(Nat) Den Haag

Er werd voor vandaag een hele dag regen gegeven en die voorspelling bleek ook te zijn uitgekomen. Geen weer om te fietsen dus maar wel weer om de trein te nemen van Gouda naar Den Haag.

In Den Haag aangekomen zijn we direct naar het Mauritshuis gegaan.

Het Mauritshuis, officieel Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis, werd gebouwd in opdracht van Johan Maurits van Nassau-Siegen, in die tijd officier in het Staatse leger, de latere gouverneur-generaal van Nederlands-Brazilië. Dit voormalig stadspaleis werd gebouwd tussen 1633 en 1644 en is ontworpen door Jacob van Campen en zijn assistent Pieter Post. Van Campen liet de bouw over aan Post. De bouw duurde onder meer zo lang omdat Johan Maurits in 1636 voor een periode van ruim zeven jaar naar Brazilië ging en er dus geen haast was. Een ander probleem was de brug, die op de plaats van het huidige gebouw zat. Deze mocht niet worden afgebroken voordat er een nieuwe brug was gebouwd met een nieuwe poort naar het Binnenhof, de huidige Mauritspoort.

Het pand werd door Johan Maurits gebouwd uit de opbrengsten van zijn inkomsten als gouverneur-generaal van Nederlands-Brazilië. Een belangrijke inkomstenbron voor de West-Indische Compagnie aldaar was de suikerriethandel, die door Johan Maurits gefaciliteerd en uitgebreid werd door een vaste slavenroute te bewerkstelligen tussen Afrika en de WIC-kolonie. Vanwege de lichtgekleurde gevelstenen en zijn feitelijke inkomsten via de suikerrietteelt werd het stadspaleis ook wel smalend het Suikerhuis genoemd. Er werd ook duidelijk aangegeven dat Maurits veel geld heeft verdiend aan de slavenhandel.

Tot de vaste collectie behoren Meisje met de parel en Gezicht op Delft van Johannes Vermeer, ‘Soo voer gesongen, soo na gepepen’ van Jan Steen, De stier van Paulus Potter en De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp van Rembrandt van Rijn. (bron : Wikipedia)

We wilden ook het Binnenhof bekijken maar dat is quasi volledig afgesloten wegens renovatie.

Na de lunch trokken we naar het Paleis Lange Voorhout. Dat was het winterpaleis van Koningin Emma en ook van Koningin Juliana. Sinds 1992 wordt het gebruikt als museum en vanaf 2002 is het gewijd aan M.C. Escher.

Maurits Cornelis Escher was een Nederlandse kunstenaar, die bekend is om zijn houtsneden, houtgravures en lithografieën, waarin hij vaak speelde met wiskundige principes.

Zijn gravures verbeelden vaak onmogelijke constructies, studies van oneindigheid en in elkaar passende meetkundige patronen (vlakverdelingen) die geleidelijk in volstrekt verschillende vormen veranderen. Enkele zeer bekende voorstellingen die hij tekende zijn ontworpen rond onmogelijke objecten zoals de Penrose-trap. Pas in de jaren vijftig van de twintigste eeuw kreeg hij in bredere kring erkenning als kunstenaar, vooral in de VS. Kristallografen en wiskundigen ontdekten in zijn werk symmetrieën en thema’s uit hun vakgebieden. Eschers grafische werk wordt vanaf 1960 in wetenschappelijke (leer)boeken gebruikt. (bron : Wikipedia)

Ik ben een grote fan van zijn werk.

Om de dag af te sluiten bezochten we nog even de winkelstraten. Vooral de Bijenkorf is een bezoekje waard. Niet zozeer omwille van de producten maar wel omwille van de glasramen in de trappenhallen. Als je er bent, neem de roltrappen naar boven en ga met de gewone trap naar beneden.

Zevenhuizerplas en Bentwoud (en nog altijd veel wind)

Nieuwe dag, nieuwe fietsroute maar wel met de ons bekende windkracht 4 tot 5.

Die windkracht hadden we tegen bij het vertrek en dat zou zo’n 20 km blijven duren. Prettig fietsen is dat niet echt maar het zou nog minder prettig zijn zonder elektrische ondersteuning 😉.

