Op de tonen van de Maas

Eindelijk is het zover. De “zomervakantie” is al twee weken voorbij en van onze vakantie is ook al een week gepasseerd maar vandaag zijn de fietsen op de fietsendrager gezet en zijn we richting het oosten vertrokken.

Voor onze eerste fietstocht reden we naar de jachthaven van Ophoven. Daar deden we de fietstocht “Op de tonen van de Maas” die we in de Libelle hebben gevonden.

Deze tocht van bijna 50km brengt je langs alle dorpjes in de buurt van Maaseik. Namen die mij heel bekend in de oren klinken omdat de helft van mijn “kotgenoten” uit mijn Hasseltse studentenjaren uit die streek kwamen : Ophoeven, Opoeteren, Neeroeteren, Kinrooi, Kessenich en uiteraard Maaseik.

Maaseik is de vermoedelijke geboorteplaats van de broeders Van Eyck : Jan en Hubert.

De oudste sporen van bewoning stammen uit het neolithicum en omvatten onder meer strijdhamers uit het laat-neolithicum. Ook uit de bronstijd zijn archeologische vondsten gedaan. Hieronder een bronzen beeldje van Epona te paard, gevonden in 1896 bij baggerwerkzaamheden in de Maas. Uit de ijzertijd stammen diverse urnen, terwijl in Maaseik ook Romeinse potten en glaswerk zijn aangetroffen. De heirbaan Maastricht-Nijmegen loopt ten westen van de huidige stad (nu ‘Heirweg’ en ‘Oude Ophoverbaan’). Langdurige bewoning is er echter niet. Het zwaartepunt van de Merovingische en Karolingische nederzettingen ligt bij Kessenich en Geistingen.

De geschiedenis van het huidige Maaseik begint bij de abdij van Aldeneik, op dat moment gewoon Eike genoemd. Hier wordt omstreeks 700 een klooster gesticht, volgens de legende door Adelard, ten bate van zijn dochters Harlindis en Relindis. Vanaf 952 zijn het klooster en de bijhorende landgoederen een bezit van de bisschop van Luik. Ten zuidwesten, op een hoogte tussen oude Maasarmen en dichter bij de oude landweg, wordt een nieuwe nederzetting gesticht omstreeks 1230.

Dit Nieuwen-Eik overvleugelt al gauw zijn voorganger; dankzij de hogere ligging verleent de graaf van Loon eraan stadsrechten (1244) opdat er zich een sterke grenspost tegen Gelre ontwikkelt. Bovendien schuift de Maas, indertijd een drukke vaarroute, ter hoogte van Aldeneik weg van het dorp. Nieuwen-Eik wordt zo ‘Maas-Eik’, dat wil zeggen ‘het Eik dat (wel nog) langs de Maas ligt’. (Bron : Wikipedia)

Nu is het een gezellig stadje waar ze heerlijke Cappuccino schenken 😉.

Na onze fietstocht ging het verder naar Epen waar we morgen onze fietsvakantie verderzetten.

De knooppunten:

De tocht:

Enkele foto’s van onderweg (klik op de foto voor een groter exemplaar)

Pairi Daiza

Afgelopen dinsdag zijn we naar Pairi Daiza geweest. Dat was een eeuwigheid geleden. De laatste keer dat ik er was heette het nog Paradisio.

Het park opende in 1994 de deuren maar is sindsdien gigantisch veel veranderd.

Pairi Daiza – afgeleid van het Avestische ‘paradaēza’, “omsloten tuin”, dat de bron is van het Perzische woord voor ‘paradijs’ – was bij opening louter een vogelpark, maar is in de loop der jaren uitgegroeid tot een veelzijdigere dierentuin. Het park is thematisch opgebouwd als een ‘Tuin der Werelden’. Het park bestaat uit negen werelden.

