Weekend

Het is best wel weer een druk weekend geweest.

Dat begon op donderdagavond met het laatste Parkpopconcert van dit seizoen in Mechelen. Op het programma stond immers Frituur Paula, de coverband die wereldberoemd is in Mechelen en omstreken. Muzikaal zijn ze nog heel sterk maar eerlijk gezegd zijn ze vocaal toch niet meer zo sterk sinds het overlijden van Stef, nu bijna 10 jaar geleden, en het vertrek van de broers Jeroen en Dee. Maar qua sfeer zit het zeker nog altijd goed.

Vrijdag stond er een bezoekje aan de dierenarts op het programma. Het was raar om te zien hoe Martha & Stella, de schattigste en snoezigste zwarte katjes ter wereld, zo veranderden in twee bloeddorstige monsters die thuis niet in en bij de dierenarts niet uit de transportmandjes wilden. De dierenarts was behoorlijk onder de indruk van onze bebloede armen 😉. De rest van de vrijdag waren de kittens viesgezind maar ondertussen hebben ze ons wel vergeven.

Om onze gedachten te verzetten ’s namiddags even gaan fietsen en ’s avonds een lekkere pizza gaan eten bij de Square in Bonheiden. Dat hadden we wel verdiend.

Ook zaterdag zijn we uit eten gegaan maar wel op een bijzondere manier. Ter gelegenheid van de negenentachtigste verjaardag van mijn moeder zijn we naar Drimmelen gereden om daar om 18u30 de Zilvermeeuw 2 te nemen en een drie uur durende tocht door de Biesbosch te maken en tegelijkertijd smakelijk te eten (koud voorgerecht buffet, warm hoofdgerecht buffet en crème brûlée als dessert). Een unieke ervaring die bijzonder goed is meegevallen. Het was wel bijna zondag eer we thuis waren

Om het weekend af te sluiten hebben we nog eens de fiets genomen om een tochtje te maken. Echt fotogeniek waren de fietstochtjes niet echt maar we hebben wel veel ooievaars gezien.

Kasteel van Gaasbeek

Na enkele weken van nattigheid , die weliswaar nuttig waren want dat gaf ons de tijd om eens goed op te ruimen, kon ik vandaag nog eens op uitstap met moeder.

Ik koos voor het Kasteel van Gaasbeek en zijn Museumtuin.

Vermoedelijk liet Godfried van Leuven hier omstreeks 1240 een burcht bouwen ter verdediging van het hertogdom Brabant tegen het graafschap Henegouwen. Tijdens het ancien régime was dit het centrum van het Land van Gaasbeek.

In 1388 maakten de Brusselaars het kasteel met de grond gelijk. Daarmee namen ze wraak voor de moord op Everaard t’Serclaes door getrouwen van de kasteelheer, Sweder van Abcoude, die het kasteel nadien weer opbouwde.

Er verbleven een aantal belangrijke families uit de geschiedenis der Nederlanden, onder andere de Hornes en de Egmonts. De bekendste was graaf Lamoraal van Egmont, die het kasteel kocht in 1565, drie jaar voor zijn dramatische terechtstelling.

Op het einde van de 17de eeuw kwam het kasteel met aanhorigheden in handen van Louis Alexander Scockaert, baron van Gaasbeek en graaf van Tirimont. Eind 18de eeuw had de familie geen mannelijke nakomelingen meer en kwam het kasteel via huwelijken in handen van de Milanese patriciërsfamilie Arconati Visconti. Om die reden is het wapen van de Visconti’s, de biscione (een gekroonde azuren draak of slang die een man opslokt op zilver veld) nadrukkelijk aanwezig in de interieuraankleding van het kasteel zoals op houten lambriseringen en schouwmantels. De verticaal opgekrulde draak vindt men ook terug op het logo van het kasteel. Paul Arconati-Visconti bezat ook het Broodhuis op de Grote Markt. De laatste markiezin Arconati Visconti was de Française Marie Peyrat die het kasteel renoveerde en het zijn huidige uitzicht gaf. Ze stierf in 1923.

