Rozen in het Vrijbroekpark

Voor mijn Vrijdaagse wandeling met moeder trok ik vandaag naar het Vrijbroekpark in Mechelen. Dat is altijd een bezoekje waard maar zeker nu de rozen in bloei staan.

De geschiedenis van het Vrijbroek gaat terug tot 1260. Het bestond uit weiden waarvan slechts een beperkt aantal mensen gebruik van kon maken. Het Vrijbroek had zelfs een eigen bestuur. In 1929 kocht de provincie Antwerpen dit stuk grond en stelde het open voor het publiek.

Zandsculpturen Garderen

Voor onze laatste dag van deze midweek maakten we de verplaatsing naar Garderen.

De Beeldentuin met ruim 150 zandsculpturen en daarnaast ook nog houtsnijwerk en andere beelden begon in 2008 toen Adri van Ee op zoek was naar iets om meer volk te trekken naar zijn lifestyle winkel.

Zandsculpturen leek wel iets te zijn. In het eerste jaar stonden er een tiental. Tegenwoordig werken een dertigtal kunstenaars uit de hele wereld aan de bouw van een 150 sculpturen, het ene al indrukwekkender dan het andere.

Gisteren hebben we er in Armelo ook enkele gezien maar die zijn niet te vergelijken.

Elk jaar wordt een nieuw thema gekozen. Bij mijn vorige bezoek was het de geschiedenis van de TV, dit jaar was het de 750ste verjaardag van Amsterdam.

Als je dit jaar in de buurt van de Veluwe komt, rij zeker eens naar Garderen. Ook bij slecht weer een prima keuze want quasi alles is overdekt.

Lemelerberg en Kasteel Warmelo

De derde dag alweer van de midweek met moeder.

In de voormiddag maakten we een korte maar mooie wandeling op de Lemelerberg. In “Park 1813” is er een rolstoelwandeling die me perfect leek voor iemand met een rollator. Het park werd aangelegd in 1913 naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de onafhankelijkheid van Nederland.

Ik had gelezen dat je op de Lemelerberg veel kans had om de Zandhagedis te zien. Dat is, met zijn lengte van 16 tot 20 cm (inclusief staart), de grootste hagedis van Nederland. Ik dacht niet dat ik het geluk zou hebben om er één te zien maar we hebben er drie gezien (en ik heb ze zelfs kunnen fotograferen).

Na de “middagpauze” reden we naar Diepenheim om een bezoekje te brengen aan Kasteel Warmelo. Het is geen echt kasteel maar een mooi landhuis met een mooie tuin. Van 1952 tot aan haar dood in 1971 werd het bewoond door prinses Armgard zur Lippe-Biesterfeld. De naam zal je niets zeggen maar het is de moeder van ene Bernhard Leopold Frederik Everhard Julius Coert Karel Godfried Pieter, Prins der Nederlanden, Prins van Lippe-Biesterfeld. De grootvader van de huidige Koning Willem-Alexander.

In de tuinen, die sowieso het bezoeken waard zijn, zijn er ook een dertigtal zandsculpturen te bezichtigen. Dit jaar is het thema “betoveren”.

De tuin:

Enkele van de 28 zandsculpturen

Paleis Het Loo en de Holterberg

Tweede dag van de midweek met moeder.

Die dag begonnen we met een korte trip naar Apeldoorn meer bepaald naar Paleis Het Loo. Daar waren we al eens geweest maar toen stond heel het paleis nog in de steigers en toen was het bovendien slecht weer.

Vandaag uiteraard een slecht weer en, zoals ik samen met Conny afgelopen december heb kunnen ontdekken, van steigers of werken is er geen sprake meer.

Het was wel een beetje afwachten wat het zou worden nu moeder tijdelijk (sinds ze twee weken geleden “het verschot” kreeg) een rollator gebruikt als ondersteuning. Maar dat ging prima. Paleis Het Loo is echt wel voorzien op mensen die minder goed te been zijn. De medewerkers zijn er trouwens ook heel vriendelijk en behulpzaam.

