Heverlee War Cemetery (3 x 3)

De laatste dag van het weekje verlof werd besteed aan een bezoekje aan de Gentse tak van de familie. Dat deden we wel met de trein. Goedkoop is dat niet echt. Nu ja, mijn moeder moest als 65-plusser maar 8,30 euro betalen voor een retourticketje, ik moest 32,40 euro neertellen voor diezelfde reis.

Maar ja, het scheelt wel een pak stress op de autostrade en je kan rustig een boek lezen of zelfs een dutje doen.

Zaterdag hebben we dan wat IKEA-meubelen in elkaar gestoken (zonder ruziemaken !!!).

En vandaag trokken we naar Leuven voor de maandelijkse 3 x 3 wandeling van Lots of Leuven. Die vond deze keer niet plaats in Leuven zelf maar wel in Heverlee meer bepaald aan het Engels Kerkhof. Officieel is dat de Commonwealth War Graves Commission Heverlee War Cemetery.

Ze werd ontworpen door Philip Hepworth. Het terrein heeft een vierkantig grondplan met een oppervlakte van 6.950 m². De toegang bevindt zich in de noordwestelijke hoek van waaruit 5 gangpaden vertrekken waarlangs de graven in waaiervorm zijn aangelegd. Het Cross of Sacrifice staat aan het uiteinde van het centrale pad. De toegang wordt gevormd door een gebogen bakstenen muur met dubbel hek en een schuilhuisje aan beide zijden.

Er worden 30 doden uit de Eerste Wereldoorlog (waaronder 1 niet geïdentificeerde) en 988 uit de Tweede Wereldoorlog (waaronder 36 niet geïdentificeerde) herdacht. Er liggen 756 Britten, 157 Canadezen, 45 Australiërs, 17 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan, 1 Amerikaan en 11 Polen uit de Tweede Wereldoorlog begraven.

Er liggen ook nog 29 Britten en 1 Canadees uit de Eerste Wereldoorlog begraven.(Bron : Wikipedia)

We kregen er onder andere de verhalen te horen van Marie Rose die samen met enkele andere vrijwilligers van de Auxiliary Territorial Services in de buurt verongelukt zijn in 1945.

En het verhaal van de twintigjarige Leslie Manser die het Victoria Cross heeft gekregen alsook dat van Lord Frederick Cambridge, een familielid van de Britse koninklijke familie. Hij was de jongste zoon van Adolphus Cambridge, 1st Markies van Cambridge, voorheen de hertog van Teck, en een neef van koningin Mary en koning George V.

Van alle wandelingen die we al gedaan hebben was deze wel de interessantste.

Vordensteyn

Nog steeds een weekje verlof en na de miezerige regen van deze voormiddag klaarde het gelukkig op zodat we toch nog een wandeling konden maken.

Daarvoor trokken we naar Schoten, meer bepaald naar Park Vordenstein.

Dit kasteelpark is 110 hectaren groot en bevat zowel Engelse als Franse bouwstijlen. Het grootste gedeelte van het landschap dateert uit 1850. Rond deze periode werden ook een groot aantal zeldzame boomsoorten aangeplant. Op het domein leven damherten, reeën en uilen.

Vordensteyn ontstond in de 14de eeuw na het samensmelten van twee leenhoven, het Hof van der Katen en het Hof van de Werve, respectievelijk afhangend van de heren van Schoten en de heerlijkheid van Villers. In 1552 was er voor de eerste maal sprake van een stenen huis. Het kasteel veranderde in de loop der tijden verscheidene malen van uitzicht en werd uiteindelijk in 1946 gesloopt. Het omringende park, de bijgebouwen en enkele vazen van de vroegere parterres zijn bewaard gebleven. Het bosgedeelte werd ontworpen in Franse barokstijl met rechte dreven en assen. Later werd een gedeelte heringericht volgens de Engelse landschapsstijl met afwisselend open grasvelden, vijvers en boomgroepen.

In het park bevindt zich ook de oranjerie, gebouwd rond 1800 in een neoclassicistische stijl. Deze oranjerie en de omringende tuinen hebben nu een educatieve functie waar de vzw Tuinpunt regelmatig tentoonstellingen, workshops en andere evenementen organiseert. De oranjerie is geklasseerd als beschermd erfgoed.(Bron : Wikipedia).

Die damherten, reeën en uilen hebben we niet gezien maar verder was het een mooie herfstwandeling. Wij kozen voor de rode wandeling die ongeveer 3,5 km lang is. De blauwe wandeling is 4 km lang en er is ook nog een 1 km lange gele wandeling. Alle wandelingen vertrekken op de parking aan de Kopstraat.

