Pairi Daiza

Afgelopen dinsdag zijn we naar Pairi Daiza geweest. Dat was een eeuwigheid geleden. De laatste keer dat ik er was heette het nog Paradisio.

Het park opende in 1994 de deuren maar is sindsdien gigantisch veel veranderd.

Pairi Daiza – afgeleid van het Avestische ‘paradaēza’, “omsloten tuin”, dat de bron is van het Perzische woord voor ‘paradijs’ – was bij opening louter een vogelpark, maar is in de loop der jaren uitgegroeid tot een veelzijdigere dierentuin. Het park is thematisch opgebouwd als een ‘Tuin der Werelden’. Het park bestaat uit negen werelden.

In 2007 bezochten meer dan 635.000 personen dit park. In 2012 was dit opgelopen tot 955.000, hiermee werd het de populairste dierentuin in België. In totaal bezochten 1.243.000 bezoekers het park in 2013. Het bezoekersaantal steeg in 2014 tot 1,39 miljoen. In 2015 heeft het park 1,767 miljoen bezoekers ontvangen. In 2018 ontving het park zo’n 2 miljoen bezoekers. 2023 was het populairste jaar tot dan toe met 2.279.000 bezoekers. Onderweg naar daar merk je wel dat niet iedereen in de buurt hier blij mee is. De overlast van al die auto’s en bussen op de kleine toegangswegen lijkt me ook niet te onderschatten.

Eigenlijk is het park te groot om op één dag te bezoeken. Wij hebben nog niet alles gedaan en hadden meer dan 9km op de teller.

Toen we naar huis gingen had ik 520 foto’s op het geheugenkaartje staan. Dat is deels het gevolg van high speed continuous shooting tijdens de vogelshow, toch wel het hoogtepunt van de dag.

Om die foto’s te bewerken heb je uiteraard tijd nodig. Uiteindelijk blijven er nog een honderdvijftigtal over.

Een kleine selectie van de vogelshow:

Een kleine selectie van het park:

Bokrijk

Eindelijk is het zover, de zomervakantie is voorbij en dan is het dus tijd voor “onze” vakantie. Maar vóór die begint ben ik nog even met moeder op stap geweest. We kozen als bestemming Bokrijk.

Op 21 maart 1938 werd Bokrijk door de provincie Limburg verworven. Promotor voor deze aankoop was de toenmalige provinciegouverneur Hubert Verwilghen. Hij koesterde het idee om een cultuur- en natuurproject met elkaar te verbinden. De visie Verwilghen kreeg pas vele jaren later concrete invulling. Gouverneur Louis Roppe wordt onder andere door contacten met antropoloog Paul Lindemans voorstander van het idee van een openluchtmuseum. Op 6 oktober 1953 besloot de deputatie van de provincie Limburg onder impuls van de gouverneur om in Bokrijk een openluchtmuseum op te richten. In 1954 wordt het museum officieel opgericht door onder anderen Jozef Weyns en Paul Lindemans.

Met de naoorlogse industriële versnelling en de toenemende welvaart in de vijftiger jaren dreigde het Vlaamse woonlandschap in korte tijd verloren te gaan. Men wilde met het museum verhinderen dat gebouwen met culturele of historische waarde definitief zouden verdwijnen. Jozef Weyns werd aangesteld als coördinator van het project en was de eerste conservator van het openluchtmuseum.

Het openluchtmuseum van Bokrijk werd op 12 april 1958 officieel geopend. Een honderdveertigtal gebouwen vormen de kern van de erfgoedcollectie. Naast deze gebouwen bestaat de collectie verder uit gereedschappen en alledaagse gebruiksvoorwerpen. In het totaal omvat dit 30 000 stukken kwetsbaar erfgoed en getuigen van het dagelijkse leven van de 17e eeuw tot 1950.

Het openluchtmuseum telt 140 historische gebouwen. De kleinere constructies zoals bakovens of rennen voor pluimvee zijn dan niet meegerekend.(bron : Wikipedia)

Voor ons was de Breugelhoeve uit Vorselaar uiteraard het hoogtepunt. Zelf heb ik ze nooit weten staan aangezien ze in 1962 werd verplaatst maar moeder kende ze wel.

Er waren trouwens bijzonder veel schoolgroepen in het domein. Echt rustig was het dan ook niet.