Het paleis werd tot 1975 door leden van de Koninklijke familie van Nederland bewoond. Sinds 1984 is het als Nationaal Museum Paleis het Loo opengesteld voor publiek. De term ‘loo’ staat voor een op hogere zandgrond gelegen open loofbos.

Stadhouder Willem III, achterkleinzoon van Willem van Oranje, kocht in 1684 het middeleeuwse kasteel Het Oude Loo aan, om ernaast een nieuw jachtverblijf op te trekken. Het paleis was de zomerresidentie van de Nederlandse stadhouders en koningen van 1686 tot 1975. Het werd voor het laatst bewoond door prinses Margriet en haar echtgenoot Pieter van Vollenhoven. (Bron : Wikipedia)

Na de middagrust zijn we nog even naar de Holterberg gereden.

De Holterberg is een heuvelachtig gebied, dat deel uitmaakt van het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug. Hij dankt zijn naam aan het Overijsselse dorp Holten waar wij dus in de Landal zitten. Het natuurgebied omvat veel heidevelden die worden afgewisseld door (naald)bossen. Alleen op de Holterberg komen in Nederland korhoenders voor.

Op de Wullenberg, het zuidelijk deel van de Holterberg, ligt het Natuurmuseum Holterberg waar je een aantal diorama’s kan bekijken. Ze zijn niet allemaal even geslaagd maar wel mooi (en zeker de moeite om met kinderen te doen).

Van het museum zijn we dan te voet naar het nabijgelegen Holten Canadian War Cemetery gewandeld. Daar liggen 1.394 soldaten begraven waarvan 1.355 Canadezen. Er liggen ook 36 Britten, 2 Australiërs en 1 Belg.

Omdat de weg terug naar de parking flink omhoog liep heb ik die alleen afgewerkt om daarna moeder met de auto op te pikken.

Kasteeltuinen Arcen

Het was nog eens tijd om voor enkele dagen op stap te gaan met ons moeder.

Ik koos deze keer voor Nederland met verblijf in de Landal Twenhaarsveld aan de rand van de Sallandse Heuvelrug en dichtbij de Hoge Veluwe.

Op deze eerste dag maakte ik een ommetje via Arcen om daar de Kasteeltuinen nog eens te bezoeken. “Nog eens” want we zijn daar al vaker geweest.

Maar het is toch elke keer weer anders. Dat gaat zo natuurlijk met tuinen. Niet alles staat op hetzelfde moment in bloei.

Op de locatie van het huidige kasteel stond eerdere bebouwing met de naam Den Kamp. Mogelijk stond er een 14e-eeuws kasteel Den Kamp dat in 1511 werd verwoest. Het zou echter ook kunnen gaan om een versterkte hoeve in plaats van een kasteel. In 1498 werd het namelijk ‘hoff op ten Kamp’ genoemd, in bezit van Wynand Schenck van Nydeggen, de heer van Arcen: een hof wijst doorgaans niet op een kasteel maar op een hoeve.

Nadat Den Kamp was verwoest, bouwde Reiner tussen 1511 en 1522 op dezelfde locatie een nieuw kasteel, dat het Nije Huys wordt genoemd. In 1536 erfde zijn zoon Dirk van Gelder het kasteel Nije Huys en de heerlijkheid Arcen.In 1646 werd het kasteel verwoest bij de belegering van Venlo.

De huidige voorburcht staat op de plek van de verwoeste voorganger en werd in 1653 gebouwd door Marcelis van Gelder, heer van Arcen. Zijn kleinzoon Adolf stichtte in het begin van de 18e eeuw het huidige hoofdgebouw.

De kasteeltuinen zijn na een faillissement in 2012 weer onder de verantwoording gekomen van de eigenaresse van het hele Landgoed Arcen, Stichting het Limburgs Landschap. Limburgs Landschap nam het park weer over en vanaf 26 april 2013 is het park weer open voor publiek. (bron : wikipedia)

Floralia Brussels

Het Paasweekend en de Paasvakantie zijn voorbij en dan is het voor mij tijd om een snipperdagje te nemen.

