Schiermonnikoog

Vandaag lieten we onze fietsen in de berging staan. Er stond wel een fietstochtje op het programma maar dat zouden we doen in Schiermonnikoog en op de veerboot die vertrekt vanuit Landal Esonstad mag je geen fietsen meenemen.

Op zich geen probleem want één van de hoofdactiviteiten op Schiermonnikoog is het verhuren van fietsen. Soepboer Fietsverhuur waar wij via de Landal Receptie twee e-bikes reserveerden heeft er een vierduizendtal staan. En dat is dan maar één van de vier verhuurbedrijven die er zijn.

Bon, wij dus het “marktplein” overgestoken en de boot naar de gemeente met de minste inwoners van Nederland. Op 31 januari van dit jaar waren er 982 inwoners.

Schiermonnikoog is vanuit het westen het vijfde bewoonde Waddeneiland. Het eiland wordt geprezen om zijn rust, die onder andere in stand wordt gehouden doordat bezoekers hun auto op de vaste wal in de haven van Lauwersoog moeten achterlaten.

In de middeleeuwen was Schiermonnikoog een uithof van het cisterciënzerklooster Claercamp uit Rinsumageest bij Dokkum, een van de kloosters in Friesland. De monniken van het klooster, die land indijkten, droegen grijze pijen. Zo ontstond de naam: schier betekent grijs, en oog betekent eiland (en is etymologisch hetzelfde als ei in eiland). De naam Schiermonnikoog wordt voor het eerst genoemd in 1440 in een akte (van Philips van Bourgondië). In 1580 werd Friesland protestants. Het klooster verloor alle bezittingen, en Schiermonnikoog werd onderdeel van het gewest Friesland.

Je kan er eindeloos wandelen (ook waddenlopen) maar wij kozen toch maar voor de fiets. Ik had de 18 km lange Trekvogelroute gevonden, een fietstocht die je langs enkele bezienswaardigheden voert zoals de Noordertoren, Bunker Wasserman en Begraafplaats Vredenhof.

Aanvankelijk werden aangespoelde drenkelingen op Schiermonnikoog begraven in de duinen. In de 19e eeuw werd dit verboden. In 1863 werden zeven bemanningsleden van een gestrand Zweeds schip begraven op de plek in de buurt van het latere Vredenhof. Ook later werd er nog een drenkeling in deze omgeving begraven. In 1917 namen enkele inwoners van Schiermonnikoog het initiatief voor de stichting van Vredenhof, een begraafplaats voor de aangespoelde drenkelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ook drenkelingen uit de Tweede Wereldoorlog liggen hier begraven. Het is dan ook een Commonwealth War Graves kerkhof. We vermoeden dat onze buren hier in het park daar ook geweest zijn of er nog moeten komen. Onze buren zijn immers Westvlamingen van de Commonwealth War Graves Commission. Ze zijn hier met drie busjes.

Op de terugweg hadden we nog het geluk van een zeehond te spotten. Die lag rustig te genieten van de zon op een zandbankje.

Het was weer een heel leuke zij het ook wel vermoeiende dag. Het was niet eenvoudig om een kleine selectie van foto’s te maken.

Onze tocht:

Via schilderachtige dorpjes naar Dokkum

Tweede fietsdag en ook vandaag lieten we ons inspireren door www.friesland.nl. Op die website kan je tal van wandel- en fietsroutes terugvinden.

Wij kozen vandaag voor Schilderachtige dorpjes en Elfstedenstad Dokkum, een tocht van 42 km (Knooppunten 13-48-49-82-11-73-01-30-79-29-32-40-39-38-42-43-47-46-13)

Dokkum is de meest noordelijk gelegen Elfstedenstad, ze ontstond nadat deze plek een bedevaartsoord werd na de moord op Bonifatius in 754.

