Duitse Bezetting

De dag begon zonnig vandaag.

Veel zou er niet gefietst worden want op ons programma stonden twee zaken die vlakbij waren.

Onze eerste stop was Holgangsanlage 8 (Ho8), het voormalige ondergrondse Duitse Hospitaal, ondertussen beter bekend als de Jersey War Tunnels.

Jersey is van 1 juli 1940 tot 9 mei 1945 immers bezet geweest door de Duitsers. Churchill wilde het aanvankelijk wel beschermen maar zijn generaals hebben hem van het tegenovergestelde kunnen overtuigen.

Het complex is onder onmenselijke omstandigheden aangelegd door buitenlandse dwangarbeiders tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog onder leiding van de Organisation Todt. Vele dwangarbeiders stierven door honger, uitputting of vallend gesteente. Aan het eind van de oorlog was het gangenstelsel nog niet voltooid. Onder de slachtoffers ook 2 Belgen.

Het is indrukwekkend om te zien en zeker een bezoek waard. In de tunnels wordt ook een beeld geschetst van het leven onder Duitse bezetting. Zo moesten ze ineens hun klok een uur terugzetten en moesten ze ook rechts rijden.

Voor de Duitsers daar waren zijn er wel een 25.000 inwoners geëvacueerd naar (Noord) Engeland. Sommigen hebben zich op de kade nog bedacht. Engeland werd immers gebombardeerd en Jersey niet. Toen ze terug thuiskwamen van de haven moesten ze soms wel vaststellen dat hun huis volledig leeggeroofd was door “blijvers”.

Aan de inkom krijg je ook een paspoort mee. Ergens in de tunnel kan je dan terugvinden wie je bent en wat je gedaan hebt tijdens de oorlog.

Na de Jersey War Tunnels was het een korte tocht naar Elisabeth Castle.

Het kasteel ligt op een rotseiland in de baai van Saint Helier, L’Islet genoemd. Bij eb is het kasteel gemakkelijk via de zeebodem te bereiken. Daartoe is er zelfs een pad van 800 meter lang aangelegd. Bij vloed stroomt dit pad geheel onder. Het kasteel is dan alleen bereikbaar met een puddleduck, al varen die soms ook niet uit door de weerstomstandigheden.

Geschreven bronnen met informatie over deze plek bestaan sinds ongeveer 550. Vanaf deze datum tot 1550 was het een religieuze plaats die in verband wordt gebracht met de heilige Sint Helier. De religieuze functie verviel vanaf het moment dat Jersey protestant werd tijdens de reformatie.

Oorspronkelijk bestond het eiland waar het kasteel op ligt uit twee kleinere eilanden. Het verst van de kust lag de heremiet van Sint Helier. Dichterbij lag een klooster.

Vervolgens had het 400 jaar lang een militaire functie. Het andere belangrijke kasteel op Jersey, Mont Orgueil Castle, was verouderd omdat kanonnen een steeds groter bereik kregen. Er was een nieuw kasteel nodig, dat ver van alle opstelplaatsen van kanonnen moest komen te staan. Met de bouw werd begonnen tijdens de regering van koning Eduard VI van Engeland, toen als eerste een kanon-platform werd gebouwd. Zijn zuster, Elizabeth I van Engeland stuurde haar militaire ingenieur, Paul Ivy om het kasteel te ontwerpen en bouwen. Sir Walter Ralegh, gouverneur van Jersey, noemde het kasteel Fort Isabella Bellissima – de mooiste Elisabeth – naar deze koningin.

In de 16e en 17e eeuw groeide het kasteel. Bij het beleg van het kasteel in 1651 waren er meer dan 15 kanonnen. In 1783 waren er 84, waarvan de grootste 24-ponders waren. In 1804 waren er 62 kanonnen, waaronder 5 enorme 68-ponders.

De moeilijke bereikbaarheid van het kasteel (10 uur per etmaal is het pad naar het kasteel onder water) werd oorspronkelijk als een groot voordeel gezien. Toen de Fransen in 1781 echter tijdens de Slag om Jersey landden bij La Rocque en naar Saint Helier marcheerden konden ze de stad makkelijk innemen. De soldaten zaten immers vast op het kasteel. Om die reden werd daarna nog een extra fort op het vasteland gebouwd om Saint Helier te beschermen, Fort Regent.

