Geritsel en gefluister

Na een vrijdagje garage opruimen en een zaterdag in de tuin werken (gevolgd door onze klassieke 5km wandeling in Peulis) zijn we gisteren “echt” gaan wandelen.

Deze keer trokken we naar buurgemeente Beerzel. Op het gemeentehuis had ik onlangs een flyer meegenomen over de Geritsel- en Gefluisterwandeling.

Dat is een wandeling die je kan volgen via de izi.Travel- app en waar er onderweg verhalen of legendes worden verteld.

De wandeling vertrok aan de St Remigiuskerk. Sint Remigius is de patroonheilige van Beerzel. Hij werd in 458 op achttienjarige leeftijd tot Bisschop gekozen. Hij is ook de man die volgens de overlevering Clovis, koning der Franken, doopte op 25 december 496.

De eerste legende, die van de Bremkapel, werd verteld aan een andere kapel namelijk de kapel van O.-L.-Vrouw van Zeven Weeën. Die kapel werd rond 1830 gebouwd op grond van Gravin de St.Phalle. In 1932 werd ze voor 137 verkocht aan Dr. Jules Mertens. In 1998 werd ze door mevrouw Mertens-Vermeulen aan de parochie Beerzel geschonken.

De Bremkapel zelf bestaat niet meer. Die werd in 1967 afgebroken.

Op Beerzelberg, het dak van de provincie Antwerpen, kregen we de legende van de kapel van Beerzelberg te horen. Die kapel staat er nu niet meer want ze is in de grond gezakt omdat werklieden het Mariabeeld hadden weggegooid. Zo hadden ze meer plaats om te drinken.

Het derde en laatste verhaal, dat van de verbrande Puttenaars, kregen we te horen aan het Speelbergen-Heem Dr. Jozef Weyns. Dat verhaal speelt zich af in de voormalige Afspanning ’t Hoefijzen op de Schrieksesteenweg. Het heem zelf was de woonplaats van Dr. Jozef Weyns, de stichter van Bokrijk.

Via Beerzelberg bereikten we na 7km terug de kerk van Beerzel.

Het was een mooie en interessante wandeling maar ze was wel bitterkoud door de gure wind die ons de hele tijd gezelschap heeft gehouden.

In de izi.Travel-app hebben we wel tal van andere wandelingen ontdekt die ons de moeite lijken. 

Erfgoed

Gisteren was het wandeldag in Vorselaar.

Je kon er “vrije” wandelingen doen maar om 13u30 had je ook de keuze tussen twee wandelingen met gids : een 12 km lange natuurwandeling (onder begeleiding van Natuurpunt) en een 5 km lange erfgoedwandeling (onder begeleiding van de Heemkundige Kring).

Conny en ik kozen voor de erfgoedwandeling en omdat je nooit te oud bent om te leren ging mijn moeder op achtentachtigjarige leeftijd ook mee.

Dat zullen de gidsen van de Heemkundige Kring geweten hebben. Hun interessante verhalen werden immers rijkelijk aangevuld met anekdotes uit haar jeugd 😉. Die waren blijkbaar zo interessant dat ze nog wel eens langs zullen komen voor een meer diepgaand interview.

We vertrokken aan de Schranshoeve, waar Kardinaal van Roey is opgegroeid. Via de Kabienstraat gingen we naar onze “nieuwe” Markt.

De Kabienstraat heeft haar naam te danken aan de eerste elektriciteitscabine van Vorselaar die daar werd gebouwd op verzoek van de gebroeders Van Ginneken. Zij hadden daar immers een diamantfabriek en hadden elektriciteit nodig.

Onze heraangelegde Markt heeft zijn Frankische driehoekige vorm behouden en wordt nog altijd gedomineerd door het klooster van de congregatie van de Zusters der Christelijke Scholen die net iets meer dan 200 jaar geleden werd opgericht.

Ook de Kaak staat al meer dan 250 jaar op de Markt. Daar werden misdadigers “aan de kaak” gesteld. De laatste keer dat dit gebeurde was in 1945 in de nadagen van de oorlog toen onder andere meisjes die iets te vriendelijk waren geweest tegen de bezetter er publiekelijk werden gestraft. Bij heraanleg werd ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om een nieuwe dorpspomp neer te zetten. Een niet werkende pomp weliswaar. De sokkel is versierd met figuren die belangrijk zijn geweest voor ons dorp : een kloosterzuster, een ridder (van het kasteel), de kardinaal en een diamantslijper.