In 2007 bezochten meer dan 635.000 personen dit park. In 2012 was dit opgelopen tot 955.000, hiermee werd het de populairste dierentuin in België. In totaal bezochten 1.243.000 bezoekers het park in 2013. Het bezoekersaantal steeg in 2014 tot 1,39 miljoen. In 2015 heeft het park 1,767 miljoen bezoekers ontvangen. In 2018 ontving het park zo’n 2 miljoen bezoekers. 2023 was het populairste jaar tot dan toe met 2.279.000 bezoekers. Onderweg naar daar merk je wel dat niet iedereen in de buurt hier blij mee is. De overlast van al die auto’s en bussen op de kleine toegangswegen lijkt me ook niet te onderschatten.

Eigenlijk is het park te groot om op één dag te bezoeken. Wij hebben nog niet alles gedaan en hadden meer dan 9km op de teller.

Toen we naar huis gingen had ik 520 foto’s op het geheugenkaartje staan. Dat is deels het gevolg van high speed continuous shooting tijdens de vogelshow, toch wel het hoogtepunt van de dag.

Om die foto’s te bewerken heb je uiteraard tijd nodig. Uiteindelijk blijven er nog een honderdvijftigtal over.

Een kleine selectie van de vogelshow:

Een kleine selectie van het park:

(Tegen)Wind

Achter glas zag het er zalig fietsweer uit en dat was het eigenlijk ook wel, tenminste als er niet zoveel wind zou geweest zijn.

We besloten vandaag om nog eens naar Leuven te fietsen. Vanaf Rijmenam zouden we de fietsknooppunten volgen: 73 – 22 – 83 – 23 – 25 – 25 – 71 – 72 – 30 – 35 – 40 – 81 – 4 – 80 – 33 – 12 – 93 – 31 – 32 – 28 – 97 – 20 – 77 – 41 – 65 – 73.

Quasi de volledige heenweg was het wind op kop. Dan helpt het uiteraard wel dat je elektrische ondersteuning hebt maar het blijft wel lastig.

Na het keerpunt in Leuven hadden we die wind dan voornamelijk in de rug en dat fietst toch een pak aangenamer.

Bokrijk

Eindelijk is het zover, de zomervakantie is voorbij en dan is het dus tijd voor “onze” vakantie. Maar vóór die begint ben ik nog even met moeder op stap geweest. We kozen als bestemming Bokrijk.

Op 21 maart 1938 werd Bokrijk door de provincie Limburg verworven. Promotor voor deze aankoop was de toenmalige provinciegouverneur Hubert Verwilghen. Hij koesterde het idee om een cultuur- en natuurproject met elkaar te verbinden. De visie Verwilghen kreeg pas vele jaren later concrete invulling. Gouverneur Louis Roppe wordt onder andere door contacten met antropoloog Paul Lindemans voorstander van het idee van een openluchtmuseum. Op 6 oktober 1953 besloot de deputatie van de provincie Limburg onder impuls van de gouverneur om in Bokrijk een openluchtmuseum op te richten. In 1954 wordt het museum officieel opgericht door onder anderen Jozef Weyns en Paul Lindemans.

Met de naoorlogse industriële versnelling en de toenemende welvaart in de vijftiger jaren dreigde het Vlaamse woonlandschap in korte tijd verloren te gaan. Men wilde met het museum verhinderen dat gebouwen met culturele of historische waarde definitief zouden verdwijnen. Jozef Weyns werd aangesteld als coördinator van het project en was de eerste conservator van het openluchtmuseum.

Het openluchtmuseum van Bokrijk werd op 12 april 1958 officieel geopend. Een honderdveertigtal gebouwen vormen de kern van de erfgoedcollectie. Naast deze gebouwen bestaat de collectie verder uit gereedschappen en alledaagse gebruiksvoorwerpen. In het totaal omvat dit 30 000 stukken kwetsbaar erfgoed en getuigen van het dagelijkse leven van de 17e eeuw tot 1950.