In Elizabeth Castle was een garnizoen gelegerd tot 1923. Toen werd het verkocht aan de States of Jersey. Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog kreeg het kasteel zijn militaire functie kort terug. De toen gebouwde bunker is nog op het kasteel te zien. In deze periode diende het kasteel ook als strafkamp voor Russische slavenarbeiders die hadden geprobeerd te ontsnappen van de andere kampen op het eiland. (Bron : Wikipedia)

Ook dit bezoek was de moeite waard.

Alleen het weer was vandaag soms een beetje de spelbreker. Het ene moment was het zomer, dan een halfuurtje herfst, dan terug zomer …

Ook voor morgen ziet het er niet veelbelovend uit: regen (niet extreem veel maar wel heel de dag) en wind (windkracht 5). Dat wordt waarschijnlijk een dagje Saint Helier.

De foto’s van de Jersey War Tunnels:

De foto’s van Elisabeth Castle:

Het fietstochtje

Bergrit naar Mont Orgeuil

Zo zonnig als het gisteren was, zo grijs was het vanochtend.

Maar de dag begon alvast droog dus klagen deden we niet.

We vertrokken bergaf naar St Helier centrum om dan langs de kust richting de baai van Grouville.

Onderweg maakten we een tussenstop aan Samares Manor waar de Botanic Gardens zijn. Een mooie tuin of een arboretum laten we zelden links liggen.

Er is onder andere een landhuis, een duiventil uit de 11e eeuw, een kruidentuin en een Japanse tuin te bewonderen. De naam is afgeleid van salse marais wat zoutwatermoeras betekent.

Daarna ging het verder richting Mont Orgeuil Castle.

Orgueil is een Frans woord dat trots betekent. Zo betekent de naam van het kasteel de trotse berg. In het Jèrriais wordt het kasteel lé Vièr Châté (het oude kasteel) genoemd. Vraag me niet hoe je dat moet uitspreken.

Het kasteel ligt op een hoge rotsheuvel in Gorey (Jersey) (Grouville) en heeft zicht op de haven van Gorey. In het verleden beveiligde het kasteel dan ook deze havenplaats.

In tegenstelling tot Elizabeth Castle ligt Gorey Castle aan het eiland vast. Het kasteel kan dan ook vanaf het land beschoten worden. Om het kasteel in landrichting te beschermen tegen kanonschoten is er een vreemde, ovale, uitbouw aan het kasteel gemaakt, die eigenlijk alleen uit muur bestaat. Toch verloor het kasteel zijn functie doordat het te beschieten was. Sir Walter Raleigh ontfermde zich rond 1600 over het kasteel zodat het behouden bleef. Het plan bestond om het kasteel af te breken om de oude stenen opnieuw te gebruiken. Raleigh stelde: “‘twere pity to cast it down” (‘tzou jammer zijn het neder te werpen)

Het kasteel is oorspronkelijk echter gericht op Frankrijk. Vanaf 1204 veranderden de Kanaaleilanden van een vredig oord in een brandpunt van de strijd tussen Engeland en Frankrijk. Het fort Mont Orgueil werd rond die tijd gebouwd om dienst te doen als militaire basis. Het ligt dan ook in het midden van de oostkust van Jersey.

In het begin van de eenentwintigste eeuw werd het kasteel gedurende 5 jaar gerestaureerd. In die periode was het kasteel gesloten voor het publiek. Sinds de restauratie is er op diverse locaties moderne kunst in het kasteel tentoongesteld, waarmee in alle gevallen verwezen wordt naar de geschiedenis van Jersey of het kasteel zelf. (Bron : Wikipedia)

Het was de bedoeling van nog verder naar het noorden te fietsen maar omdat het begon te regenen zijn we maar terug naar ons appartementje gefietst. Dat was trouwens niet zo simpel. Jersey heeft behoorlijk wat kuitenbijters. Gelukkig bestaat er zoiets als “sport” en “turbo” op een elektrische fiets 😉

De fietstocht

Foto’s Botanic Gardens

Foto’s Mont Orgeuil Castle (en de tocht naar daar)

La Corbière

Verschrikkelijk vroeg was het vanochtend toen de wekker afliep … nog geen half zes.