Over het Paasweekend zelf kan ik kort zijn : winkelen en  gazon afrijden op Goede

Vrijdag, moeder naar het kaartspel brengen op Stille Zaterdag, Paaswandeling en “Paaschinees” op Paaszondag en naar de stockverkoop van Schoenen Torfs op Paasmaandag.

Vandaag dus een snipperdag om de verplaatsing te maken naar het Kasteel van Groot Bijgaarden zodat moeder van Floralia Brussels kan genieten. Dat doen we nu al enkele jaren.

Het kasteel werd gebouwd door de heren van Bijgaarden. De die opduikt is ene Amelricus die in 1110 het domein verkreeg van de Sint-Baafsabdij. Een opvolger Arnulfus III gaf waarschijnlijk opdracht om de eerste burcht te bouwen, een mottekasteel dat de zuidelijke landerijen moest beschermen. Begin veertiende eeuw stierf het geslacht uit met een dubbel gekruist huwelijk: Floris en Katharina van Bijgaarden trouwden met Katharina en Willem II Veele, genaamd Rongman.

Met hun kinderen, die in 1347 de bezittingen verdeelden, kwam de heerlijkheid in handen van een nieuw huis. Een nakomeling, Willem IV Rongman, was schepen van Brussel (1418).

In 1486 verwierf Willem Estor het kasteel en de Bijgaardse heerlijkheid. Jan Estor en zijn moeder Margriete van Baenst flirtten met het protestantisme onder invloed van hun vertrouweling Antonio de Laymant. Nadat ze in het voorjaar van 1546 in het vizier van de autoriteiten waren gekomen, escaleerde de situatie met Kerstdag door onbehoorlijk gedrag in de parochiekerk. Baljuw Guillaume le Tourneur kwam moeder en zoon met 30 soldaten belegeren in hun kasteel. Na 36 uur stond de donjon in brand en gaven beiden zich over. Er volgde een lang proces waarin hun verdediging niet mocht baten: ze werden in januari 1548 onthoofd op de binnenplaats van het Kasteel van Vilvoorde en hun goederen werden verbeurd verklaard.

 Gaspard II Schetz, de machtige financier en heer van Grobbendonk, kocht Groot-Bijgaarden in 1549 voor 17.800 pond en verkocht het zes jaar later door aan Laurens Longin van Lembeek.

Ferdinand van Booischot kocht het kasteel in 1634 en transformeerde het op vijftien jaar tijd tot zijn huidige aanzicht. Hij liet onder meer de kapel aanbouwen. In de 18e eeuw viel het kasteel toe aan Helena van Booischot. Ze huwde met Karel Ferdinand, graaf van Königsegg-Rothenfels en regent-interimair der Nederlanden. Ter gelegenheid van dit huwelijk verhief keizerin Maria-Theresia de heerlijkheid Groot-Bijgaarden tot markiezaat onder de naam Booischot.

Het kasteel is omgeven door een slotgracht, die wordt overspannen door een brug met 5 bogen tot aan de ophaalbrug. Het centrale gedeelte van het poortgebouw dateert uit de 14e eeuw. Een toren van vier verdiepingen, 30 meter hoog, uit 1347 staat naast dit poortgebouw.

Nadat het kasteel sterk was vervallen, begon men in 1902 met een dertig jaar durende renovatie. Het was Raymond Pelgrims de Bigard die het kasteel van de ondergang redde, zijn nakomelingen zetten zijn werk verder. (bron : Wikipedia)

Al 22 jaar worden er in de lente meer dan een miljoen bloembollen in de grond gestopt, vooral tulpen. En sinds een paar jaar breng ik ze tijdens de periode een bezoekje.

Het is ook wel elke zeker het bezoek waard ook al heb je altijd maar dan ook altijd file onderweg. Bezoeken kan nog tot en met 4 mei.