Het openluchtmuseum telt 140 historische gebouwen. De kleinere constructies zoals bakovens of rennen voor pluimvee zijn dan niet meegerekend.(bron : Wikipedia)

Voor ons was de Breugelhoeve uit Vorselaar uiteraard het hoogtepunt. Zelf heb ik ze nooit weten staan aangezien ze in 1962 werd verplaatst maar moeder kende ze wel.

Er waren trouwens bijzonder veel schoolgroepen in het domein. Echt rustig was het dan ook niet.

Insecten op de muur en in de natuur

De weersvoorspellingen leken ons te onbetrouwbaar om een fietstochtje te ondernemen en daarom deden we de wandelschoenen nog eens aan.

Vertrekpunt van onze wandeling was de kerk van Bonheiden. Daar vertrekt immers de “blauwe wandeling” van Natuurpunt naar Mispeldonk. Niet de eerste keer dat we die wandeling maken maar ze is tegenwoordig net iets leuker geworden.

Dat is te danken aan graffiti-artiest DZIA die de saaie grijze muur van het domein van het Imelda ziekenhuis heeft verfraaid met kleurrijke insecten. Dit in het kader van Animalinas. Hier in de buurt kan je veel van zijn tekeningen terugvinden.

Mispeldonk is een natuurgebied ten zuiden van Bonheiden, tussen de Boeimeer en de Dijle. Het gebied is voor het grootste deel eigendom van Natuurpunt en sluit aan bij het Mechels Broek en Cassenbroek. Samen vormen ze een nagenoeg aaneengesloten natuurgebied.

Het gebied bevat verschillende soorten landschappen: van schrale graslanden, hooiweiden met houtkanten, vochtige loofbosjes tot herstelde heidegebiedjes.

Het landschap kreeg vorm op het einde van de laatste ijstijd, zo’n 10 000 jaar geleden. De Mispeldonkhoeve die haar naam gaf aan het gebied, werd reeds vermeld in 1330. (Bron: Wikipedia)

Wat we veel gezien hebben zijn de nesten van Galwespen.

Galwespen zijn een groep vliesvleugelige insecten, die met een lange legboor hun eitjes in planten leggen, waarna gallen ontstaan. De bekendste soort is de eikengalwesp die op de onderkant van eikenbladeren 3 centimeter grote gele tot rode galappels veroorzaakt. Daarnaast zijn op de onderkant van de eikenbladeren in de herfst platronde bolletjes te zien van de vrouwelijke lensgal die makkelijk loslaten. Vaak is de grond ermee bezaaid. In deze bolletjes overwintert de larve. In mei komen van dezelfde galwesp zowel op de jonge bladeren als op de bloemsteeltjes besgalletjes voor. (Bron: Wikipedia)

Wij zagen vandaag enkele nestjes van de Knikkergalwesp maar vooral van de Ananasgalwesp.

De wandeling:

De insecten op de muur:

Enkele foto’s van Mispeldonk (met de Knikkergalwesp en de Ananasgalwesp)

In de Stille Kempen …

Het is hier even stil geweest …

’t Is niet dat we niets gedaan hebben maar de inspiratie om een blogje te schrijven was er even niet.

Dat zal wel veranderen wanneer we (eindelijk) aan onze vakantie kunnen beginnen. Nog een weekje werken en het is zover.

Vandaag was ik alvast een beetje in vakantiestemming. Na twee vrijdagen in Peulis te hebben gezeten was er vandaag terug ruimte om nog eens met moeder op stap te gaan.

We kozen voor Kessel. Die zou er, in deze tijd van het jaar, immers heel mooi moeten bijliggen. En ja hoor, het was gelukkkig zo. Zelden heb ik ze zo purper gezien als vandaag. En omdat we iets vroeger dan normaal vertrokken zijn hebben we ook geen last gehad van de regen.