Zij schonk het domein in 1921 aan de Belgische Staat, die de gebouwen en het park in 1924 openstelde voor het publiek. Sinds 1980 is het een museum van de Vlaamse Gemeenschap.

Bij de hoofddreef van het domein ligt een terrastuin, omringd door een barokke omheiningsmuur (heringericht tot “levend museum” in 1996-1997). Deze tuin van 1,5 ha tegenover het kasteel biedt een overzicht van wat de Vlaamse hoveniers en fruittelers presteerden tussen 1860 en 1940, toen zij tot de wereldtop behoorden. Hij bevat fraai aangelegde en perfect onderhouden perken met groenten, bloemen, kruiden, bomen en heesters die rond 1900 in alle grote tuinen te vinden waren (waaronder onder meer vandaag grotendeels vergeten groenten). De museumtuin bestaat uit vier grote afdelingen: een siertuin met oranjerie, aangelegd in “Italiaanse” stijl; een moestuin; een fruittuin met bessen, klein fruit en noten, waarin zich ook de hydrangea-collectie bevindt; een boomgaard met een regionale collectie pruimenbomen. Het hoogtepunt is een verzameling lei-fruitbomen. Aan de tuin palen dienstgebouwen met een traditionele kern. (bron : Wikipedia)

Het kasteel en de tuinen zijn zeker een bezoek waard maar de binnenkant van het kasteel viel toch behoorlijk tegen. Nochtans is het recentelijk gerestaureerd en is het pas sinds dit jaar terug toegankelijk. Lag het aan de tijdelijke tentoonstelling of gewoon omdat het heel donker was binnen? Ik weet het niet maar het was geen 12 euro waard. De tuin daarentegen is zeker wel 7 euro waard.

Voor mij was het geen probleem want je mag met de Museumpas gratis binnen.

Extra snipperdag

Een extra dagje aan mijn verlengd weekend geknoopt.

Helaas moest Conny werken, anders had ze mee kunnen rijden naar de Kasteeltuinen van Arcen. Moeder bezoekt immers graag tuinen en die van Arcen is maar een dik uurtje rijden dus veel kan er niet mis gaan.

Behalve dan misschien het weer maar de weergoden waren ons goed gezind. Gedurende ons drie uur durend bezoekje heeft een geen druppel geregend. Op de terugweg naar huis heeft het pijpenstelen geregend.

Het complete landgoed Arcen telt circa 450 hectare en is, sinds de aanleg van de N271 in twee delen gesplitst. Aan de westzijde ligt het eigenlijke kasteel met kasteeltuinen, aan de oostzijde ligt het gebied Lingsfort. Het gehele landgoed is in 1976 aangekocht door de Stichting Het Limburgs Landschap, en halverwege de jaren tachtig werd het kasteel gerestaureerd.

Het huidige Kasteel Arcen stamt uit de zeventiende eeuw en is gebouwd in opdracht van de Hertog van Gelre. Het werd gebouwd op de restanten van het kasteel Het Nije Huis dat in het verleden verwoest werd. Oorspronkelijk stond er op een iets noordelijker gelegen locatie het eerste kasteel ‘Het Huys t’ Arssen’ uit 1275. Bij het kasteel bevinden zich rond een ruime kasteelhof nog het Koetshuys, de Oranjerie en een poortgebouw met diverse ruimtes. Op het kasteeleiland ligt een rododendrontuin. Het kasteel fungeert tegenwoordig vooral als expositieruimte, trouwlocatie en feestzaal.

Het koetshuis was van oudsher de stalling voor koetsen en landbouwwerktuigen. Later werd dit pand betrokken door de Zwitserse kunstschilder Friedrich Deusser en werd het zijn atelier. Dit is nog goed te zien aan het grote raam op de bovenverdieping. Ook zitten er in de gevel enkele ovale raampjes. Deze kleine ovaalvormige ramen werden in de 17e eeuw veel gebruikt en is daardoor karakteristiek voor de bouwperiode van dit gebouw. Door de gelijkenis met het oog van een koe worden ze Oeil-de boeuf genoemd. Tegenwoordig doet het koetshuis dienst als restaurant en ontvangstlocatie voor groepen die Kasteeltuinen Arcen bezoeken.

