Hanzestad Elburg

Voor onze eerste volledige dag in de Veluwe had ik een route naar Elburg uitgestippeld. Moeilijk is dan niet wanneer er een fietsknooppunt recht voor het hotel ligt.

Na een kleine twintig kilometer die vooral door bossen ging bereikten we Elburg

Ooit was Elburg een vissers- en handelsplaatsje dat rechtstreeks op de Zuiderzee uitkeek en bestond uit een lintbebouwing rondom de huidige Ellestraat en het verlengde daarvan. Elburg en haar vrijheid waren onderdeel van het oude Doornspijk. Een charter van graaf Floris V van Holland van 27 maart 1291 is de oudst bekende schriftelijke bron waarin voor het eerst over Elburg als stad wordt gesproken.

Aangenomen wordt dat Elburg tussen 1220 en 1271 stadsrecht kreeg, vermoedelijk van graaf Otto II van Gelre en mogelijk in 1233. Op 5 september 1310 werden deze stadsrechten op de landdag van Speyer vervallen verklaard omdat Otto niet bevoegd was om stadsrechten te verlenen en geen koninklijke toestemming had gevraagd. Op 4 december 1312 werden de oude stadsrechten door Reinald I met bewilliging herbevestigd en uitgebreid.

Op 2 oktober 1392 gaf Willem van Gulik, de toenmalige hertog van Gelre, het bevel om de stad Elburg te verplaatsen en haar vrijheid uit te breiden. Hij gaf hiertoe zijn rentmeester Arent thoe Boecop de volgende opdracht: “Wij willen dat sy onze stat versetten sullen op een andere stede”.

Elburg werd eind 14e eeuw niet alleen verplaatst, maar ook maakte men er een vesting van met grachten, muren en een aantal verdedigingstorens. Het stratenpatroon van Elburg dateert grotendeels uit de 14e eeuw. Vanwege de ontwikkelingen in de oorlogsvoering werd aan het eind van de 16e eeuw buiten de toenmalige gracht een tweede verdedigingswal en gracht gegraven. De Vischpoort nabij de haven was onder de naam Visscherstoren oorspronkelijk als gesloten verdedigingswerk gebouwd, maar werd in 1592 omgebouwd tot een open poorttoren. In 1992 werden er opnieuw poortdeuren in aangebracht.

In de 18e eeuw zakte de visserij in Elburg flink in. In 1749 waren van de oorspronkelijke vloot nog drie vissers over. In 1785 werden de patriottische steden Elburg en Hattem door de Oranjegezinde legers bezet. Rond 1798 is er sprake van 21 vissers, waarmee de belangrijkheid van de vissers was toegenomen In dat jaar werd het vissersgilde opgeheven. Er waren toen 10 binnenschepen voor visserij en 8 zeeschepen.

Het is vooral de Noordzeevisserij die het zwaar heeft door de voortdurende oorlog met Engeland. Omstreeks 1840 zijn er geen Noordzeevissers meer in Elburg. Maar Elburg ziet daarna wel een groei in de Zuiderzeevisserij, van 19 vaartuigen in 1858 naar 51 in 1895.

In de stad waren drie bokking- en palingrokerijen. In een rapport uit 1889 werd gemeld dat visserij een belangrijk werkgelegenheid is voor de bewoners van de stad. Het aantal vissers dat er echt voldoende van kan leven is volgens datzelfde rapport echter laag.

Door de afsluiting van de Zuiderzee en de inpoldering verdween in de tweede helft van de 20ste eeuw de visserij helemaal uit Elburg. (Bron : Wikipedia)

Nu is Elburg vooral gezellig vestingstadje om rond te kuieren, met leuke winkeltjes en tal van plaatsjes waar je smakelijk kunt eten.

Na ons bezoekje aan Elburg fietsten we verder door de prachtige Veluwe. Het is hier toch ongelooflijk mooi fietsen. Waar kan je anders kilometers dwars door bos en velden fietsen op fietspaden die er zo goed bijliggen ? Nergens een auto te bespeuren. Zalig is dat.

Een zalige fietsdag werd zonet afgesloten met een barbecue. Nooit eerder meegemaakt, een barbecue op hotel maar in een huiskamerhotel kan dat dus zonder problemen. En het was superlekker.

