De Waddenzee

Voor onze laatste dag in Friesland lieten we ons eens niet inspireren door www.friesland.nl maar stippelde ik zelf een fietsroute uit via de knooppunten (wat trouwens perfect lukt via www.fietsknooppunt.be).

Onze route begon in het centrum van het drie kilometer verder gelegen Anjum en zou ons naar de Waddenzee brengen.

De knooppunten: 46 – 45 – 04 – 44 – 35 – 34 – 33 – 28 – 18 – 19 – 26 – 27 – 29 – 32 – 40 – 39 – 38 – 42 – 47 – 46.

De Waddenzee vormt samen met de kwelders, de Noordzeekust, de bewoonde eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en de onbewoonde eilanden en zandplaten, zoals Richel, Griend en Rottumerplaat 1 geheel: het Waddengebied. De internationale Waddenzee loopt nog verder, via Duitsland naar Denemarken.

De Waddenzee staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst(externe link), is een Natura 2000-gebied en werd door het Nederlandse publiek uitgeroepen tot het mooiste natuurgebied in Nederland. Daarnaast dient de Waddenzee ook als scheepvaartroute en voor visserij.

Het wad is altijd in beweging. Enorme hoeveelheden water persen zich tweemaal per dag met eb en vloed door de zeegaten tussen de Waddeneilanden. Met het water verplaatsen zand en slib (sediment) zich en worden geulen, platen, kwelders en de eilandkusten gevormd.

Grote delen van de slib- en zandbanken vallen met laagwater droog. Deze droogvallende wadplaten zijn rijk aan bodemleven en vogels vinden er veel voedsel en kunnen er rusten. Bij hoogwater lopen veel wadplaten weer onder en zijn ze juist een voedselbodem- en opgroeiplek voor vissen, krabben en garnalen.

Onze tocht bracht ons langs vissersdorpjes zoals Moddergat en Wierum. Enkele monumenten herdenken stormen waarbij zo goed als de volledige vissersvloot verdwenen is. Als je dan die namen leest en telkens de zelfde achternamen ziet staan dan kan je je nauwelijks voorstellen hoe zwaar dat voor zo’n kleine gemeenschap moet zijn geweest.

Na zo’n 25 km ging het terug landinwaarts en fietsten we via Holwert, Hantum, Hantumerútbuorren, Nijewier, Metslawier terug naar Anjum en verder naar Landal Esonstad en het Lauwersmeer waar we afklokten op 50km.

Alweer een mooie fietstocht die onder een grijs wolkendek en quasi windstilte begon maar die in de zon en met een fikse tegenwind eindigde.

En daarmee zit onze week in Friesland er weeral op. Morgen naar huis om dan nog een paar dagen tot rust te komen in de tuin. Nu ja … rust ? Jawel, rust … hagen snoeien, onkruid wieden, gras afrijden …

De route:

De foto’s:

De Alde Feanen – Eernewoude

Voor de eerste keer deze vakantie zag de lucht grijs toen we opstonden. Gelukkig was dat maar tijdelijk want nog voor we goed en wel op weg waren brak de zon door de wolken.

We hebben de fietsen op de auto gezet en zijn zo’n 35 km verder gereden om daar een fietstocht te starten. Die vertrok immers in Eernewoude. Al onze fietstochten heb ik trouwens gevonden op www.friesland.nl, een onuitputtelijke bron van informatie.

De fietstocht begon wel een beetje in mineur. Bleek immers dat ik de batterij van mijn Canon in ons huisje had laten liggen. Ik heb me dus moeten behelpen met mijn Samsung Galaxy M20.

Nationaal Park De Alde Feanen (betekenis: “De Oude Venen”, Fries: Nasjonaal Park De Alde Feanen) is een nationaal park in de Nederlandse provincie Friesland, gelegen rondom het dorp Earnewâld. Het nationaal park heeft een oppervlakte van bijna 4.000 ha. Het is hiermee het grootste aaneengesloten natuurgebied op het vasteland van de provincie Friesland. Het is een “natuurgebied met een rijke historie, een gebied ook van internationale betekenis. Vergelijkbare gebieden zijn buiten Nederland niet veel te vinden.