Over de oorsprong van de naam Dokkum zijn verschillende verklaringen in omloop. Sommigen denken aan een combinatie en samentrekking van de Friese mansnaam ‘Docko’ die hier een erf of ‘heim/hiem’ zou hebben bezeten. Anderen associëren Dokkum met ‘Tockingen’, dat is een ‘nederzetting aan een tocht of stroom’. Schrijfwijzen voor de plaatsnaam waren onder meer ‘Dockinga’ en ‘Dockynchirica’. Sinds de middeleeuwen is in Dokkum een klooster waarin vanaf de 13e eeuw monniken van de Norbertijner orde zijn gevestigd. Olivier van Keulen predikte in 1214 in Dokkum de kruistocht, waaraan dan ook Dokkumers hebben meegedaan. Deze geschiedenis wordt door middel van een halve maan op het wapen van Dokkum in herinnering gebracht.

In 1298 kreeg Dokkum na Stavoren, Harlingen en IJlst als vierde stad van Friesland stadsrechten.

Dokkum is ook het “keerpunt” van de Elfstedentocht. De Elfstedentocht (Fries: Alvestêdetocht) wordt georganiseerd door de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, is vanouds de start- en aankomstplaats. De steden die worden aangedaan zijn Sneek, IJlst, Sloten, Stavoren, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen, Franeker, Dokkum en tot slot weer Leeuwarden.

Voor de rest was het vandaag genieten van de wijde landschappen en het water dat die landschappen doorklieft. 

Het was ook weer vechten tegen de wind (windkracht 4 !!!). Maar dankzij het motortje van Dhr Bosch was het doenbaar, zeker wanneer we even overschakelden van tour naar sport. Anders had ik het systeem moeten toepassen dat Jo Planckaert gebruikte in de bergritten van de Ronde van Frankrijk : fietsen met de remmen op om niet achteruit te bollen 😉.

De tocht:

De foto’s :

(Half) Rondje Lauwersmeer

Eerste fietsdag vandaag en op het programma stond een Rondje Lauwersmeer.

Deze fietstocht vertrekt eigenlijk in Zoutkamp maar passeert wel Landal Esonstad dus wij zouden halverwege inpikken.

Knooppunten : 06 – 07 – 08 – 05 – 73 – 04 – 45 – 46 – 13 – 50 – 83 – 85 – 84 – 90 – 89 – 06. Landal Esonstad ligt halverwege punten 46 en 13.

De eerste 10 km waren al echt genieten. We reden immers langs de oevers van het Lauwersmeer. In vroegere tijden stroomden zoet en zout water in elkaar over in de Lauwerszee. Angst voor overstromingen leidde in 1969 tot de bouw van een dam. Op de vroegere zeebodem ontstond een prachtig nieuw landschap, een echt vogelparadijs.

We passeerden ook Dokkumer Nieuwe Zijlen.

Dan maakte ik aan punt 85 een foutje. We moesten eigenlijk naar 84 maar ik zag 90 staan en wist dat we daar moesten zijn want aan punt 90 zouden we de route even verlaten om naar De Theefabriek in Houwerzijl te fietsen.

Bleek echter dat dat punt 90 het Friese punt 90 was en niet het Groningse punt 90. Nu ja, geen echt probleem. Aan quasi elk knooppunt staat een infobord en we vonden al snel een alternatieve route.

Het uitstapje naar De Theefabriek was ook de moeite waarde. Heel lekker gegeten en een mooie voorraad thee ingeslagen. Het was moeilijk kiezen. Ook om iets te drinken. Een twintigtal Darjeelings en een tiental soorten Ceylonthee. Daar kunnen vele Belgische theehuisjes een lesje van leren.

En toen kwamen we aan knooppunt 89. Daar moesten we eigenlijk naar 06 maar dat vond ik niet direct. En terwijl ik naar het bord stond te turen was Conny gelukkig slim om ook het papier te lezen dat onder het infobord hing. Knooppunten 07, 08 en 05 waren immers afgesloten vanwege werken. We moesten dus op onze stappen (of is het “trappen”?) terugkeren.

