Bokrijk

Eindelijk is het zover, de zomervakantie is voorbij en dan is het dus tijd voor “onze” vakantie. Maar vóór die begint ben ik nog even met moeder op stap geweest. We kozen als bestemming Bokrijk.

Op 21 maart 1938 werd Bokrijk door de provincie Limburg verworven. Promotor voor deze aankoop was de toenmalige provinciegouverneur Hubert Verwilghen. Hij koesterde het idee om een cultuur- en natuurproject met elkaar te verbinden. De visie Verwilghen kreeg pas vele jaren later concrete invulling. Gouverneur Louis Roppe wordt onder andere door contacten met antropoloog Paul Lindemans voorstander van het idee van een openluchtmuseum. Op 6 oktober 1953 besloot de deputatie van de provincie Limburg onder impuls van de gouverneur om in Bokrijk een openluchtmuseum op te richten. In 1954 wordt het museum officieel opgericht door onder anderen Jozef Weyns en Paul Lindemans.

Met de naoorlogse industriële versnelling en de toenemende welvaart in de vijftiger jaren dreigde het Vlaamse woonlandschap in korte tijd verloren te gaan. Men wilde met het museum verhinderen dat gebouwen met culturele of historische waarde definitief zouden verdwijnen. Jozef Weyns werd aangesteld als coördinator van het project en was de eerste conservator van het openluchtmuseum.

Het openluchtmuseum van Bokrijk werd op 12 april 1958 officieel geopend. Een honderdveertigtal gebouwen vormen de kern van de erfgoedcollectie. Naast deze gebouwen bestaat de collectie verder uit gereedschappen en alledaagse gebruiksvoorwerpen. In het totaal omvat dit 30 000 stukken kwetsbaar erfgoed en getuigen van het dagelijkse leven van de 17e eeuw tot 1950.

Het openluchtmuseum telt 140 historische gebouwen. De kleinere constructies zoals bakovens of rennen voor pluimvee zijn dan niet meegerekend.(bron : Wikipedia)

Voor ons was de Breugelhoeve uit Vorselaar uiteraard het hoogtepunt. Zelf heb ik ze nooit weten staan aangezien ze in 1962 werd verplaatst maar moeder kende ze wel.

Er waren trouwens bijzonder veel schoolgroepen in het domein. Echt rustig was het dan ook niet.

Insecten op de muur en in de natuur

De weersvoorspellingen leken ons te onbetrouwbaar om een fietstochtje te ondernemen en daarom deden we de wandelschoenen nog eens aan.

Vertrekpunt van onze wandeling was de kerk van Bonheiden. Daar vertrekt immers de “blauwe wandeling” van Natuurpunt naar Mispeldonk. Niet de eerste keer dat we die wandeling maken maar ze is tegenwoordig net iets leuker geworden.

Dat is te danken aan graffiti-artiest DZIA die de saaie grijze muur van het domein van het Imelda ziekenhuis heeft verfraaid met kleurrijke insecten. Dit in het kader van Animalinas. Hier in de buurt kan je veel van zijn tekeningen terugvinden.

Mispeldonk is een natuurgebied ten zuiden van Bonheiden, tussen de Boeimeer en de Dijle. Het gebied is voor het grootste deel eigendom van Natuurpunt en sluit aan bij het Mechels Broek en Cassenbroek. Samen vormen ze een nagenoeg aaneengesloten natuurgebied.

Het gebied bevat verschillende soorten landschappen: van schrale graslanden, hooiweiden met houtkanten, vochtige loofbosjes tot herstelde heidegebiedjes.

Het landschap kreeg vorm op het einde van de laatste ijstijd, zo’n 10 000 jaar geleden. De Mispeldonkhoeve die haar naam gaf aan het gebied, werd reeds vermeld in 1330. (Bron: Wikipedia)

Wat we veel gezien hebben zijn de nesten van Galwespen.