De kasteeltuinen bestrijken, binnen het totale landgoed, een oppervlakte van circa 32 hectare. Bij de aanleg van het park hield landschapsarchitect Niek Roozen rekening met de verschillende seizoenen, wat resulteerde in de aanleg van achttien verschillende tuinen onderverdeeld in twaalf thema’s. Zo is er een barok Rosarium, met 10 gethematiseerde rozenkamers, meer dan 8.000 rozen en een deels eeuwenoude berceau. De Water- en Beeldentuin omvat een jaarlijks wisselende beeldenexpositie en collectie aangeplante eiken. Het Lommerrijk (‘lommer’ betekent ‘schaduw’) bevat diverse boomsoorten en vaste planten zoals longkruid, astilbe, eendagslelies en bolgewassen. Ook stromen er verschillende beekjes en watervallen.

De Vallei bestaat uit een lint aan diverse tuinbelevingen; de Acertuin bevat een collectie Japanse esdoorns die gedurende de herfst vlammend rode kleuren en er is ook een Bamboebos en Oosterse Watertuin. Tot vorig jaar was er ook nog de ‘Casa Verde, een kas van 3200 vierkante meter met een mediterraan en tropisch klimaat maar die constructie was in dergelijke mate aangevreten door roest dat herstel niet meer mogelijk was. Nu is het een mediterrane tuin. (Bron : Wikipedia)

Fietsen, wandelen en smurfen

Het Nationale Feestdag weekend is een bijzonder actief weekend geworden.

Op de feestdag zelf zijn we met de fiets naar Leuven gereden. Daar was immers een “rommel- en brocantemarkt” op het Martelarenplein en een “boekenmarkt” in Museum M. De rommelmarkt viel niet tegen maar had gerust wat groter mogen zijn. Ik heb wel een paar CD’s voor een prikje kunnen kopen.

De boekenmarkt viel gewoon tegen. Maar die had dan weer wel als voordeel dat we gespaard bleven van de traditionele drache national. In Leuven heeft die wel maar een tiental minuutjes geduurd.

Wat wel enorm goed was meegevallen was de fietstocht zelf. Bijna 60 km maar het was best aangenaam weer en we hebben mooie zaken gezien.

Zaterdag was het dan tijd voor de volgende veldslag in de eeuwige oorlog tegen het onkruid. Bijna een hele dag op handen en voeten door het onkruid gewoeld maar het resultaat mag worden gezien. Deze veldslag weer gewonnen. Binnen een paar maanden is het waarschijnlijk re-match.

En vandaag waren de voorspellingen te grillig om ons aan een fietstocht te wagen dus trokken we de wandelschoenen nog eens aan. We trokken nog eens naar Itegem voor een wandeling die de afgelopen twee keer letterlijk in het water was gevallen … zo’n halve meter water ongeveer in de wei waar we de doorsteek naar de terugweg moesten maken.

Maar vandaag is het dan toch gelukt. Buiten wat motregen in het begin van de wandeling en wat zweet op het einde van de wandeling zijn we droog gebleven. We zijn onderweg wel smurfen tegengekomen en dat zie je ook niet elke dag 😉.

Knooppuntenwandeling : 50 – 19 – 98 – 99 – 17 – 53 – 51 – 52 – 49 – 50 (Itegem)

Teken van Leven

Drie weken is het ondertussen al sinds we terug aan het werk zijn gegaan. Drie weken!!!

En ook drie weken sinds de laatste post op deze blog. Niet dat we hebben stilgezeten hoor en niks hebben gedaan. We hebben vooral gewerkt. Op het werk en in de tuin, je weet wel … die niet te winnen oorlog tegen het onkruid. Je wint al wel eens een veldslag maar die oorlog … ik vrees ervoor.

Maar het zorgt er wel voor dat je de stress van het werk even kunt kwijtspelen.

We hebben dan ook al wel eens een fietstochtje gemaakt of gewandeld maar dan ontbrak daarna de puf om er iets over te zeggen.

Ook gisteren hebben we weer een dag geploeterd in de tuin. Hard werken maar gelukkig wel met heel zichtbaar resultaat.

