Het lijkt wel of de stad Antwerpen niet graag heeft dat ik mee doe aan hun jaarlijkse fietsdag.
Elk jaar gebeurt er wel iets. In 2010 verdronk ik bijna in mijn eigen zweet toen ik bij een temperatuur van + 30°C een lekke band moest vervangen. In 2011 kwam mijn trapas los en kon ik de laatste 5km naar ’t werk te voet afleggen. Vorig jaar kreeg ik na 2km een (onherstelbare) klapband en moest ik te voet terug naar huis om een andere fiets te nemen.
En dan is er het jaar 2013. Vanmorgen ging het nog heel goed. Om kwart over zes vertrokken en dan vanaf Viersel samen met collega Bart naar Antwerpen. Zoals gewoonlijk ging het heel vlot tot aan de militaire baan in Wommelgem. Vanaf dan is het altijd vloeken op de rode lichten. Na 1u18 fietsen had ik de 29,50km tot aan Den Bell overbrugt en kon ik geniet van een smakelijk ontbijt.
De problemen begonnen bij de terugrit. Eerst was er de fikse regenbui die we in Deurne op ons dak kregen. Ondertussen had ik ook al door dat het licht gekraak dat ik vanochtend uit mijn stuur hoorde komen erger werd. Hevig optrekken durfde ik niet meer. En toen, na 9,35km fietsen, op het mooie brede fietspad tussen Wommelgem en Ranst, besloot mijn stuur naar links te draaien en mijn voorwiel naar rechts. Gevolg : een behoorlijke smak tegen de grond (aan een snelheid van 28 à 30 km/u. Gelukkig lag er op die “grond” een behoorlijk dikke laag gras. Mocht het één kilometer vroeger of later geweest zijn dan had ik dit bericht kunnen posten vanuit het ziekenhuis.
De schade lijkt wel flink mee te vallen. De dikke buil die onmiddellijk na de val op mijn knie verscheen lijkt al grotendeels weg te zijn. Uiteraard voelt die knie vrij pijnlijk aan, net als mijn rechterschouder. Maar ik heb nog al mijn vlees en er is niets gebroken. Ik ga het de komende dagen wel heel rustig aan doen. Dat betekent niet fietsen en helaas ook niet lopen. Mijn achtste Roparun komt gelukkig niet in het gedrang.
Zo hoort de (fiets)vork niet in de steel te zitten : 