In Oud Verlaat, waar we een koffiepauze namen, veranderde het eindelijk. We volgden vanaf dan de Rotte die ons naar de Zevenhuizerplas leidde.

De Zevenhuizerplas is in de jaren zeventig aangelegd en werd opgeleverd in 1978. Het zand dat er oorspronkelijk lag, is gebruikt bij bouwprojecten in de omgeving, zoals voor het opspuiten van grond voor de bouw van de Rotterdamse wijk Zevenkamp. Vervolgens is de directe omgeving ingericht als recreatiegebied, er zijn wegen, fietspaden en twee stranden aangelegd. In de Zevenhuizerplas is een gebied afgezet voor baders zodat deze niet gehinderd worden door watersporters. Deze kunnen hier windsurfen, kanoën, zeilen, duiken en roeien.

Na een smakelijke lunch fietsten we verder naar Bentwoud. Het Bentwoud is een nieuw natuur- en recreatiegebied in de Randstad, tussen Zoetermeer en Boskoop. Het mag dan een jong bos zijn, in 2016 is de inrichting van het natuurgebied afgerond, het is al een flink bos. De afgelopen jaren zijn er 2,5 miljoen bomen en struiken geplant en is 80 kilometer aan wandel- en fietspaden aangelegd. En toch heb je er de ruimte: het Bentwoud is met ruim 800 hectare het grootste aaneengesloten bosgebied in de Randstad. 

Na ruim 50 km waren we best blij dat we ons konden neerploffen in onze zetel. Het was soms weer vechten tegen de wind maar we zijn wel weer droog gebleven en het was alweer een mooie fietstocht.

Knooppunten 21 – 45 – 44 – 43 – 28 – 12 – 25 – 24 – 03 – 91 – 92 – 93 – 94 – 95 – 36 – 28 – 06 – 07 – 53 – 54 – 55 – 51 – 61 – 11 – 98 – 05 – 97 – 96 – 16 – 22 – 95 – 21

Windkracht 10 (of toch bijna)

Dag 2 van de vakantie begon met bezoekers op het terras. Dat heb je natuurlijk in een bungalowpark dat omgeven is door het water. Best vriendelijke bezoekers hoor maar ze durven al wel eens wat achterlaten 😉.

We vertrokken vandaag door de Reeuwijkse Plassen. De Reeuwijkse Plassen zijn dertien plassen tussen Bodegraven en Gouda, ten oosten van het dorp Reeuwijk. Ze zijn van elkaar gescheiden door smalle weggetjes. De plassen hebben allemaal een rechthoekige vorm, waarin de vroegere verkaveling van de veengronden uit de tijd van de ‘Grote Ontginning’ nog valt te herkennen. De totale oppervlakte is circa 735 hectare. Op de Broekvelden/Vettenbroek na zijn de plassen in de 18e eeuw ontstaan door turfwinning. Vanuit het lintdorp Sluipwijk werd het veen tot ver onder het grondwaterpeil weggebaggerd, om te worden gedroogd tot turf die werd opgestookt door de pottenbakkerijen en bierbrouwerijen van Gouda. In de 19e eeuw ontstonden plannen om de plassen in te polderen, maar daar is het nooit van gekomen. Op 20 juli 1930 werd door Provinciale Staten van Zuid-Holland definitief tegen inpoldering beslist. Broekvelden/Vettenbroek is in de jaren zeventig van de 20e eeuw ontstaan als zandwinningsput voor de aanleg van de A12 en de wijk Bloemendaal in Gouda.

Dan ging het verder tot Woerden. Woerden stamt uit de Romeinse tijd, toen rond 41 n.Chr. het castellum Laurium op deze plek werd gesticht, op een natuurlijke hoogte. Dit castellum was een legerplaats langs de noordgrens van het Romeinse Rijk, die gevormd werd door de Rijn, tegenwoordig de Oude Rijn. Laurium is in gebruik geweest tot omstreeks 270. Er is een aantal Romeinse schepen in Woerden gevonden.

Van Woerden ging het verder naar Oudewater. Oudewater ontstond omstreeks 1100 in een meanderbocht waar de Lange Linschoten samenkomt met de Hollandse IJssel. De oorsprong van de naam Oudewater is niet bekend. Het meest waarschijnlijk is dat het een verbastering is van ‘oude (uiter)waarden’.