De Alde Feanen bestaat uit een gevarieerd laagveenmoeras met meren, veenplassen, petgaten, trilvenen, veenmosrietlanden, blauwgraslanden, rietlanden, dotterbloemhooilanden en moerasbossen. Er komen meer dan 500 soorten hogere planten voor, waaronder verschillende soorten zeggen en orchideeën. Er broeden meer dan honderd verschillende soorten vogels. In de winter pleisteren in het gebied grote aantallen ganzen, eenden en steltlopers. In het vroege voorjaar kunnen enkele tienduizenden steltlopers zoals kemphaan, grutto en wulp doortrekken.

Op 26 april 2006 werd het gebied door toenmalig minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit officieel aangewezen als twintigste Nationaal Park van Nederland. (Bron : Wikipedia)

De tocht is zeker een aanrader. Je fietst langs het water, door weilanden en je neemt geregeld een pontje om de rivier over te steken. Er was vandaag wel gevoelig minder wind. Iets aangenamer fietsen dus maar ook iets warmer.

De route van vandaag (vertrek aan het Bezoekerscentrum, Koaidyk 8, 9264 TP Eernewoude): 16 – 38 – 39 – 40 – 41 – 37 – 36 – 35 – 33 – 32 – 31 – 30 – 45 – 29 – 28 – 20 – 21 – 22 – 92 – 92 – 42 – 63 – 44 – 48 – 49 – 12 – 06 – 14 – 16

De foto’s (die dus van iets mindere kwaliteit zijn dan gewoonlijk):

Ljouwert (Leeuwarden)

Na drie dagen fietsen waren we wel toe aan iets anders. Daarom trokken we vanochtend, met de auto, naar Leeuwarden. Aanvankelijk was het de bedoeling om daar een fietstocht te beginnen en dan nog “even” de stad te bezoeken maar gelukkig hebben we besloten om er een hele dag door te brengen.

Leeuwarden is de hoofdstad van Friesland en is één van de oudste steden van Nederland. De geschiedenis van Leeuwarden gaat terug tot in de Romeinse tijd. Toen woonden er al mensen op de plek waar nu de Oldehove staat. Leeuwarden is ontstaan op terpen die werden opgeworpen aan een inham van de Middelzee die in de 13e eeuw dichtslibde en werd ingepolderd. De riviertjes Ee, Vliet en Potmarge mondden bij deze terpen uit in zee.

De naam Leeuwarden duikt voor het eerst op in een schenkingsakte uit de 8e eeuw. In dit document van de abdij van Fulda spreekt men van villa Lintarwde.

In 1435, hetzelfde jaar dat Oldehove, Nijehove en Hoek samengevoegd werden tot één stad, Leeuwarden, kreeg Leeuwarden stadsrechten.

De vijftiende eeuw werd beheerst door de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. In het algemeen schaarden de steden en het platteland zich achter de Schieringers. Leeuwarden was het bolwerk van de Vetkopers. De partijstrijd leidde tot de bouw van nieuwe verdedigingswerken. Albrecht van Saksen had in 1498 negen weken nodig om Leeuwarden in te nemen, om het intern verdeelde Friesland te kunnen onderwerpen.

De zestiende en zeventiende eeuw vormden een gouden tijd voor Leeuwarden. Leeuwarden kreeg aanzien doordat het eeuwenlang de residentie werd van de Nassaus die vanaf 1584 stadhouder werden van de noordelijke provincies, tot zij in 1747 uit de stad vertrokken. De Nassaus woonden in het Stadhouderlijk Hof met hun hofhouding, nu functioneert het gebouw als hotel. In deze eeuwen kwam de stad ook tot grote bloei. Het aantal inwoners steeg van 5.000 rond het jaar 1500 tot 16.000 in 1650.

De Gouden Eeuw was ook een tijd waarin de adel op kwam in Leeuwarden. De Eewal, Grote Kerkstraat, Nieuwestad, Tweebaksmarkt en de Weaze waren destijds de deftigste straten van Leeuwarden. Hier woonden de rijke adellijke families zoals Van Martena, Van Aylva, Van Camstra en Van Burmania. Leeuwarden behoorde toen tot de tien aanzienlijkste steden van Nederland. Daarvan getuigen nu nog prachtige gebouwen als de Kanselarij (waar recht gesproken werd), het Stadhouderlijk Hof en de Waag (als centrum van de handel).(Bron : Wikipedia)

Wij kochten ons voor 2 euro bij het Visitor Center een kaartje met een 6km lange wandelroute doorheen de stad waarbij je de meeste bezienswaardigheden passeerde : Oldenhove ( de scheve toren van Leeuwarden), de Prinsentuin, het Stadhuis, het Stadhouderlijk Hof, de Waalse kerk, de Grote Kerk, het Stadsweeshuis, de St.Bonifatiuskerk, Centraal Apotheek, de Kanselarij, het Oude Postkantoor en nog veel meer mooie oude gebouwen.