Insecten op de muur en in de natuur

De weersvoorspellingen leken ons te onbetrouwbaar om een fietstochtje te ondernemen en daarom deden we de wandelschoenen nog eens aan.

Vertrekpunt van onze wandeling was de kerk van Bonheiden. Daar vertrekt immers de “blauwe wandeling” van Natuurpunt naar Mispeldonk. Niet de eerste keer dat we die wandeling maken maar ze is tegenwoordig net iets leuker geworden.

Dat is te danken aan graffiti-artiest DZIA die de saaie grijze muur van het domein van het Imelda ziekenhuis heeft verfraaid met kleurrijke insecten. Dit in het kader van Animalinas. Hier in de buurt kan je veel van zijn tekeningen terugvinden.

Mispeldonk is een natuurgebied ten zuiden van Bonheiden, tussen de Boeimeer en de Dijle. Het gebied is voor het grootste deel eigendom van Natuurpunt en sluit aan bij het Mechels Broek en Cassenbroek. Samen vormen ze een nagenoeg aaneengesloten natuurgebied.

Het gebied bevat verschillende soorten landschappen: van schrale graslanden, hooiweiden met houtkanten, vochtige loofbosjes tot herstelde heidegebiedjes.

Het landschap kreeg vorm op het einde van de laatste ijstijd, zo’n 10 000 jaar geleden. De Mispeldonkhoeve die haar naam gaf aan het gebied, werd reeds vermeld in 1330. (Bron: Wikipedia)

Wat we veel gezien hebben zijn de nesten van Galwespen.

Galwespen zijn een groep vliesvleugelige insecten, die met een lange legboor hun eitjes in planten leggen, waarna gallen ontstaan. De bekendste soort is de eikengalwesp die op de onderkant van eikenbladeren 3 centimeter grote gele tot rode galappels veroorzaakt. Daarnaast zijn op de onderkant van de eikenbladeren in de herfst platronde bolletjes te zien van de vrouwelijke lensgal die makkelijk loslaten. Vaak is de grond ermee bezaaid. In deze bolletjes overwintert de larve. In mei komen van dezelfde galwesp zowel op de jonge bladeren als op de bloemsteeltjes besgalletjes voor. (Bron: Wikipedia)

Wij zagen vandaag enkele nestjes van de Knikkergalwesp maar vooral van de Ananasgalwesp.

De wandeling:

De insecten op de muur:

Enkele foto’s van Mispeldonk (met de Knikkergalwesp en de Ananasgalwesp)

In de Stille Kempen …

Het is hier even stil geweest …

’t Is niet dat we niets gedaan hebben maar de inspiratie om een blogje te schrijven was er even niet.

Dat zal wel veranderen wanneer we (eindelijk) aan onze vakantie kunnen beginnen. Nog een weekje werken en het is zover.

Vandaag was ik alvast een beetje in vakantiestemming. Na twee vrijdagen in Peulis te hebben gezeten was er vandaag terug ruimte om nog eens met moeder op stap te gaan.

We kozen voor Kessel. Die zou er, in deze tijd van het jaar, immers heel mooi moeten bijliggen. En ja hoor, het was gelukkkig zo. Zelden heb ik ze zo purper gezien als vandaag. En omdat we iets vroeger dan normaal vertrokken zijn hebben we ook geen last gehad van de regen.

De Kesselse Heide maakte deel uit van de grote Kempense heidevlakten. Tijdens de laatste ijstijd – rond 70.000 à 10.000 voor Christus – werden de Kempen bedekt met hele pakken zand. Het fijne zand (löss) werd weggewaaid en vormde stuifduinen, waarvan er nog restanten liggen op het domein. Het grovere dekzand bleef er lange tijd dor liggen. Na deze ijstijd – rond 10.000 à 3.800 voor Christus – werd het warmer en ontstonden eikenberkenbossen, met grove den en berk. Daarna begon de mens delen bos te kappen of afbranden voor landbouwgrond. Wanneer de grond uitgeput was, bleven open plekken schrale grond achter. Deze waren ideaal voor de heidegroei. Bovendien werden er schapen geteeld voor de lakennijverheid en deze hielpen mee de heidevlakte in stand te houden door jonge boomscheutjes af te grazen.

Tijdens de Franse Revolutie werd de Kesselse Heide verkocht en later herbebost met grove den, die kon gebruikt worden voor de mijnbouw.