Maar we hebben op de terugweg wel de originele route gevolgd dus ook het stuk dat we op de heenrit hadden gemist. En bleek dat toch wel net een heel mooi stukje te zijn.

Johan Cruyff had dus toch gelijk : elk nadeel heb z’n voordeel.

Het was wel beuken tegen de wind maar daar hebben we natuurlijk een elektrische fiets voor gekocht. En die mag dan gerust even op sport staan in plaats van op tour.

De Route

Kilometers malen

Het was iets over tien toen we de deur achter ons dicht deden en vertrokken richting Friesland.

Een ritje van zo’n 350 km die we rustig zouden aanpakken . Nu ja, met de snelheidsbeperking van 100 km/u in Nederland is het sowieso iets rustiger rijden ook al was het op sommige plaatsen behoorlijk druk.

Als eerste bestemming hadden we Dokkum ingegeven omdat we daar nog even naar de Albert Heijn wilden gaan.

Toen we daar wilden vertrekken was er een klein probleempje. Wij wilden immers verder rijden naar Eanjum in Noardeast-Fryslân maar de GPS kenden Eanjum niet. Blijkt dat die enkel Nederlands verstaat en dus moesten we Anjum intypen.

Afin, we zijn er verder probleemloos geraakt en nu verblijven we dus aan het stadsplein van Landal Esonstad. Dit park, gelegen naast Nationaal Park Lauwersmeer is voor een deel gebouwd als een Oudfries dorp, omgeven door water. Er is ook een verbinding met het Lauwersmeer en de veerpont naar Schiermonnikoog vertrekt op een paar stappen van ons appartement.

Het lijkt ook de thuishaven van enkele honderden zwaluwen te zijn. En het is heel populair bij de jeugd die er massaal van de bruggen komen springen (ook al mag dat eigenlijk niet).

Vanaf morgen gaan we fietsen en dan begint de vakantie echt.

Oorlogen en veldslagen

’t Is hier sinds mijn midweekje met moeder naar Noord-Brabant stil geweest maar daar was een goede reden voor namelijk … oorlog.

In eerste instantie de oorlog tegen het onkruid. Een oorlog die je niet kan winnen, dat weten we, maar we hebben de afgelopen paar weken wel enkele veldslagen gewonnen. De tuin in Peulis ziet er terug toonbaar uit. Voor zolang het duurt uiteraard want eens je rond bent kan je terug opnieuw beginnen.

Maar het geeft wel voldoening.

De tweede oorlog was tegen de tijd. De tijd die nodig was om nog zoveel mogelijk af te krijgen op ons respectievelijke werk voor onze eerste echte vakantie van dit jaar.

En die oorlog is ook zo goed als gewonnen. Gelukkig maar, nu kunnen we morgen met een gerust hart op vakantie vertrekken naar Noord-Friesland. Een vakantie waar zowel Conny als ik al geruime tijd naar aftellen. ’t Is ook wel nodig.

Gisteren hadden we trouwens ook een mini-oorlog in de tuin. Martha, alias de zwarte jager, had een muisje gevangen. Toen ze er nog wat mee wilde spelen leek dat diertje dat niet zo plezant te vinden. Op een gegeven moment ging ze zelfs frontaal in de aanval. Daar was Martha even niet goed van. Het muisje wist zich te verbergen onder een bloembak die net iets groter was dan tweemaal de lengte van een kattenpoot. De kat heeft er nog een uurtje of twee gelegen en rondgelopen maar we zijn 99% zeker dat de muis uiteindelijk ontsnapt is, zij het een beetje gehavend.

Terug naar de realiteit

Na zo’n midweekje is de terugkeer naar de realiteit toch altijd zwaar. Gelukkig was het maar een driedagenwerkweek die werd gevolgd door een vierdagenweekend.