Ook voor shoppers of voor Bougondiërs heeft Leeuwarden voldoende te bieden.

Kortom … een gezellige stad die gewoon vraagt om terug te komen.

Schiermonnikoog

Vandaag lieten we onze fietsen in de berging staan. Er stond wel een fietstochtje op het programma maar dat zouden we doen in Schiermonnikoog en op de veerboot die vertrekt vanuit Landal Esonstad mag je geen fietsen meenemen.

Op zich geen probleem want één van de hoofdactiviteiten op Schiermonnikoog is het verhuren van fietsen. Soepboer Fietsverhuur waar wij via de Landal Receptie twee e-bikes reserveerden heeft er een vierduizendtal staan. En dat is dan maar één van de vier verhuurbedrijven die er zijn.

Bon, wij dus het “marktplein” overgestoken en de boot naar de gemeente met de minste inwoners van Nederland. Op 31 januari van dit jaar waren er 982 inwoners.

Schiermonnikoog is vanuit het westen het vijfde bewoonde Waddeneiland. Het eiland wordt geprezen om zijn rust, die onder andere in stand wordt gehouden doordat bezoekers hun auto op de vaste wal in de haven van Lauwersoog moeten achterlaten.

In de middeleeuwen was Schiermonnikoog een uithof van het cisterciënzerklooster Claercamp uit Rinsumageest bij Dokkum, een van de kloosters in Friesland. De monniken van het klooster, die land indijkten, droegen grijze pijen. Zo ontstond de naam: schier betekent grijs, en oog betekent eiland (en is etymologisch hetzelfde als ei in eiland). De naam Schiermonnikoog wordt voor het eerst genoemd in 1440 in een akte (van Philips van Bourgondië). In 1580 werd Friesland protestants. Het klooster verloor alle bezittingen, en Schiermonnikoog werd onderdeel van het gewest Friesland.

Je kan er eindeloos wandelen (ook waddenlopen) maar wij kozen toch maar voor de fiets. Ik had de 18 km lange Trekvogelroute gevonden, een fietstocht die je langs enkele bezienswaardigheden voert zoals de Noordertoren, Bunker Wasserman en Begraafplaats Vredenhof.

Aanvankelijk werden aangespoelde drenkelingen op Schiermonnikoog begraven in de duinen. In de 19e eeuw werd dit verboden. In 1863 werden zeven bemanningsleden van een gestrand Zweeds schip begraven op de plek in de buurt van het latere Vredenhof. Ook later werd er nog een drenkeling in deze omgeving begraven. In 1917 namen enkele inwoners van Schiermonnikoog het initiatief voor de stichting van Vredenhof, een begraafplaats voor de aangespoelde drenkelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook drenkelingen uit de Tweede Wereldoorlog liggen hier begraven. Het is dan ook een Commonwealth War Graves kerkhof. We vermoeden dat onze buren hier in het park daar ook geweest zijn of er nog moeten komen. Onze buren zijn immers Westvlamingen van de Commonwealth War Graves Commission. Ze zijn hier met drie busjes.

Op de terugweg hadden we nog het geluk van een zeehond te spotten. Die lag rustig te genieten van de zon op een zandbankje.

Het was weer een heel leuke zij het ook wel vermoeiende dag. Het was niet eenvoudig om een kleine selectie van foto’s te maken.

Onze tocht:

Via schilderachtige dorpjes naar Dokkum

Tweede fietsdag en ook vandaag lieten we ons inspireren door www.friesland.nl. Op die website kan je tal van wandel- en fietsroutes terugvinden.

Wij kozen vandaag voor Schilderachtige dorpjes en Elfstedenstad Dokkum, een tocht van 42 km (Knooppunten 13-48-49-82-11-73-01-30-79-29-32-40-39-38-42-43-47-46-13)

Dokkum is de meest noordelijk gelegen Elfstedenstad, ze ontstond nadat deze plek een bedevaartsoord werd na de moord op Bonifatius in 754.