En vandaag zijn we met redelijk grote verwachtingen naar Mechelen Monmartre gereden. Dat werd aangekondigd als “een evenement met een geweldige sfeer, fantastische kunstenaars, nieuw te ontdekken talenten en een toffe muzikale omkadering op een bijzondere locatie in Mechelen“. Maar dat viel toch dik tegen.

Toen kwam Conny op het lumineuze idee om terug naar Peulis te rijden via Rijmenam en een bezoekje te brengen aan ’t Smiske, de thuisbasis van Heemkundige Kring ’t Hoefijser. We waren daar al vaak gepasseerd maar nooit op zondagnamiddag dus ik was er nog nooit binnen geweest.

Dat bezoek maakte in ieder geval de dag goed. Je kon er zien hoe klompen worden gemaakt en hoe brood wordt gebakken. Je hebt er ook een snoepwinkeltje en je kan er heel lekkere pannenkoeken eten.

Zeker een bezoekje waard wanneer je in Rijmenam passeert.

Back to reality

Het was vanmorgen behoorlijk lastig … de terugkeer naar de realiteit.

En dat niet alleen omdat het de afgelopen nacht net iets te warm was om goed te kunnen slapen. Het was zelfs zo erg dat ik domweg mijn paswoord vergeten was en dat ik na vijf pogingen “locked out” was. Op zich geen echt probleem want daar heb je de helpdesk voor, anderzijds wel een probleem omdat de helpdesk pas om half acht opent. Het uurtje extra dat ik wou meepikken door vroeg naar ’t werk te rijden was dus verloren.

We hebben onze vakantie gisteren afgesloten met een mooie fietstocht in het Rivierenland.

We vertrokken in het pittoreske Klein Willebroek. Vandaar ging het langs het Zeekanaal en de zeesluis van Wintam naar de Rupel. Daar namen we de veerpont van Wintam naar Schelle. In Niel stopten we voor een eerste drankpauze want het was behoorlijk warm.

Van Niel ging het dan terug naar het centrum van Schelle om via de oevers van de Schelde naar Hemiksem te fietsen. Door het Natuurgebied Het Cleydael ging het naar Aartselaar om dan via Boom terug in Klein Willebroek te eindigen waar we onze tocht afsloten met een zalige Eskimo Sinaas en een smakelijke Croque Monsieur.

Om onze vakantie “in stijl” af te sluiten trokken we ’s avonds nog naar Trattoria 2000 in Keerbergen. Een Italiaans restaurant waar je heel lekker kan eten maar toch was ik gisteren niet 100% tevreden. Was het omdat ik drie kwartier heb moeten wachten op de bruscetta? Ik bedoel maar … hoe lang kan het duren om 4 stukjes brood te roosteren en er wat tomaatjes op te leggen? Of was het omdat het hoofdgerecht nauwelijks 10 minuten na het hoofdgerecht werd gebracht? Of was het omdat de muziek plots 100 dB luider werd gezet? Ik weet het niet. Misschien was het gewoon de warmte die me even tot grumpy old man maakte 😉

Voor de volledigheid de knooppunten : 38 – 11 – 35 – 20 – 31 – 34 – 90 – 18 – 91 – 30 – 85 – 70 – 84 – 32 – 17 – 16 – 07 – 23 – 24 – 25 – 29 – 28 – 38

Enkele sfeerbeelden

Naar de zoo

Het einde van de vakantie nadert helaas weer met rasse schreden.

Na onze terugkomst uit Friesland zijn we de tuin in gedoken. De hagen moesten dringend worden gesnoeid en daar ben je toch al snel even mee bezig.

Woensdag namiddag zijn we een fietstochtje met lunch en een “pré-soldeke” gaan doen. En donderdag ben ik, in de gietende regen, wel naar mijn stripwinkel in Antwerpen geweest.

Gisteren was het wel volop ontspanning met een bezoekje aan de Zoo van Planckendael, uiteraard met de fiets. Ik kan me niet meer herinneren wanneer ik die voor het laatst heb bezocht maar dat moet jaren geleden zijn.

