Plassen in Varkensjut

Na een dagje winkelen en tuinieren gisteren zouden we vandaag een fietstochtje maken van zo’n 40 km.

Wat ons tegenhield was de windkracht 4 tot 5 die werd voorspeld. Niet echt aangenaam fietsweer.

Dan maar de wandelschoenen bovengehaald. Inspiratie haalden we uit een boekje met daarin 29 wandellussen in het Pallieterland en de Netevallei (Lier, Putte, Heist-op-den-Berg, Berlaar en Nijlen). Het boekje is bijna  jaar oud maar dat mag geen probleem zijn. We kozen voor het Jutse Plassenpad in Koningshooikt.

Koningshooikt ontstond op 1 januari 1822 toen de gemeente Koningsbossen (ook wel Konings, Koningsbos of ‘s-Herenbos genoemd) samengevoegd werd met de gehuchten Hooikt en Hazendonk, die beide van Berlaar werden afgescheiden. Ook kleine gedeelten van Onze-Lieve-Vrouw-Waver en Duffel werden bij de nieuwe gemeente gevoegd. Later dat jaar werd nog een gedeelte van Lier bij Koningshooikt gevoegd. De huidige dorpskern is de vroegere dorpskern van het voormalig Berlaarse gehucht Hooikt. (Bron : Wikipedia)

Tegenwoordig worden de inwoners van “Jut” varkenskoppen genoemd (omdat ze jaarlijks varkenskoppen verkopen ter ere van Sint-Antonius, patroonheilige van de gemeente). Vroeger waren ze bekend als houtrovers. Bronnen vermelden dat de inwoners het eikenhout kwamen stelen uit de bossen van de koning. Eik heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van Hooikt (Hoijckt). De dorpsnaam zou dan ook kunnen zijn afgeleid van “oyckt” wat “eik” zou betekenen (Bron: brochure Rivierenland)

Het was trouwens te merken dat ze volgend jaar hun tweehonderdjarig bestaan vieren. Her en der zijn voortuintjes versierd met varkentjes in alle maten en gewichten.

Ondanks de soms felle regenbuien werd het een heel mooie wandeling, vooral het stuk rond de Jutse Plassen. Veel watervogels waaronder een mooie witte reiger, ook geregeld libellen (die zich niet graag laten fotograferen) maar dus ook wel regen. Dat gaf me wel de gelegenheid om het “regenjasje” van mijn Canon eens uit te proberen en dat werkt vrij aardig.

Prinsenpark in Retie

Voor mijn vrijdagse uitstap met moeder koos ik vandaag voor Retie.

In de 12e eeuw behoorde Retie tot het Land van Geel. Toen Geel rond 1230 werd bevoorrecht met de rechten van Stad en Vrijheid, werd een schepenbank in het leven geroepen om in te staan voor het bestuur. Wellicht was er ook een afgevaardigde van Retie die zetelde in de raad, om de belangen van het dorp te verdedigen. Vanaf 1332 bezat Retie een eigen schepenbank, die vergaderde onder de takken van de lindeboom, die thans nog op het marktplein staat.

De parochie van Sint-Martinus werd vanaf 1264 bestuurd door de Witheren van Tongerlo. Zij stonden ook in voor de misvieringen en het innen van de tienden. Dit duurde tot 1819. De oude Sint-Martinuskerk stamde uit de 16e eeuw maar werd in 1871 afgebroken. Enkel een deel van de toren bleef behouden. De huidige kerk dateert van 1872.

Retie is het dorp van de Zeven Neten: de Looiendse Nete, de Kleine Nete, de Zwarte Nete, de Werbeekse Nete, de Plas Nete, de Witte Nete en het Nonnen Neetje. Samen met de Wamp vormen zij bovenlopen van de Kleine Nete en zij zijn bij de meest zuivere riviertjes van Vlaanderen. De naam “Retie”, is afgeleid van de Latijnse persoonsnaam Retus en duidt het gebied aan dat eertijds een bezit was van een zekere Retus. (Bron : Wikipedia)

In 1852 ontving het gemeentebestuur van Retie een brief van de heer Kinkin, beheerder van het privé-domein van Koning Leopold I. In die brief wordt verzocht om de aankoop van heidegronden in de Retiese Aart. In de Kempen noemde men de woest gronden die zich buiten de akkers van een dorp uitstrekten “de Aart”. Elk dorp bezat er wel één. Daar konden de inwoners het vee hoeden, heidmaaisel halen en turf steken.