De Kesselse Heide maakte deel uit van de grote Kempense heidevlakten. Tijdens de laatste ijstijd – rond 70.000 à 10.000 voor Christus – werden de Kempen bedekt met hele pakken zand. Het fijne zand (löss) werd weggewaaid en vormde stuifduinen, waarvan er nog restanten liggen op het domein. Het grovere dekzand bleef er lange tijd dor liggen. Na deze ijstijd – rond 10.000 à 3.800 voor Christus – werd het warmer en ontstonden eikenberkenbossen, met grove den en berk. Daarna begon de mens delen bos te kappen of afbranden voor landbouwgrond. Wanneer de grond uitgeput was, bleven open plekken schrale grond achter. Deze waren ideaal voor de heidegroei. Bovendien werden er schapen geteeld voor de lakennijverheid en deze hielpen mee de heidevlakte in stand te houden door jonge boomscheutjes af te grazen.

Tijdens de Franse Revolutie werd de Kesselse Heide verkocht en later herbebost met grove den, die kon gebruikt worden voor de mijnbouw.

Voor de Eerste Wereldoorlog werd de fortengordel rond Antwerpen afgewerkt. In 1912 was het Fort van Kessel klaar en in 1913 het Fort van Broechem. Om het zicht tussen deze forten vrij te houden, werden alle bomen gekapt. Op de Kesselse Heide bleef slechts één boom staan: deze gaf de grens aan tussen Kessel en Nijlen. De familie Pouppez-de-Kettenis, die eigenaar was van de Kesselse Heide, liet het domein herbebossen vanaf 1920. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de bomen opnieuw gekapt, deels door soldaten en deels door de bevolking als brandstof. Alleen dezelfde ene boom bleef weer staan, tot ook deze in 1943 verdween. Na de oorlog groeide het bos terug.

De gemeente Kessel beheerde de Kesselse Heide vanaf 1972: de gemeente hield er toezicht en ruimde het domein op. Bij Koninklijk Besluit van 5 augustus 1976 werd het domein tot natuurgebied verklaard en in 1978 werd het gekocht door de provincie Antwerpen. In 1981 kocht de gemeente Nijlen het 7 ha grote natuurgebied “Hoogbos” aan en gaf dit in 2005 in beheer aan de provincie. (Bron: Wikipedia)

Op zoek naar De Feniks

Sinds 2 augustus staat er een feniks in Rillaar en die wilden we toch wel eens graag zien. De Feniks is een kunstwerk van Wilfried De Cock. Niet zo ver van de feniks staat een ander kunstwerk van hem : de Homo Natura. Die is, met de fiets, iets vlotter bereikbaar.

Wij kozen voor Scherpenheuvel als vertrekplaats en volgden deze knooppunten : 93 – 59 – 57 – 81 – 56 – 80 – 19 – 48 – 13 – 14 – 10 – 15 – 51 – 3 – 2 – 1 – 94 – 55 – 93.

De Homo Natura kom je tegen tussen knooppunten 3 en 2. Voor de Feniks moet je even voorbij knooppunt 2 links het bos in (maar Wilfried heeft een wegwijzertje gehangen!). Het is niet het best berijdbare spoor maar het gaat wel.

Na het vertrek in Scherpenheuvel volg je “het boemelke”, de oude spoorweg die Scherpenheuvel met Zichem verbond. Je passeert daar ook de Maagdentoren in Zichem. De Maagdentoren is een donjon, een versterkte toren uit de 14e eeuw van 26 meter hoog, met een doormeter van 15 meter en met muren van meer dan 4 meter dik. De toren wordt ook Markentoren, Lanteerntoren of Vat van Zichem genoemd.

Na een smakelijke lunch in Brasserie ’t Sant in Langdorp ging het verder naar Aarschot waar de de oever van de Demer volgden tot in Langdorp om dan, na het bezoek aan de twee kunstwerken, terug naar een druk Scherpenheuvel fietsten.

De tocht:

De foto’s (klik op de foto’s om te vergroten)

Festivalspieren

Zo’n festivaldag verwerken gaat tegenwoordig toch een stuk lastiger dan vroeger.

Wij hebben het vandaag gedaan door een korte fietstocht langs de Dijle.