Oudewater was strategisch gelegen in het grensgebied van het Graafschap Holland en het Sticht Utrecht. De stad verkreeg van de 38e bisschop van Utrecht – Hendrik van Vianden – rond 1265 stadsrechten.[1] Dit maakte de stad een belangrijke grensvesting. Oudewater behoorde aanvankelijk tot het Sticht Utrecht. In 1280 verloor het Sticht de stad aan het graafschap Holland. Oudewater werd in 1401 belegerd tijdens de Arkelse Oorlogen. Pas bij de herziening van de provinciegrenzen in 1970 werd Oudewater na bijna 700 jaar weer onderdeel van Utrecht.

Wij hebben er lekker gegeten.

Ondertussen was de wind (windkracht 5!!!) niet langer onze bondgenoot maar een sterke tegenstander die we, dankzij de elektrische fiets, nog net de baas konden.

Het was de bedoeling om ook in Gouda nog wat rond te wandelen maar daar was het heel druk en waren de mooiste gebouwen verborgen achter kermisattracties. We zijn dan maar gewoon verder gefietst naar ons huisje.

Knooppunten 20-49-36-34-35-68-26-67-28-70-13-69-94-93-92-14-34-35-51-40-41-42-46-45-21-20

Madurodam en Scheveningen

Nu iedereen terug aan ’t werk is of terug naar ’t school is kunnen de sukkelaars die de hele zomer lang hebben gewerkt ook eens vakantie!

Vanochtend de auto ingeladen, de fietsen op de fietsendrager en vertrokken richting Zuid Holland, maar bepaald naar Scheveningen en Den Haag. De Antwerpse Ring ging uitzonderlijk vlot maar Rotterdam daarentegen was een file-hel. Gelukkig waren er vandaag geen betogers op de A12 naar Den Haag.

De auto lieten we achter op de parking aan Madurodam, onze eerste attractie van deze vakantie.

Madurodam werd bedacht door Bep Boon-van der Starp, met het in 1929 gestichte miniatuurstadje Bekonscot Model Village in het Britse Beaconsfield als voorbeeld. Zij was lid van de Raad van Bijstand van de Stichting Nederlands Studenten Sanatorium. Deze stichting stelde Nederlandse studenten die aan tuberculose leden in staat een kuur te ondergaan en te studeren. Door een miniatuurstadje te laten bouwen hoopte mevrouw Boon-van der Starp blijvend inkomsten voor de stichting te verwerven. In Madurodam leeft haar naam voort in een fictief dorpje met de naam Starpenheuvel.

Toen zij de ouders van George Maduro ontmoette, schonken dezen het beginkapitaal voor het project. Sinds 1993 is in Madurodam een schaalmodel van het uit 1895 daterende geboortehuis van Maduro op Curaçao te zien nadat er van 1973 tot 1991 een schaalmodel van Willemstad heeft gestaan.[

George John Lionel Maduro was een Curaçaose Nederlands student die zich tijdens de Meidagen van 1940 als officier der Nederlandse cavalerie onderscheidde in de Slag om de Residentie. Na de capitulatie sloot hij zich aan bij het verzet. Maduro werd geboren op Curaçao als enige zoon van de Sefardisch-Joodse Joshua Maduro en Rebecca Levy. In 1926 werd hij naar Den Haag gestuurd, waar hij naar de 5de en 6de klas van de lagere school ging en daarna naar het gymnasium. In 1934 ging hij in Leiden rechten studeren. Bij Koninklijk Besluit nummer 30 van 21 november 1939 werd Maduro benoemd tot reserve-tweede luitenant bij de Cavalerie.