Knooppunten 16 – 15 – 12 – 13 – 40 – 31 – 61 – 34 – 25 – 25 – 01 – 02 – 30 – 03 – 81 – 79 – 04 – 22 – 05 – 06 – 28 – 27 – 98 – 29 – 18 – 16

De Piramide van Austerlitz

Tenslotte lag het voor me, het vergezicht. Een veelbelovend niets waarin alles kon gebeuren. En inderdaad, er was al iets. Waar ben ik? vroeg ik aan de mensen eromheen. Men zei in koor: de Pyramide van Austerlitz. Ik voelde me ver van huis bij het horen van die woorden.Maar de mensen zeiden: tien kilometer van hier ligt het Venetië van het noorden.

In 1975 schreef Boudewijn De Groot deze tekst samen met oud-klasgenoot René Daalder deze woorden in het nummer Waar ik woon. En sinds ik Boudewijn de Groot ken is het één van mijn favoriete nummers. Al die jaren vraag ik me al af hoe die piramide van Austerlitz er dan wel moet uitzien en sinds vandaag weet ik dat omdat ik ze vandaag voor de eerste keer “in het echt” heb gezien. .Ze lag op de route van de eerste fietstocht die we tijdens deze fietsvijfdaagse gaan doen. Onderweg naar Vierhouten en de Veluwe hebben we een tussenstop gemaakt in Soesterberg.

Daar moeten we zeker nog eens naar toe wanneer we meer tijd hebben want Soesterberg was de bakermat van de militaire luchtvaart in Nederland. In 1913 maakte de Luchtvaartafdeeling (LVA) van het leger hier haar eerste vluchten. Vanwege bezuinigingen op defensie is de basis in november 2008 gesloten en opgeheven. Het grootste deel ervan wordt sindsdien beheerd als natuurgebied: het Park Vliegbasis Soesterberg.

We volgden knooppunten en ik was er van overtuigd dat de Piramide op onze route zou liggen. We zagen het ook vaak staan op de ANWB-paddestoelen maar plots stond daar piramide 2,4 km in de richting vanwaar we kwamen. Effe op het interweb en ja hoor, we waren te ver.

Op onze bandensporen teruggekeerd en aan de piramide (die vandaag niet open was) onze boterhammetjes opgegeten.

Op deze centrale plek in Nederland had de Franse generaal Auguste de Marmont in 1804 een legerkamp opgericht (Camp d’Utrecht) waar hij in een paar maanden tijd verschillende bataljons wist samen te smeden tot een groot, goed getraind leger, dat de Britse vijand zou kunnen verslaan bij een eventuele herhaling van de inval van 1799. Tevreden over de militaire kracht van het nieuwe leger, en tegen verveling bij zijn soldaten, liet De Marmont hen in de herfst van 1804 dit monument bouwen, geïnspireerd op de piramide van Gizeh die De Marmont in 1798 zelf had gezien tijdens de Egyptische veldtocht van Napoleon. Zelfs het door erosie blootgelegde trapvormige oppervlak van de Egyptische piramides liet hij imiteren. Het monument bestond uit een zandheuvel, aan de buitenkant bekleed met plaggen, als bescherming tegen winderosie. De bouw duurde 27 dagen. De totale hoogte was 36 meter, inclusief de 13 meter hoge houten obelisk. Het geheel kreeg de naam Mont Marmont ofwel Marmontberg. De Marmont had het plan om de Pyramide nog te verbeteren door de trappen van plaggen te vervangen door trappen van baksteen, en door bovenop een groot beeld van Napoleon neer te zetten in plaats van de obelisk, maar zover is het niet gekomen.

In de zomer van 1805 vertrok De Marmont met zijn leger naar Zuid-Duitsland en streed mee in de Coalitieoorlog die uitmondde in de Slag bij Austerlitz, de slag waarin Napoleon de Russen en Oostenrijkers vernietigend versloeg.

De naam Marmontberg werd in 1806, ondanks protesten van De Marmont, door Lodewijk Napoleon, de nieuwe koning van Holland, veranderd in Pyramide van Austerlitz. Tegelijkertijd hernoemde Lodewijk de handelsnederzetting bij het nabijgelegen legerkamp van Bois-en-Ville tot Austerlitz.

Na zijn vertrek uit Nederland in 1805 had De Marmont de bewaking van het monument en het vruchtgebruik van de nabijgelegen hofstede Henschoten in gebruik gegeven aan drie soldaten, Louis Faivre, Jean Baptiste La Rouche en Barend Philpsz, die tevens de piramide zouden moeten onderhouden. De houten obelisk begon spoedig scheef te zakken, en werd in 1808 afgebroken. In 1816 verkocht De Marmont de piramide met de bijbehorende grond aan de latere burgemeester van Utrecht, Hubert M.A.J. van Asch van Wijk.

