Na het wekelijkse dagje werken in de tuin (waar dat onkruid vandaag blijft komen is me een raadsel) was er vandaag weer tijd voor een wandeling.
Aanvankelijk wilden we gaan fietsen, een koffietje gaan drinken in Werchter, maar het zag er vanochtend niet echt fietsvriendelijk weer uit, dit in tegenstelling tot gisteren.
Dan maar snel een wandeling gezocht en we vonden al snel de Rockweidewandeling in Werchter. Die is zo’n 11km lang maar bood de mogelijkheid om op het einde een paar kilometer in te korten.
Het weer was grijs maar verder was het een heel mooie wandeling langs de Dijle en langs de boomgaarden op de oevers van de Dijle.
Ze werd afgesloten op de weide van Wechter en de North West Walls, het project van Arne Quinze dat onder zijn curatorium jaarlijks door een nieuwe set van straatkunstenaars tot leven wordt gebracht.
Op dit moment kan je er het eerbetoon van Matthias Schoenaerts aan Sanda Dia nog bewonderen.
De weide zelf ziet er onherkenbaar uit. Ik heb het er altijd moeilijk om in te schatten waar de verschillende podia en tenten staan.
Zoals de traditie het wil, nu ja … wij doen het altijd … werd ons bezoekje aan Werchter afgesloten met een koffietje aan de kerk.
De weergoden waren ons goed gezind vandaag. Op het programma stond immers een tripje naar het Kasteel van Groot-Bijgaarden in Dilbeek. Daar kan je nog tot en met 4 mei Floralia Brussels bezoeken. Een uitstapje dat echt een kolfje is naar de hand van mijn moeder en mijn tante.
Het kasteel werd gebouwd door de heren van Bijgaarden. De eerste wiens naam gekend is, een Amelricus die opduikt in 1110, verkreeg het domein van de Sint-Baafsabdij. Een opvolger Arnulfus III gaf waarschijnlijk opdracht om de eerste burcht te bouwen, een mottekasteel dat de zuidelijke landerijen moest beschermen.
In 1486 verwierf Willem Estor het kasteel en de Bijgaardse heerlijkheid. Hij kwam uit een oude Brusselse familie (schepen in 1475) en voerde het wapen van de Berthouts.
Gaspard II Schetz, de machtige financier en heer van Grobbendonk, kocht Groot-Bijgaarden in 1549 voor 17.800 pond en verkocht het zes jaar later door aan Laurens Longin van Lembeek.
Ferdinand van Booischot kocht het kasteel in 1634 en transformeerde het op vijftien jaar tijd tot zijn huidige aanzicht. Hij liet onder meer de kapel aanbouwen. In de 18e eeuw viel het kasteel toe aan Helena van Booischot. Ze huwde met Karel Ferdinand, graaf van Königsegg-Rothenfels en regent-interimair der Nederlanden. Ter gelegenheid van dit huwelijk verhief keizerin Maria-Theresia de heerlijkheid Groot-Bijgaarden tot markiezaat onder de naam Booischot.
Nadat het kasteel sterk was vervallen, begon men in 1902 met een dertig jaar durende renovatie. Het was Raymond Pelgrims de Bigard die het kasteel van de ondergang redde, zijn nakomelingen zetten zijn werk verder.
In het 14 ha grote park dat werd aangelegd door tuinarchitect Louis Fuchs, is een presentatie weggezet van bijna alle voorjaarsbloemen die men maar bedenken kan. Onder leiding van specialisten uit het bloembollen vak zijn in het park meer dan 1 miljoen bloembollen handmatig geplant. Het expertteam heeft rekening gehouden met de verschillende variëteiten, hun bloeitijden, kleuren en hoogtes. Elk jaar kunnen talrijke liefhebbers van voorjaarsbloemen genieten van meer dan 500 soorten, waarvan alleen al 400 soorten tulpen.
Het (verlengde) Paasweekend is, net als alle andere weekends eigenlijk, weer voorbij gevlogen.