Volgende stop was de Sint Pieterskerk en de gedenksteen aan Mie Broos, een volksgenezeres waarvoor men van heinde en verre voor naar het Heiken kwam. Aan de Pastorie kregen we uitleg over de tienden die vroeger verschuldigd waren aan de kasteelheer en aan mijnheer pastoor. Deze laatste had zelfs een tiendenschuur en een tiendenzolder zodat hij zijn waren kon stockeren in afwachting van een hogere prijs.

Via de Lindendreef (die een gravendreef blijkt te zijn) en het kapelletje van de dreef bereikten we de mooiste waterburcht van het land (en omstreken) : het Kasteel De Borrekens. Rond 1270 gebouwd door de Heren van Rotselaar en is in de loop der tijden niet alleen gewijzigd van eigenaar maar ook van uiterlijk. Wij kennen het dus vooral als het kasteel van Baron Raymond De Borrekens.

De baron, die van 1948 tot 1969 ook burgemeester van het dorp was, was een heel aimabel man die net geen eeuweling is geworden. Er is ook een streekbier naar hem genoemd.

Na ruim 5 km waren we terug aan de Schranshoeve waar we nog werden getrakteerd op een lekkere kom verse soep.

Een heel geslaagde namiddag die we afsloten met een lekker etentje in Gasthof de Roskam op ’t Vispluk.

De wandeling:

Dicht bij huis

Het weer was nogal wisselvallig vandaag. Daarom kozen we voor een korte wandeling in Peulis zelf.

En hoewel we die wandeling al talloze keren hebben gedaan gaat de fotocamera toch altijd mee.

Je weet immers nooit wat je tegenkomt. Een ree zou bijvoorbeeld leuk zijn. We zijn zeker dat er hier zitten, ze hebben zelfs al in de tuin gezeten maar tijdens de wandelingen zijn we er nog nooit tegengekomen.

Waterkantwandeling

Voor onze zaterdagwandeling hebben we het vandaag niet te ver gezocht.

We kozen voor de Waterkantwandeling, een knooppuntenwandeling die we al eerder hebben gedaan.

Normaal gezien vertrekt die aan het Fort van Walem maar wij kozen voor Elzenstraat als vertrekpunt .In Hogevelden is er ook voldoende parkeerruimte en dat is vanuit Peulis net iets vlotter bereikbaar.

Al snel passeerden we het Fort van Walem, een fort dat deel uitmaakt van de fortengordel rond Antwerpen en dat werd gebouwd tussen 1878 en 1893. Tussen 1960 en 1992 was het een coördinatiecentrum van de Civiele Bescherming. Het heeft ook even dienst gedaan als noodopvangcentrum voor asielzoekers. Sinds 2009 is het eigendom van Natuurpunt en is het een belangrijke schuilplaats voor vleermuizen.

Vervolgens passeerden we de Spildoornvijver, ook bekend als de Put van Walem. Die ontstond als zandwinningsput voor de aanleg van de E19. De natuur nam deze put, samen met de ondiepe poelen en slootjes, gretig in. Vandaag zwaaien vogels en vissen er de plak! Vogels zoals fuut en ijsvogel broeden in het 25 hectare grote Spildoorn. Je vindt in de vijver verschillende vissoorten, zoals karper, snoek, baars en rietvoorn. De ondiepe poelen en sloten, die in verbinding staan met de grote vijver, zorgen voor rustzones waar vissen zich voortplanten.

Via de oevers van de Nete bereikten we Domein Roosendael waar we de tijd namen voor een deugddoende koffie.

Met 9 km op de teller stonden we terug aan de auto. Eigenlijk hadden dat er minder moeten zijn maar we hadden in het begin een bordje gemist.

De Knooppunten : 248-249-331-169-170-171-221-177-227-179-180-253-248

Vertrek : Hogevelden (Elzestraat-Sint Katelijne Waver)

Winterwandeling

Elk jaar organiseert de Gemeente Putte een winterwandeling.