Voor de Eerste Wereldoorlog werd de fortengordel rond Antwerpen afgewerkt. In 1912 was het Fort van Kessel klaar en in 1913 het Fort van Broechem. Om het zicht tussen deze forten vrij te houden, werden alle bomen gekapt. Op de Kesselse Heide bleef slechts één boom staan: deze gaf de grens aan tussen Kessel en Nijlen. De familie Pouppez-de-Kettenis, die eigenaar was van de Kesselse Heide, liet het domein herbebossen vanaf 1920. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de bomen opnieuw gekapt, deels door soldaten en deels door de bevolking als brandstof. Alleen dezelfde ene boom bleef weer staan, tot ook deze in 1943 verdween. Na de oorlog groeide het bos terug.

De gemeente Kessel beheerde de Kesselse Heide vanaf 1972: de gemeente hield er toezicht en ruimde het domein op. Bij Koninklijk Besluit van 5 augustus 1976 werd het domein tot natuurgebied verklaard en in 1978 werd het gekocht door de provincie Antwerpen. In 1981 kocht de gemeente Nijlen het 7 ha grote natuurgebied “Hoogbos” aan en gaf dit in 2005 in beheer aan de provincie. (Bron: Wikipedia)

Home Alone

Conny is op fietsweekend met de vriendinnen dus moest ik me gisteren en vandaag op mijn eentje zien te amuseren.

Gisteren met de fiets van Peulis naar Aarschot gereden om daar naar de rommelmarkt te gaan. Eigenlijk ging dat heel vlot. In Rijmenam het jaagpad genomen en dat gewoon blijven volgen tot in Aarschot. In Werchter aan de brug wel even “van kant” gewisseld. De rommelmarkt zelf was groot, vergelijkbaar met die van Boortmeerbeek op 15 augustus en ik heb er ook een mooi stapeltje strips op de kop weten te tikken voor een heel schappelijk prijsje. Op de terugweg was het in Werchter wel wat drukken. Ik was vergeten dat het Werchter Boutique was.

En vandaag heb ik nog eens een wandeling gedaan : de Appoloniawandeling in Peulis. Deze wandeling vertrekt aan de kerk en is heel goed afgepijld. Je passeert onder andere in de Peultebossen.

In de 16e eeuw maakte dit bos al deel uit van het Grote Waverwoud, het grote jachtgebied van Keizer Karel V toen hij nog in Mechelen woonde bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk. Het is een moerassig bos maar daar was nu nog weinig van te zien. Het zou dringend eens flink moeten regenen 😉.

De Heilige Appolonia is trouwens één van de twee patroonheiligen van Parochie Peulis.

Apollonia van Alexandrië († 249) was een heilige en martelares uit Egypte.

Over haar leven is heel wat onzeker. Volgens de overlevering kreeg haar moeder haar na een vurig gebed tot de Maria, leefde ze in de 3e eeuw en werd ze gevangengenomen in het jaar 249 tijdens de christenvervolgingen door de heidenen ten tijde van de Romeinse soldatenkeizer Decius, omdat ze haar geloof niet wilde afzweren.

Ze moet toen omstreeks 50 jaar oud zijn geweest. In dit jaar werd het duizendjarig bestaan van het Romeinse Rijk gevierd, wat een heropleving van de verering van de Romeinse goden met zich meebracht. De christenen hielden zich hiervan afzijdig, wat aanleiding gaf tot rellen, onrust en vervolging. Ze werd vreselijk gefolterd en bisschop Dionysius beweerde dat men bij haar alle tanden uit de mond heeft getrokken en haar kaakbeen verbrijzeld. Hierna zou ze levend verbrand worden maar, toen haar bewakers niet opletten, sprong ze zelf in het vuur.

De heilige Apollonia wordt vaak afgebeeld met een tang in de ene en een palmtak van de martelaren in de andere hand. In de tang zit vaak een tand of kies. Ze wordt aangeroepen bij kiespijn en is ook de patrones van de tandartsen en tandtechnici. (Bron Wikipedia)

De wandeling:

Enkele foto’s (klik op de foto om een grotere versie te zien)

Het andere Saarburg

Met temperaturen die rond de 30°C draaien leek het ons geen goed idee om vandaag te gaan fietsen. Dan zouden we beter Saarburg nog wat beter leren kennen.