Galwespen zijn een groep vliesvleugelige insecten, die met een lange legboor hun eitjes in planten leggen, waarna gallen ontstaan. De bekendste soort is de eikengalwesp die op de onderkant van eikenbladeren 3 centimeter grote gele tot rode galappels veroorzaakt. Daarnaast zijn op de onderkant van de eikenbladeren in de herfst platronde bolletjes te zien van de vrouwelijke lensgal die makkelijk loslaten. Vaak is de grond ermee bezaaid. In deze bolletjes overwintert de larve. In mei komen van dezelfde galwesp zowel op de jonge bladeren als op de bloemsteeltjes besgalletjes voor. (Bron: Wikipedia)

Wij zagen vandaag enkele nestjes van de Knikkergalwesp maar vooral van de Ananasgalwesp.

De wandeling:

De insecten op de muur:

Enkele foto’s van Mispeldonk (met de Knikkergalwesp en de Ananasgalwesp)

In de Stille Kempen …

Het is hier even stil geweest …

’t Is niet dat we niets gedaan hebben maar de inspiratie om een blogje te schrijven was er even niet.

Dat zal wel veranderen wanneer we (eindelijk) aan onze vakantie kunnen beginnen. Nog een weekje werken en het is zover.

Vandaag was ik alvast een beetje in vakantiestemming. Na twee vrijdagen in Peulis te hebben gezeten was er vandaag terug ruimte om nog eens met moeder op stap te gaan.

We kozen voor Kessel. Die zou er, in deze tijd van het jaar, immers heel mooi moeten bijliggen. En ja hoor, het was gelukkkig zo. Zelden heb ik ze zo purper gezien als vandaag. En omdat we iets vroeger dan normaal vertrokken zijn hebben we ook geen last gehad van de regen.

De Kesselse Heide maakte deel uit van de grote Kempense heidevlakten. Tijdens de laatste ijstijd – rond 70.000 à 10.000 voor Christus – werden de Kempen bedekt met hele pakken zand. Het fijne zand (löss) werd weggewaaid en vormde stuifduinen, waarvan er nog restanten liggen op het domein. Het grovere dekzand bleef er lange tijd dor liggen. Na deze ijstijd – rond 10.000 à 3.800 voor Christus – werd het warmer en ontstonden eikenberkenbossen, met grove den en berk. Daarna begon de mens delen bos te kappen of afbranden voor landbouwgrond. Wanneer de grond uitgeput was, bleven open plekken schrale grond achter. Deze waren ideaal voor de heidegroei. Bovendien werden er schapen geteeld voor de lakennijverheid en deze hielpen mee de heidevlakte in stand te houden door jonge boomscheutjes af te grazen.

Tijdens de Franse Revolutie werd de Kesselse Heide verkocht en later herbebost met grove den, die kon gebruikt worden voor de mijnbouw.

Voor de Eerste Wereldoorlog werd de fortengordel rond Antwerpen afgewerkt. In 1912 was het Fort van Kessel klaar en in 1913 het Fort van Broechem. Om het zicht tussen deze forten vrij te houden, werden alle bomen gekapt. Op de Kesselse Heide bleef slechts één boom staan: deze gaf de grens aan tussen Kessel en Nijlen. De familie Pouppez-de-Kettenis, die eigenaar was van de Kesselse Heide, liet het domein herbebossen vanaf 1920. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de bomen opnieuw gekapt, deels door soldaten en deels door de bevolking als brandstof. Alleen dezelfde ene boom bleef weer staan, tot ook deze in 1943 verdween. Na de oorlog groeide het bos terug.

De gemeente Kessel beheerde de Kesselse Heide vanaf 1972: de gemeente hield er toezicht en ruimde het domein op. Bij Koninklijk Besluit van 5 augustus 1976 werd het domein tot natuurgebied verklaard en in 1978 werd het gekocht door de provincie Antwerpen. In 1981 kocht de gemeente Nijlen het 7 ha grote natuurgebied “Hoogbos” aan en gaf dit in 2005 in beheer aan de provincie. (Bron: Wikipedia)

Op zoek naar De Feniks

Sinds 2 augustus staat er een feniks in Rillaar en die wilden we toch wel eens graag zien. De Feniks is een kunstwerk van Wilfried De Cock. Niet zo ver van de feniks staat een ander kunstwerk van hem : de Homo Natura. Die is, met de fiets, iets vlotter bereikbaar.