Tijdens de meidagen van 1940 was hij in Den Haag gelegerd als reserveofficier bij de Huzaren. Onder zijn leiding werd de door de Duitsers bezette Villa Leeuwenbergh bij Leidschendam veroverd, en werden Duitse parachutisten krijgsgevangen gemaakt. Toen het Nederlandse leger had gecapituleerd, werd Maduro als krijgsgevangene opgesloten. Hij was even op vrije voeten, maar hij werd weer opgepakt en opgesloten in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel). Toen hij na een half jaar werd vrijgelaten, hadden de Duitsers voor Joden het dragen van de Jodenster verplicht gesteld. Maduro weigerde de Jodenster te dragen en dook onder bij onder meer jonkvrouw Christine Wttewaall van Stoetwegen.

n september 1943 vertrok hij met Oncko Wttewaall van Stoetwegen naar België om vanuit daar naar Spanje te reizen. Onderweg werden zij verraden en hij werd opnieuw opgepakt, ditmaal door de Gestapo. In de gevangenis van Saarbrücken ondernam hij twee pogingen om te ontsnappen met Oncko. De eerste keer mislukte door het uitgraven van gevangenen. De tweede keer doordat ze bij de poort gepakt werden. Later werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Dachau. Vlak voor de bevrijding van het kamp door Amerikaanse troepen, overleed Maduro op 28-jarige leeftijd.

Na ons bezoek aan Madurodam haalden we de fietsen van de auto en vertrokken we voor een tochtje van zo’n 36 km doorheen het duinengebied naar Scheveningen. Een zeer mooie fietstocht met de nodige klimmetjes onderweg en ook een immer aanwezige stevige tot zeer stevige zuidwester.

We waren bijna terug aan de auto toen de hemelsluizen opengingen. Toen een passerende auto zag dat de achterkant van mijn benen nog droog was besloot de chauffeur even door de gigantische plas naast het fietspad te rijden zodat ook die achterkant goed nat was.

Ondertussen zitten we droog en wel in ons huisje in de Landal Reeuwijkse Plassen.

(Nog net) Purperen Heide

Na een bijzonder vermoeiende werkweek ben ik vandaag nog eens op stap geweest met moeder. In Lier gaan eten en winkelen en dan, bij 30°C, een wandelingetje gaan maken over de Kesselse Heide. Die stond eigenlijk al eerder op de planning is toen volledig uitgeregend.

Op sommige plekken was het echt nog al purper wat de klok sloeg maar op andere plekken was het beste er toch al af.

Maar, ondanks de hitte, was het toch een leuke wandeling.

Balenberg

Het schooljaar is ondertussen begonnen en meestal betekent dat voor ons dat wij aan onze “zomervakantie” kunnen beginnen.

Dit jaar moeten we nog even langer aftellen want we zijn “laat” deze keer. Nog anderhalve week en dan is het eindelijk aan ons. We zijn afgelopen zondag wel gaan oefenen voor onze fietsvakantie.

Onze keuze was gevallen voor de Balenbergroute. Deze route kent 2 vertrekplaatsen : het Sven Nys Cyclingcenter in Tremelo of het Belevingscenter Rock Werchter in … Werchter en volgt de knooppunten 52 – 61 – 70 – 68 – 69 – 58 – 25 – 71 – 67 – 66 – 62 – 17 – 92 – 11 – 52.

Wij zijn gewoon in Peulis vertrokken om dan in Rijmenam het jaagpad van de Dijle te volgen tot in Tremelo waar we aan punt 25 de route zijn beginnen volgen.

Het was druk onderweg maar het was wel aangenaam fietsen. Toen we terug in Peulis waren stonden er 66 km op de teller. Heel leuke training. Laat die vakantie maar komen!

Vakantietraining

Nog 20 dagen en dan kunnen we eindelijk aan onze zomervakantie beginnen!

Gisteren hebben we al eens een dagje getest. Dat hadden we wel verdiend vonden we na alweer een druk weekend. Zaterdag weer enkele uren in de tuin gewerkt en zondag naar Domein Puyenbroeck geweest voor het Joris Familiefeest. De nazaten van Vava en Moemoe Joris, de vader en moeder van mijn moeder dus. Met 70 aanwezigen (niet iedereen kon komen) was het best druk.

Om voor onze vakantie te oefenen trokken we gisteren naar Villers-la-Ville. Voor mij iets dat al lang op mijn bucketlist stond, voor Conny een aangenaam weerzien want zij was daar eerder dit jaar al geweest tijdens het fietsweekend met haar vriendinnen.