Als vertrekpunt kozen we knooppunt 44 aan het Kasteel van Zellaer. Via punten 99 – 57 – 64 – 73 – 70 en 46 kom je dan terug aan het kasteel uit. Een kleine 20km maar meer moest het vandaag niet zijn.

Je krijgt in ruil wel een rustige fietstocht voornamelijk langs de Dijle. Heel aangenaam en rustig fietsen.

Enkele foto’s (klik op de foto om te vergroten)

Suikerrock revisited

Gisteren zijn we nog eens naar een festival geweest, meer bepaald naar Suikerrock in Tienen.

Van 2012 tot en met 2019 waren we vaste gast op de Grote Markt in Tienen. Toen kwam corona en ook de verhuis naar de nieuwe locatie aan de Suikerfabriek en ze moesten het zonder ons doen.

Maar dit jaar leek de affiche op zaterdag zo aantrekkelijk dat we nog eens naar de suikerstad zijn gereden. Parkeren deden we zoals altijd aan het station maar in plaats van een korte wandeling naar het terrein stapten we nu op de shuttlebus naar het nieuwe terrein.

Hoewel de Grote Markt zeker zijn charmes had bleek al snel dat de nieuwe locatie veel voordelen heeft. Veel meer eten- en drinkstandjes, heel veel meer toiletten en vooral, veel meer en veel betere nooduitgangen. Nog een pluspunt : je kon er Fanta Lemon Zero krijgen! De grote blikjes van 33cl ! Daar kan je me zeker blij mee maken.

We waren nog net op tijd om een stukje ILA mee te pikken. ILA is een Belgische grunge rockband van de singer-songwriter Ilayda Cicek begeleid door Cas Kinnaer (drums), Sam Smeets (gitaar/bas) en Mattias Stynen (gitaar/keys). ILA werd in 2022 laureaat van De Nieuwe Lichting van Studio Brussel.

Na ILA was het op de mainstage de beurt aan Kids with Buns. Kids With Buns is een Belgische band bestaande uit Marie Van Uytvanck en Amber Piddington. Hun muziek wordt omschreven als bedroom indiepop, indiefolk, indierock.

In 2020 stond Kids With Buns in de halve finale van Humo’s Rock Rally. Datzelfde jaar bracht de band de single 1712 uit. De band werd het gezicht van de Belgische hulplijn voor geweld (1712). In 2021 won de band De Nieuwe Lichting 2021.

Na de Belgische openers was het de beurt aan Brits gitaargeweld. Dat begon met Only the Poets.

Only The Poets is een Engelse band uit Reading, gevormd in 2017 en bestaat uit Tommy Longhurst, Andrew “Andy/Roo” Burge, Clem Cherry en Marcus Yates.

Only the Poets werd gevolgd door The Wombats.

The Wombats is een Britse indieband die afkomstig is uit Liverpool. De band bestaat uit de geboren en getogen Liverpudlians Matthew “Murph” Murphy (zang, gitaar en keyboard) en Dan Haggis (drum en achtergrondzang) en de in Liverpool woonachtige Noor Tord Øverland-Knudsen (bas, achtergrondzang).

Derde Britse groep op het podium waren The Vaccines.

The Vaccines is een Britse indierockband uit Londen, bestaande uit Justin Young (zang), Árni Hjörvar (basgitaar), Timothy Lanham (gitarist) en Yoann Intonti (drums). Na het vertrek van Pete Robertson (drum, zang) in 2016, werden Timothy Lanham en Yoann Intonti gepromoveerd van touring-leden tot officiële bandleden. The Vaccines tourt veel, en was eerder al voorprogramma van Muse, The Rolling Stones, The Stone Roses, Arctic Monkeys en Red Hot Chili Peppers.

Toen was het de beurt aan enkele oude bekenden die ik al eerder had gezien op Suikerrock. Om te beginnen Kaiser Chiefs.

