5 augustus 1976 werd het domein tot natuurgebied verklaard en in 1978 werd het gekocht door de provincie Antwerpen. In 1981 kocht de gemeente Nijlen het 7 ha grote natuurgebied “Hoogbos” aan en gaf dit in 2005 in beheer aan de provincie. Het Hoogbos ligt aan de overzijde van de Lindekensbaan, de straat waaraan de Kesselse Heide paalt. In 2010 werd de “Hoge Heide” aangekocht, een 9 ha groot natuurgebied naast het Hoogbos.

Om het heidegebied in stand te houden, grazen er schapen.

Op de Kesselse Heide zijn heel wat diersoorten actief, onder meer de grijze zandbij, boompieper en boomvalk. Qua planten zijn er onder meer ronde zonnedauw, zandzegge en pijpenstrootje. (Bron : Wikipedia)

Alweer een bewijs dat je niet ver moet rijden om mooie natuur te zien.

Het Cassenbroek

Na onze uitstap naar Booischot van gisteren trokken we vandaag (nog maar eens) naar Rijmenam.

We gaan daar vrij vaak wandelen maar dat is omdat het daar ook mooi wandelen is.

Vandaag kozen we voor een wandeling richting Cassenbroek. Die hadden we vorig jaar ook al gedaan in de herfst.

Het Cassenbroek is een natuurgebied op het grondgebied van Rijmenam en Bonheiden. Duizenden jaren geleden stroomde hier de Demer. Op natuurlijke wijze werd een Demerarm afgesnoerd. Op de bodem van de aldus ontstane waterplas stapelde zich gedurende eeuwen een dikke laag dood plantaardig materiaal op, die een veenpakket vormde… een pareltje van biodiversiteit was geboren.

De droge stuifduinen die vroeger begroeid waren met heide, zijn nu voornamelijk beplant met dennen, essen- eikenbossen met fraaie voorjaarsbloeiers zoals bosanemoon en sleutelbloem. In de vochtigere stukken elzen- berkenbosjes zijn ze begroeid met een ondergroei van moerasviooltje en dotterbloem. We vinden hier ook nog enkele soortenrijke hooilandjes met pinksterbloem, melkeppe, egelboterbloem, bosbies en echte koekoeksbloemen …

Op de natste delen van het gebied vinden we nog haast ondoordringbare wilgenbroekbossen, afgewisseld met hooilandjes, vijvers en zelfs een voor Vlaanderen uiterst zeldzaam trilveen. ‘Een waterbed in de open natuur’, zo kan je een trilveen best omschrijven. Erop lopen is een hele ervaring. Een beetje griezelig, maar vooral zompig en best wel gevaarlijk. Voor je het weet, lig je in het water: onder het trilveen. Een trilveen ontstaat als open water onder specifieke omstandigheden geleidelijk dichtgroeit. Op de drijvende waterplanten groeit een volgende laag. Zo krijg je een heel dik tapijt, vastgehecht aan de oevers. Ook op Europees niveau zijn deze begroeiingen zeldzaam en bedreigd.

Sinds 1993 vormt het Cassenbroek een beschermd landschap.(bron : website Gemeente Bonheiden)

Het trilveen hebben we niet gedaan maar we hebben wel tal van vogels en bloemen gezien. De wolken gaven het vaak nog een meer dramatisch uitzicht. Hoewel foto’s de werkelijk nooit kunnen evenaren doe ik toch nog maar eens een poging:

Domein Ter Laken

Na een wandeling met moeder door het Vordensteinpark in Schoten gisteren (waarover ik in de loop van volgende week nog wel iets zal posten, moest er ook vandaag worden gewandeld.

Nu ja, moeten is veel gezegd maar vandaag is wel de Roze Mars begonnen en dan moet er wel gestapt worden (www.derozemars.be). De afgelopen jaren werd dit evenement gesteund door de P&V groep en betaalden zij de deelnamekosten voor elke werknemer van de groep. Dit jaar is de samenwerking gestopt en moeten we onze deelname zelf betalen maar dat is geen hindernis.

We trokken vandaag naar het kasteel van Laken. Niet naar Koning Filip maar naar het Domein Ter Laken in Booischot.

Het kasteeldomein Ter Laken met als kern het kasteel Ter Laken bevindt zich ten zuiden van de Grote Nete en wordt omgeven door een uitgestrekt landschapspark met diverse oude eiken en een complex geheel van waterlopen. De toegangsdreef is afgezet met linden en verspreid over het domein liggen nog diverse bijgebouwen, onder meer de kasteelhoeve en de boswachterswoning. Ten zuiden van het kasteel ligt de voormalige, aan de noordzijde ommuurde moestuin.

De historiek van het kasteeldomein gaat terug tot in de 14de eeuw. Vanaf de 17de eeuw was de heerlijkheid Ter Laken in handen van de familie della Faille. De heerlijkheid speelde van oudsher een belangrijke rol in de ontwikkeling van de lokale geschiedenis. (bron : inventaris.onroerenderfgoed.be)

Misschien is er ook een link naar Vorselaar want de school in Vorselaar werd 200 jaar geleden gesticht door Gravin della Faille. Maar daar heb ik niet direct bevestiging van gevonden.

Het kasteel zelf hebben we niet bezocht maar we zijn wel door het domein getrokken om dan verder richting Heist-op-den-Berg te trekken om via de oevers van de Nete terug naar de Pallieterhoeve te stappen. Onze boterhammetjes hebben we onderweg op de oevers van die Nete opgegeten. Dat had ook wel iets.