Daar was wel een goede reden voor. De ferry van CondorFerries naar Jersey vertrok al om 8u en er werd gevraagd/aangeraden om toch anderhalf uur op voorhand daar te zijn. Om half zeven zaten we dan ook al op de fiets om de anderhalve kilometer van het hotel naar de haven af te leggen.

De overtocht ging snel en comfortabel en om twintig over acht (plaatstelijke tijd) meerden we al aan. Nog even door de paspoortcontrole en de vakantie kon echt beginnen.

We gingen maar direct op pad. Ik had een fietstochtje uitgestippeld die ons naar de Corbière Walk zou brengen. Dat is een wandel- en fietspad op de oude treinbedding van Saint Aubin naar Corbière. Heel aangenaam fietsen trouwens.

Tussen 1873 en 1929 reed daar een nog een trein. Nu rijdt er nog wel een “toeristentreintje” op het fietspad tussen Saint Aubin en Saint Hellier maar een echte trein rijdt er dus niet meer.

In Corbière bleven we de kust volgen tot we plots op een plek kwamen waar er met de fiets geen doorkomen aan was, toch zeker niet met twee elektrische fietsen die bovendien zwaar geladen zijn (uiteraard door de bagage, niet door de bestuurders 😉). Dan maar even een ommetje gemaakt dat weliswaar behoorlijk klimmen was maar daarna ook gezellig afdalen was.

Onderweg ook nog gestopt om een sierlijke kiekendief te bewonderen en om een lekkere bread roll with bacon, sausages & egg te verorberen.

Het was een mooie fietstocht maar toch ook wel lastig. Bijna zo lastig als het vinden van ons appartement. We stonden er letterlijk 10 meter voorbij maar we hadden ze gemist. Afin, het is ons toch gelukt en we zijn zelfs al boodschappen gaan doen.

Straks nog effe terug naar het centrum om iets te gaan eten. De afgelopen twee dagen zijn, mede door slecht slapen toch vrij vermoeiend geweest.

After Diner walk in Saint Malo

Na het avondeten hebben we gisteren nog een wandelingetje op de vestingmuren van de Intra Muros van Saint Malo gedaan.

De oudste nederzetting op het grondgebied van het huidige Saint-Malo was het Gallisch-Romeinse Alethum (Aleth), dat op het schiereiland Cité d’Aleth van het huidige stadsdeel Saint-Servan lag. In het midden van de 6e eeuw werd de Ierse monnik Machutus, Maclow of Maclou, later Malo tot bisschop van Aleth gekozen. Op het naburige rotseiland was er in de 6e eeuw een monnikengemeenschap onder leiding van Aaron.

Wegens de voortdurende invallen van de Noormannen, vluchtten de meeste inwoners van Aleth in de 9e eeuw naar het naburige rotseiland waar zich ook het graf van de bisschop, de Heilige Malo, bevond. Ze stichtten daar een nieuwe nederzetting. Aleth bleef weliswaar nog bewoond, maar in de 12e eeuw werd de nederzetting de zetel van de bisschop van Aleth, naar het rotseiland verplaatst, dat nu de naam Saint-Malo kreeg.

De ontdekking van Canada in 1534 door Jacques Cartier (1491-1557) gebeurde vanuit Saint-Malo. Deze ontdekking bracht veel voorspoed voor Saint-Malo, dat een bloeiende handel in beverpelzen zag ontstaan. In 1661 kwam hieraan een einde, toen de stad door een brand geheel werd verwoest. Om herhaling te voorkomen werd de stad onder Vauban volledig herbouwd in graniet. Vanaf de 16e eeuw deden de zeelieden van Saint-Malo aan zeeroverij en kaapvaart, die vooral en met veel succes op Engeland was gericht. Robert Surcouf (1773-1827) was de kaperkapitein bij uitstek voor Saint-Malo en voor de jonge Franse Republiek. Hij werd de eerste ereburger van zijn stad.

In de Tweede Wereldoorlog maakten Saint-Malo en Saint-Servan deel uit van het Duitse verdediging- en vestingsysteem dat zich van Cancale, aan de westkust van de baai van Mont Saint-Michel, tot aan de monding van de Frémur bij Saint-Briac-sur-Mer uitstrekte.

Na de landing van de geallieerden in Normandië op 6 juni 1944, werd het oude deel van Saint-Malo, de Intra-Muros, voor meer dan 80% verwoest. (Bron Wikipedia)

Eindelijk vakantie

Het heeft precies lang geduurd dit jaar maar eindelijk zijn we op vakantie vertrokken. De snipperdagen die we al opgenomen hebben dit jaar zijn allemaal opgegaan aan werken.