Die vindt afwisselend plaats in één van de vier deelgemeenten (Putte, Peulis, Beerzel of Grasheide).

Dit jaar was het de beurt aan Putte. In het gemeenschapscentrum Klein Boom. Vandaag heb ik trouwens geleerd waar die naam vandaan komt. Vroeger was daar immers een kleiwinningsput van een steenbakkerij. En wie aan bakstenen denkt die denkt toch aan Boom of niet? Dus vandaar … Klein Boom.

De fabriek is trouwens al lang failliet en de kleiwinningsput werd gekocht door de gemeente. Natuurpunt beheert het domein maar het is (nog) niet open voor het grote publiek. Enkel met een natuurpuntgids kom je er in.

Wij kozen voor de wandeling van 7km die ons op veel bekende maar evenveel onbekende stukjes van Putte bracht. Af en toe een beetje modder (maar soms geholpen door de buren die een soort “vlonderpad” hadden aangelegd) en op het einde een stukje van misschien 50 meter waar het water net iets te diep was. Gelukkig konden we er via de aanpalende weide omheen.

De wandeling afsluiten deden we met een smakelijke kom soep.

Winterse toestanden

Gisteren was het geen weer om een hond door te sturen en werd er dus ook niet gewandeld.

Vandaag ging dat wel.

Het was de bedoeling dat we, na enkele boodschappen in Heist op den Berg, naar Itegem zouden rijden en daar een knooppuntenwandeling van een kleine 7 km zouden doen.

Het is een wandeling die we al vaker hebben gedaan maar die ook al wel eens moest worden afgebroken omdat er een halve meter water op het wandelpad stond.

Ik had gehoopt dat het vandaag wel zou meevallen. Helaas, dat deed het niet.

Op een gegeven moment moet je een grote weide oversteken en die weide stond voor de helft onder water. Water waar vaak nog een laagje ijs op lag. De eerste plas zou eventueel nog te doen zijn geweest, ook al stond je dan tot aan de enkels in het (ijskoude) water. Bij de tweede plas was het niet in te schatten hoe diep die was. Conny zou het eventueel nog wel gewaagd hebben maar ik wou het risico niet nemen.

Bij temperaturen van 20°C of meer kan je dat nog riskeren. Maar één misstap is genoeg om onderuit te gaan en om dan nog bij 0°C en een gure wind in kletsnatte kledij nog 4km te wandelen … dat is het niet waard voor mij. Dus … gewoon op onze stappen teruggekeerd.

Ook de tweede “oversteek” leek in eerste instantie nog haalbaar maar als we dan verder keken dan zagen we niets dan water.

Afin, we zijn buitengeweest en hebben onze stappen gehad. Morgen een tweede poging met de Winterwandeling in Peulis.

Weergoden

De weergoden waren ons het afgelopen weekend best goed gezind.

Vrijdag een dagje in Mechelen rondgelopen om “soldekes” te doen. Eigenlijk wel een beetje teveel geld uitgegeven maar bij solden moet je toch altijd kijken hoeveel geld je NIET hebt uitgegeven en  dat viel bij mij heel goed mee. En het was wel nodig ook.

Dus een hele dag rondgelopen maar geen regen gehad.

Zaterdag was het geen weer om buiten te komen maar dat gaf dan weer de gelegenheid om wat huiswerk te doen (en voor Conny om mijn broeken korter te maken 😉).

Ook voor vandaag waren de weervoorspellingen niet al te best. Toch trokken we rond de middag naar Kessel want een weekend niet gewandeld … dat kan toch niet hè? Ik had een knooppuntenwandeling uitgestippeld met vertrek aan Het Badhuis in Kessel. Doel was om zo weinig mogelijk modder te hebben want daar hadden we vandaag geen zin in.

Wel, het is ons gelukt. 5,5 km gewandeld en geen regen gehad. Op weg naar huis wel maar tijdens de wandeling niet. Wel veel water gezien met de Kleine Nete, het Netekanaal en de Beemden die behoorlijk overstroomd waren. De strakke wind was niet altijd even aangenaam maar de wandeling deed deugd.

