Toen ik deze morgen om tien voor zes in mijn auto stapte zakte de moed een beetje in mijn (loop)schoenen.
De thermometer gaf immers 23°C aan (dat is dus drieëntwintig). Een half uur later in Antwerpen was het al twee graden warmer. Maar ik was toch al aangekleed om te gaan lopen en dat heb ik dus ook gedaan.
Onderweg heb ik wel vijf keer mijn hoofdband moeten uitwringen van het zweet en toen ik na 8 km terug voor de deur stond leek het wel alsof ik uit een Wet-T-Shirt wedstrijd kwam. Een half uur later had ik mijn eerste liter water van de dag al binnen.

In de loop van de dag heb ik nog wel het bewijs gezien dat er nog behulpzame mensen zijn. Een jongen die uit het Wezenbergzwembad kwam zakte plots in elkaar op het voetpad (waarschijnlijk een flauwte door de hitte). Binnen de kortste keren waren er twee auto’s gestopt om te helpen. Hij was gelukkig snel terug te been zodat de barmhartige Samaritanen hun weg konden verder zetten.
Ondertussen is de temperatuur gelukkig al wel gedaald. Wij hebben hier net onze portie klank- en lichtspektakel gehad, vergezeld van een flinke portie regen en nu komt die zalige geur van natgeworden warm zand door deuren en vensters binnen. En zo “heb elk nadeel zijn voordeel” zoals Johan Cruyff pleegt te zeggen.