En net als de voorbije weekends is er ook nu weer hard gewerkt in de tuin. De strijd tegen het onkruid is een strijd die nooit ophoudt. Eigenlijk kan je hem trouwens niet winnen maar we blijven volharden in de boosheid. Voorlopig lijken we in ieder geval weer te winnen ook al weten we dat we binnen een paar weken weer op onze knietjes zullen zitten om opnieuw onkruid uit te doen.
Maar het is rustgevend en als je dan nadien op het schommelbankje naar de tuin zit te kijken dan geeft dat toch wel een voldaan gevoel.
Gisteren, op Paasdag, hebben we uiteraard niet in de tuin gewerkt maar hebben we met “mijn kant” van de familie genoten van een smakelijke Paaslunch in Taverne Wolfstee in Herentals, gevolgd door een nog smakelijker ijsje bij het IJssloeberke in Tielen.
En vandaag hebben we onze eerste fietstocht van het jaar gedaan. Een dikke dertig kilometer waarbij we even gepauzeerd hebben bij de Fashion Store in Sint-Katelijne-Waver. Voor 10% tot 20% korting maak ik graag een tussenstop 😉.
Verder was het onderweg genieten van het jong leven dat je her en der in de weides ziet staan. Altijd snoezig en schattig.
Afgelopen donderdag, na een dagje vakantie om te werken in de tuin, toch naar ’t werk gereden om afscheid te nemen van een collega. Nu ja, afscheid is een groot woord maar na 17 jaar verlaat ze wel ons team haar capaciteiten ten dienste van een ander team te stellen. Hun geluk, onze tegenslag.
Ook vrijdag is er hard gewerkt in de tuin om de resten van de winter weg te werken.
Zaterdag is er door het rotte weer niet gewerkt. Dan zijn we van pure miserie maar gaan shoppen (hihi).
’s Avonds was het, naar mijn smaak toch, ook miserie. Vorige week waren we gewoonweg vergeten om naar Hugo Matthysen te gaan. Ik zou willen dat we gisteren ook vergeten waren om naar Spinvis te gaan kijken.
Vorig jaar hebben we Spinvis nog gezien in de Roma en dat was een geweldig goed concert. Echt heel goed. Daarom dachten we dat zijn optreden zonder band maar wel met Saartje van Camp even goed zou zijn.
Hun voorstelling Neveldieren, was echt niet mijn ding. Een soort combinatie van “alternatief” theater en muziek maar als ik eerlijk ben … ik wilde om 20u45 al vertrekken (de voorstelling was om 20u37 begonnen 😉). Maar Conny zegt dat ik me voorbeeldig heb gedragen door heel de voorstelling uit te zien 😊.
Vandaag was er, na een verjaardagsetentje, toch nog de tijd om even te gaan wandelen en een beetje van de beginnende lente te genieten (al bleef het zonnetje nog achterwege).
Maar de lammetjes en de bloemetjes maakten veel goed.
’t Is een tijdje radiostilte geweest maar niks om zorgen over te maken hoor.
Niet dat er niets gebeurd is hoor. Er is genoeg gebeurd maar helaas niet de dingen die op de planning stonden.
Het begon eigenlijk zo’n twee weken geleden toen Conny zich na onze wandeling in Vilvoorde niet al te best voelde. Nu ja, na zo’n dag in de wind kan dat al wel eens gebeuren.
Maandag werd het echter nog slechter en dinsdag nog erger. Dan toch maar naar de apotheek voor een sneltest en ja hoor … positief voor Covid-19. Gevolg een week quarantaine. Nog een gevolg … ons weekendje naar Hotel Jerom en de Kalmthoutse Heide ook naar de vaantjes.
Ik ben dan wel op zaterdag een halve dag en op maandag een hele dag in Peulis in de tuin gaan werken. Dat is natuurlijk ook nodig maar wandelen op de heide zou toch plezanter zijn geweest.
Ook het afgelopen werk is er, tussen de buien door, nog wat in de tuin gewerkt. Helaas geen wandelingen dit weekend wegens het wisselvallige weer en dus ook geen foto’s.