In de 19e eeuw raakte de Pyramide in verval, en de zandheuvel werd vijf meter lager dan vroeger. In 1894 liet Johannes Bernardus de Beaufort, die zowel eigenaar was van het landgoed Henschoten, waarop de Pyramide zich bevond, als burgemeester van Woudenberg, de Pyramide gedeeltelijk herstellen, en hij voegde de huidige stenen obelisk toe. Ook deze obelisk ging enigszins scheef staan. De totale hoogte is sindsdien 33 meter, inclusief de 16 meter hoge obelisk. (Bron : Wikipedia)

Na ruim 35 km stonden we terug aan de wagen en konden we verder rijden naar Vierhouten waar we de komende dagen zullen worden vertroeteld door Bas en Valerie.

De route : fietsknooppunten 52 – 51 – 95 – 94 – 93 – 2 – 3 – 16 – 96 – 79 – 80 – 71 – 1 – 83 – 54 – 52 (vertrekken aan Apollo 234 – 3769 TJ Soesterberg

Generale Repetitie

Morgen is het eindelijk zover … onze fietsvakantie naar de Veluwe.

Het weer ziet er veelbelovend uit (al mag het voor mij gerust een paar graden frisser zijn) maar er wordt weinig regen verwacht dus dan klagen we niet.

Het hotel is ons in ieder geval niet onbekend. We verbleven al twee keer eerder in het familiehotel Vierhouten bij Bas en Valérie en we zijn er telkens supergoed ontvangen.

Vandaag hebben we nog eens gerepeteerd en zijn we naar het Zennegat gefietst.

Dat komt wel goed volgende week.

Plantentuin Meise

Het is hier even stil geweest maar als je niets te vertellen hebt dan zwijg je toch best of niet? Al moet ik toegeven dat ik in de beginperiode van deze blog eens twee A-viertjes heb volgeschreven om te vertellen dat ik niks te vertellen had.

Maar om jullie nu lastig te vallen met … “ik heb in de tuin gewerkt” of “ik heb in de tuin gewerkt” of “het is zo verschrikkelijk druk op ’t werk” .. dat ga ik niet doen.

Vandaag daarentegen zijn we nog eens echt op uitstap geweest.

Gisteren hebben we dat eigenlijk ook al gedaan, toen zijn we namelijk even naar de “Vogelemèt” in Antwerpen geweest. Nu ja, naar Stripwinkel Beo en dan kom je daar automatisch. Vroeger kwam ik geregeld in de winkel maar sinds Corona en de lockdown is dat iets minder. Dan gingen de bestellingen via Internet maar er waren nu enkele nieuwe strips uitgekomen die ik toch even wilde bekijken en voelen voor ik er geld aan gaf. Resultaat … vrij veel geld achtergelaten in de winkel maar wel mooie strips toegevoegd aan de collectie.

En vandaag dus op uitstap … naar Meise, naar de Plantentuin.

De plantentuin werd opgericht tijdens de Franse tijd. Hij was gegroeid uit de tuin van het voormalige Nassaupaleis, waar in 1797 de École centrale werd gevestigd. De eerste directeur sprak van Le Jardin Botanique de Bruxelles. In 1822 kwam de plantentuin onder het beheer van de Société de Flore, om in 1829 te verhuizen naar de Kruidtuin en vandaar in 1958 naar de huidige locatie.

Het domein, 92 hectare groot, bevat de landerijen van het kasteel van Meise en het kasteel van Bouchout, een vroegere burcht van het huis Arenberg. In de bibliotheek van de Plantentuin Meise is ook de bibliotheek van de Koninklijke Belgische Botanische Vereniging gevestigd. Door het domein stroomt de Amelvonnebeek.

De levende planten (18.000 soorten) zijn onder meer ondergebracht in het Plantenpaleis, een kassencomplex met dertien publiek toegankelijke broeikassen. De plantentuin is ook gespecialiseerd in het bewaren van zaden van wilde planten in een zaadbank. Dit gebeurt in diepvriezers die koelen tot -20 °C. De zadencollectie bevat onder andere 211 wilde boonsoorten. Dit is de grootste collectie ter wereld.  (Bron : Wikipedia)

Wij kozen vandaag voor de Lentewandeling maar je kan verschillende routes volgen. We moeten zeker nog een paar keren terug want hebben nog maar een fractie gezien. Als we teruggaan dan nemen we zeker onze eigen boterhammetjes mee. Vandaag hebben we 35 minuten wachten op twee eenvoudige, zij het smakelijke, croque monsieur. 35 minuten dus. De mensen die na ons zaten hadden hun eten een uur vroeger besteld en hadden nog helemaal niks gekregen. Wij waren dus nog bij de gelukkigen.

