Vliegtuigenwandeling

Voor onze wandeling trokken we vandaag naar Erps Kwerps voor de vliegtuigwandeling. Een wandeling die we als eens eerder hadden gedaan maar toen met dichte mist. We hebben toen heel veel vliegtuigen gehoord maar minder gezien.

Vandaag was het daar beter weer voor.

We zouden vertrekken aan de kerk van Erps Kwerps maar omdat ze daar aan ’t werken waren, net als overal anders in België, moesten we iets verderop parkeren. Geen probleem, daardoor zaten we dichter op onze route.

We volgden de nooppunten 80 – 81 – 83 – 307 – 308 – 82 – 813 – 81 – 80, samen goed voor een kleine 6 kilometer.

Enerzijds is het een saaie wandeling, rechtdoor naar de luchthaven en rechtdoor terug maar omdat je tussen eindeloze velden wandelt met mooie panorama’s is het toch geen saaie wandeling.

En dan heb je natuurlijk de vliegtuigen. Op het anderhalf uur dat wij er waren hebben we toch minstens 20 vliegtuigen geteld, waaronder het Kuifje-vliegtuig van Brussels Airlines.

De foto’s van de wandeling:

De foto’s van de vliegtuigen

Virtuele knooppunten in Domein Hofstade

Zo guur als het vrijdag was, zo zalig was het weer gisteren. Het leek wel lente.

Wij trokken naar Hofstade naar Domein Hofstade, ook wel Hofstade Plage genoemd. Dit 160 hectare groot recreatiepark is eigendom van Sport Vlaanderen.

In 1901 werd beslist om een spoorlijn Weerde – Muizen aan te leggen. Er werden heel wat gronden onteigend en hieruit werd grond geschept om de spoorweg op een verhoog te kunnen bouwen. De werken waren rond 1914 nog steeds niet helemaal voltooid en na het uitbreken van de oorlog werd beslist om de putten te laten vollopen met water.

De vijvers van Hofstade zijn er dus overblijfselen van. In de jaren twintig werd het een populaire recreatiezone, evenwel zonder voorzieningen. Vanaf 1932 werd Hofstade Plage of Hofstade-Bains opengesteld voor recreatie en werd een gedeelte ingericht als recreatiezone. Het werd in 1933 geopend door Koning Albert I.

Er was een rolschaatspiste, een wielerbaan voor baanfietsen, tennisvelden, en vele restaurants, cafés en drankgelegenheden gegroepeerd op een plein, de opgerichte Vieux Marché.

In 1939 werd het hele domein als Rijksdomein voor Preventieve Gezondheidszorg door Openluchtleven opengesteld, en werd het uitgebaat door het Ministerie van Volksgezondheid en Gezin. (Bron Wikipedia)

Van die grandeur van vroeger valt nu nog weinig te bespeuren. Een groot deel van de gebouwen staat te verkommeren. Al heeft die industriële archeologie natuurlijk ook wel iets.

Tijdens onze wandeling was ik wel verbaasd toen we in het bos enkele hertjes tussen de bomen zagen lopen. Op plaatsen waar ik ze verwacht zie ik ze nooit en hier ineens wel. Een deftige foto maken was helaas niet mogelijk.

Onze wandeling ging langs “virtuele” wandelknooppunten. Je kan op de website www.wandelknooppunt.be wel een wandeling uitstippelen maar je moet ze ofwel via de app volgen ofwel een gpx downloaden en die volgen op een gps-toestel.

Bosbeheer

Ik ga beginnen met een geruststelling : de Lunch Garden is terug open en het eten is er nog altijd even lekker en even goedkoop. Ik kan dus terug op vrijdag met moeder gaan eten 😉.

Gisteren zouden Conny en ik gaan wandelen in het Hofstade maar de kaartvriendin annex chauffeur van moeder was ziek en dan hebben wij ons nog maar eens opgeofferd en hebben we taxi gespeeld.

We zijn dus niet in Hofstade gaan wandelen maar wel in Poederlee, het Heggedorp. De auto achtergelaten op de parking van het Mollenhof en na het verorberen van een smakelijke croque op pad.