De abdij van Villers werd in 1146 gesticht, als dochterabdij van Clairvaux, door een groepje monniken in opdracht van Sint-Bernardus. De grond werd geschonken door drie plaatselijke landheren (Judith van Marbais, Anselm van Huneffe en Engelbert van Schoten), maar de eerste monniken moesten tot tweemaal toe verhuizen vooraleer zij een geschikte plek vonden die beantwoordde aan de behoeften van de gemeenschap. Er werd uiteindelijk gekozen voor een locatie aan de waterloop de Thyle. De bouw van de abdij vond plaats omstreeks 1190-1267. Vooral abt Charles de Seyne (1197-1209) geldt als groot bouwheer. De stichting van de abdij werd bekrachtigd door paus Eugenius III (zelf een leerling van Bernardus) en de Luikse prins-bisschop Hendrik II van Leyen. De abdij lag in het grensgebied van het graafschap Namen en het hertogdom Brabant, maar vanaf 1209 verkoos de gemeenschap uitdrukkelijk om tot de Brabantse invloedssfeer te behoren, een keuze die de hertogen met allerlei weldaden beloonden. De abt van Villers zetelde ambtshalve in de Staten van Brabant.

De abdij beleefde vooral in de 13de eeuw een bloeiperiode, toen de gemeenschap 100 monniken en 300 lekenbroeders telde. De religieuze ijver was groot, de ascese was streng en de abdij telde verschillende mystici. Zij verwierf uitgestrekte landeigendommen (op het einde van de 13de eeuw in totaal 10.000 ha., verspreid over de huidige provincies Antwerpen tot Namen) en stichtte op haar beurt de abdij van Grandpré (1231) en de Sint-Bernardusabdij te Vremde (1236), die later naar Hemiksem (1243 – Sint-Bernardusabdij) verhuisde, alsmede een aantal begijnhoven en nonnenkloosters, waarvan de abten de geestelijke leiders werden.

Toen Frankrijk in 1794 tijdens de Eerste Coalitieoorlog de Zuidelijke Nederlanden binnenviel, koos de abt de zijde van de keizer. Dat was het begin van het einde: op 11 december 1796 werden de kloosterlingen door Franse troepen verdreven. De eigendommen werden openbaar verkocht, en het terrein van de abdij zelf kwam in handen van een zekere La Terrade, een handelaar in bouwmaterialen, die de gebouwen stelselmatig sloopte en het “gerecycleerde” materiaal verkocht. In 1820 werd het terrein opgekocht door Charles-Lambert Huart, die in 1851 de toelating gaf om de spoorlijn Charleroi-Leuven dwars door zijn eigendom te laten aanleggen, wat hem een royale vergoeding opleverde. Wat er overbleef van de gebouwen werd verwaarloosd; de tijd en de elementen deden de rest. In 1893 kwam het terrein uiteindelijk in handen van de Belgische Staat, die sindsdien grootscheepse herstellingswerken liet aanvatten om de ruïne voor verdere aftakeling te behoeden. (Bron : Wikipedia)

Een geslaagde training voor een vakantie die niet snel genoeg kan komen … Nog 20 keer slapen!

Weekend

Het is best wel weer een druk weekend geweest.

Dat begon op donderdagavond met het laatste Parkpopconcert van dit seizoen in Mechelen. Op het programma stond immers Frituur Paula, de coverband die wereldberoemd is in Mechelen en omstreken. Muzikaal zijn ze nog heel sterk maar eerlijk gezegd zijn ze vocaal toch niet meer zo sterk sinds het overlijden van Stef, nu bijna 10 jaar geleden, en het vertrek van de broers Jeroen en Dee. Maar qua sfeer zit het zeker nog altijd goed.

Vrijdag stond er een bezoekje aan de dierenarts op het programma. Het was raar om te zien hoe Martha & Stella, de schattigste en snoezigste zwarte katjes ter wereld, zo veranderden in twee bloeddorstige monsters die thuis niet in en bij de dierenarts niet uit de transportmandjes wilden. De dierenarts was behoorlijk onder de indruk van onze bebloede armen 😉. De rest van de vrijdag waren de kittens viesgezind maar ondertussen hebben ze ons wel vergeven.

Om onze gedachten te verzetten ’s namiddags even gaan fietsen en ’s avonds een lekkere pizza gaan eten bij de Square in Bonheiden. Dat hadden we wel verdiend.