Knooppunten: 74 – 75 – 75 – 76 – 77 – 78 – 86 – 93 – 91 – 79 – 75 – 74

Cassenbroek

Na de wandeling in Duffel eergisteren kozen we gisteren voor Rijmenam als vertrekplaats voor onze wandeling.

Daar kan je de zeven kilometerlange Cassenbroekwandeling doen. Die vertrekt op het Stationsplein en gaat via de Sint-Jansstraat naar de Kikshamlei. Je wandelt rond de oude Meuropfabriek naar de Oude Keerbergsebaan. Op het kruispunt met de Sint-Jansstraat sla je rechts af naar de Kruisstraat. Die volg je tot het einde waar je oversteekt naar de Broekstraat.

Je volgt de Broekstraat tot aan de Huurstraat die je rechts inslaat en dan zit je in Cassenbroek dat er op dit moment met het vele water heel mooi bij ligt.

Op het einde van de Huurstraat linksaf in de Heidijkstraat die we volgen tot aan de Broekstraat die we links inslaan. Net voorbij de voetbalvelden rechtsaf de korte Elststraat in en even verderop rechts het Heidijkpad in.

Via de Kloosterstraat rond de Sint-Martinuskerk naar de Dijle. Het jaagpad blijven volgen om dan ter hoogte van de bunker aan de overkant het paadje links naar beneden het bos in naar het ’t Smiske (Heemkring Het Hoefijzer).

Via de Sint-Marcusweg en de Lange Dreef bereiken we terug het Stationsplein.

Nieuw jaar

Na een rustige jaarwisseling en een verschrikkelijk drukke eerste werkweek was er vandaag nog eens tijd een deugddoende wandeling te doen, ook al vielen er soms druppels.

We kozen voor het Fort van Duffel als vertrekpunt.

Het spoorwegfort van Duffel werd gebouwd tussen 1886 en 1888. Het bestond uit een heuvel met artillerie en met een uitgegraven gracht errond, en had als specifieke opdracht de verdediging van spoorlijn 25, die sinds 1836 tussen Brussel en Antwerpen liep. Deze spoorweg vormde de snelste verbinding tussen de hoofdstad en de havenstad en was daarom een zeer belangrijke verbindingslijn. Reeds in 1894 moest het fort versterkt worden omdat het al niet meer aangepast was aan de geëvolueerde wapens: het werd steviger bepantserd en sterker bewapend. De nog bestaande betonnen kazematten dateren uit die tijd. Voordien stond er geschut op de aarden wallen. Deze werd vervangen door kanonnen onder stalen koepels, die via onderaardse gangen te bereiken waren vanuit een rondgang.

Op sommige plaatsen werden drie meter dikke betonnen overwelvingen aangebracht. Het Fort van Duffel was het eerste dat gewelven in gewapend beton kreeg. Al snel bleek het fort echter militair weinig waarde te hebben. In 1906 kreeg het fort enkel nog een meer beperkte, ondersteunende functie: het moet het gebied tussen het Fort van Walem en het Fort van Sint-Katelijne-Waver helpen verdedigen. De wet die dit bepaalde, trad in 1913 in werking. De bemanning werd overgeplaatst naar het Fort van Koningshooikt en de centrale geschutskoepel met kanonnen naar het Fort van Kessel.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog begonnen de beschietingen van het fort op 28 september 1914. De fortcommandant was Jules Hastray. Hij had slechts 80 soldaten ter beschikking. De gevraagde versterking en extra munitie werden niet geleverd. Veel Duits geschut miste doel omdat het zicht verhinderd werd door de vele bomen in de omgeving. De granaten van de verdediging geraakten echter op. Op 3 oktober 1914 stuurden de Duitsers een onderhandelaar, doch hierop werd niet ingegaan. Omdat Hastray kort daarna bericht kreeg dat hij geen versterking moest verwachten, liet hij het materieel vernietigen. De soldaten trokken zich in stilte terug uit het fort. Op 4 oktober namen de Duitsers het lege, brandende fort in. Het zou verder geen militaire rol van enige betekenis meer spelen.