Het knooppuntennetwerk loopt net achter het Mollenhof dus wij pikten daar in. Je kan ook vertrekken aan de Heggekapel waar er ook wat parking is.

We volgden de knooppunten 88 – 77 – 75 – 74 – 76 – 66 – 65 – 60 – 62 – 63 – 64 – 78 – 79 – 5 – 84 – 85 – 87 – 88. De Heggekapel ligt nabij knooppunt 78.

Het is een mooi en rustige wandeling waarbij je een stuk langs de Aa loopt. Je komt onderweg ook Den Ouden Hofberg tegen. Dat is een Motte, een kunstmatig aangelegde zandheuvel omringd door een natte of droge gracht. Bovenop stond een verdedigingstoren. Den Ouden Hofberg is 6,5 meter hoog en werd vermoedelijk in de 2de helft van de 12de eeuw opgeworpen door de Heren van Poederlee.

Ter hoogte van knooppunt 78 zie je dan de Heggekapel. Daar heeft het wonder van de Hegge zich voorgedaan in 1412. Vijf hosties die de ciboriedief Jan vander Langerstede daar in een konijnenpijp had achtergelaten werden na 8 dagen onbeschadigd teruggevonden. Een ciborie is de kelk waarin de hosties worden bewaard. In de eerste helft van de 15de eeuw heeft de Heer van Poederlee, Jan van Vriesele er dan een kapel laten bouwen. De kapel is afgeboord met bruine ijzerzandsteen die veel fossielen bevat en die Poederlaan wordt genoemd. Deze grondsoort is veel aanwezig in Poederlee.

Enig minpunt aan de wandeling? De bosbeheerders. Ik begrijp dat het nodig is om bossen uit te dunnen maar wat ik niet begrijp is waarom dat niet kan zonder de wandelpaden gewoon te verwoesten.

Ook deze keer was het weer van dat : sporen van een halve meter diep die vol water of modder staan. Hier en daar wel een poging ondernomen om het terug te egaliseren maar het wordt er dan gewoon modderiger op. Dat duurt dus jaren eer die paden hersteld zijn, als het al ooit zover komt. In “mijn” wandelbos achter onze tuin hebben ze dat enkele jaren geleden ook gedaan en van zodra er één druppel regel valt is het er een ramp. Prettig is dat niet.

Vandaag stond dan in het teken van de Stripbeurs in Putte, één van mijn favoriete beurzen waar er altijd wel koopjes te doen zijn. Deze keer was geen uitzondering. Met volle portefeuille en lege rugzak naar binnen, met halfvolle portefeuille en volle rugzak naar buiten, dan kan je spreken van een succesvolle beurs. Zeker wanneer je enkele “oudjes” van het lijstje kunt schrappen.

De tijd vliegt

14 dagen blijken er te zijn gepasseerd sinds het laatste bericht. Een peuleschil maar toch is er op die twee weken veel gebeurd.

Zo is bijvoorbeeld de Lunch Garden failliet gegaan. En daar ging ik toch geregeld eten met mijn moeder op vrijdag. Gaan eten in de Lunch Garden, een wandelingetje doen en gaan winkelen. Het was bijna een wekelijkse traditie, meestal op vrijdag.

Maar afgelopen donderdag ging dat dus niet meer. Dan zijn we maar naar Oostmalle gereden om eerst een wandeling te doen in het Domein de Renesse en daarna naar De Comme waar het ook heel lekker eten is.

Donderdagavond trouwens nog enkele seconden op TV geweest in het laat avondjournaal. De VRT is immers beelden komen schieten van de première van de nieuwe show van Bert Gabriëls en wie loopt er in het begin van de reportage door het beeld … jawel .. .ikke. Ook bij de beelden van de show zelf kan je ons zien zitten, op de eerste rij. Hij was trouwens geweldig, veel beter dan Kamal een week eerder (al was die ook heel goed).

Vrijdag kwam er dan een einde aan 6 jaar leasewagen. Als we in ons Cafetariaplan een nieuwe auto wilden kiezen dan moest het ten eerste 100% elektrisch gaan en ten tweede voor 4 jaar i.p.v. 3 jaar. Ik ben nog niet klaar voor 100% elektrisch en alhoewel ik nog wel van plan ben om nog 4 jaar te werken wil ik niet dat dit een verplichting wordt. Ik mag immers binnen twee jaar stoppen.