We zijn wel naar het Districtshuis van Deurne geweest om foto’s van anderen te bekijken. Daar liep immers de jaarlijkse tentoonstelling van fotoklub72, de club van vriendin Carine. Heel mooie foto’s gezien (waaronder die van Carine) maar ook veel foto’s die overbewerkt waren. Niks tegen foto’s bewerken. Bijsnijden, kleuren een beetje meer naar voor brengen of net een tikkeltje zachter maken …
Maar als je stukken van foto’s samen begint te voegen om een totaal onbestaand landschap te maken dan ga je net iets te ver volgens mij.
Het weekend is iets anders uitgevallen dan gepland.
Vrijdagavond stond een optreden van Naima Joris in het CC De Zwanenberg in Heist-op-den-Berg op het programma. In plaats daarvan ben ik met Gerarda Joris, mijn moeder dus, naar de spoed van het ziekenhuis in Herentals gereden. We waren ’s morgens allebei naar de huisdokter geweest voor onze driemaandelijkse bloedcontrole en bij bleken de rode bloedcellen (weer) veel te laag te zijn, zo laag dat de huisarts voorstelde om toch maar naar de spoed te gaan. Aangezien ze echter geen enkel symptoom blijkt te hebben (kortademigheid, pijn in de borststreek, extreem vermoeid …) werd daar besloten om te wachten tot maandag om een afspraak te maken voor een paar zakjes bloed. We waren dus vrij snel thuis maar wel te laat om nog naar Heist te rijden. Veel heb ik volgens Conny niet gemist, zij dacht dat het toch niets voor mij zou zijn geweest en aangezien zij mij beter kent dan wie dan ook is dat wel een troost.
Gisteren zouden we dan in de tuin gaan werken maar een diepvries die was blijven openstaan besliste daar anders over. Dus diepvries volledig ontdooit en proper gemaakt en geprobeerd om zoveel mogelijk van de inhoud te redden. We hadden nog wel de tijd om een korte wandeling in Peulis te doen. Gelukkig had ik de fotocamera mee want de buizerds van Peulis lieten zich rustig bewonderen.
Vandaag kon er dan gelukkig wel worden gewandeld. Vrijdag hadden we net een nieuwe brochure van Toerisme Vlaams Brabant ontvangen en daar hebben we dan maar onmiddellijk een wandeling uit gekozen. Vlaams Brabant is trouwens onze favoriete wandel- en fietsprovincie.
Wij kozen voor het Holle Wegen Wandelpad in Vilvoorde. Wie denkt aan Vilvoorde als een grauwe industriestad onder het viaduct moet deze wandeling zeker eens doen.
Ze vertrekt in het Park Drie Fonteinen (Beneluxlaan 32 in Vilvoorde). Dat landgoed is een van de oudste landschappelijke tuinen van België.Halverwege de 18de eeuw legde Jean-Jozef Walckiers er een Engelse tuin aan met kasteel en bijgebouwen, vijvers, paviljoenen en glooiende grasvlakten.
OP het einde van de 19de eeuw legde Alfred Orban er een geometrische Franse tuin aan met Versailles als voorbeeld.
Het kasteel zelf is in Wereldoorlog II platgebombardeerd en niet terug opgebouwd maar andere gebouwen staan er nog wel.
Via de Poststraat, een restant van een vroegere doorgangsweg die tot 6 meter diep gaat, bereikten we het Tangebeekbos dat ooit een parkbos was. Dan ging het verder door de vallei van de Tangebeek.
Na een zevental kilometer stonden we terug aan de auto.
Het was een heel mooie wandeling die ons aangenaam heeft verrast. Op de achtergrond hoor je weliswaar altijd het geruis van de Brusselse Ring maar je hoort ook het fluiten van de vogels (en ook van de bijzonder luidruchtige halsbandparkieten). En ondanks dat geruis is het toch rustig wandelen. Een aanrader dus.