Donderdag, Hemelvaartsdag, is traditioneel de dag waarop KWM Peulis zijn fiets- en wandeltochten organiseert. En als het een thuismatch is dan mogen we die niet missen hè. We kozen aanvankelijk voor de 30km maar het was zo lekker fietsen dat we onderweg beslisten om toch maar de 50km te doen.

Deze bracht ons via het Mechels Broek naar de Nekker, waar de Special Olympics veel volk op de been bracht. Vandaar ging het via het Leuvens Kanaal terug naar de Dijle die we volgden tot in Rijmenam. Aan het Kasteel van Weines genoten we van een rustpauze met een heerlijke koffie.

Via Beerzelberg en Putte bereikten we terug de Parochiezaal van Peulis.

Vrijdag hebben we het grootste deel van de dag doorgebracht op handen en voeten. Een tuin hebben is mooi maar die eeuwige strijd tegen het onkruid is minder mooi. Anderzijds is dat wel de perfecte manier om van de werkgerelateerde stress af te raken. Daarom dat we ook zaterdag nog een paar uurtjes door het zand hebben gekropen.

Tussendoor zijn we nog wel even naar Heist op den Berg gereden voor ons laatste bezoekje daar dit seizoen. Dankzij Eva de Roovere hebben we dat seizoen op een mooie wijze kunnen afsluiten

Na een verjaardagsfeestje op zaterdag hebben we het weekend vandaag afgesloten met een nieuw fietstochtje. Deze keer heb ik gewoon de Fietsknooppunten-app een surprise laten uitwerken. Het werd een mooi tochtje van 35 km en we zijn weer op plaatsen geweest waar we eerder nog niet waren geweest.

Sint Jan

Vóór we, na ons laatste ontbijt, ons huisje achter ons lieten en terug naar de Kempen reden had ik nog een tussenstop in ’s Hertogenbosch gepland.

Dat stond aanvankelijk voor dinsdag op het programma maar het rotslechte weer stuurde ons toen naar Helmond.

Het zou een kort bezoek worden want na 4 flink gevulde dagen liet de vermoeidheid zich toch wel voelen mijn moeder. Nu ja, ze wordt binnen een paar maanden dan ook 89.

Maar een bezoek aan de Sint Janskathedraal mocht toch niet ontbreken.

Op de plek waar nu de Sint-Jan staat, stond eerst een romaanse kerk. De bouw hiervan startte vermoedelijk in 1220 en duurde tot 1340. Rond 1370, mogelijk na de verheffing tot kapittelkerk, begon men deze kerk echter geleidelijk aan te vervangen door een nieuwe kerk in gotische stijl. Het koor was waarschijnlijk rond 1415 voltooid, het transept rond 1470, waarna ten slotte het schip tot stand kwam. Van 1480 tot 1496 is de weelderige H. Sacramentskapel ten noorden van het koor toegevoegd. Deze kapel was in gebruik bij het Illustre Lieve Vrouwe Broederschap. In 1505 is de romaanse kerk, uitgezonderd delen van de romaanse toren, afgebroken. Als laatste verrees een hoge kruisingtoren. De gotische Sint-Jan kwam gereed omstreeks 1530.

De bouwstijl van de Sint-Jan heeft in de omgeving van ‘s-Hertogenbosch bijna geen invloed gehad, maar de kerk is wel verwant aan een aantal grote stadskerken in het oude hertogdom Brabant. De kerken van onder andere Antwerpen, Mechelen, Leuven en Diest zijn wel in een verwante stijl gebouwd. Vandaar dat men spreekt van Brabantse gotiek.