Afin, geen cafetariaplan maar wel zelf een nieuwe gekocht. Na drie jaar te zijn overgelopen naar Citroën ben ik teruggekeerd naar Het merk waar ik al sinds 1990 mee rij … Ford, meer bepaald een Ford Kuga. Het voelt als thuiskomen.

Gisteren stond er een reünie op het programma. De lichting van 1964 van Vorselaar had een reünie. Nu ja, een deel ervan want we waren blijkbaar met 106 in ons jaar maar gisteren waren we maar met 16. Er waren er meer ingeschreven maar niet iedereen is komen opdagen. De jongens waren met 6 flink in de minderheid. Gelukkig waren er wel enkele van mijn speelkameraadjes. Het eten was goed en er zijn veel herinneringen opgehaald. Dit is zeker voor herhaling vatbaar al hoop ik wel dat er dan meer aanwezigen zullen zijn. De afwezigen hadden ongelijk.

En vandaag tenslotte stond er nog eens een wandeling op het programma : de Winterwandeling in Grasheide. Normaal gezien de keuze tussen 7 of 12 maar die laatste wandeling was door wateroverlast ingekort tot 8,5 km. Deze wandeling was nog “vettig” genoeg maar nooit echt overdreven.

Enkele foto’s

Wateroverlast

In tegenstelling tot gisteren was er vandaag geen mist en leek het aangenaam wandelweer te worden.

Ik had op de Wandelknooppunt.be een mooie wandeling gevonden die vertrekt aan de kerk van Rotselaar Heikant (Schoolstraat 58). En een kerk betekent ook vaak een parking, perfect om te starten dus.

De knooppunten : 613 – 612 – 608 – 609 – 610 – 611 – 614 – 615 – 619 – 613

De wandeling begon mooi. Via het Meer van Rotselaar waren we al snel aan de Toren Ter Heiden. Dat is een donjon die in het midden van de 14e eeuw werd gebouwd door ridder Gerard Vander Heiden, een leenman van de heer van Rotselaar en drossaard van Brabant.

De toren telt 5 verdiepingen en is gebouwd op een grondplan in de vorm van een Grieks kruis.

Naast de toren herinnert de schoorsteen aan brouwerij “De Toren”. Tussen 1870 en 1939 werd daar door de familie Smedts bier gebrouwen met klinkende namen als Faro, Dik-Kop, Wit-kop en Dubbel Diesters.

Even verder, ter hoogte van knooppunt 610 kwamen we het eerste probleem tegen : een bord dat waarschuwde voor “wateroverlast”. En inderdaad, de ruim 250 meter tot aan knooppunt 611 was volledig overspoeld met water en ijs. Geen padje ernaast te zien. Dan maar een omweg gezocht.

Even verderop toen we terug op het pad zaten opnieuw zo’n bord. Maar daar zag het pad er wel toegankelijk uit. Helaas, 500 meter verder veranderde het wandelpad in een beek van ruim 3 meter breed en wie weet hoe diep het zou zijn.

Teruggekeerd op onze stappen en terug langs de grote baan verder gewandeld. Nog één poging gedaan om terug naar het wandelpad te gaan maar zonder succes. Ook daar stond minstens 30 cm water op het pad en leek er nergens een omweg te zien.

Dan maar terug naar de auto waar we uiteindelijk toch ruim 6 km op de teller hadden. We gaan de wandeling nog eens opnieuw moeten doen wanneer het wat droger is. En misschien zien we dan het ijsvogeltje dat we vandaag gezien hebben opnieuw. En hopelijk ben ik dan wel op tijd om een fotootje te nemen.

De geplande wandeling

De uiteindelijke wandeling:

Enkele foto’s:

Nieuw jaar

Het is voorbij … mijn minst favoriete week van het jaar.

Kerstmis gaat nog, zelfs al ben ik deze keer op tram 6 gestapt en hebben ze huisnummer 60 op mijn deur gezet. Als kind vond ik het wel erger. Als je op Kerstdag verjaart dan kan je dus nooit een verjaardagsfeestje voor je vriendjes geven op je verjaardag zelf. Dat moest altijd de dag erna. En je kreeg ook maar één cadeau, weliswaar een “groot” cadeau maar het was maar één keer op een jaar.