ZOO Planckendael maakt deel uit van de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA) waartoe onder meer ook ZOO Antwerpen en reservaat De Zegge in Geel behoren. Planckendael is een ‘landschapsdierentuin’ en volgt een continentale indeling met een gethematiseerde inrichting en een natuurlijk karakter. Een opvallend kenmerk van ZOO Planckendael zijn de open ruimten in het park: sommige delen van het domein blijven onaangeroerd, zodat men er het hele jaar door wilde bloemen en planten kan vinden.

Het domein was eigendom van de schilder Michiel Coxie, in de 16e eeuw, en van diens familie. Latere eigenaars verbeterden de afwatering door het graven van grachten en een vijver, want het laaggelegen domein was gevoelig voor overstromingen. Grote openbare werken amputeerden het domein aan drie zijden: de Leuvensesteenweg (1736), het graven van de Vaart (kanaal Mechelen-Leuven, 1750-1753) en de spoorweg (1926). Het huidige kasteel Planckendael werd gebouwd in opdracht van Hendrik Moons, in 1780. In 1813 werd het domein verworven door de adellijke familie van Langhendonck, die het goed uitbreidde met stallingen en dienstgebouwen (tweede helft 19de eeuw). In 1956 kocht de Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde Antwerpen (KMDA) het landgoed Planckendael aan. Het is pas in 1780 dat het landgoed voor het eerst onder de naam Planckendael in de archiefstukken voorkomt en het is in datzelfde jaar dat het kasteel aan de voormalige hoofdingang van het park gebouwd werd in sobere rococo-stijl.

In 1960 opende het park zijn deuren voor het publiek. Aanvankelijk werd het domein door de Antwerpse ZOO gebruikt als een soort “buitenverblijf” voor de dieren: om te herstellen, voor kweekprogramma’s of als er in Antwerpen wat ruimtegebrek was. De publieke belangstelling was aanvankelijk erg matig, en beperkte middelen maakten ook slechts een langzame uitbouw mogelijk.

In 1985 werd een herstructureringsplan opgemaakt waarbij het dierenpark verder uitgebouwd werd tot een jong, ruim en open wandelpark met grote dierenverblijven. Dit volwaardige, moderne dierenpark vormt een perfecte aanvulling bij de Antwerpse Zoo: de dierenverzamelingen vullen elkaar aan, zodat men beide parken kan bezoeken zonder de indruk te krijgen tweemaal hetzelfde te zien. Inmiddels wil het park graag een eigen complete dierencollectie hebben. (Bron : HetWikipedia)

Het was een leuke dag met bijzonder veel foto’s. Zelfs de aanwezigheid van bussen vol “joelende kinderen” was niet vervelend. We hadden ook het geluk dat alles al klaarstond voor Bricks Safari dat vandaag officieel opent.

We schrokken wel van de prijzen die je betaalt voor eten en drinken. Nu ja, drinken want we hadden (gelukkig?) onze eigen boterhammetjes bij.

Impressie van de dierentuin:

Impressie van Bricks Safari

De Waddenzee

Voor onze laatste dag in Friesland lieten we ons eens niet inspireren door www.friesland.nl maar stippelde ik zelf een fietsroute uit via de knooppunten (wat trouwens perfect lukt via www.fietsknooppunt.be).

Onze route begon in het centrum van het drie kilometer verder gelegen Anjum en zou ons naar de Waddenzee brengen.

De knooppunten: 46 – 45 – 04 – 44 – 35 – 34 – 33 – 28 – 18 – 19 – 26 – 27 – 29 – 32 – 40 – 39 – 38 – 42 – 47 – 46.

De Waddenzee vormt samen met de kwelders, de Noordzeekust, de bewoonde eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland, Schiermonnikoog en de onbewoonde eilanden en zandplaten, zoals Richel, Griend en Rottumerplaat 1 geheel: het Waddengebied. De internationale Waddenzee loopt nog verder, via Duitsland naar Denemarken.

De Waddenzee staat op de UNESCO-werelderfgoedlijst(externe link), is een Natura 2000-gebied en werd door het Nederlandse publiek uitgeroepen tot het mooiste natuurgebied in Nederland. Daarnaast dient de Waddenzee ook als scheepvaartroute en voor visserij.