Op 22 augustus 1566 bereikte de Beeldenstorm ‘s-Hertogenbosch en ook de Sint-Jan ontkwam niet aan deze storm. Bij de ravage die in de kerk werd aangericht door de calvinisten werd doelbewust de orgels, preekstoel en een altaar heel gelaten zodat de kerk eventueel dienst kon doen als godshuis voor de protestanten.[5] In oktober vond er een tweede Beeldenstorm in de stad en de kathedraal plaats waarbij de overgebleven beelden werden vernield. In mei 1567 werd de katholieke eredienst hersteld en wijdde bisschop Franciscus Sonnius de altaren van de Sint-Jan opnieuw in.

n 1584 ontstond door blikseminslag een brand die de hoge houten kruisingtoren, majestueuzer dan de huidige toren, vernielde en ook delen van het dak tot aan het orgel. Vanwege geldgebrek kon er geen nieuwe toren komen, maar is er een soort koepel gebouwd.

In 1830 ontstond opnieuw brand, deze keer in de westertoren. Het herstel was in 1842 klaar. Een nieuwe bekroning kreeg de toren in 1876 (73 meter hoog). De geleding waar de klokken hangen is veertiende-eeuws, er zijn zowel luidklokken als een beiaard.

Van 1858 tot 1985 is de kathedraal vrijwel onafgebroken in restauratie geweest. Aanvankelijk gebeurde dat op een nogal dubieuze manier, waarbij vele vrijheden genomen en slechte steensoorten toegepast werden, terwijl het interieur getooid werd met allerlei neogotische elementen. Ook nu staat nog altijd een deel van de kathedraal in de steigers. (bron : Wikipedia)

De kerk staat nu trouwens ook nog altijd in de steigers maar binnen zie je daar niks van. Wat je wel ziet zijn glasramen, veel glasramen. En laat me nou net een heel erg grote softspot voor glasramen hebben zeker.

En daarmee zit de midweek er alweer op. Het waren maar 5 dagen maar moeder heeft er wel van genoten. Mission accomplished.

Breda

Alweer de laatste volledige dag van de midweek met moeder.

Bestemming voor vandaag was Breda.

We begonnen ons bezoek aan de bruggenstad met een rondvaart onder al die bruggen. Na vertrek in de haven voer de boot via het Spanjaardsgat de Singel van Breda op. Vanaf de Nieuwe Prinsenkade werd afgeslagen naar de Academiesingel, daarna volgden de Delpratsingel, Oranjesingel, Wilhelminasingel en Boeimeersingel. Daar draaiden we de Generaal van Hamsingel in en volgden we de Vredenburgsingel, Weerijssingel en Tramsingel. Na het varen door de singels waar Breda om bekend staat, voeren we naar de Nieuwe Prinsenkade en eindigden we terug in de haven. Een tochtje van ongeveer een uur. Mooi en rustig (een elektrische boot en slechts 2 passagiers) maar met momenten ook heel koud.

Tijdens de boottocht zagen we ook “de koepel”. Het is één van de drie koepelgevangenissen in Nederland, de andere twee staan in Haarlem en Arnhem. De iconische koepelgevangenis van Breda maakte deel uit van een justitieel complex in het centrum van Breda. De gevangenis is tussen 1882 en 1886 gebouwd naar een ontwerp van Johan Frederik Metzelaar. Het koepelgebouw heeft een open cirkelvormige middenruimte met een hoogte van ruim dertig meter bekroond door een koepel met ijzeren spanten en een diameter van 53 meter. De theorie achter de ronde vorm voor een gevangenis is bedacht door Jeremy Bentham. Zo konden de bewakers de hele gevangenis overzien vanuit het midden. Het cellencomplex bevat 198 identieke cellen.