Maar ondanks die valse noot toch een heel fijne dag gehad in Meise.

KWB fietstocht Peulis

Hemelvaartsdag is in Peulis traditioneel de dag waarop de KWB hun wandel- en fietsdag organiseert.

De afgelopen jaren gingen we daar steevast een fikse wandeling maken maar aangezien we nu elektrisch fietsen kozen we vandaag voor onze tweewieler.

We zouden onderweg beslissen of we de 40km of de 60km zouden doen (de 30km viel sowieso uit de boot). De wind deed ons besluiten om toch maar voor de 40 km te kiezen. Elektrisch fietsen maakt het tegen de wind in rijden gemakkelijker maar niet prettiger (en er stond weer een fikse wind vandaag).

Terug in Peulis konden we dan nog genieten van de bloemetjes en de bijtjes, samen met Martha en Stella die vandaag hun eerste verjaardag mochten vieren.

Fietsen voor het goede doel

Na de midweek met moeder in Limburg was het gisteren weer alle hens aan dek in de tuin in Peulis. Dat onkruid verwijdert zichzelf niet en wanneer jij dan zoveel moeite doet om het wel te verwijderen dan komt het terug en terug en terug en … afin, je begrijpt het wel.

Vandaag niet in de tuin gewerkt maar wel gaan fietsen voor het goede doel. Top Team Putte doet volgende week mee aan de 1.000 km voor Kom Op Tegen Kanker en organiseerde vandaag nog verschillende fietstochten om nog wat centjes in te zamelen.

Wij kozen voor de 30 km.

Een heel mooie tocht die we afsloten met een lekker ijsje.

De rest van de dag weinig actief geweest. Een beetje luieren, een beetje lezen en een nieuwe spin ontdekken in de tuin. Vorig jaar hadden we al enkele tijgerspinnen, vandaag heb ik de kameleonspin leren kennen.

De gewone kameleonspin behoort tot de familie van de krabspinnen. Dat zijn “afwachtende jagers” die geen web weven, maar vaak urenlang roerloos zitten te wachten tot een prooi dicht genoeg genaderd is, om dan toe te slaan en direct hun gif te injecteren. Krabspinnen maken bij het bijten kleine gaatjes in de prooi. Daardoor zuigen ze het insect leeg zodat er na de maaltijd enkel nog een leeg omhulsel overblijft.

De gewone kameleonspin heeft de bijzondere eigenschap dat ze, zoals een kameleon, van kleur kan veranderen. Ze gaat meestal op gele of witte bloemen zitten en kan dan zelf ook een gele of witte kleur aannemen. Dat duurt soms wel enkele dagen. Dit is vooral een goede camouflage om aanvallers zoals vogels te misleiden. Of insecten haar ook minder goed opmerken door deze camouflage is niet zeker. De meeste insecten zien kleuren immers niet zoals mensen of vogels ze zien. Wel zeker is dat ze de spin meestal niet opmerken. Soms zie je hoe bijvoorbeeld een bij of een vlinder achteloos over de spin loopt om dan genadeloos gegrepen te worden. De gewone kameleonspin werd in 2006 verkozen tot ‘Europese Spin van het jaar’. (Bron : Natuurpunt)

Alden Biesen

Vijf dagen vliegen snel voorbij.

Vanochtend Landal Mooi Zutendaal achter ons gelaten en terug naar de Kempen gereden. Maar eerst nog een tussenstop gemaakt in Bilzen bij de Landcommanderij Alden Biesen.

Alden Biesen is de vroegere landcommanderij van de Duitse Orde in Rijkhoven, Bilzen en tot 1795 de hoofdzetel van de balije Biesen. Alden Biesen is nu uitgebouwd tot een cultuurcentrum van de Vlaamse Overheid. De architecturale uitwerking van het geheel geeft blijk van een verrassende dualiteit tussen enerzijds een middeleeuwse besloten waterburcht met krijgskundige betekenis en anderzijds geeft het geheel vorm aan een weids openliggend classicistisch opgevat kasteel.