Kaiser Chiefs is een Britse indierockband uit Leeds. Officieel startte Kaiser Chiefs in mei 2003, maar de bandgeschiedenis gaat veel verder terug. Nick, Simon en Peanut kennen elkaar al sinds ze elf jaar oud waren en hebben samen in een aantal bands gespeeld. Whitey kwam in een van hun bands terecht door de leugen te vertellen dat hij gitaar kon spelen als John Squire. Ze kwamen de van de kunstschool afgestudeerde Ricky op het spoor, die zong in een Rolling Stones-tributeband.

Ze kozen de naam ‘Kaiser Chiefs’ van het Zuid-Afrikaanse voetbalteam Kaizer Chiefs, waarvoor ooit Lucas Radebe uitkwam, die nu speelt voor Leeds United, de voetbalclub uit de stad waar de Chiefs vandaan komen.

Voorlaatste op het programma waren terug landgenoten : Bazart.

Bazart werd in 2012 opgericht in Gent door zanger Mathieu Terryn en zanger-gitarist Simon Nuytten. Later sloten bassist Tom Goovaerts, drummer Jonas Goeteyn en toetsenist Oliver Symons zich aan bij de band. De ep Meer dan ooit werd nog in hetzelfde jaar op 9 maart uitgegeven. Op 13 november 2015 volgde de ep Bazart. Goovaerts was toen vervangen door Daan Schepers en Jonas Goeteyn door Robbe Vekeman. Op het podium krijgen ze tegenwoordig het gezelschap van drummer Mario Goossens (van o.a. Triggerfinger en van Sloper die we eerder al kort hadden gezien in “The Cube” en van bassist Tom Cogghe van Goose)

Om de lange dag af te sluiten kregen we nog Snow Patrol.

Snow Patrol is een Noord-Ierse/Schotse alternatieve-rockband, bestaande uit voorman Gary Lightbody (zanger, songwriter en gitarist), Johnny McDaid (bassist en achtergrondzang, gitarist, toetsenist) en Nathan Connolly (gitaar en achtergrondzang). Vanaf september 2023 gaat de band door als trio zonder Quinn en Wilson.

We hebben  nog een stuk van meegepikt maar aangezien het ondertussen zondagochtend was hebben we niet tot het einde gewacht. Na een vlotte rit naar huis, inclusief alcoholcontrole, Uiteindelijk was het bijna twee uur toen we thuis kwamen. Zo 14 uur onderweg zijn met vooral veel rechtstaan … dan merk je dat je geen twintig meer bent 😉.

Maar het was een hele leuke dag met geweldige muziek al moet ik eerlijk toegeven dat ik de helft van de groepen niet kende. Suikerrock heeft voor ons trouwens een speciale betekenis. Een simpele opmerking over The Stranglers, exact 10 jaar geleden, was het begin van “ons verhaal”.

Zellaer

Dit week lijkt Zellaer een beetje centraal te hebben gestaan.

Gisteren zijn we van Zellaer naar het Zennegat gefietst. Met de knooppunten als leidraad maar eigenlijk vooral op ons gevoel gereden. Zo gaat het knooppuntennetwerk los door de Mechelse binnenstad en op gewone dagen is dat leuk maar op een zomerse zaterdag die dan ook nog eens marktdag is leek het ons niet aangeraden.

Aan het Zennegat is het terrras van “Zennegat 13” trouwens vernieuwd en dat maakt de drankstop daar toch wat aangenamer. Ook in Zellaer is het bij de Zomerbar altijd leuk om even te stoppen.

Ook vandaag zijn we even naar Zellaer geweest maar dan niet naar het kasteel. Wel naar de wei aan de andere kant van de fietsstraat. Daar organiseerde de “Mechelse Auto Klub”, de MAK dus een evenement naar aanleiding van hun 55 jarig bestaan.

Collega Nancy en haar echtgenoot zijn enkele van de bezielers van die club en ik laat een kans om mooie oldtimers te bewonderen niet graag liggen.