De gevangenis is vooral bekend omwille van de Drie van Breda. De drie van Breda waren drie Duitse oorlogsmisdadigers die een levenslange gevangenisstraf uitzaten in de Koepelgevangenis in Breda. Ze waren de laatste oorlogsmisdadigers die in Nederland vastzaten. In eerste instantie waren ze met z’n vieren: Willy Lages, Joseph Kotälla, Franz Fischer en Ferdinand aus der Fünten. Alle vier waren ze betrokken geweest bij de Jodenvervolging. In 1966 werd Willy Lages alsnog uitgezet naar Duitsland. Volgens artsen was hij terminaal ziek. Dat bleek achteraf niet waar te zijn. Maar de Vier van Breda werden toen de Drie van Breda. Eind jaren ’60 ontstond discussie over vrijlating van de drie overgebleven gevangenen. Er werd een gratieverzoek ingediend door de drie. Uiteindelijk stemde de Kamer tegen de vrijlating van de Drie van Breda. In 1979 overleed Kotälla. Tien jaar later kwamen Fischer en Aus der Fünten alsnog vrij. Beiden waren hoogbejaard en overleden kort na hun vrijlating.

Na een koffietje om het terug warm te krijgen bezochten we vóór de lunch nog de Grote Kerk.

Na de lunch wandelden we naar het Begijnhof van Breda, één van de mooiste begijnhoven die ik ken. Dan ging het via het Park Valkenberg en het Kasteel van Breda terug naar de auto en naar onze bungalow.

We sloten de dag af met een wandelingetje van een drietal kilometer door de Loonse en Drunense Duinen waar we gisteren ook al de “ijsbaan” van Kaatsheuvel ontdekten. Deze plas werd met de hand uitgegraven door werklozen en in 1934 werd ze plechtig geopend om de volgende winter al onmiddellijk 4.000 schaatsers te verwelkomen. In 1939 wilde de gemeente er een zwembad van maken maar de oorlog dwarsboomde de plannen omdat de Duitsers het hele gebied gebruikten als munitieopslag en het daardoor Sperrgebiet werd . Toen de Efteling in 1952 een eigen zwembad aanlegde werden de plannen volledig afgeblazen.  

Een vestingstad en een Nationaal Park

Derde dag van de midweek met moeder.

Op het programma stond een boottocht door de Biesbosch in Drimmelen en daarna een wandeling in het wandelbos van Tilburg.

Maar omdat er een grote groep had afgezegd was onze tocht van 9u30 afgeschaft. We konden nog wel mee met die van 12u. Dat was uiteraard geen probleem maar om dan daarna nog een wandeling in Tilburg te gaan doen was niet haalbaar.

Dan maar een alternatieve wandeling gezocht en daarvoor koos ik voor de buurgemeente van Drimmelen : Geertruidenberg.

Vestingstad Geertruidenberg is oorspronkelijk Hollands. Het kreeg in 1213 als eerste stadsrechten van het Graafschap Holland. Echte vestingwerken verschijnen aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog als Willem van Oranje de stad inneemt. Hij laat er nieuwe wallen en drie bastions bouwen. In de 16de en 17de eeuw zijn de vestingwerken gemoderniseerd. Vestingbouwer Menno van Coehoorn maakte van deze ‘Sleutel van Holland’ een strategische plaats in de Zuiderwaterlinie om de Fransen te weren. De stad kwam in 1813 (onder Lodewijk Napoleon) bij Noord-Brabant.

Na de wandeling was het maar 10 minuutjes rijden naar Drimmelen maar daar waren we toch ruim te vroeg. Gelukkig was de B&B open en daar konden we terecht voor een smakelijke koffie.

Om 12u mochten we aan boord van het nieuwe vlaggenschip van de rederij Zilvermeeuw : de Z9, een 100% elektrisch schip. Je hoort (of ruikt) dus geen dieselmotoren en dat maakt de reis een pak aangenamer. De lunch die we op voorhand hadden besteld was trouwens ook om vingers en duimen af te likken.

Nationaal Park de Biesbosch is een zoetwatergetijdengebied. Daar zijn er maar een paar van in de wereld. In de Biesbosch is dus sprake van eb en vloed, uniek in een zoetwatergebied.