Wij kozen voor Scherpenheuvel als vertrekplaats en volgden deze knooppunten : 93 – 59 – 57 – 81 – 56 – 80 – 19 – 48 – 13 – 14 – 10 – 15 – 51 – 3 – 2 – 1 – 94 – 55 – 93.

De Homo Natura kom je tegen tussen knooppunten 3 en 2. Voor de Feniks moet je even voorbij knooppunt 2 links het bos in (maar Wilfried heeft een wegwijzertje gehangen!). Het is niet het best berijdbare spoor maar het gaat wel.

Na het vertrek in Scherpenheuvel volg je “het boemelke”, de oude spoorweg die Scherpenheuvel met Zichem verbond. Je passeert daar ook de Maagdentoren in Zichem. De Maagdentoren is een donjon, een versterkte toren uit de 14e eeuw van 26 meter hoog, met een doormeter van 15 meter en met muren van meer dan 4 meter dik. De toren wordt ook Markentoren, Lanteerntoren of Vat van Zichem genoemd.

Na een smakelijke lunch in Brasserie ’t Sant in Langdorp ging het verder naar Aarschot waar de de oever van de Demer volgden tot in Langdorp om dan, na het bezoek aan de twee kunstwerken, terug naar een druk Scherpenheuvel fietsten.

De tocht:

De foto’s (klik op de foto’s om te vergroten)

Festivalspieren

Zo’n festivaldag verwerken gaat tegenwoordig toch een stuk lastiger dan vroeger.

Wij hebben het vandaag gedaan door een korte fietstocht langs de Dijle.

Als vertrekpunt kozen we knooppunt 44 aan het Kasteel van Zellaer. Via punten 99 – 57 – 64 – 73 – 70 en 46 kom je dan terug aan het kasteel uit. Een kleine 20km maar meer moest het vandaag niet zijn.

Je krijgt in ruil wel een rustige fietstocht voornamelijk langs de Dijle. Heel aangenaam en rustig fietsen.

Enkele foto’s (klik op de foto om te vergroten)

Home Alone

Conny is op fietsweekend met de vriendinnen dus moest ik me gisteren en vandaag op mijn eentje zien te amuseren.

Gisteren met de fiets van Peulis naar Aarschot gereden om daar naar de rommelmarkt te gaan. Eigenlijk ging dat heel vlot. In Rijmenam het jaagpad genomen en dat gewoon blijven volgen tot in Aarschot. In Werchter aan de brug wel even “van kant” gewisseld. De rommelmarkt zelf was groot, vergelijkbaar met die van Boortmeerbeek op 15 augustus en ik heb er ook een mooi stapeltje strips op de kop weten te tikken voor een heel schappelijk prijsje. Op de terugweg was het in Werchter wel wat drukken. Ik was vergeten dat het Werchter Boutique was.

En vandaag heb ik nog eens een wandeling gedaan : de Appoloniawandeling in Peulis. Deze wandeling vertrekt aan de kerk en is heel goed afgepijld. Je passeert onder andere in de Peultebossen.

In de 16e eeuw maakte dit bos al deel uit van het Grote Waverwoud, het grote jachtgebied van Keizer Karel V toen hij nog in Mechelen woonde bij zijn tante Margaretha van Oostenrijk. Het is een moerassig bos maar daar was nu nog weinig van te zien. Het zou dringend eens flink moeten regenen 😉.

De Heilige Appolonia is trouwens één van de twee patroonheiligen van Parochie Peulis.

Apollonia van Alexandrië († 249) was een heilige en martelares uit Egypte.