Enkele foto’s:

Mol

Ik heb nog wat verlofdagen staan met als gevolg dat ik al eens een weekje niet moet werken.

Omdat Conny wel moet werken ben ik vandaag nog eens op stap geweest met moeder. Zij wilde nog eens graag gaan eten in de Abdij van Postel.

Daar kan je ook wandelen maar de korte wandeling hebben we daar al dikwijls gedaan en die is eerlijk gezegd eerder saai.

Waarom dan niet naar het centrum van Mol en een stadswandeling doen?

In Mol hebben ze de “Spijkers met koppen” wandeling. Een wandeling waarbij je “spijkers” in de grond volgt om zo via informatieborden een beetje op te pikken van de geschiedenis van Mol.

De gemeente is voortgekomen uit de Voogdij Mol, Balen en Dessel, die in de Napoleontische tijd werd opgeheven en waarbij Balen en Dessel zelfstandige gemeenten werden. Het gebied van Postel, tot dan toe zelfstandig bezit van de Abdij van Postel, werd bij de gemeente gevoegd en in 1818 werd ook de Geelse enclave Millegem aan Mol toegevoegd, waarmee het de meest uitgestrekte gemeente van België werd. De bijnaam van de Mollenaars is “Sopweikers”.

Hoelang Mol bestaat, is niet geweten, maar het gebied wordt al duizenden jaren bewoond. In de middeleeuwen was de streek gekend als Molle. De eerste lettergreep (Mol) verwijst naar de mulle zand. De tweede lettergreep (le) betekent “beboste hoogte”. Sinds wanneer het gebied omschreven werd als Molle is evenmin geweten, maar men vermoedt rond 54 voor Christus, na de opstand van de Eburonen. En de bewoning door hun nog overlevende nakomelingen en opvolgers: Toxandriërs en Tungri. (Bron: Wikipedia)

Als je wandeling zou doen, druk dan zeker een plannetje af of zet de wandeling in één of andere app of GPS. De spijkers zijn vaak verwarrend en op sommige plaatsen lijken ze verdwenen. Straatnaambordjes kosten blijkbaar ook veel want in Mol zie je er niet zoveel.

Na de wandeling nog snel een koffietje gedronken “Onder den Toren” en dan heel smakelijk gaan eten aan de Abdij van Postel.

De wandeling:

Enkele foto’s

Herfstwandelingen

Verlengd weekend deze week en dat het een heel druk weekend is geweest.

Afgelopen vrijdagnamiddag gaan wandelen met moeder in Lier van Kloosterhei naar Oud Lier en terug (over het kerkhof).

Zaterdag nog eens een halve dag op mijnen buik gelegen om onkruid uit te doen (ik zou toch graag vóór de winter de tuin voor een groot deel onkruidvrij hebben).

En gisteren was er weer tijd voor ontspanning met de Mispeldonkwandeling in Bonheiden. Je vertrekt aan de kerk en dan volg je de pijltjes met het blauwe rechthoekje. Soms kan de wandeling bijzonder modderig zijn maar dat viel gisteren heel goed mee.

En in Mispeldonk is het heel het jaar door wel mooi om te wandelen.

De wandeling:

Enkele foto’s:

Vandaag zijn we gewoon in Peulis gebleven om te wandelen maar door de wisselende weersomstandigheden viel dat ook weer mee. Zon, regen en wolken en dan heb je veel kans op regenbogen. We hebben er een aantal gezien. Niet de mooiste maar ze waren er wel.

Wat ik hier in de buurt wel weinig zie ten opzichte van bij ons in de Kempen zijn paddenstoelen. Af en toe zie je er wel één maar niet zoals bij ons in Vorselaar.

Mijn favoriete seizoen

Als je buiten kijkt dan zie je het onmiddellijk.

De herfst is nu echt begonnen. Het wordt kouder en natter en grijzer en je hebt nauwelijks door dat het licht is geworden en het is alweer donker.

Voordeel van deze tijd van het jaar, en ook de reden waarom de Herfst mijn favoriete seizoen is, alles verkleurt mooi en paddenstoelen schieten uit de grond als … paddenstoelen 😉.

Dan moet je gewoon gaan wandelen.

Op Allerheiligen was dat een korte wandeling van de kerk naar het kerkhof en terug met moeder.

Op Allerzielen hebben we vooral gewandeld in de winkel maar zondag was er tijd voor twee wandelingen.