De geschiedenis van de Biesbosch begon het met een stormvloed in de nacht van 18 op 19 november 1421. Het gebied was oorspronkelijk polderland, maar de Sint-Elizabethsvloed veranderde het gebied die nacht in een binnenzee. Dankzij het water uit Maas en Waal werd het een zoetwaterdeltagebied. Uit zand en rivierslib ontstonden zandplaten, waar vooral biezen goed op groeiden. Vandaar de naam ‘Biesbosch’. Eeuwenlang verdienden griendhakkers, rietsnijders en biezenvlechters er een karige boterham. In 1970 werd het Haringvliet afgesloten. De grote verschillen tussen eb en vloed verdwenen en daarmee de griend- en rietcultuur. De wilgenakkers verruigden en de natuur kreeg vrij spel. En nu broeden hier weer zeearenden en visarenden.

Uitgeregend

Eigenlijk zouden we op deze tweede dag van de midweek met moeder naar ’s Hertogenbosch gaan. De kerk bezoeken, een stadswandeling doen en uiteraard ook een Bossche Bol eten in ’t Opkikkertje.

Maar de weergoden beslisten er anders over. Aangezien een hele dag regen werd voorspeld zocht ik gisteren naar een alternatief. En dat werd het Kasteel Helmond in … Helmond. Het toegangsticketje voor het kasteel gaf ook nog recht op een bezoek aan twee andere tentoonstellingen aan de overkant van de straat.

Kasteel Helmond is een de best bewaarde waterburcht in Nederland, met het grootste grondplan.

Waarschijnlijk begon Lodewijk Berthout van Berlaer, heer van Helmond, met de bouw van het kasteel tussen 1325 en 1350 nadat zijn vader, Jan I van Berlaer zijn bescheiden bezittingen in de buurt van Lier ruilt tegen de heerlijkheid Helmond bij Jan III van Brabant.

Vanaf het begin waren de vierkante omtrek, de grote, ronde en uitspringende torens op iedere hoeken en de gracht gepland. De familie toonde met dit gebouw haar macht en zorgde voor een sterk en strategisch punt voor de verdediging van de noordoost-grens van het hertogdom Brabant. De vorm van het kasteel sloot aan bij de heersende kasteelarchitectuur van die tijd. Bovendien vormde de stenen behuizing een hele verbetering van het woongenot van de Berlaers.

De voorganger van het kasteel was het Oude Huys: een houten slot of donjontoren. Dat lag op enkele honderden meters van het nieuwe kasteel in een moerasachtige omgeving en was sterk verouderd. Een complex van houten gebouwen kenmerkte dit gebouw dat diende als adellijke woning. Het Oude Huys stond in een veenmoeras in het dal van de rivier de Aa, via een houten brug kon men door de houten palissade het binnenterrein oplopen.

Het was het eerste kasteel van Helmond waarvan de bouw ongeveer rond 1170-75 startte. Maria van Brabant, dochter van Hendrik I van Brabant (in 1218 weduwe van Keizer Otto IV van het Heilige Roomse Rijk en later weduwe van graaf Willem I van Holland) was de bekendste bewoonster van dit kasteel. De bouw van het nieuwe kasteel duurde lang: pas aan het eind van de 17e eeuw had het ongeveer de huidige vorm.

Het kasteel wisselde door de eeuwen verschillende malen van adellijke eigenaar, totdat het in het begin van de 20e eeuw werd aangekocht door de gemeente Helmond. Het kreeg de functie van stadhuis en werd daarna een museum. Het pand werd verbouwd: er kwam een nieuwe entree, een groot trappenhuis, gangen en grote vensters. Met als gevolg een veel kleinere binnenplaats.

De twee tentoonstellingen, een tentoonstelling over fotograaf Alan Webb en eentje getiteld “uniform” waren best wel leuk maar niet echt fantastisch. Geef mij dan maar Michiel Hendrycks of Stephan Vanfleteren.

Maar al bij al toch wel een geslaagde uitstap op deze verder uitgeregende dag. En die Bossche Bol ? Die zal nog even op zich moeten laten wachten.