Maar vanochtend zijn we dan toch richting zuiden vertrokken. Eerste stopplaats is Saint Malo vanwaar we dan de oversteek maken naar Jersey.

De eerste dertig kilometer waren de lastigste. Bijna het volledige stuk van de Brusselse Ring dat we moesten doen hebben we in file gestaan. Eens die hindernis genomen ging het probleemloos verder over de Franse snelwegen. Af en toe eens moeten stoppen aan de péage en ook de nodige koffie- en rustpauzes genomen en rond 17u waren we in Saint Malo.

Hier laten we de auto op de parking staan en morgenvroeg nemen we dan met de fiets de ferry naar Saint Helier om een paar dagen het kanaaleiland te verkennen.

Post ophalen

Broer is weer een paar maanden onderweg met de fiets en dan ga ik wel eens kijken of er post is.

Nu woont broer wel eindje weg van de Kempen namelijk in de Westhoek en meer bepaald in Ieper.

Da’s een eindje rijden en dan probeer je dat te combineren met iets anders. Vandaag was dat “iets anders” een bezoekje aan het Deutscher Soldatenfriedhof in Vladslo  en Tyne Cot Cemetery in Passendale.

In Vladslo liggen 25.644 gesneuvelde soldaten waaronder ook Peter, de zoon van Käthe Kollwitz. Zij maakte de granieten beelden van het Treurend ouderpaar. Peter had vrijwillig dienst genomen als musketier en was op 23 oktober 1914 in het naburige Esen gesneuveld. Zijn graf ligt vlak voor het treurende ouderpaar. Het originele grafkruisje van Peter Kollwitz staat in het In Flanders Fields Museum.

In het beeldenpaar heeft Käthe Kollwitz een gebeiteld portret gemaakt van zichzelf en haar man Karl. De gescheiden beelden beleven hun verdriet elk voor zich. De knielende vader staart naar het graf van zijn zoon en heeft de armen voor de borst gekruist. De moeder is afgebeeld met gebogen hoofd en heeft haar hand in haar nek gelegd, alsof ze een kind wiegt. Er is geen spoor van trots over de gevallen held of dank voor het gebrachte offer. In hun rouw en gemis lijken de ouders zich vooral het verwijt te maken dat ze hun kind naar de oorlog hebben laten gaan. De nazi’s beschouwden de kunst van Käthe Kollwitz dan ook als “ontaard”.

Op Tyne Cot Cemetery vonden 20.326 soldaten hun laatste rustplaats. Er liggen meer gesneuvelden begraven dan op elke andere Britse militaire begraafplaats op het Europese vasteland.

Er liggen 8.963 Britten (waaronder 6.627 die niet geïdentificeerd konden worden), 1.369 Australiërs (waaronder 791 ongeïdentificeerde), 1.011 Canadezen (waaronder 560 niet-geïdentificeerde), 520 Nieuw-Zeelanders (waaronder 322 niet-geïdentificeerde), 90 Zuid-Afrikanen (waaronder 66 niet geïdentificeerde) en een geïdentificeerde en drie niet-geïdentificeerde Duitsers. Onder de geallieerde slachtoffers zijn ook een Zwitser, drie Japanners en zestien Amerikanen.

Teken van leven

Druk, druk, druk en werk, werk, werk en regen, regen, regen en geen zin om te bloggen.

Dat is zowat de samenvatting van de afgelopen weken.

Het is dus niet zo dat we de afgelopen weken niets hebben gedaan, in tegendeel, maar eigenlijk niets dat de moeite waard is om over te schrijven.

Vandaag was het weer dan gelukkig nog wel eens deftig genoeg om een fietstochtje te maken. We kozen voor een tochtje via de Nete naar het Zennegat. Op de terugweg zouden we dan een stop maken in Mechelen want daar was het “Riddermarkt”.

Viel dat even tegen zeg. Het begon al bij de lunch. Een half uur moeten wachten op een zielige bagel met een verwaarloosbaar slaatje, dat had veel beter gekund. Niet dat de meisjes van slechte wil waren of zo. Ze deden echt wel hun best. Ik denk gewoon dat ze onvoldoende opleiding hadden gekregen en aan hun lot werden overgelaten door een ongeïnteresseerde eigenaar.