Rond 1880 wordt te midden van het domein op de aart een “park” aangelegd. De beplantingen wijzen op de intentie om het uit te bouwen als landschapspark. Bijzondere parkbomen worden aangeplant, slingerende wegen verbinden een ringweg met een grote open plaats waar het koninklijk buitenverblijf zou verrijzen. De broer van broer van de latere Koning Albert I en zoon van Philippe, Graaf van Vlaanderen, zou er gaan wonen. Hij overlijdt echter op 22-jarige leeftijd en het gebouw komt er nooit. (Bron : infobord aan infocentrum Park)

Wat er nu wel is, is een bijzonder mooi provinciaal domein met bomen, stukken heide en vijvers. En vier heel mooi afgepijlde wandelingen waarvan wij de wandeling van 6 km kozen.

Na een lunch in Turnhout en een dessertje bij het IJssloeberke in Tielen was het alweer een zeer geslaagde vrijdaguitstap. Wel jammer dat de (duizenden?) muggen mij wel wisten te smaken.

Ooievaars

Er werd voor de namiddag regen voorspelt en het leek ons dan ook een goed idee om een voormiddagwandeling te doen.

Onze “klassieke” wandeling in Peulis is daar perfect voor geschikt.

Al snel kon ik een eerste foto van een ooievaar nemen. Nu zie je in de buurt van Planckendael wel meer ooievaars vliegen, ik vind het toch altijd bijzonder om ze te zien. Vooral als ze sierlijk op de thermiek naar boven klimmen of, zo heb ik vandaag gezien, naar beneden dalen.

Blij met mijn foto van mijn ooievaar ging de wandeling verder. Viel daar nu een druppel? Jawel hoor, het werden er zelfs meer. Daar had de buienradar niets van gezegd. En zagen we daar nu net geen drie ooievaars in de wei? Oh nee, het zijn er vier. Toch niet … vijf … zes … De ene na de andere ooievaar daalde af naar de wei. Op een gegeven moment telde ik er twintig.

Net nadat de foto’s werden genomen stopte het met regenen. Net lang genoeg om ons verder droog de wandeling te laten afmaken.

Door de wind, langs het water

Na een dag hard labeur gisteren was het vandaag tijd voor ontspanning.

We kozen nog eens voor de fiets. Onze bestemming voor vandaag was het Zennegat.

Het Zennegat is de plaats in Battel te Mechelen waar verschillende waterlopen samen lopen. De Zenne komt er samen met het Kanaal Leuven-Dijle (de Leuvense vaart) en stromen dan in de Dijle, die enkele honderden meters verder dan weer samenvloeit met de Nete om alzo de Rupel te vormen. Het stukje Dijle tussen het Zennegat en de monding in de Rupel wordt in de volksmond de Koestaart genoemd.

Sinds eeuwen woonden hier enkele families, die van vader op zoon het beroep van bootsleper (jagen) uitoefenden. Deze beroepsactiviteit verdween er naarmate de vaartuigen gemotoriseerd werden. Het aantal huizen varieerde steeds rond de 20.

Het idyllische gehucht werd tijdens de 20e eeuw meer en meer een woonplaats voor kunstenaars, muzikanten en non-conformistische figuren. Sinds enkele jaren woont ook actrice en tv-presentatrice Tine Van den Brande er. De eveneens aan het Zennegat verblijvende jazz- en improvisatiemuzikant André Goudbeek maakte in 2005 een naar de plaats genoemde cd met bandoneon-improvisaties. Ook de non-conformistische Mechelse tekenaar en schilder Frans Croes woonde tot aan zijn dood in 2011 aan het Zennegat, en had er ook zijn atelier.(Bron: Wikipedia)

Zennegat is ook een jong natuurgebied. Sinds juni 2017 stroomt hier dagelijks op het ritme getij een beetje Dijlewater het gebied in en uit. Zo ontstaan er zeldzame slikken en schorren, een geschikt leefgebied voor vele soorten vissen en vogels.

Er stond wel behoorlijk veel wind maar ondanks het feit dat we veel water hebben gezien is het wel droog gebleven.

We hebben trouwens ook een bijzondere gast in de tuin : een wespenspin. Heel mooi maar ziet er wel een beetje angstaanjagend uit.

Weinig tijd (of goesting?)

Na ons uitstapje naar Sint-Pieters-Leeuw en Dworp was het op zondag tijd om wat te niksen en een fietstochtje te maken.