Over haar leven is heel wat onzeker. Volgens de overlevering kreeg haar moeder haar na een vurig gebed tot de Maria, leefde ze in de 3e eeuw en werd ze gevangengenomen in het jaar 249 tijdens de christenvervolgingen door de heidenen ten tijde van de Romeinse soldatenkeizer Decius, omdat ze haar geloof niet wilde afzweren.

Ze moet toen omstreeks 50 jaar oud zijn geweest. In dit jaar werd het duizendjarig bestaan van het Romeinse Rijk gevierd, wat een heropleving van de verering van de Romeinse goden met zich meebracht. De christenen hielden zich hiervan afzijdig, wat aanleiding gaf tot rellen, onrust en vervolging. Ze werd vreselijk gefolterd en bisschop Dionysius beweerde dat men bij haar alle tanden uit de mond heeft getrokken en haar kaakbeen verbrijzeld. Hierna zou ze levend verbrand worden maar, toen haar bewakers niet opletten, sprong ze zelf in het vuur.

De heilige Apollonia wordt vaak afgebeeld met een tang in de ene en een palmtak van de martelaren in de andere hand. In de tang zit vaak een tand of kies. Ze wordt aangeroepen bij kiespijn en is ook de patrones van de tandartsen en tandtechnici. (Bron Wikipedia)

De wandeling:

Enkele foto’s (klik op de foto om een grotere versie te zien)

Back to business

Twee weken vakantie, dat vliegt voorbij.

In de tweede week van onze vakantie werd er vooral in de tuin gewerkt. Gras maaien, onkruid wieden, ander gras maaien, nog meer onkruid wieden …

Om onze vakantie toch nog leuk af te sluiten zijn we gisteren nog eens naar het Zennegat gefietst. Het terras van het cafeetje daar is helemaal vernieuwd en dat wilden we wel eens proberen.

Helaas hadden enkele malloten het hek van een wei geopend waardoor er een tiental koeien waren ontsnapt. Die zaten vast in de modder aan het Zennegat en wij mochten niet door van de Politie. We zijn dan maar iets gaan drinken in Den Batteliek.

De fietstocht:

Enkele foto’s (klik op de foto om te vergroten)

Varen op de Saar

Wat doe je op een tropische dag als vandaag die bovendien de laatste dag in Saarburg is? Fietsen of wandelen is geen optie. Maar bootjevaren wel.

Wij dus (met de auto) de Warsberg afgedaald en naar de Alte Stadt gewandeld om een tochtje op de Saar te gaan doen.

De Saar is 246km lang en begint in de Vogezen. De eerste 126 km stroomt ze door Frankrijk, de volgende 120 km door Duitsland.

De rivier stroomt door de Elzas, door Lotharingen en door Saarland, de Duitse deelstaat die naar de rivier is genoemd. Hier bevinden zich belangrijke industriesteden (kolen, ijzer en staal), die hebben geprofiteerd van hun ligging aan de rivier, waarlangs de producten konden worden afgevoerd. Saarbrücken is van deze steden de belangrijkste.

De Saar scheidt stroomafwaarts van Saarland de Saargau op de linkeroever van de Hunsrück op de rechteroever. De benedenloop maakt deel uit van een belangrijk wijngebied: de Mosel.

De monding in de Moezel bevindt zich bij Konz, westelijk van Trier, in de deelstaat Rijnland-Palts. (bron: Wikipedia)

Het verfrissende windje aan boord deed deugd. En je hebt ook ineens een ander zicht op de streek.

Na afloop ging het terug met de auto de Warsberg op. Twee keer met de fiets deze week was genoeg. Al hebben we vandaag ook geleerd dat je fietsen ook kan meenemen met de stoeltjeslift. Jammer dat we dat nu pas te weten gekomen zijn. Alhoewel, je krijgt mij voor geen geld in zo’n stoeltjeslift dus veel hadden we aan de kennis niet gehad 😉.

Het andere Saarburg

Met temperaturen die rond de 30°C draaien leek het ons geen goed idee om vandaag te gaan fietsen. Dan zouden we beter Saarburg nog wat beter leren kennen.