We hebben eerder deze week weliswaar de waterval al bezocht maar Saarburg heeft nog meer te bieden. Een kleine Nederlandstalige folder die we bij het TouristInfo hadden gehaald heeft ons daarbij geholpen.

Het valt dan op dat het in de buurt van de waterval behoorlijk druk is maar dat je op andere plekjes in de stad nagenoeg alleen bent. De mensen weten niet wat ze missen.

Zo bezochten we de Kunotoren, de grootste bewaard gebleven verdedigingstoren van de oude stadsmuur. Van daaruit heb je ook een mooi zicht op de Koutentoren, de protestantse kerk en de Burcht.

Via Staden (niet dat van Sint Truiden) wandelden we naar de Kulturgieβerei.

Dat is de vroegere klokkengieterij Mabilon. De geschiedenis van het familiebedrijf gaat terug tot 1590 maar het was Urbain Mabilon van die zich in 1770 definitief vestigde in Saarburg. Hij trouwde er een lokaal meisje.

In ruil voor drie klokken mocht hij zijn werkplaats bouwen net buiten de stadsmuren (voor de brandveiligheid). Die stadsmuur is nog steeds zichtbaar in de werkplaats.

Tot 2002 werden er nog klokken gegoten in Saarburg. Toen besloot de laatste telg van de familie, Wolfgang Hausen-Mabilon, het bedrijf te beëindigen wegens gebrek van een opvolger. Nu is het dus een museum. Alles werd trouwens met de hand gedaan, zelfs in moderne tijden kwam er geen computer bij kijken.

Je kan het museum bezoeken met een Nederlandstalige audiogids die je veel informatie geeft (misschien zelfs teveel).

In België hangen er in de Abdij van Chevetogne drie Saarburgse klokken in de Latijnse klokkentoren.

Met de fiets van Saarburg naar Trier

Ook voor onze tweede dag zijn we via de “achterdeur” van het park vertrokken al bleek het wel een andere route te zijn dan gisteren.

Al snel zaten we op het fietspad naast de Saar en dat volgden we tot Konz om daar over te stappen op het fietspad naast de Moezel richting onze bestemming voor vandaag : de oudste stad van Duitsland.

Trier is, samen met Worms, immers de oudste stad van Duitsland en ook het oudste bisdom ten noorden van de Alpen.

De opdracht tot de bouw van de stad werd gegeven door de Romeinse keizer Augustus in 16 v.Chr. De stad heette oorspronkelijk Augusta Treverorum en was bedoeld als hoofdstad van de Romeinse provincie Belgica Prima. Een historisch monument in de stad is de 2e-eeuwse Porta Nigra, de best bewaarde Romeinse stadspoort ten noorden van de Alpen.

In het dal van de Moezel bestonden al in 3000 v.Chr. menselijke nederzettingen, waarmee Trier een van de oudste steden ten noorden van de Alpen genoemd kan worden.

Van 27 v.Chr. tot 14 n.Chr. was Augustus keizer van het Romeinse Rijk. Omstreeks 16 v.Chr. werd door de Romeinen in de buurt van het Keltische stamheiligdom Treviren de nederzetting Augusta Treverorum gesticht, dat een belangrijk centrum werd in de provincie Germania superior. Aan het eind van de derde eeuw verhief keizer Diocletianus de stad, die inmiddels Treveris werd genoemd, tot Romeinse keizerlijke residentie. De stad werd een van de voornaamste steden van het West-Romeinse Rijk en kreeg de bijnaam “Roma Secunda”, het tweede Rome. Eveneens aan het eind van de derde eeuw ontwikkelde zich hier een centrum van het vroege christendom.

In de 5e eeuw werd Trier door de Franken veroverd. In 870 komt het bij het Oost-Frankisch-Duitse Rijk. In 958 werd met het plaatsen van het marktkruis de huidige Hauptmarkt het centrum van de middeleeuwse stad.

In de 14e eeuw werden de Trierse aartsbisschoppen ook keurvorst. Trier werd de hoofdstad van het keurvorstendom, ook Keur-Trier genoemd, tot ca. 1800. Onder het aartsbisschoppelijk gezag beleefde de stad een belangrijke bloeiperiode tot de Reformatie en de oorlogen tegen Frankrijk in de 17de eeuw haar belang deed afnemen.