Maar “oud en nieuw” vind ik dus de meest overroepen feestdag van het jaar. Ik moet er echt niks van hebben. Veel dronken mensen, veel ongevallen met vuurwerk en het is niet dat het werk dat er op oudjaar ligt op twee januari ineens afgewerkt is. En dan die eerste en tweede werkweek … beste wensen hier, beste wensen daar … laat me gerust, ik wil werken 😊😊

Afin, ondertussen hebben we lokaal enkele wandelingetjes gemaakt. Gewoon om even buiten te zijn, soms met fotocamera, soms niet. Dit zijn de foto’s van vandaag. Onderweg een Grote Lijster gespot en ook het Tomorrowlandvliegtuig van Brussels Airlines zien overvliegen.

Kröller-Müller

Drie dagen zijn zo voorbij en voor onze laatste dag kozen we voor het Nationaal Park De Hoge Veluwe en meer bepaald het Kröller-Müller museum.

De auto lieten we achter op de parking aan de ingang in Otterlo om daar één van de witte fietsen te nemen en naar het museum te fietsen.

Het museum is vernoemd naar Helene Kröller-Müller die een groot deel van de collectie bijeenbracht, daarbij geadviseerd door kunstpedagoog H.P. Bremmer. Het werd in 1939, enige jaren na de stichting van het Nationale Park, officieel geopend als rijksmuseum. Nadat het rijk had besloten het museum, net als alle andere rijksmusea, te verzelfstandigen en de naam Rijksmuseum Kröller-Müller verviel, werd de statutaire naam van het museum Stichting Kröller-Müller Museum.

Helene Kröller-Müller had sinds haar eerste aankoop in 1908 van het schilderij Hij komt van ver van Paul Gabriël, een schilderijverzameling opgebouwd, die in tegenstelling tot verzamelingen van haar tijdgenoten, moderne werken betrof.

Aanvankelijk werd haar kunstverzameling ondergebracht in een deel van het hoofdkantoor van de firma W.H. Müller & Co. aan het Lange Voorhout 3, totdat Kröller het pand ernaast, Lange Voorhout 1, speciaal in 1913 voor de verzameling had aangekocht. Kröller-Müller richtte speciale ruimten in voor de werken van Van Gogh, voor schilders uit het pointillisme, zoals Georges Seurat, Théo van Rysselberghe en Paul Signac, en een voor Odilon Redon. Werken van Piet Mondriaan, Bart van der Leck en Juan Gris werden op de tweede etage tentoongesteld. Door nieuwe aankopen veranderde de opstelling regelmatig. Samen met Bremmer organiseerde zij tentoonstellingen die door het publiek mochten worden bezocht, tegen schriftelijke aanvraag van een bewijs van toegang. Bremmer schreef hierbij de catalogi, terwijl Kröller-Müller lezingen hield.

Uiteindelijk werd de collectie schilderijen en beelden ondergebracht in het nieuwe, nog steeds bedoeld als overgangsmuseum, Rijksmuseum Kröller-Müller op het landgoed ‘De Hooge Veluwe’ in Otterlo. Het gebouw werd ontworpen door de Belgische architect Henry Van de Velde. Minister Slotemaker de Bruine opende het museum op 13 juli 1938. De eerste directeur van het museum was van 1938 tot 1939 Helene Kröller-Müller. (Bron: Wikipedia)

Het is wel jammer dat je zowel voor het museum als voor het park apart tickets moet kopen. Combi-tickets zijn niet mogelijk. Als je enkel voor het museum gaat dan wordt het wel redelijk duur, vooral op een miezerige dag als vandaag die niet uitnodigt om verder in het park te fietsen of te wandelen.

Hanzestad Hattem

Na het uitgebreide ontbijt in Hotel Vierhouten (bij Bas en Valerie) vertrokken we deze voormiddag naar Hattem. Het was koud en vrij mistig en de GPS had er duidelijk last van maar we zijn er zonder problemen geraakt.