Over de oorsprong van de naam Dokkum zijn verschillende verklaringen in omloop. Sommigen denken aan een combinatie en samentrekking van de Friese mansnaam ‘Docko’ die hier een erf of ‘heim/hiem’ zou hebben bezeten. Anderen associëren Dokkum met ‘Tockingen’, dat is een ‘nederzetting aan een tocht of stroom’. Schrijfwijzen voor de plaatsnaam waren onder meer ‘Dockinga’ en ‘Dockynchirica’. Sinds de middeleeuwen is in Dokkum een klooster waarin vanaf de 13e eeuw monniken van de Norbertijner orde zijn gevestigd. Olivier van Keulen predikte in 1214 in Dokkum de kruistocht, waaraan dan ook Dokkumers hebben meegedaan. Deze geschiedenis wordt door middel van een halve maan op het wapen van Dokkum in herinnering gebracht.

In 1298 kreeg Dokkum na Stavoren, Harlingen en IJlst als vierde stad van Friesland stadsrechten.

Dokkum is ook het “keerpunt” van de Elfstedentocht. De Elfstedentocht (Fries: Alvestêdetocht) wordt georganiseerd door de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, is vanouds de start- en aankomstplaats. De steden die worden aangedaan zijn Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en tot slot weer Leeuwarden.

Voor de rest was het vandaag genieten van de wijde landschappen en het water dat die landschappen doorklieft. 

Het was ook weer vechten tegen de wind (windkracht 4 !!!). Maar dankzij het motortje van Dhr Bosch was het doenbaar, zeker wanneer we even overschakelden van tour naar sport. Anders had ik het systeem moeten toepassen dat Jo Planckaert gebruikte in de bergritten van de Ronde van Frankrijk : fietsen met de remmen op om niet achteruit te bollen 😉.

De tocht:

De foto’s :

(Half) Rondje Lauwersmeer

Eerste fietsdag vandaag en op het programma stond een Rondje Lauwersmeer.

Deze fietstocht vertrekt eigenlijk in Zoutkamp maar passeert wel Landal Esonstad dus wij zouden halverwege inpikken.

Knooppunten : 06 – 07 – 08 – 05 – 73 – 04 – 45 – 46 – 13 – 50 – 83 – 85 – 84 – 90 – 89 – 06. Landal Esonstad ligt halverwege punten 46 en 13.

De eerste 10 km waren al echt genieten. We reden immers langs de oevers van het Lauwersmeer. In vroegere tijden stroomden zoet en zout water in elkaar over in de Lauwerszee. Angst voor overstromingen leidde in 1969 tot de bouw van een dam. Op de vroegere zeebodem ontstond een prachtig nieuw landschap, een echt vogelparadijs.

We passeerden ook Dokkumer Nieuwe Zijlen.

Dan maakte ik aan punt 85 een foutje. We moesten eigenlijk naar 84 maar ik zag 90 staan en wist dat we daar moesten zijn want aan punt 90 zouden we de route even verlaten om naar De Theefabriek in Houwerzijl te fietsen.

Bleek echter dat dat punt 90 het Friese punt 90 was en niet het Groningse punt 90. Nu ja, geen echt probleem. Aan quasi elk knooppunt staat een infobord en we vonden al snel een alternatieve route.

Het uitstapje naar De Theefabriek was ook de moeite waarde. Heel lekker gegeten en een mooie voorraad thee ingeslagen. Het was moeilijk kiezen. Ook om iets te drinken. Een twintigtal Darjeelings en een tiental soorten Ceylonthee. Daar kunnen vele Belgische theehuisjes een lesje van leren.

En toen kwamen we aan knooppunt 89. Daar moesten we eigenlijk naar 06 maar dat vond ik niet direct. En terwijl ik naar het bord stond te turen was Conny gelukkig slim om ook het papier te lezen dat onder het infobord hing. Knooppunten 07, 08 en 05 waren immers afgesloten vanwege werken. We moesten dus op onze stappen (of is het “trappen”?) terugkeren.

Maar we hebben op de terugweg wel de originele route gevolgd dus ook het stuk dat we op de heenrit hadden gemist. En bleek dat toch wel net een heel mooi stukje te zijn.

Johan Cruyff had dus toch gelijk : elk nadeel heb z’n voordeel.

Het was wel beuken tegen de wind maar daar hebben we natuurlijk een elektrische fiets voor gekocht. En die mag dan gerust even op sport staan in plaats van op tour.

De Route

Kilometers malen

Het was iets over tien toen we de deur achter ons dicht deden en vertrokken richting Friesland.