Zaterdag veel heen en weer gereden om moeder naar en van een kaartprijskamp te brengen, om haar nieuwe fiets af te halen bij de fietsenmaker en om naar Pelckmans in Turnhout te rijden om één en ander te kopen om de tuin in orde te brengen. De winter loopt immers ten einde en er staan ons nog flink wat “tuindagen” in onze agenda. Snoeien, onkruid wieden, een beetje planten en vooral … nieuwe gazon aanleggen (en hopen dat we van de engerlingen en van de mollen vanaf geraken).
Maar gisteren werd er wel gewandeld. We gingen het niet te ver zoeken en trokken naar het noorden van Keerbergen meer bepaald naar de Lozenhoek.
De 5,8 km lange (en afgepijlde) wandeling vertrekt aan het schooltje. Niet de mooiste wandeling ooit maar zeker wel leuk. Tegen het einde van de zomer aan is ze wel leuker omdat de wandeling ook de 5ha grote Kruisheide passeert. Dat is een restant van de ‘Keerbergen Heyde’, een schakel in de 18de eeuwse heidegordel die zich uitstrekte van Bonheiden tot Baal. Dit stukje heide is vooral bekend voor de veldkrekel en tal van solitaire wespen.
Je passeert ook de Bollostraat, de thuishaven van de Kruisenhond. Omstreeks het jaar 1900 zou en witte spookhond gezien zijn in de Bollostraat. Hij werd omschreven als een gedaante die over de grond rolde. Deze legende is vermoedelijk ontstaan in de benevelde geesten van drinkebroers die in de nevelen van de opkomende avondmist boven de weilanden bepaalde gedaanten (een witte spookhond) meenden te herkennen. Een andere versie van het verhaal maakt gewag van een grote zwarte hond die de mensen op de rug sprong en zich liet dragen. Een man uit Tremelo kwam bij een kapelletje de Kruisenhond tegen. Dat was een dier met grote ogen dat hem de weg versperde. De man nam een andere weg, maar zag de Kruisenhond daar opnieuw staan. Wij hebben helaas geen hond gezien.
Na een vrijdagje garage opruimen en een zaterdag in de tuin werken (gevolgd door onze klassieke 5km wandeling in Peulis) zijn we gisteren “echt” gaan wandelen.
Deze keer trokken we naar buurgemeente Beerzel. Op het gemeentehuis had ik onlangs een flyer meegenomen over de Geritsel- en Gefluisterwandeling.
Dat is een wandeling die je kan volgen via de izi.Travel- app en waar er onderweg verhalen of legendes worden verteld.
De wandeling vertrok aan de St Remigiuskerk. Sint Remigius is de patroonheilige van Beerzel. Hij werd in 458 op achttienjarige leeftijd tot Bisschop gekozen. Hij is ook de man die volgens de overlevering Clovis, koning der Franken, doopte op 25 december 496.
De eerste legende, die van de Bremkapel, werd verteld aan een andere kapel namelijk de kapel van O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën. Die kapel werd rond 1830 gebouwd op grond van Gravin de St.Phalle. In 1932 werd ze voor 137 verkocht aan Dr. Jules Mertens. In 1998 werd ze door mevrouw Mertens-Vermeulen aan de parochie Beerzel geschonken.
De Bremkapel zelf bestaat niet meer. Die werd in 1967 afgebroken.
Op Beerzelberg, het dak van de provincie Antwerpen, kregen we de legende van de kapel van Beerzelberg te horen. Die kapel staat er nu niet meer want ze is in de grond gezakt omdat werklieden het Mariabeeld hadden weggegooid. Zo hadden ze meer plaats om te drinken.
Het derde en laatste verhaal, dat van de verbrande Puttenaars, kregen we te horen aan het Speelbergen-Heem Dr. Jozef Weyns. Dat verhaal speelt zich af in de voormalige Afspanning ’t Hoefijzen op de Schrieksesteenweg. Het heem zelf was de woonplaats van Dr. Jozef Weyns, de stichter van Bokrijk.
Via Beerzelberg bereikten we na 7km terug de kerk van Beerzel.