We hebben eerder deze week weliswaar de waterval al bezocht maar Saarburg heeft nog meer te bieden. Een kleine Nederlandstalige folder die we bij het TouristInfo hadden gehaald heeft ons daarbij geholpen.

Het valt dan op dat het in de buurt van de waterval behoorlijk druk is maar dat je op andere plekjes in de stad nagenoeg alleen bent. De mensen weten niet wat ze missen.

Zo bezochten we de Kunotoren, de grootste bewaard gebleven verdedigingstoren van de oude stadsmuur. Van daaruit heb je ook een mooi zicht op de Koutentoren, de protestantse kerk en de Burcht.

Via Staden (niet dat van Sint Truiden) wandelden we naar de Kulturgieβerei.

Dat is de vroegere klokkengieterij Mabilon. De geschiedenis van het familiebedrijf gaat terug tot 1590 maar het was Urbain Mabilon van die zich in 1770 definitief vestigde in Saarburg. Hij trouwde er een lokaal meisje.

In ruil voor drie klokken mocht hij zijn werkplaats bouwen net buiten de stadsmuren (voor de brandveiligheid). Die stadsmuur is nog steeds zichtbaar in de werkplaats.

Tot 2002 werden er nog klokken gegoten in Saarburg. Toen besloot de laatste telg van de familie, Wolfgang Hausen-Mabilon, het bedrijf te beëindigen wegens gebrek van een opvolger. Nu is het dus een museum. Alles werd trouwens met de hand gedaan, zelfs in moderne tijden kwam er geen computer bij kijken.

Je kan het museum bezoeken met een Nederlandstalige audiogids die je veel informatie geeft (misschien zelfs teveel).

In België hangen er in de Abdij van Chevetogne drie Saarburgse klokken in de Latijnse klokkentoren.

Fietsen door de wijnranken

Voor onze vierde fietsdag gingen de fietsen weer op de auto. Deze keer wel voor een iets verdere verplaatsing dan gisteren.

Het vertrek van de tocht die ik had gevonden was immers in Bernkastel-Kues. Een stadje dat ons niet onbekend is aangezien we hier in september van 2019 al eens een wandelvakantie hadden doorgebracht.

Vanop de grote Moselparking fietsten we via het fietspad naast de Moezel richting Wittrich. Overal waar je hier kijkt zie je wijngaarden. Soms vraag je je wel af hoe sommige van die wijngaarden kunnen bereiken.

Het was wel drukker dan de afgelopen dagen maar misschien hadden de feestdagen er iets mee te maken. Gisteren was het hier in de streek immers Sacramentsdag en dat wordt gevierd op de tweede donderdag na Pinksteren. En in Luxemburg verjaart maandag de Groothertog dus daar hebben ze ook vakantie.

De terugweg was iets minder mooi vond ik. De maker van de route maakte soms rare kronkels (waaronder eentje op een paadje van ongeveer een meter breed dat steil omhoog ging en dat wij links hebben laten liggen). Soms moesten we ook op de “gewone weg” fietsen en dat is met de auto vaak geen pretje maar met de fiets bolde het helemaal niet.

Afin, na bijna 35 km stonden we terug in Bernkastel. Tijd om iets te gaan eten. Bernkastel was gezellig druk maar, zover we het ons herinneren, minder druk dan bij ons vorige bezoek.

Het historische centrum van Bernkastel telt vele vakwerkhuizen. Het renaissancestadhuis dateert uit 1608. Boven Bernkastel verheft zich de ruïne Burg Landshut, een voormalige zomerresidentie van de Trierse aartsbisschoppen. Op de plek van het kasteel bevond zich in de Romeinse tijd een versterking.

Aan de oever van de Moezel in Kues staat het laatgotische St. Nikolaus-Hospital, of Cusanusstift.

Toen we terug aan onze bungalow waren zat ons “waakhond” ons al op te wachten:

De fietstocht:

Enkele foto’s