Trier kwam korte tijd in Franse handen, maar in 1815 kwam het bij Pruisen. Er volgde opnieuw een bloeiperiode, die aanhield tot de Franse bezetting (1918–1930).

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, in 1944, werd de stad zeer zwaar beschadigd. Na de oorlog werd de schade hersteld en hernam Trier zijn plaats als belangrijk regionaal centrum. Dankzij de vele historische en culturele bezienswaardigheden werd het ook een toeristische trekpleister. (Bron: Wikipedia)

Na onze 5km lange stadswandeling was het even moeilijk om in volle avondspits het fietspad langs de Moezel terug te bereiken maar eens we dat hadden gevonden ging het vlot terug naar Saarburg. Nog even gestopt bij de Lidl aan de voet van de Warsberg om dan met twee fietstassen vol boodschappen de 12 haarspeldbochten te overwinnen.

Dat ging enigszins moeizamer dan gisteren maar we hadden dan ook  wandelkilometers en fietskilometers in de benen. Bovendien was het 5°C warmer. Maar dankzij de Turbo van Bosch lukte het toch vrij vlot.

De fietstochtjes

Enkele foto’s:

Rozen in het Vrijbroekpark

Voor mijn Vrijdaagse wandeling met moeder trok ik vandaag naar het Vrijbroekpark in Mechelen. Dat is altijd een bezoekje waard maar zeker nu de rozen in bloei staan.

De geschiedenis van het Vrijbroek gaat terug tot 1260. Het bestond uit weiden waarvan slechts een beperkt aantal mensen gebruik van kon maken. Het Vrijbroek had zelfs een eigen bestuur. In 1929 kocht de provincie Antwerpen dit stuk grond en stelde het open voor het publiek.

Zandsculpturen Garderen

Voor onze laatste dag van deze midweek maakten we de verplaatsing naar Garderen.

De Beeldentuin met ruim 150 zandsculpturen en daarnaast ook nog houtsnijwerk en andere beelden begon in 2008 toen Adri van Ee op zoek was naar iets om meer volk te trekken naar zijn lifestyle winkel.

Zandsculpturen leek wel iets te zijn. In het eerste jaar stonden er een tiental. Tegenwoordig werken een dertigtal kunstenaars uit de hele wereld aan de bouw van een 150 sculpturen, het ene al indrukwekkender dan het andere.

Gisteren hebben we er in Armelo ook enkele gezien maar die zijn niet te vergelijken.

Elk jaar wordt een nieuw thema gekozen. Bij mijn vorige bezoek was het de geschiedenis van de TV, dit jaar was het de 750ste verjaardag van Amsterdam.

Als je dit jaar in de buurt van de Veluwe komt, rij zeker eens naar Garderen. Ook bij slecht weer een prima keuze want quasi alles is overdekt.

Lemelerberg en Kasteel Warmelo

De derde dag alweer van de midweek met moeder.

In de voormiddag maakten we een korte maar mooie wandeling op de Lemelerberg. In “Park 1813” is er een rolstoelwandeling die me perfect leek voor iemand met een rollator. Het park werd aangelegd in 1913 naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de onafhankelijkheid van Nederland.

Ik had gelezen dat je op de Lemelerberg veel kans had om de Zandhagedis te zien. Dat is, met zijn lengte van 16 tot 20 cm (inclusief staart), de grootste hagedis van Nederland. Ik dacht niet dat ik het geluk zou hebben om er één te zien maar we hebben er drie gezien (en ik heb ze zelfs kunnen fotograferen).

Na de “middagpauze” reden we naar Diepenheim om een bezoekje te brengen aan Kasteel Warmelo. Het is geen echt kasteel maar een mooi landhuis met een mooie tuin. Van 1952 tot aan haar dood in 1971 werd het bewoond door prinses Armgard zur Lippe-Biesterfeld. De naam zal je niets zeggen maar het is de moeder van ene Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, Prins der Nederlanden, Prins van Lippe-Biesterfeld. De grootvader van de huidige Koning Willem-Alexander.

In de tuinen, die sowieso het bezoeken waard zijn, zijn er ook een dertigtal zandsculpturen te bezichtigen. Dit jaar is het thema “betoveren”.

De tuin:

Enkele van de 28 zandsculpturen