Eind 2009 werd het fort gekocht door de vzw Kempens Landschap voor een prijs van 145.000 euro. Het was toen een ruïne. Vanaf 2011 werd het gedeeltelijk gerestaureerd en toegankelijk gemaakt.

Vanaf 2014 werd het fort deels opengesteld voor bezoekers. De hoofdgebouwen kunnen gedeeltelijk vrij bezocht worden en er is een permanente tentoonstelling over het fort en de natuur erin. In het fort is een brasserie (“De Krone”) waar men iets kan eten of drinken. De brasserie is een job-ervaringscentrum, gesteund door de gemeente Duffel en de provincie Antwerpen. Jongeren met een autismespectrumstoornis kunnen er werkervaring opdoen. (Bron : Wikipedia)

Na een rondje om het fort een klein stukje langs de Mechelsebaan en al snel kwamen we via het bassin van de Antwerpse Waterwerken aan het jaagpad langs de Nete. Dat volgden we een stukje om dan naar beneden via de Blankaartvijver het Domein Roosendael te bereiken.

Achthonderd jaar geleden werd daar een cisterciënzerabdij opgericht die vijf eeuwen zou bestaan. Getuige hiervan zijn het Pesthuis en de ringgracht uit de 17de eeuw en het Poortgebouw en Koetshuis uit de 18de eeuw. Na de Franse revolutie werd de abdij verkocht en omgevormd tot een privaat buitenverblijf. In de 19de eeuw werd het indrukwekkende Engelse landschapspark aangelegd. Het huidige landhuis werd in 1920 gebouwd. Sinds 1959 doet het domein dienst als jeugdverblijfcentrum voor schoolgroepen en jeugdverenigingen. (Bron : website Roosendael)

Via de Beukendreef ging het terug naar het Fort, goed voor 6,5 km.

Voor en na Kerst

Voilà, het eerste van de “feestweekends” is achter de rug. Ik hou echt niet van die weekends maar het Kerstweekend valt best nog mee. Misschien is dat ook wel omdat ik dan ook mijn verjaardag mag vieren. Al vond ik verjaren op Kerstmis als kind niet zo leuk. Ik heb nooit mijn vriendjes mogen uitnodigen op mijn verjaardag zelf.

Maar ondertussen kan ik daar beter tegen. Op Kerstavond gezellig eten bij de schoonfamilie en op Kerstdag zelf met de familie naar de Chinees (al was het dit jaar familie -1 want één van de broers zit met de fiets in het Verre Oosten).

Vóór de feestelijkheden zijn we nog wel gaan wandelen in Tremelo. Daar heeft Natuurpunt in het natuurgebied Zegbroek twee wandelingen, eentje van 4,3 km en eentje van 7,8 km. Wij kozen voor de korte wandeling maar die was ook heel mooi.

Het Zegbroek is een moeras- en veengebied met een variatie van biotopen gaande van graslanden over rietvelden tot trilveen en bos. Deze variatie maakt het tot een paradijs niet alleen van varens en zeggen, maar van heel veel plantensoorten. Er zijn hier meer dan 290 verschillende soorten planten, bomen en grassen.

Langs de oude loop liggen enkele turfputten. Daar kan je een vrij zeldzaam natuurverschijnsel waarnemen: trilveen. Plassen kunnen namelijk geleidelijk aan bedekt raken met een drijvend plantentapijt, ook wel drijftil genoemd. Naarmate zo’n drijftil omvangrijker en steviger wordt en zich aan de oevers vastzet, spreken we van een ‘trilveen’. Wie zich op zo’n trilveen waagt, waant zich op een waterbed.

Het Zegbroek maakt deel uit van het erkend landschap ‘Blaasberg’. Hier gebeurde de eerste aankopen door Natuurpunt Tremelo en het  eerste eigen erkende reservaat. Het is een vochtige, verveende, oude meander van de Demer, gelegen in de Demervallei op de grens met Keerbergen en begrensd door de Dijle en de Laak. (bron : Natuurpunt)

En vandaag, op tweede Kerstdag, zijn nog eens door de twee bossen van Peulis getrokken : de Peulisbossen en de Peultebossen. Beide bossen zijn, net als het Zegbroek in Tremelo, vrij vochtige bossen maar modderig was het er niet.