Ook zaterdag zijn we uit eten gegaan maar wel op een bijzondere manier. Ter gelegenheid van de negenentachtigste verjaardag van mijn moeder zijn we naar Drimmelen gereden om daar om 18u30 de Zilvermeeuw 2 te nemen en een drie uur durende tocht door de Biesbosch te maken en tegelijkertijd smakelijk te eten (koud voorgerecht buffet, warm hoofdgerecht buffet en crème brûlée als dessert). Een unieke ervaring die bijzonder goed is meegevallen. Het was wel bijna zondag eer we thuis waren

Om het weekend af te sluiten hebben we nog eens de fiets genomen om een tochtje te maken. Echt fotogeniek waren de fietstochtjes niet echt maar we hebben wel veel ooievaars gezien.

Kasteel van Gaasbeek

Na enkele weken van nattigheid , die weliswaar nuttig waren want dat gaf ons de tijd om eens goed op te ruimen, kon ik vandaag nog eens op uitstap met moeder.

Ik koos voor het Kasteel van Gaasbeek en zijn Museumtuin.

Vermoedelijk liet Godfried van Leuven hier omstreeks 1240 een burcht bouwen ter verdediging van het hertogdom Brabant tegen het graafschap Henegouwen. Tijdens het ancien régime was dit het centrum van het Land van Gaasbeek.

In 1388 maakten de Brusselaars het kasteel met de grond gelijk. Daarmee namen ze wraak voor de moord op Everaard t’Serclaes door getrouwen van de kasteelheer, Sweder van Abcoude, die het kasteel nadien weer opbouwde.

Er verbleven een aantal belangrijke families uit de geschiedenis der Nederlanden, onder andere de Hornes en de Egmonts. De bekendste was graaf Lamoraal van Egmont, die het kasteel kocht in 1565, drie jaar voor zijn dramatische terechtstelling.

Op het einde van de 17de eeuw kwam het kasteel met aanhorigheden in handen van Louis Alexander Scockaert, baron van Gaasbeek en graaf van Tirimont. Eind 18de eeuw had de familie geen mannelijke nakomelingen meer en kwam het kasteel via huwelijken in handen van de Milanese patriciërsfamilie Arconati Visconti. Om die reden is het wapen van de Visconti’s, de biscione (een gekroonde azuren draak of slang die een man opslokt op zilver veld) nadrukkelijk aanwezig in de interieuraankleding van het kasteel zoals op houten lambriseringen en schouwmantels. De verticaal opgekrulde draak vindt men ook terug op het logo van het kasteel. Paul Arconati-Visconti bezat ook het Broodhuis op de Grote Markt. De laatste markiezin Arconati Visconti was de Française Marie Peyrat die het kasteel renoveerde en het zijn huidige uitzicht gaf. Ze stierf in 1923.

Zij schonk het domein in 1921 aan de Belgische Staat, die de gebouwen en het park in 1924 openstelde voor het publiek. Sinds 1980 is het een museum van de Vlaamse Gemeenschap.

Bij de hoofddreef van het domein ligt een terrastuin, omringd door een barokke omheiningsmuur (heringericht tot “levend museum” in 1996-1997). Deze tuin van 1,5 ha tegenover het kasteel biedt een overzicht van wat de Vlaamse hoveniers en fruittelers presteerden tussen 1860 en 1940, toen zij tot de wereldtop behoorden. Hij bevat fraai aangelegde en perfect onderhouden perken met groenten, bloemen, kruiden, bomen en heesters die rond 1900 in alle grote tuinen te vinden waren (waaronder onder meer vandaag grotendeels vergeten groenten). De museumtuin bestaat uit vier grote afdelingen: een siertuin met oranjerie, aangelegd in “Italiaanse” stijl; een moestuin; een fruittuin met bessen, klein fruit en noten, waarin zich ook de hydrangea-collectie bevindt; een boomgaard met een regionale collectie pruimenbomen. Het hoogtepunt is een verzameling lei-fruitbomen. Aan de tuin palen dienstgebouwen met een traditionele kern. (bron : Wikipedia)

Het kasteel en de tuinen zijn zeker een bezoek waard maar de binnenkant van het kasteel viel toch behoorlijk tegen. Nochtans is het recentelijk gerestaureerd en is het pas sinds dit jaar terug toegankelijk. Lag het aan de tijdelijke tentoonstelling of gewoon omdat het heel donker was binnen? Ik weet het niet maar het was geen 12 euro waard. De tuin daarentegen is zeker wel 7 euro waard.