Het wad is altijd in beweging. Enorme hoeveelheden water persen zich tweemaal per dag met eb en vloed door de zeegaten tussen de Waddeneilanden. Met het water verplaatsen zand en slib (sediment) zich en worden geulen, platen, kwelders en de eilandkusten gevormd.

Grote delen van de slib- en zandbanken vallen met laagwater droog. Deze droogvallende wadplaten zijn rijk aan bodemleven en vogels vinden er veel voedsel en kunnen er rusten. Bij hoogwater lopen veel wadplaten weer onder en zijn ze juist een voedselbodem- en opgroeiplek voor vissen, krabben en garnalen.

Onze tocht bracht ons langs vissersdorpjes zoals Moddergat en Wierum. Enkele monumenten herdenken stormen waarbij zo goed als de volledige vissersvloot verdwenen is. Als je dan die namen leest en telkens de zelfde achternamen ziet staan dan kan je je nauwelijks voorstellen hoe zwaar dat voor zo’n kleine gemeenschap moet zijn geweest.

Na zo’n 25 km ging het terug landinwaarts en fietsten we via Holwert, Hantum, Hantumerútbuorren, Nijewier, Metslawier terug naar Anjum en verder naar Landal Esonstad en het Lauwersmeer waar we afklokten op 50km.

Alweer een mooie fietstocht die onder een grijs wolkendek en quasi windstilte begon maar die in de zon en met een fikse tegenwind eindigde.

En daarmee zit onze week in Friesland er weeral op. Morgen naar huis om dan nog een paar dagen tot rust te komen in de tuin. Nu ja … rust ? Jawel, rust … hagen snoeien, onkruid wieden, gras afrijden …

De route:

De foto’s:

De Alde Feanen – Eernewoude

Voor de eerste keer deze vakantie zag de lucht grijs toen we opstonden. Gelukkig was dat maar tijdelijk want nog voor we goed en wel op weg waren brak de zon door de wolken.

We hebben de fietsen op de auto gezet en zijn zo’n 35 km verder gereden om daar een fietstocht te starten. Die vertrok immers in Eernewoude. Al onze fietstochten heb ik trouwens gevonden op www.friesland.nl, een onuitputtelijke bron van informatie.

De fietstocht begon wel een beetje in mineur. Bleek immers dat ik de batterij van mijn Canon in ons huisje had laten liggen. Ik heb me dus moeten behelpen met mijn Samsung Galaxy M20.

Nationaal Park De Alde Feanen (betekenis: “De Oude Venen”, Fries: Nasjonaal Park De Alde Feanen) is een nationaal park in de Nederlandse provincie Friesland, gelegen rondom het dorp Earnewâld. Het nationaal park heeft een oppervlakte van bijna 4.000 ha. Het is hiermee het grootste aaneengesloten natuurgebied op het vasteland van de provincie Friesland. Het is een “natuurgebied met een rijke historie, een gebied ook van internationale betekenis. Vergelijkbare gebieden zijn buiten Nederland niet veel te vinden.

De Alde Feanen bestaat uit een gevarieerd laagveenmoeras met meren, veenplassen, petgaten, trilvenen, veenmosrietlanden, blauwgraslanden, rietlanden, dotterbloemhooilanden en moerasbossen. Er komen meer dan 500 soorten hogere planten voor, waaronder verschillende soorten zeggen en orchideeën. Er broeden meer dan honderd verschillende soorten vogels. In de winter pleisteren in het gebied grote aantallen ganzen, eenden en steltlopers. In het vroege voorjaar kunnen enkele tienduizenden steltlopers zoals kemphaan, grutto en wulp doortrekken.

Op 26 april 2006 werd het gebied door toenmalig minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit officieel aangewezen als twintigste Nationaal Park van Nederland. (Bron : Wikipedia)

De tocht is zeker een aanrader. Je fietst langs het water, door weilanden en je neemt geregeld een pontje om de rivier over te steken. Er was vandaag wel gevoelig minder wind. Iets aangenamer fietsen dus maar ook iets warmer.