De landcommanderij Alden Biesen met aan het hoofd een landcommandeur, was de hoofdzetel van de balije Biesen van de Duitse Orde in het land van Maas en Rijn vanaf 1220 tot het einde van het ancien régime. Deze balije bevatte het priesterconvent en administratief centrum Commanderij Nieuwen Biesen te Maastricht (in 1468 overgegaan van Kleine Biesen te Geleen naar Maastricht) en de Commanderij van Sint-Andreas, een stadsresidentie te Luik, waar het hoofd van de balijepriesters, de grootpastor resideerde. De 10 onderhorige commanderijen (bevattende stadsresidenties, kastelen en pachthoeven met uitgestrekte landerijen), werden elk van hen beheerd door een commandeur, onder het gezag van de landcommandeur. De 12 verschillende commanderijen lagen verspreid over het huidige Belgisch Limburg, Nederlands Limburg, Vlaams-Brabant, Noord-Brabant en het huidige Duitse Noord-Rijnland. De landcommandeur zelf stond onder het gezag van de grootmeester van de Duitse Orde.

p 8 maart 1971 viel de waterburcht ten gevolge van een schoorsteenbrand ten prooi aan de vlammen. De laatste eigenaar jonkheer Armand Roelants du Vivier had de dag ervoor opdracht gegeven de lang ongebruikte open haarden van de waterburcht aan te steken om een Brusselse delegatie warm te ontvangen. Dit comité was naar Rijkhoven afgezakt voor de laatste besprekingen over de verkoop van het erg afgetakelde domein. Via een schoorsteen vatte rond de middag van 8 maart 1971 het dakgebinte vuur. Door gebrek aan bluswater – de kasteelgracht stond droog – en het kurkdroge dak verspreidde het vuur zich zeer snel en legde na een drie dagen durende brand het hele dak van de waterburcht in de as. Brandweer en omwonenden konden nog vele stukken meubilair en waardevolle schilderijen redden.

Alden Biesen is nu een cultuurcentrum van de Vlaamse Gemeenschap en als Europees centrum een ontmoetingsplaats voor Vlamingen en Europeanen. (Bron : Wikipedia).

Wij deden er de groene wandellus van 4 km.

Daarna terug naar huis maar nog wel even gaan eten in Het Looze Vissertje in Herselt. Zo’n plaats waar je veel grijze hoofden ziet en dan weetje dat je er lekker kan eten voor een schappelijke prijs.

Kattevennen

De laatste volledige dag van de midweek met moeder. De weersvoorspellingen waren niet al te best : warm en kans op onweer.

Daarom deze voormiddag al vertrokken naar Genk, meer bepaald naar de Planetariumweg waar Kattevennen één van de toegangspoorten naar het Nationaal Park Hoge Kempen is.

Aan de parking vertrekken vier wandellussen : een groene van 4,60 km, een blauwe van 7,20 km, een rode van 9,60 km en een gele van 11,50 km. Deze laatste lus verbindt Kattevennen met het Hei- en Meibos van Sledderlo en de surfplas Papandaalheide.

Er zijn ook nog themawandelingen die me leuk lijken te zijn voor kinderen (de Stokkemanroute, de Beestige Boelwandeling, een Stenenpad en een Planetenpad). Er is ook de Cosmodrome en de sterrenwacht, je kan er paardrijden, er is minigolf, een speeltuin … afin … een leuke dag uit.

Maar wij gingen wandelen en kozen de groene wandeling. Deze wandeling was trouwens perfect afgepijld. Af en toe een flinke klim en vaak opletten voor boomwortels en losliggende stenen maar verder was het best te doen, ook voor een achtentachtigjarige. En vooral … het was aangenaam fris in het bos.

Na de wandeling terug naar ons chalet om effe te verfrissen en om te gaan lunchen in Grand Café Narvik waar je voor een schappelijke prijs heel lekker kan eten.

We waren nog maar net terug van het eten toen het donkerder begon te worden. De wind trok aan en ondertussen hebben we een flinke onweersbui over ons heen gehad.

De afkoeling doet wel goed.

Morgen moeten we helaas alweer naar huis maar we maken alvast een tussenstop in Alden Biesen (tenminste, als het weer het toelaat).

Het andere Bokrijk

Dag 3 alweer van de “midweek met moeder”.

Na het ontbijt vertrokken we naar Bokrijk. Iedereen kent Bokrijk uiteraard van het Openluchtmuseum dat er in het begin van de jaren vijftig werd gesticht door Heistenaar Jozef Weynes. En sinds een paar jaar zullen er ook velen zijn die er al door het water zijn gefietst (waaronder ikzelf).