Om te niksen is de tuin van Conny perfect. Hij vraagt veel werk maar je hebt er ook veel plezier van. Annemie van De Vlindertuin had bij het ontwerp de opdracht gekregen om voldoende biodiversiteit te voorzien en daar is ze zeker in geslaagd.

Het is er een komen en gaan van vlinders, bijen en andere insecten in alle maten en gewichten. Uren kan je er naar kijken en duizenden foto’s kan je er nemen.

Om toch nog iets te doen zijn we ook gaan fietsen langs de Dijle (die toen bijzonder hoog stond).

Na het weekend terug naar Vorselaar met het plan om het volgende weekend (dat ondertussen vorig weekend is) een extra lang weekend naar Peulis te gaan. Ik zou dan ook op donderdag naar Antwerpen gaan werken in plaats van thuis.

Helaas kwam er op donderdag het bericht dat de plusdochter tijdens haar cursus in Dworp mogelijk contact had gehad met iemand die positief had getest op Covid-19. De organisatie nam het zekere voor het onzekere en vroeg aan iedereen om een sneltest te ondergaan, in quarantaine te gaan en op de 7de dag een PCR test te ondergaan.

We vonden het dan ook geen goed idee om met meer mensen dan nodig in huis te zijn en daarom reed ik maar terug naar Vorselaar.

Prettig is anders maar het pluspunt is wel dat ik thuis enkele klusjes heb kunnen afwerken.

Ondertussen zijn alle testen negatief gebleken dus het was niet nodig geweest maar we zijn toch blij dat we de juiste beslissing hebben genomen.

Zin om te bloggen was er echter niet.

En dat verlengd weekend in Peulis? Daar zijn we nu mee bezig 😉

Domweg vergeten

Het moet zijn dat ik al wat ouder word want ik durf tegenwoordig al eens iets vergeten.

Toen ik vorige zondag terug in Vorselaar was na mijn weekendje in Peulis moest ik vaststellen dat ik mijn fotocamera daar had achtergelaten.

En geen fotocamera betekent uiteraard ook geen foto’s om te bewerken en zonder foto’s om te bewerken heb ik ook weinig zin om een stukje te schrijven.

Ondertussen zijn de foto’s er wel en kan ik opnieuw een stukje schrijven.

Afgelopen zaterdag moest de plusdochter worden afgehaald in Dworp. Dat leek ons de perfecte gelegenheid om eens in het Pajottenland te gaan wandelen. Keuzemogelijkheden genoeg daar.

Wij kozen voor Sint-Pieters-Leeuw. Eerst een wandeling via het knooppuntennetwerk en dan een bezoekje aan het Domein Coloma en dat ook de Rozentuin Coloma omvat.

De wandeling die we hadden uitgestippeld was bijzonder mooi. Een kleine 6 kilometer met start en aankomst in het Domein Coloma.

Het grootste gebouw van dit park is het kasteel van Coloma. Het werd reeds twee maal verbouwd.

Nadat het kasteel in de 16de eeuw dienst had als zetel van Leeuw, werd Charles-Vital de Coloma in het midden van de 18de eeuw eigenaar van het kasteel. Dit kwam door zijn huwelijk met barones Eugenia Roose. Hij liet het gebouw helemaal verbouwen van versterkte burcht naar een 18de-eeuws kasteel. Wat hij wel behield aan het kasteel was het water eromheen. Het kasteel en het gehele domein bleef in het bezit van deze familie tot de dood van gravin Antoinette, de kleindochter van Jean-Marie van der Dilft de Borghvliet.

De gemeente Sint-Pieters-Leeuw kocht het toen vervallen kasteel op. Het gemeentelijk cultureel centrum werd er na grondige restauratie gevestigd. De brugleuning van het kasteel werd gebouwd door de Belgische beeldhouwer Patrick Crombé.

Andere bouwwerken zijn de taverne “De Koetsier”, die in 1731 als koetshuis gebruikt werd, en het rozenmuseum (het vroeger tuinpaviljoen) met uitleg over de geschiedenis en de bouw van de roos.

De rozentuin van Coloma is de grootste van Europa. De tuin heeft een oppervlakte van 15 hectare. Er staan 3000 verschillende rozenvariëteiten uit 25 verschillende landen. De tuin wordt beheerd door Natuur en Bos van de Vlaamse Gemeenschap.