De eerste was een korte knooppuntenwandeling in Grobbendonk. Als de auto achterlaat op de parking achter het Gemeentehuis dan kan je via de knooppunten 18 – 21 – 20 – 19 – 18 een korte wandeling van zo’n 4 kilometer doen.

Veel kleur hebben we tijdens deze wandeling niet gezien maar wandelen in de mist heeft ook wel “iets”.

In de namiddag kregen we bezoek van mijn Gentse neven. Hun ouders waren dan wel Kempenaars, zij zelf zijn rasechte Stroppendragers. Als ze dan eens terugkomen naar hun roots dan staat een wandeling door de dreven naar het Kasteel van Vorselaar steevast op het programma.

Tijdens die wandeling was er een pak meer kleur te zien.

Cassenbroek

Het blijft maar nazomeren.

In een T-shirt gaan wandelen op 26 oktober zou eigenlijk niet mogen maar we kunnen er maar van genieten.

Voor onze wandeling zijn we het vandaag niet ver gaan zoeken. Het was weeral een tijdje geleden dat we Cassenbroek nog eens hadden bezocht dus trokken we naar Rijmenam.

Vertrekken doen we op het Stationsplein. Via de Sint-Jansstraat, de Kikshamlei en de Oude Keerbergsebaan wandelen we rond de oude gebouwen van meubelfabriek Meurop.

Rechtsaf de Kruisstraat in om dan zowel de Lange Dreef als de Korte Dreef over te steken. Via de Broekstraat en de Huurstraat bereik je Cassenbroek. Het water aan het vlonderpad leek hoger te staan dan andere jaren.

Met een beetje geluk zie je er wel eens een ree. Vandaag hadden we dat geluk want we zagen er zelfs 2. De ene verborgen achter bosjes, de andere rustig grazend in de wei.

Via de Heidijkstraat en de Broekstraat bereik je de Elststraat die overgaat in het Heidijkpad dat dwars door de Esltloopbeemden loopt. Daar waren er dan weer heel veel paddenstoelen te zien.

Via de oevers van de Dijle en het Heemkundig museum kwamen we terug op het Stationsplein aan.

Peultebossen

Vanmiddag even op mijn eentje eropuit getrokken met de fotocamera in de aanslag.

Ik wandelde naar de Peultebossen.

‘De Peulte’ is een bos gelegen op de grens van Putte, Bonheiden en Sint-Katelijne-Waver. In de 16e eeuw maakte het al deel uit van het Grote Waverwoud, dat gans de streek tussen Lier, Heist-op-den-berg en Rijmenam bestreek. Keizer Karel V, die 15 jaar in Mechelen woonde bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk, had er zijn jachtgebied.

Tot voor tweehonderd jaar sprak men niet van ‘De Peulte” doch wel van de ‘Krankhoevebossen’. Die benaming en de naam van de Grote Krankhoeve aan de overkant van de Mechelbaan, gebouwd in 1712, verwijst waarschijnlijk naar een pesthuisje dat gebouwd werd nabij de Oude Putsebaan. De zieken uit de stad werden er in de middeleeuwen afgezonderd in een hut in de bossen. Ze werden er, zonder enige vorm van opvang en verzorging, aan hun lot overgelaten.

De Peultenbossen bestaan voornamelijk uit eiken-haagbeukenbos met ondergroei van hazelaar, jonge esdoorn en lijsterbes. Het gebied wordt doorkruist door de Houten Brugbeek en de Waversebeek.

Ik was ook op jacht maar dan op paddenstoelen. Die heb ik bij hopen gevonden.

Helaas is het Peultebos een heel drassig bos en dat betekent dan ook muggen, muggen en nog eens muggen. En muggen zijn mijn grootste fans.

Wandelen in Hasselt en fietsen in Lier

Onze vakantieweek kabbelt rustig verder.

Gisteren, na de wissel van zomerbanden naar winterbanden, zijn we verder gereden naar Hasselt, de stad waar ik, toen de dieren nog konden spreken, de beste twee schooljaren uit mijn carrière heb gekend.

Maar van die stad herken ik eerlijk gezegd nog weinig. Vooral de Elfde Liniestraat waar zowel mijn school als mijn studentenhuis was gevestigd is aanzienlijk veranderd. En blijkbaar gaat ze nog meer veranderen naar een autovrije boulevard.

Hasselt is wel altijd leuk om door te wandelen. En hier en daar herken ik toch nog altijd iets. De Witte Non waar ik de Witte van Hoegaarden leerde kennen. De muur van het begijnhof waar tientallen schachten op hun knietjes zaten om een bloem-mayonnaise-ketchup douche te krijgen. Het café waar ik met schoenen vol ketchup moest 20 frank moest bijeen gaan bedelen. Afin, dus altijd goed voor een bezoekje. Wij kozen voor de stadswandeling die je kan doen door de koperen klinknagels met een eikel erop te volgen. Probeer wel de ondergrondse parking van het Dusartplein te vermijden. Die is immers vreselijk duur.