Lierse Vesten

Ook vandaag waren we nog een beetje in vakantiemodus al was het weer totaal anders dan gisteren.

Weg blauwe hemel met zon en zomerse temperaturen, welkom grijze donkere wolken met tien graden minder.

Het weer nodigde niet uit om te fietsen maar wandelen kon natuurlijk wel. Om het één met het ander te combineren trokken we naar Lier. Daar is het altijd mooi wandelen en er was bovendien een rommel- en brocantemarkt op de Markt.

We lieten de auto achter aan CC De Mol en vertrokken via de Leuvensevest en de Sionsvest naar het Spuihuis. Dan ging het verder via de Spuivest en de Bergmannvest (Tony’s Vest). Deze vest werd genoemd naar Anton Bergmann, advocaat, letterkundige en eerste voorzitter van het Lierse Willemsfonds.

In plaats van de vesten te volgen en via de Davidsvest (genoemd naar Kanunnik J.B. David) en de Begijnevest terug naar de auto te stappen, namen we de Antwerpsestraat richting Grote Markt om een koffietje te drinken en natuurlijk ook om de rommel/brocantemarkt te bezoeken. Die markt leverde twee stripverhalen op waarvan eentje van GOT, het pseudoniem van Gommaar Timmermans. In Lier een stripverhaal kopen van een Lierenaar … het heeft wel iets.

Toen we uiteindelijk terug aan de auto stonden er 5 km op de teller.

Enkele foto’s:

Duffel

Voor de vrijdagse wandeling trokken we vandaag naar Duffel.

Eerst even een hapje in de Lierse Lunch Garden en dan verder naar buurgemeente Duffel waar we de auto achterlieten op de parking aan de Politie.

Via het jaagpad naast de Nete bereikten we Kasteel Ter Elst, dat helaas volledig in de stijgers staat.

Dat kasteel is een van de oudste gebouwen van de provincie Antwerpen. Tot nu toe bekend, is de oudste verwijzing naar Kasteel ter Elst te vinden in een in de 12de eeuw geschreven bron. In die tijd was het kasteel eigendom van de gebroeders Hildincshusen. Van 1356 tot de Franse Revolutie in 1789 was het kasteel in bezit van de Abdij van Tongerlo en werd bewoond door de rentmeester. Ook werd het gebruikt als verblijfplaats voor mensen van adel. In 1584 brandde het kasteel af waarna het werd heropgebouwd. Een eeuw later, rond eind 16de eeuw was het een pastorie. Volgens 17e- en 18e-eeuwse tekeningen was Kasteel ter Elst een omvangrijk gebouw, omgeven door slotgrachten en tuinen. In 1799 werd het kasteel verkocht aan Louis Hermans die drie van de vier hoofdgebouwen van het complex liet slopen en het vleugelgedeelte met de torens liet restaureren. Steenbakkerij Ter Elst werd in de buurt van het kasteel opgericht in 1879 door C. Funcke. Tijdens de Eerste Wereldoorlog liep het kasteel zware schade op, en mede vanwege de concurrentie van de Kempische steenbakkerijen werd het kasteel een ruïne.(Bron Wikipedia)

Van Ter Elst ging het door het Muggenbergpark terug naar de auto.

Het Muggenbergpark, gelegen aan de Hondiuslaan, dankt zijn naam aan het kasteel van Muggenberg, dat zich op deze plaats bevond. Wanneer deze ‘berg’ of ‘burcht’ precies gebouwd werd, is niet bekend. Wel weten we dat ze in de 14de eeuw al bewoond was. In de 15de eeuw werd het kasteeldomein eigendom van de familie Van Merode, heren van Duffel. Zij legden er dreven, boomgaarden, vijvers …. aan. Vanaf de 18de eeuw specialiseerde de eigenaar zich in de teelt van nieuwe peersoorten. Je vindt dit park aan de Hondiuslaan. (bron : Website Gemeente Duffel)

Enkele foto’s