De route van vandaag (vertrek aan het Bezoekerscentrum, Koaidyk 8, 9264 TP Eernewoude): 16 – 38 – 39 – 40 – 41 – 37 – 36 – 35 – 33 – 32 – 31 – 30 – 45 – 29 – 28 – 20 – 21 – 22 – 92 – 92 – 42 – 63 – 44 – 48 – 49 – 12 – 06 – 14 – 16

De foto’s (die dus van iets mindere kwaliteit zijn dan gewoonlijk):

Ljouwert (Leeuwarden)

Na drie dagen fietsen waren we wel toe aan iets anders. Daarom trokken we vanochtend, met de auto, naar Leeuwarden. Aanvankelijk was het de bedoeling om daar een fietstocht te beginnen en dan nog “even” de stad te bezoeken maar gelukkig hebben we besloten om er een hele dag door te brengen.

Leeuwarden is de hoofdstad van Friesland en is één van de oudste steden van Nederland. De geschiedenis van Leeuwarden gaat terug tot in de Romeinse tijd. Toen woonden er al mensen op de plek waar nu de Oldehove staat. Leeuwarden is ontstaan op terpen die werden opgeworpen aan een inham van de Middelzee die in de 13e eeuw dichtslibde en werd ingepolderd. De riviertjes Ee, Vliet en Potmarge mondden bij deze terpen uit in zee.

De naam Leeuwarden duikt voor het eerst op in een schenkingsakte uit de 8e eeuw. In dit document van de abdij van Fulda spreekt men van villa Lintarwde.

In 1435, hetzelfde jaar dat Oldehove, Nijehove en Hoek samengevoegd werden tot één stad, Leeuwarden, kreeg Leeuwarden stadsrechten.

De vijftiende eeuw werd beheerst door de strijd tussen Schieringers en Vetkopers. In het algemeen schaarden de steden en het platteland zich achter de Schieringers. Leeuwarden was het bolwerk van de Vetkopers. De partijstrijd leidde tot de bouw van nieuwe verdedigingswerken. Albrecht van Saksen had in 1498 negen weken nodig om Leeuwarden in te nemen, om het intern verdeelde Friesland te kunnen onderwerpen.

De zestiende en zeventiende eeuw vormden een gouden tijd voor Leeuwarden. Leeuwarden kreeg aanzien doordat het eeuwenlang de residentie werd van de Nassaus die vanaf 1584 stadhouder werden van de noordelijke provincies, tot zij in 1747 uit de stad vertrokken. De Nassaus woonden in het Stadhouderlijk Hof met hun hofhouding, nu functioneert het gebouw als hotel. In deze eeuwen kwam de stad ook tot grote bloei. Het aantal inwoners steeg van 5.000 rond het jaar 1500 tot 16.000 in 1650.

De Gouden Eeuw was ook een tijd waarin de adel op kwam in Leeuwarden. De Eewal, Grote Kerkstraat, Nieuwestad, Tweebaksmarkt en de Weaze waren destijds de deftigste straten van Leeuwarden. Hier woonden de rijke adellijke families zoals Van Martena, Van Aylva, Van Camstra en Van Burmania. Leeuwarden behoorde toen tot de tien aanzienlijkste steden van Nederland. Daarvan getuigen nu nog prachtige gebouwen als de Kanselarij (waar recht gesproken werd), het Stadhouderlijk Hof en de Waag (als centrum van de handel).(Bron : Wikipedia)

Wij kochten ons voor 2 euro bij het Visitor Center een kaartje met een 6km lange wandelroute doorheen de stad waarbij je de meeste bezienswaardigheden passeerde : Oldenhove ( de scheve toren van Leeuwarden), de Prinsentuin, het Stadhuis, het Stadhouderlijk Hof, de Waalse kerk, de Grote Kerk, het Stadsweeshuis, de St.Bonifatiuskerk, Centraal Apotheek, de Kanselarij, het Oude Postkantoor en nog veel meer mooie oude gebouwen.

Ook voor shoppers of voor Bougondiërs heeft Leeuwarden voldoende te bieden.

Kortom … een gezellige stad die gewoon vraagt om terug te komen.