En vandaag hebben we geprofiteerd van het aangenaam weer om de fietsen nog eens van stal te halen. Nu het nog kan moeten we ervan profiteren. Ik had een fietstocht gevonden “Tussen reeën en koeien in den Boshoek”, een tocht van bijna 36 km. Die vertrok in Hove maar ik zag dat hij ook in Lier aan het C.C. De Mol passeerde. Het leek me dan ook beter om daar te vertrekken.

Het was een mooie en rustige fietstocht en het weer was zalig.

De fietsknooppunten (vertrek aan de Brug aan C.C. De Mol in Lier): 5 – 31 – 27 – 13 – 52 – 12 – 63 – 61 – 82 – 87 – 91 – 88 – 88 – 89 – 5

Als wil vertrekken vanuit Hove dan vertrek je aan knooppunt 62 (Parklaan Hove) en fiets je naar knooppunt 12. Eenmaal je terug aan knooppunt 12 bent ga je dan terug naar knooppunt 62.

Heksen in Leuven

Het was dus de bedoeling dat we afgelopen zondag ook nog in Brussel zouden doorbrengen maar de “Gaza-betoging” deed ons vroeger vertrekken.

We gingen echter nog niet naar huis maar reden van Mechelen, waar we onze auto oppikten, verder naar Leuven.

Het was immers de derde zondag van de maand en dan kan je in Leuven deelnemen aan de 3 x 3 wandeling. Een wandeling met gidsen van Lots of Leuven van 3 kwartier die 3 euro kost en om 3 uur in de namiddag ergens in Leuven vertrekt.

Deze keer was het onder de luifel van Café Gambrinus aan de Grote Markt. Het onderwerp van de wandeling was heksen in Leuven. Op de Markt, ter hoogte van het politiebureel werden trouwens twee heksen levend begraven.

De opkomst was groot. Ik schat toch wel een honderdvijftigtal personen. En net als de wandeling in de Bondgenotenlaan was ook dit weer een heel interessante wandeling met een heel enthousiaste gids.

Ik kan iedereen aanraden om eens zo’n wandeling mee te doen.

Leuven is sowieso een leuke stad om in rond te wandelen. Elke keer vind ik wel iets dat ik nog niet eerder zag.

Verjaardagsconcert

Hoewel de verjaardag van Conny al een weekje is gepasseerd hebben we afgelopen weekend het cadeautje open gedaan.

Dat cadeautje was een concert van Crowded House in het Koninklijk Circus en omdat we ondertussen toch al iets ouder geworden zijn had ik er ook een dagje en een nachtje Brussel aan toegevoegd.

Dat dagje Brussel begon met de wandeling van Brussel Centraal naar het Jubelpark door de Wetstraat. En voor diegenen die het niet weten … het eerste ligt beneden en het andere ligt boven. Da’s dus eigenlijk 3 km klimmen.

Het was even kiezen welk museum we zouden doen maar we kozen voor het Militair Museum oftewel het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis. Een heel interessant museum maar gróót … héél groot, misschien zelfs TE groot. Je kan er uren en uren in doorbrengen.

Na het museumbezoek werd het tijd om ons hotel op te zoeken en nog even te rusten. Het Hotel du Congres lag op welgeteld 140 meter van de deuren van het Koninklijk Circus. Beter kan je niet hebben.

Over het concert kunnen we kort zijn : het was gewoon geweldig goed. De jaren schijnen geen vat te hebben op Neil Finn en Nick Seymour, oprichters van de band, of op Mitchell Froom, de pianist die hun eerste albums had geproduceerd en daarna toetrad tot de band. Voor Finn was het een familiaal avondje want broer Tim mag er dan misschien niet meer bij zijn, zonen Elroy en Liam (die het voorprogramma verzorgde) waren er wel bij.

Niet alleen muzikaal zat het goed, je zag ook dat de mannen er veel plezier in hadden, iets wat bij sommige van die grote groepen wel eens lijkt te ontbreken.

5 minuten na het einde van het concert waren we al terug in onze hotelkamer 😉

Het was de bedoeling om ook op zondag in Brussel rond te lopen maar er stond een betoging voor Gaza gepland en dan leek het ons geen goed idee om daar in verzeild te raken. We zijn dan maar naar Leuven gereden maar daarover later meer.