De zeven delen van de tuin zijn:

  • De rood-witte rozentuin
  • De Vlaamse rozentuin
  • De oude rozentuin
  • De internationale rozentuin
  • De stamrozentuin
  • De Japanse rozentuin
  • De Chinese rozentuin

(Bron: Wikipedia)

Hoewel er al veel rozenstruiken hun beste tijd hadden gehad, was de tuin zeker een bezoekje waard. In de rest van het domein is het trouwens ook fijn vertoeven.

Wat we afgelopen zondag gedaan hebben dat volgt later wel.

De wandeling in foto’s:

En een impressie van de rozentuin:

Postel

Voor de vrijdaguitstap kozen we vandaag voor Postel.

In de 12e eeuw was Postel in handen van ene Fastradus van Utwich, heer van Uitwijk in het land van Altena. Hij schonk rond 1134 een derde deel van zijn bezit in Postel aan de Abdij van Floreffe. Nog vóór 1145 schonk Fastradus een derde deel van zijn “predium” van Reusel aan dezelfde abdij. De norbertijnen, die naar Postel gestuurd werden moesten hier een kerk bouwen. Postel lag in de buurt van een kruispunt van verkeerswegen, die van west naar oost, van Breda naar Maastricht, en van noord naar zuid, van ‘s-Hertogenbosch naar Leuven, liepen en aan die plaats wel een bijzonder belang konden geven. In 1140 werd een eerste bidplaats geconsacreerd. Die bleek echter veel te klein en er werd overgegaan tot de bouw van een grotere, die in 1190 geconsacreerd is en nu nog steeds in gebruik is als de oudste nog in gebruik zijnde norbertijnenkerk.

De abdij leverde samen met de andere norbertijnenabdijen veel pastoors aan de parochies in de noordelijke Nederlanden, die zo voor het katholicisme behouden bleven. Men gewaagt er van “de witte linie” tegen het protestantisme.

Bij het einde van de Franse Revolutie arriveerden de Franse troepen in 1797 en de kloosterlingen werden verdreven, de abdij met haar goederen aangeslagen, verkocht, terwijl ook abdijgebouwen afgebroken werden.

Na een afwezigheid van 50 jaren konden de kloosterlingen terugkeren en aan de heropbouw beginnen. De restauratie heeft 150 jaar geduurd omdat de middelen daarvoor zeer karig waren. In 1943 werden de roodkoperen brouwketels verkocht wegens armoede.(Bron : Wikipedia)

Het was weer een zeer rustgevende wandeling die werd afgesloten met een smakelijke hap in Gasthof De Beiaard en met een portie abdijkaas en een abdijbrood onder de arm konden we terug naar huis.

Op het Bankje

Na (alweer) een dagje hard werken in de tuin (bijna 20.000 stappen gezet en niet van “onzen erf” geweest) was het vandaag tijd voor ontspanning.

Het werd een combinatie van fietsen en wandelen.

Net zoals in dan 100 andere steden en gemeenten kan je ook in Putte deelnemen aan wandeling en daarbij de podcast Het Bankje beluisteren. Twintig verschillende podcasts van zo’n 8 minuten zijn er. In Putte zijn ze verdeeld over de verschillende deelgemeenten (Putte, Peulis, Grasheide en Beerzel).

Wij kozen voor Putte. Die wandeling was ruim 6 km en dat was perfect voor vandaag, zeker als je daar de 10 km fietsen heen- en terug bijtelt.

De wandeling was zeker mooi, de podcasts … nu ja, laat ons zeggen dat de ene al beter was dan de andere (al kunnen de smaken daarover verschillen).

Voor de geïnteresseerden : neem een kijkje op https://www.opendoek.be/toch-theater/het-bankje

Vrieselhof

Zoals wel vaker op mijn vrije vrijdag trek ik er, vóór ik naar mijn tweede verblijf in Peulis vertrek, met moeder op uit om eens op verplaatsing te wandelen.

Vandaag was die verplaatsing niet zó ver, slechts 16 kilometertjes naar het Vrieselhof in Oelegem.

De naam “Vrieselhof” gaat terug op Jan van Vriesele, een edelman uit Kontich die rond 1300 ongeveer 24 bunders grond kocht in Oelegem (ongeveer 32 ha). Hij gaf de grond als bruidsschat voor zijn dochter. In 1450 werd een belangrijke hoeve met heerlijke rechten vermeld op het domein, dat bossen, heide en moerasgebied omvatte. In 1457 was er sprake van een “ridderlijk hof, geheten ’t hof van Vriesele”. De eigenaar, Matheeus van Steenbergen, kreeg toen van Filips de Goede, de hertog van Bourgondië toestemming om aan zijn hof een laathof op te richten. Dit was een lagere rechtbank waar een meier kon oordelen over plaatselijke geschillen. In 1495 erfde Josine van Steenbergen het domein. Toen werden voor het eerst hofgrachten vermeld.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (16e -17e eeuw) gingen de inwoners van Oelegem meermaals schuilen in het kasteel.