Hattem wordt omstreeks 800 voor het eerst in de geschiedschrijving genoemd. In de Codex Laureshamensis (het overzicht van bezittingen van de abdij Lorsch) wordt de nederzetting Hat-Heim genoemd, waar twee hoeven zouden staan die de abdij als gift had ontvangen.

Ondanks deze vroege vermelding was er in die tijd nog geen kerk of kapel in Hattem. In 1176 werd Hattem een zelfstandig kerspel. De kapel van 17,5 meter lang en 9,5 meter breed stond niet op de plek van het huidige centrum van Hattem, maar op de Gaedsbergh (Godsberg).

Hattem kreeg zijn stadsrechten in 1299 van graaf Reinoud I van Gelre en is een Hanze- en vestingstad. Op dat moment wordt er een versterkte stad gesticht op de noordrand van de Veluwe. Het stadsplan van Hattem getuigt van een belangrijke rol van de huidige kerk.

Hertog Willem I van Gelre schonk in 1401 de Hoenwaard, waar de burgers die binnen de stadsmuren woonden hun vee mochten laten grazen en steenbakken. In 1404 werd het kasteel St. Lucia gebouwd. In de volksmond zou dit gebouw bekend worden als “de Dikke Tinne”. Deze naam dankt het kasteel aan de dikke muren, die de dikste van Nederland waren. In 1778 werd dit kasteel gesloopt, omdat de gemeente besloot om de stenen te verkopen.

In 1786 werden Hattem en Elburg bekend door een sterke patriottische beweging, onder leiding van de advocaat Herman Willem Daendels. Daar werden de prinsgezinde kandidaten voor de vroedschap niet geaccepteerd; de verkiezing werd als een interne zaak beschouwd. Binnen een maand hebben de troepen van stadhouder Willem V de opstand onderdrukt. (Bron Wikipedia)

Zoals we wel vaker doen zijn we bij de V.V.V. gaan informeren of er een stadswandeling was. Dan krijg je direct een mooi beeld van de stad.

Hattem is ook de plaats waar het Anton Pieck Museum is gevestigd. Pieck is vooral bekend voor het ontwerpen van de Efteling maar heeft veel meer dan dat gedaan. Zo heeft hij honderden boeken geïllustreerd waaronder ook de 10de druk van Pallieter van Felix Timmermans, die een goede vriend was van Pieck.

Hij heeft ook wondermooie olieverfschilderijen gemaakt. In de tweede wereldoorlog gebruikte hij zijn grafische talenten om papieren en stempels te vervalsen voor het verzet.

Paleis het Loo

Als een mens op een nieuwe tram stapt en een nieuwe voordeur krijgt en die beginnen allebei met een 6 dan krijgt een man al wel eens een speciaal geschenkje van zijn vriendin. En dat is deze keer een driedaagse in de Veluwe.

Op onze eerste dag, die heel mistig begon in België, was Apeldoorn en vooral Paleis het Loo, onze bestemming. Daar was de mist ondertussen verdwenen en had plaatsgemaakt voor een zalig winterzonnetje.

Paleis Het Loo is een paleis gelegen aan de rand van Apeldoorn. Het paleis werd tot 1975 door leden van de Koninklijke familie van Nederland bewoond. Sinds 1984 is het als Nationaal Museum Paleis het Loo opengesteld voor publiek en vinden er tentoonstellingen en evenementen plaats.

De naam ‘Loo’ betekent oorspronkelijk een op hogere zandgrond gelegen licht en mensvriendelijk bos met hoog, opgaand hout. Stadhouder Willem III, achterkleinzoon van Willem van Oranje, kocht in 1684 het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo aan, om ernaast een nieuw jachtverblijf op te trekken.

De stadsmeestertimmerman van Leiden, Jacobus Roman (1640-1716), die in 1689 hofarchitect zou worden, ontwierp een vierkant hoofdgebouw (corps de logis) in classicistische stijl, met aan weerszijden ervan zijvleugels. Hoofdgebouw en vleugels waren met elkaar verbonden via halfronde colonnades. Het interieurontwerp is goeddeels van Daniël Marot.