Een ritje van zo’n 350 km die we rustig zouden aanpakken . Nu ja, met de snelheidsbeperking van 100 km/u in Nederland is het sowieso iets rustiger rijden ook al was het op sommige plaatsen behoorlijk druk.

Als eerste bestemming hadden we Dokkum ingegeven omdat we daar nog even naar de Albert Heijn wilden gaan.

Toen we daar wilden vertrekken was er een klein probleempje. Wij wilden immers verder rijden naar Eanjum in Noardeast-Fryslân maar de GPS kenden Eanjum niet. Blijkt dat die enkel Nederlands verstaat en dus moesten we Anjum intypen.

Afin, we zijn er verder probleemloos geraakt en nu verblijven we dus aan het stadsplein van Landal Esonstad. Dit park, gelegen naast Nationaal Park Lauwersmeer is voor een deel gebouwd als een Oudfries dorp, omgeven door water. Er is ook een verbinding met het Lauwersmeer en de veerpont naar Schiermonnikoog vertrekt op een paar stappen van ons appartement.

Het lijkt ook de thuishaven van enkele honderden zwaluwen te zijn. En het is heel populair bij de jeugd die er massaal van de bruggen komen springen (ook al mag dat eigenlijk niet).

Vanaf morgen gaan we fietsen en dan begint de vakantie echt.

Oorlogen en veldslagen

’t Is hier sinds mijn midweekje met moeder naar Noord-Brabant stil geweest maar daar was een goede reden voor namelijk … oorlog.

In eerste instantie de oorlog tegen het onkruid. Een oorlog die je niet kan winnen, dat weten we, maar we hebben de afgelopen paar weken wel enkele veldslagen gewonnen. De tuin in Peulis ziet er terug toonbaar uit. Voor zolang het duurt uiteraard want eens je rond bent kan je terug opnieuw beginnen.

Maar het geeft wel voldoening.

De tweede oorlog was tegen de tijd. De tijd die nodig was om nog zoveel mogelijk af te krijgen op ons respectievelijke werk voor onze eerste echte vakantie van dit jaar.

En die oorlog is ook zo goed als gewonnen. Gelukkig maar, nu kunnen we morgen met een gerust hart op vakantie vertrekken naar Noord-Friesland. Een vakantie waar zowel Conny als ik al geruime tijd naar aftellen. ’t Is ook wel nodig.

Gisteren hadden we trouwens ook een mini-oorlog in de tuin. Martha, alias de zwarte jager, had een muisje gevangen. Toen ze er nog wat mee wilde spelen leek dat diertje dat niet zo plezant te vinden. Op een gegeven moment ging ze zelfs frontaal in de aanval. Daar was Martha even niet goed van. Het muisje wist zich te verbergen onder een bloembak die net iets groter was dan tweemaal de lengte van een kattenpoot. De kat heeft er nog een uurtje of twee gelegen en rondgelopen maar we zijn 99% zeker dat de muis uiteindelijk ontsnapt is, zij het een beetje gehavend.

Terug naar de realiteit

Na zo’n midweekje is de terugkeer naar de realiteit toch altijd zwaar. Gelukkig was het maar een driedagenwerkweek die werd gevolgd door een vierdagenweekend.

Donderdag, Hemelvaartsdag, is traditioneel de dag waarop KWM Peulis zijn fiets- en wandeltochten organiseert. En als het een thuismatch is dan mogen we die niet missen hè. We kozen aanvankelijk voor de 30km maar het was zo lekker fietsen dat we onderweg beslisten om toch maar de 50km te doen.

Deze bracht ons via het Mechels Broek naar de Nekker, waar de Special Olympics veel volk op de been bracht. Vandaar ging het via het Leuvens Kanaal terug naar de Dijle die we volgden tot in Rijmenam. Aan het Kasteel van Weines genoten we van een rustpauze met een heerlijke koffie.

Via Beerzelberg en Putte bereikten we terug de Parochiezaal van Peulis.

Vrijdag hebben we het grootste deel van de dag doorgebracht op handen en voeten. Een tuin hebben is mooi maar die eeuwige strijd tegen het onkruid is minder mooi. Anderzijds is dat wel de perfecte manier om van de werkgerelateerde stress af te raken. Daarom dat we ook zaterdag nog een paar uurtjes door het zand hebben gekropen.