Maar, afgaand op het aantal mensen dat we zijn tegengekomen is het Arboretum iets minder gekend. Nochtans is dat arboretum zeker een bezoek waard. Onze wandeling was net geen 4km.

Het Arboretum van Bokrijk is opgebouwd uit een landschappelijk gedeelte, een moerastuin en een bosarboretum waar de climax vegetatie hoofdzakelijk uit bestaat. Deze deelgebieden vertegenwoordigen biotopen die overal ter wereld zouden kunnen voorkomen en waaronder een specifieke flora in de vorm van varens, houtachtige gewassen en kruiden kan groeien.

Het Arboretum van Bokrijk werd aangelegd begin jaren 60. Het was een samenwerkingsverband tussen enkele wetenschappelijke instellingen van Limburg (bosbiologisch centrum), de politieke overheden van de provincie en enkele enthousiastelingen. Aanvankelijk was de aanplant strikt systematisch en gerangschikt volgens de taxonomische inzichten van die tijd. De opbouw was dus zuiver wetenschappelijk. Pas in 1983 deed een nieuwe visie zijn intrede: een arboretum of botanische tuin moest ook voor de modale burger iets te bieden hebben. Vanaf toen werd de collectie geleidelijk omgetoverd in een mooie landschappelijke tuin waar het aangenaam vertoeven is.

Het Arboretum is een 18 hectare groot bos met een unieke planten-, bomen- en struikencollectie. Je vindt er onder andere hulst, magnolia, rododendron en een prachtige collectie eiken en beuken. Daarnaast zijn ook de verschillende soorten varens en bamboe te bewonderen. Vele van deze planten zijn met uitsterven bedreigd of verdwenen al uit hun natuurlijke habitat. (Bron : Website Bokrijk)

Na de lunch in Koetshuis en een rustpauze in onze bungalow zijn we nog een korte wandeling van 2,5 km gaan doen op de Lieteberg hier vlakbij om daarna nog een ijsje te gaan eten in het IJsparadijs hier eveneens vlakbij.

Ook dag drie is geslaagd.

Maastricht, ter land en ter zee

Onze tweede dag Limburg leidde ons weer over de grens … de volle 11 km zelfs.

We trokken immers naar Maastricht.

Maastricht oftewel Mestreech, is ontstaan bij een doorwaadbare plaats in de rivier de Maas, waaraan het zijn naam te danken heeft (Maastricht = Mosa Trajectum = doortocht door de Maas). Maastricht is al tweeduizend jaar lang ononderbroken bewoond. De stad heeft een lange en veelbewogen geschiedenis, waarvan de talrijke historische gebouwen en kunstschatten in kerken en musea getuigen. Internationaal kreeg de stad grote naamsbekendheid door het Verdrag van Maastricht (1992), dat de Europese Unie in haar huidige vorm creëerde en de weg vrijmaakte voor de invoering van de euro als Europese munt.

De stad wordt in de rest van Nederland vaak gezien als “buitenlands”, vooral door de perifere ligging vlak bij België en Duitsland, maar ook door het atypische landschap, de Maaslandse huizenbouw, de afwijkende geschiedenis, de ingewikkelde taalsituatie, de dominantie van het katholicisme (vroeger meer dan nu), de sterke nadruk op het gemeenschapsleven (fanfares, carnaval, processies) en de vermeende Bourgondische leefwijze.

Maastricht behoort tot de steden die zich “oudste stad van Nederland” noemen. Aan de hand van resultaten van archeologische opgravingen kan met zekerheid gezegd worden dat de stad twintig eeuwen continu bewoond is geweest. Grofweg kan de geschiedenis van Maastricht worden ingedeeld in vier tijdperken met vier verschillende gezichten: Romeinse vesting, Middeleeuws religieus centrum, garnizoenstad en vroege industriestad. (Bron Wikipedia)

In de voormiddag hebben we rondgewandeld in dit uiterst gezellig stadje en na de middag zijn we twee uurtjes gaan varen over de Maas maar ook over de Willemsvaart, door 3 sluizen en door de oude haven van Maastricht.

Toen we aankwamen leek het er heel even op dat we regen zouden krijgen maar het bij een paar druppels gebleven. Parking zoeken moest ik niet doen. Ik had gisteren namelijk een al een plaatsje gereserveerd online. Nummerplaat ingegeven, 9 euro betaald voor een hele dag parkeren en ik kon heel vlot de parking op- en afrijden.

Alweer een geslaagde dag.

Maastricht ter land

Maastricht ter zee