Voor mij was het geen probleem want je mag met de Museumpas gratis binnen.

Extra snipperdag

Een extra dagje aan mijn verlengd weekend geknoopt.

Helaas moest Conny werken, anders had ze mee kunnen rijden naar de Kasteeltuinen van Arcen. Moeder bezoekt immers graag tuinen en die van Arcen is maar een dik uurtje rijden dus veel kan er niet mis gaan.

Behalve dan misschien het weer maar de weergoden waren ons goed gezind. Gedurende ons drie uur durend bezoekje heeft een geen druppel geregend. Op de terugweg naar huis heeft het pijpenstelen geregend.

Het complete landgoed Arcen telt circa 450 hectare en is, sinds de aanleg van de N271 in twee delen gesplitst. Aan de westzijde ligt het eigenlijke kasteel met kasteeltuinen, aan de oostzijde ligt het gebied Lingsfort. Het gehele landgoed is in 1976 aangekocht door de Stichting Het Limburgs Landschap, en halverwege de jaren tachtig werd het kasteel gerestaureerd.

Het huidige Kasteel Arcen stamt uit de zeventiende eeuw en is gebouwd in opdracht van de Hertog van Gelre. Het werd gebouwd op de restanten van het kasteel Het Nije Huis dat in het verleden verwoest werd. Oorspronkelijk stond er op een iets noordelijker gelegen locatie het eerste kasteel ‘Het Huys t’ Arssen’ uit 1275. Bij het kasteel bevinden zich rond een ruime kasteelhof nog het Koetshuys, de Oranjerie en een poortgebouw met diverse ruimtes. Op het kasteeleiland ligt een rododendrontuin. Het kasteel fungeert tegenwoordig vooral als expositieruimte, trouwlocatie en feestzaal.

Het koetshuis was van oudsher de stalling voor koetsen en landbouwwerktuigen. Later werd dit pand betrokken door de Zwitserse kunstschilder Friedrich Deusser en werd het zijn atelier. Dit is nog goed te zien aan het grote raam op de bovenverdieping. Ook zitten er in de gevel enkele ovale raampjes. Deze kleine ovaalvormige ramen werden in de 17e eeuw veel gebruikt en is daardoor karakteristiek voor de bouwperiode van dit gebouw. Door de gelijkenis met het oog van een koe worden ze Oeil-de boeuf genoemd. Tegenwoordig doet het koetshuis dienst als restaurant en ontvangstlocatie voor groepen die Kasteeltuinen Arcen bezoeken.

De kasteeltuinen bestrijken, binnen het totale landgoed, een oppervlakte van circa 32 hectare. Bij de aanleg van het park hield landschapsarchitect Niek Roozen rekening met de verschillende seizoenen, wat resulteerde in de aanleg van achttien verschillende tuinen onderverdeeld in twaalf thema’s. Zo is er een barok Rosarium, met 10 gethematiseerde rozenkamers, meer dan 8.000 rozen en een deels eeuwenoude berceau. De Water- en Beeldentuin omvat een jaarlijks wisselende beeldenexpositie en collectie aangeplante eiken. Het Lommerrijk (‘lommer’ betekent ‘schaduw’) bevat diverse boomsoorten en vaste planten zoals longkruid, astilbe, eendagslelies en bolgewassen. Ook stromen er verschillende beekjes en watervallen.

De Vallei bestaat uit een lint aan diverse tuinbelevingen; de Acertuin bevat een collectie Japanse esdoorns die gedurende de herfst vlammend rode kleuren en er is ook een Bamboebos en Oosterse Watertuin. Tot vorig jaar was er ook nog de ‘Casa Verde, een kas van 3200 vierkante meter met een mediterraan en tropisch klimaat maar die constructie was in dergelijke mate aangevreten door roest dat herstel niet meer mogelijk was. Nu is het een mediterrane tuin. (Bron : Wikipedia)