Het was een mooie en interessante wandeling maar ze was wel bitterkoud door de gure wind die ons de hele tijd gezelschap heeft gehouden.
In de izi.Travel-app hebben we wel tal van andere wandelingen ontdekt die ons de moeite lijken.
Je kon er “vrije” wandelingen doen maar om 13u30 had je ook de keuze tussen twee wandelingen met gids : een 12 km lange natuurwandeling (onder begeleiding van Natuurpunt) en een 5 km lange erfgoedwandeling (onder begeleiding van de Heemkundige Kring).
Conny en ik kozen voor de erfgoedwandeling en omdat je nooit te oud bent om te leren ging mijn moeder op achtentachtigjarige leeftijd ook mee.
Dat zullen de gidsen van de Heemkundige Kring geweten hebben. Hun interessante verhalen werden immers rijkelijk aangevuld met anekdotes uit haar jeugd 😉. Die waren blijkbaar zo interessant dat ze nog wel eens langs zullen komen voor een meer diepgaand interview.
We vertrokken aan de Schranshoeve, waar Kardinaal van Roey is opgegroeid. Via de Kabienstraat gingen we naar onze “nieuwe” Markt.
De Kabienstraat heeft haar naam te danken aan de eerste elektriciteitscabine van Vorselaar die daar werd gebouwd op verzoek van de gebroeders Van Ginneken. Zij hadden daar immers een diamantfabriek en hadden elektriciteit nodig.
Onze heraangelegde Markt heeft zijn Frankische driehoekige vorm behouden en wordt nog altijd gedomineerd door het klooster van de congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen die net iets meer dan 200 jaar geleden werd opgericht.
Ook de Kaak staat al meer dan 250 jaar op de Markt. Daar werden misdadigers “aan de kaak” gesteld. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1945 in de nadagen van de oorlog toen onder andere meisjes die iets te vriendelijk waren geweest tegen de bezetter er publiekelijk werden gestraft. Bij heraanleg werd ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om een nieuwe dorpspomp neer te zetten. Een niet werkende pomp weliswaar. De sokkel is versierd met figuren die belangrijk zijn geweest voor ons dorp : een kloosterzuster, een ridder (van het kasteel), de kardinaal en een diamantslijper.
Volgende stop was de Sint Pieterskerk en de gedenksteen aan Mie Broos, een volksgenezeres waarvoor men van heinde en verre voor naar het Heiken kwam. Aan de Pastorie kregen we uitleg over de tienden die vroeger verschuldigd waren aan de kasteelheer en aan mijnheer pastoor. Deze laatste had zelfs een tiendenschuur en een tiendenzolder zodat hij zijn waren kon stockeren in afwachting van een hogere prijs.
Via de Lindendreef (die een gravendreef blijkt te zijn) en het kapelletje van de dreef bereikten we de mooiste waterburcht van het land (en omstreken) : het Kasteel De Borrekens. Rond 1270 gebouwd door de Heren van Rotselaar en is in de loop der tijden niet alleen gewijzigd van eigenaar maar ook van uiterlijk. Wij kennen het dus vooral als het kasteel van Baron Raymond De Borrekens.
De baron, die van 1948 tot 1969 ook burgemeester van het dorp was, was een heel aimabel man die net geen eeuweling is geworden. Er is ook een streekbier naar hem genoemd.
Na ruim 5 km waren we terug aan de Schranshoeve waar we nog werden getrakteerd op een lekkere kom verse soep.
Een heel geslaagde namiddag die we afsloten met een lekker etentje in Gasthof de Roskam op ’t Vispluk.
Het weer was nogal wisselvallig vandaag. Daarom kozen we voor een korte wandeling in Peulis zelf.
En hoewel we die wandeling al talloze keren hebben gedaan gaat de fotocamera toch altijd mee.
Je weet immers nooit wat je tegenkomt. Een ree zou bijvoorbeeld leuk zijn. We zijn zeker dat er hier zitten, ze hebben zelfs al in de tuin gezeten maar tijdens de wandelingen zijn we er nog nooit tegengekomen.