En dan de “Riddermarkt met randanimatie” … Daar kunnen we ook heel kort over zijn. Dat stelde helemaal niets voor. Een paar kraampjes op de Markt, niet het vermelden waard, een troubadour, twee soldaten, een edelman en edelvrouw en een koppel dat er soms naast speelde op den Bruul.

Morgennamiddag trek ik terug naar Mechelen voor een teambuilding, hopelijk valt die beter mee. Dan gaan we Mechelen verkennen op een step.

Dat is trouwens het begin van de laatste week vóór we er even de blok op leggen om op vakantie te gaan. Het aftellen kan nu echt beginnen (al licht er voor ons beiden nog een stapel werk die weg moet).

Een impressie van de fietstocht: Knooppunten 44 – 12 – 43 – 91 – 56 – 55 – 51 – 52 – 94 – 97 – 57 – 64 – 46 (vertrek aan het Kasteel van Zellaer)

Verlengd weekend

Alweer een verlengd weekend achter de rug en alweer was het vrij goed gevuld.

De wandeling die in afgelopen vrijdag in Gestel had gepland met moeder viel bijna letterlijk in het water. Toen we van het pittoreske dorpsplein van Gestel naar de Nete wilden stappen versperden plassen en modder ons de weg. Op mijn eentje had ik er misschien nog wel doorgesparteld maar iemand van bijna 90 doe je dat niet aan.

Vrijdagavond gingen Conny en ik, voor de voorlaatste keer dit seizoen naar CC De Zwanenberg in Heist op den Berg. Daar waren te gast bij Arnout van den Bossche die ons ruim anderhalf uur op zijn typische wijze slimmer heeft gemaakt met betrekking tot coaches. Toch straf hoe een man een hele zaal weet te boeien met een eenvoudige flipchart.

Zaterdag was het dan weer tijd voor een dagje tuinonderhoud. Ik schat dat we nog zo’n 32 zaterdagen werk hebben en dat we dan eindelijk kunnen beginnen aan een nieuw jaar.

Gisteren was er wel tijd voor ontspanning. Eerst met een bezoekje aan Leuven voor een 3x3x3 wandeling van Lots of Leuven. Zij organiseren elke 3de zaterdag van de maand om 3 u in de namiddag een wandeling van 3 kwartier omtrent een bepaald stuk van Leuven. Gisteren was dat de Bondgenotenlaan, vroeger gekend als de Stoosestroot. Heel leuk, heel onderhoudend en heel zeker voor herhaling vatbaar.

’s Avonds zijn we dan nog even naar Mechelen gereden. Ik was op zoek naar een locatie om iets te eten voor tijdens de teambuilding van mijn nieuw team en de Sava, een tapasbar op de markt zou volgens Conny heel geschikt zijn. Ik heb echter weinig tot geen ervaring met tapas dus zijn we dat eens gaan proberen. Ik ga het zeker voorstellen als optie.

Ook vandaag was er tijd voor ontspanning. De fietsen gingen op de fietsendrager om een kleine 20km van Peulis te gaan fietsen, meer bepaald naar Rumst. We hebben een Lannoo/knooppunter-gist “Fietsen langs het water” en nummer 04 uit dat boek stuurt je op verkenning door de Rupelregio.

De Rupel is een unieke rivier. Ze heeft geen bron maar ontstaat door de samenvloeiing van Nete en Dijle in Rumst. Nauwelijks 12 kilometer verder mondt ze uit in de Schelde. Je fietst dan ook bijna de volledige lengte van de Rupel.

Je passeert Terhagen, Boom, Hellegat en Niel om dan via de Schelde Hemiksem te bereiken. Onderweg zie je uiteraard veel water maar ook de teloorgegane industrie van onder andere Noevere.

In Hemiksem verlaat je het water om via Aartselaar, Boom en Reet terug naar Rumst te fietsen. Op dat deel passeer je ook Kasteel Cleydael.

Verkenning van de Rupelregio uit het Knooppunterboek “Fietsen langs het water in Vlaanderen” van uitgeverij Lannoo (of volg de knooppunten 50-26-28-29-34-30-70-32-17-18-25-24-23-22-50)

De foto’s

Verlengd Weekend

Het is weer voorbij gevlogen, dat verlengde weekend. Extra verlengd in mijn geval want afgelopen woensdag een extra snipperdagje genomen om met moeder naar Scherpenheuvel en naar het Arboretum van Wespelaar te gaan.