Vanaf 1509 hadden leden van de familie van Halmale het domein in bezit. De laatste telg, Alfons-Ignace van Halmale stierf kinderloos in 1788. Daarna kwam het kasteeldomein in handen van Charles-Ignace d’Oultremont en zijn vrouw Anne-Henriette de Neuf. Deze laatste had toch nog banden met de familie van Halmale: haar grootmoeder was Barbara Anna Philippa van Halmale (dochter van Alexander Jozef van Halmale, die eveneens burgemeester van Antwerpen was). Voor de nieuwe erfgenamen was het kasteel een buitenverblijf waar ze weinig verbleven.

In de 19e eeuw gebeurden er restauratiewerken aan het kasteel. Het nabijgelegen koetshuis met stalling dateert van 1877.

In 1910 werd graaf Louis de Brouckhoven de Berkeyck eigenaar van het geheel. Hij liet het oude kasteel herbouwen in neo-Vlaamse-renaissancestijl met trapgevels, speklagen en hoektorens, maar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog lieten de Belgische troepen het kasteel om strategische redenen afbranden op 7 oktober 1914. Tussen 1917 en 1919 werd het huidige kasteel herbouwd in dezelfde stijl als het pas recent gebouwde, verwoeste kasteel. In 1974 werd het kasteel en het bijhorende domein door de kleinkinderen van Louis de Brouckhoven de Berkeyck verkocht aan de provincie Antwerpen.

Het domein Vrieselhof bestaat uit verschillende delen. Het eigenlijke kasteelpark kreeg vorm in de 18e eeuw. Alfons-Ignace van Halmale legde de drevenstructuur op het domein, met onder meer de een kilometer lange dreef vanaf het kasteel tot de Rundvoorstraat, vast rond 1750. Achter het kasteel werd in dezelfde tijd een stervormige drevenstructuur aangelegd, het zogenaamde “Sterbos”.

Verschillende wateren doorkruisen het gebied van het Vrieselhof: naast de hofgracht zijn er de Heidebeek, het Groot Schijn, de Rosse Beek en de Vrieselbeek.De Heidebeek begrenst het oorspronkelijke parkgedeelte. Het noordelijk gedeelte voorbij deze beek behoort evenwel ook tot het provinciaal domein Vrieselhof. Het is een stuk Schijnvallei, waardoor het Groot Schijn loopt, een rivier die ontspringt in Westmalle en uitmondt in de Schelde. (Bron : Wikipedia)

Het was mijn eerste bezoek aan dit provinciaal domein maar zeker niet het laatste. Heel mooi wandelgebied dat veel mogelijkheden biedt. En op het einde werden we nog uitgewuifd door een hertje … wat wil je nog meer?

De vlindertuin

Eergisteren een dagje gaan werken, zelfs op kantoor om daarna al direct terug aan het weekend te beginnen. Na een vakantie moet je tenslotte rustig aan terug beginnen hè.

’s Avonds voor het eerst in 9 maanden nog eens een culturele activiteit gedaan. In CC De Zwanenberg in Heist-op-den-Berg kwam Michael van Peel vertellen hoe hij met zijn Vespa naar Dakar is gereden. Ruim anderhalf uur wist hij ons te boeien. Het deed echt deugd van nog eens in een schouwburg te zitten.

Gisteren dan een hele dag in de tuin gewerkt : hagen scheren, gazon afrijden, onkruid wieden … er is altijd wel iets te doen in de tuin.

Nadat ik deze voormiddag de loopschoenen nog eens had aangetrokken (7 km op 46:27 !) hebben we deze namiddag de fiets van stal gehaald. Eerst bezochten we Kwekerij De Vlindertuin in Rijmenam. Annemie heeft het ontwerp van onze tuin gemaakt en het is altijd leuk om eens te kijken wat er nog meer mogelijk is.

We hebben toch enkele planten zien staan die ons zeer erg bevielen.

Na ruim 26 km stonden we terug thuis en dat bleek net op tijd te zijn. Nog geen 5 minuten later gingen de hemelsluizen open.