Tussendoor zijn we nog wel even naar Heist op den Berg gereden voor ons laatste bezoekje daar dit seizoen. Dankzij Eva de Roovere hebben we dat seizoen op een mooie wijze kunnen afsluiten

Na een verjaardagsfeestje op zaterdag hebben we het weekend vandaag afgesloten met een nieuw fietstochtje. Deze keer heb ik gewoon de Fietsknooppunten-app een surprise laten uitwerken. Het werd een mooi tochtje van 35 km en we zijn weer op plaatsen geweest waar we eerder nog niet waren geweest.

Sint Jan

Vóór we, na ons laatste ontbijt, ons huisje achter ons lieten en terug naar de Kempen reden had ik nog een tussenstop in ’s Hertogenbosch gepland.

Dat stond aanvankelijk voor dinsdag op het programma maar het rotslechte weer stuurde ons toen naar Helmond.

Het zou een kort bezoek worden want na 4 flink gevulde dagen liet de vermoeidheid zich toch wel voelen mijn moeder. Nu ja, ze wordt binnen een paar maanden dan ook 89.

Maar een bezoek aan de Sint Janskathedraal mocht toch niet ontbreken.

Op de plek waar nu de Sint-Jan staat, stond eerst een romaanse kerk. De bouw hiervan startte vermoedelijk in 1220 en duurde tot 1340. Rond 1370, mogelijk na de verheffing tot kapittelkerk, begon men deze kerk echter geleidelijk aan te vervangen door een nieuwe kerk in gotische stijl. Het koor was waarschijnlijk rond 1415 voltooid, het transept rond 1470, waarna ten slotte het schip tot stand kwam. Van 1480 tot 1496 is de weelderige H. Sacramentskapel ten noorden van het koor toegevoegd. Deze kapel was in gebruik bij het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. In 1505 is de romaanse kerk, uitgezonderd delen van de romaanse toren, afgebroken. Als laatste verrees een hoge kruisingtoren. De gotische Sint-Jan kwam gereed omstreeks 1530.

De bouwstijl van de Sint-Jan heeft in de omgeving van ‘s-Hertogenbosch bijna geen invloed gehad, maar de kerk is wel verwant aan een aantal grote stadskerken in het oude hertogdom Brabant. De kerken van onder andere Antwerpen, Mechelen, Leuven en Diest zijn wel in een verwante stijl gebouwd. Vandaar dat men spreekt van Brabantse gotiek.

Op 22 augustus 1566 bereikte de Beeldenstorm ‘s-Hertogenbosch en ook de Sint-Jan ontkwam niet aan deze storm. Bij de ravage die in de kerk werd aangericht door de calvinisten werd doelbewust de orgels, preekstoel en een altaar heel gelaten zodat de kerk eventueel dienst kon doen als godshuis voor de protestanten.[5] In oktober vond er een tweede Beeldenstorm in de stad en de kathedraal plaats waarbij de overgebleven beelden werden vernield. In mei 1567 werd de katholieke eredienst hersteld en wijdde bisschop Franciscus Sonnius de altaren van de Sint-Jan opnieuw in.

n 1584 ontstond door blikseminslag een brand die de hoge houten kruisingtoren, majestueuzer dan de huidige toren, vernielde en ook delen van het dak tot aan het orgel. Vanwege geldgebrek kon er geen nieuwe toren komen, maar is er een soort koepel gebouwd.

In 1830 ontstond opnieuw brand, deze keer in de westertoren. Het herstel was in 1842 klaar. Een nieuwe bekroning kreeg de toren in 1876 (73 meter hoog). De geleding waar de klokken hangen is veertiende-eeuws, er zijn zowel luidklokken als een beiaard.

Van 1858 tot 1985 is de kathedraal vrijwel onafgebroken in restauratie geweest. Aanvankelijk gebeurde dat op een nogal dubieuze manier, waarbij vele vrijheden genomen en slechte steensoorten toegepast werden, terwijl het interieur getooid werd met allerlei neogotische elementen. Ook nu staat nog altijd een deel van de kathedraal in de steigers. (bron : Wikipedia)

De kerk staat nu trouwens ook nog altijd in de steigers maar binnen zie je daar niks van. Wat je wel ziet zijn glasramen, veel glasramen. En laat me nou net een heel erg grote softspot voor glasramen hebben zeker.

En daarmee zit de midweek er alweer op. Het waren maar 5 dagen maar moeder heeft er wel van genoten. Mission accomplished.