Dat arboretum is enkel open op woensdag en zondag dus zo vaak hebben we de kans niet om daar eens naartoe te rijden. Het was zeker de moeite waard maar het was ook vermoeiend. Een deel van het park is behoorlijk zompig en dus heel lastig om te stappen.

Donderdag waren Conny en ik, volgens jaarlijkse traditie, klaar voor de wandel- en fietsdag van KWB Peulis. Groot was onze verbazing toen we voor een gesloten  deur stonden. Blijken die toch wel de dag te hebben verplaatst naar de zondag na Hemelvaart zeker in plaats van Hemelvaartdag zelf. 

We zijn dan maar naar Gestel gefietst om in de Klappeistaak lekker te gaan eten 😉. Een kleine 50km op de teller.

Vrijdag zijn we dan naar Vorselaar gereden om een vervroegde moederdag te vieren. De “echte” is wel pas op 15 augustus maar af en toen ben ik ook commercieel. Lekker gaan eten in De Comme in Oostmalle en mooi gewandeld in Vorselaar.

Zaterdag was het dan tijd om nog eens in de tuin te werken. Dat was ook hoog nodig.

Om het weekend af te sluiten zijn we vandaag terug naar de Parochiezaal van Peulis te fietsen. Deze keer waren we niet alleen. Het was aangenaam fietsen maar er stond toch meer wind dan verwacht. Ok deze keer was de tocht goed voor 50 km. 

Arboretum Wespelaar

Fietsen naar Gestel (knooppunten 1 – 37 36 – 35 – 49 – 72 – 72 – 28 – 16 – 32 – 52 – 18 – 17 – 2 – 26 – 1)

Fietsen KWB Peulis

Haacht

Vroeger zeiden ze bij ons in de Kempen wel eens dat Jezus “ne socialist” was want op 1 mei was het altijd goed weer en met Pasen dikwijls rotslecht.

Gisteren hadden ze in ieder geval gelijk. Het was zalig weer om de fietsen. Deze keer hadden we de fietsen even op de fietsendrager gezet om dan een tiental kilometer verder, in Haacht, te vertrekken voor een tochtje van zo’n 40 km.

Die 10 kilometer maakt wel veel verschil. Je zit immers direct in een andere omgeving. Bovendien kan je in Haacht de auto achterlaten op Parking De Lombaarden waar er altijd wel een plaatsje is.

We vertrokken richting Wespelaar om dan via Buken en Winksele naar Herent te fietsen waar het tijd was voor een koffiepauze.

Via het Kanaal Leuven-Dijle, waar de die mooie toren van Remy passeerden bereikten we Wijgmaal. Daar was het tijd om onze “bokes” op te eten.

Door het Wijgmaalbroek ging het naar Rotselaar en Wakkerzeel. Van daar was het dan niet ver meer naar Haacht.

De fietstocht afsluiten met een kopje koffie bleek niet zo eenvoudig. Het was er ook markt en alle terrasjes zaten afgeladen vol. Dan maar koffie uit een bekertje op een bankje. Maar het was wel heel lekkere koffie.

1 mei was trouwens ook een (laatste?) wisselpunt in mijn carrière. Bijna 20 jaar geleden maakte ik, na 20 jaar dossierbeheer te hebben gedaan, de overstap Process & Change Management Life, zeg maar de brug tussen IT en Afdeling Beheer. Met nog een paar jaar te gaan vond ik dat ik beter tot mijn recht zou komen bij Beheer en heb ik terug de overstap gemaakt. De cirkel is rond.

Toch wel een beetje een raar gevoel. Enerzijds voelt het aan als thuiskomen, anderzijds laat ik een mooie thuis achter.

In de praktijk verandert er niet veel. Ik ben gewoon van de warme kant van het verdiep verhuisd naar de koelere kant van het verdiep.

De fietstocht : knooppunten 83 – 29 – 27 – 28 – 97 – 87 – 88 – 95 – 38 – 93 – 31 – 35 – 30 – 72 – 26 – 99 – 23 – 83. Parking de Lombaarden ligt tussen knooppunt 83 en 29, vlakbij de route.

Enkele foto’s: