Belpop Heist op den Berg

Voor onze zondagse wandeling kozen we vandaag voor Heist op den Berg. Vóór Corona hebben we daar de Belpop Bonanza show van Jan Delvaux en D.J. Bobby Ewing gevolgd en die was heel erg onderhoudend.

Aan die show was ook een wandeling gekoppeld waar je op bepaalde plekken een QR code kon openen.

Die wandeling hebben we dus gedaan maar de helft van de bordjes zijn verdwenen of wij hebben ze niet gevonden.

Maar op zich is Heist ook wel leuk om door te wandelen, zeker wanneer je winkelstraat (of winkelstraten) links laat liggen.

Bijkomende meevaller: op zondag is het ook (rommel)markt in Heist. Die hebben we ook even bezocht en ik heb er 10 cd’s gevonden aan 2 euro per stuk. Die paar bordjes die we niet gevonden hebben maken dan niet zoveel uit hè 😉.

Lovenhoek

Voor onze zaterdagse wandeling trokken we van Peulis terug naar mijn Vorselaar. 

Aanvankelijk was het de bedoeling dat we, samen met mijn moeder, de “Kerstornamentenwandeling” zouden doen maar aangezien zij liever een namiddagje ging kaarten kozen Conny en ik voor de langere wandeling naar de Lovenhoek.

Vorselaar heeft een aantal gehuchten : het Heiken, het Vispluk, het Sassenhout, het Zegbroek en de Pallaaraard.

Dat laatste gehucht had meerdere woonkernen waaronder het Vroegeind en de Lovenhoek. Tot midden vorige eeuw stonden er in de Lovenhoek een tiental huizen. Nu resten er eigenlijk enkel nog een kapel en oude schuur die overblijven. 4

De woonkern was door een kerkepad verbonden met de parochiekerk. Wanneer de laatste sacramenten moesten worden toegediend op de Lovenhoek dan hadden mijnheer pastoor en zijn misdienaar een fikse wandeling voor de boeg.

De Lovenhoek was ook de uitverkoren plek voor jagers en stropers. Er was een café met de naam “In den loozen weireld”. 

De naam Lovenhoek zou komen van “Leuven”. Volgens een cijnsboek was het domein ooit eigendom van een familie Van Loeven.

Sinds 2007 is de Lovenhoek eigendom van Natuurpunt.

Het Kapelletje werd waarschijnlijk rond de eeuwwisseling gebouwd. Het werd in opdracht van ene Louis Verlinden gebouwd door Jozef van Orshaegen, beter bekend als Seppe Pluym van ’t Moleneind.

Wij hebben in ieder geval een wandeling van een kleine 9 km gedaan en daarmee ook nog het goede doel gesteund want het inschrijvingsgeld van 5 euro kwam ten goede van Vzw Op Weg. 

Nostalgisch en Verrassend Lier

Lier, Poort der Kempen (en die poort staat op de rotonde van de Antwerpsesteenweg als je ze eens wil zien).

Lier was ook de locatie van de laatste wandeling van de laatste dag van onze – te korte – vakantieweek.

Ik heb een speciale band met Lier. Ik heb er immers 6 jaar school gelopen en ik heb er gedurende die 6 jaar ook op internaat gezeten. Mijn ene groottante, Tante Nonneke, was er kloosterzuster bij de Zwartzusters en mijn andere groottante, Tante Pauline, woonde er in bij “Mijnheer Jean”, de man die ze jaren gediend heeft maar die, toen tante Pauline ouder werd een beetje de rollen omkeerde. Elk jaar gingen we naar Lier om er tijdens de foor Brusselse Wafels en warme rek te eten. Mijn vader zaliger is zijn hele leven lang supporter geweest van S.K. Lierse en tot slot ben ik jaren aan een stuk elke dinsdag naar Lier gereden om ’s avonds met loopbuddy Sally enkele kilometers te gaan joggen.

Wandelen in Lier valt zelden of nooit tegen. Zelfs niet wanneer het weer niet echt meezit zoals gisteren het geval is.

Je kan naar de polders of naar Anderstad wandelen. Of via de Nete richting Kessel of Nijlen. Of je kan door de binnenstad wandelen en dat hebben wij gedaan. We kozen niet voor de Scandinavië toer en misten zo de verhalen over de Vikings, koning Christiaan II en Olav Engelbrektsson, de laatste katholieke aartsbisschop van Noorwegen. De Spaanse wandeling (Filips de Schone met Johanna van Castilië zijn in Lier getrouwd) zal ook voor een andere keer zijn.

Wij lieten ons leiden door “Verrassend Lier”, een wandeling , een wandeling langs een dertigtal historische gebouwen die werd samengesteld naar aanleiding van Open Monumentendag 2020.

Een heel mooie wandeling die ik een beetje had uitgebreid met een stuk van de Palingvisserwandeling. Maar het was toch vooral een nostalgische wandeling. Daar was vroeger dat café, daar was Het Voske, de snoepwinkel waar op vrijdagmiddag een paar curryworsten ging eten omdat de vis op internaat niet te eten was, daar was Lowietje waar we onze sigaretten kochten, daar was IJs Jean waar ik zo vaak een Napolitano kocht …

En ik kon ook nog eens kijken naar wat er nog overblijft van het Internaat dat momenteel volledig wordt verbouwd. Enkel het skelet staat er nog maar het was nog overduidelijk waar de cinema was, waar de slaapzalen met hun chambretten waren, waar de studiezaal was ,de ontspanningsruimte … Ik heb er 6 jaar graag “gewoond”.

Meer info over de wandelingen zijn trouwens terug te vinden op de website van de Stad Lier.

Het Gestelpad

Na onze stadswandeling van woensdag hebben we donderdag een winkelwandeling gemaakt, ’t is te zeggen, we zijn naar de Makro en de IKEA geweest 😉.

Wandelen kan je het niet noemen, eerder heel traag slenteren (en dat is veel vermoeiender) maar je geraakt zo wel aan je 10.000 stappen hè.

Gisteren is er wel weer echt gewandeld, ondanks het slechte weer. Nu is regen vervelend maar als het niet te hard waait en als je voorzien bent van goede kledij dan kan je daar tegen. We trokken naar Gestel nabij Berlaar om daar het 10 kilometer lange Gestelpad te doen.

Gestel is een erg schilderachtig dorpje langs de rivier de Grote Nete dat slechts enkele tientallen huizen telt. Met een oppervlakte van 248 hectaren was het de op een na kleinste gemeente van de provincie. Enkel Zoerle-Parwijs was nog kleiner. Gestel werd op 1 januari 1965 bij Berlaar ingelijfd. Het dorpje heeft zich hier echter zeer fel tegen verzet en haalde zelfs het nationale nieuws.

De oudste vermelding van Gestel werd gevonden in documenten uit 1261 afkomstig van het Kapittel van Lier. Het was toen reeds onderdeel van de Heerlijkheid Mechelen. Gestel bestond uit een zeer kleine exclave en werd samen met Heist-op-den-berg bestuurd. Heist-op-den-Berg was in deze periode ook een exclave van dezelfde Heerlijkheid. Samen vormden zij het zogenaamde “ressort”. Ondanks de ligging, in het hart van het Hertogdom Brabant, heeft het honderden jaren zo bestaan zonder er ooit onderdeel van te zijn, op een aantal strubbelingen in de 14de eeuw na.

Later werd Gestel afgekocht van de stad Mechelen en apart bestuurd. Dit bleef zo tot aan de val van het ancien régime in 1795, waarna Gestel onderdeel werd van het kanton en de latere gemeente Berlaar. Na de onafhankelijkheid van België bleef Gestel, lang een “dorp onder Heist”, voorgoed geassocieerd met Berlaar. De fusie ruim een eeuw later bevestigt dit. (Bron : Wikipedia)

Het Gestelpad zelf brengt je via Kruiskensberg naar Het Schipke aan de Nete, een wereldberoemde herberg in de streek. Het was, ondanks de regen die eigenlijk nooit is gestopt, een heel mooie wandeling.

Ook vandaag zijn we nog gaan wandelen maar bleven we in Peulis en beperkten we ons tot ruim 6,5 km.

Uitbundig verleden

Na onze verrassende wandeling van gisteren kozen we vandaag voor een bezoek aan een stad die minder verrassingen zou mogen hebben … Mechelen.

We gingen vooral voor het Hof van Busleyden waar tot 27-02-2022 de tentoonstelling “Uitbundig Verleden” loopt.

In de 19de eeuw, tijdens de Romantiek, groeide een hernieuwde belangstelling voor de Bourgondische hertogen, van Filips de Stoute tot Keizer Karel V. Schilderen met één van de Bourgondiërs waren razend populair.

De tentoonstelling vertelt echter ook hoe de geschiedenis werd geïnterpreteerd. Een schilderij van Luther ziet er voor de Duitse markt totaal anders uit dan een schilderij voor de Belgische markt.  In het ene zie je Luther als een held, in het andere als een ketter (de twee bovenste schilderijen uit onderstaande foto).

Dus ja, ook in die tijden moest je al opletten met de beelden die je zag verschijnen in de sociale media 😉.

Ook de permanente tentoonstelling is altijd een bezoekje waard. Het Hof van Busleyden is gewoon een mooi museum, van binnen en van buiten. Het werd gebouwd in de 16de eeuw door de Luxemburgse geleerde Busleyden die onder Filips de Schone lid was geworden van de Grote Raad van Mechelen. Erasmus en Thomas More kwamen er over de vloer.

De oorspronkelijke aankleding en versiering is nagenoeg volledig vernield tijdens een brand in 1914 maar in één kleine ruimte zijn er nog muurschilderingen uit het begin van de 16de eeuw bewaard gebleven.

Als je eens in Mechelen bent moet je er zeker eens langsgaan.

Verder is Mechelen een stad waar het gezellig rondwandelen is.

Op weg naar huis zijn we ook even een kijkje gaan nemen in Malinas, het nieuwe winkelcentrum aan de R6. De Albert Heyn is inderdaad groot en ruim maar ik ga toch liever in mijn vertrouwde AH in Gierle. En verder zijn er veel van die winkels waar ze veel zaken hebben die je absoluut niet nodig hebt maar die je toch niet kunt laten liggen 😉.

Verrassend Edegem

Na een rustige zaterdag die werd gevuld met winkelen en met het opzetten van de kerstboom (die ondertussen vakkundig wordt gesloopt door 2 zwarte kittens 😉), een zondag waarop we een lokale wandeling van zo’n 7,5 km hebben gedaan en een maandag met een kappersbezoek en een checkup bij de dokter, konden we vandaag een eerste echte vakantiewandeling doen.

Uit de PASAR van mei van dit jaar haalden we een wandeling met als titel “Verrassend Edegem”. De verrassing bleek niet het feit te zijn dat we voor deze wandeling naar Kontich moesten (want daar was dus het vertrek).

De start was aan het Park Zandberg, een ruw terrein met hopen zand die achterbleven na het uitgraven van de Craeybeckxtunnel. Nu is het vooral een heel technisch parcours voor mountainbikers maar ook voor wandelaars zijn de heel steile beklimmingen een uitdaging, zeker nu ze er zo modderig bijliggen.

Via woonwijken bereikten we de Prins Boudewijnlaan en even verder kwamen we aan het vlonderpad in het Domein Hof ter Linden.

Het was wel even door de modder baggeren eer we aan het vlonderpad geraakten. Op zo’n momenten ben je blij dat je goeie wandelschoenen hebt.

De wandeling bracht ons verder naar Fort 5. In dit fort werden tijdens de eerste wereldoorlog 16 Belgen, zogenaamde spionnen, gefusilleerd. Waar exact dat in het fort gebeurde weet men niet. Wel is zeker dat ze er tijdelijk werden begraven. Na WO I werden ze herbegraven op het ereperk van het Schoonselhof maar sommigen werden nadien nog eens een derde keer begraven in hun dorp van herkomst. De hele geschiedenis kan je volgen op infoborden rond het fort.

Op onze terugweg passeerden we nog Hof ter Linden.  Het laatste stuk door Park Zandbergen hebben we links laten liggen. Op de heenweg was het er al erg modderig en als je dan leest in de beschrijving dat je na een veldweggetje een beek heel voorzichtig moet oversteken via enkele boomstammen dan leek ons de “grote baan” net iets leuker om te wandelen.

Uiteindelijk stonden er een dikke 11,5 km op onze teller. 

Quarantaine (of zoiets)

’t Is hier even radiostilte geweest maar als er weinig te vertellen valt dan valt er weinig te vertellen hè?

Het is wel een rare periode geweest. Het begon op woensdag 24 november. De twee dochters van Conny hadden een hoogrisicocontact gehad en moesten zich dus laten testen. Die test was gelukkig negatief maar toen in vrijdag in Peulis toekwam kregen we net te horen dat er na hun hoogrisicocontact maar vóór de eerste PCR-test nóg contacten waren geweest.

Ik, als risicopatiënt, dus maar terug naar huis om geen enkel risico te nemen en wachten op de resultaten van de tweede PCR test op dinsdag.

Gelukkig bleek ook die test negatief te zijn en komt onze week vakantie (die vandaag begint) niet in het gedrang.

Vóór ik tijdelijk verhuis naar Peulis ben ik deze namiddag nog even met moeder naar De Averegten in Hallaar geweest. Een klein maar mooi Provinciaal Domein dat zelden of nooit teleurstelt.

Fort van Duffel

Voor onze zondagse wandeling kozen Conny en ik gisteren voor de Redoute van Duffel.

De “redoute” is beter gekend als het Fort of het Spoorwegfort van Duffel en was een verdedigingswerk dat deel uitmaakte van de Vesting Antwerpen. De oprichting van de redoute werd in 1886 gestart en was klaar in 1888. Het spoorwegfort ligt te Duffel, op de grens met Sint-Katelijne-Waver, en maakte deel uit van de buitenste fortengordel rond Antwerpen.

Het spoorwegfort van Duffel werd gebouwd tussen 1886 en 1888. Het bestond uit een heuvel met artillerie en met een uitgegraven gracht errond, en had als specifieke opdracht de verdediging van spoorlijn 25, die sinds 1836 tussen Brussel en Antwerpen liep. Deze spoorweg vormde de snelste verbinding tussen de hoofdstad en de havenstad en was daarom een zeer belangrijke verbindingslijn. Het Fort van Duffel was het eerste dat gewelven in gewapend beton kreeg. Al snel bleek het fort echter militair weinig waarde te hebben. In 1906 kreeg het fort enkel nog een meer beperkte, ondersteunende functie: het moet het gebied tussen het Fort van Walem en het Fort van Sint-Katelijne-Waver helpen verdedigen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog begonnen de beschietingen van het fort op 28 september 1914. De fortcommandant was Jules Hastray. Hij had slechts 80 soldaten ter beschikking. De gevraagde versterking en extra munitie werden niet geleverd. Veel Duits geschut miste doel omdat het zicht verhinderd werd door de vele bomen in de omgeving. De granaten van de verdediging geraakten echter op. Op 3 oktober 1914 stuurden de Duitsers een onderhandelaar, doch hierop werd niet ingegaan. Omdat Hastray kort daarna bericht kreeg dat hij geen versterking moest verwachten, liet hij het materieel vernietigen. De soldaten trokken zich in stilte terug uit het fort. Op 4 oktober namen de Duitsers het lege, brandende fort in. Het zou verder geen militaire rol van enige betekenis meer spelen.

Na de Eerste Wereldoorlog gebruikte het Belgische leger het fort nog heel even, maar verlieten het al snel terug. Het bleef lange tijd enkel bewoond door een toezichter en zijn gezin. Tijdens de Tweede Wereldoorlog negeerden de Duitsers het fort. Hierdoor konden gezinnen er schuilen voor bombardementen, maar konden ook mannen die verplicht waren om in Duitsland te gaan werken, zich hier schuilhouden.

Tot 1972 werd het fort bewoond door een militair toezichter en zijn gezin. In 1972 werd het verkocht aan een aannemer die het begon te slopen. Toen die in 1973 plots overleed, stopten de sloopwerken ook. Een stuk van het domein werd nog onteigend om de straat waartegen het fort gelegen is – de Mechelsebaan – recht te trekken. Verder raakte het fort in verval.

Eind 2009 werd het fort gekocht door de vzw Kempens Landschap voor een prijs van 145.000 euro. Het was toen een ruïne. Vanaf 2011 werd het gedeeltelijk gerestaureerd en toegankelijk gemaakt.

Vanaf 2014 werd het fort deels opengesteld voor bezoekers. De hoofdgebouwen kunnen gedeeltelijk vrij bezocht worden en er is een permanente tentoonstelling over het fort en de natuur erin. In het fort is een brasserie (“De Krone”) waar men iets kan eten of drinken. De brasserie is een job-ervaringscentrum, gesteund door de gemeente Duffel en de provincie Antwerpen. Jongeren met een autismespectrumstoornis kunnen er werkervaring opdoen. (Bron : Wikipedia)

Nadat we het wandelpad rond het fort hadden gedaan (1,2 km lang) zijn we via de knooppunten nog naar Domein Roosendaal gewandeld. Uiteindelijk stonden er 7 kilometers op onze teller.

.