Nadat stadhouder Willem III koning van Engeland was geworden, liet hij het paleis van 1691 tot 1694 uitbreiden met vier paviljoens (een binnen- en een buitenpaviljoen aan weerszijden van het hoofdgebouw) die het hoofdgebouw met de zijvleugels verbonden. De colonnades werden verplaatst naar de nieuw aangelegde tuin. De paviljoens bevatten de koninklijke appartementen van stadhouder Willem III en Mary Stuart, evenals de eetzaal, paleiskapel en schilderijengalerij. Het interieur werd ontworpen door Daniël Marot. De plafondschilderingen zijn van de hand van Johannes Glauber en Gerard de Lairesse. Volgens Jan van Gool werkten Dirk Valkenburg en Dirk Dalens III rond 1700 aan de verfraaiing met vogel- of jachttaferelen.

Het paleis was de zomerresidentie van de Nederlandse stadhouders en koningen van 1686 tot 1975. Het werd voor het laatst bewoond door prinses Margriet en haar echtgenoot Pieter van Vollenhoven.

Paleis Het Loo beschikt over een Hollands-classicistische tuin met Franse invloeden (een vakverdeling afgezet met Japanse hulsthagen). Het is een formele tuin in de stijl van de 17e-eeuwse barok, in navolging van de renaissancetuinen van André le Nôtre, zoals bij het kasteel van Versailles. Vanaf het balkon (op woensdag toegankelijk) is uitzicht op de tuin. De ene kant van de tuin is het spiegelbeeld van de andere. Er zijn meerdere fonteinen in de tuin van paleis Het Loo, met namen die verwijzen naar figuren uit de Romeinse en Griekse mythologie (zoals de Venus- en de Hercules-fontein). (Bron Wikipedia)

Het was niet ons eerste bezoek aan Paleis het Loo maar wel de eerste keer sinds de laatste restauratie en dus ook de eerste keer dat we via de nieuwe ontvangstruimte moesten binnengaan. Daar nog net de tentoonstellingg “Queens” van Andy Warhol te bekijken.

Ondertussen zitten we bij Bas en Valerie in Hotel Vierhouten waar het altijd aangenaam vertoeven is.

Drukker, Drukker, Drukker

Het wordt er niet rustiger op naarmate het jaareinde nadert.

Sinds de laatste post zijn er achtereenvolgens een Kerstconcert, een gewoon concert, nog een Kerstconcert en uiteindelijk Kerstmis gepasseerd.

Het eerste Kerstconcert vond plaats in de kerk van Vorselaar. Naar jaarlijkse traditie organiseert de Cultuurraad daar een concert. In het eerste deel traden Florentien en Rune op. Zij heeft de lokale talentenjacht Nief Talent al eens gewonnen, hij won al de publieksprijs op diezelfde wedstrijd. Dat zij heel goed kon zingen wisten we al van haar optreden op Na Fir Bolg maar dat hij zo goed gitaar kon spelen wisten we nog niet. Heel geslaagd optreden.

In het tweede deel gaf onze Harmonie Verbroedering het beste van zichzelf en dat is altijd genieten.

De daaropvolgende donderdag stond het “gewone” concert op ons programma. Daarvoor trokken we naar CC Zwanenberg in Heist op den Berg. Jan Hautekiet, Stoomboot, Axl Peleman, Wigbert en Isabelle A overliepen met ons de geschiedenis van de muziek uit de Lage Landen vanaf de jaren ’50. Ook genieten.

Op vrijdag zijn we naar de Dossin Kazerne in Mechelen gegaan om mee te werken aan het project “Elke naam telt”. Het is de bedoeling om elke naam van elke weggevoerde in te lezen. Ik mocht de naam van Leja Schwat inlezen. Zij was, net als ik, geboren op 25 december. Er moeten nog veel namen worden ingelezen dus je nog niet geweest bent, doen zou ik zeggen.

Afgelopen zondag stond dan het tweede Kerstconcert op het programma, deze keer in de kerk van Langdorp. Ander programma en misschien ook een iets minder “kerstachtige” muziekkeuze maar wel heel goed.

En dan hebben natuurlijk de Kerst-tweedaagse gehad. Kerstavond bij de schoonfamilie, Kerstdag bij ons thuis (met mijn zelfgemaakte Vol-au-Vent à la Jeroen Meus en met de tomatenroomsoep van Conny was dat best een smakelijke menu.